Misleidende tomaten

Had ik al gezegd dat dit mijn tomaten-favorietenjaar is? Dit jaar heb ik voor mijn laatste zadenlijst mijn meest favoriete tomatenrassen van de afgelopen 10 jaar gezaaid. Van sommige van die rassen is het al wel weer een paar jaar geleden dat ik ze teelde. En ik zaaide dit jaar natuurlijk wel ook nog een paar nieuwe soorten en rassen, het moet tenslotte wel leuk en spannend blijven.

Het vooruitzicht van een oogst en de weg er naartoe is misschien nog wel leuker dan de oogst zelf. Vreemd genoeg, en misschien ben ik daar afwijkend in, vind ik deze tijd van wachten en speuren naar een eerste verkleuring misschien wel het allerspannendst in een tuinjaar. Verzorgen, dieven, water geven, weer kijken, nog langer wachten, dagen tellen, tomaten tellen, de kleur controleren, trossen tellen, ik kan me er zo makkelijk en prettig mee vermaken. En straks proeven, ook spannend. En dan de eerste oogst mee naar huis, ook geweldig. En dan is het niet over, maar het is volbracht, gelukt, geslaagd of hoe het ook mag heten. En dan eten we het lekker op maar denk ik stiekem tegelijkertijd al aan het volgende jaar en wat ik dan wil gaan zaaien.

Afijn, tot zover deze zielenroerselen waar menig psychiater vast een analyse op los kan laten 🙂 .

Het voordeel van een favorietenjaar? Je weet een beetje wat je kunt verwachten. Voor mij is de definitie van een favoriete tomaat: gezond, lekker, veel en mooi. En dat in die volgorde. En dus heb ik dit jaar bijna alleen maar tomaten staan die niet alleen heel erg lekker zijn maar ook nog eens een prima opbrengst geven.

En toch kan zo’n tomaat je dan nog wel eens foppen. In het begin dan, hè. Uiteindelijk komt de ware aard altijd boven. Dat kan bij tros 2 of tros 3 zijn maar uiteindelijk komt het goed.

Als voorbeeld de Black Cherry. Het is al weer een jaar of 5 geleden dat ik haar teelde. En toen vond ik haar zeker in die favorietenrij van lekker, gezond, veel en mooi horen. Maar nu was ik toch ietwat verbaasd toen ik het eerste trosje zag:

 

9 grote cherrytomaten in een trosje, wel heel erg lekker trouwens, en gezonde groeikrachtige planten. Maar ik mis dan toch het puntje ‘veel’ in de rij. Maar ik zie wel vaker dat het eerste trosje wat misleidend is voor het vervolg.

Ik heb al jaren geen F1-hybriden gezaaid maar ik denk dat dit fenomeen daar niet vaak bij voorkomt (maar dat weet ik dus niet zeker). Maar dit zie je in ieder geval wel vaker bij de heirloom- en zaadvaste rassen. Want dit is de 2e tros van dezelfde Black Cherry-plant:

 

Je ziet dat de dragende tak zich direct al vertakt in 2 trossen. En dat die trossen ook langer zijn. Even geteld en in deze 2e tros zitten geen 9 tomaten en ook geen 2 trossen van 9 = 18 tomaten, maar 29 tomaatjes. Dus een dubbele rij en ook langer.

Toch altijd bijzonder om te zien. Waar in de genetica van een tomatenras wordt bepaald dat verschillende trossen van dezelfde plant zomaar zulke grote verschillen geven? Of heeft het te maken met het feit dat een jonge plant in de onderste tros nog niet genoeg energie heeft om meer dan een kleine tros te maken? Zou je het dan op kunnen lossen door meer voeding te geven? Ik weet het allemaal niet, ik heb er niet voor geleerd hè 🙂 .

Nog een voorbeeld, misschien zelfs nog wel duidelijker.

Tomaat Blush, onderste tros:

1 tros met potentieel (want er hangt nog een uitgebloeid bloempje) 10 tomaatjes. En een heerlijk tomaatje, daar hoeven we verder niet over te discussiëren. Tros 2 is trouwens nog niet heel afwijkend, maar dan tros 3:

 

Misschien lastig te zien maar ook hier zie je direct aan het begin van de tros een vertakking in 2 trossen. Bij elkaar telde ik 22 tomaten maar dat is nog niet alles, want je ziet zowel links als rechts nog bloempjes.

Toch doet zeker niet elke tomaat dit. Als voorbeeld de Missouri Pink Love Apple, ook zo’n geweldig lekkere tomaat aan gezonde planten, en veel en mooi (ze wordt uiteindelijk donkerrozerood):

 

Ik zie weinig verschil tussen het aantal en formaat tomaten in de eerste, tweede en derde tros. Aan de andere kant heb ik ook wel eens tomatenplanten gezien waarbij na de onderste karige tros een tros kwam met een vertakking, maar dan niet in 2 trossen maar wel 3 of zelfs 4 rijen tomaten, een verveelvoudiging dus.

De moraal van het verhaal; laat je niet misleiden door een eerste indruk van een tomaat maar wacht even met je oordeel tot je ook de volgende trossen hebt gezien.

Dan tot slot van dit blogje nog wat mededelingen:

Zoals Simone het in reactie op mijn vorige tuindagboek al heeft aangegeven heb ik de laatste tijd zelf weer wat vaker antwoord gegeven op reacties. Leuk om te doen, en ik had er tijd voor. Maar dat is nu helaas weer voorbij. Want druk in de tuin (met zo ongeveer alles, van zaaien en wieden en planten en oogsten), druk in de keuken (vanmiddag atjar van 3 door de regen gebarsten spitskolen inmaken), en druk met de eerste beschrijvingen en zaden voor de laatste zadenlijst. Ik hoop dat lezers vragen willen beantwoorden als die worden gesteld! Ik lees ze trouwens allemaal en ook de antwoorden hoor! Maar ik moet kiezen; vragen beantwoorden of beginnen aan de zadenlijst, en dan kies ik voor dat laatste 🙂 .

Ook nog even voor mensen die interesse hebben in die laatste zadenlijst (bijna als een soort sneak preview, maar ook voor mensen die gewoon van foto’s houden), op facebook ga ik komende maanden zoveel mogelijk foto’s plaatsen van de eenjarigen, paprika’s, tomaten, etc. waarvan ik hoop zaden te oogsten. Ik ben er begonnen met het maken van een: fotoalbum. Ik kan niet beloven dat ik van al die soorten die ik daar plaats zaden kan oogsten, maar ik doe in ieder geval mijn best.

Mocht je me trouwens volgen op facebook (en daar ben ik heel trots op en blij mee!), wil je je dan misschien uitschrijven voor de nieuwsbriefmailing? Dan wordt die lijst wat korter en heb je via facebook gelijk de melding wanneer ik een blog heb geschreven, en krijgen de mensen die geen facebook hebben de nieuwsbriefmail wat sneller. Ik weet het, ik vraag dit al voor de derde keer maar niet iedereen leest elk blog, dus ik ga het de komende weken nog een paar keer vragen. Excuses voor de mensen die ‘het nou onderhand wel weten’ maar er zijn nog steeds meer dan 3000 ingeschrevenen 🙂 .

Tot slot dan nog 2 foto’s die ik ook al op mijn facebookpagina had geplaatst maar zeker hier ook wil laten zien:

Tanacetum parthenium White Bonnet. Ik vind de gewone Tanacetum altijd een beetje saai, maar deze is mooi, en zeer rijkbloeiend!

 

Aubergine Vera, ook een favoriet. Ik teelde haar 2 jaar geleden ook al en was toen positief verrast door de vroegheid, mooie en gezonde plant (donkerpaarse stelen, donkergroen blad, lilapaarse bloem, weinig gevoelig voor meeldauw) en opbrengst. En nu herhaalt ze dat, weer de eerste aubergine die ik kan oogsten.

Vooruit nog één laatste dan:

 

Brachyscome iberidifolia. Altijd goed, mooi, lang- en rijkbloeiend!

 

Tel even mee…

Ruud zegt, terwijl hij weer een gieter vult (en zucht): “Dit is toch geen minderen?”.

Dat is zo. Maar Ruud weet ook wel na al die jaren dat ik elk jaar zeg te minderen, en dat ook meen, maar dat het uiteindelijk altijd anders loopt. Ik heb geen idee waarom.

Elk jaar neem ik me in de zomermaanden voor om het jaar erop minder potten te gaan zetten. Ik neem me dat vaak voor tijdens het sjouwen met gieters water op iets te warme dagen. Of na een dag in de tuin en met 2 emmers geoogste krootjes in de keuken.

Ik meen het dan ook echt, en dat duurt tot ergens rond april/mei van het volgende jaar, wanneer alles uitgeplant moet worden. Dan verander ik langzaam, pot voor pot, van gedachten. Ik kom blijkbaar plaats tekort, of ik zie de grote stapel met lege potten staan, of ik wil iets bewaren, of overwinteren, of ik vind iets heel leuk voor in een pot. Of wat dan ook. Maar ik vergeet mijn voornemen in een tijd dat er nog niet zo veel potten staan. En dat het nog niet zo warm is. En dat ik niet daarna nog 2 emmers krootjes moet koken. En dat ik ’s middags nog niet al 3 x 12 = 36 gieters water  in de kassen hebben moeten sjouwen en gieten.

Ik kan er dus ook niet zo veel aan doen dat er in het tuinseizoen steeds meer potten verschijnen. Het ‘slibt aan’.

En dus zeg ik tegen Ruud, wel al met enige voorzichtigheid, dat het toch wel meevalt met al die potten. Ruud zegt: “Heb je ze wel eens geteld?”. Nee, dat heb ik nog nooit gedaan. Ruud zegt, terwijl hij weer een nieuwe gieter vult: “Ik zou het eens doen, je gaat schrikken, schrijf daar maar eens over”. En dat is dan gelijk het eind van de discussie.

En zucht, vooruit dan. Hieronder de optelling van alle potten. En ik weet het, ik zou het best handiger kunnen organiseren, en dan misschien ook zo’n watergeefsysteem kunnen kopen. Maar nu staat het waar het staat. En ik wil voor de volkstuin geen dure systemen kopen, want dat blijft toch een semi-open complex. En we hebben er geen stromend water, en slootwater is nogal gevoelig voor verstoppen in kleine leidinkjes.  Maar voor thuis ga ik er voor volgend jaar hard over verzinnen. Zeg ik met een zucht, terwijl ik nog een gieter vul 🙂 .

Nog even voor ik alle foto’s laat zien: de planten in de potten zijn op 1 of 2 na nog niet op hun best/mooist hè, de zomer is pas net begonnen, de bloei moet bij heel veel planten nog beginnen. En dan pas begrijpt waarschijnlijk iedereen waarom ik ze heb staan. Maar zoals gezegd, ik heb het beloofd. En mocht je het niet helemaal willen volgen en halverwege afhaken, dat is begrijpelijk hoor, want het is nogal veel van hetzelfde Maar dat geldt natuurlijk niet voor mij, want ik heb het gezaaid, of overwinterd, ben al aan het speuren naar bloemknoppen, of weet van vorig jaar hoe prachtig ze volgende maand wordt.

Afijn, daar gaan we:

We beginnen op de volkstuin: een grote speciekuip met zelfgezaaide Pelargonium Maverick Appleblossom, is deze week voorzichtig gaan bloeien. En 1 hoge lelijke maar voor dit doel nuttige ton met 3 aardappelplanten (men zegt dat je zo veel opbrengst krijgt en de pot vol met aardappelen komt, een testje dus en dat is nuttig). = 2 potten.

Oh ja, die is leuk, Dolichos lablab in een compostvat. = 3 potten.

Oei, deze tikken wel aan. Even tellen: dit zijn er 18, gevuld met Agastache, Rudbeckia, Tomaat Cherry Cascade, Lavandula x multifida, en zo nog wat vrolijke eenjarigen, Fuchsia’s en Salvia’s. = 21 potten.

Oh ja, die is ook leuk! Solanum villosum = Golden Pearls. Na de witte bloempjes komen de trosjes heel kleine eetbare besjes die een beetje smaken naar een kruising tussen ananaskers en tomaat. = 22 potten.

Oh, deze is nuttig, een stek van een donkerbladige Alocasia. De moederplant is afgelopen winter dood gegaan, dus ik ben dubbel voorzichtig met deze plant. Lekker groeien in pot en overwinteren in de kas. Pot 23.

Oh, maar dit is de schuld van Ruud. Ruud ging een paar jaar geleden eens naar de gemeentewerf en vond daar deze enorme aluminumkleurige pot, met een inhoud van zeker 75 liter. Erg leuk! Maar wat zet je daar dan in? Nou, in dit geval de Maurandya erubescens Magic Dragon. Ziet er nu nog niet spectaculair uit, maar wacht maar tot de felroze bloemen verschijnen! = 24 potten.

Andere kant van het terrasje, nog 3 potten. Een zelfgezaaide Salvia microphylla, Petunia Amore Mio en in de speciekuip de Ipomoea Pom Pom. Eromheen staan trays en bakje met zaaisels van nieuwe krootjes, sla, andijvie, boerenkool, knolvenkel, snijbiet, spitskool, etc.. Maar die tellen natuurlijk niet mee. = 27 potten.

Gelukkig, we gaan nu naar huis…..

In de kleine schaduwrijke voortuin staan potten met Agastache After Eight (en die geurt inderdaad naar mintchocolaatjes!), Coleus Palissandra en peterselie (want geen mens kan zonder peterselie dichtbij huis, misschien had ze niet in pot gehoeven, geef ik toe). = 30 potten.

Ook in de voortuin (omdat er in de achtertuin geen plaats meer is), een geelbloeiende Brugmansia. En dat is nu nog niet duidelijk, maar als je de bloei volgende maand ziet (en ruikt!) begrijpt iedereen dat je een Brugmansia niet weg kunt doen. = 31 potten.

