Koolraap

Koolraap

Er is een reden voor dat ik nu pas iets ga schrijven over Koolraap. De namen zijn trouwens enorm verwarrend; wat is nou koolraap, wat is dan raap, wat is knolraap, knolletjes, tuinraap, meiknol, keukenraap, zoveel benamingen voor eigenlijk maar 2 soorten groenten.

De reden dat ik hier nu pas over schrijf is mijn jeugdtrauma 🙂 Wij aten koolraap (en wij noemden ze thuis ‘knolletjes’, wat dus niet klopt want dat zijn nou juist rapen) in de koudere maanden van het jaar soms wel eens per elke week. Ik at ze braaf op, maar toch met zoveel tegenzin. We aten ze ook altijd op dezelfde manier; gekookt (heel, hĂ©Ă©l lang gekookt) en met heel, hĂ©Ă©l veel nootmuskaat erop. Wij aten alleen de oranjegele vorm, ze werden in langwerpige reepjes (een soort patatjes) gesneden, en na zo lang koken kregen ze hier de bijnaam “dooie vingers’.

Ik heb ze nadat ik op mezelf ben gaan wonen nooit meer gegeten, terwijl ik eerlijk gezegd niet eens goed meer weet hoe ze smaakten. Ik heb ze in 2010 pas voor het eerst weer gegeten. Het beviel zo goed dat ik ze in 2011 zelf weer eens heb geteeld, mijn antipathie overwonnen (ik geef toe, wel de witvlezige vorm, ik ben nog niet toe aan de echte ‘dooie vingers’ 🙂

Goed, eerst maar de benamingen:

  • Koolraap = knolletjes zoals wij het noemden = Brassica napus var. napobrassica
  • Raap = knolraap = knol = Brassica rapa var. rapifera (ook wel keukenraap genoemd, boterraap, en de meiknol (dat is de vroege teelt van raap)

Dit hoofdstuk gaat dus over de Koolraap (de bijzonderheden over de teelt van Raap vind je: hier). De smaak van Koolraap is een beetje zoetig, weeĂŻg is misschien een beter woord. Het is een echt herfst- en wintergroente, door de smaak maar ook mede omdat ze dan vooral geteeld en geoogst wordt.

Plant

Koolrapen lijken eigenlijk wel veel op Rapen, maar Koolrapen zijn groter en kunnen beter tegen koude. Ze groeit half boven en half onder de grond. Er zijn geelvlezige rassen (die van buiten een beetje okergeelbruin zijn), en er zijn wit (crème)-vlezige rassen en die zijn van buiten crème (ondergronds) met paars (het bovengrondse gedeelte – van binnen trouwens gewoon helemaal wit-crème van kleur.

Teeltwijzen en rassen

Je zaait Koolrapen in de late lente (tussen eind mei en eind juni). De zaailingen kun je rond juli uitplanten en de oogst valt in de herfst (tussen oktober en december). Ze kan heel goed koude verdragen, zelfs vorst is geen probleem. Houd een afstand van zo’n 35-40 centimeter tussen de planten aan zodat de knol goed kan groeien en de bladeren zich goed kunnen ontwikkelen (want zonder blad kan er geen knol groeien). Bekende rassen:

  • Friese Gele (en daarin zijn dan weer F1-hybriden zoals Helenor gekweekt): geelvlezig
  • Hollandse Roodkop (paarse bovenkant, witte onderkant en crèmewitvlezig)
  • Wilhelmsburger Gele (geelvlezig)
  • American Purple Top (vergelijkbaar met de Hollandse Roodkop)
  • Collet Vert (iets afwijkend doordat ze onder de grond wit is en bovengronds groen (in plaats van paars), ook witvlezig)
  • Brora (ook weer een beetje vergelijkbaar met de Hollandse Roodkop)

Alle bestaande rassen hebben ronde of bijna ronde knollen.

Standplaats

Koolraap houdt wel van voedsel. Maar in dit geval moet je toch wel wat oppassen; teveel stikstofhoudende mest geeft veel blad en weinig knol. Geef dus wel wat voeding maar een handje koemestkorrels is dan wel genoeg. En om te zorgen dat ze voldoende vocht op kan nemen is een goede structuur wel van belang; wat oude stalmest en compost in de winter onderspitten is een goed idee, je kunt dan ook wat minder koemestkorrels te geven.

Zaaien, planten, oogsten en plantafstand

Koolraap tabel

Opkweek

Je kunt Koolraap ter plaatse zaaien en later uitdunnen. Maar zelf vind ik dat niet prettig (omdat het onkruid altijd sneller kiemt en je die er dan tussenuit moet gaan vissen, je beter op moet letten of ze wel kiemen, ze water moet geven, etc. en dan heb ik het nog niet over de duiven die je jonge zaailingen opvreten). Ik zaai dus zelf liever voor, in een traytje, plantje voor plantje, in potgrond, daar kunnen ze lekker in kiemen, nog even goed in groeien en je kunt ze gemakkelijk overplanten naar hun definitieve standplaats. Plant ze uit wanneer ze groot genoeg zijn, op afstand van 40 centimeter afstand van elkaar. En zorg voor een bescherming tegen de vraagt van vogels (middels een net).

Teeltzorgen

Verwijder onkruid, zorg voor voldoende vocht, want Koolraap heeft behoorlijk wat vocht nodig om een goed te groeien en een goede knol te maken maar mag niet kletsnat blijven staan. Een goede grondbewerking (het losmaken van de grond rond de planten) is dus belangrijk. En natuurlijk de bescherming tegen vogels middels een net, dat net moet echt boven de planten blijven tot het einde van de zomer.

Oogst en bewaren

Je oogst de knollen wanneer de groot genoeg zijn, vanaf oktober tot in december. Zonder loof kun je ze in een vorstvrije schuur nog wel een week of 2 tot 3 bewaren. Net als bij Boerenkool smaakt Koolraap wat zoeter als het heeft gevroren (door de omzetting van zetmeel in suikers). Maar laat haar niet al te lang staan, als de knollen volwassen zijn maar niet worden geoogst kunnen ze houtig en vezelig worden. En uiteraard kun je de Koolrapen ook invriezen (geschild, in plakjes, geblancheerd), ze is dan nog prima voor bijvoorbeeld een stamppotje te gebruiken.

Zaadteelt

Dat is niet gemakkelijk omdat ze tweejarig is. Je zult dus de knollen in het begin van de winter moeten oogsten, de hele winter in een kistje zand vorstvrij moeten bewaren en vervolgens in maart weer uit moeten planten. In de lente gaan de planten daar doorschieten, in de zomer volgt de bloei en in de herfst rijpen en drogen de zaden.

 


Recepten met koolraap: