Boontjes

 

Boon Negrital

Wij vinden bonen erg lekker, iedereen die wel eens zelfgeteelde boontjes gegeten heeft begrijpt wat ik bedoel. Samen met een aantal andere groenten (als tomaten en komkommers bijvoorbeeld) proef je de eigen teelt er duidelijk “van af”; knapperig, verse groene bonensmaak, geen taaie elastiekjes en geen draad (mits je uiteraard de juiste rassen kiest).

Wij vinden bonen één van de meest onmisbare groenten in de moestuin, maar houden dan ook erg van de smaak van verse eigen boontjes, persoonlijke smaak dus.

Bonen houden van warmte, de tijd dat je ze in ons land kunt telen is relatief kort, als je heel goed zaait (vroeg tot laat) kun je ze tussen juni en oktober eten. Je kunt ze gewoon koken, maar ook roerbakken en stoven, en ze zijn lekker kortgekookt en afgekoeld in salades.

Plant

De boon behoort tot de vlinderbloemenfamilie, ze heet officieel Phaseolus vulgaris (behalve de Pronkboon, die heet Phaseolus coccineus). De tuinboon en de kouseband behoren niet tot de bonen, voor hun teeltinformatie kun je kijken bij hun namen in de index.

Typisch voor de vlinderbloemenfamilie is zijn de knobbeltjes aan de wortels, hierin slaat de boon stikstof op. Als je dus bonenplanten van je land af wilt halen na de laatste oogst, is het handig de wortels te laten zitten zodat de stikstof die is opgeslagen in die knobbeltjes beschikbaar komt aan de opvolgende teelt. Zelf knippen we de stam van de plant direct boven de grond af en planten we tussen de rijen bonenwortels (die je niet meer ziet) bijvoorbeeld sla of andijvie als nazomerteelt. Beiden kunnen wel wat stikstof gebruiken en zo komt die beschikbaar aan de nieuwe teelt. Als we de wortels echter niet voor een nateelt kunnen gebruiken en de planten liever gewoon in geheel weggooien, dan doen we uiteraard de hele planten met wortels op de composthoop – daar is ze ook altijd erg nuttig.

Indeling bonen: in hoogte:

Je kunt een indeling maken in soort boon maar ook in hoogte van de boon:

Lage bonen:

Deze worden 35-50 centimeter hoog, ze worden ook wel struikbonen maar vaker nog stambonen genoemd. De opbrengst bedraagt gemiddeld 12 kilo per 10 vierkante meter. Voordeel: groeit snel, je kunt ze redelijk snel oogsten en je kunt ze om die reden wat vroeger oogsten en ook nog wat later zaaien dan stokbonen. Er zijn stamsperziebonen en stamsnijbonen, en uiteraard de droogbonen (die wel vroeg gezaaid moeten worden!). Nadeel: doordat ze zo dicht bij de grond groeit, bloeit en vrucht zet kunnen in een natte zomer (zeker hier op de vette klei, waar de grond wel nat kan blijven), de bonen platregenen waardoor ze op de grond komen te liggen, en last van ziekten/rot door al het vocht krijgen.

Hoge bonen:

Boon Selma Zebra

Op de foto de stoksperzieboon Selma Zèbre, erg mooie lange boontjes die na de lilaroze bloei groene boontjes met paarse vlekjes geven.

Deze worden ook wel staakbonen of klimbonen maar vooral stokbonen genoemd. Ze klimt niet echt maar slingert zich rond een stok omhoog, tot wel 250 centimeter hoog. Er zijn stoksperziebonen en stoksnijbonen. De opbrengst per vierkante meter ligt een stuk hoger dan die van lage bonen, zo’n 20 kilo per 10 vierkante meter (uiteraard ook afhankelijk van het ras).

Voordeel: betere opbrengst omdat de plant omhoog groeit en dus in de hoogte boontjes maakt, de plant kan makkelijker opdrogen na een regenbui, na de eerste start hoef je niet meer te bukken, rechtop plukken (vind ik zelf ook altijd erg prettig 🙂 Nadeel: je moet wel op tijd zaaien, de eerste oogst valt iets later, je kunt niet zo lang doorzaaien als lage bonen. De late teelt onder glas is alleen mogelijk in een kas (door de hoogte) en dus niet in lage kasjes of platte bakken, en je moet dan uiterlijk begin augustus al gaan zaaien (omdat stokbonen een langere teeltduur hebben dan stambonen – en dan staat de kas vaak nog vol met tomatenplanten, etc.).

