Koolrabi

Koolrabi

Ik raak zelf altijd een beetje in de war van alle benamingen rond alle koolsoorten waarvan je de knol of bol eet: er zijn witte raapjes, rapen, meiknolletjes, koolraap, knolletjes, meiknolletjes 🙂

Maar de koolrabi is echt iets heel anders. De koolrabi is een vrij kleine knol (maar niet altijd), ze groeit net boven de grond. Ze zijn er in groenwit en in het paarsblauw, meer informatie over het verschil in die 2 variëteiten vind je hieronder.

De smaak van koolrabi is helemaal niet sterk koolachtig, maar juist zacht en vrij neutraal. Daarom is ze erg lekker om ‘er iets van te maken’: stamppot, in de oven met bijvoorbeeld kaas, etc. Maar ook door roerbakschotels is ze lekker, omdat ze de smaak van kruiden aanneemt. Zelf stoven we haar ook vaak en dan doen we er een kaassausje bij. Of we eten haar rauw in dunne plakjes (of juist in “lucifertjes” in een salade, dan is ze neutraal en lekker knapperig en neemt goed de smaak van een dressing in zich op. De knol groeit duidelijk boven de grond en niet (zoals bij bietjes, knolselderij, etc.) er half onder.

Plant

Zoals gezegd kan de knol (en trouwens ook het blad) groenig wit of blauwviolet zijn; van binnen zijn ze echter allebei wit. De hele plant is overdekt met een waslaag.

Teeltwijzen

Koolrabi is vrij gevoelig voor doorschieten. Zorg daarom voor een zo stabiel mogelijk opkweek (qua voeding, temperatuur en vocht). Om die reden is de herfstteelt ook de makkelijkste en meest voorkomende teelt – omdat de opkweek na de langste dag met niet te grote verschillen in dag- en nachttemperatuur (die dan vrij hoog zijn) de beste resultaten geeft. Uiteraard zijn veredelaars druk bezig met het maken van rassen die beter bestand zijn tegen schieten, vaak zijn dat de F1-hybriden.

Maar dat betekent toch dat wanneer je in het voorjaar zaait, je dit vooral binnenshuis doet (rond de 15 tot 20 graden). Voor de zomerteelt kun je binnen zaaien, of onder koud glas. En eigenlijk is alleen de herfstteelt (zaaien na juni) geschikt om buiten te zaaien.

Je kunt bij de latere herfstteelt de zaailingen ook onder glas planten; zo kun je zelfs eind november nog verse koolrabi oogsten.

Koolrabi paars

Rassen

Er zijn witte (eigenlijk bleekgroene) en blauwpaarse rassen. De blauwpaarse soorten zouden volgens kenners lekkerder zijn en een betere opbrengst geven. De teeltduur van de blauwpaarse rassen is iets langer en ze maakt wat meer blad. De witte rassen kunnen wat beter ook voor de vroegere teelt gebruikt worden (de paarsblauwe rassen dus juist voor de latere teelten met een zaaidatum vanaf eind juni).

Bekende rassen zijn Lanro (wit) en Blaro (paarsblauw). Een ander bekend ras is de Delikatess (die is er in witgroen en blauwpaars). Daarnaast zijn er ook steeds vaker F1-hybrides te vinden, die volgens de fabrikant beter geschikt zijn tegen doorschieten, voosheid, etc.

Zelf zaaien we heel graag al een paar jaar nog een ander ras: Superschmelz: een grote tot zeer grote koolrabi, best aardig bestand tegen schieten en ze wordt zeker niet snel houtig of vezelig. Door de grootte van de koolrabi’s een zeer goede opbrengst en de smaak is prima (wat zachter en neutraler).

Standplaats

Koolrabi kun je op alle normale, niet al te zware of te zure tuingronden goed telen. bedenk dat de Koolrabi maar een klein en oppervlakkig wortelgestel maakt. Dat betekent dus dat je extra goed moet letten op voldoende voeding en vocht. En zorg bij voorkeur dat de grond goed is los gemaakt en verluchtigd is met compost. Strooi op wat zuurdere gronden vooral wat kalk voor de teelt.

Zaaitabel, planttijd, oogsten en plantafstand:

Koolrabi tabel

Opkweek

Zaai bij voorkeur in potjes of in trays voor waardoor je de worteltjes zo min mogelijk beschadigt bij het uitplanten (want dat veroorzaakt sneller doorschieten). Koolrabizaden kiemen bij 15-20 graden binnen 7-10 dagen. Plant de zaailingen nooit te diep uit en wacht niet te lang (te grote zaailingen krijgen een groeistilstand bij het uitplanten wat dan ook het doorschieten weer bevordert).

Koolrabi paars zaailingen

Teeltzorgen

Door haar kleine wortelgestel is regelmatig water geven heel belangrijk (ook als ze nog maar een jonge plant is!). Krijgt ze niet voldoende vocht, dan kan ze vezelig en taai worden; vaak zie je later dat de knollen gaan barsten of splijten. Zelf hebben we wel eens een jaar gehad dat we niet wisten dat er voldoende water gegeven moest worden; de knollen zagen er bij de oogst eigenlijk nog best goed uit, maar bij het bereiden van de knollen kwamen we er achter dat de knollen van binnen heel vezelig waren, niet lekker, bijna een beetje ‘harig’. Water geven en vooral jong en mals plukken dus 🙂

Koolrabi Superschmelz herfstteelt

Oogst en bewaren

Je snijdt de knol boven de grond af. Zoals gezegd; oogst ze vooral jong en mals (behalve dan het ras Superschmelz, die kun je gerust door laten groeien en groter laten worden), laat de andere rassen niet te groot en te dik worden want dan worden ze vezelig en droog. Een normale diameter bij de oogst is 7 tot 10 centimeter (bij de Superschmelz is dat wel 15-20 centimeter, zo’n 750 gram zwaar).

Op de foto rechts zie je koolrabi Superschmelz in de herfstteelt (gezaaid in juli kon ik tot half november nog mooie, ronde, wat kleinere maar prima smakende koolrabi’s oogsten, handig als nateelt.

Je kunt de afgesneden knollen (zonder loof) nog wel een paar dagen in de koelkast bewaren. Zelfs de knollen die gescheurd of gespleten zijn kun je nog prima eten hoor.

Zaadteelt

Koolrabi is tweejarig. Kruisen is bij alle koolsoorten een probleem, zeker Cultivars onder elkaar. Voor zaadteelt zaai je in juni, overwinter de planten vorstvrij en plant ze weer uit in april van het volgende jaar. Al snel zullen de planten gaan bloeien en vervolgens in het zaad schieten. Houd per knol 3 bloeistengels aan en oogst de zaden als die bruin en droog zijn.