Asperge

herkomst foto: http://www.britishasparagusfestival.org/
herkomst foto: http://www.britishasparagusfestival.org/

 

De asperge is al heel lang bekend, ze schijnt zelfs al door de Romeinen te zijn geteeld. De aspergeplant is een winterharde vaste plant. Nederlandse asperges zijn de beste asperges (naar mijn mening) en relatief duur, maar erg lekker. Ze zijn alleen in april, mei en juni vers te koop, simpelweg omdat dan de oogst valt. In andere maanden te koop aangeboden witte asperges zijn bijna altijd in het buitenland geteeld (en vaak minder van kwaliteit).

Eerst dit dan maar even: ik ben heel verdrietig dat de aspergeteelt hier op onze vette klei niet lukt (ik vind ze echt heel erg lekker 🙂 Ik heb me niet eens aan de witte asperges gewaagd, want de teelt van  groene asperges lukte hier al niet. Ondanks het verluchtigen van de grond met behoorlijk wat zand deden de planten het hier niet goed; uiteindelijk een veldje vol slecht groeiende, ziekelijke groene aspergeplanten vol met aspergevlieg weg moeten gooien. Helaas ben ik genoodzaakt om asperges in de winkel te kopen, maar als je op zandgrond teelt moet je eigenlijk toch eens een paar aspergeplanten proberen!

Vandaar dat de foto’s die je op deze pagina vindt  dus ook niet van mezelf zijn, ik heb wat foto’s van internet moeten plukken als omlijsting. Ik ken op ons hele tuinbouwcomplex maar 1 tuinlid dat (groene) asperges teelt, ik zal komende zomer aan haar vragen of ik een foto van haar asperges mag maken 🙂

Het is trouwens ook niet erg gemakkelijk om asperges te kweken, maar de teelt van groene asperges is wel veel gemakkelijker dan de teelt van witte asperges.

 

PLANT

De aspergeplant is dus winterhard en een vaste plant, maar niet wintergroen, elk jaar trekt ze zich in de herfst terug in de grond. In de lente (vanaf ongeveer eind april) wil ze weer uit gaan lopen, zoals elke vaste plant dat doet: en dat zijn dus de eetbare asperges, de jonge, net boven de grond uitkomende scheuten.

Eigenlijk is het heel gemakkelijk: zolang de stengels nog onder de grond zitten zijn ze wit (zoals witlof ook alleen wit is in het donker en groen wordt in het licht). Als de stengels boven de grond komen worden ze dus groen. Ondertussen zijn er meer rassen gekweekt die beter als witte of juist beter als groene asperge geschikt zijn.

Als je de jonge net uit de grond komende asperges niet zou oogsten, wordt ze een stengel waaraan vertakkingen komen en heel fijn mooi groen blad (wordt veel gebruikt door bloemisten).

Er zijn mannelijke en vrouwelijke planten: van allebei de planten kun je asperges oogsten, maar mannelijke planten zouden iets meer asperges geven, de vrouwelijke planten bewaren wat energie voor de vorming van bessen na de bloei (die overigens niet eetbaar zijn).

 

TEELTWIJZEN

Van de witte asperge oogst je de jonge witte malse stengels nog voor ze boven de grond komen. Daarom moet je dus bij de teelt van witte asperges een bergje op de grond maken, van zeer zanderige grond, zodat de stengels gemakkelijk en ook recht door die zanderige berg naar het oppervlakte kunnen groeien. Je snijdt de asperges dus diep in het bergje zanderige grond af op het moment dat het kopje van de asperge uit de grond wil komen (je ziet dan wat barstjes in de grond komen). Vandaar dus dat de teelt van groene asperges gemakkelijker is: je hoeft geen verhoging van zanderige grond te maken, de asperges oogst je op een gewoon aspergebed, op het moment dat ze ver genoeg boven de grond is gekomen.

Witte asperges:

Je hebt niet in 1 jaar asperges, het vergt nogal een lange voorbereiding. Het jaar voor je echt met de teelt wilt starten moet je de zaden zaaien (tenzij je de in sommige tuincentra beschikbare wortelstokken – ze worden aspergeklauwen genoemd – koopt natuurlijk, erg handig en het geeft een flinke voorsprong). Zaai de zaden in het voorjaar, de kiemduur bij kamertemperatuur is zo rond de 3 tot 4 weken. Plant die zaailingen uit wanneer ze groot genoeg zijn, op een apart stukje grond (waar je planten later dus niet komen te staan).

Deze planten groeien in de zomer en sterven in de winter af. Laat deze planten 2 jaar staan, zo kunnen de wortels zich voldoende ontwikkelen. Aan het einde van dit tweede jaar ga je het bed in orde maken waar de asperges dan uiteindelijk mogen komen: de planten mogen daar straks jarenlang blijven staan. Spit de grond goed om, verluchtig met zand en compost, maar geef niet te veel mest (asperges hebben niet veel stikstof nodig). Plant dan de wortels plat in het nieuw gemaakte bed (dat doe je in het vroege voorjaar bij niet vriezend weer) en dek met voldoende grond af. Op de foto zie je hoe je de aspergeklauwen uitspreid in het plantbed.

Vervolgens ga je dan van een zeer zanderig grondmengsel de berg maken op het bed, zo’n 30 tot 40 centimeter hoog.

herkomst foto: http://gardenofeaden.blogspot.nl/
herkomst foto: http://gardenofeaden.blogspot.nl/

 

Plat deze verhoging aan de bovenkant af. En dan zie je dus rond eind april aan het barsten van de grond dat de eerste stengels boven willen gaan komen. Je kunt nu (in het derde jaar dus) de eerste asperges oogsten. Doe dit niet langer dan een maand, daarna moet het zanderige bed weer worden weggehaald zodat de nog jonge planten tijd krijgen om van de oogst te herstellen en loof te maken (waarmee ze voeding op kan nemen voor herstel en het volgende jaar).

Het jaar daarna, het vierde jaar dus, komt de eerste echte oogst; in het vroege voorjaar maak je weer de 40 centimeter hoge zanderige verhogingen, en de oogst begint weer vanaf eind april. Maar nu mag je asperges steken tot 24 juni, reken zo’n 50 dagen.

Na 24 juni (geen idee waar die precieze datum zo vandaan komt maar elk boek houdt die datum aan, het is dan Sint Jan) steek je dus geen asperges meer, de zanderige verhoging haal je weer weg en de planten mogen weer doorgroeien om zo weer voldoende voedingsstoffen op te nemen.

Knip elk najaar blad en stengels af en gooi weg om overwintering en aantasting later van de aspergekever en de aspergevlieg te voorkomen. Na ongeveer 10 tot 12 jaar zijn de planten “op” en zul je ondertussen aan een nieuw aspergebed moeten zijn begonnen te werken (3 jaar daarvoor weer zaaien, 2 jaar planten laten ontwikkelen, etc.).

Dit hele verhaal, samen met het feit dat asperges oogsten = steken “handwerk” is maakt begrijpelijk waarom asperges zo duur zijn 🙂

Groene asperges

Het hele verhaal zoals beschreven bij witte asperges geldt ook voor groene asperges. Het enige verschil is dat je bij groene asperges dus geen verhoogde zanderige bedden hoeft te maken (en dus ook niet weer af hoeft te breken in het najaar). Dat maakt het geheel uiteraard een stuk gemakkelijker en minder arbeidsintensief.

 

RASSEN

In principe kunnen alle rassen voor zowel de teelt van groene als van witte asperges gebruikt worden. Maar zoals al eerder gezegd; kwekers hebben in de afgelopen decennia rassen gekweekt die beter geschikt zijn voor de teelt van groene of juist van witte asperges. Bekende rassen zijn:

  • Roem van Brunswijk: oud ras, matige opbrengst, late productie maar wel een lange levensduur
  • Argenteuil: oud ras, voortreffelijke smaak, mooie dikke stompe witte asperges, wel ziektegevoelig
  • Hybriderassen zijn bijvoorbeeld Limbras, Portlim, Bacchus, FrĂĽhlim, Cumulus, Prius, etc., allemaal redelijk uniform en een goede opbrengst.
  • Mary Washington en Connovers Colossal zijn beiden vooral geschikt voor de teelt van groene asperges

 

BODEM

Witte asperges:

Zoals gezegd; hier ben ik er niet eens aan begonnen; witte asperges hebben een luchtige humusrijke zandgrond nodig; onze vette klei is te zwaar, te nat, te lang koud in het voorjaar en te “rijk” qua bemesting; allemaal eigenschappen waarop asperges niet willen groeien, en waardoor ziekten gemakkelijk kunnen toeslaan.

Groene asperges:

Groene asperges zijn dus iets gemakkelijker maar ook die hebben het hier niet gered. Het is eerlijk gezegd wel een jaar 10 geleden dat ik die poging waagde, ik zou het nu misschien anders aanpakken en in de afgelopen 10 jaren hebben we natuurlijk ook niet zitten niksen; de grond is verbeterd door het elk jaar onderspitten van stalmest, toevoegen van compost, af en toe eens groenbemester, etc.. En we hebben nu ook een aantal verhoogde bakken, die ik kan vullen met welk grondmengsel dan ook, etc..  Wellicht waag ik nog eens een keer een poging….. 🙂

Groene asperges zouden het dus wat beter op wat zwaardere gronden moeten kunnen doen, maar zorg wel voor een luchtig aspergebed, te nat in de winter zorgt voor wortelrot en gevoelige ziekelijk planten. Kies daarvoor ook een ras dat wat beter geschikt is voor zwaardere gronden.

 

BEMESTING

Asperges hebben niet veel stikstof nodig, maar wel graag wat patentkali: een basisbemesting van een kleine gift koemestkorrels bijvoorbeeld is voldoende, en vul dat aan met een gift patentkali, het liefst na de oogst (wanneer de planten zich moeten herstellen van het “steken”). Eens per 3 jaar een gift kalk wordt is ook wenselijk, asperges houden niet van te zure grond.

 

Standplaats

Volgens de boeken mogen, zowel op het bed waar de zaailingen 2 jaar ter ontwikkeling komen als het definitieve bed waar de oogst gaat plaatsvinden, nooit eerder asperges hebben gestaan (in verband met een ziekte die waarschijnlijk door de schimmel Fusarium wordt veroorzaakt). Asperges staan graag op een droge zonnige plaats.

Zaaitabel, planten, oogsten en plantafstand:

Asperge tabel

Planten

De aspergewortels noemt men ook wel aspergeklauwen (ik neem aan omdat de vorm een beetje lijkt op een gespreide hand). Bij het planten van de aspergewortels op hun definitieve plaats plant je ze zo’n 20 centimeter diep en 40–50 centimeter van elkaar. Spreid de wortels bij het planten breed uit en zorg dat de groeipunt 5-8 centimeter onder de grond zit.

Tussen 2 rijen minimaal 150 centimeter voor witte asperges, zodat je de zanderige verhogingen kunt maken, rijen groene asperges mogen 75 centimeter van elkaar staan.

Teeltzorgen

In de eerste twee jaar op het zaaibed is er alleen algemeen onderhoud zoals wieden, water geven bij droogte, en uiteraard het afsnijden van het loof in de herfst, het liefst tot zelfs iets onder de grond (om de aspergevlieg en aspergekever op afstand te houden).

In de jaren daarna is, naast bovenstaande algemene teeltzorgen, de belangrijkste teeltzorg het maken en later weer afbreken van de zanderige verhogingen (bij de teelt van witte asperges).

Pas bij het water geven bij droogte wel op; de verhogingen lijken natuurlijk altijd heel droog, maar dat wil niet zeggen dat de grond waarin de wortels zitten (en daar het om) ook droog is. Asperges houden in ieder geval zeker niet van te natte grond.

 

OOGSTEN

Het oogsten van witte asperges is een specialistisch werkje, er bestaan zelfs speciale aspergestekers voor. Bij witte asperges herken je de komst van een oogstbare stengel aan de barstjes in de grond.

Maak dan een gaatje, steek de asperge diep af met een mes of de speciale aspergesteker en maak daarna het gat weer dicht en glad. Je moet in de oogsttijd elke dag het bed controleren en asperges steken.

Het oogsten van groene asperges is duidelijk gemakkelijker. Snijd de stengels, tegen de grond af als ze zo’n 25 centimeter lang zijn. Dunne stengels en stengels met losse koppen zien er minder mooi uit maar smaken volgens kenners net zo goed. Hier op de vette klei wilden ze ook nog wel gekronkeld uit de grond komen, simpelweg omdat de weg naar boven erg zwaar was (zoals we hier ook zelden echt nette rechte worteltjes kunnen oogsten 🙂

 

BEWAREN

Zowel witte als groene asperges eet je natuurlijk het liefst dezelfde dag. Je kunt ze ook nog wel 1 of 2 dagen bewaren, in de groentelade in de koelkast; gewikkeld in een vochtige doek. Voor gebruik een uurtje in koud water leggen frist ze weer op. Je kunt ze eventueel ook invriezen (rauw), vroeger dacht ik dat dat niet lekker was. Maar sinds een paar jaar koop ik in de aspergetijd ook wel asperges die ik ook invries en toch ook gewoon lekker zijn (niet zo lekker als vers natuurlijk, maar lekker genoeg om toch elk jaar een aantal porties in te vriezen). Voor het invriezen maak ik de (witte) asperges schoon zoals normaal; kontje eraf en goed schillen. Wassen en uitlekken. En dan gaan ze horizontaal een diepvrieszakje in, en dat diepvrieszakje sluit ik zo hermetisch mogelijk af, desnoods met plakband, zodat er zo min mogelijk lucht in de zakjes blijft. Als we dan bijvoorbeeld aspergerisotto willen eten (geweldig lekker!!) kook ik water, en als dat goed kookt gaan de bevroren asperges de pan in, zo snel mogelijk weer aan de kook brengen en dan koken zoals je normaal gewend bent (ik kook ze altijd 12 minuten en zet dan het vuur uit en zet de pan in een bakje koud water zodat de garing stopt maar de asperges nog wel warm blijven tot ook de andere onderdelen van de maaltijd klaar zijn)