Kruisbes

Kruisbes

De officiële naam voor de Kruisbes is Ribes uva-crispa. Veelgebruikte andere Nederlandse benamingen voor de kruisbes is klapbes en stekelbes. De Kruisbes is een leuke vaste struik, kan zeker 15 jaar leven en dan ook nog een goede oogst geven.

Ze heeft echter 1 groot nadeel; ze heeft veel en venijnig scherpe stekels. En dan ook nog op een slechte plaats (aan de hele plant maar dus ook tussen de bessen die geplukt moeten worden. Deze scherpe stekels weerhoudt veel mensen van het aanschaffen van een Kruisbes. In een kleine tuin, met jonge kinderen, is een Kruisbes misschien ook niet echt geschikt. Maar met een goede verzorging en goed snoeien kun je veel ellende met de stekels voorkomen.

Er bestaan trouwens ook nog wel wat rassen die stekelloos zijn; ik heb ze nooit geproefd maar er wordt algemeen beweerd dat de smaak van die rassen niet te vergelijken is met de smaak van de gestekelde Kruisbessen (in het nadeel van de stekelloze rassen dan welteverstaan, jammer genoeg).

De Kruisbes is een winterharde bladverliezende struik, geschikt voor een zonnige of half beschaduwde standplaats. Ze draagt de vruchten op ouder hout; dat betekent dat je moet zorgen dat de struik een goede vorm heeft en dat je dan alleen nog jaarlijks onderhoudssnoei moet plegen. Naast de meest bekende struikvorm kun je haar ook als boompje kopen/laten groeien. En je kunt haar ook in vorm snoeien, waaier of snoer: beiden zorgen voor minder last van de stekels maar geven uiteraard wel wat mindere opbrengst. Zelf heb ik nog nooit Kruisbessen in vorm gesnoeid en zal daarom die manieren hier ook niet verder uitleggen. Koop als je daar interesse in hebt, een goed snoeiboek of vraag een goede kweker hoe je dat soort leivormen kunt maken.

Kruisbessen zijn eenhuizig, ze bloeit in de eerste helft van april, en dat maakt de bloemen nog wel eens gevoelig voor late nachtvorst (zie bij Bescherming). De vruchten volgen tussen eind juni en begin augustus (afhankelijk van het ras). De vruchten kunnen wat zachtbehaard of juist glad zijn, en van kleur wit, geelachtig, groenig, rood of donkerpaarsrood, en alles daartussenin, ook weer afhankelijk van het ras. De struik kan uiteindelijk wel ruim 1.50 meter in diameter in beslag nemen. De opbrengst per struik is ongeveer 2,5 kilo (afhankelijk van het ras).

Bodem en bemesting

Kruisbessen groeien het best op een lichtzure of neutrale grond, die zeker vochtvasthoudend moet zijn, maar niet kletsnat mag blijven, en de grond moet wat kali bevatten. Het liefst staat ze beschut tegen al te veel wind. Ze heeft niet veel voedingsstoffen nodig. Plant haar bij het planten (in de wintermaanden, het liefst in november, wanneer de grond nog enigszins warm is) in een flink gat dat je hebt opgevuld met compost, je kunt dan wat oude stalmest toevoegen of koemestkorrels (en zoals gezegd wat kali) en daar groeit een Kruisbes prima op. Ook oudere struiken hebben jaarlijks in het voorjaar alleen wat kali en koemestkorrels nodig.

Zorg bij het planten wel dat zoveel mogelijk onkruid is weggehaald en dek de bodem rond de plant af met een flinke mulchlaag: het houdt vocht vast, geeft wat voeding en vooral; het beschermt tegen onkruid (zorg dat je onder de plant zo min mogelijk hoeft te wieden want ook daar vind je de scherpe stekels). Snoei bij het planten dan ook gelijk de onderste stekelige takken die hangen of niet gebruikt gaan worden weg.

Planten en rassen

Kruisbes bloesem

Van 1 plant haal je dus zeker een leuke opbrengst maar mocht je meerdere struiken willen zetten kan het handig en leuk zijn meerdere rassen te planten. Zoals gezegd zijn er verschillende kleuren, zacht behaard of juist gelad, en er zijn kleine verschillen in vroegheid (en ook in smaak uiteraard!). Op die manier kun je de oogst wat spreiden. Op de foto rechts zie je de heel kleine bloei van kruisbessen, amper te zien, net als de stekels (want juist omdat ze goed verborgen zitten lijk je je er altijd aan te prikken :-)).

Bekende rassen zijn:

  • Hinnonmake Rod (rood)
  • Invicta (geelgroen)
  • Hinnonmake Gold (geel)
  • Josselyn
  • Rokula (rood)
  • Rolanda
  • Captivator (zonder stekels maar matig van smaak)
  • Spinefree (zonder stekels maar matig van smaak)

Plant Kruisbessen net zo diep als ze in de pot staan: als je de planten dieper plant is de kans groot dat er nieuwe gestekelde stengels uit de grond groeien die je dan weer weg moet blijven snoeien. Plant Kruisbessen in de winter maar het liefst nog iets eerder: in november is de grond nog lichtwarm van de afgelopen zomer en toch gaan de planten direct hun rust in.

Als je meerdere Kruisbessen wilt planten, houd dan een afstand van 1,5 meter aan (als leivorm – snoer, mogen de struiken uiteraard dichter bij elkaar staan).

Naast struiken en leivormen als snoer of waaier zie je ook nog wel eens boompjes; Kruisbessen om een stam; vrij prijzig maar wel de moeite waard want je hoeft dan minder te bukken: je kunt makkelijk wieden, zonder je te prikken aan de stekels, makkelijker snoeien en vooral makkelijker plukken.

Bescherming

Niet vaak meer maar zo heel af en toe is er nog een jaar dat er in april plotseling nog wat flinke nachtvorsten komen. Bedenk dan dat Kruisbessen in april bloeien: je zult de bloemen dan moeten beschermen tegen al te stevige nachtvorst. Dit doe je dan door bijvoorbeeld een stuk jute of dubbelgevouwen vliesdoek over de bloeiende struiken te draperen. Doe de bescherming er in de avond over en haal die er in de ochtend weer vanaf: overdag moeten de insecten natuurlijk wel bij de bloemen kunnen voor de bestuiving.

Ook vogels vinden Kruisbessen lekker. Gelukkig hebben ze net zo’n hekel aan de scherpe stekels als de mensen. Dat neemt niet weg dat als er een mogelijkheid is om wat vruchten te pikken ze dat niet zullen laten. Je kunt je rijpende vruchten beschermen met bijvoorbeeld een net. Zelf doen we dat niet; die paar vruchten die gepikt worden nemen we voor lief: want niets zo vervelend als een net moeten draperen (en vooral bij het plukken weer moeten verwijderen van struiken waar stekels aan zitten (de netten gaan kapot, blijven hangen achter de stekels, en zelf houd je er vaak ook wel schrammen aan over. Hier worden ook niet zoveel Kruisbessen gepikt door de vogels; dat komt hoogstwaarschijnlijk ook doordat er genoeg volkstuinen om ons heen zijn waar vrijuit heel veel andere soorten als aardbeien, aalbessen, etc. gesnoept kunnen worden.

Snoeien

De lastigste alinea bij elke fruitsoort. Snoeien is op zich niet zo moeilijk maar je moet er wat gevoel voor hebben, en begrijpen waarom je snoeit (dat maakt het al veel gemakkelijker). Het wordt allemaal wel erg veel als ik hier ook uit wil leggen hoe je een snoer, waaier of andere leivorm maakt. Bovendien heb ik wel wat ervaring met het maken van leifruit, maar niet met Kruisbessen (maar met appels en vijgen). Voor het snoeien van dat soort bijzondere vormen kun je dus het beste advies vragen aan een goede kweker, zij kunnen je ook gelijk een goed ras dat geschikt is aanraden, en een plant helpen uitzoeken die de juiste takken al op de juiste plaats hebben waardoor het wat makkelijker beginnen is.

Bij Kruisbessen zul je de eerste 2 of 3 jaar vooral moeten zorgen voor de juiste vorm; daarna is het een kwestie van ‘onderhouden’. De eerste 2 jaar (hangt ook een beetje af van de leeftijd van je gekochte jonge struin – meestal 2 of 3 jaar oud) snoei je in de winter. Je wilt per struik een volle dragende struik maken en daarvoor heb je uiteindelijk zo’n 6 tot 8 gesteltakken (de basis van de struik) nodig. Die 6-8 gesteltakken hoef je dus niet allemaal in 1 jaar te verzamelen, maar laat dus elk jaar de gezondste, meest groeikrachtige gesteltakken staan en snoei die in de winter tot op de helft terug.

Kruisbessen hebben de neiging om halfhangende takken te maken (niet handig bij het groeien en bij het plukken). Snoei staande takken op een naar buiten gerichte knop. Maar snoei de halfhangende gesteltakken ook tot de helft terug, maar dan op een naar binnen gerichte knop. Ik heb ook wel eens gezien dat mensen met behulp van ijzerdraad voorzichtig en ruim om een tak gewikkeld, die tak naar buiten/boven dwongen te groeien.

Naast het tot de helft inkorten van de nieuwe gesteltakken verwijder je in de winter ook te laag geplaatste zijtakken, zieke en zwakke takken, kruisende takken en uitlopers.

Zo heb je bij het tweede/derde jaar een struik met 6 tot 8 gesteltakken (ondertussen kun je al vanaf het tweede jaar na planten een kleine oogst Kruisbessen verwachten hoor). Vanf nu heb je zomersnoei en wintersnoei:

Wintersnoei:

Je snoeit dan bij voorkeur in de maanden december tot februari. In ieder geval snoei je in de winter de struik weer in vorm: snoei takken die de struik te dicht maken (in het centrum) weg, te ver gelopen uitlopers, te lage takken, en ook de hangende takken. Kruisbessen bloeien op meerjarig hout; dat betekent dat ook als je niet snoeit, er nog wel Kruisbessen komen; het doel van de snoei is dus te zorgen dat er licht en lucht in de struiken blijft, en dat je gemakkelijk kunt plukken. Bekijk na het snoeien gewoon je struik van alle kanten en dan moet je het idee hebben dat de plant luchtig is, er geen rare gekruiste en lelijke takken tussen zitten, maar er voldoende takken over zijn om de trossen aan te maken.

Zomersnoei:

De zomersnoei gebeurt na de bloei (in april) maar voor de oogst (juni-juli). Het doel is ervoor te zorgen dat Kruisbessen goed kunnen rijpen, licht en zon krijgen, de energie van de plant niet naar groei gaat maar naar het rijpen van de vruchten, en je zelf wat gemakkelijk kunt plukken. Snoei dus niet al te snel na de bloei – anders zorgt de snoei juist wel voor groei en niet voor rijping (beetje afhankelijk van het ras eind mei-juni). Je snoeit nu alle zijtakken die dit jaar zijn gevormd op het 5e blad. Zo hebben luis en meeldauw ook minder kans om toe te slaan want de struik wordt nu weer open, krijgt wat meer lucht, droogt wat sneller op na regen, etc.

Verjongingssnoei; als er takken na een aantal gedragen jaren ziek worden of slecht gaan ‘geven’ kun je die takken gaan vervangen (de struik verjongen): laat een goed geplaatste scheut staan (dat wordt de nieuwe gesteltak) en snoei dan de oude tak tot zo ver mogelijk weg. Zo kun je bij oudere struiken elk jaar een paar gesteltakken vervangen door nieuwe. Snoei bij het aanhouden van de nieuwe gesteltak deze ook weer gelijk tot de helft terug zodat ook deze gesteltak weer zijtakken kan maken waar later de Kruisbessen aan groeien.

Overige teelttips

Kruisbes rood

Zorg rond de struiken voor een mulchlaag (houdt vocht vast en houdt het onkruid tegen). Geef regelmatig water in droge perioden: maar niet teveel wanneer de vruchten rijpen want teveel water tijdens het rijpen kan de vruchten doen barsten.

Als je extra grote vruchten wilt kun je ‘dunnen’: je haalt dan in mei-juni tijdens de groei van de bessen om de bes 1 bes weg. Zo maak je meer ruimte en zullen de bessen groter kunnen groeien. Zelf doen we dat eigenlijk nooit; het maakt mij niet zoveel uit of ik nou 2 kleine bessen of 1 grote pluk. Maar ik kan me voorstellen dat er recepten zijn waarbij je juist grote bessen wilt.

Oogst en bewaren

Oogst voorzichtig! En bekijk wanneer je wilt oogsten. Bijna nog inrijpe bessen zijn zuur maar bevatten wel heel veel pectine waardoor ze zeer geschikt zijn voor de inmaak. Bessen die net rijp zijn, zijn friszoet met een zuurtje en knapperig vers, lekker om vers te eten. Erg rijpe bessen zijn zoeter, soms zelfs wat melig maar wel erg lekker voor bijvoorbeeld taarten, etc. Proef zelf je Kruisbessen in elke vorm en bepaal dan wat je voor welk doel het lekkerst vindt.

Zoals gezegd pluk je voorzichtig; je kunt handschoenen dragen tegen de stekels maar zelf vind ik dat niet handig bij het plukken; bovendien beschermen de meeste handschoenen niet helemaal voldoende tegen de scherpe stekels.

Kruisbessen bewaren niet lang, hooguit 1 of 2 dagen op een koele plaats, pluk en eet ze vooral vers. Je kunt Kruisbessen invriezen en er dan later nog jam, etc. van maken.

Tot slot:

De Kruisbes is nauw verwant aan de Worcesterbes (Ribes divaricatum, die ik verder niet ga beschrijven want ik heb nog nooit een Worcesterbes gehad/geteeld). Maar de Worcester groeit nog krachtiger en heeft nog meer doornen (voor mij voldoende redenen om het gewoon bij de Kruisbes te houden). De Worcesterbes draagt zwarte bessen.

Er bestaat dan ook nog een kruising een Kruisbes en een Zwarte Bes: de Jostabes; dat is een krachtig groeiende doornloze struik; lijkt veel op de Zwarte bes maar de bessen zijn groter. Ik heb in 2011 een struik gekocht en daar in 2012 een kleine oogst bessen van gehad. In ieder geval is het een leuke bes: meer zwarte bessensmaak dan kruisbessensmaak, maar toch is de kruisbessensmaak er ook duidelijk in te proeven.