Onze ervaring in 2012 was dat na het onderlopen van de kas door belachelijk veel regen en een verstopte drainage alle tomatenplanten het begaven. We hebben de tomatenplanten eruit gehaald, gemest, gespit, en toen alle grond weer wat was opgedroogd hebben we er begin augustus stoksperzieboon Melissa in gezaaid – die gaf tot in oktober een opbrengst van letterlijk tientallen kilo’s lekkere boontjes. Mocht je kasje dus door onvoorziene omstandigheden midden in de zomer leeg komen (bijvoorbeeld door schimmel in de komkommerplant), dan is de teelt van stokbonen vanaf de tweede helft van de zomer wel erg leuk en nuttig. Wel tegen de planten tikken!! (zie hieronder).

Zelf zaaien we zowel stambonen als stokbonen; als eerste stambonen, omdat die ook als eerste boontjes geven. Tegelijkertijd zaaien we dan ook de eerste stokbonen maar de eerste oogst daarvan valt een stuk later, dan eten we dus al boontjes van de stamsperziebonen. En in de nazomer zaaien we nogmaals stambonen, als het laat wordt ook nog wel eens in de kas, zodat we tot zo laat mogelijk in het seizoen nog bonen kunnen plukken.

Belangrijk: bij de nazomerteelt in de kas (of het nu stambonen of stokbonen zijn) is het wel belangrijk om te tikken! In de kas komen maar weinig bestuivers en er staat ook geen wind. Onze ervaring is dat wanneer je niet elke dag even tikt tegen de planten, er minder bloemen bevrucht worden en er een aantal boontjes in de tros niet ontstaan.

Uiteraard zaaien we van beiden meerder malen per seizoen om de oogst wat te spreiden: liever maandenlang elke week een maaltje bonen dan in 4 weken tijd opgescheept zitten met 20 kilo bonen tegelijk.

De andere indeling van bonen – soorten:

Droogbonen:

Het buitenbeentje van de bonen: van deze soorten laat je aan de planten de bonen helemaal drogen. Als de peulen dor, droog en bruin zijn kun je de boontjes binnenin oogsten, de peul wordt dus niet gegeten. Ze zijn er in verschillende kleuren en vormen; zwart, bruin, beige, wit, geel, paars, rood, etc, met of zonder tekening (de Yin & Yang-boon die half zwart en half wit is is bijvoorbeeld erg mooi). Vormen zijn bijvoorbeeld: bruine bonen, limabonen, witte boontjes, kidneybonen, flageolets, kievitsbonen.

Zelf telen we ze zelden meer, ik proef persoonlijk niet heel veel verschil met de bruine bonen uit pak in de supermarkt en voor mij weegt de lage prijs in de winkel wel op tegen het toch behoorlijk veel werk kostende zelf telen van droogbonen. Een kennis van ons op de volkstuin zweert echter bij zelfgeteelde bruine bonen. Probeer het vooral zelf eens zelf!

Boon Rattlesnake

Wij telen wel zogenaamde ‘all-purpose-beans. Bonen die als sperzieboon kunt eten wanneer ze jong zijn, maar als de peulen groter en dikker worden worden ze stug, soms ook met draad, en dan oogst je er juist de verse dopbonen van (je kunt die ook nog drogen maar verse dopbonen vinden wij zo lekker dat we ze zelden kunnen drogen – dan zijn ze al op. Op de foto zie je Rattlesnake, een boon die je jong als verse sperzieboon kunt eten, en als je wacht wordt ze al snel dikker en maakt ze mooie, kleine verse dopboontjes (lekker om zelf witte boontjes in tomatensaus van te maken!).

Snijbonen:

Snijbonen eet je vers, ze hebben grote lange vlezige peulen (soms wel tot 30 centimeter lang en ze zijn wat plat van vorm). Ik kan me nog van vroeger herinneren dat ik mijn moeder mocht helpen: draaien aan het beroemde bonenmolentje aan het aanrecht boven een grote teil; zo werden kilo’s tegelijk verwerkt en ingevroren. Ondertussen zijn er veel meer manieren bekend: ik snijd ze zelf meestal in 2 x 2 centimeter stukjes, wat je zelf wilt.

Er zijn naast de meest bekende en meest geteelde stoksnijbonen ook stamsnijbonen maar die zijn qua aantal beschikbare rassen duidelijk in de minderheid: prima kwaliteit, maar wel wat minder opbrengst en vooral: omdat de snijboon zo lang is hangen de peulen dan vaak op de grond, of de planten vallen om door de zwaarte van de bonen. Op zich niet erg maar op onze vrij natte grond geeft dat soms toch rotting, ongetwijfeld gaat dat op zandgrond beter.

Sperziebonen:

Boon Teepee bloemen

Worden ook wel prinsessebonen en in de zaadhandel vooral slabonen genoemd en ze zijn verkrijgbaar in stam- en stokvarieteiten. Ze worden vaak jong geplukt en in zijn geheel of gebroken gegeten.

Rechts kun je bij de Teepeemix zien dat er bonen zijn die wit bloeien en bonen zijn die roze of rozepaars bloeien. Het bijzondere van Teepee is dat de boei boven het blad gebeurt (handig want zo minder last van regen, droogt wat sneller op).

Onderverdeling sperziebonen:

Boterboon, ook wel wasbonen: zachtgele sperziebonen met een zachtere smaak dus een minder uitgesproken bonensmaak, door mensen gehaat of geliefd, een tussenweg lijkt er niet te bestaan. Niet onze favoriet, al heb ik er geen hekel aan.

Naaldboontjes: Franse boontjes, heel dun en recht van vorm, tot 20 centimeter lang. Heel bekend als de Franse Haricot Vert. Ze maakt vaak veel blad, de bloei is wit of lilapaars, de peulen groen of groen-paars gestreept, en er kan meerdere keren geplukt worden. De zaden zijn zwart, bruin, beige of gevlekt.

Chinees boontje: lijkt wel wat op het Franse naaldboontje maar de dunne rechte boontjes zijn korter, tot 14 centimeter. De planten zijn wat kleiner en je kunt er heel veel van plukken maar niet vaak en/of lang: de hele oogst valt in ongeveer 2-4 keer plukken, de zaden zijn wit en klein.

“Gewone” sperziebonen: wat minder dun, vleziger (maar dat maakt het niet minder lekker, ook al is het anders), sommige soorten kunnen al snel een wit boontje in de peul ontwikkelen, ook daarvoor zijn liefhebbers. Naast de donkergroene boon zijn er ook donkerpaarse rassen (die overigens donkergroen afkoken). Prima oogst, over een langere periode. De bloei is wit, en ook de zaden zijn wit.

Spekbonen: elk jaar zaai ik voor mijn vader een paar stokken spekbonen. Waar onze eigen favorieten toch meer bij de gewone sperzieboon maar ook zeker bij de naaldboontjes liggen denkt mijn vader aan vroeger; de smaak van die dikke ronde, zachte bonen waar al een witte boon in zit. Ze lijken qua grootte bijna meer op snijbonen maar dan rond van vorm. Je moet ze wat langer koken dan de dunne boontjes (want de witte boon moet wel gaar zijn), maar er zijn mensen die er bij zweren, en z’n minst moet je ze een keer zaaien, om te weten hoe je ouders of grootouders bonen aten, voor het tijdperk van de moderne sperzieboon. Nostalgie, maar toch ook weer langzaam in de mode aan het komen. Persoonlijk vind ik het in de verte vergelijkbaar met de potjes die je in de winkel kunt kopen van snijbonen met witte bonen gemengd; maar dan uiteraard vers en heel veel lekkerder. Wij eten ze niet vaak maar als we ze eten (met draadjesvlees erbij en een lekkere jus en gekookste aardappeltjes) vinden we het toch wel echt ouderwets erg lekker 🙂

Pronkboon Sun Bright plant 2013

Pronkbonen: lastig…… want ik geef het eerlijk toe; ik vind de meeste pronkbonen niet te vergelijken met snijbonen, en dat bedoel ik dan in het voordeel van de snijboon. Toch teel ik ze graag, want als je ze jong plukt, dan zijn ze misschien nog wel lekkerder dan snijbonen. Maar alleen van een goed ras en jong geplukt dus! Als je ze te laat plukt worden ze hard en taai, en de termen “scheermesjes” en “draden” komen dan gelijk bij me boven. Maar sinds we ze in 2012 opnieuw hebben ontdekt teel ik ze elk jaar, alleen heel jong en mals geplukt, en dan zijn ze echt een delicatesse, met een intense bonensmaak en heerlijk zacht.

Ze zijn ook geliefd omdat ze beter bestand zijn tegen slecht weer en tegen ziekten, daarom kun je ze ook iets eerder zaaien dan andere bonen. De reden waarom ik ze ook wel zaai: ik vind ze erg mooi; ze hebben grotere bloemen en er zijn witte, rode en zelfs ook roze variëteiten. De bloemen zijn ook nog eens eetbaar en hebben een zachte bonensmaak met wat zoetig nectar. In Engeland is de Pronkboon (daar Runner Bean genoemd) een veel meer geteelde en gegeten boon dan in Nederland, de beste rassen (zachter van smaak, zonder draad, etc.) zijn dan ook de Engelse rassen. Voor ik het vergeet: er zijn stokpronkbonen en in een kleinere hoeveelheid rassen stampronkbonen. Op de foto zie je de erg mooie Sun Bright: een stok-pronkboon die opvallend geel blad heeft en felrode bloemen – misstaat niet in de siertuin 🙂

Boon Negrital bloem

Teeltwijzen

Op de foto de mooie lilaroze bloei van de Stoksperzieboon Negrital.

Struikbonen teel je gewoon in rijen, stokbonen teel je aan stokken. Tenminste, stokken (tonkinstokken – het zijn bamboestokken) hebben al jaren onze voorkeur. Maar je kunt ook touwen, draad of palen gebruiken (onze tuinbuurman zet 1 lange paal, bovenop een oud fietswiel en daaraan maakt hij om de 20 centimeter touwen schuin naar beneden, zodat je een soort wigwam- of tentidee krijgt).

Droogbonen zijn dus buitenbeentjes; ze kunnen wat meer koude verdragen en ze hebben een relatief lang seizoen te gaan om te groeien, bloeien, peulen maken, vruchtzetten, afrijpen en afsterven voor de oogst). De andere bonensoorten zijn zeer gevoelig voor nachtvorst en worden dus na 12 mei (= IJsheiligen) buiten gezaaid of geplant.

Ik zaai ze zelf ook wel thuis half april voor; gokje. Ze kunnen dan, met argusogen naar het weerbericht kijkend, begin mei mee naar de volkstuin en de grond in. Het liefst op een plekje waar een week of 2 eerder een stuk plastic over de grond gespannen is zodat de grond al wat is opgewarmd, en droog is (bonen houden niet van nattigheid).

Je kunt natuurlijk ook iets vroeger zijn door half tot eind april in een platte bak te zaaien, je hebt dan extra vroeg je eerste eigen boontjes. Hetzelfde geldt voor de herfst. Half tot eind augustus kun je zo nog proberen onder glas te zaaien, met een mooie nazomer en begin van de herfst kun je ook dan nog de laatste boontjes van eigen land eten.

Rassen

Boon Teepee mix

Er bestaan ontzettend veel bonenrassen. De allerbelangrijkste zaken waar je op kunt letten bij je keuze:

op de foto rechts een mix van de Cropper Teepee, Teepee Gold en Teepee Purple.

Rassen met of zonder draad: ik kan er niks aan doen, bonen met draad vind ik echt heel vies, ik ben in staat om de hele pan weg te gooien. Het is echter al lang geleden dat we die hebben gehad, want de nieuwe rassen worden bijna allemaal gekweekt/geselecteerd met de eigenschap “zonder draad”. Voor wie het fenomeen niet kent: sommige (vaak oudere) rassen hebben over de gehele lengte van de peul een taaie draad die bij het koken niet zacht wordt. Yugh 🙂

Vroege of late rassen: zoals al eerder gezegd, stambonen zijn bijna altijd vroeger dan stokbonen. Kies vooral stokbonen voor zomerteelt, stambonen kunnen naast zomerteelt ook nog wat vroeger en wat later gezaaid worden.

Enkele of dubbele rassen: zowel bij de stam- als bij stokbonen komen enkele en dubbele soorten voor; enkele rassen hebben een vrij platte vorm waarbij de eventuele zaden goed zichtbaar zijn. De dubbele rassen hebben juist een vlezige, ronde peul. Qua smaak of structuur merk ik geen verschil, ik heb een lichte voorkeur voor dubbele rassen (zolang er maar geen witte boon in zit maakt het me niet zo veel uit maar ik houd wel van het vlezige van de dubbele boon

Peullengte: ik heb een soort zwak voor extra lange rassen: ik vind de lange rechte dunne rassen erg mooi, hoewel er geen enkel verschil in smaak is verder hoor. Er zijn boontjes die slechts 10-12 centimeter lang worden, maar ook boontjes die de 20-24 centimeter halen (maar dat zijn dan wel bijna altijd stokbonen).

