Kapucijner

Kapucijners gedopt 1

Ik had de kapucijner ook wel bij de doperwt en peul kunnen noemen en beschrijven (ze behoren tenslotte alle drie tot de dezelfde plant – Pisum sativum) , maar met heel veel plezier (zelfs liefde 🙂 moet ik zeggen dat ze een eigen pagina verdient!

En er zijn ook nog wel verschillen tussen de peul/erwt en de kapucijner, vooral m.b.t. smaak en oogst, en er zijn natuurlijk andere rassen.

Voor het geval je alleen die donkerbruine ronde ballen in pot of droogpak kent; als ik het over liefde voor Kapucijners heb, heb ik het over de verse Kapucijner. Ze lijkt een beetje op een kruising tussen een tuinboon (zonder dat bittere en weeïge) en een doperwt (maar dan minder zoet), ook qua formaat (kleiner dan een tuinboon, groter dan een doperwt).

Je ziet ze heel zelden in winkels, alleen in goede groentewinkels kom je ze wel eens tegen, dan worden ze wel “Blauwschokkers” genoemd (hetgeen eigenlijk een rasnaam is). Ze zijn erg duur en dat voor “vuil gewicht”, want als je ze koopt zul je ze zelf moeten doppen en houd je nog geen 1/3 aan gewicht over aan kapucijners.

Kapucijners in de dop 1

Op de foto zie je de Kapucijners in de dop; ze lijken wel wat op doperwten in de peul, maar dan dus donkerpaars van kleur, de Kapucijners zelf zijn groen (foto rechts boven).

Kapucijners behoren tot de vlinderbloemigen, net als bonen, erwten, peulen en tuinbonen. Maar net als peulen, erwten, etc. kan ook de Kapucijner heel goed tegen koude en worden dus al vroeg in het voorjaar geteeld.

Voor wie het eens wil proberen maar niet weet wat je er mee kunt doen: zelf bakken we wat hamblokjes, wat uienringen, en dan een eetlepel mosterd, zout en peper toevoegen. En dan gaan daar de kapucijners bij, die we eerst even hebben geblancheerd. Nog even doorbakken en doorwarmen. Heerlijk, “koningsmaal” noemen we het hier zelfs. Daarnaast kun je er ook salades van maken, en gebruiken in gerechten waar je anders tuinboontjes of doperwten in zou gebruiken. Ze is niet zo zoet als een doperwt maar ze heeft wel een zachte smaak. Ze heeft aan de andere kant ook niet het bittere dat een tuinboon heeft……….nou ja, je moet het vooral zelf proeven.

Plant

Kapucijners zijn eenjarig. Ze hebben, net als bonen, wortelknobbeltjes die stikstof uit de lucht vastleggen. Dus net als bij bonen kun je na de laatste oogst de stengels van de planten net boven de grond afknippen en tussen de ondergrondse wortels nog andere groenten telen die dan profijt hebben van de stikstof die vrijkomt.

Teeltwijzen en opkweek

Kapucijners Klim

Er zijn lage Kapucijners (stam- genoemd) en hoge klimmende Kapucijners (rijs- genoemd). Beiden prima van kwaliteit, de hoge Kapucijnerplanten leveren misschien iets meer opbrengst maar je hebt er wel een klimsteun/gaas voor nodig. Zelf zaaien we tegenwoordig eigenlijk altijd hoge Kapucijners, die worden zo’n 1.80 meter hoog en hebben dus een klimsteun nodig.

“Vroeger” zaaiden we altijd lage kapucijners, die worden maar 1 meter hoog, maar we hebben een paar keer in een slechte junimaand meegemaakt dat de planten een beetje omvallen en dan schimmelen/rotten de kapucijners aan de plant. Klimkapucijners hebben daar geen last van want ze drogen gemakkelijker op na een regenbui. Mocht je liever lage kapucijners telen, laat ze dan tegen een laag hekje klimmen, of zorg anders voor bijvoorbeeld wat stro onder de planten zodat ze niet zo lang nat blijven na regen.

De Kapucijner is een echte lenteplant, ze groeit beter in het frisse voorjaar dan in de warme zomer. Ze kan prima wat vorst verdragen, bij echt matige en strenge vorst kun je de planten wat afdekken met vliesdoek om vorstschade te voorkomen, maar het is al jaren geleden dat we dat zelf hebben moeten doen bij de vroege Kapucijners. Als je haar te laat zaait zal ze nog wel een plant maken maar de kans op goede bloei en dus goede oogst wordt steeds kleiner.

Zaaitabel, planten, oogsten en plantafstand

Kapucijner tabel

Rassen

Er bestaan maar weinig rassen. Bedenk eerst even wat je wilt; lage of klimmende Kapucijners:

Kapucijner bloem

  • Blauwschokker (klimkapucijner, 175 cm hoog, lilapaarse bloei (foto) en donkerpaarse peulen (met uiteraard wel groene kapucijners 🙂
  • Desiree (80 cm hoog, moeten dus ook wel gesteund worden, anders vallen ze om, ook lilapaarse bloei en donkerpaarse peulen)
  • Er bestaat ook Gastro, een Kapucijner waarvan de peul groen is in plaats van paars). Hebben we zelf nog nooit geprobeerd.

Bodem en bemesting

Hier doen Kapucijners het prima op onze kleigrond, maar ook op zandgrond zou ze goed moeten kunnen groeien. We spitten in de winter wat oude stalmest onder voor een betere structuur. Soms geven we een klein handje koemestkorrels (een beetje afhankelijk van de soort groente die het jaar daarvoor op dat stukje land heeft gestaan en of dat veel voeding heeft verbruikt). Maar veel voeding heeft ze dus niet nodig.

Standplaats

Graag een plekje in de zon, zeker omdat ze vroeg in de lente geteeld wordt en dus wel koude, regen en soms zelfs nog wat sneeuw, etc. moet kunnen verdragen. Dan is redelijk snel opdrogen na een natte periode of lekker opwarmen na een koude nacht prettig. Kapucijners horen op het landje van de peulgewassen, met een vruchtwisseling van 1 op 4 tot 6 jaar.

Omdat je Kapucijners vroeg kunt oogsten (soms, bij vroege teelt, zelfs al net in juni), kun je nog gemakkelijk wat anders telen na Kapucijners. Zoals late koolsoorten, andijvie, sla, maar ook bietjes, etc., afhankelijk van je vruchtwisselingschema.

Opkweken

Kapucijner plug

Zelf zaaien we Kapucijners voor in de koude kas; in trays met goede potgrond, verluchtigd met wat grof zand. Je kunt ze ook prima ter plaatse zaaien (iets later dan het vroege voorzaaien), maar bescherm de zaden dan wel met een net tegen vogel- en muizenvraat). Zelfs onder glas moet je de zaden beschermen tegen muizen; zelf leggen we op de bak waar de tray in ligt een perspex plaatje: houdt elke muis tegen zonder dat je ze dan moet doden. En ook niet onbelangrijk; met wat zon is het extra warm; als een kas in een kas, de warmte blijft er onder hangen nadat de zon is ondergegaan en ze kiemt zo wat sneller.

Zorg wel dat je het zaaisel niet te nat houdt; ze zijn wel wat gevoelig voor rot door te nat staan (ook daarom zaaien we liever voor in de kas dan ter plaatse). Na een paar weken (afhankelijk van de temperatuur waarin je zaait) heb je in een zaaitray plugjes zoals je rechts op de foto ziet. Die kun je met een stukje bamboestok makkelijk uit de trays drukken en zonder al te veel beschadiging van de worteltjes kun je dan de plugjes in de grond overplanten.

Tot slot: je kunt ook thuis voorzaaien maar dan vooral niet te warm; een onverwarmde kamer in het volle licht gaat dan het beste. De kiemduur is dan nog wat korter. Kapucijners kiemen, afhankelijk van de zaaitemperatuur binnen anderhalf tot 3 weken. Als je binnenshuis voorzaait, bedenk dan wel dat de overgang van het warme huis naar buiten best groot kan zijn; probeer de zaailingen af te harden door ze een week of zo overdag buiten en ´s nachts binnen te zetten, of gebruik de onverwarmde kas als “tussenstation”. Breng in ieder geval geen zaailingen over van binnen naar buiten als het heel koud is, vriest, etc.

Ook bij het uitplanten zul je de de jonge zaailingen nog moeten beschermen tegen vraat; met een net of vliesdoek. Als de zaailingen zo’n 40 centimeter hoog zijn kun je het beschermmateriaal meestal wel weg halen. Maar bedenk wel dat op het moment van oogsten de peulen en doperwten weer erg in trek zijn bij vogels (dan eten ze vooral graag de jonge peulen). Hier gebruiken we eigenlijk altijd een net of vliesdoek en dat laten we tot aan de oogst gewoon zitten, je kunt kapucijners vroeg oogsten (en het net dan weer voor iets anders gebruiken), en het is wel zo veilig zo 🙂

Teeltzorgen

Kapucijners aan plant

Uiteraard het bouwen van een rek met gaas voor de klimkapucijners. De planten kunnen zich wel redelijk goed vasthouden aan het gaas maar hebben (zeker hoe verder de planten bovenin komen en bossiger worden) soms toch nog een touwtje nodig om niet van het gaas af te vallen.

Op de foto rechts zie je klimkapucijners in onze tuin, begin juni. Ze zijn dan op volle lengte (dat is zo’n180-200 centimeter hoog), en je ziet naast een paar bloempjes vooral paarse peulen, die nu nog plat zijn en nog een week of 2 nodig hebben om dikker te worden en zich te vullen met de groene kapucijnererwten.

Vergeet niet water te geven bij droogte, maar zo vroeg in het voorjaar is er niet vaak een echt droge periode.

Oogst en bewaren

In tegenstelling tot tuinbonen en peultjes pluk je Kapucijners niet jong maar pas wanneer de peulen dik en vol zijn (net als doperwten). Vaak pluk je dan ook slechts 2 of 3 keer omdat je wacht tot je een aardig maal van dikke peulen hebt.

De Kapucijners zitten altijd erg vast, je hebt 2 handen nodig, 1 om de plant vast te houden en 1 om de peul van de plant af te trekken, zodat je de plant niet beschadigt. Ik ken mensen die de peulen zelfs liever met een schaartje van de plant af knippen.

Kapucijners en doperwten doppen 1

Op de foto rechts zie je links Kapuijners in de dop en rechts Doperwten in de dop, klaar om gedopt te worden.

En onderschat het “doppen” van de Kapucijners niet: het is best veel werk en je krijgt er echt donkerpaarse handen van (de term “keukenmeidenverdriet” is minstens zo van toepassing op kapucijners als op schorseneren :-)). Ik vind persoonlijk handschoenen niet fijn om mee te werken en ben zo veroordeeld tot een paar dagen paarse vingers en veel boenen met water en zeep.

Eet kapucijners vooral dezelfde dag, dan zijn ze het lekkerst, dan zijn de suikers nog niet omgezet in zetmeel. Maar ook dat is niet erg hoor (ze worden dan blijkbaar wat voller en iets minder zoet maar altijd nog erg lekker). Als je ze niet gelijk kunt eten kun je ze ook nog wel een dag of 2 op een donkere plaats laten staan, dop ze uiteraard wel op het laatste moment.

Zelf vriezen we kapucijners ook in; schoon, gedopt en rauw. Als we ze willen eten gooien we de bevroren kapucijners in het al kokende water, een paar minuten koken en dan verder verwerken (roerbakken of wat je wilt), gaat best goed (zoals dat ook bij diepvriesdoperwten gaat).

Zaadteelt

Kapucijners zijn zelfbestuivend, maar insecten kunnen wel kruisbestuiven: zorg voor voldoende afstand tussen bijvoorbeeld klimmende en lage kapucijners. Om zaad te winnen teel je de kapucijners op de gewone manier maar je oogst pas als de peulen helemaal dik zijn en dor en droog zijn geworden. Trek dan de planten in hun geheel uit de grond en laat ze nadrogen. Na een paar weken kun je de kapucijners (die dan niet mooi groen maar een beetje bruingroen en gekreukt zijn geworden) uit de peulen oogsten.

Persoonlijk vind ik het prettig om ook de kapucijners voor zaadteelt 2 dagen in de vriezer te leggen, zodat er zeker geen ziekten/aantasting door larven komt (zie meer daarover bij het hoofdstuk Bonen). Na het invriezen de kapucijners een paar dagen laten drogen, daarna donker, droog en koel bewaren, de zaden blijven dan minimaal 3 jaar kiemkrachtig.