Andijvie

Andijvie (2)

 

Andijvie behoort tot de bladgewassen en is familie van de witlof en de cichorei, dat verklaart gelijk de iets bittere smaak. Ze is rauw lekker in stamppot en salades, gekookt natuurlijk ook overbekend (onlosmakelijk verbonden met een gehaktbal 🙂 ), maar er zijn steeds meer leuke recepten met andijvie te vinden, van gevulde andijvierolletjes en hartige taarten tot bijvoorbeeld ovenschotels.

 

PLANT

Andijvie is éénjarig, groeit snel en is bijna jaarrond te telen (mits je het juiste ras in het juiste seizoen kiest). Er zijn 2 verschillende vormen: breedbladige of ook wel lepelbladige andijvie genoemd, en krulandijvie (ook wel frisée genoemd). De breedbladige rassen worden vooral gebruikt om te stoven en koken (omdat ze vaak wat stugger van blad zijn), de krulandijvie wordt vooral rauw in salades, en in stamppotten gegeten (de smaak is ongeveer hetzelfde maar de structuur van krulandijvie is wat zachter en fijner). Uiteraard kun je krulandijvie ook stoven, en breedbladige andijvie gebruiken voor stamppot want de smaak is dus ongeveer hetzelfde.

 

TEELT

Andijvie is een langedagplant (ze schiet in de zomer, wanneer de dagen het langst zijn, snel door). Daardoor heeft de zomerteelt de meeste risico’s op doorschieten, maar de zomerteelt is toch de meest bekende en ook meest gebruikte teelt.

Daarnaast is er ook nog de voorjaarsteelt, de vroege voorjaarsteelt onder glas, de herfstteelt en de late herfstteelt. Elke teelt heeft zijn favoriete rassen; kwekers proberen rassen te kweken die bestand zijn tegen wat meer vorst (winterandijvie), maar ook rassen die juist in de zomer niet zo snel doorschieten. In de herfst-, late herfst- en vroege voorjaarsteelt zijn er (nog) geen goede rassen van het type krulandijvie, krulandijvie is bij voorkeur geschikt voor voorjaar en zomer en kan slecht tegen kou/vorst.

Krulandijvie, ook wel Frisée genoemd
Krulandijvie, ook wel Frisée genoemd

 

BODEM EN BEMESTING

Andijvie groeit op alle gronden, zo lang ze maar vochthoudend en voedzaam is. Ze behoort tot de groep bladgewassen en stelt naast de gebruikelijk basisbemesting met stalmest en/of compost (net als alle andere bladgewassen) prijs op wat extra stikstof (bijvoorbeeld in de vorm van wat bloedmeel, of andere samengestelde al dan niet organische mest (zoals bijvoorbeeld Pokon Biologische moestuinmest, groene Culterra, DCM voor groenten, etc.). Pas altijd op voor overbemesting, dat kan bij andijvie bijvoorbeeld een verhoogd nitraat-gehalte veroorzaken, houd je altijd aan de aanwijzingen op de verpakking.

 

PLANTEN

Andijvie kiemt en groeit snel, maar dat is ook afhankelijk van de temperatuur. Andijvie die we eind januari in de kas zaaien kunnen we vaak in april eten, andijvie die later in het voorjaar buiten wordt gezaaid kan vaak binnen een week of 8 gegeten worden.

Je kunt andijvie in het vroege voorjaar binnen zaaien (zie de zaaitabel) maar mijn persoonlijke ervaring is dat dat heel vaak leidt tot lange dunne sprieten in plaats van plantjes (omdat de dagen nog te kort zijn, en het binnenshuis te donker en te warm is). Mocht je dit herkennen, lees dan even een oud tuindagboek waarin ik daar eens iets over heb geschreven: Zaailingen lang en dun

Onder koud glas zaaien gaat beter, de zaden doen wat langer over het kiemen en groeien, maar groeien wel voller en meer gedrongen. Later in het voorjaar kun je ook buiten zaaien, breedwerpig, en de zaailingen later verspenen. Zelf vind ik het prettig om in zaaitrays te zaaien, 1 zaadje per plug zodat de worteltjes bij het uitplanten niet beschadigen.

Maar breedwerpig in een bakje zaaien gaat ook prima (foto hieronder). Gebruik uiteraard een bakje dat hoog genoeg is, zorg voor ontwateringsgaatjes in de bodem, en zaai niet te veel zaden in het bakje (hoe meer grond er is voor de worteltjes, des te beter groeien ze en des te makkelijk zijn ze later, voor het uitplanten, van elkaar te scheiden. Het is handig om de grond voor het uit elkaar halen extra nat te maken.

Plant, op welke manier en waar je dan ook zaait, de zaailingen altijd diep genoeg uit, er mogen geen worteltjes boven de grond blijven, en geef direct water na het uitplanten. Als er blaadjes zijn die heel lang en slap zijn kun je daar met een schaar een stukje vanaf knippen, uiteindelijk gaan de zaailingen vanuit het hart verder groeien en nieuwe bladeren maken.

Zaailingen krulandijvie in een bakje
Zaailingen krulandijvie in een bakje

 

RASSEN

Er zijn heel veel andijvierassen en elk jaar komen er weer nieuwe rassen bij met bepaalde verbeterde eigenschappen. Maar onze persoonlijke voorkeur hebben nu:

  • Sacha (een herfstandijvie met wat zachter blad dat in het hart mooi naar geelachtig verkleurt)
  • Geante Marachère (herfst- tot winterandijvie die redelijk goed bestand is tegen vorst)
  • Breedblad Volhart (winterandijvie die wel tot de kerst nog oogstbaar blijft)
  • St. Laurent (krulandijvie, lekker mals, voor voorjaars en late zomerteelt)
  • President (krulandijvie, ook malse smalle krullerige blaadjes, schiet niet zo snel door)
  • Nummer 5 (vinden wij altijd erg goed voor de vroege voorjaarsteelt onder glas, foto bovenaan pagina)

 

ZAAITABEL EN PLANTAFSTAND:

Andijvie tabel

 

TEELTZORGEN

Andijvie houdt van een vochtige grond. Zeker in de zomer, wanneer het wat droger is, moet er regelmatig water worden gegeven, het verkleint onder andere de kans op doorschieten.

Veel ziekten zijn er niet, maar “rand” komt wel regelmatig voor (het is ongevaarlijk maar de randen van het blad worden dan bruin en verdorren, je kunt het gewoon wegsnijden en het groen alsnog eten). Het wordt veroorzaakt door de overgang tussen verschillende weerstypen (bijvoorbeeld van vochtig koel naar warm en zonnig).

Geef vooral voldoende water tijdens droge perioden, en vooral niet op de plant maar ernaast. “Rand” komt vooral in de nazomer en herfst voor. In catalogi vind je wel rassen die bijvoorbeeld beter tegen “rand” bestand zijn.

Het is grappig om eens te proberen het blad te bleken, mijn vader deed dat vroeger heel vaak, omdat hij dat erg lekker vond, het binnenste blad wordt dan geel en extra zacht en mals van structuur. In de zomer hebben er vaak te weinig tijd voor maar in het voorjaar onder glas binden we wel eens een stukje touw om de bij elkaar gepakte bladeren van een krop. Doe dat als de planten ongeveer iets over de helft van de teeltduur zijn (dus redelijk formaat, maar nog niet oogstklaar). Doordat het hart van de krop nu geen licht meer krijgt wordt het binnenste blad niet groen maar geel en dus extra zacht en mals. Bedenk wel dat als je het buiten wilt proberen dat je er rekening mee moet houden dat flink wat regen ervoor kan zorgen dat het binnenste van de krop nat wordt en niet op kan drogen, en dus kan gaan smetten en uiteindelijk rotten. Het bleken van andijvie is vooral geschikt voor de teelt onder glas, en voor de drogere zomermaanden buiten. De lekkerste andijvie vinden wij zowiezo de vroege teelt onder glas; malser en zachter dan “buitenandijvie”.

Doorgeschoten andijvie
Doorgeschoten andijvie

 

OOGST EN BEWAREN

Andijvie kun je niet lang bewaren, eet ze het liefst dezelfde dag. Mocht het daar niet van komen: wij rollen de andijvie dan vaak in een krant en kunnen die dan nog wel een dag in de groentelade van de koelkast bewaren. Wij oogsten ook eigenlijk nooit door de krop  bij de grond af te snijden, maar we trekken de hele krop met de wortels eraan uit de grond. We wrijven/spoelen vervolgens de grond eraf, en dan blijft ze duidelijk ook wat langer fris (doordat ze haar wortels nog heeft en die door het spoelen nog wat water hebben gehad heeft de krop andijvie minder de neiging om vocht uit het blad te onttrekken en slap te worden). Goed wassen en even in ijskoud water frist haar vlak voor het eten ook weer wat op.

 

ZAADTEELT

Kweek niet tegelijkertijd zaad van breedbladige- en krulandijvie, of van meerdere rassen want de kans op kruisen is heel groot. Ze zou ook sporadisch kunnen kruisen met cichorei (volgens Susan Ashworth in haar Engelstalige boek “Seed to Seed”).

Voor zaadteelt kies je gezonde planten die in de zomer doorschieten. Na de mooie paarsblauwe bloei verschijnen dan de zaden. Maar persoonlijk vind ik het heel erg lastig, ik waag me er al jaren niet meer aan. De doorgeschoten planten worden uiteindelijk heel groot (ongeveer 1 meter hoog en 2 meter breed), en de zaden zijn met de hand heel lastig te oogsten omdat ze diep in de zaadhoesjes zitten, en die zaadhoesjes zijn heel scherp. In een regenachtige nazomer rotten de zaden makkelijk in de hoesjes voor ze kunnen rijpen. Wel leuk om eens te doen, maar persoonlijk vind ik dat het alle tijd en werk niet waard is (bedenkend dat je voor nog geen euro een zakje van wel meer dan 300 zaden hebt 🙂 ).