Braam en Braamboos

 Braam

De Latijnse naam voor Braam is Rubus fruticosus. Het is een grote struik met grote groeikracht en wat slingercapaciteiten 🙂 Om die reden zul je haar dus ook altijd wat in toom moeten houden, goed moeten snoeien en leiden om ook een goede en vooral lekkere oogst te krijgen. Doe je dat niet, dan krijg je van die grote struiken die je nog wel eens in plantsoenen ziet; niks mis mee maar de opbrengst en kwaliteit van de bramen laat dan wel te wensen over. In dit geval doet snoeien dus echt bloeien.

De meeste bramen hebben doornen (dat verraadt gelijk dat ze een ver familielid is van de roos). Er zijn in de laatste jaren veel veredelingen geweest, men heeft bijvoorbeeld geprobeerd bramen zonder doornen te kweken en de laatste jaren met steeds beter resultaat (de eerste doornloze bramen moesten nog wel eens op smaak weer inleveren).

En de laatste jaren komen daar de Braamhybriden bij, ook wel braambes genoemd, maar ik zag in de Groente- en Fruitencyclopedie de naam Braamboos en vind die naam wel erg leuk en toepasselijk (dus die houden we maar aan). De naam is vooral toepasselijk omdat deze braambozen altijd een kruising zijn tussen bramen en frambozen (een neefje van de braam met de Latijnse naam Rubus idaeus). De Braambozen heb ik een aparte alinea in dit hoofdstuk gegeven omdat er een aantal kleine verschillen zijn met de ‘gewone’ braam.

Braam bloeit 1

De braam is volledig winterhard al kunnen in strenge winters sommige takken wel eens wat vorstschade oplopen. De struiken bloeien in mei-juni, de bloei kan ook langer doorgaan of later zijn (afhankelijk van het ras). De bloemen zijn eenhuizig en worden door insecten bestoven, 1 struik kan dus zelf voor bestuiving en oogst zorgen. De oogst valt in juli-augustus en som zelfs ook nog in september (afhankelijk van het ras)..

Bodem en bemesting

Bramen zijn niet erg kieskeurig en groeien op alle gronden, al hebben ze een lichte voorkeur voor licht-kalkhoudende gronden. Op zure gronden kun je elk jaar wat kalk strooien om aan die wens tegemoet te komen. Bramen staan graag in de zon, al doen ze het op een halfbeschaduwde plaats ook wel. Voordeel van een zonnige plaats is dat de vruchten na regen sneller opdrogen waardoor je wat minder last van rot en schimmel hebt in een natte zomer. Bovendien smaken door de zon goed gerijpte bramen natuurlijk het lekkerst.

Bramen stellen ook niet veel eisen aan de bemesting: je zou bijna kunnen stellen dat ze veel lijkt op ‘onkruid’: ze is als plant sterk en kan goed voor zichzelf zorgen. Voor een leuke oogst aan bramen kun je op lichte gronden wel kiezen om bijvoorbeeld wat koemestkorrels te strooien in het voorjaar. Geef vooral niet teveel mest en geen stikstofrijke mest: het is niet nodig om de toch al sterke groei van bramen te stimuleren. Onze braam doet het hier op kleigrond prima zonder al te veel extra’s; ze krijgt hier alleen elke winter een mulchlaag van oude stalmest met veel stro (houdt gelijk vocht vast, geeft wat voeding, vermindert onkruidgroei). Bij het planten hebben we een groot plantgat gemaakt en dat opgevuld met compost en daar de Braam in geplant.

Planten en rassen

Van 1 braamstruik die goed geleid en verzorgd is kun je wel 5 tot 15 kilo bramen plukken (hangt ook weer af van het ras). Misschien helpt je dat te bepalen hoeveel struiken je wilt planten. Bedenk daarbij wel ook wat een Braam nodig heeft: minimaal 2,5 meter ruimte maar liever nog 3 meter en sommige rassen zelfs nog meer. Je leidt bramen en hebt er dus stokken of palen voor nodig en je zult draden moeten spannen om de dragende takken aan vast te binden.

Bekende rassen zijn:

  • Himalaya
  • Loch Ness
  • Thornless Evergeen
  • Navaho
  • Chester Thornless
  • Fantasia
  • Jumbo
  • Thornfree

Maar kijk gewoon bij een kweker en vraag welke braam geschikt is voor je tuin (extra grote oogst maar vaak dan ook extra groeikrachtig, of juist wat minder groeikracht, er zijn ook nog wel wat verschillen in grootte van de bramen zelf en ook in de smaak).

Zelf hebben we een braam zonder naam: een vriendin had een braam in de tuin die echt erg lekker was (groot, sappig en lekker zoet). Daar hebben we een tak van op de grond gelegd en vastgemaakt en zo een stek ‘afgelegd’. Het afleggen van bramen gaat heel gemakkelijk en zo krijg je gratis stekken. Het gaat zelf zo gemakkelijk dat je moet zorgen dat er geen bramentakken op de grond liggen want anders krijg je veel opslag doordat de takken gaan wortelen. Op de foto rechts onze braam; met een paar rijpe maar nog heel veel onrijpe bramen.

Bescherming

Vogels lusten wel bramen maar nou ook weer niet zo graag dat je er je planten voor moet afdekken. Ik heb in al die jaren nog nooit ervaren dat er echt veel van de planten werd gevreten (komt misschien ook omdat er op een volkstuin altijd nog andere eetbare en misschien lekkerdere soorten te vinden zijn 🙂

Snoeien en leiden

Bramen maken heel lange slungelachtige maar toch sterke takken, soms wel tot 5 meter lang of nog langer. Deze takken zul je aan moeten binden om te zorgen dat er een beetje organisatie in je plant blijft. Bovendien neemt ze dan minder ruimte in beslag, droogt ze sneller op na regen en kan de zon goed de vruchten laten rijpen. Neem voor een gemiddeld groeiende braam een afmeting van zo’n 3 tot 3,5 meter en sla een paal aan het begin van die afstand en een paal aan het einde.

Daartussen, in het midden, plant je de bramenstruik. Begin nu op 60 centimeter van de grond af een eerste draad te spannen en herhaal dat daarna naar boven om de 30 centimeter, de laatste draad span je op zo’n 1,80 meter hoogte.

Hier hebben we met geluk een hekwerk kunnen bemachtigen waar de bramenstruik aan staat, dat hekwerk is zo’n 2.00 meter hoog en dat is wel ruim hoog genoeg. Lager kan natuurlijk ook, maar maak dan de afstand breder; dan kunnen de takken wat verder de breedte in groeien in plaats van de hoogste; goed leiden is dan natuurlijk ook weer belangrijk.

Bindt de jonge takken in een soort waaiervorm (eerst omhoog en dan zijwaarts, ongeveer evenveel takken naar links als naar rechts) aan de draden vast. Hieraan komt de bloei en de oogst. Ondertussen heb je de takken van vorig jaar al weggesnoeid.

Bramen bloeien op het hout dat de vorige zomer en herfst is gegroeid. Het wegsnoeien van de oude takken (waar dus in dat jaar de bramen aan zaten) kun je na de oogst doen, dat is het handigst als je nog niet erg bedreven bent in het snoeien (want is het makkelijkst – gewoon alle takken die bramen hebben gedragen tot op de grond afknippen). Maar het mag ook in de winter. De takken herken je aan de donkerbruine kleur, beetje verweerd en verschrompeld en vaak zie je nog resten van de trosjes. En bij rassen die als wat minder winterhard bekend staan kun je het soms zelfs beter in het voorjaar doen (tot in maart, daarna niet meer want dat begint de groei van het blad weer).

Als je zo elk jaar de takken die bramen hebben gedragen wegsnoeit (zo dicht mogelijk bij de grond) en de nieuwe takken opbindt voor de oogst van het komend jaar kan er eigenlijk nooit iets mis gaan. Zo gemakkelijk is het eigenlijk 🙂

Overige teelttips

Allereerst natuurlijk het aanbinden van de takken, maar dat heb je hierboven al kunnen lezen. Zorg verder rond de struiken voor een mulchlaag (dat hoeft natuurlijk niet maar het houdt vocht vast en houdt het onkruid tegen). Bramen hebben liever een vochtige dan een droge grond (ze hebben veel groeikracht en moeten rijpe bramen maken, ondanks een sterk wortelgestel is een vochtvasthoudende bodem dan toch wel prettig en gemakkelijk). Verwijder regelmatig opslag van wortelende takken rond de planten want die groeien sterk en snel.

Braamboos – hybriden

Zoals eerder gezegd een extra alinea over de Braamboos, de kruising tussen braam en framboos. Er zijn er verschillende, allemaal een andere naam, allemaal kleine verschillen in kleur, grootte en smaak van de vrucht, soms ook nog wat verschillen in. De soorten die er zijn:

Braamboos Loganberry

  • Tayberry
  • Loganberry (foto rechts)
  • Tummelberry
  • Boysenberry
  • Veitchberry
  • Silvaberry
  • Sunberry
  • Nectarberry
  • Youngberry

Ongetwijfeld zijn er nog wat meer of komen er nog wat nieuwe kruisingen. De Tayberry en Loganberry zijn volgens mij wel de 2 bekendste braambozen (wat een grappige naam toch 🙂 Zelf hebben we een Loganberry; grote braambessen, de kleur en vorm van een framboos maar wel 2 maten groter; rijp geoogst lekker zoet maar toch ook een fris zuurtje en je proeft er wel degelijk het aroma van de framboos in. Wij vinden ze lekker!!

Er zijn dus een aantal verschillen maar toch ook overeenkomsten tussen/met de Braam en de Braamboos. En die verschillen vervolgens dan wel weer wat onderling in de hybride/kruising maar over het algemeen zijn de verschillen/overeenkomsten:

Over het algemeen zijn de vruchten van braambozen wat groter dan die van bramen. Ze verschillen onderling dan wel weer wat, de vruchten van onze Loganberry zijn in ieder geval wel ruim 1,5 keer zo groot als onze braam (en onze bramen zijn ook al best groot).

De kleur van rijpe bramen is altijd bijna glanzend zwart, die van braambozen zitten qua kleur altijd tussen frambozen en bramen in; soms wat roder, soms wat paarser of nog donkerder maar nooit zo donker als een braam.

De smaak van braambozen is over het algemeen iets zoeter dan van bramen (door de inbreng van de zoete framboos). Uiteraard er dan wel veel verschillen; er zijn zoete bramen en zure bramen en zo zijn er ook zoetere en zuurdere Braambozen. Maar over het algemeen zijn Braambozen zoeter dan Bramen.

Ook Braambozen zijn er met en zonder stekels, net als bramen.

Ook al lijkt een Braamboos meer op een Framboos, de groei lijkt altijd op die van de braam (groeikrachtig, moet geleid worden). Er zijn wel verschillen in groeikracht.

Over het algemeen is de oogst van braambozen iets vroeger dan die van bramen.

Braambozen zijn ietsje minder winterhard dan bramen. Snoei ze daarom pas aan het einde van de winter en zorg voor een zonnige standplaats. Nieuwe takken die vorstschade hebben opgelopen mag je in maart tot op een gezonde knop terugsnoeien.

Braambozen hebben graag wat meer voeding en liefst een eerder iets zure grond dan een kalkrijke grond. Op zure gronden wel altijd nog kalken hoor, maar iets minder dan een braam. En geef braambozen elk jaar een handje koemestkorrels en een lekkere mulchlaag van oude stalmest met stro.

Zelf zijn we erg tevreden over onze Loganberry; het is weer eens wat anders, maar goede opbrengst en lekker. Een goede kweker kan je ongetwijfeld de verschillen vertellen tussen de verschillende Braambozen (qua smaak, groeikracht, doornen, vruchtgrootte, opbrengst). Er moet vast iets leuks voor elke tuin te kiezen zijn 🙂

Oogst en bewaren

Braam in tros

Bramen hebben een droge periode nodig om mooie rijpe bramen te geven. Ik kan me een jaar herinneren, alweer een jaar of 5 geleden, dat er een lange natte zomer was. Als er veel regen valt en de struiken geen kans krijgen om goed op te drogen gaan de vruchten al rijpen rotten. Zon en een droge periode zijn dus heel belangrijk voor bramen.

Pluk bramen rijp, en niet eerder. Hoe rijper, des te lekkerder. Het gemakkelijkst is om met duim en wijsvinger een braam heel voorzichtig beet te pakken en er zachtjes aan te trekken; heb je direct de braam in je handen, dan is ze goed rijp. Voel je echter een klein beetje weerstand en laat ze niet heel gemakkelijk los, dan is ze nog net niet rijp genoeg en kun je haar beter een dagje extra laten hangen, niet volledige rijpe bramen zijn altijd wat zuurder.

Wees bij het plukken niet te hardhandig, doe het voorzichtig en gebruik ondiepe brede bakken; rijpe bramen kneuzen gemakkelijk als je er te ruw mee omgaat of er teveel druk op komt in een te hoge smalle bak. Rijpe bramen kun je ook niet lang bewaren, hooguit een dag, maar vers zijn ze het allerlekkerst. Oogst dus vooral elke dag vers wat je wilt eten.

Moet je toch meer oogsten omdat er nu eenmaal veel rijpe bramen hangen, vries ze dan vooral in; je kunt er dan later nog sap, saus of jam van maken. Ook bramen zijn zeer geschikt voor de inmaak (jam, gelei, ook lekker in combinatie met andere vruchten).