En dan nu alleen de achtertuin nog:

Nog een Brugmansia, in dit geval een zuiver witte. Hoef ik niet meer uit te leggen. = 32 potten.

Een Tropaeolum Caribbean Cocktail in een pot. Ja, dat was misschien ook niet echt nodig. Blijkbaar had ik de pot over. Denk ik. Wel vrolijk trouwens. En ze slingerde ook al mooi langs de stokken omhoog maar is na de storm van afgelopen week een beetje naar beneden gezakt. Komt weer goed. Pot 33.

Salvia officinalis Nazareth. En ik had nog 2 Agastasjes over. Ik vind een Salvia te groot worden in de kruidenbak, vandaar de pot. Nummer 34.

Zoals er altijd peterselie in de schaduw dichtbij de keuken moet staan, zo moet er in de zon dichtbij de keuken basilicum staan, in dit geval de paarsbladige Summer Surprise. Kan ik de blaadjes zo plukken wanneer we tomaatjes van eigen tuin hebben geoogst. En daarnaast de Petunia Night Sky, geef toe dat het geweldig staat (en dan is dit nog een slechte foto in de avondschemer). = 36 potten.

Nu nog niet mooi (en een lelijke foto, het begon al donker te worden), de Aloysia (citroenverbena) heeft maar ternauwernood de winter overleefd maar begint bij te komen. En de al bijna bloeiende Cassia is door een voorjaarsstorm zo verwoest dat we haar terug hebben geknipt. Maar ik beloof een nieuwe foto wanneer ze in juli bloeit. Want dit is mijn meest favoriete kuipplant aller tijden. = 38 potten.

Nog een Brugmansia, in dit geval een dubbele oranje. Pot 39. Maar het einde is in zicht.

De laatste Brugmansia, een dubbele roze. Ik beloof volgende maand foto’s, wanneer ze bloeien, want dan begrijpen jullie het. En daarvoor staat een pot met een vorig jaar gezaaide Feijoa sellowiana. Nog 1 jaar in pot, binnen overwinteren en dan mag ze volgend jaar uitgeplant worden, want dan zou deze eetbare ‘Braziliaanse guave’ winterhard moeten zijn. je snapt waarom ik er zo zuinig op ben. Pot 40 en 41.

Een prachtige Fuchsia. Jeugdliefde, ik heb er ooit wel 40 of 50 gehad, nu nog maar een stuk of 4. Pot 42.

Ja, ik had nog een zuurstokroze plastic pot (ik heb bijna alleen nog maar plastic, steen en terracotta is gewoon niet meer te sjouwen op mijn leeftijd en in deze hoeveelheden). In deze knalroze pot heb ik een roze Ipomoea Ruffled Pink geplant. Duurt nog wel een week of 3 voor ze gaat bloeien maar wordt mooi, weet ik zeker. Pot 43.

In een kleine speciekuip staat achterin onze kleine achtertuin dan nog een vijg. En er zitten al vruchtjes in. Ik moet haar nodig snoeien, maar dat durf ik niet in de zomermaanden, want ze kunnen zo bloeden. Pot 44.

En dan de allerlaatste, 45 potten in totaal dus.

Impatiens Peach Butterfly. Omdat Impatiens het zo geweldig in een pot in de volle schaduw doet, zonder een sprankje zonlicht.

En hé, wat zie ik daar? Erachter staat nog een kleine gifgroene pot. Die is nog leeg. Heeft Ruud die verstopt? Dat is zonde. Misschien nog wel leuk voor een paarsbloeiende eenjarige, of zo’n dwergtomatenstruikje, die heb ik nog in de kas in een potje staan. Gelukkig dat ik niet zo snel iets weggooi.

Maar ik geef het toe, het zijn er best veel. Volgend jaar gaan we minderen, bij deze beloof ik het Ruud.

 

Dorst

Juni, en dan al zo lang zo warm. En droog. Kurkdroog. Gortdroog. Zo droog dat de scheuren in de grond staan. Daar valt niet meer tegenaan te lopen/sjouwen met gieters.

Ik hoor zojuist op de radio dat het zo warm is dat er elke dag 8 millimeter vocht verdampt. Hoeveel water moeten we dan geven om te zorgen dat er geen vochttekort is. Er zal vast een handig rekensommetje voor zijn, maar ik heb de puf niet om erover te verzinnen. Te warm.

’s Avonds gaan we naar de tuin. Overdag is geen optie, tussen de kassen is het hier op de volkstuin nog een paar graden warmer dan de al 28 graden die we op de thermometer zien.

Dus vroeg eten, op de fiets, benzinepompje mee. En dan in de herrie maar sproeien en sproeien en sproeien…..

 

We zijn blij met onze pomp (mooi verjaardagscadeau!). Zoals gezegd is het voor ruim 350 vierkante meter volkstuin geen doen meer om elke dag (voldoende) water te geven met de hand. We zouden nog steeds niet klaar zijn als het nacht is 🙂 .

Dus deze droge en warme maand hebben we al drie keer de motoren gestart, en geven we de hele tuin water met de pomp, dan kunnen we de andere dagen gewoon met de hand de planten water geven die dat willen.

We klagen trouwens niet hoor! De tuin vaart er wel bij (mits de planten dus voldoende water krijgen).

Als we geen pompje zouden hebben, en niet alles in de tuin water zouden kunnen geven, welke planten zouden dan onze prioriteit hebben?

De top 8 van moestuinplanten die je nu echt regelmatig water moet geven, ongeveer in volgorde van belangrijkheid:

  1. Aardappelen. Aardappelplanten die niet genoeg water krijgen kunnen natuurlijk geen goede oogst aardappelen geven. Maar daarnaast is er de kans op een droogte-gat, een holte midden de aardappel, vaak met een wat bruine rand er omheen. Zie op de pagina over aardappelen meer hierover plus foto.
  2. Tomaten. Tomaten hebben in hun groeistadium veel vocht nodig (ze is tenslotte ook ‘veel plant’). Mocht de plant te weinig vocht uit de grond kunnen halen, dan lost ze dat op door het vocht dan maar uit de onrijpe tomaten te halen. En dat is dan neusrot. Op de pagina met teeltzorgen bij tomaten heb ik dat uitgelegd plus foto’s. Akelig, wil je echt niet.
  3. Dit zelfde verhaal over neusrot geldt ook voor paprika’s (en groter formaat pepers), ook zij zijn gevoelig voor neusrot in droge perioden.
  4. Potten. Misschien een open deur maar wel belangrijk. Er zijn planten in potten die bij 2 dagen volledig droog staan al dood zijn/gaan. Bijna alle potten met groenten, fruit, kruiden, eenjarigen, kuipplanten hebben in deze warmte/droogte elke dag of om de dag water nodig.
  5. Komkommers. Een oud gezegd is: ‘Een komkommer giet je groot, een meloen giet je dood’. Oftewel, sla de meloen gerust af en toe een paar dagen over maar de komkommer niet, komkommerplanten drinken niet, ze zuipen.
  6. Uien. Een ui bevat veel vocht, en juist in dit stadium (want het groene blad is groot genoeg, nu begint de bol eigenlijk pas te groeien) is voldoende water heel belangrijk. Ze wordt niet snel ziek of zwak door vochtgebrek maar blijft gewoon klein.
  7. Aardbeien, natuurlijk! Zonder vocht geen aardbeien, daar valt verder niet zo veel over te zeggen, dat is duidelijk genoeg.
  8. Fruitbomen en -struiken. Die hebben niet perse heel veel of vaak vocht nodig, volwassen bomen en struiken hebben al een diep wortelgestel en kunnen vaak zelf wel water vinden. Maar als de droogte zo lang aanhoudt als nu zijn de fruitbomen en -struiken vaak de planten die je overslaat, omdat ze toch wel voor zichzelf zorgen. Maar nu groeien de appeltjes, rijpen de bessen, etc.. Normaal gesproken zorgen ze voor zichzelf maar nu hebben ze ook echt wat hulp nodig

En dat wil niet zeggen dat je bonen, worteltjes, mais, kool, pompoenen, kool, bieten, knolselderij, kruiden, etc. over moet slaan hoor, maar als wij maar een uur op de tuin zijn, dan krijgen de 7 soorten op het lijstje het eerst water, en de fruitbomen op nummer 8 is vooral iets om stil bij te staan als er een langere periode van droogte is.

Genoeg tekst voor dit blog. Het is misschien leuk om te eindigen met wat foto’s.

Weet je nog dat ik eind april in een blog liet zien hoe we aardappels uitmeten en poten? Zo zag het vak er toen uit:

 

En nu zo:

Water geven hè 😉

En dus ook in de kas (want de tomaten en paprika’s, etc. groeien en we willen geen neusrot:

 

Misschien ook nog handig om te vermelden dat wanneer de eerste tomaten gaan rijpen we juist drastisch gaan minderen met water geven. Want rijpe tomaten barsten als ze teveel water krijgen. Dus gieten tijdens de groei, rustig aan tijdens de rijping.

Oh ja, het is mijn favorietenjaar (met o.a. alle favoriete tomatenrassen van de afgelopen 10 jaar). Ze moet nog rijpen maar nu al zo mooi:

 

Speckled Roman, als ze rijpt wordt ze helderrood met goudgele streepjes.

Mijn definitie van een favoriet: gezond, lekker, veel en mooi, in die volgorde ook. En deze voldoet ook aan die beschrijving:

 

Geen favorietenjaar zonder de Liguria, want niet alleen gezond maar ook heel veel, en heel erg lekker (en sappig en zo’n ouderwetse volle tomatensmaak), en mooi als ze nog wat is gegroeid en fel lichtrood van kleur is. En om dat te laten zien nog even een foto van vorig jaar:

 

Tot slot nog een bloemenfoto want de bloei van eenjarigen barst hier nu los. Voor wie het vorige blog heeft gemist; op mijn facebookpagina maak ik een fotoalbum met foto’s van bloemen, groenten, etc.: www.facebook.com/mooiemoestuinblog. Ik ga ook nog een aantal keren in de komende blogs mijn verzoek herhalen om je uit te schrijven voor de nieuwsbrieven als je me ook via de facebookpagina volgt (want niet iedereen leest mijn blog elke week of elke maand; voorlopig staan er 7 mailadressen minder in de lijst dan vorige week en dat is op ruim 3000 mensen een druppel op een gloeiende plaat (om een beetje bij het onderwerp te blijven 🙂 ).

 

Amaranthus Hopi Red Dye

Nou vooruit, nog één dan,  de tuin gisteravond in de late zon, na het water geven:

 

We genieten ervan!

 

Niet alles was vroeger beter

Ik ben geen 20 meer, en ik kan daardoor nog wel eens zeuren over de betere smaak van de ouderwetse ´heirloom´ tomaten, of die van die heel donkerrode krootjes die mijn vader vroeger oogstte.

Er is een tijd geweest dat ik dus vooral zocht naar oude rassen, met in mijn hoofd nog steeds het idee van die ouderwetse bonensmaak, of sterke spruitjessmaak.

De veredelaars van nu weten wat we willen: gezonde planten, die ouderwetse smaak maar dan wel met een verbeterde opbrengst. Ik proefde een paar weken geleden al ‘honingtomaatjes’, heerlijk!! Maar waarschijnlijk wel een F1-hybride waardoor ik er zelf geen zaden van kan oogsten en dus planten van kan kweken (ik heb er trouwens wel zaden uit geoogst en ga volgend jaar gewoon eigenwijs kijken wat het wordt).

Aan de andere kant; kan er ooit een nieuw en zaadvast tomatenras de Liguria overtreffen? Want die heeft als ouderwets ras toch ook alles; gezonde planten, grote opbrengst, heerlijke smaak, en geen enkel probleem voor mij dat er grotere en kleinere tomaten in grillige vormen in een tros zitten. Dus soms blijft ouderwets het best. Maar soms ook niet, als voorbeeld de kapucijner en de doperwt.

Ouderwets:

 

Verse kapucijners, Blauwschokkers. Lekker!! Je ziet dat het blad al iets geelgroen wordt, het einde van de planten is nabij. En de peulen zijn gevuld, dus hebben we op een handvol nog platte peulen na de kapucijners geoogst. Dit is nog een ouderwets ras, en Joost mag weten waarom, maar er verschijnen geen nieuwe rassen. We moeten het al 25 jaar doen met de hoge Blauwschokker, lage Desiree en de Rozijnerwt. Ik heb nog nooit een ras gezien met een nieuwe naam of met de naam ‘Verbeterde Blauwschokker’.

Weet de veredelaar niet dat wij ze vers heerlijk vinden? Maar dat de opbrengst wel wat te wensen overlaat? Voelt niemand zich geroepen om deze heerlijke groente ‘door te ontwikkelen’ naar een ras met dezelfde smaak, dezelfde mooie bloei en de paarse peulen maar dan met wat meer opbrengst?

Wat dat betreft zijn doperwtjes blijkbaar gewilder, want daarin zie je juist veel nieuwe rassen, er wordt geprobeerd om de smaak goed te houden maar de planten kleiner te maken en de opbrengst groter. Wij hebben dit jaar het ras Tristar staan, geen F1-hybride trouwens, maar wel het duurste zaadvaste ras in de webwinkel. Maar ze is al die centen (ik meen euro 2,60 voor 100 gram) waard.

Eerst de bloem:

 

Aan het einde van een tak verschijnt normaal gesproken een bloempje. Maar om de opbrengst te verhogen kunnen veredelaars bij doperwten bijvoorbeeld gaan proberen om de peulen en dus het aantal doperwtjes in de peul te vergroten/verhogen. Of ze kunnen proberen om het aantal peulen per plant te verhogen. En dat hebben zie hier gedaan (ik heb werkelijk geen flauw idee hoe dat wordt gedaan). Je ziet op de foto dat elke tak 3 bloempjes oplevert.

Betekent dat dan ook een opbrengst x 3? Dit zijn de planten een week geleden:

 

Opbrengst x 3 durf ik niet te zeggen, maar wel veel doperwten! En dan nog een foto om te laten zien dat elk takje met 3 bloemen ook echt 3 peulen met erwtjes worden. Elke peul bevat trouwens 7 tot 9 behoorlijk grote doperwten die niet de allerzoetste zijn die we ooit proefden maar wel zoet genoeg en erg lekker:

 

En als je dan nog even terugkijkt naar de foto van de kapucijners, met minder takjes, minder bloemen en minder peulen, kun je bedenken dat dit gisteren de oogst was:

 

Het lijkt zo niet zo veel, maar het was een plastic tas vol met kapucijners en meer dan anderhalve emmer vol met doperwten. Van de doperwten kunnen we komend weekend waarschijnlijk nog een halve emmer oogsten, van de kapucijners nog een flinke handvol.

We hadden na 2 uur doppen, schoon gewogen 900 gram kapucijners en 2150 gram doperwten. Op hetzelfde oppervlak, trouwens wel meer doperwtenplanten dan kapucijnerplanten omdat we die nu eenmaal iets dichter bij elkaar planten (de Tristar wordt ook niet meer dan zo’n 60 centimeter hoog, de Blauwschokkers wordt wel ruim 180 centimeter hoog).

Dit klinkt bijna als een antireclame tegen kapucijners maar dat is niet de bedoeling. Het maakt onze kapucijners nog kostbaarder en een feestmaal als we ze eten. Maar als er nog eens een ras komt van in opbrengst verbeterde Blauwschokkers, dan ga ik het zeker proberen.

En het is ook niet perse reclame voor het ras Tristar, want er bestaan meer nieuwe rassen. Je ziet bijvoorbeeld ook rassen waarbij er 1 of 2 peulen per tak worden gemaakt maar die dan 9 tot 11 doperwten per peul bevatten. En misschien is het juist ook leuk om eens 2 rassen naast elkaar te telen; een oud ras en een nieuw, doorontwikkeld ras; welke geeft de beste opbrengst maar ook welke is het lekkerst, welke planten het gezondst, etc..

Tot slot nog 2 opmerkingen, of eigenlijk 3:

Op de website van Pokon heb ik ook weer een blog geschreven, dit keer over wat we allemaal nog kunnen zaaien nu de de eerste vakken van bijvoorbeeld kapucijners, doperwten en tuinbonen leeg gaan komen: Opnieuw zaaien

En op mijn facebookpagina ga ik een fotoboek bijhouden, van eenjarige bloemen en groenten, tomaten, etc.: Facebook – Mooie Moestuin Blog.

En dat laatste brengt me tot slot gelijk tot een vraag: mocht je me nu via facebook volgen, en gaat dat naar wens, zou je dan willen overwegen om je je voor de nieuwsbrief af te melden? Dat gaat heel gemakkelijk via de link onderin die mail met de melding van een nieuw blog. Uiteindelijk is mij volgen via facebook waarschijnlijk handiger (want je hebt de link naar het laatste blog direct na het plaatsen in plaats van 1 of 2 dagen later, maar ik meld er bijvoorbeeld ook wel eens de link naar een leuk recept, of ik plaats er foto’s of een kort berichtje. De mailinglist op deze website zou daarmee wat korter kunnen worden. Ik had het van tevoren niet in kunnen schatten maar er zijn nu zo enorm veel mensen ingeschreven voor de nieuwsbrief dat het programma er meer dan 2 dagen over doet om iedereen de mail te sturen.

En dan tot slot nog een foto, natuurlijk:

Malva sylvestris Mauritiana. Ook maar proberen zaden van te oogsten 🙂

 

 

Gewoon wat foto’s

Dit wordt een vrij nutteloos blog. Na 3 blogs met informatie over het dieven van tomaten, paprika’s, pepers en aubergines beloofde ik wat foto’s van de tuin. Dus bij deze 🙂 . Voor alle duidelijkheid; de foto’s zijn gemaakt op 5 juni, de dag voor de storm.

 

Op de foto een verhoogde bak met oerprei en tomatillo’s, het is niet moeilijk raden van welke kant de wind waait 🙂 .

En zo gaat het hier in Nederland toch zo vaak; gek of erg, hollen of stilstaan, droog en warm en daarna 20 millimeter met windkracht 8 (al had ik windkracht 9 ook geloofd). Zucht. En dan maken we ons weer zorgen; zijn er ruiten gesneuveld in de kas, zijn de zonnebloemen omgewaaid, zijn de tuinbonen geknakt, is er  wateroverlast?

Maar het valt mee, woensdagmiddag even naar de tuin geweest en er liggen flink wat planten schuin voorover, zoals de tomatillo op de foto. Die gaan we straks met stokken en touw weer wat overeind helpen. Maar er lijkt op het eerste gezicht niets geknakt, gebroken of dood. De tuin heeft de eerste zomerstorm goed doorstaan.

Afijn, foto’s van de tuin:

 

De ‘grote’ tuin, zoveel groener dan vorig jaar. Vooraan zie je de bak waarin ik de vruchtwisseling langzaam los laat, met lenteui, stamboontjes, pastinaken en schorseneren. Erachter de kolen onder een net. Dat net kunnen we er trouwens wel vanaf halen maar dat gaat niet zomaar op een volkstuin. Elke dag zeggen we tegen elkaar dat we het net er vanaf gaan halen en aan het einde van de dag hebben we 87 andere dingen gedaan maar het net zit er nog op.

Maar vandaag gaan we naar de tuin en gaan we het net eraf halen, na het weer dieven en aanbinden van de tomaten, na het uitplanten van de 3e en hopelijk laatste zaai basilicum, na het uitplanten van de sla en andijvie. Na het verspenen van de spruitplanten. Na het zaaien van boerenkool en savooikool. Na het opbinden van de planten die door de storm voorover hangen. Na het water geven in de kas. Na het wieden van de 2 laatste vakken. Na het tikken van de pepers, paprika’s en aubergines. Ik ben benieuwd of het vandaag dus wel zover komt 🙂 .

Achter de koolplanten zie je de bonenstaken maar die planten zijn nog te klein om te zien. Er links ervan zie je de kapucijners en doperwten. We hebben er een tentje van netten en gaas omheen gebouwd, tegen de houtduiven (Ruud/Nico noemt ze ‘slagschepen’). Want we vinden het niet erg dat ze wat peulen cq. doperwten eten, maar ze fladderen en klapperen alle planten kapot als ze op het rek landen en gaan zitten smikkelen. Er waren 7 planten geknakt en dat was de druppel, dan maar afdekken!

Ik liet rond eind maart nog zien hoe we de aardappelen hebben gepoot. En zo ziet die verhoogde bak er nu uit:

Het zegt niet zoveel hoor, het is een bekende tuinuitspraak; “Zonder loof geen aardappel”. Maar ik heb ook wel eens gezien en ervaren dat planten prachtig groeiden; groot en groen en gezond. Maar er per plant niet veel meer dan 8 krieltjes tevoorschijn kwamen.  Ik reken altijd op 90 tot 100 dagen vanaf het poten van de aardappelen, dus rond half juli gaan we eens een aardappelplant rooien om te kijken of de aardappelen al groot genoeg zijn om allemaal te oogsten.

Dan een foto van het stukje tuin met de kleine verhoogde bakken, mijn ‘voor de lol-tuin’. Niet dat de rest van de tuin niet voor ons plezier is, maar in dit stukje kan ik lekker experimenteren met vrolijke eenjarigen, bijzondere kruiden en groenten, etc.:

En dus staan hier oerprei, Mexican Sour Gherkin, Golden Pearls, ABC-kruid. Voor het zoveelste jaar heb ik anijs gezaaid en warempel;  voor het eerst staan de zaailingen er 2 weken na het kiemen nog steeds gezond bij. Zou het dit jaar dan eindelijk eens lukken? Maar er staan ook nog wat ‘restjes’, een paar laatste pootuitjes die niet meer in de grote tuin pasten, 1 courgetteplant die niet meer op de broeimest paste. Er staat een artisjok, 2 rozen, potten, met eenjarigen, een vijg, de knofloken, salie. Lathyrus natuurlijk, tomatillo’s, goudsbloemen. Een ratjetoe van leuke dingen!

Zo, dat was dan een klein rondje tuin. Misschien moet ik eens overwegen een mini-filmpje van de tuin te maken, of een panoramafoto, ik moet nog steeds flink oefenen met mijn nieuwe fototoestel. Maar deze foto vind ik zelf wel aardig, omdat ze zo vrolijk en zomers is:

 

Je ziet de oranje Ursinia calenduliflora samen met de donkerrood-paarse Gypsophila elegans Kermesina.

En dat is dan gelijk het einde van dit blogje. Want we moeten nodig naar de tuin, het hele rijtje afwerken dat ik hiervoor noemde, en niet vergeten het net van de kolen te halen. En aardbeien oogsten, en snijbiet. En tuinbonen:

 

Morgen eten we de eerste verse tuinboontjes van dit jaar, en dat is altijd een feestmaal!