Raap

Raap

Rapen hebben veel namen; keukenraap, knolraap (niet te verwarren met koolraap!), knolletje, meiraap, meiknolletje, tuinraap. De raap lijkt wel veel op de koolraap, en behoren ook allebei tot de koolrassen maar toch zijn er een aantal verschillen:

  • Rapen teel je in de lente en in de herfst, koolraap zaai je in de late lente en oogst je in de late herfst
  • Rapen oogst je jonger en dus ook kleiner dan koolraap
  • Rapen kunnen niet tegen verplanten en zaai je ter plaatse, koolraap kun je voorzaaien en uitplanten wanneer ze groot genoeg zijn
  • Rapen hebben een mildere smaak en zijn een typische jonge voorjaarsgroente, koolraap is een echte herfst- en wintergroente

Rapen oogst je dus jong (in ieder geval de voorjaarsraapjes). Als ze jong genoeg zijn hoef je ze niet te schillen; wassen en stoven is erg lekker maar ook rauw in plakjes zijn ze dan lekker (in salades of op een broodje gezond). Herfstrapen kun je wat groter laten worden en dan moet je ze wel schillen, de smaak is dan wat minder jong en mild dan in het voorjaar, en ze wordt dan juist wat zoeter van smaak, je eet ze dan vooral in stoofschotels, met kaas uit de oven, etc.

Plant

Witte raapjes in grond

Rapen eet je jong; dat betekent dat ze snelgroeiend is, en je ze al oogst voor ze grote planten zijn. De knol groeit half boven en half onder de grond. Er zijn witvlezige rassen (zoals het echte meiknolletje) en geelvlezige rassen (boterraap of boterknol wordt dat ook wel genoemd). Van buiten zijn rapen rond of iets langwerpig en geel, wit, wit met paars of wit met groen van kleur.

Teeltwijzen en rassen

Je zaait Raapjes dus vroeg of juist laat. Ze groeien zo snel dat je vaak zo’n 6 tot 8 weken na het zaaien al kunt oogsten. Juist om die reden is het handig om elke 3 of 4 weken een rijtje te zaaien; je kunt ze snel oogsten, en dat is zo wenselijk want als je ze heel lang in de grond laat kunnen ze voos of vezelig worden.

Je zaait raapjes in maart en april voor oogst in mei en juni. In de zomer teel je geen raapjes, mede omdat er dan gemakkelijk ziekten en plagen toeslaan als koolvlieg, aardvlooien, etc. Je zaait de herfstrapen in juli en augustus voor oogst in september en oktober. Bekende rassen zijn:

Witte raapjes Purple Top Milano

  • Platte Witte Mei (de bekende witte meiknolletjes, voor de voorjaarsteelt)
  • Vroege Platte Roodkop (wit knolletje met paarsrode bovenkant, geschikt voor zowel voorjaarsteelt als herfstteelt, foto bovenaan pagina)
  • Goudbal (geel van buiten en van binnen, voor herfstteelt)
  • Purple Top Milano (wit met een paarse bovenkant, voor vroege teelt, foto rechts)
  • Snowball (wit, voor herfstteelt)

Standplaats

Rapen zaai je ter plaatse en groeien snel tot een klein knolletje. Daar kun je uit opmaken dat ze dus een losse grond moet hebben om in te kunnen kiemen, en de jonge worteltjes snel in te kunnen laten groeien. Geef geen verse mest maar spit wel compost onder in de winter voor een goede luchtige grond. Een plekje in de zon is gewenst, en geef haar iets voeding maar zeker niet teveel (het blijven maar kleine planten), wat koemestkorrels is prima.

Zaaitabel, planten, oogsten en plantafstand

Raap tabel

Opkweek

Je kunt Raapjes dus beter niet voorzaaien; ze houden niet van verplanten en ze kiemen en groeien zo snel dat voorzaaien ook niet zo nodig is. Bovendien kunnen raapjes best goed tegen kou, je kunt ze dus al prima in maart buiten zaaien. Zaai ze in een rijtje, zo dun mogelijk, ze kiemen (uiteraard afhankelijk van bodem- en luchttemperatuur en het weer) binnen 2 weken. Later kun je eventueel nog uitdunnen. Zaai een paar keer een klein rijtje tussen maart en juni zodat je regelmatig verse knolletjes kunt oogsten. En doe hetzelfde in juli en augustus voor weer meerdere keren oogst (gebruik uiteraard wel het juiste ras voor de juiste teelt).

Teeltzorgen

Verwijder onkruid, zorg voor voldoende vocht, want raapjes hebben behoorlijk wat vocht nodig om een goed te groeien, en de wortels van deze jonge planten zijn maar klein, ze kunnen dus zelf niet diep in de grond op zoek gaan naar vocht. Een goede grondbewerking (het losmaken van de grond rond de planten) is ook belangrijk, zodat de knolletjes gemakkelijk kunnen groeien.

Oogst en Bewaren

Je oogst de knolletjes jong (wanneer ze zo’n 4-5 cm groot zijn), herfstknolletjes kunnen wel zo’n 7 cm groot worden, een beetje afhankelijk ook van het ras. Trek ze uit de grond en verwijder het loof (het loof kun je trouwens ook eten, voor salades vind ik het zelf een beetje te ruwbladig maar gestoofd of in een stamppotje is ze best lekker). Je kunt de knolletjes eventueel nog wel een paar dagen in de groentelade van de koelkast bewaren maar oogst ze kort mogelijk voor het eten, dat blijft het lekkerst (en daarom zaai je ook meerdere keren een rijtje, zodat je altijd vers kunt oogsten.

Ik heb ze zelf ook wel ingevroren, herfstknolletjes in blokjes gesneden, rauw ingevroren. Dan nog prima in stoofschotels te gebruiken.

Zaadteelt

Dat is niet gemakkelijk omdat ze tweejarig is. Je zult dus de knolletjes in de herfst moeten oogsten, de hele winter in een kistje zand vorstvrij moeten bewaren en vervolgens in maart weer uit moeten planten. In de lente gaan de planten daar doorschieten, in de zomer volgt de bloei en in de herfst rijpen en drogen de zaden.