Rammenas

Rammenas

Een Rammenas behoort tot dezelfde plantengroep als radijs (Raphanus sativus), maar dit is de subspecies “niger”.

De zomerrammenas wordt ook wel Rettich genoemd, ze is vaak wit of rozerood met wit vruchtvlees, de winterrammenas is zwart met een vrij dikke schil. Ook hierbij is het vruchtvlees wit. De pittige peperachtige smaak komt van de mosterdolie in de wortel. Ze wordt net als radijs rauw gegeten. Ze lijkt ook wel wat op een radijs, maar dan “uit de kluiten gewassen” 🙂

Plant

Rammenas is Ă©Ă©njarig, de plant wordt ongeveer 30 – 45 centimeter hoog, afhankelijk van het ras. De rammenas zelf is een zeer dikke penwortel die langwerpig of halfrond kan zijn (zoals ook worteltjes, winterpeen, pastinaken, etc. dat zijn). Er zijn dus 2 soorten:

Zomerrammenas:

wit van kleur (maar sinds enige jaren zijn er ook roze, bruine en rode rassen, het vlees onder de schil is echter altijd wit)

  • geschikt voor de zomerteelt
  • ze groeien snel
  • zijn wel zeer gevoelig voor ‘voosheid’
  • ze heeft een pikantere smaak dan radijs maar niet zo pikant als winterrammenas
  • de lengte van de wortel is 20 -30 centimeter
  • slecht bewaarbaar

Winterrammanas

Winterrammenas:

  • zwart van kleur (het vlees onder de vrij dikke schil is wit), langwerpig of tennisbalrond
  • ze groeit trager
  • is tamelijk ongevoelig voor voosheid
  • geschikt voor de winterteelt
  • zwaarder dan witte rammenas
  • beter bewaarbaar
  • scherper van smaak dan zomerrammenas

Teeltwijze

Met zomerrammenas zijn we enkele jaren geleden al gestopt. Zomerrammenas groeit hier normaal gesproken niet goed, onze grond is te hard, te vet en te rijk. Dat resulteert in stompe vruchten die vaak wat harig zijn, snel voos worden, en trouwens ook snel worden aangevreten door slakjes en aardvlooien.

Rammenas wil graag een vochtvasthoudende maar luchtige grond. Zowel op klei als zand kun je de grond dus verbeteren door een flinke hoeveelheid oude stalmest of compost onder te spitten. Extra bemesting is niet nodig, en dat is best lastig op het landje waar ook de koolsoorten staan. Meestal zaai ik een rijtje Rammenas langs het pad, daar groeit ze het best.

Wij zaaien ook vooral de ronde rassen want door de zware klei kunnen langwerpige rassen vaak niet goed de grond in groeien (op zandgrond krijg je vaak wel mooie lang rechte rammenassen (zoals de worteltjes daar ook langwerpig zijn zonder allemaal uitstulpingen :-)). Toch zie je een foto van langwerpige rammenas, en dat is dan dankzij een aantal verhoogde bakken die we sinds 2013 hebben. Daarin een wat losser grondmengsel en dus ook meer kans voor groenten die normaal gesproken wat lastiger in onze vette klei groeien (zoals lange rammenas, pastinaken, schorseneren, eindelijk eens lang/rechte worteltjes zonder vertakkingen).

Rammenas heeft graag een zonnige standplaats.

Zaaitabel, planten, oogsten en plantafstand

Rammenas tabel

Opkweek en teeltzorgen

Rammenas zaai je nooit voor, maar ter plaatse in rijen. Zorg dat de grond goed diep losgemaakt is zodat de wortel mooi recht naar beneden kan groeien. Houd de grond tijdens de teelt voortdurend los. Geef water tijdens droge perioden; warmte en droogte veroorzaken voosheid en taaiheid. Daar heb je met de winterrammenas eigenlijk nooit last van, alleen daarom al zaaien we liever waterrammenas dan zomerrammenas, want we vinden de winterrammenas gewoon lekkerder (pittiger, knapperiger) dan de zomerrammenas, maar dat is onze mening.

Oogst en bewaren

Laat zomerrammenas niet te oud worden, ze wordt dan voos. Steek ze met een spitvork los en trek ze aan het loof uit de grond. Verwijder het loof gelijk, dan zijn de rammenassen wat langer houdbaar (het loof onttrekt anders vocht uit de rammenas zelf). Oogst ze vooral zo kort mogelijk voor de maaltijd. Zelf gooi ik de rammenassen bij thuiskomst altijd in een bakje met ijskoud water – dat blijven ze lekker stevig.

Winterrammenas groeit veel langzamer dan zomerramenas en is later oogstbaar. Oogst ze zoals zomerrammenas. Ik heb gelezen dat je als je winterrammenas in een bak met vochtig zand bewaart in een koele kelder, je er tot het voorjaar van kunt eten.