Alle berichten van Diana

Toen en nu

Ik ben met alles blij. Echt waar, elk gekiemd zaadje, een aardappel die boven de grond komt, een kapucijnerbloempje dat gaat bloeien, een krop sla die ik kan oogsten……. ik ben dankbaar voor alles.

En dat komt door vorig jaar. We hebben sinds 1991 een volkstuin, dus ondertussen ons 25-jarig jubileum gevierd 🙂 . En daar zaten goede jaren tussen, fantastische jaren, matige jaren, een jaar met wateroverlast, een jaar met hagel in juni. Er waren jaren zonder appels, jaren met wat appels, jaren met ruim genoeg appels en jaren met zoveel appels dat we er emmers van hebben weggegeven. En dat geldt dan voor bijna alle groenten en vruchten en kruiden.

Maar zo’n abominabel slecht jaar als dat van 2016 hebben we nooit eerder gehad. En dat zonder hagel, zonder wateroverlast of een plaag; gewoon in alles het meest akelige tuinjaar van de afgelopen 25 jaar. Het maakt een mens ‘nederig’, en het jaar erop blij alles wat wel wil groeien. Aardappelen die op 2 na allemaal opkomen (vorig jaar kwamen er juist slechts 2 van alle aardappelen op 🙂 ). Tuinbonen zonder echt grote aanvallen van bladrandkever en slakken. Worteltjes die gewoon kiemen, terwijl er vorig jaar na 5 keer zaaien nog geen worteltje geoogst kon worden.

Het is bijna eng. Gelukkig mislukt er wel iets, anders zouden we wantrouwig worden; de basilicum is opgevreten door de slakken, de Gieser Wildeman heeft een beurtjaar, een blauwe bes krijgt gelig blad en heeft het zichtbaar zwaar, de nog jonge andijvieplanten schieten door, de lathyrussen zijn voor meer dan de helft opgevreten door vogels. Allemaal ‘peanuts’ in vergelijking met vorig jaar.

En ik juich zeker nog niet te snel, er kan nog van alles mis gaan, van ziekten en plagen tot storm en slagregens. Maar nu genieten we, misschien wel nog meer dan in andere jaren, van alles dat nu wel kiemt en groeit en bloeit.

Afijn, beelden zeggen in dit geval meer dan woorden:

Foto van 10 juni 2016:

 

Foto van 25 mei 2017 (dus zelfs nog 2 weken eerder gemaakt dan vorig jaar):

 

Ja, wel een verschilletje. Er groeit nu iets 🙂

Nog een voorbeeld, een tuinboon in 2016:

 

Foto van half april 2016, tuinbonen bij het eerste zaaisel opgevreten. De planten van het tweede zaaisel mogen dan nog wel zo groot worden dat ze kunnen worden uitgeplant, maar de zaailingen gaan al bloeien als ze nog geen 10 centimeter groot zijn, van ellende, want ze worden ondertussen ook al half opgevreten. Latere foto’s heb ik niet, ik geloof dat we ze uiteindelijk nog wel 2 keer hebben kunnen eten, gemengd met wat kapucijners en doperwtjes, want daar hadden we er ook maar heel weinig van.

En dan mei 2017:

 

Ik zag gisteren het eerste luisje, en er zitten 8-10 trosjes bloemen in elk plant, ik denk dat we deze tuinbonen volgende week gaan toppen. En de vriezer ontdooien en schoonmaken, want dit (plus nog een vak tuinbonen een stuk verderop) zal normaal gesproken meer dan 2 maaltjes opbrengst geven.

Nog een voorbeeld, de kas op 25 mei 2016. En voor alle duidelijkheid, we hadden echt geen slechte opbrengst in de kas vorig jaar……. eigenlijk best goed (redelijk goed voor de tomaten, geweldig goed voor de paprika’s, matig voor de aubergines, prima voor de komkommers):

 

Precies dezelfde dag één jaar later, en ook dezelfde kas en zelfs dezelfde kant van de kas:

 

En tot slot nog één vergelijking : de tuintafel met potten in 2016 (foto van 20 april). Ik heb er het hele verdere jaar geen foto meer van gemaakt, en dat zegt genoeg. Er groeide en bloeide maar weinig (zowel in kwaliteit als kwantiteit) in de potten. Nu bedenk ik dat het beter/leuker was geweest om er juist wel foto’s van te maken om ook later in het seizoen het verschil met andere jaren te zien.

