Walnoot

Walnoot

De Latijnse naam voor de Walnoot is Juglans regia en ze wordt ook wel Okkernoot genoemd. Het is een grote bladverliezende boom (tot wel 20 meter hoog). Daardoor tot een aantal jaar geleden niet geschikt voor kleinere tuinen en volkstuinen. Maar sinds de ontwikkeling van kleine rassen kan het nu dus wel!!

We hebben zelf een nr. 16 (geen spannende naam geef ik toe maar wel een erg goede walnoot šŸ™‚ Lees bij “Planten en Rassen” meer over die klein blijvende bomen voor kleinere tuinen.

De Walnoot is prima winterhard, bloeit ongeveer in april en geeft de oogst in september/oktober (afhankelijk van het ras). Ze bloeit met kleine groene hangende bloeiwijzen. De bloemen worden bestoven door de wind.

Pas op; er zijn een aantal rassen die meerdere bomen van hetzelfde of andere rassen nodig hebben (die dan ook nog tegelijkertijd moeten bloeien) om te kunnen kruisbestuiven. Er zijn echter ook een flink aantal zelfbestuivende rassen: let bij je keuze dus op het ras, wat je wilt en of ze zelfbestuivend is of niet.

Bodem en bemesting

Walnoten staan qua Ph graag op een neutrale of iets kalkrijke grond. Op zuurdere gronden zul je dus de grond moeten verrijken met compost en elk jaar in de winter wat kalk moeten strooien (dit zorgt tevens voor een goede stevige schil van de noot zelf). Zelf geven we ook op onze kalkrijke kleigrond elke winter een handje kalk.

Walnoten willen graag een goede humeuze grond; vochtig maar niet nat, echter ook niet te droog. Bij het planten kun je veel compost toevoegen zodat de grond goed vochtig is maar niet kletsnat blijft. Om diezelfde reden mulchen we zelf in het voorjaar met wat oude stalmest met veel stro erin. Je kunt in plaats daarvan natuurlijk ook bijvoorbeeld compost gebruiken.

Onze Walnoot doet het prima op onze kleigrond; ze is (ik denk ondertussen zo’n 7 jaar geleden gekocht/geplant) nu zo’n 3,5 meter hoog en veel hoger zal ze niet meer worden. Ik heb wel eens gehoord (maar misschien is het een fabeltje hoor) dat je elk jaar op een verdubbeling van de oogst kunt rekenen tot de boom volwassen is en elk jaar dezelfde hoeveel noten geeft (onder dezelfde omstandigheden dan natuurlijk). En misschien klopt het toch wel want een jaar of 5 geleden hadden we voor het eerst iets van 8 noten (waar we erg trots op waren en eerlijk verdeeld hebben opgegeten šŸ™‚ , het jaar erop wel een stuk of 20. En het jaar eropĀ hebben we ruim 60 walnoten kunnen plukken.

Oudere walnoten hebben niet veel voeding nodig; te veel stikstof zorgt voor teveel groei/groen en dat bevordert schimmelziekten. Zelf geven we alleen een handje koemestkorrels in de lente (en zoals gezegd een handje kalk in de late winter).

Planten en rassen

Walnoot onrijp

We hebben zelf onze nr. 16 als geƫnte boom gekocht, uit de volle grond. je kunt echter ook zaailingen kopen; een stuk goedkoper maar die geven vaak pas na 5-10 jaar voor het eerst wat noten (afhankelijk van de leeftijd van de boom): vergelijk dat maar met de 1e kleine oogst na een jaar of 2 tot 3 jaar voor een geƫnte boom die vaak al 3 of 4 jaar oud is). De geƫnte bomen zijn ook minder ziektegevoelig dan zaailingen.

En dus kun je (zeker als je na 2 of 3 jaar al wat wilt kunnen oogsten) beter een geƫnte boom kopen; bedenk wel dat geƫnte bomen wel duurder zijn (ik meen dat we zelf 6 of 7 jaar geleden iets van 30 euro betaalden voor onze boom, zaailingen kosten slechts de helft van dat bedrag).

Van 1 boom haal je dus na een aantal jaar zeker al een leuke opbrengst maar mocht je meerdere bomen willen zetten kan het handig zijn meerdere rassen te planten (die uiteraard elkaar kunnen bestuiven, vraag dat aan een goede kweker!). Houd voor de echte grote walnootbomen wel een afstand van minimaal 12 meter van elkaar aan. Voor de kleine geĆ«nte rassen moet je rekenen op een tussenafstand van zo’n 5 tot 6 meter; want de boom blijft klein maar maakt wel een flink brede kroon.

Grote rassen:

  • vaakĀ onbenoemd, onder de Latijnse naam Juglans regia
  • Bijou
  • Franquette

Kleine rassen:

  • BroadviewĀ (zelfbestuivend)
  • BuccaneerĀ (zelfbestuivend)
  • RitaĀ (zelfbestuivend)
  • HansenĀ (zelfbestuivend)

Bovenstaande rassen kunnen soms ook andere rassen bestuiven. Zoals gezegd hebben we zelf de nr. 16. Volgens de kweker toen een ras dat een andere boom nodig heeft om te bestuiven: aangezien er 2 buurmannen dichtbij op de volkstuin zijn die ook een walnoot hebben (de ene buurman een Broadview, de ander een Buccaneer, handig om met elkaar te overleggen welke fruitbomen je wilt kopen, kun je op elkaar aanpassen!), zijn we ervan uitgegaan dat het dan met de bestuiving toch goed zou zitten. Ik las echter in de Groente- en Fruitencyclopedie dat ook de nr. 16 zelfbestuivend is. Let dus in ieder geval goed op en vraag na of een ras zelfbestuivend is (van bovenstaande 4 rassen is dat in ieder geval zeker).

Het verschil in de kleinere rassen is niet zo heel groot; soms wat meer of minder opbrengst, wat grotere noten of juist niet: gezien de opbrengst/noten van onze 2 eerder genoemde buurmannen zijn die verschillen er wel maar niet heel groot.

Bomen in pot kun je in principe het hele jaar planten, maar het najaar of de vroege lente hebben de voorkeur. Bomen van de kale wortel (uit de volle grond) kun je alleen van november tot maart kopen en dus ook planten.

Plant de bomen dus in een groot gat dat je gevuld hebt met rijpe compost (hoewel volgens de kweker waar we de boom kochten vertelde dat potgrond ook goed is). In ieder geval niet in bemeste tuinaarde of verse mest of compost; de kleine (maar op dat moment belangrijkste) wortels beschadigen/verbranden dan. Zorg bij het planten dat de wortels zoveel mogelijk gespreid zijn en dat de entplaats een stukje boven de grond uitsteekt. Geef direct na het planten uiteraard flink water en plant niet als er snel daarna een vorstperiode wordt verwacht.

Sla direct bij het planten ook gelijk een goede paal in de grond, waar de boom stevig aan vast kan staan; zeker de jonge bomen maken nog veel kleine wortels die gemakkelijk kunnen beschadigen als bij veel wind de boom niet stil staat maar heen en weer deint (zeker omdat ze ook een brede kroon maakt). Sla de paal (zo’n 1,5 meter boven de grond uitstekend bij de kleine rassen) op een afstand van 20 centimeter van de boom in de grond (doe dat direct wanneer de boom in het plantgat staat, zo kun je zien wanneer je de wortels niet beschadigt). En bindt de stam van de boom met een rubberband vast aan de paal (met een dubbele lus en laat wat ruimte over aan de stam om te groeien!)

.Walnoot bloei

Bescherming

Je hoeft de oogst niet te beschermen want vogels eten de verse walnoten niet. Pas wel op voor een toevallige late nachtvorst in de lente; bij een temperatuur kouder dan -2 kunnen bloeiwijzen (foto rechts)Ā beschadigen en dat heeft uiteraard gevolgen voor de oogst. Als er toch in april nog vorst wordt verwacht (terwijl de boom bloeit) kun je ter bescherming wat vliesdoek over de boom draperen. Hier is dat nog nooit nodig geweest maar wellicht in het Noorden of Oosten van het land iets om rekening mee te houden.

Snoeien

Een walnoot hoeft niet of nauwelijks gesnoeid te worden. Wat een geluk dat ze zelf een mooie vorm maakt, met een open maar brede kroon. Ze maakt geen waterloten of veel kruisende takken of zo. Als je haar wilt snoeien doe je dat bij voorkeur direct na de oogst (voor de boom de winterrust in gaat). Je kunt kruisende takken wegsnoeien, of dode of ziekelijke takken, etc. Smeer gesnoeide takken in ieder geval direct in met een wondafdekmiddel. Wij hebben in de afgelopen jaren slechts 1 tak gesnoeid; een tak die wat laag afboog waardoor we er zelf tegenaan liepen als we langs de boom liepen; verder nog nooit gesnoeid en voorlopig lijkt dat ook niet nodig.

Door haar vorm zou ze ook geschikt zijn voor siertuinen ware het niet dat ik persoonlijk vind dat je wel erg kort van haar kunt genieten; de bloei valt niet op en is in april op de kale takken, pas daarna verschijnt het mooie donkergroene blad. En het blad wordt in september al snel lelijk en valt direct na de oogst van de noten in september/oktober. Voor siertuinen zou ik zelf (mocht je een noot zoeken die ook decoratief is) eerder kiezen voor een amandel of hazelnoot.

Overige teelttips

Veel extra bijzonderheden zijn er niet, naast een mulchlaag dat onkruid weghoudt en vocht vasthoudt zul je nog wel water moeten geven in droge perioden. De grote bomen (tot 20 meter) kunnen echter ook in droge perioden nog goed voor zichzelf zorgen hoor, alleen jongere en de kleinere rassen hebben in droge zomers wel eens een slok water nodig.

Oogst en bewaren

Ergens in september zie je de dikke groene vruchten barsten. Je kunt ze dan niet direct plukken hoor; te vroeg plukken zorgt voor veel werk omdat de noot zelf nog vast in het groene vruchtvlees zit (en je krijgt er echt heel vieze groenbruine handen van die je moeilijk schoon kunt maken:-) Wacht tot de noot helemaal gebarsten is, al stukjes schil verloren is en je de noot los in de vrucht ziet zitten. Je kunt dan heel gemakkelijk de noot uit de vrucht halen.

Je kunt uiteraard ook wachten tot de walnoten vanzelf vallen en ze dan oprapen. Bij de grote bomen ben je zowiezo verplicht om te wachten tot de noten vallen, veel te hoog om te kunnen plukken šŸ™‚ , en dat gaat ook prima. Maar zelf kunnen we bij onze klein boom de meeste walnoten zelf plukken; in september/oktober kan onze vette klei vaak al erg nat en modderig zijn van de herfstregen, vandaar dat we liever zoveel mogelijk zelf plukken; lekker schoon en zo vergeten we ook niets.

Haal de noten dan gelijk uit de vrucht, dat gaat dan heel gemakkelijk. Vervolgens zijn de verse vruchten niet echt lekker; een beetje bitter en wrang en het vliesje is nog groen (hoewel een tuinbuurman ze juist zo het lekkerst vindt – ieder het zijne šŸ™‚ Proef ze eens vers en na een paar weken drogen: misschien ben je het met hem eens, maar waarschijnlijk ben je dan toch ook van mening dat een week of 2-3 drogen, op een droge warme plaats, uitgespreid in een bak of op een krant, wonderen doet voor de smaak. Zelf drogen we de walnoten een week of 2-3 op zolder; donker, warm van de verwarmingsketel in de buurt, en droog.

Je kunt dan de walnoten kraken en opeten. Maar je kunt de noten ook zeker nog een maand of 5-6 bewaren (droog, donker en niet te koel).