Artisjok

Artisjok

 

De artisjok is een vaste plant, ze is soms semiwintergroen, en in niet al te koude winters (en met wat bescherming) redelijk winterhard (maar kijk daarvoor ook even bij de alinea ‘Plant’). Van de artisjok eet je de bloem, of beter gezegd de bloemknop voor die opengaat.

Oorspronkelijk komt de artisjok uit gebieden rond de Middellandse zee, niet voor niets wordt ze daar veel gegeten. In koel Nederland is de opbrengst een stuk kleiner dan in bijvoorbeeld het warme Italië. Maar dan nog is het telen van artisjokken meer dan de moeite waard; naast de oogst van eetbare bloemknoppen is ze ook gewoon een heel mooie plant met grijs blad. En als je de bloemknoppen niet oogst maakt ze grote, paarse distelachtige bloemen.

Alleen de onrijpe bloemknoppen zijn dus eetbaar en zelfs dan nog niet helemaal: alleen het vlezige gedeelte aan de binnenkant van de harde bloemblaadjes zijn eetbaar, en de wat meer bekende bloembodem, de artisjokbodem (je kunt ze in de supermarkt bijvoorbeeld ook in blik kopen). Je kookt in principe eerst de hele bloemknop voor je de genoemde delen kunt gebruiken. De gekookte blaadjes kun je in een lekkere dressing dopen en dan de vlezige achterkant ervan eten. De bloembodems zijn een veel gebruikt ingrediënt in de mediterrane keuken (denk aan pizza’s, pasta’s, stoofschotels, etc.).

 

PLANT

De matig tot redelijk winterharde vaste plant is een grote distelachtige (zoals je dat al goed kunt zien aan de foto’s van het blad hieronder). Ik heb wel planten gezien van ruim een meter hoog maar zelf ook eens een belachelijk grote artisjok gehad van ruim 2,5 meter hoog (met helaas maar heel kleine bloemen, wellicht een foutje in de bemesting, teveel stikstofrijke meststof gegeven waarschijnlijk 🙂 ). Omdat de bloemknoppen in dat jaar te klein waren om er veel oogstbare bloembodems uit de halen hebben we de plant maar laten bloeien, en we hebben enorm genoten van de grote hoeveelheid felpaarse bloemen, en heel veel bijen en hommels met ons.

De bladeren bevatten lichte ‘stekels’ die niet pijnlijk zijn maar bij sommige mensen wel wat kunnen irriteren. Vaak dragen de planten aan 1 hoofstengel 1 grote bloemknop met daarnaast nog wat kleinere bloemen aan zijscheuten.

De artisjok is niet helemaal winterhard, maar hier in zuidwest Nederland heb ik meer artisjokken verloren zien gaan doordat de planten te lang in kletsnatte en koude kleigrond stonden dan door de vorst. Denk daar al aan als je haar gaat planten; zorg voor een groot plantgat met daarin een luchtig mengsel van bijvoorbeeld potgrond met wat compost en een handje grof zand. Op zandgrond zul je daar minder last van hebben maar ook dan is het verbeteren van de grond in het plantgat altijd gunstig.

Het kan daarnaast heel handig zijn om de grond rond haar wortels in de winter af te dekken met wat stro of bladeren, etc. En plant haar niet op een te natte plaats (en daarmee is ze op onze vette klei zeer geschikt voor bijvoorbeeld in een verhoogde bak), en uiteraard zo zonnig mogelijk.

Het blad van de artisjok in het voorjaar; bijna zilvergrijs.

 

Hetzelfde blad in de herfst; donkerder, groener, en zo links en rechts verdorren wat bladeren

 

TEELTWIJZEN

Je kunt artisjokken makkelijk zelf zaaien, maar sneller nog is het om stekken (wortelstokken) van oudere planten af te steken/snijden en daar nieuwe planten van te maken. Je kunt bij 2 of 3 jaar oude planten gemakkelijk zien waar de nieuw gevormde stekken aan de moederplanten vast zitten (want je ziet gewoon een nieuwe jonge en kleine plant op een centimeter of 20 van de moederplant groeien). Omdat de opbrengst van de ‘moederartiskok’ na een jaar of 3 terug loopt is het handig om in het derde jaar de moederplant te verwijderen en de stekken die aan de buitenkant van die moederplant groeien af te steken en opnieuw op een goede plaats en in een nieuw plantgat met compost/potgrond/zand uit te planten.

Als je artisjokken wilt zaaien, doe dit dan vroeg in het voorjaar (februari), bij kamertemperatuur. Binnen 1,5 tot 3 weken kiemen de zaden. De zaailingen laat je dan iets koeler (slaapkamertemperatuur in het volle licht en zon) verder groeien. En pas rond mei (IJsheiligen) kun je de zaailingen dan uit gaan planten. In mei uitgeplant, en op voorwaarde van een mooie zomer, kun je in haar eerste jaar al dan zo rond augustus-september al 1 of een paar artisjokken oogsten. Het jaar erop zal de oogst al groter zijn (al hangt dat natuurlijk ook mede af van grondsoort, standplaats, of er een mooie zomer is, voeding, etc.).

Als je wilt stekken, doe dat dan wat later in het voorjaar, als de planten weer goed tot ontwikkeling zijn gekomen (rond april). Snijd of steek de beste stekken met een mes of scherpe spade van de moederplant af. Zorg uiteraard dat die scheuten genoeg bladeren hebben plus een stuk wortel. Als je de moederplant nog wilt laten staan moet je uiteraard wel zorgen dat zij ook nog steeds groot genoeg en gezond is en genoeg scheuten heeft om te kunnen groeien en bloeien.

De stekken pot je op in goede potgrond met wat grof zand, en zet je (tot je zeker weet dat ze aanslaan) op een vorstvrije en niet te zonnige plaats.. Half mei (na IJsheiligen) en mits groot genoeg mogen de stekken dan uitgeplant worden. Ook hiervan kun je dus in haar eerste jaar rond september 1 of meer artisjokken oogsten. Denk niet dat het beter is om niet te oogsten zodat de plant nog kan groeien; als je niet oogst zal de plant nog meer energie verbruiken omdat ze dan bloemen moet maken en daarna zaden. Dus ook als je de artisjokken niet eet, pluk ze toch zodat de plant niet te veel energie verspilt.

 

RASSEN

Artisjokken zijn niet goed zaadvast; uit een zakje zaden kunnen grotere en kleinere planten met grotere of juist kleinere artisjokken komen.

De meest bekende rassen zijn:

  • Emerald
  • Green Globe
  • Grote van Napels
  • Imperial Star
  • Violette de Provence
  • Vroege Violette

 

ZAAITABEL

 

TEELTZORGEN

In een strenge winter kun je de planten wat extra bescherming geven (zeker in het noorden en oosten van het land), zodat de wortels niet kapot kunnen vriezen. Bind bij verwachting van strenge vorst de bladeren bij elkaar zodat er geen regen in kan vallen (want dan kan het hart van de plant gaan rotten) En leg vervolgens rondom de planten een dikke laag stro of blad.

Zelf hebben we ook wel een paar jaar niets afgedekt en dat ging hier in zuidwest Nederland prima, maar in strenge winters kunnen er toch ook wel eens planten verloren gaan, hou gewoon de planten en het weer in de gaten en bescherm de planten als dat nodig is.

Na de strenge vorst en vanaf eind februari/begin maart kun je het touw wegknippen zodat de plant weer open staat, en haal het stro weg (of beter nog; laat het lekker liggen, als bodembedekking 🙂 ).

Je geeft rond begin tot half maart wat algemene moestuinvoeding volgens de aanwijzing op de verpakking, zo kan de plant weer aan de groei komen.

Een grote plant maakt weinig maar grote bloemknoppen, als je geen stekken neemt zal de plant steeds meer stekken aan wortelstokken maken en zul meer maar kleinere bloemknoppen krijgen. Om die reden is het handig om elk jaar wat stekken weg te nemen, zo vermeerder je de plant (om je eigen collectie uit te breiden, maar is ook een heel leuk cadeautje), en tegelijkertijd zorg je dat de plant ‘uitgedund’ voor grote bloemknoppen kan zorgen.

Wij hadden heel vaak luis in de bloemknoppen, zeker in een vrij warme en vochtige zomer. Je kunt de bloemknoppen uiteraard in een badje zout water gooien voor je ze gaat gebruiken in de keuken maar zelfs dan kreeg ik de luis dan niet goed uit (omdat ze helemaal tussen de geschubde bladeren zitten). Sindsdien knip ik in de zomer stukken nylon (van bijvoorbeeld een oude panty). Knoopje bovenin. Als de bloeistengels eenmaal goed groeien en er al jonge blomknoppen te zien zijn bind ik het stukje nylon, al dan niet met hulp van een elastiekje om de bloemknop, en dat werkt heel goed;  het materiaal rekt mee met de groei van de bloemknop en luis krijgt geen toegang tot de bloemknop.

 

OOGST EN BEWAREN

In het eerste jaar van zaai of stekken kun je laat in de zomer dus al één of een paar artisjokken oogsten. In tweede en derde jaren is dat al eerder, zo rond juli-augustus, afhankelijk van het ras en de omstandigheden als standplaats, voeding, het weer, etc…

Oogst de bloemknoppen als ze zo groot mogelijk zijn maar nog wel gesloten. Als de bloemknop eenmaal open gaat (je ziet dat aan de bloemblaadjes die elke dag wat wijder gaan staan) gaat dat uiteraard ten koste van smaak en zeker van de structuur (in plats van zacht en vlezig wordt het dan taai en stug). Eet artisjokken zo vers mogelijk, het liefst dezelfde dag. Na de oogst snijd je de bloemstengels waar de artisjokken vanaf komen tot zo diep mogelijk in de plant weg.