Watermeloen

Watermeloen White Meated doorsnede

De watermeloen is een typisch zomerfruit; in een warme zomer is ze koud het lekkerst: sappig, knapperig en zoet van smaak. De watermeloen is geen familie van de meloen: de meloen heet Cucumis melo en de watermeloen heet Citrullus lanatus. Dat betekent ook direct dat meloenen dus niet kruisen met watermeloenen.

Op de foto zie je een watermeloen met crèmekleurig vruchtvlees, de White Meated.

Watermeloenen zijn heel bekend in Noord- en Zuid-Amerika; je kunt ze daar in veel vormen kopen, maar vooral ook in enorme afmetingen (tot wel meer dan 30 kilo per meloen). Die heel grote watermeloenen hebben veel warmte en een heel lang zomerseizoen nodig: niet geschikt voor ons koude kikkerlandje. Als je in Nederland watermeloenen wilt kweken gebruik je daar bij voorkeur de kleinere soorten voor.

Watermeloen bloem vrouw

Plant

De planten van watermeloenen kunnen klimmen, al hebben ze daar dan wel wat hulp bij nodig. Dat klimmen is voor de grote rassen niet handig want die watermeloenen kunnen vrij zwaar worden waardoor er kans is dat te zware vruchten van de planten af vallen. Het beste laat je watermeloenplanten van grotere rassen gewoon kruipen, zo groot en bossig als ‘gewone meloenen’ worden ze zelden of nooit. En zoals gezegd, kies geen extra-grote rassen, die hebben echt een te lang seizoen nodig, zelfs niet geschikt voor in de Nederlandse koude kas

Ik laat zelf wel watermeloenplanten klimmen, maar dan altijd de kleinvruchtige (icebox-sized) vruchten zoals de White Meated, Gold Baby, Sugar Baby (met vruchten tot 1 à 1,5 kilo); aan een rek van bamboestokken, tot zo’n 130 cm hoog en dat gaat best goed.

Ook bij de watermeloen zijn de vrouwelijke en mannelijke bloemen goed te herkennen; net als bij meloenen, pompoenen en komkommers hebben de vrouwelijke bloempjes achter hun bloem al een klein vruchtje, in dit geval van ongeveer 1-2 centimeter groot, zie de bovenste foto van de 2 foto’s met bloempjes, je kunt het minivruchtje al onder de bloem zien, als een harig balletje.

De mannelijke bloemen hebben alleen de bloem met meeldraden en staan op smalle steeltjes, zie de onderste foto van de 2 foto’s van bloempjes. De bloemen zijn geel en wat groter dan de bloemen van de gewone meloen. Dat is handig want in de kas zul je zelf met de hand moeten bestuiven.

Watermeloen bloem man

Watermeloenen worden bestoven door insecten als bijen en hommels en aangezien die in de kas niet vaak komen zul je zelf zo mogelijk moeten helpen met de bestuiving. Ik heb altijd in de kas een wattenstaafje liggen; elke dag even kijken en als ik mannelijke en vrouwelijk bloemen zie haal ik altijd het wattenstaafje even langs eerst de mannelijke bloem en daarna langs de vrouwelijke bloem. Het zelf bevruchten heeft trouwens meer succes dan bij gewone meloenen. Het helpt uiteraard ook om de meloenen niet achterin de kas maar juist dichtbij de ingang te planten, dan is de kans op bezoek van een bestuiver wat groter.

Teeltwijzen

Watermeloenen houden nog meer van warmte dan gewone meloenen. In de kas of platte bak, met uiteraard de keuze voor een kleinvruchtige soort, gaat het altijd wel goed. Bij de buitenteelt is dat wel anders; als je watermeloenen buiten wilt telen zul je het warmste zonnigste plekje in je tuin moeten gebruiken, een vroege en kleinvruchtige soort moeten gebruiken, op tijd zaaien en ook dan nog hopen op een mooie zomer.

Ik heb echter genoeg rijpe watermeloenen uit de buitenteelt gezien om te weten dat het echt wel kan. Mocht er een slechte zomer zijn, zul je misschien wel wat kunstgrepen moeten toepassen: bij veel regen en koel weer is een stukje perspex, glas of plastic op een paar paaltjes heel handig; het houdt de regen weg en de warmte vast.

De teelt onder glas blijft uiteraard een stuk zekerder. Daar zit je dan echter wel met het probleem van bestuiven. Bestuif dus met de hand en laat vooral zo vaak mogelijk overdag en in de avond de deur van de kas open staan in de zomer, zodat insecten vrij naar binnen kunnen vliegen. Als je een platte bak gebruikt kun je het raam een stukje open laten staan door een stuk hout of steen tussen raam en onderstel te zetten.

Opkweek

Ik zaai zelf watermeloenen altijd zo rond half tot eind april voor. Als het goed weer is zaai ik ze in de kas maar thuis voorzaaien gaat ook prima; bij een temperatuur van 20-22 graden in een zonnige vensterbank. Ik zaai het liefst in potjes zodat je al een flinke zaailing hebt om uit te planten. Geef het zaaisel maar 1 keer water en daarna liever niet meer of in ieder geval niet teveel; de zaden rotten vrij gemakkelijk in te natte grond). Bij een temperatuur van ongeveer 20 graden kiemen de zaden binnen 1 tot anderhalve week. Plant de zaailingen niet te vroeg uit; te kleine wortels, te koude grond of te nat en koel weer zorgen voor iele stilstaande planten die lastig weer verder groeien.

Plant de zaailingen, mits ze groot genoeg zijn, vanaf half mei uit. In een platte bak hou je een afstand van 1 plant per raam aan, in de kas moet je afhankelijk van de soort eerst bedenken of ja haar wilt laten klimmen of wilt laten kruipen. Zorg voor voldoende ruimte als je de planten wilt laten kruipen, en natuurlijk een klimsteun als je de planten omhoog wilt leiden.

Je kunt buiten ook op ‘broeimest’ telen: graaf wat grond uit, vul dat met stalmest waar flink wat stro in zit tot je een heuveltje hebt en dek dat dan weer af met grond. Plant de zaailingen op het heuveltje. De mest geeft wat voeding af maar het belangrijkste: de stalmest gaat verteren/composteren en daarbij komt warmte vrij in de buurt van de wortels van de meloenplant. Ik heb ook wel eens gezien dat mensen een week of 3 voor voor het planten van meloenen een stuk zwart plastic spannen over de grond; zo warmt de grond op voor je gaat planten.

Rassen/cultivars

Er zijn watermeloenen in enorm veel maten, rassen en minder bekend; ook wat verschillende kleuren. Kies in Nederland vooral kleinere rassen. Als je zaden in Amerika koopt (of zoekt op Google) staat de term ‘Icebox’ of ‘Icebox-sized’ voor kleinere vroeg rassen, misschien handig om te onthouden. De buitenschil is vaak groen, van licht tot donker, en al dan niet met een tekening op de schil (vaak in zwart). Het vruchtvlees kan lichtrood tot donkerroze zijn, maar ook geel, oranje en zelfs crème.

Watermeloen Gold Baby

Mijn persoonlijke favorieten zijn:

  • White Meated (ook wel White Wonder – crèmekleurig vruchtvlees, erg lekker, foto bovenaan pagina)
  • Sugar Baby (roze vruchtvlees)
  • Golden Midget (extra klein, gele schil, roze vruchtvlees)
  • Gold Baby (geel vruchtvlees, foto rechts)
  • Blacktail Mountain (maatje groter dan voorgaande rassen, rozerood vruchtvlees)

Bodem en bemesting

Watermeloenen houden van een vochtvasthoudende grond, een watermeloen bestaat tenslotte voor meer dan 90% uit water. Het overtollige water moet echter wel weg kunnen, een kletsnatte grond geeft een grotere kans op schimmelziekten en rottende wortels. Een goede hoeveelheid compost onderspitten helpt de grond te verluchtigen. Zelf geven we geen buitensporige bemesting; bij teveel stikstof maakt de plant veel blad en stengels maar dat gaat ten koste van de vruchtvorming. Wat koemestkorrels is vaak voldoende, en een handje patentkali kan zorgen voor een goede vruchtzetting, een lekkere smaak en een goede houdbaarheid.

Standplaats

Houd rekening met een vruchtwisseling van 1 op 4 jaar, op het landje van de vruchtgewassen. In de kas kun je elk jaar een andere hoek van de kas gebruiken. Zo voorkom je aantasting door bodemschimmels. Vermijd i.v.m. schimmels ook een te natte plaats. Uiteraard staat ze buiten zo zonnig en beschut mogelijk.