Hoogte van het gewas: zoals al genoemd zijn er lage (stam-) bonen en hoge (stok-) bonen. Kies wat je zelf prettig vindt om te telen, en kijk daarbij natuurlijk dan ook waar en wanneer je ze wilt telen.

Stamsnijboon Sequoia meer

Onze favoriete rassen (allemaal zonder draad uiteraard):

  • Supermarconi: groene snijboon, prima opbrengst
  • Mantra: nog een goede snijboon, groen, goede opbrengst
  • Neckarkoningin: prima spekboon, groen van kleur, stokboon
  • Blauhilde: ook een prima stokspekboon, en nu paars van kleur (kookt donkergroen), helaas wil mijn vader dat soort “fratsen” als andere kleurtjes niet 🙂
  • Pastoral: naar mijn mening zo ongeveer de beste groene stoksperzieboon die er nu is, groen, zeer lang (24 centimeter) en recht, prima smaak, forse opbrengst
  • Cobra: ook een heel goede stoksperzieboon met lange rechte peulen en goede opbrengst
  • Negrital: stoksperzieboon die niet zo hoog wordt en een mooie lilapaarse bloei heeft en lekkere malse boontjes en goede opbrengst. Foto bovenaan deze pagina.
  • Melissa: stoksperziebonen in een donkerpaarse kleur (koken groen), zeer lang en recht, vlezig, mals en smakelijk en een zeer goede opbrengst (en als extra cadeautje bij de teelt donkergroen blad met daarin veel purper en lilapaarse bloei). De beste paarse stoksperzieboon (naar mijn mening).
  • Sequoia: hiervoor geldt hetzelfde als bij bovenstaande: stamsnijboon die je niet wilt missen: want: donkerpaarsgroen blad, lilapaarse bloei en donkerpaarse vrij korte platte snijbonen, koken donkergroen (foto bovenaan dit lijstje).
  • Fandango: een heel gewone maar zo lekkere stamsperzieboon; prima opbrengst, mooie rechte vlezige peulen.
  • Teepee: sperziebonen zonder draad met een prettige bonensmaak. Ze zijn er in groen (Cropper Tepee), geel (Golden Teepee) en paars (wordt groen bij het koken – Purple Teepee). Boon Pronk Sun Bright
  • Sun Bright: niet voor het lekker maar voor het mooi dus, deze stokpronkboon heeft knalrode bloemen en geelgroen blad, een zomerse felle kleurencombinatie, foto hierboven.

En nu vergeet ik een aantal heel goede soorten hoor, probeer gewoon eens wat soorten en let daarbij op de punten die in het begin bij rassen genoemd worden: zeker bij de stamsperziebonen zijn er heel veel goede soorten, zonder draad (in webwinkels en catalogi vaak afgekort tot “z.dr.” = dus zonder draad 🙂 Zelf soorten geprobeerd als Prelude, Novores, Cantare, Xantos, etc., allemaal prima.

Bodem en bemesting

Bonen groeien wel op de meeste grondsoorten maar houden niet van zure grond, bekalking is daar zeker gewenst. Bonen groeien graag in de volle zon, op warme grond die niet te nat is; toch groeit ze ook hier op de vette klei prima hoor, maar in natte koele zomers merken we wel een duidelijk verschil in opbrengst en de planten worden dan ook eerder ziek (vandaar dat we dan liever stokbonen in plaats van stambonen telen).

Op zandgrond is de vroege teelt dus ook handig omdat zandgrond vrij droog is en snel opwarmt in de het voorjaar. Op zware gronden kun je nog geluk hebben met een late teelt, want de grond warmt maar langzaam op maar houdt die warmte aan het einde van het seizoen ook lang vast (als het maar niet te veel regent…….).

Zoals al eerder gezegd: bonen zorgen gedeeltelijk voor hun eigen stikstof doordat ze stikstof uit de lucht vastleggen via de wortelknobbeltjes (stikstofsynthese). Je hoeft daarom weinig te bemesten. Zelf geven we alleen (uiteraard weer naast de basisverzorging van wat oude stalmest, ondergespit in de winter) wat koemestkorrels, een paar weken voor de planten worden geplant.

Zaaitabel, planten, oogsten en plantafstand:

Bonen tabel

Zaaien

Ik zaai zelf graag bonen voor. bedenk dat ook hier weer de vogels op de loer liggen, zij lusten graag de kiemende zaden. Je kunt dus wel bonen ter plaatse zaaien, maar dek dan vooral af met wat vliesdoek of gaas tegen vogelvraat. En hopen dat het niet kletsnat is van de regen. Daarom trek ik bonen dus liever voor, thuis of in de kas.

Bonen gezaaid 1

Ik gebruik daar graag van die grote bakken voor waar je vlees in koopt (het liefst die van de Makro, want die zijn lekker groot 🙂 Het zijn vrij grote diepe bakken, ik maak gaatjes in de bodem voor de afwatering. De bak tot aan de rand opvullen met een zanderig mengsel van 3/4 potgrond en 1/4 brekerzand (grof zand). De boontjes leg ik dan, 5 bij elkaar op de aarde en dan druk ik ze een centimeter of 4 naar beneden. Het krijgt vervolgens 1 keer water. Zie foto. De “dotjes” gekiemde bonen kun je met een schepje uit de grond halen en dan planten.

Bonenzaden rotten heel snel bij het kiemen, dus 1 x water en dan krijgen ze tot de kieming hier niets meer (tenzij het tropisch warm en erg droog is). Als de zaailingen boven komen hebben ze uiteraard weer water nodig.

Je kunt bonenzaden eventueel voorweken in warm water, maar gezien het verhaal hier net boven vind ik dat zelf vrij riskant. Mijn schoonvader legde bonen zelfs altijd 24 uur in slaolie, zodat ze beter bestand zouden zijn tegen rotten door te veel vocht (zeker handig als je ze in de volle grond ter plaatse wilt zaaien).

We zaaien stambonen altijd 5 bij elkaar in een groepje, een centimeter of 15-20 van elkaar. Dan krijg je, vinden wij althans, een mooie volle rij die toch voldoende licht, lucht en ruimte bevat de groei, bevruchting en oogst.

Stokbonen is hier altijd een discussie geweest, geen idee waarom, en ik heb het ondertussen ook opgegeven. Mijn man zegt dat er 7 bonen per stok moeten worden gelegd. Volgens boeken is dat wat minder, en omdat ik eens wat minder bonen van een bepaalde soort had heb ik wel eens 5 zaden per stok of misschien dan 6 zaden per stok geopperd. Maar dat wil er bij mijn man niet in.

Bonenstaken

En als ik heel eerlijk ben moet ik toegeven dat we altijd mooie volle stokken hebben, maar niet te vol; ruimte genoeg voor groei en bloei. Dus heb ik het opgegeven en zaaien we altijd (spercieboon, spekboon of snijboon) 7 bonen per stok. Maar ook die zaai ik graag voor in de kas, op dezelfde manier als de stambonen hierboven……..maar dan dus 7 bonen per hoopje en iets verder uit elkaar. Zie foto voor de manier waarop wij onze stokken plaatsen (50 centimeter in de rij en 70 centimeter tegenover elkaar. De ruimte ertussen is “loos” zou je zeggen, maar er passen makkelijk kroppen sla of andijvie tussen – eer de bonen gaan groeien zijn sla en/of andijvie al eetbaar. Zo bespaar je toch weer wat ruimte, zie foto hieronder, van kroppen Lollo Rosso sla tussen stokbonen in)

Sla Lollo Rosso Soltero rij

Als je dan de stambonen of stokbonen buiten uitplant (ze hebben dan minimaal 2 blaadjes, liever zelfs al 4) hoef je niet meer af te dekken voor vogels; het lekkerste is er dan blijkbaar voor hen af.

Teeltzorgen

Naast de algemene teeltzorgen als wieden, etc. nog dit: bonen hebben wenig water nodig, maar wel wat natuurlijk. Wij geven alleen bij het planten, de eerste week en daarna bij echt droog weer water. Stokbonen moet je soms een eerste draai om de stok heen helpen, voor ze zelf gaan klimmen.

Oogst en bewaren

Alle snijbonen, slabonen en pronkbonen pluk je jong en mals. Bij de spekbonen wacht je tot de bonen rond zijn en je voelt dat er boontjes in de peul zitten. In de zomer moet er zeker 2 keer per week geplukt worden. Regelmatig plukken zorgt voor een langere en rijkere oogst. Geoogste bonen eet je dezelfde dag, maar je kunt ze ook een paar dagen op een koele plaats bewaren (de koelkast is daarvoor eigenlijk net iets te koud).

Oogst droogbonen wanneer de peulen droog, dor en bruin zijn, en de planten verkleuren; haal de planten uit de grond, bind ze in bosjes en hang ze te drogen. Oogst de bonen wanneer deze makkelijk uit hun droge peulen te verwijderen zijn. Wanneer ze goed droog zijn vries je de geoogste bonen 3 volle dagen in, daarna nadrogen en koel en droog bewaren.

Over het invriezen van droogbonen en bonen voor de zaadteelt:

De bonenkever maakt heel kleine gaatjes in boontjes om daar hun eitjes in te leggen. Het is een raar idee om te beseffen dat groene verse spercie- en snijbonen dus soms “een vleesje” bevatten 🙂 Denk maar aan de meeltorretjes die je nog wel eens kunt vinden in te oude patentbloem, een beetje hetzelfde idee, die komen er ook niet van buitenaf in gekropen. Net als een afgesloten ruimte waar een sinaasappel ligt en waar dan toch fruitvliegjes op komen – waar zouden die dan vandaan komen? Ook dus hetzelfde idee. Voor ik mensen nu heel erg afschrik om nog verse groenten en fruit te eten stop ik maar met dit verhaal 🙂

In ieder geval; om te zorgen dat deze eitjes zich niet kunnen gaan ontwikkelen tot larven die van binnenuit je droogbonen volledig opvreten, vries je droogbonen en dus ook bonen voor de zaadteelt 2 tot 3 dagen in, gewoon in de vriezer. Vreemd ook dat zo’n warmtebehoeftige groente, de eerst nachtvorst vloert haar, zaden heeft die gemakkelijk de 3 dagen in de vriezer bij -20 graden overleven en dan ook nog kiemkrachtig blijven, maar het is echt zo. Laat droogbonen en bonen voor zaadteelt na de vriesperiode een paar dagen gespreid nadrogen. Bewaar ze daarna op een droge, koele, donkere plaats.

We vriezen bonen ook wel in: snijbonen in stukjes gesneden, rauw. Met sperzieboontjes gaat dat lastiger, ik hoor er zelden iets positiefs over; altijd taai, waterig, etc. Ik heb ze rauw ingevroren, geblancheerd, gekookt, noem maar op maar sperziebonen gewoon eten nadat ze zijn ingevroren blijft niet veel soeps.

Tot ik de vierkante kuipjes boemboe Sajoer boontjes ontdekte (van Conimex, maar tegenwoordig zijn er ook veel supermarkten die er een huismerk van hebben). Ik smelt de mix op hoog vuur, dan gaan de nog bevroren in stukjes van ongeveer 3-4 centimeter gesneden sperzieboontjes bij. Bakken op hoog vuur tot de boontjes warm worden, en dan wat heet water erbij, deksel erop en gaar stoven (beetgaar lukt niet want daarvoor zijn de boontjes niet knapperig meer). Aan het einde deksel eraf en nog even laten inkoken tot een lekker “prutje” en dan lusten we het wel. Als je handig bent in de keuken lukt het ook zelf goed om zo’n soort kruidenmix te maken (van wat sambal badjak, kokosmelk, ketjap, knoflook, ketoembar, etc.) maar we vinden dit in ieder geval gemakkelijk als we eens laat thuiskomen. Rijst, gebakken eitje en komkommersalade erbij, en je hebt toch een lekkere maaltijd uit de vriezer met sperziebonen (vinden wij dan toch :-))

Zaadteelt

Bonen zijn éénjarig en in principe zelfbestuivend, maar kruisbestuiving kan wel voorkomen, vooral als er meerdere rassen te dicht bij elkaar staan. Het is vrij gemakkelijk zelf zaad te winnen: laat een aantal peulen van een soort, die je goed gescheiden houdt van andere soorten, volledig dor, droog en bruin worden (zoals bij de oogst van bruine bonen) en oogst dan de peulen, laat ze nadrogen en haal dan de boontjes uit de peulen: vries ze 2-3 dagen in (zie bij “Oogst en Bewaren”). Daarna nog een paar dagen laten drogen, en dan droog, koel en donker bewaren tot het volgende jaar. De zaden zijn dan nog minimaal 3 jaar kiemkrachtig.