Appel

Appelbloesem in knop

De Latijnse naam voor de Appel is Malus domestica. Ze is familie van de peer, en aan de bloem kun je zien dat ze behoort tot de rozenfamilie. Een appel (het is een open deur wellicht ūüôā groeit aan een boom. Die boom kan klein of groot zijn en je kunt, afhankelijk van de onderstam en het ras kleine bomen en ook siervormen maken, maar ook behoorlijk grote bomen kweken.

Er zijn enorm veel rassen. Als je overweegt een appelboompje te kopen bedenk dan dat de rassen die je in de winkel koopt niet perse ook geschikt zijn voor een kleine liefhebberstuin. Zeker bij appels is het heel belangrijk van tevoren goed te bedenken wat je wilt en je te laten informeren door een goede fruitbomenkweker.

Een Appelboom is prima winterhard, maar bloeit (afhankelijk van het ras) vrij vroeg (maart-april). In die tijd is er nog best veel kans op nachtvorst, en nachtvorst is zeker niet erg voor de boom maar wel voor de bloesem! Zie daarover ook hieronder bij het kopje “Bescherming”. De oogst vindt plaats tussen begin augustus en oktober (afhankelijk van het ras).

Plant en rassen

De appel bloeit dus vrij vroeg, met mooie bijna witte tot zachtroze bloemen, donkerrozerood als ze nog in knop is. De bloemen zijn eenhuizig (elke bloem heeft zowel mannelijke als vrouwelijke voortplantingsorganen in zich) en worden bestoven door insecten. Een appel heeft kruisbestuiving nodig. Je zult dus bij voorkeur altijd meer dan 1 boom in de tuin moeten hebben (of bij de buren, en dat mag trouwens ook een sierappel zijn want die levert prima stuifmeel).

Er zijn ook wel (een beperkt aantal) zelfbestuivende appelrassen maar ook dan geldt dat meerdere bomen en dus kruisbestuiving een veel grotere opbrengst geeft met kwalitatief betere vruchten.

Ook hierbij kun je dus al concluderen dat inzicht en goed advies van een kweker belangrijk zijn, zeker omdat hij ook weet welke rassen dan weer graag door welke andere rassen bestoven worden (welke gelijktijdig bloeien, goed stuifmeel geven, etc.). Bedenk van tevoren wat je zoekt in een ras; er zijn grote en kleine rassen, groene, gele en rode appels, friszuur of zuur of juist zoet. Fris, knapperig of juist iets melig (moesappels), vroeg, laat of bewaarappels. En dus kleine bomen en grote bomen. Het is maar wat je zoekt.

Appel Gloster

Zelf hebben we 4 appelbomen: een Discovery, een Summerred, een Gloster (foto) en een Rode Mantet. Als ik toen (en dat is al weer een aantal jaren geleden) wist wat ik nu wist had ik waarschijnlijk andere rassen gekozen. Niet omdat onze rassen niet lekker zijn, zeker niet hoor.

De Summerred en de Discovery zijn allebei vroege appels, friszuur en knapperig, prima opbrengst, maar niet zo lang te bewaren. De Gloster en Rode Mantet zijn ook allebei nog rassen voor de zomer, al valt de oogst wel iets later. Ook lekkere appels. Maar als ik nu zou mogen kiezen, dan zou ik 1 soort vervangen hebben voor 1 echte bewaarappel, en misschien ook nog wel voor een moesappel (hoewel ik daar nu de Rode Mantet voor gebruik en daar maak ik toch ook echt lekkere appelmoes van). Oftewel; plaats (zowel in de tuin als in de vriezer) heb ik niet voor nog een appelboom en de bomen die ik nu heb wil ik zeker ook niet kwijt. En dus houden we het gewoon zo ūüôā

Dus nogmaals; voor je een boom koopt, verdiep je in de materie en laat je adviseren door een goede kweker!

Wat voorbeelden van rassen:

Zomerrassen:

Geven vroege oogst maar dat zijn geen bewaarappels. Je moet ze vooral zo snel mogelijk eten of verwerken (ook geen punt; appelmoes, appeljam, appelchutney, gedroogde appeltjes, appeltaart, etc.). Voorbeelden van rassen zijn: Alkmene, Beauty of Bath, Discovery, James Grieve, Laxton’s Superb, Tydeman’s Early, etc.

Herfstrassen;

Oogst je wat later maar zijn ook wat langer bewaarbaar (zo ongeveer tot het begin van het volgende jaar). Ze bevat rassen als Cox Orange Pippin, Elstar, Jacques Lebel, Lunterse Pippeling, Notarisappel, Reinetta Evagil, etc.

Winterrassen:

Oogst je vaak nog wat later (niet altijd) maar kun je ook heel goed bewaren, soms wel tot in het voorjaar. Voorbeelden zijn Brabant Bellefleur, Celica, Golden Delicious, Jasappel, President Roulin, Schone van Boskoop, Winston, etc.

Ook in deze rassen vind je weer zure appels, stoofappeltjes, frisse handappels, en noem maar op. Ik las dat er wereldwijd wel ongeveer 5.000 rassen bestaan. Ongetwijfeld komen er elk jaar ook wel weer wat rassen bij (en soms verdwijnt er misschien ook een ras bij een kweker, als er gebleken is dat een nieuw ras toch beter is ten aanzien van ziekteresistentie, beurtjaren, opbrengst, etc.

Standplaats en voeding

Appelbloesem

Een appelboom staat graag in de zon, al kunnen ze ook wel wat halfschaduw hebben, en ze staat graag wat beschut tegen al te veel wind. Appelbomen houden van een goed gedraineerde grond. Op onze vette klei hebben we bij het planten eerst flink wat rijpe compost door de grond gewerkt en dat vinden de bomen hier blijkbaar prettig. Op zandgrond kun je hetzelfde doen want ook daar verbetert goede compost de grond, het humusgehalte en daarmee de mogelijkheid voeding en vocht af te geven. Een appelboom houdt van een neutrale grond – niet te zuur maar ook zeker geen te hoge Ph.

Als je een appelboom gaat planten, zorg dan voor een luchtige grond, graaf een flink gat en zorg dat je de wortel van de boom daarin goed uitspreidt. Zorg bij het dichten van het gat dat de ent van de appelboom zo’n 10-15 centimeter boven de grond blijft. En zet bij het planten gelijk een paal; die zet je op zo’n 20 cm afstand van de stam en je maakt het vast met een rubberband (zodanig dat er ruimte is om te groeien maar de boom wel stevigheid van de paal ondervindt.

De beste tijd om een appelboom te planten is tussen november en maart (wanneer de boom in winterrust is). Boompjes in pot kun je in pricipe het hele jaar door planten, bomen met een kale wortel (dus zo uit de volle grond) plant je het beste in de late herfst-vroege winter (november-december). De grond is dan nog wat warm van de nazomer, en de bomen hebben de hele winter de tijd zich in rust te herstellen van het planten en te wennen aan de nieuwe omstandigheden. Plant uiteraard niet tijdens vost of in een heel natte periode.

De plantafstand (als je meerder bomen wilt planten) heeft alles te maken met de vorm en de onderstam waarop de appel geent is. Ik heb hieronder een aparte alinea gewijd aan onderstammen en boomvormen. Je hoeft trouwens geen verstand te hebben van onderstammen, als de kweker er maar verstand van heeft en jij de kweker duidelijk kunt maken wat je wilt (hoeveel bomen wil je, voor welk gebruik, hoe groot is je tuin, etc.).

Een appelboom heeft uiteraard wel voeding nodig, maar pas op met teveel stikstof (dat geeft veel vegetatieve groei en dat gaat altijd ten koste van de kwaliteit en opbrengst van appels en de bomen zijn met een overbemesting ook vatbaarder voor ziekten. Zelf houden we de grond onder de boom kaal. Sommige mensen willen er nog wel eens planten of gras onder laten groeien maar dat is zeker bij de kleinere appelbomen een minder goed idee; kleinere appelbomen hebben kleinere wortels en begroeiing onder bomen neemt altijd voeding en vocht weg.

Zelf hebben we dus onder de bomen geen begroeiing maar wel mulchen we elke winter de grond ronder de boom, met rijpe compost en stro. Dit zorgt ervoor dat er minder onkruid groeit en dat de grond onder de mulchlaag niet snel uitdroogt. Bovendien worden er ook nog wat voedingsstoffen aan de bodem afgestaan al is dat niet voldoende. Zelf geven we gewoon eind februari een flinke hand koemestkorrels en zo werkt het hier prima. Dat komt wellicht ook door onze van nature al voedzame kleigrond. Het zou kunnen zijn dat er op zandgrond wat meer voeding moet worden gegeven maar vraag dat bij je rassen- en boomvormkeuze ook aan de kweker (grote bomen hebben uiteraard meer nodig dan kleine bomen). En kijk vooral ook elk jaar goed naar je boom (zij laat vanzelf zien of ze voeding te kort komt).

Onderstammen en vormen

Sommige appelrassen maken heerlijke appels maar hebben de vervelende eigenschap om moeilijk te wortelen, of om een grote boom te maken met maar weinig appels. Een onderstam is een ras waarop het uiteindelijke appelras wordt ge√ęnt. Die onderstam is dus juist niet gekozen om de vruchten maar om gezondheid, groeikracht, etc. Een onderstam heeft ook nog invloed op de bloeitijd en oogsttijd.

Zoals ik al eerder schreef hoef je niets over onderstammen te kennen; als je de kweker duidelijk maakt wat je wilt kan hij je het juiste ras in de juiste vorm op de juiste onderstam adviseren. Maar toch is het wellicht handig er iets over te weten, zodat termen in een catalogus je niet vreemd voorkomen, of dat je zelf al inziet dat een bepaalde vorm op een bepaalde onderstam veel te groot of juist veel te klein is.

De meest bekende onderstammen voor appels (want er zijn ook onderstammen voor bijvoorbeeld peren maar dat zijn weer heel andere bomen): misschien komend onderstaande termen je wel bekend voor:

  • M27: zeer¬†kleinblijvende onderstam voor zeer kleine boompjes en dus voor kleine¬†tuinen. Je ziet deze onderstam niet vaak bij een gewone kwekerij.
  • M9: zeer¬†kleinblijvend voor kleine bomen, voor kleine tuinen. Wat groter dan de M27¬†en deze onderstam wordt wel veel gebruikt, voor 2 tot 2,5 meter hoge struikvormen, maar ook spil, en siervormen als snoer, etc. Omdat deze vorm klein is heeft ze ook maar een klein wortelgestel. Daarmee zul je altijd¬†rekening moeten houden door dicht bij de boom voeding te geven maar ook¬†water te geven in droge perioden (het wortelgestel is te klein om dat zelf¬†voldoende te kunnen doen in zeer droge perioden).
  • M2: bomen met¬†deze onderstam kunnen wel zo’n 5 tot 6,5 meter hoog worden (en ook bijna¬†even breed). Het duurt lang voor deze bomen vrucht dragen, wel tot 6 of 7¬†jaar (uiteraard geteld vanaf de opkweek). Deze grotere bomen hebben een groter wortelgestel en kunnen dus zelf makkelijker voedsel en voeding¬†zoeken en opnemen.
  • naast deze¬†bekende onderstammen zijn er ook nog onderstammen met namen als M26, M106,¬†M111, elke onderstam heeft zijn eigenschappen die meer of minder bij een¬†bepaald ras en een bepaalde vorm passen

De onderstam bepaalt samen met de boomvorm de uiteindelijk vorm, grootte en dus ook hoogte, opbrengst, etc. De verschillende vormen hebben uiteraard ook verschillende hoogtes, breedtes en dus ook plantafstanden. Hieronder volgen de eigenschappen per boomvorm:

  • Dwergstruik:¬†stamhoogte 45-60 centimeter. Deze kleine bomen hebben vruchtbare grond¬†nodig en voldoende vocht in droge perioden. Ze hebben niet veel snoei¬†nodig en geven per boom zo’n 20 kilo appels (uiteraard afhankelijk van¬†ras, maar ook het weer, verzorging, voeding, etc.). Deze bomen hebben een¬†open kroon en de plantafstand is 2 tot 3 meter. Ze worden dus ook ge√ęnt op een kleine onderstam.
  • Struik: stamhoogte¬†50-75 centimeter. Geschikt voor de kleine tot middelgrote tuin. Onze¬†Discovery en Summerred hebben deze vorm. Deze vorm kun je op kleine en op¬†grotere onderstammen kopen en zo wordt de plantafstand 3 tot 4 meter¬†(afhankelijk dus van de onderstam). De bomen dragen vanaf hun 3e jaar na¬†opkweek vruchten, maar ge√ęnt op een grotere onderstam kan de eerste oogst¬†pas een jaar later zijn. De opbrengst kan oplopen tot zo’n 25 tot 40 kilo per boom (en dat zijn “emmers vol” kan ik u vertellen ūüôā
  • Halfstam:¬†stamhoogte 1,20 tot 1,30 meter. Dit worden grote bomen tot zo’n 8 meter,¬†de plantafstand is 5 tot 6 meter. Het duurt een paar jaar langer voor deze bomen vruchten geven maar de opbrengst is dan wel hoger. Wij hebben deze vorm gekozen voor onze leibomen (Rode Mantet en Gloster); omdat we op wat meer hoogte pas de eerste vertakking wilden maken. Geen idee of het verstandig was maar ook hier halen we emmers vol oogst van de 2 bomen, Als¬†we nu weer konden kiezen zou ik er misschien toch een struikvorm voor¬†kiezen en dan zelf bepalen waar je de eerste vertakking wilt (zie hieronder).¬†Halfstambomen zijn duidelijk groeikrachtiger dan struikvormen.
  • Hoogstam:¬†stamhoogte 1,80 tot 2,10 centimeter en dit worden echt grote bomen, hoog¬†en met een grote open kroon. De oogst is zeer groot maar het duurt wel enige jaren voor de eerste volle oogst geplukt kan worden. Nadeel is dan¬†ook dat je met een ladder moet plukken want de bomen worden hoger dan 10¬†meter. Plantafstand is 7-9 meter.
  • Spil: volgens¬†mij (maar zoveel verstand heb ik er ook niet van) de meest gebruikte vorm¬†in de professionele teelt. Als we naar Leerdam rijden om familie te¬†bezoeken¬†zien we in dat gebied heel veel boomgaarden met spilvorm appelbomen. De¬†stam bij een spil is 60 centimeter hoog. Eigenlijk is een spil 1 lange¬†middenstam met daaraan alleen maar rondom vruchtdragende horizontale¬†takken (en geen echte kroon dus). Doordat de vruchten op alle hoogten en¬†rondom aan de plant hangen heb je daardoor de meest ideale vorm voor¬†bevruchting, vruchtzetting en rijping (en dus opbrengst).
  • En dan¬†zijn er nog wat leivormen als een snoer, palmet of dwergpiramide. Deze¬†bomen hebben een goede snoei nodig om te zorgen dat ze “in vorm”¬†blijven. Het grote voordeel van deze vorm is dat ze goed passen in een¬†siertuin (dus hun mooie vorm en kleine omvang) en dat je zo dus ook¬†meerdere rassen in 1 tuin kunt planten (goed voor de kruisbestuiving). Het¬†zijn leuke vormen voor bijvoorbeeld een tuinafscheiding of langs een muur.

Appelboom lei Gloster

Op de foto rechts zie je onze Gloster, die ik dus als halfstam heb gekocht en waarvan ik de takken langs bamboestokken horizontaal heb gebogen en laten groeien. Ze is nu een soort van leiboom geworden, maar dan pas vanaf een hoogte van ongeveer 1.20 meter. Met 4 horizontale takken, links en rechts, moet ik wel 2 keer per zomer snoeien (ik zou dus achteraf beter een laagstam hebben kunnen kiezen, maar dat is nu te laat), maar dan hebben we voor een leiboompje ook wel een echt erg leuke opbrengst, zie de foto eronder.

Bescherming

Appel Gloster in lei

Zoals al eerder gezegd kan de bloesem van een appelboom te lijden hebben van nachtvorst. Omdat de appel in maart bloei is die kans op nachtvorst niet gering. Hou vooral de weersverwachting in de gaten en neem eventueel maatregelen. Bedenk dat lage bomen in een zonnige ommuurde tuin veel minder last hebben dan hoge bomen in een open ruimte. Zorg dus voor zon, beschutting tegen wind, etc. En mochten er toch meerdere nachten met flinke nachtvorst komen, dan kun je overwegen om bijvoorbeeld vliesdoek over de kroon te draperen.

Er zijn wel dieren die van appels houden; van rupsen tot merels. Wij maken ons daar niet zo druk om, die beestjes moeten toch ook eten en ze eten niet snel je hele boom leeg. Als het duidelijk is dat je de appels kunt plukken pluk ze dan ook. Als je ze te lang laat hangen wordt de kans dat een insect of vogel gaat eten steeds groter.

Wij plukken appels per stuk, elke appel wordt even bekeken. Gave appels gaan in 1 emmer, om later lekker op te eten. Appels die een plekje vertonen van een rupsje of wat dan ook gaan in een andere emmer (gewoon schillen en het aangevreten gedeelte wegsnijden en weggooien, de rest is nog prima voor moes, stroop, vriezer, chutney. etc.). De appels die echt flink zijn aangevreten, door bijvoorbeeld wespen, snijden we doormidden en leggen we apart, op een open stukje tuin. Die mogen de de merels lekker opeten.

Spinselmot in boom

Iets heel anders is de spinselmot. Een rups die echt binnen een week je hele boom kaal kan vreten (niet in haar eentje natuurlijk, ze zijn met heel veel, je kunt op de foto zien hoe binnen een paar weken je hele appelboom wordt kaalgevreten). Heel slecht voor je boom, omdat ze alle blad opvreet, de boom wordt te zwak om appels te dragen, die  laat ze in een jong stadium al vallen, maar de boom heeft ook lang nodig om te herstellen, is de hele zomer bezig om weer nieuw blad te kunnen maken. Ik heb niet genoeg verstand van fruitbomen maar ik kan me voorstellen dat dat allemaal zoveel kracht kost dat ze al wat verzwakt de winter in gaat en volgend jaar weer gevoelig is voor ziekten en plagen.

Ik heb normaal gesproken niet zoveel met ziekten en plagen, vind het ook niet leuk om erover te schrijven, maar omdat ik het eerste jaar dat onze bomen er last van hadden pas veel te laat zag en snapte wat er aan de hand was (en dan heb ik het over een periode van 2 weken, binnen 10 dagen was al 75% van het blad weg), wil ik er hier toch iets over zeggen. Ik vrees dat er niet veel anders op zit, wanneer je de eerste verschijnselen herkent, om de beestjes te doden. Niet leuk, wel nodig, helaas.

Appel rupsen spinselmot

Het blijkt dat de rupsen van de spinselmot sterk reageren op het bekende biologische middeltje van 1 liter warm water, mengen met 1 eetlepel olie (als zonnebloemolie of zo) en 2 eetlepels zachte groene zeep. Als de zeep goed is opgelost kun je met een plantenspuit de plekken in de boom spuiten waar de rupsen in spinsels zitten (zie foto). En zonder in nare details te treden durf ik te beloven dat de rupsen er echt van dood gaan. Zog dat je er snel bij bent, zodra je de eerste spinsels ziet zo snel mogelijk spuiten want dan beperk je de aantasting. En het biologische huismiddeltje werkt zeker niet op alle rupsen hoor, maar dus wel op de rupsen van de spinselmot.

Wellicht overbodig om te melden dat je het spuiten soms een paar keer moet herhalen, ik kijk elke 3 of 4 dagen even of ik nog nietuwe groepjes rupsen zie (want in jong stadium en tussen alle bladeren zie je er nog wel eens een paar over het hoofd).

Snoeien

Nu weer wat vrolijkers ūüôā Maar snoeien is wel nog een lastig hoofdstuk. Ik ben er ook niet zo heel goed in, moet het van mijn gezonde verstand hebben want mijn boom lijkt nou nooit eens op een boom in zo’n boek met plaatjes “hoe te snoeien”. Ik heb altijd takken waar ze niet horen, of juist geen takken waar takken horen te zitten. Mocht je gelukkiger zijn dan ik, hou dan vooral de snoeiregels volgens de afbeeldingen aan zoals ze in boeken staan! Maar er zijn wel een aantal regels die iedereen wel kan begrijpen en leren en logischerwijs min of meer kan volgen. Ik hoop die dan ook hieronder een beetje logisch te kunnen indelen en beschrijven. Voor alle duidelijkheid: ik heb het hieronder over een boom, van struikvorm tot een hogere boom. Voor een spil, snoer, palmet, etc. zijn er uiteraard heel andere technieken. Als je zo’n vorm wilt kweken kun je het beste goed advies vragen aan de kweker waar je de boom koopt (vaak al in beginsel voor zo’n specifieke vorm gekweekt en gesnoeid), en een goed snoeiboek kopen.

Allereerst: snoei in de rustmaanden, dus van november tot maart. Uiteraard niet bij vriezend weer. Kleine takken kun je gewoon met een snoeischaar wegknippen. Grotere takken hebben soms een klein snoeizaagje nodig, maar in ieder geval kun je de wonden die overblijven na het snoeien afsmeren met een wondafdekmiddel (in elk goed tuincentrum te koop). Aansmeren met een wondafdekmiddel werkt zo’n beetje hetzelfde als “mensenwondmiddeltjes”; het voorkomt infecties en ziekten, zorgt voor een snellere en betere genezing van de wond.

Appels bloeien op ouder hout en groeien aan sporen; als je ze eenmaal eens hebt zien groeien herken je die sporen ook gelijk. Takken waar die spoortjes aan zitten wil je dus zo min mogelijk wegsnoeien (tenzij ze ziek zijn of het er teveel zijn).

Snoei altijd op naar buiten gerichte knoppen. Voor alle duidelijkheid: dat zijn de verdikkingen op een tak van waaruit een nieuwe tak gaat groeien. Als je snoeit op naar binnen gerichte takken zorg je er dus voor dat de sterkste takken naar binnen groeien en dat levert nooit een mooie open kroon op. Net boven een verdikking die naar buiten (van de boom af) wijst snoeien zorgt ervoor dat die sterkste tak naar buiten groeit met als gevolg een mooie open groeiwijze en dat is uiteraard altijd beter voor evenwicht, bevruchting, etc. Deze regel geldt trouwens niet alleen voor appelbomen maar bijna voor alles wat gesnoeid moet worden (van rozen tot sierheesters en bomen).

Je kunt verschillende bomen kopen qua leeftijd. 1-jarige bomen zijn het goedkoopst maar doen er dus ook het langst over om een eerste oogst te geven. 2- en 3-jarige bomen zijn wat duurder maar hebben al een wat sterker wortelgestel en je kunt er dus een jaar eerder al oogst van verwachten.

Als je een boom koopt snoei je die gelijk na het planten. Over het planten (in goede grond, met boompaal, etc. heb je hierboven al kunne lezen. Vergeet niet zo gunstig te planten (kijk naar de stand van takken en zorg voor de beste stand ten opzichte van de zon, en dat takken niet in de weg kunnen hangen van een looppad bijvoorbeeld).

Als je een eenjarige boom hebt bestaat die over het algemeen uit 1 stam/tak met eventueel nog 1 of 2 kleine takjes aan de zijkant. Snoei die hoofdstam op zo’n 60 tot 75 centimeter maar kijk eerst goed naar de boom: je wilt later 3 of 4 gesteltakken hebben (waar de kroon van de boom op gebouwd wordt( dus moeten er minimaal 3 maar liever nog iets meer knoppen op de stam die je snoeit blijven zitten.

Als je een tweejarige of driejarige boom hebt geplant, snoei je die ook direct na het planten: kies dan de 3 of 4 mooi geplaatste stevige takken die de gesteltakken gaan vormen. Goed geplaatst betekent in dit geval dat de takken goed en evenredig rondom de stam verdeeld zijn, niet te laag geplaatst zijn en uiteraard gezond zijn. Kies de 3 of 4 beste takken uit en snoei de andere takken weg. De 3 of 4 gesteltakken snoei je tot ongeveer de helft terug (uiteraard op een naar buiten gerichte knop).

Het jaar erop zijn er op meerdere takken weer nieuwe takken gevormd. Blijf de 3 of 4 gesteltakken goed zichtbaat houden: op elk gesteltak kies je nu nog een tak. Die takken zijn gezond, groeikrachtig, naar buiten gericht en bij voorkeur horizontaal (niet te veel verticaal groeiend), bij voorkeur halverwege de gesteltakken groeiend (daar waar je vorig jaar de gesteltakken hebt gesnoeid). Snoei deze takken tot op de helft terug. En verder snoei je nu alleen de takken die elkaar kruisen, zwakke en zieke takken, takken die laag geplaatst zijn.

En dan begint het jaar daarop (als je een kleine boom hebt op een kleine onderstam) de echte oogst van appels. En dan ga je dus ook de onderhoudssnoei toepassen, elk jaar, in de rustperiode (november tot maart). En deze snoei vergt het meest van je inzicht want je heb nu overal takken, soms waar je ze wilt maar ook soms waar je ze helemaal niet wilt.

Appelboom sporen

In mijn eerste snoeijaren vond ik het soms handig om goede takken in de herfst te markeren; aan gezonde takken met goede knoppen, appels, gezonde bladgroei, etc. hing ik dan een touwtje; als je in de winter dan gaat snoeien kun je soms niet zo goed meer zien wat de goede en minder goede takken waren en dan heb je een geheugensteuntje aan een touwtje. Als je ze eenmaal eens hebt gezien herken je altijd vrij gemakkelijk de sporen waaraan de appels komen maar in de eerste jaren zou het ook handig kunnen zijn een touwtje te hangen bij die spoortjes, zodat je ze in de winter herkent en ze eens goed kunt bekijken.

Bedenk: snoeien doet groeien. Dat betekent dat veel snoeien er voor zorgt dat de boom zijn energie gaat besteden aan het maken van nieuwe takken met bladeren en dat gaat ten koste van de bevruchting. Te weinig snoeien zorgt ervoor dat de boom zijn energie vooral zal steken in de maak van veel vruchten. Dat klinkt leuk maar heel veel vruchten maken, kost wel veel energie en dat gaat dan soms wel ten koste van de gezondheid van de boom. Bovendien kunnen niet heel veel vruchten ook allemaal groot worden, je krijgt dan kleinere vruchten of vruchten vallen af. Het is dus de kunst te zorgen voor het beste evenwicht tussen snoeien en groeien en vruchtzetting en opbrengst.

De algemene regels voor onderhoudssnoei (elke winter):

  • snoei takjes¬†en twijgen op de stam weg
  • snoei te¬†laag geplaatste takken weg
  • snoei weg¬†wat ziek of zwak of dood is
  • snoei naar¬†binnen gerichte takken die andere takken kruisen weg
  • snoei¬†sterk naar boven gerichte lange dunne twijgen weg

En met deze regels moet je een eind kunnen komen. Bedenk wat je wilt: een open boom, waar de wind doorheen kan waaien, waar bestuivers graag komen. Een boom met voldoende bladgroen (want dat is een boom die gezond is en leeft), maar ook met voldoende ruimte tussen takken voor appels om te kunnen vruchtzetten en groeien en rijpen.

Overige teelttips

Naast een mulchlaag dat onkruid weghoudt en vocht vasthoudt zul je nog wel water moeten geven in droge perioden (bij de kleinere vormen en uiteraard bij jonge bomen). De volwassen grote vorm bomen kunnen ook in droge perioden nog goed voor zichzelf zorgen.

Vruchtdunnen: dat is zeker niet altijd nodig hoor. Maar als er heel veel appels in een boom hangen, vaak dan ook nog een flink aantal appels dicht bij elkaar, zul je zien dat meestal de boom zelf het teveel aan appels al af wil schudden. Want het kost een appelboom uiteraard veel energie om teveel appels te maken en dat zou ten koste gaan van de gezondheid van de boom. Je ziet vaak dat bij een te groot aantal appels er een flink aantal kleine appeltjes in mei-juni al van de boom vallen – de manier van de boom om te zorgen dat ze een goed aantal appels overhoudt waarvan ze ook weet dat ze ze kan dragen en ook nog kan laten groeien en rijpen. Maar soms is die “vruchtrui” niet voldoende en hangen er nog steeds teveel appels bij elkaar op een kluitje.

Je kunt dan al zien dat wanneer al die appels willen gaan groeien ze elkaar in de weg zullen zitten en elkaar zullen gaan beconcureren. Om te zorgen dat je een gezonde en goede oogst van mooie grote appels hebt kun je dus zelf rond juni wat kleine appeltjes weghalen, daar waar er teveel op elkaar zitten. Als je wat appeltjes weg wilt halen kies dan uiteraard de appeltjes die minder goed gevormd of verkleurd zijn, en die grotere gezonde appeltjes in de weg zitten.