 

En dan 25 mei 2017:

 

I rest my case 🙂 .

En ik hoop van harte dat dit jaar zo voortgezet mag worden. En dan vind ik het echt niet erg dat er een courgetteplant is opgevreten door de slakken, en dat de komkommerzaailingen niet goed groeien, en dat de radijsjes al voos waren en we die maar hebben gerooid.

Maar ik hoop en denk dat dit zomaar eens een beter tuinjaar kan worden dan 2016, want dat is het nu al (al meer andijvie gegeten in de afgelopen anderhalve maand dan vorig jaar het hele jaar 🙂 ).

Zo, nu snel naar de tuin, buiten water geven, en tikken en water geven in de kassen. En daarna onder de parasol met een flinke fles water en wellicht een glas wijn uitzweten en proosten op in ieder geval een mooie voorjaarsweek en hopelijk een goede voortzetting van dit tuinjaar!!

 

Zon!

Een kort blogje om iedereen met een kas of platte bak of iets wat daar op lijkt te ‘waarschuwen’. Het wordt de komende dagen warm, en heel zonnig.

Ik liet in een eerder blog al zien wat 30 gaden buitentemperatuur met volle zon in de kas teweeg kan brengen. In de kas, en daar was het bijna 55 graden, hing een deel van onze tomatenplanten slap, toppen en blad verbrand – uiteindelijk viel de schade nog mee, heb ik wat blaadjes weggeknipt maar de toppen en bloemtrosjes zijn nog intact.

En nu worden bijna dezelfde temperaturen verwacht voor de komende dagen/week, en ook weer volop zon. En dus wilden wij niet meer wachten, wat vroeger in het seizoen dan normaal hebben we gisteren de kassen gekalkt.

Gisterochtend:

Gistermiddag:

 

We hebben de ruiten aan de kopse kant en zijkant gekalkt, daar waar de zon het meest schijnt. Achterkant en zijkant aan de noordoost-kant kalken we zelf dus niet, en de bovenkant kalken is hier geen optie (want ruim 2,5 meter hoog). En ook niet nodig. Want de zon mag wel schijnen in de kas, heel graag zelfs. Maar net niet in die mate als dat ze nu van plan is 🙂 .

Kas 1 is ook gekalkt, en op deze foto zie je kas 2, die aan de andere kant van het pad staat:

 

Je ziet hier dat we dus de achterkant niet kalken, en de ingang niet. Hier hebben we ook de 2 kanten gekalkt die de meeste zon krijgen.

Je hoeft natuurlijk niet te kalken. Maar het is wel belangrijk om in ieder geval goed naar de planten in je kas of bak te kijken de komende dagen. Pepers kunnen vaak heel goed tegen zoveel hitte en zon, tomaten wat minder, en komkommers en meloenen kunnen er vaak het minst goed tegen. Je kunt bedenken dat je, als je niet wilt kalken, tijdelijk een gordijn zou kunnen spannen, om (een deel van) je planten te beschermen.

En in ieder geval wil je goed luchten als het zo warm wordt (de temperatuur loopt in onze kas op dat soort dagen op tot ruim boven de 50 graden). Zoveel warmte zorgt in combinatie met de groeiende planten voor een hoge luchtvochtigheid. En een te hoge luchtvochtigheid kan zorgen voor het klonteren van stuifmeel, en dan kan er dus geen bestuiving plaatsvinden. En dat zou zonde zijn van bijvoorbeeld dit bloemtrosje van de tomaat Sweet Baby:

 

En als het al in mei meerdere dagen achter elkaar zo warm wordt is dat ook voor de groenten buiten natuurlijk bijzonder. De groenteplanten zijn vaak nog jong en hebben nog niet zo’n groot wortelgestel. En dus is het handig om wat vaker water te geven. En vergeet daarbij ook je eenjarigen en de potten niet!

Oftewel, hoe warmer het wordt, des te meer werk er voor een moestuinder is 🙂 .

 

Op de foto de nog vrij jonge planten van krulandijvie. In een verhoogde bak, dus ze stonden wat droger dan in de volle grond. De combinatie van wat drogere grond plus de warmte van vorige week heeft ze doen besluiten om te willen gaan bloeien. Vandaar de ‘torentjes’ op de andijvie. We hebben gisteren de helft meegenomen en lekker opgegeten, want dat gaat nog prima, alleen moet bij het snijden de doorgeschoten/verdikte stengel in het midden eruit worden gehaald. En vandaag zoeken we op de tuin een slachtoffer voor de laatste 4 jonge andijvieplanten. Want wij eten sla uit onze monster-saladebak 🙂 .

Tot slot nog een foto van het allereerste paprikaatje. Ze is nog heel erg mini hoor, je ziet aan de 2 bloempjes links en rechts (nog meer paprikaatjes in de maak!) dat het paprikaatje nog niet groter is dan een centimeter. Maar het begin is er!

En het eerste paprikaatje in ontwikkeling is….. de kaboutermutsenpaprika!

Iedereen veel plezier de komende warme dagen (of zelfs een hele week, als de weersvoorspellingen kloppen)!! Geniet ervan, en zorg goed voor alle zaaisels, zaailingen, jonge planten, kasplanten, potplanten, etc.. Ik verheug me nu al op het eerste Petunia-bloempje dat er duidelijk aankomt. En ik zie al een knopje in de Tagetes Vanilla Cream, en de doperwten bloeien. Volgend tuindagboek dus bloemenfoto’s (hoop ik 🙂 )!

p.s.: ik heb in de afgelopen week nog 2 pagina’s bijgewerkt en voorzien van nieuwe foto’s en extra tekst: Maïs en Sjalot

 

Monster

Eerst even dit: ik kreeg reacties van mensen die hopen dat ik niet met de nieuwsbriefmail stop, nu ik ook Facebook heb. En nee hoor, dat is zeker niet mijn bedoeling. Misschien wordt de mailinglijst in de toekomst zelfs wat korter omdat mensen die via Facebook de link volgen wellicht niet zitten te wachten om daarna ook nog een mailtje te krijgen en zich uiteindelijk uitschrijven voor de nieuwsbriefmailing. Via welke weg je ook komt, welkom!, ik ben er erg blij mee!!

Nog even de link naar mijn Facebook-pagina. Misschien is er een knop of zo om de link te vermelden, maar daar heb ik (nog steeds) geen verstand van dus kopieer en plak ik gewoon, gaat ook prima 🙂

En dan over de polycultuurbak. Voor wie er interesse in heeft en het zelf ook wil proberen, lees dan nog even de reacties op het vorige blog want daarin reageren wat mensen met verstand van, en ervaring in polycultuur.

Hier ziet mijn polycultuurbak en nu zo uit…… en dat bedoel ik dus met het woord Monster in de titel van dit stukje 🙂

 

En dan hebben we er al twee keer uit gegeten 🙂 . Er zijn 3 dingen mogelijk;

Het zou kunnen dat ik iets teveel zaden heb gezaaid. Ik moet het ook nog leren hè, ik dacht dat anderhalve eetlepel zaden wel een mooie hoeveelheid was, maar het is nu wel erg vol, volgend jaar hou ik het op 1 eetlepel (hoewel, het is wel lekker overdadig zo).

Het zou kunnen dat ik iets eerder had moeten beginnen met oogsten, ik dacht in mijn krenterigheid dat het beter was om te gaan oogsten als alle soorten een beetje redelijk van formaat waren. Eerder beginnen dus, en zoals ik nu weet de plantjes er niet uittrekken maar afknippen, zo dicht mogelijk bij de grond (om de kiemende en jonge zaailingen tussen de grotere planten door niet te beschadigen).

En tot slot zou het kunnen zijn dat de bemesting iets te voortvarend was. En dat kan eigenlijk niet, want ik kreeg en gebruikte de biologische moestuinvoeding van Pokon en die heeft als samenstelling NPK: 5-5-10 + 2 Mg. En ik heb me gehouden aan de hoeveelheid op de verpakking. Maar vorig jaar was nogal een slecht jaar (lees ‘rampjaar’). En met alle slakken, kou, regen, etc. groeide er gewoon amper iets. En dus hebben we toen de grond in juli nogmaals gevoed, in de hoop dat er nog iets zou groeien (tevergeefs). Die 2 voedingen (in februari en juli) die maar amper zijn gebruikt door planten zijn wellicht voor een deel niet uitgespoeld, en dus is er nu wat extra voeding (niet alleen voor deze bak, de hele tuin groeit nogal weelderig 🙂 , en daar zijn we, zeker na vorig jaar erg blij mee!

Oftewel, eigenlijk is het zoals ik ergens eens las; “Vraag niet hoe het kan maar geniet ervan.”  🙂

De bak van iets dichterbij:

 

Een monster dus 🙂 . En een welkom monster dus, laat daar geen misverstand over bestaan. We hebben er gisteren nog uit gegeten, het was een flinke bak vol sla, maar je kunt niet zien dat we er uit hebben geoogst. En dus moet ik morgen maar mensen op het tuinbouwcomplex benaderen, of ze alsjeblieft….alsjeblieft, ah, toe nou, wat uit de bak willen meenemen.

Oh ja, tot slot nog even, er zitten amper slakken in de bak (maar ik moet zeggen dat we dit jaar sowieso nog niet heel veel last hebben gehad van slakken (‘klop, klop, klop’, doe ik hier gelijk even op de houten tafel). En er zitten ook amper onkruiden in de bak, op wat heermoes en vogelmuur na.

Voor wie er interesse in heeft, Vera Greutink (van de website Tuinsmakelijk) heeft 2 informatieve filmpjes op YouTube geplaatst over polycultuur: Polycultuur en Polycultuur na 33 dagen

En dan nog even…… tjonge, wat was het warm hè? Voor ons maar ook voor de tuin. En die tuin kon wel wat warmte gebruiken (amper een week daarvoor was er notabene nog nachtvorst). Maar voor de tomaten in de kas was deze overgang wel erg groot. En op de dag dat het buiten 30 graden was, was het in de kas zelfs ruim 55 graden, en dan in de volle, brandende zon onder glas. Helaas maar funest voor sommige tomaten. We hebben 10-12 tomatenplanten die er na die warme dag zo uitzagen:

 

Nu lijkt het nog niet zo erg, en soms komt het nog een beetje ‘bij’, maar de hitte/verbranding/verdamping kan ook te ver zijn gegaan en dan gaat dit gedeelte afsterven. Ik heb er gisteren niets aan gedaan (je kunt er nu ook niets meer aan doen, ik had preventief de ruiten kunnen kalken, de ramen stonden al wagenwijd open).

We wachten even of en wat er eventueel zelf herstelt. Maar morgen gaan we de planten weer goed bekijken. En eventueel gaan we de verdorde bladeren wegknippen. En, als de top ook is afgestorven, die er ook uit knippen, en dan maar hopen dat ik een dief vind van waaruit ik een nieuwe stam kan maken. Want de plant is niet dood en gaat niet dood, het zijn alleen de top en de bovenste jonge blaadjes die door deze hoge temperatuur en sterke zon bezwijken.

Ik zal foto’s maken als ik morgen de planten bekijk en wel of niet ga knippen, toppen en op zoek ga naar een dief = nieuwe stam voor een die betreffende tomaat.

Gelukkig zijn er ook nog meer dan 75 tomaten die geen last hebben gehad en er prima uitzien en hoog nodig gediefd en opgebonden moeten worden. En de eerste paprika’s en pepers bloeien!

Zo even uit mijn hoofd is dit de paprika Earliest Red. Ze is al bijna uitgebloeid, de meeldraden beginnen al te verschrompelen en het groene bolletje in het midden is het vruchtbeginsel; er is een paprika geboren!

En dan nog even een foto die ik gisteren met mijn nieuwe fototoestel maakte, ik moet nog steeds veel oefenen, maar dit gaat er al een beetje op lijken 🙂 :

 

Een stukje bieslookbloem met hommel, lief hè!

En tot slot dan nog even de link naar de website van Pokon, waar ik deze week ook een blog schreef, en die gaat over: Eenjarigen

 

Polycultuur oftewel de saladebak

Belofte maakt schuld, ik kreeg gistermiddag van tuinbuurvrouw Zuhal een kleine spoedcursus Facebook, we hebben toen als oefening met een kleine foto een vooraankondiging gedaan van een nieuw stukje. Vandaar 2 keer in korte tijd een blog. Want ik wilde dit stukje eigenlijk volgend weekend schrijven, maar tegelijkertijd wilde ik ook niet wachten. Want dit is te leuk. En als je het idee ook leuk vindt zou je er nu nog mee kunnen beginnen. En dit blog gaat dan  over iets waar ik nog geen ervaring mee heb behalve deze paar weken, en dus ook niet weet waar het dit jaar gaat eindigen.

Polycultuur; ik houd niet zo van ingewikkelde namen voor iets dat zo makkelijk en logisch is dat ik mezelf voor mijn hoofd sla dat ik het zelf niet heb bedacht in de afgelopen kwart eeuw.

Ik heb mezelf er niet zo in verdiept hoor (onder het mom ‘je hoeft het niet te kennen om het te kunnen’). Natuurlijk weet ik dat poly ‘veel’ betekent en het tegengestelde is van mono. En de termen monocultuur en polycultuur komen oorspronkelijk uit de professionele landbouw, waarbij monocultuur staat voor de ellenlange velden vol met prei, of aardappelen, of spruiten, en polycultuur staat voor het telen van meerdere gewassen samen en/of afwisselend van elkaar. Zoiets in ieder geval.

Maar in mijn kleine tuin ga ik het geen polycultuur meer noemen, om het misschien makkelijker en duidelijker te maken ga ik het mijn saladebak noemen (of saladevak, of saladepot, wat er dan ook beschikbaar is).

Het begin: ik las iets over polycultuur, ik meen op een Engelse website (waar het polyculture heet), maar geen idee meer welke website of hoe ik daar terecht kwam. Het zag er zo leuk uit, zo vrolijk en vooral zo lekker, en dat is verleidelijk, vooral als het dan februari of maart is en de tuin nog kaal. En dus bedacht ik dat het een leuk experimentje zou zijn voor dit jaar, en dan zou ik er aan het einde van de zomer of herfst een stukje over kunnen schrijven.

Zoals gezegd, poly = veel:

 

Oude zaden, niet te oud, dat wordt later wel duidelijk. Maar ik heb bedacht welke groenten (en kruiden) we saladegroenten noemen, welke snel groeien, niet te groot worden. En dus heb ik een mengsel gemaakt van allerlei halve theelepeltjes of snufjes van onder andere sla in wat verschillende kleuren, radijs, mosterdblad, andijvie, rucola, tuinkers, wat worteltjes, landkers, maar ook wat leuke bloeiers zoals Calendula, Tropaeolum (ja, misschien te groot), eenjarige lavendel. En ik mikte er nog wat soorten doorheen als stengelui, wat krootjes en een paar baby-paksoi. Ik heb alles gemengd tot ik ongeveer anderhalve eetlepel zaden had.

Ik maakte in de laatste week van maart een verhoogde bak schoon, grond een beetje fijngemaakt, zaden er breedwerpig in gestrooid, beetje doorgeharkt, met een broes water gegeven, en gedacht; ‘we zien het wel’. Ik heb wel regelmatig water gegeven want april was een vrij droge maand en de zaden die bloot liggen op de grond kunnen dan wel tijdens het kiemen uitdrogen en dan gaan ze natuurlijk dood.

Dit was op 12 april, 2 weken na het zaaien:

 

Ruud zei dat het onkruid vast zou winnen, ik zei dat we wel zouden zien. Het was nog koud, dus niet alles kiemt al. Beetje onregelmatig gezaaid, dat dacht ik ook nog.

8 dagen later, op 20 april kon ik al een beetje zien wat wat was:

 

Oh ja, het geveerde blad is tuinkers, ik zie de ‘hartjes’ van de kiemblaadjes van koolachtigen, een blaadje sla…..

En toen werd het mei…. en wat warmer. En een regenbui doet zoveel meer dan een gieter water.

Dezelfde bak op 2 mei:

 

Al gegroeid, en meer gekiemd. sla, andijvie, tuinkers, geveerd mosterdblad, grof mosterdblad, rucola, er valt al meer in te herkennen. Zie ik nou spinazie, dat zat er volgens mij niet tussen. Het is ook wel fijn als je een klein beetje onkruiden kunt herkennen, want er groeide ook wat heermoes tussen en wat vogelmuur (maar dat kun je ook eten hè), en er slingerde een paar pispotten omhoog. Maar ik had eigenlijk net als Ruud wel veel onkruid verwacht. En dat viel en valt dus enorm mee, nog niet een tiende van wat ik had ingeschat.

En ik weet nu ook wel hoe dat komt. Want dit is de explosie van de afgelopen week (goed geregend, dagtemperaturen hoger, nachttemperaturen hoger):

Op 10 mei:

 

De bak staat zo vol met saladegroenten dat er gewoon amper onkruid tussen kan komen. Ik krijg visioenen van een zonnepittenbroodje met belegen kaas en mosterdblad en tuinkers, en van mooie voorgerechtjes met verschillende kleurtjes sla en rucola, of gewoon een bak met gemengde sla en een lekkere vinaigrette. Ik ben er blij mee!

Maar waar zijn nu de groenten en kruiden en bloemen die ik ook noemde? Want er is heel veel te plukken, maar het bestaat uit zeker nog niet de helft van de soorten die ik zaaide. En dat moet het leuke van deze bak worden; als je iets oogst knip je het niet af maar trek je het met worteltje en al uit de grond. En oogst dan vooral verspreid uit de bak. En alles wat is geoogst geeft een klein leeg plekje, met de bedoeling dat de zaden die nog niet kiemden (hetzij door plaatsgebrek, hetzij door een langere kiemduur, hetzij door de behoefte aan meer warmte) dan alsnog gaan kiemen. En zo zou de saladebak dus in de komende weken en hopelijk zelfs maanden moeten gaan veranderen.

En of dat ook gebeurt, en hoe het dan wordt, dat is voor mij dus ook nog niet bekend. Maar ik vind het nu al leuk en lekker!

 

De overvolle saladebak op 14 mei.

Ik ga in de komende maanden foto’s maken van hoe de bak zich ontwikkelt, en dat komt dan in een blog ergens in september of zo nog een keer aan de beurt. Of het wordt zo leuk dat ik er een eigen pagina van maak. Maar bij deze in ieder geval alvast een stukje van het verhaal, want het is pas half mei; je zou zeker nog (als je nog plaats in je tuin hebt) een eigen saladebak kunnen maken!

 

Tikken

Onze tuinbuurman Peter vraagt “wat ben jij nou aan het doen?”, terwijl ik met een korte stok in mijn hand uit de kas stap. “Ik heb net getikt”, zeg ik. Peter, die nog niet zo heel lang op ons tuincomplex een tuin huurt en sinds een aantal weken zelf trotse bezitter van een kas is, vraagt: “Waarom doe je dat?”. “Om te zorgen dat het stuifmeel op de stamper kan vallen, want elke tomatenbloem heeft beiden in zijn/haar bloem, en in de kas komen weinig insecten en waait het niet. En daarom tikken we elke dag dat we op de tuin zijn even kort tegen de stok waaraan de plant is vastgebonden, zodat de bloem is bevrucht”.

 

En dat ‘tikken’ is nu dus nodig (in een kas of onder ander glas, buiten doen wind en insecten het voor je), want de tomaten groeien, en een klein deel gaat ook al bloeien. Niet schrikken als je eigen tomaten nog niet bloeien hoor, want er is nog meer dan tijd genoeg. Ik ben gewoon vroeg, ik zaai vrij vroeg (maar niet meer zo extreem vroeg als vroeger, ik wacht nu echt tot het maart is). En ik teel vooral vroege rassen. En dit jaar zijn dat bijvoorbeeld Pineapple Fog, Kondine Red, Besser, Jaune Flammée en zo nog wat rassen. Zo’n 1/6e deel van de rassen bloeit hier nu (met een eerste bloempje), de rest dus nog niet.

Deze kleine struiktomaat Garden Pearl heeft zelfs al een heel trosje met bloempjes:

 

En er bloeit zelfs al een vleestomaat met een gedrochtenbloempje:

 

En dat wordt dan zo’n heel grote ‘kluwen’ van een tomaat die soms bijna uit allerlei kleinere tomaten lijkt te bestaan. Zoals deze tomaten van 2 jaar geleden:

 

Op de pagina over de teelt van tomaten heb ik er meer over uitgelegd: Tomaten. Sommige mensen verwijderen deze bloempjes, omdat de tomaten echt heel groot worden (meer dan 500 gram is geen uitzondering) maar dus ook voeding/energie wegnemen. Maar ik vind ze te mooi, en ze smaken ook nog eens gewoon prima, ze zijn alleen wat lastiger om te snijden.

De tomaten hadden hier gisteren hun tweede ronde verzorging nodig. Want als er getikt moet worden, moet er ook gediefd worden, dat gaat zo ongeveer gelijk op. En daarvan liet ik in een eerder tuindagboek al iets zien. Voor sommige lezers van dit blog is het misschien minder interessant, als je eenmaal weet hoe je moet dieven is het zo gewoon en makkelijk. Maar voor alle mensen die nog niet zo vaak tomaten hebben gediefd nog even 2 voorbeelden, want dieven is niet moeilijk, maar voorbeelden zijn altijd handig als je nog niet heel ervaren bent. Op de pagina met verzorgingstips bij tomaten geef ik trouwens ook nog een aantal voorbeelden: Teeltzorgen tomaat.

Ik heb gisteren tijdens mijn rondje in de kas ook nog van 2 planten foto’s gemaakt. Voor wie geen genoeg kan krijgen van voorbeelden van tomaten dieven 🙂

 

Een redelijk nette, rechte plant zonder problemen. Beetje slungelachtig maar dit is de tomaat Eros, een romatomaat, die kunnen soms wel vaker wat langere en slankere bladeren maken.

De rode blokjes markeren de dieven. En die zitten dus altijd in een ‘oksel’ boven een blad. Zo ziet de plant er 5 minuten later uit:

 

Ik heb de onderste 2 bladeren weggeknipt, want die hingen op de grond, en ik ga er altijd vanuit dat blad dat op de (vochtige) grond hangt wat gevoeliger is voor schimmels. Dus ik knip die bladeren weg zodra er genoeg ander blad is om te groeien. En ik heb de diefjes verwijderd. En ik heb de hoofdstam aangebonden langs en aan de stok.

Nog een voorbeeld, iets meer bijzonder. Welke van deze 2 stelen is hier de dief en welke is de hoofdstam?

 

Je zou kunnen denken dat de linker steel de hoofdstam is want die groeit rechtop. Maar dat is de dief. Je ziet dat het bloemtrosje bij het linkse gele blokje vast zit aan de rechter steel. Sterker nog, bij het rechter gele blokje zie je al een nieuwe = 2e bloemtrosje verschijnen. En je wilt altijd de bloemtrosjes, de rechter steel is de hoofdstam. Het diefje links heeft nog geen enkel bloemtrosje. Na het dieven ziet het er dan zo uit:

 

Het is een beetje lastig te zien omdat er een blad voor de ‘wond’ hangt (half ondersteboven foto’s maken in een kas waarin het al zo’n 30 graden is, is niet heel bevorderlijk voor de kwaliteit van de foto, ik ben al blij dat de foto scherp is 🙂 ). De rechter steel is dus de hoofdstam en die heb ik aangebonden aan de stok, de linker steel was de dief en heb ik (verscholen onder het blad) weggeknipt.

Als je eens een tomatenplant tegenkomt waarbij je twijfelt kan ik van harte aanraden om eerst op te binden en dan pas te dieven. Als je eerst opbindt volg je de hoofdstam en de bloemtrosjes. En als je die eenmaal aan de stok hebt aangebonden, dan kun je dieven makkelijker herkennen want die zitten dan weer in de oksels boven een blad en zijn niet aangebonden.

Makkie!!

p.s.: ik heb nog 2 oudere teeltpagina’s gelezen en flink wat tekst aangepast en toegevoegd, en ook foto’s geplaatst, het gaat om de pagina van de Tuinboon en de pagina van de Boon.

En dan nog iets; ik stuur natuurlijk de melding van mijn laatste blog via de mail/nieuwsbrief, maar ik plaats de link nu ook op mijn hypermoderne facebookpagina 🙂 ). Ik begrijp er nog niet veel van, en als ik nu moet kiezen tussen tuinieren en schrijven op deze website of leren omgaan met de facebookpagina, dan kies ik voor de eerste 2. Maar ik denk dat als ik de link daar plaats naar mijn laatste blog dat mensen dat eerder ontvangen dan de mail met de link. Denk ik. Gok ik. Hoop ik. En verder wil ik bij deze  iedereen die daar reageert, heeft geliked, of volgt of deelt of wat er dan verder ook allemaal mee kan, heel hartelijk danken (en dat doe ik dan maar lekker ouderwets hier 🙂 )!!