Alle berichten van Diana

Mest

Zoals beloofd een blogje blog over hoe wij mest gebruiken in onze tuin. Dat levert dan een blog op met informatie die allesbehalve wetenschappelijk bewezen is, ik wil alleen aangeven hoe wij mest gebruiken in onze tuin en hoe wij denken dat mest onze tuin verrijkt.

Er bestaan natuurlijk meerdere mestsoorten, kippenmest, koeienmest, paardenmest. Wij gebruiken paardenmest, simpelweg omdat wij dat elke winter van een dichtbij gelegen manege krijgen. De foto’s in dit blog zijn dan ook nog wat oudere foto’s, omdat we pas paardenmest krijgen wanneer de paarden op stal staan. Ze lopen nu nog lekker in de wei, zo rond half tot eind oktober, afhankelijk van het weer, gaan de paarden op stal, en dan komt dus ook de eerste mest.

En dat is een mooi moment want dan is de tuin een beetje opgeruimd en hebben we tijd en plaats om paardenmest te kruien en kwijt te kunnen.

Allereerst; mest is geen voeding. Er zit wel voeding (als in NPK – stikstof, fosfor en kali) in mest maar dat zijn zeer kleine hoeveelheden, zeker niet voldoende om intensief op te moestuinieren. Bovendien krijgen wij paardenmest en die bevat veel stro. Daar zijn wij blij mee maar de mest zal met het stro moeten composteren en voor composteren is stikstof nodig. Dus de voeding die in de mest zit zal voor een deel ook nog worden gebruikt voor de compostering.

Kijk vooral even in deze tabel naar voedingswaarden van verschillende soorten mest en meststoffen: Meststoffentabel in PDF.

Als paardenmest gemiddeld maar 0,5% stikstof, 0,3% fosfor en 0,5% kalium bevat, waarom zou je dan je rug breken op al die karren en kruiwagens paardenmest? Omdat je er indirect de grond mee ophoogt, de structuur verbetert en bodemleven toevoegt. Dat zijn voor ons de 3 belangrijkste redenen voor het gebruik van paardenmest.

Paardenmest met stro moet dus composteren, en er wordt gezegd dat je rijpe = oude mest moet gebruiken. Maar al sinds 1991 gebruiken wij verse paardenmest in de tuin. Op 2 voorwaarden, wij spitten of werken de mest onder en dat doen we in november of december. De mest die na december komt gaat niet meer in de tuin maar op de composthoop. Want van de mest die we in november en december onderwerken weten we dat die nog maanden (tot ongeveer half/eind maart) de tijd heeft om te composteren. Van de mest die we in het nieuwe jaar krijgen weten we niet zeker of er nog genoeg tijd is om te composteren voor het voorjaar/nieuwe tuinseizoen begint.

Er zijn 2 vakken die we uitsluiten van verse mest:

  • uien, sjalotten, knoflook en wortelen
  • bonen

Bonen houden niet van verse mest. Uiachtigen en worteltjes zijn gevoelig voor uienvlieg, koprot, wortelvlieg, etc., en we willen met onze verse mest die ziekten en plagen niet lokken/aanwakkeren.

Maar alle andere vakken krijgen hier dus verse mest, in het oude jaar, zodat de urine van de paarden nog kan uitspoelen en de mest met het stro kan composteren.

Zoals gezegd, er zit maar heel weinig voeding in mest, vers of rijp, we gebruiken het vooral om de structuur van onze vette kleigrond te verbeteren en bodemleven toe te voegen. Helaas maak ik pas sinds 2009 regelmatig foto’s van onze tuin, van de eerste 18 jaar volkstuin heb ik dus geen beelden. Maar op deze foto’s kun je wel een klein beetje het verschil zien:

De volkstuin, gespit in 2009. En bij het spitten werken we dan verse mest onder (mits het voor eind december is):

 

Niet heel goed te zien maar betere foto’s heb ik niet. Je ziet in ieder geval dat de kleigrond glimmend en in ‘bonken’ bovenop liggen. Hieronder zie je dezelfde grond na het spitten in 2013. Je ziet dat de ‘bonken’ vette klei minder groot zijn en minder glimmen, ze vallen bij het spitten vaak al deels uit elkaar.

 

Je kunt dan ook een beetje bedenken dat als dit het verschil is tussen 2009 en 2013, hoe erg onze vette kleigrond dan was in 1991. We konden er toen lekker mee kleien 🙂 . En als we toen spitten, kon dat alleen maar met een scherpe spa, en dan kwamen de plakken vette klei als dakpannen schuin op elkaar te liggen. Elk jaar grote hoeveelheden verse en oude stalmest hebben de grond gemaakt zoals die nu is.

Bedenk dat onder deze bovenlaag de klei nog steeds klei is, bij wateroverlast zien we nog steeds dat de grond dichtslaat (zelfs bijna rioolachtig kan ruiken), en dat water heel lang kan blijven staan. Eigenlijk is de grond hier tussen half oktober en eind maart altijd nat.

Afijn. Verse mest, zo komt ze aan:

 

Zoals gezegd, we krijgen het van een dichtbij gelegen manege. Eens per 2 tot 4 weken wordt zo’n kar als deze neergezet en een paar dagen later weer opgehaald. Vaak begint de mest op de kar al te composteren, waarbij we wel eens temperaturen hebben gemeten van 70 graden.

 

Het wit op de foto is composterende mest/stro, je ziet er wat rook vanaf komen en het wit lijkt een beetje op ‘as’.

En zo gaat het dan naar de tuin:

 

Als je je grond wilt verbeteren heb je niet genoeg aan 2 kruiwagens mest.

 

Elk najaar werken we wel zo’n 30 tot 50 volle kruiwagens verse paardenmest op onze tuin onder de grond. Tot verwerking gooien we ze op grote hopen zodat ze alvast kunnen beginnen met composteren.

En de mest die vanaf januari nog wordt bezorgd gaat de composthoop in:

 

Dat lijkt heel veel, en dat is het ook, maar binnen 3 weken na deze lading is de mest al tot de helft ingezakt. En dan kan er weer een schepje bovenop 🙂 .

Uiteindelijk kun je ergens na ongeveer een half jaar tot een jaar (afhankelijk van het weer, de samenstelling, regen/vocht) zie dat de mest verandert in een soort compost:

 

Het verschil tussen verse mest en oude/gecomposteerde mest kun je het best op deze foto zien:

 

Rechts verse mest die we ergens in de tuin onder willen gaan werken. En links oude/gecomposteerde mest die we ook ergens willen onder gaan werken. En dat doen we dan vaak bijvoorbeeld in de kas. Want verse mest in de kas vinden we geen goed idee. Zoals gezegd wordt verse mest in de tuin ondergewerkt en gaat daar onder invloed van tijd, samenstelling en vocht composteren, maar in de kas regent het niet. Om die reden gebruiken we in de kas liever rijpe/oude/gecomposteerde mest en gebruiken we verse mest buiten (ik kan het niet vaak genoeg benadrukken; mits het nog in het oude jaar is en er dus genoeg tijd is om in de grond te composteren voor de lente en het tuinseizoen weer begint)

Tot slot dan nog iets over onze grond; elk jaar mest onderwerken heeft onze vette kleigrond verbeterd, maar ze kan hetzelfde doen op zandgrond. Uiteindelijk levert het humus op, verbetert het elke bodem door structuur en samenstelling. En ze levert niet veel voedingsstoffen maar bijvoorbeeld wel onmisbare sporenelementen, en heel veel bodemorganismen die ook weer helpen om je grond levend en gezond te maken en te houden.

Conclusie: vroeger hadden wij een pikhouweel (dat is overdreven), maar in ieder geval wel een drietand en/of cultivator en/of rolschoffel) nodig om onze grond te bewerken. Vaak moesten we in het voorjaar in een droge week ook de grond eerst water geven voor we de keiharde kleibonken fijn konden maken. Nu kunnen we met een hark in het voorjaar onze grond zonder problemen fijnharken:

 

En ook dit is nog een foto van 2013. Ondertussen hebben we al voor een deel verhoogde bakken. Want tijden veranderen, mensen ook, inzichten idem dito, en tenslotte ook nog het weer.

En die verhoogde hebben we gevuld met alles wat voorhanden was. Ik heb van Pokon een aantal zakken Mix voor je moestuinbak gekregen, en daar zijn we erg tevreden over. En we hebben een deel gevuld met zelf gemaakte compost en met verse en/of oude stalmest. Die laatste bakken hebben maar één nadeel; ze zakken nog wel flink in (na het composteren). Dus gaan we die bakken komende winter aanvullen, met rijpe mest/compost.

 

We hebben nu alleen nog maar verse mest nodig voor in de compostbak, om te rijpen voor kas en verhoogde bak. En voor in de verhoogde bakken die we nog gaan maken. Na ruim 25 jaar elk jaar tientallen kruiwagens verse en oude mest en compost kruien en sjouwen kunnen we het een beetje rustiger aan doen 🙂 .

Tot slot wil ik ook nog even de link geven naar mijn blog op de website van Pokon, en die gaat over chinensepepers, met een rijtje rasnamen van deze groep pepers die wel dat bijzondere aroma hebben maar veel minder heet zijn. En een nieuw en erg lekker recept (vind ik dan) van appelsambal: Chinensepepers

In het volgende blog iets over de voortgang van het opruimen in de tuin (we schieten lekker op joh, met dit fijne tuinwerkweer). En daarna op verzoek eens iets over het winterklaar maken van de tuin.

 

Gelukkig is het (bijna) herfst

Nog even een klein blogje met wat foto’s na deze week van geweldige storm en slagregens. Want gisteren eindelijk weer eens naar de tuin, in de regen natuurlijk 🙂

Je kunt er op twee manieren naar kijken, positief of negatief……..

 

In een slechte bui (en ik heb het woord ‘bui’ niet voor niets gekozen, wel zo toepasselijk), zou ik kunnen denken dat hele stukken van de tuin en van de paden onder water staan, na 50 millimeter regen op woensdag, 70 millimeter op donderdag, 20 millimeter op zaterdag, en zo nog wat millimetertjes verdeeld over de afgelopen week.

In een goede bui zou ik denken dat ik blij ben dat ik mijn laarzen weer heb gevonden en dat ze nog steeds goed waterdicht zijn.

 

In een slechte bui zou ik kunnen denken waar we in vredesnaam moeten beginnen met schoonmaken, opruimen en wieden. Wieden in vette klei is onmogelijk, omdat je er kruiwagens vol met aan elkaar geplakte grond door weggooit, en dat is zonde.

In een goede bui draai ik me om en wacht tot het droger wordt. Want dan kunnen we dus pas gaan beginnen met opruimen, wieden en schoonmaken, en dat is vroeg genoeg om me er druk over te maken.

 

In een slechte bui vind ik dat de zonnebloemen helaas door de storm zijn omgewaaid.

In een goede bui denk ik; ‘Grappig, horizontale zonnebloemen’. Ze zitten nog steeds met de wortels vast in de zompige grond, en bloeien ook gewoon door, dat is wel heel aardig van ze.

 

In een slechte bui denk ik dat in één week alle stokbonen volledig zijn verwoest (al was het einde al wel een beetje in zicht hoor).

In een goede bui denk ik: ‘Goed voor de zadenlijst!’ Ik heb de bonen overigens wel gelijk geplukt en thuis op een warme en droge ondergrond uitgespreid, bang dat de bonen in de verrotte en verdorde peulen gaan schimmelen. Of erger nog, door de constante vochtigheid gaan kiemen.

 

In een slechte bui denk ik: ‘Het grondwater staat zo hoog dat de kassen ook nog onder water hebben gestaan’. Het is het einde van alle tomatenplanten en komkommers, die hebben we gelijk uit de grond getrokken en weggegooid. De paprika’s en pepers hebben het overleefd maar hebben het wel heel zwaar.

In een goede bui kan ik bedenken dat we dit jaar de kassen al vroeg winterklaar kunnen maken. En ook positief; deze foto maakte ik aan het eind van de natte zaterdag; de zon schijnt!

 

De conclusie van dit verhaal? Dat het wel echt afgrijselijk slecht weer is geweest deze week. Maar dat ik blij ben dat het herfst is. Nu kan ik er de humor van inzien (niet elke dag hoor), en met 2 vriezers vol met groenten en fruit kan ik me niet druk maken om het verlies van de laatste tomaten, of wat rotte uien, omgewaaide rucola en gevallen peren.

Maar o wee als dit zou gebeuren in mei of juni, wanneer we volop tuinieren, en al onze zorgvuldig gezaaide jonge plantjes nog voor de bloei of oogst al verdrinken of verwaaien. Dan had ik nu echt een heel erg slechte bui.

Om positief te eindigen; lang leve onze verhoogde bakken! Want die zijn nat, staan zelfs in het water, maar staan niet onder water. Het nadeel van verhoogde bakken is dat je bij droogte vaak en veel water moet geven. Maar water weghalen bij overvloedige regen kan niet. Dus geven we liever water bij droogte in de verhoogde bak dan dat we in de lage grond bij overvloedige regen watergeultjes richting de sloot moeten graven.

We oogsten nu uit de verhoogde bakken nog volop krootjes, venkel, worteltjes, rammenas, krulandijvie. De doorgeschoten sla halen we deze week weg (goede compost), en de regenton is in ieder geval lekker gevuld. Ja we blijven positief 🙂 .

 

Komende week schijnt het best lekker weer te worden, met een zonnetje, een wolkje, weinig of geen regen, weinig of geen wind. Ik verheug me er nu al op. Maar dan moeten we dus wel echt en hard aan het werk.

 

Verzopen

We hebben nog zoveel te doen in de tuin…… maar we zijn een hele week niet geweest. Dat had ook geen nut, want tuinieren is lastig met lieslaarzen aan, een zuidwester op en een stormlantaarn in de hand, terwijl het (alweer) stortregent en er windkracht 9 staat. Wat een kletsnatte, koude, donkere en verwaaide dagen (kort samengevat)!

Niet dat ik klaag hoor, op andere plaatsen in de wereld was er noodweer van een heel andere categorie. Maar ik mis de tuin, de zomer is zo abrupt geëindigd.

 

Op de foto zie je de Musa basjoo (winterharde banaan – overigens zonder eetbare bananen), helemaal verwaaid en verregend. Vroeger vond ik dit foeilelijk en ging gelijk met snoeischaar aan de gang. Maar een mens verandert, ik kan er nu wel een soort van schoonheid van inzien (nou ja, niet overdrijven, dat omgewaaide blad vooraan is ondertussen in ieder geval al wel afgeknipt).

Dinsdag was het zowaar een paar uurtjes droog. En zijn we dus snel even naar de tuin gegaan, met de auto, om vooral wat zwaardere groenten te oogsten en die mee naar huis te nemen. Of misschien is sjouwen een beter woord.

 

Naast 2 emmers paprika’s (voor een nieuwe poging massa de pimentão) en 3 volle emmers appels hadden we ook nog 10 pompoenen. 3 ervan hebben we direct weggegeven aan tuinburen, 2 zijn zo groot dat we ze als sierpompoen in de tuin hebben gelegd. En deze 5 gaan de keuken in. Het ziet er op de foto niet uit als een grote oogst maar elke pompoen weegt ruim 6 tot 8 kilo, het zijn flinke exemplaren. En lekkere rassen, de witte vooraan is de Valenciano. De andere 4 pompoenen zijn van het ras Galeux d’Eysines, een ras dat we een paar jaar geleden hebben ontdekt en waar we sindsdien elk jaar erg tevreden over zijn (over vorm, grootte, smaak, opbrengst en bewaarbaarheid).

Bij de Galeux d’Eysines is het heel makkelijk te herkennen wanneer een pompoen rijp is. Andere rassen geven vaak vruchten die bij rijping verkleuren (bijvoorbeeld van groen naar oranje). En anders kun je altijd naar naar de verkurkte steel kijken. Bij de Galeux d’Eysines verschijnen bij het rijpen de bijna doppinda-achtige bobbels op de schil. De hele zomer waren de pompoenen zachtroze en glad, maar sinds een week of 2 tot 3 verschijnen steeds meer van die bobbels (bij nader onderzoek lijken het bijna plekjes van ‘gepofte’ pompoen te zijn, ontstaan na kleine scheurtjes in de schil. Grappig! Ik vond nog 2 foto’s van 2 jaar geleden die dat mooi illustreren. Deze Galeux d’Eysines lag hier in juli 2015 in de volkstuin:

 

Dezelfde pompoen (te herkennen aan de vorm, grootte en de steel die zo steil naar beneden ligt) zag er ruim een maand later zo uit:

 

En voor dit jaar; deze konden niet wachten om geoogst te worden, ook al zijn de bobbels = rijpheid misschien nog niet helemaal optimaal:

 

Want deze 2 pompoenen hingen nogal klem, tussen een houten bouwsel van de buurman en ons hek in. Voor ze schade aan het bouwsel zouden veroorzaken, of door de beklemming niet meer te oogsten zouden zijn (tot ze na een nachtvorst als snot tussen je vingers zouden glijden 🙂 ), hebben we ze ook maar gelijk geoogst.

En dus eten we vandaag een stoofpotje van rundvlees met pompoen, en de rest van de pompoen gaat dan in blokjes in de vriezer – voor later een keer pompoensoep of -puree. De andere 4 gaan de schuur in, want ze zijn wekenlang tot wel enige maanden te bewaren.

De appels gaan komend weekend verwerkt worden. En dan nog dit:

 

Pepers. Wat ga ik doen met al die pepers (al zijn het er al lang niet meer zoveel als een paar jaar geleden). Invriezen is een optie. Of sambal maken. En sambal is volgens Wikipedia:

…….. de Indonesische Maleisische naam voor een condiment dat, traditioneel gezien, bestaat uit gemalen Spaanse pepers.

Pepers uit Spanje in een Indonesische pittige pasta? De pepers komen trouwens niet oorspronkelijk uit Spanje maar uit Zuid-Amerika. Maar het toont in ieder geval al aan dat pepers al heel lang de hele wereld over zwerven en er dus overal pittige peperpasta/sambal-soorten worden gemaakt. En dus wil ik dit jaar eens een niet-Indonesische peperpasta/-saus maken. En dan denk ik aan bijvoorbeeld sriracha of harissa, piri piri-saus of tabasco, etc., in elk werelddeel wordt wel een hete pasta of saus van pepers gemaakt, met andere kruiden, en met of zonder azijn of citroensap, suiker of zout, etc.. Het enige belangrijke is dat voor de houdbaarheid de potjes worden gesteriliseerd en de peperpasta tot 100 graden wordt verhit en kokendheet de potjes ingaan en die potjes vacuüm treken. Kind kan de was doen. Vandaag eens zoeken naar een leuk recept!

Mocht je zelf veel hebben kunnen oogsten, van wat dan ook, en zoek je een leuk inmaak recept, kijk dan nog even op mijn pagina met inmaakrecepten, je vindt er recepten van onder andere appelchutney, gelei van groene tomaten, appelmoes (en dan vind ik zelf die met citroen en vanille wel erg lekker), zoetzuur van bietjes, piccalilly, likeur van kweepeer, stoofpeertjes in rode wijnsiroop, en natuurlijk wat sambalrecepten. En het recept voor de Massa de pimentão (die bij mijn 2e poging wel is gelukt en erg lekker is!) ga ik er vandaag bij zetten.

Inmaakrecepten

 

 

Tot slot nog even; in mijn volgende blog schrijf ik iets over verse en rijpe mest. En dat is dan een beetje op verzoek van Agnès die daar een vraag over stelde in mijn vorige blog. En misschien is dat wel gelijk een leuk idee, om af en toe op verzoek iets te schrijven over een onderwerp waarover mensen een vraag hebben. Mits ik ook antwoord heb op die vraag, ik ben ook maar hobbyist 🙂 . Maar mocht iemand eens een vraag hebben of iets meer willen weten over een onderwerp, laat het dan in reactie hieronder vooral weten, misschien kan ik er iets mee in een toekomstig blog!

 

Oogsten en plannen

 

We zijn nog lang niet klaar met opruimen en schoonmaken. Sterker nog, elke dag dat we op de tuin zijn stranden we al in het eerste kwartier, simpelweg omdat we moeten oogsten. En we hadden afgesproken; oogsten heeft meer prioriteit dan schoonmaken. En dus gaan we met appels en paprika’s, sla en venkel, lenteui en pronkbonen naar huis.

Op de foto zie je ongeveer een weekoogst van onze paprika- en peperplanten. En het vliegt niet vanzelf in pot of fles of vriezer. Dus ’s avonds oogsten we de zaden, maken sambal, vriezen paprika’s op kleur in (dan kan ik komende winter een keer de gele paprikasoep maken die we zo mooi en lekker vonden). Iedereen nog dank voor de tips wat te doen met een flinke appeloogst!! Van de appels heb ik nu eerst een appeltaart gebakken, we hebben 3 emmers weggegeven aan tuinburen, en van de rest (nog zo’n 3 emmers) ga ik appelgelei en appelmoes met citroen en vanille maken, en misschien ook nog de appeljam met rozemarijn uit een reactie op mijn vorige blog (dank voor het recept!).

Er was al wat oogst thuis, deze uien hingen hier al 2 maanden onder het afdak waar normaal gesproken onze houtvoorraad ligt:

 

Ondertussen waren de uien goed droog, het blad volledig verdord en verdroogd. En dus kunnen de uien naar hun bewaarplaats in de schuur, alle dorre delen, grond en wortels verwijderd;

 

En zo is dat ook gegaan met de knoflookbollen en rode uien en sjalotten. Wintervoorraad genoeg dus.

En dit is dan vreemd genoeg ook gelijk de tijd om na te denken over de tuin, wat we volgend jaar meer willen zaaien, of juist minder. Dit jaar hadden we wel echt teveel uien, en misschien iets te weinig worteltjes. We hebben maar weinig spitskool kunnen eten, en we hadden teveel koolrabi. Je zou zeggen dat we na ruim 25 jaar volkstuin wel een heel zekere planning zouden hebben met overal precies genoeg van?

Maar dat is niet zo, want wij veranderen door de jaren heen, nieuwe recepten, nieuwe (lekkerdere) rassen. Ik heb bijvoorbeeld door een (met heel dikke aanhalingstekens) “jeugdtrauma” 25 jaar lang  geen koolraap gegeten, nu ga ik ze toch weer eens proberen (maar dan niet 2 uur lang gekookt met grote hoeveelheden nootmuskaat maar geroosterd in een ovenschotel met ham). En er zijn jaren dat we zoveel krootjes eten dat ik er het jaar erop gewoon minder trek in heb. Etc..

Maar eigenlijk is de grote boosdoener de tuin zelf en de omstandigheden. Want ik had zeker genoeg spitskool gezaaid, maar ze deden het gewoon niet goed. En de koolrabi’s (die nota bene direct naast de spitskolen stonden) deden het zo enorm goed dat we die zo ongeveer elke 2 weken aten. Volgend jaar dus minder koolrabi’s en meer spitskool (en dan hebben we waarschijnlijk weer teveel 🙂 ). Nu al nadenken over volgend jaar, het hoort een beetje bij de septembermaand, want nu zien we wat er beter kan, dus willen we dat alvast onthouden voor volgend jaar.

Voor ons hoort daar ook bij dat we hebben besloten nog een stukje tuin weg te doen. Au!! Het deed wel even zeer toen we beseften dat met een onverwachte gebeurtenis of tegenslag of wat dan ook, de tuin bijna werken wordt in plaats van hobby. En we zijn geen 20 meer, Ruud al een tijd met pensioen en ik ook niet meer met de snelheid en kracht van 25 jaar geleden. En dus doen we een stukje tuin van maar liefst 66 hele vierkante meters weg.

En dan houden we nog zo’n 275 tot 300 vierkante meter over. We hebben er de afgelopen weken hard over verzonnen (ik dan, Ruud stemde gelijk voor 🙂 ). En nu het is besloten en beslist is het ook prima en maak ik al plannen voor de tuin die we overhouden. Want ik wil daar ook wel een klein zitje, voor als ik iets wil zaaien, of mijn laarzen aan wil trekken of we gewoon even willen uitpuffen na gedane arbeid, of een slokje water drinken op een warme dag. En ik heb Ruud direct gechanteerd; vooruit, 66 vierkante meter tuin eraf, maar daar staat wel onze appelboom op. En dus eis ik een nieuwe appelboom. En nog een blauwe bes. En als ik dan toch bezig ben, doe dan ook nog een 2e appelboompje (voor als appelboom 1 een beurtjaar heeft). En over 1 ding valt niet te discussiëren; de kassen. Die blijven alle drie, punt uit. Ja, laat onderhandelen maar aan mij over. Ruud was het daar trouwens ook helemaal mee eens, dus dat onderhandelen viel erg mee 🙂 .

 

We oogsten nog steeds volop uit de kas; de laatste tomaten en komkommers, maar nu vooral paprika’s en pepers.

Op de foto zie je paprika Blue Jay. Ruim 10 jaar geleden eens zaden van gekocht, ik heb alleen geen flauw idee meer waar, want ik kan de originele zaden niet meer op internet vinden. Ik oogst dus elk jaar dat we haar telen zelf zaden. En een paar jaar geleden heeft ze een klein ongelukje gehad; er werd een bastaard geboren. En nu geven sommige Blue Jay’s paprika’s die (zoals het hoort) blokvormig zijn en rijpen naar rood met een vleug roze.

Maar er zitten ook planten tussen met paprika’s die iets langwerpiger zijn en naar geeloranje rijpen:

 

Maar alle paprika’s beginnen met die mooie helderpaarse kleur, alleen aan de vorm kun je een beetje inschatten of ze uiteindelijk rood of geel gaat worden. Toverballen dus 🙂

Tot slot nog even wat meldingen:

Ik heb op de website van Pokon ook een blog geschreven, over het zelf oogsten van zaden en daarbij in het bijzonder zaden van Dahlia’s: Zaden oogsten (van Dahlia’s)

En we hebben het niet alleen heel erg druk in de tuin en in de keuken, maar ik ben ook elke dag al een paar uurtjes bezig met de zadenlijst. Voor de mensen die daar interesse in hebben; ik heb er op deze pagina nog iets over geschreven: Zadenlijst – Nieuws.

En tot slot dan nog een foto van de Agapanthus Loch Hope die ik meer dan 10 jaar geleden bij De Hessenhof kocht. Nu is ze heel groot (bijna manshoog) en met meer dan 20 extra grote bloemen.

 

Let vooral niet op het onkruid eromheen. Ze staat in het stukje tuin dat we af gaan stoten, en dus gaan we haar na de bloei heel voorzichtig uitgraven en dan krijgt ze een mooie plek in de volle zon in de achtertuin.  Of toch bij ons nieuw aan te leggen zitje op het stuk tuin dat we overhouden? Dilemma’s…….. gelukkig hebben we nog wel een paar weken om erover te verzinnen.

 

De tuin wacht op niemand

Ook al waren wij bijna 3 weken niet beschikbaar, de tuin heeft er maling aan. Nu we eindelijk weer eens op de tuin zijn geweest blijkt dat de tijd daar niet stil heeft gestaan maar alles gewoon doorgroeit. Met onkruid als koploper.

Allereerst wil ik iedereen nog heel hartelijk danken voor de lieve woorden en condoleances na het overlijden van mijn vader. Hartverwarmend!

En nu is het dan plotseling september. Al vroeger donker en later licht, bladeren die al niet meer zo mooi groen meer zijn, planten die afsterven, slome hommels die moe zijn na een druk leven, oppassen voor spinnenwebben in je gezicht als je ’s ochtends even de tuin inloopt……. de zomer loopt duidelijk ten einde.

Het is een ravage in de tuin, overal onkruid, doorgeschoten venkelknollen en slaplanten, kroten van zo ongeveer een kubieke meter groot (ik overdrijf iets), half afgestorven plantenresten, verzopen zaailingen in volgelopen onderbakken, een deel van de appels al gevallen, de maïs gisteren geoogst maar helaas al te ver:

 

De maïskorrels zijn al donkergeel en aan het indrogen. Niet eetbaar meer (voor ons dan, de muizen en vogels zullen er zeker hun neus niet voor ophalen nu ze op de composthoop liggen).

En zo beginnen we maar, en waar gaan we beginnen? Nou, bij het begin dan maar. En het begin is niet de ingang van de tuin, of daar waar je staat. Maar voor ons is dit de volgorde; oogsten wat er nog te oogsten valt, redden wat er te redden valt, en wegwerken wat ziek is. En als dat allemaal klaar is gaan we opruimen en wieden; vierkante meter voor vierkante meter. Er zijn 2 voordelen; je weet waar je blijft en je ziet het opknappen 🙂 .