Als je een grote oogst aan appels krijgt kan het aan het einde van de zomer handig zijn om de zware takken wat te stutten. Hier moeten we dat bijna elk jaar wel bij 1 of 2 bomen doen want niet alleen de takken zijn zwaar, maar als je de hier altijd fors waaiende wind nog meerekent kun je je voorstellen dat bij een storm de bijna voldragen takken wel eens zouden kunnen breken. Mijn man gebruikt er bamboestokken (tonkinstokken) voor; die steekt hij iets schuin in de grond en er tegenover nog 1, ook schuin. Zo maakt hij bij de zwaarste takken een soort wig die hij bovenin iets open laat en dan samen vastbindt. Je kunt een te zware tak die daar groeit dan gemakkelijk in de v-vorm van de wig leggen, ze kan niet schuiven en de bamboekstokken vangen een deel van de zwaarte op.

Beurtjaren: er zijn best een aantal rassen die daar gevoelig voor zijn. Ook hier is dat zo; als een appelboom vorig jaar een heel grote oogst heeft gedragen kan het zijn dat ze het jaar erop de bloei eens overslaat, simpelweg om te herstellen van de ‘dracht’, want daar kun je het een beetje mee vergelijken. Het jaar daarop zal ze dan juist weer een zeer goede oogst geven (uitgerust ūüôā Als je dus maar 1 of 2 appelbomen hebt kan het handig zijn om rassen uit te kiezen die wat minder last hebben van beurtjaren (al zul je dan dus ook de boom goed moeten verzorgen, bemesten en indien nodig moeten vruchtdunnen). Wij hebben met onze 4 rassen altijd wel een boom die een beurtjaar heeft, de Discovery lijkt er wat meer last van te hebben dan de Gloster. Maar at maakt ook niet uit, de oogst van 4 appelbomen is veel te groot voor een normaal gezin. Als de ene boom een beurtjaar heeft, heeft een andere boom juist haar grote oogst. We hebben hier met 4 verschillende bomen nog nooit een jaar zonder appels gezeten (behalve dan in het jaar van de spinselmot, toen hadden we echt niks, en het jaar erop werden de bomen al in april-weer aangevallen, maar toen waren we er snel genoeg bij om in ieder geval nog wel ruim een halve oogst te hebben).

Oogst en bewaren

Hier bepalen we de oogstrijpheid heel gemakkelijk. Hou zowiezo zo ongeveer de oogsttijd aan die bij het ras hoort (bijvoorbeeld; een late appel als de Golden Delicious zul je nooit in augustus al kunnen oogsten). Als onze appels ongeveer rijp zouden moeten zijn kijken we eens wat vaker bij de boom. Als er gezonde appels zijn gevallen, al er een appel is aangevreten door wespen; dat zijn tekenen van rijpheid. Oogst dan een appel door die in je hand te nemen en met een soort scheppende beweging naar boven te buigen. Als het steeltje heel gemakkelijk van de boom loslaat is dat nog een teken dat de appel rijp of bijna rijp is. En tot slot proef je gewoon een appel; is ze nog een beetje te hard en smaakt ze een beetje te stevig/zurig laat dan de andere appels nog een weekje hangen.

Vroege zomerappels eet je eigenlijk zo snel mogelijk op, je kunt ze een beetje gespreid plukken en zo kun je er wel een paar weken van eten. En anders maak je er wat lekkers van (jam, chutney, taart, etc.). De late appels zijn vaak de bewaarappels en die kun je dus ook nog weken, soms zelfs maanden bewaren. belangrijk is dat ze koel en droog en donker bewaard worden, een zolder of een kelderkast zijn er vaak goede plaatsen voor. Bewaar appels niet op en tegen elkaar in een emmer of kist maar bewaar ze los van elkaar, naast elkaar. Je kunt lage kratten nemen en grote krantenpapieren zo in repen vouwen en die als een slalom om en om een appel vouwen; zo liggen alle appels naast elkaar maar gescheiden door een reep krantenpapier. Handiger is het nog om even langs de groenteman te lopen; zij gooien vaak de kistjes waar appels in een piepschuimen vorm nestje van elkaar gescheiden weg, en als je ze mag hebben kun je die mooi hergebruiken.

 


Recepten met appel: