Ananaskers

 

De Latijnse naam voor de ananaskers is Physalis peruviana (al bestaat er ook een vroegere, kleinere vorm onder de naam Physalis pubescens maar daarover later meer). Ze is familie van de Physalis alkekengi (die lage vaste planten met oranje lampionnetjes die vroeger zo bekend waren maar je tegenwoordig niet vaak meer zo vaak in tuinen vindt – waarschijnlijk mede omdat ze nogal kunnen woekeren). En ze is ook familie van de Physalis ixocarpa, de Tomatillo.

De lampionnetjes zijn dan ook de gemene deler bij deze planten. Je ziet ananaskers wel eens in de wat meer gespecialiseerde groentewinkels liggen, zeker rond de feestdagen, en in restaurants wordt ze ook regelmatig als eetbare garnering gebruikt (met het gedroogde lampionnetje naar boven omgevouwen, soms gedoopt in chocolade).

Ananaskers is dus een bes, geeloranje van kleur, zo’n 2 centimeter groot en de smaak is licht zoet met een fris zuurtje erin. Je kunt er nog wel jam, etc. van maken maar ik geef eerlijk toe dat er hier nog nooit een ananaskersje thuis is gekomen, hier peuzelen we de besjes gewoon bij de planten op, lekker als ze nog een beetje warm zijn van de zon. De opbrengst per plant is ook niet zo groot dat je er liters jam van kunt maken, al kan 1 plant zeker wel tientallen tot meer dan 100 besjes geven hoor.

 

PLANT

Van nature komen deze planten voor in Zuid-Amerika, je kunt dan al bedenken dat ze van veel warmte houdt. In Nederland kan de oogst daarom nog wel eens wisselend zijn, veel hangt af van een mooie zomer, maar zeker ook van haar standplaats. In de slechtste tuinzomer ooit van 2011 heb ik de planten voor de oogst verwijderd omdat ze toen helemaal platgeregend en omgewaaid waren. Maar in een andere slechte zomer van 2012 had ik 3 planten Physalis pubescens in een pot gezet – wel regen maar de planten lagen dus niet in de kletsnatte modder en gaven toen ondanks de koele, natte zomer toch een prima opbrengst. In 2016 (toch zeker ook geen geweldige zomer) had ik een geweldig goede opbrengst in een verhoogde bak.

Zorg dus voor een warm en zonnig en beschut plekje. Je behandelt de planten als éénjarigen. En mocht je de mogelijkheid hebben om haar in een verhoogde bak of in een pot te kweken, dan zou dat dus de voorkeur hebben: de grond in pot en verhoogde bak warmt sneller op in de zon, en kan niet kletsnat worden. Je kunt voor beiden zorgen dat er een ideale grondmix in pot of bak zit (luchtig, humusrijk). Ze houdt in ieder geval duidelijk niet van onze vette, koude, plakkerige klei.

 

TEELTWIJZEN EN RASSEN

Ananaskers is eigenlijk een vaste plant, maar niet winterhard. Je kunt haar gelukkig in Nederland als eenjarige telen. Er zijn van de Physalis peruviana wel wat verschillende rassen, die eigenlijk allemaal wel erg op elkaar lijken hoor. Verschillende rassen geven wat grotere of kleinere planten, en wat grotere of kleinere bessen, wat meer of minder opbrengst, maar er bestaan dus geen rassen in andere kleuren of smaken. Ik heb zelf de Sud-Tirol eens geteeld, de Pineapple en de Aunt Molly.

Wel duidelijk anders is de eerder genoemde Physalis pubescens – enige jaren geleden eens gekocht bij De Nieuwe Tuin omdat daar werd gezegd dat ze vroeger is dan de grote ananaskers, en dat klopt ook. Zelfs in een matige zomer geeft de pubescens nog een vroege en goede oogst. En dat voor zo’n klein plantje. Want waar de Physalis peruviana wel een hoogte en breedte van wel zo’n 80-90 centimeter kan halen, wordt de pubescens niet veel groter dan een centimeter of 40 tot 50. Vooral erg leuk voor de teelt in potten en bakken want de planten hangen dan wat over de rand (en het voordeel is dat de besjes schoner blijven omdat ze niet op natte grond liggen, de planten het dus wat beter doen omdat ze lekker warm in pot of bak staan zonder overvloedige regen, etc.).

En de Physalis pubescens geeft voor zo’n klein plantje zeker ook een prima oogst, de besjes zijn wel duidelijk een maatje kleiner (ongeveer 1 centimeter groot, ten opzichte van gemiddeld 2 centimeter groot voor een ras van een Physalis peruviana). Maar even lekker van smaak. En in aantal geeft ze gewoon een prima opbrengst.

Ik heb enige jaren geleden een keer een Physalis peruviana in de kas geteeld, in de hoop op extra veel oogst. Leer van mijn fouten en doe het niet 🙂 !! Wat ik kreeg waren enorme planten van meer dan 150 cm hoog met lange slappe stelen en amper vruchtjes. Of de luchtvochtigheid te hoog is in de kas, of dat er gewoon te weinig bestuivers komen (wellicht een combinatie van die twee), het was in ieder geval niet voor herhaling vatbaar. Vooral buiten telen dus!

 

OPKWEEK

Zaai ananaskers (zowel de Physalis peruviana als de Physalis pubescens) niet te vroeg. Net als de Tomatillo kiemen ze snel en groeien ze nog sneller, en je kunt ze toch niet voor mei buiten uitplanten, simpelweg omdat ze geen vorst kunnen verdragen.

Zaai de zaden dus ergens tussen half maart en half april, bij kamertemperatuur kiemen de zaden binnen 7 tot 10 dagen. De zaailingen mogen na 12 mei (IJsheiligen) buiten uitgeplant worden. Houd je wel zo ongeveer aan deze regels; ik heb ook wel eens van mensen gehoord dat ze haar pas in mei zaaiden en geen oogst hadden omdat die te laat viel; zaai niet te vroeg maar dus ook zeker niet te laat!

 

STANDPLAATS / BEMESTING

Geef de planten een warm, zonnig en beschut plekje. Spit in de winter wat compost onder voor een goede luchtige grond (die wel vocht vasthoudt maar niet kletsnat blijft). Je kunt de grond van te voren wat opwarmen door er een week of 2 voor het planten zwart plastic over te spannen (zo komen de in de huiskamer gegroeide wortels niet ineens in nog wel behoorlijk koude volle grond terecht).

Zoals eerder gezegd; beter is het nog om ananaskers in een verhoogde bak of in pot te telen.

Geef ananaskers zeker niet teveel voeding, veel stikstof zorgt voor veel blad en stengels en groei maar dat gaat ten koste van de opbrengst aan vruchtjes, een handje algemene moestuinvoeding is prima. Voor de volle grond en verhoogde bak geef je een dosis zoals op de verpakking staat aangegeven een week of 2 voor het planten en nogmaals rond juli. In pot gebruik je potgrond, en daarin zit voor 8 weken voldoende voeding, na die eerste 2 maanden zul je moeten gaan bijvoeden, ook dat doe je uiteraard volgens de aanwijzingen op de verpakking.

 

 

TEELTZORGEN

Je hoeft de planten niet te dieven, etc. Laat haar vooral groeien zoals ze zelf wil. Het kan handig zijn er een stok bij te zetten om haar te kunnen aanbinden wanneer nodig: de stengels zijn niet heel sterk, bij flinke regenbuien of een zomerstorm kunnen de planten gemakkelijk omwaaien. Dit geldt natuurlijk vooral voor de Physalis peruviana, maar ook de Physalis pubescens kan omwaaien of afbreken. Een Physalis pubescens in pot kun je wel wat gemakkelijker verzetten (tegen het huis aan of onder een afdak, etc.)als het gaat stortregenen of stormen.

Voor beiden geldt dat een laag stro of een andere mulchlaag onder de planten, in volle grond, pot of bak, altijd handig is. Net als bij bijvoorbeeld aardbeien zorgt zo’n mulchlaag ervoor dat er geen/minder onkruid dichtbij de kwetsbare planten groeit, en het zorgt ervoor dat de gevallen rijpe vruchtjes een beetje droog en schoon liggen.

 

OOGST / BEWAREN

De oogst van ananaskers begint ergens rond eind juli tot eind augustus (afhankelijk van standplaats, de teelt in verhoogde bak of pot of volle grond, een goede of slechte zomer en natuurlijk soort en ras). De oogst van de kleinere besjes van de Physalis pubescens begint altijd het vroegst; soms al rond begin tot half juli. De oogst gaat door tot het weer in de herfst slechter wordt, de besjes niet goed meer rijpen, en de planten het begeven, meestal zo rond eind september.

Je kunt de besjes oogsten en eten wanneer ze rijp zijn. Je kunt dat gemakkelijk herkennen aan de lampionnetjes; die zijn in het vroege stadium groen en gesloten maar wanneer de bessen rijpen, worden ze dor en droog en goudbruin van kleur. Als de lampionnetjes knisperen en breken/scheuren wanneer je er in knijpt kun je het besje zien. Bijna altijd is het besje dan geeloranje van kleur en een beetje zacht bij het duwen op het velletje, en dus rijp genoeg om te oogsten. Heel soms niet, laat het besje dan gewoon nog hangen, ook zonder hoesje zal ze nog narijpen. Bij de Physalis pubescens vallen de besjes vanzelf op de grond wanneer ze rijp zijn (of ze laten dus los wanneer je ze aanraakt).

Physalis pubescens op de grond 1

 

Zelfs wanneer de besjes al een week op de grond liggen kun je ze nog eten (het papierachtige hoesje beschermt de besjes maar het helpt dus ook om een mulchlaag van stro of wat dan ook aan te brengen). De bessen van ananaskers zijn dan ook best goed bewaarbaar; je kunt ze zeker een week bewaren in een doosje, niet in de koelkast.

 

ZAADTEELT

Dat is niet heel moeilijk. Oogst 1 of 2 goed rijpe besjes en halveer ze. Druk er met je duimen het sap en de heel kleine lichtbruine zaadjes uit en vang dat op in een bakje. Doe er wat water bij en laat een kwartiertje staan. Na een kwartier schep je eventuele velletjes eraf en de drijvende zaden. De gezonken zaden spoel je schoon in een fijne zeef en doe ze daarna op een schoteltje; daar kunnen ze op een warme, luchtige plaats uit de zon in een paar dagen drogen.

Rassen kunnen natuurlijk heel gemakkelijk kruisen maar ik heb ondertussen ervaren dat ook een kruising tussen Physalis pubescens en Physalis peruviana heel makkelijk en over wat grotere afstanden mogelijk is; in 2017 teelde ik de Physalis Aunt Molly vanuit zelf geoogste zaden; het leverde wat kleinere planten op met besjes in de maat tussen pubescens en peruviana in, en een enorme opbrengst. Kruisen hoeft dus zeker niet slecht te zijn; als je zo per toeval wat minder grote planten krijgt, met de hoge opbrengst die ook nog vroeger valt, dan heb je alle beste eigenschappen van de 2 soorten verenigd 🙂 . De smaak van de besjes was trouwens nog net zo lekker.