En dus oogsten we nu eerst wat er nog te oogsten valt. De laatste tomaten van de Kondine Red:

 

Je kunt op de foto de dakgoot zien, dit zijn dus de bovenste trossen op een hoogte van zo’n 2 meter.

Verder gaan er nog kroten mee naar huis, en venkel, komkommers, courgettes, aubergines en paprika’s en pepers. Zoals ik al eerder schreef begint de oogst van paprika’s en pepers nu. En dan ook in iets te grote hoeveelheden voor onze dagelijkse behoefte.

 

Op de foto de peper Habanero Paper Lantern, oei, heet!! En veel. Teveel om nu op te eten, en geen tijd om er sambal of chilisaus of wat dan ook van te maken, en dus maken we de pepers nu schoon en vriezen we ze in, dan kunnen we er later altijd nog wat van maken (of gewoon 1 pepertje uit de diepvrieszak pakken om in een stoofschotel mee te laten sudderen).

Ook paprika’s oogsten we nu volop:

 

Op deze foto zie je de paprika Blue Jay. En dat brengt me gelijk bij het slot van dit blog; de massa de pimentão (een Portugese ‘paprikapasta’) waar ik in mijn vorige blog al iets over schreef. En pak nog maar geen pen en papier om het recept te noteren. Want de pasta heeft een heerlijke, volle paprikasmaak. Maar het is zout, veel te zout. Zo zout dat ik mijn best moet doen om de paprika nog te proeven. Dat geeft niet, ik kan nog een heleboel paprika’s oogsten in de komende weken. En ik kan na deze ervaring bedenken wat er verbeterd moet worden (niet veel, alleen heel veel minder zout 🙂 ).

 

Het recept dat ik gebruikte was anderhalve kilo zeezout voor 6 grote paprika’s. Ik had al bedacht dat dat achterlijk veel zout was, ook al wrijf je het overgrote gedeelte er weer af. Ik had dus al 1 kilo zout gebruikt in plaats van anderhalve kilo, en ook zorgvuldig alle zoutkorrels van de stukjes paprika na de 5 dagen ‘trekken’ afgewreven.

Op de foto hierboven zie je hoe de paprikarepen met het zout in een vergiet gaan, met een dubbele theedoek eronder, en in een onderbak. Na de foto heb ik de lagen theedoek dicht over de paprikarepen gevouwen en er 3 borden op gelegd (om te verzwaren). En dat 5 dagen in de koelkast gezet. Elke ochtend gooide ik het vocht dat in de onderbak was gelopen weg, vouwde ik de theedoek open, roerde de paprikarepen om, theedoek er weer op, weer verzwaren met borden en de koelkast weer in. Op de foto hieronder zie je hoe de paprikarepen er na 5 dagen uitzien:

 

De theedoeken kletsnat en bij elkaar zeker 3 of 4 deciliter vocht uit de onderbak weggegooid in die 5 dagen. Je ziet ook hoe zacht de paprikastukjes zijn geworden, en dat het volume flink is geslonken.

Na die 5 dagen heb ik de zoutkorrels heel goed van de paprikarepen gewreven en de paprikarepen daarna ook nog afgeveegd met stukken keukenpapier. Vervolgens gepureerd in de keukenmachine. En dit is dan het resultaat:

 

Een mooie, dikke, knal oranjerode pasta (ik had van 6 paprika’s uiteindelijk anderhalf potje vol met deze paprikapasta). Deze foto is leuk als herinnering, want dit potje massa de pimentão ligt ondertussen in de kliko. Want het was breinzout met een vleugje paprikasmaak. Ik vind zout zeker niet erg maar als het zo zout is als mijn zelfgemaakt bouillonpasta, dus 11% zout, is het minder zout dan een gekocht bouillonblokje en is het zout genoeg voor de houdbaarheid, en tegelijkertijd veel lekkerder.

Oftewel, over 1 of 2 weken zet ik hopelijk een goed recept van deze ongetwijfeld overheerlijke paprikapasta op deze website. Vandaag paprika’s plukken en een nieuwe poging wagen!