Cichorei

Cichorei Orchidea Rossa

 

Cichorei, radicchio, roodlof, allemaal benamingen voor deze lichtbittere groente die in Italie heel bekend is en gebruikt wordt (vandaar ook de vaak Italiaanse benamingen van rassen).

De cichorei is familie van de andijvie (dat is duidelijk te zien als de planten doorschieten en gaan bloeien met mooie helderblauwe bloemen), en ook van de witlof en groenlof. Eigenlijk zijn er 2 soorten cichorei: de rassen die zachte (sla-achtige) bittere bladeren maken (als groenlof), en de rassen die harde, knapperige en lichtbittere kropjes maken (zoals witlof). In bijna alle gevallen zijn de bladeren of kropjes meer of minder rood, vaak met wat groen en/of wit en/of geelgroen erbij.

Zelf vind ik het loftype het lekkerst; ze lijkt veel op witlof en de bladeren zijn rauw lekker; lichtbitter, knapperig en fris, maar ook gekookt (zoals witlof) smakelijk. Van de zachtbladige soorten moet je wel houden; als je van extra-bittere gekookte andijvie en natuurlijk groenlof houdt zul je de zachtbladige cichorei ook lekker vinden. Zelf vind ik het niet echt lekker, te bitter om als stoofgroente te gebruiken, maar smaken verschillen en probeer het vooral gewoon zelf eens, ik hoor van heel veel mensen dat ze het wel lekker vinden (in recepten waarin ook andijvie wordt gebruikt).

 

PLANT / TEELTWIJZEN

Zoals gezegd zijn er 2 types: het loftype (zoals witlof, wordt ook wel het Verona-type genoemd), en het slatype (zoals groenlof, wordt ook wel Chioggia-type genoemd). De typerende rode kleur ontwikkelt zich pas bij koelere temperaturen, vooral wanneer de dagen nog warm zijn maar de nachten al kouder worden. Daarom wordt cichorei in de zomer (na de langste dag) of in de nazomer gezaaid. Maar niet alleen daarom; in het voorjaar gezaaide cichorei schiet snel door (net als groenlof), al worden er wel steeds meer rassen ontwikkeld die wat beter tegen ‘schieten’ bestand zijn.

Cichorei neemt niet zo veel ruimte in, elk kropje (afhankelijk van type en ras) wordt zo’n 20 tot 35 centimeter groot. Cichorei kan goed tegen kou, ze kan zelfs wat vorst verdragen. En dat is erg handig want het slatype oogst je in de nazomer en herfst, maar het loftype laat je staan; het loof verwelkt en sterft af, ze moet dan in de winter beschermd worden tegen vorst, en in het voorjaar loopt ze opnieuw uit en vormt dan een kropje (zoals witlof). Je kunt het loftype ook behandelen als witlof (dus de wortels in het najaar oogsten en dan inkuilen in zand of grond en er lofjes van ‘trekken’.

Zelf ga ik dit jaar de Rosso di Treviso zaaien, een loftype, en ik zal later hier melden hoe dat gegaan is; ik ben van plan haar in juli te zaaien en haar in het najaar in de kas in te kuilen zodat ik in het vroege voorjaar lofjes kan trekken………..

Cichorei

 

OPKWEEK

Omdat cichorei in het voorjaar snel doorschiet en haar mooie kleur pas in de herfst krijgt zaai je haar bij voorkeur na de langste dag (21 juni). Nieuwe rassen (vaak F1-hybriden) zijn soms beter bestand tegen schieten en kunnen al in april-mei worden gezaaid; let op bij de aanschaf van een ras/zaden bij de beschrijving op de termen vroegheid en schieten.

Zaai de traditionele rassen tussen eind juni en eind juli: je kunt ze ter plaatse in rijen zaaien die je later uitdunt, of ze voorzaaien in potjes (maar bedenk dan wel dat stoornissen in groei door ruimtegebrek, temperatuurswisselingen, vochtgebrek, etc. voor sneller doorschieten zorgt – zorg dus voor een gelijkmatige opkweek). De plantafstand is 30 centimeter, de rijafstand zo ongeveer 35 centimeter zodat je tussen de rijen in kunt wieden.

 

RASSEN

Loftype/Veronatype:

  • Variegata del Castelfranco (mooi geelgroen/wit/rood van kleur)
  • Rossa di Treviso (rood/wit van kleur)
  • Rossa di Verona Tardiva (rood)
  • Fiero F1 hybride (rood-wit)

Slatype/Chioggiatype:

  • Rossa di Chioggia (rood-wit)
  • Palla Rossa (rood)
  • Amaranta (rood-wit)
  • Crumolo Verde (groen)

Bij sommige zaadhuizen kun je ook mengsels kopen: erg leuk omdat er meerdere bijzondere kleuren en vormen in zitten, let wel op dat je slatypes en loftypes wel op hun eigen manier behandelt.

 

BODEM / BEMESTING

Cichorei heeft niet veel voeding nodig. Ze groeit goed op een luchtige bodem die niet te zuur is. Zelf spitten we in de winter een gemiddelde hoeveelheid oude stalmest onder voor een goede structuur en werken we een paar weken voor het zaaien alleen wat koemestkorrels door de grond. Aangezien cichorei (de traditionele rassen) na juni worden gezaaid zijn ze vooral heel geschikt als nateelt na bijvoorbeeld vroege aardappelen, worteltjes, bietjes, etc. Zorg voor een vruchtwisseling van 1 op 4 en houd daarbij rekening met het feit dat cichorei familie is van groenlof, witlof en andijvie. Cichorei behoort tot de bladgewassen en heeft het liefst een zonnig plekje.

 

ZAAITABEL

Chicorei tabel

 

TEELTZORGEN

Omdat je cichorei rond de warmste en soms droge dagen zaait moet je de zaailingen in het begin regelmatig water geven, vermijd groeistoornissen door temperatuursverschillen, vochtgebrek, etc. Geef water naast de planten en niet erop, en zorg dat de grond om de planten heen vrij is van onkruid.

De slatypes hebben geen extra teeltzorgen, naast gebruikelijke wieden en water geven oogst je de kropjes als ze groot genoeg zijn, in de nazomer of herfst.

Bij de loftypes zul je moeten kiezen hoe je de kropjes wilt gaan oogsten. Als je de planten gewoon op het land wilt laten staan zul je de planten in de late herfst zelf af moeten laten sterven en dan de wortels onder de grond moeten beschermen tegen al te veel vorst (door bijvoorbeeld stro, bladeren, etc. op de grond te leggen). Als je de planten in de kas wilt inkuilen zul je de planten ook moeten laten afsterven en de wortels daarna voorzichtig uitgraven en die inkuilen in de kas/platte bak; bij strenge vorst zul je ook dan de grond misschien moeten bedekken met wat stro. En tot slot het ‘intafelen’ of ‘trekken’: daarbij laat je de planten afsterven, oogst de wortel en laat ze een week of 2 rusten/drogen. Daarna kuil je ze op een vorstvrije plaats in zoals je dat ook met witlof doet. Kijk voor tips daarbij even op de pagina van Witlof

 

OOGST / BEWAREN

De slatypes kun je in de nazomer/herfst oogsten. Oogst ze zo kort mogelijk voor de bereiding; als bladgroente verlept ze snel en is ze niet heel lang houdbaar (maximaal 1 of 2 dagen in een krant gewikkeld in de koelkast). De loftypes laat je dus staan of kuil je in en oogst je pas na de winter; de kleine knapperige kropjes snijd je af en zijn dan wat langer houdbaar dan het slatype (een paar dagen in een krantje in de koelkast), maar altijd het lekkerst direct na de oogst.

 

ZAADTEELT

Zelf zaden oogsten van cichorei is lastig: ze kruist heel gemakkelijk met andijvie en groenlof en ook met de in de natuur voorkomende wilde cichorei. Bovendien heb je meerdere planten nodig die tegelijkertijd bloeien; cichorei heeft een tweede plant nodig om bevrucht te kunnen worden. Zaai haar juist vroeg in het voorjaar zodat ze hetzelfde jaar al doorschiet. Plant dus meerder planten bij elkaar, zorg dat er geen bloeiende andijvie, groenlof of wilde cichorei in de buurt is. Vervolgens maakt ze grote woeste planten en het met de hand oogsten van de zaden is niet gemakkelijk omdat de zaden heel diep in de bloembodem zitten Ik heb geen ervaring met het oogsten van cichoreizaden maar wel 1 keer met andijvie geprobeerd). De zaden zijn in de nazomer rijp om te oogsten en na het oogsten en drogen zijn ze nog ongeveer 4 jaar kiemkrachtig.