Teeltzorgen

Watermeloenen hoef je niet te snoeien; ze maakt niet zo’n grote plant als de meeste gewone meloenen. Zelf zorg ik alleen dat ze niet erg slordig wordt, als ze in de kas de neiging heeft om door andere planten heen te gaan kruipen leid ik har wat om of ik kort haar aan die kant wat in. Zeker als er eenmaal watermeloentjes aan de planten groeien richten de planten hun energie vaak duidelijk meer op de groei van die meloenen dan op de groei van de plant zelf.

Geef water bij de wortels en niet op het blad (om schimmelziekten te voorkomen). Giet voldoende maar niet te veel en zorg dat het teveel aan water weg kan. Het kan ook handig zijn, als de grond nog koud is, om het water eerst iets te verwarmen tot het lauw (uiteraard niet warm!) is voor je het geeft.

De ramen open zetten in kas en platte bak is zoals eerder gezegd ook nog nodig om bestuiving door insecten mogelijk te maken. En je kunt proberen met de hand te bestuiven.

Het is handig om de meloenen die zich ontwikkelen op een plankje of tegel te leggen: zo blijft ze droog en rotten ze niet. Als watermeloenen eenmaal groot genoeg zijn geef dan niet zo vaak en veel meer water, voldoende voor de plant om te leven en te groeien maar de watermeloenen zelf zijn groot genoeg; die hoeven alleen nog maar te rijpen.

Oogst / bewaring

Watermeloen

Het lastigst van alle groenten/vruchten: wanneer is een watermeloen rijp? Ik durf het bijna niet te zeggen maar ik heb geen flauw idee 🙂

Bij meloenen is het heel gemakkelijk; die verkleuren min of meer bij het rijpen, gaan geuren en er komen scheurtjes rond de vruchtsteel. Dat allemaal gebeurt niet bij de watermeloen: ze geeft geen enkel signaal dat ze rijp is; de schil blijft even hard, ik heb in meerdere jaren meerdere keren zachtjes op de schil geklopt en je kunt het horen.

Dat is dan niet makkelijk uit te leggen maar als je meerdere watermeloenen hebt liggen en je weet welke de oudste is, klop dan eens een paar keer zachtjes op de verschillende meloenen. Als ze duidelijk een andere geluid maakt (meer ‘hol’) kun je haar oogsten. En als je het nog niet helemaal vertrouwt kun je haar dan gemakkelijk nog een week of 2 weken op de fruitschaal leggen, dan kan ze nog lekker narijpen.

Als je zaden koopt wordt er wel eens het aantal dagen van uitplanten tot oogst genoemd (de vroegheid in dagen). Zelf tel ik bij een volwassen meloen zo ongeveer 2 maanden op en dan oogst ik, met wat kloppen, een watermeloen een beetje op de gok, en ik laat ze nog een week in huis narijpen. Overrijp kan ze eigenlijk bijna niet worden, liever 2 weken later geoogst dan een paar dagen te vroeg. Zolang ze maar niet barst, dat gebeurt niet snel, ik heb het pas 1 keer gehad en dan is ze eigenlijk al snel niet eetbaar meer (omdat er dan heel snel pissebedden, etc. in zitten).

Oftewel; het bepalen van de oogstrijpheid van een watermeloen is lastig; let vooral op wanneer je de planten hebt geplant, wanneer een watermeloentje groot genoeg is (dan kun je ongeveer 8 weken tellen tot afrijping, maar ook dat hangt voor een groot gedeelte weer af van het ras).

Zaadteelt

Zoals al eerder gezegd kruisen watermeloenen niet met meloenen. Uiteraard kunnen verschillende rassen watermeloenen onderling wel kruisen, zorg dus dat je maar 1 ras kweekt voor zaadteelt (of houd een flinke afstand tussen 2 rassen aan). Laat de watermeloen helemaal aan de plant rijpen. Haal dan de zaden uit de meloen (en eet de meloen zelf vooral op 🙂 Was de zaden en laat ze een aantal dagen goed drogen. Watermeloenzaden blijven wel ruim 5 jaar kiemkrachtig.

 


Recepten met watermeloen: