Kapucijner

 

Ik had de kapucijner ook wel bij de doperwt en peul kunnen noemen en beschrijven (ze behoren tenslotte alle drie tot de dezelfde plant – Pisum sativum) , maar met heel veel plezier (zelfs liefde 🙂 ) vind ik dat ze een eigen pagina verdient!

En er zijn trouwens nog best veel verschillen tussen peulen en erwten en kapucijners, vooral m.b.t. smaak en oogst, en er zijn natuurlijk andere rassen.

Voor het geval je alleen die donkerbruine ronde ballen in pot of droogpak kent; als ik het over liefde voor kapucijners heb, heb ik het over verse kapucijners. Zie de foto bovenaan deze pagina.

Ze lijkt qua smaak een beetje op een kruising tussen een tuinboon (zonder dat bittere en weeïge) en een doperwt (maar dan minder zoet), ook qua formaat (kleiner dan een tuinboon, groter dan een doperwt), en zelfs smaak (niet zo glanzend groen als een doperwt maar ook niet zo dof mintgroen als een tuinboon). In alle opzichten een beetje van beiden dus!

Je ziet ze in winkels maar zelden, alleen in de betere groentewinkel kom je ze wel eens tegen, en dan worden ze vaak “blauwschokkers” genoemd (hetgeen eigenlijk een rasnaam is). Ze zijn erg duur en dat voor “vuil gewicht”, want als je ze koopt zul je ze zelf moeten doppen en houd je nog geen 1/3 aan gewicht over aan kapucijners.

 

Op de foto zie je de 3 bekenden nog even naast elkaar, in de dop: links tuinbonen, in het midden kapucijners en rechts doperwten. Kapucijners zijn dus meestal in de peul donkerpaars (al bestaan er ook wat groen rassen), de kapucijners (de ‘erwtjes in de dop’) zijn altijd groen.

Kapucijners behoren tot de vlinderbloemigen, net als bonen, erwten, peulen en tuinbonen.

En net als peulen, erwten, etc. kan ook de kapucijner heel goed tegen koude en worden dus al vroeg in het voorjaar geteeld. Verwar deze soorten niet met sperziebonen en snijbonen want dat zijn ook peulgewassen maar zij behoren tot een heel andere plant en hebben een andere teeltwijze (beginnend met het feit dat sperziebonen en snijbonen niet tegen kou kunnen en die teelt pas in mei begint).

Voor wie niet weet wat je met kapucijners in de keuken kunt doen: zelf bakken we wat ham- of spekblokjes, wat uienringen, en dan een eetlepel grove mosterd, zout en peper toevoegen. En dan gaan daar de kapucijners bij, die we eerst een minuut of 5 tot 10 hebben geblancheerd. Nog even doorbakken en doorwarmen. Heerlijk, “koningsmaal”. Daarnaast kun je er ook heerlijke salades van maken, en gebruiken in gerechten waar je anders tuinboontjes of doperwten in zou gebruiken. Nou ja, je moet het vooral zelf proeven.

De bloem van een (paarse) kapucijner

 

PLANT

Kapucijners zijn eenjarig. Ze hebben, net als bonen, wortelknobbeltjes die stikstof uit de lucht vastleggen. Dus net als bij bonen kun je na de laatste oogst de stengels van de planten net boven de grond afknippen en tussen de ondergrondse wortels nog andere groenten telen die dan profijt hebben van de stikstof die vrijkomt. Mocht je dat niet willen of kunnen omdat je andere plannen hebt voor de nateelt, haal dan de gehele planten uit de grond en gooi ze op de composthoop; ook daar doen het zachte en al verdorrende blad en de wortels veel goeds.

 

TEELTWIJZEN / OPKWEEK

Er zijn lage kapucijners (die worden ook wel stamkapucijners genoemd) en hoge klimmende kapucijners (die worden rijskapucijners genoemd). Beiden prima van kwaliteit, de hoge kapucijnerplanten leveren misschien iets meer opbrengst maar je hebt er wel een klimsteun/gaas van minimaal 160 tot 180 centimeter voor nodig.

Zelf zaaien we tegenwoordig eigenlijk bijna altijd hoge kapucijners, maar vroeger zaaiden we vooral lage kapucijners. Lage kapucijners worden maar 1 meter hoog, maar we hebben een paar keer in een regenachtige junimaand meegemaakt dat de planten en vooral peulen half omvielen en schimmelden/rotten. Klimkapucijners hebben daar geen last van want ze drogen gemakkelijker op na een regenbui. Mocht je liever lage kapucijners telen, laat ze dan toch tegen een (laag hekje) klimmen, of zorg anders voor bijvoorbeeld wat stro onder de planten zodat ze niet zo lang nat blijven na regen.

 

Kapucijners zijn echte lenteplanten; ze groeit beter in het frisse voorjaar dan in de warme zomer. Ze zeker wat vorst verdragen, bij echt matige en strenge vorst kun je de planten afdekken met wat vliesdoek om vorstschade te voorkomen, maar het is al jaren geleden dat we dat zelf hebben moeten doen bij kapucijners. het is bijna risicovoller om haar laat te zaaien; als je haar te laat zaait zal ze nog wel een plant maken maar de kans op een goede bloei en dus goede oogst wordt steeds kleiner.

 

ZAAITABEL / PLANTEN / OOGSTEN / PLANTAFSTAND 

Kapucijner tabel

 

RASSEN

Er bestaan maar weinig rassen. Bedenk eerst even wat je wilt; lage of klimmende kapucijners:

  • Blauwschokker (klimkapucijner, 175 cm hoog, lilapaarse bloei en donkerpaarse peulen (met uiteraard wel groene kapucijners)
  • Desiree (80 cm hoog, moeten dus ook wel gesteund worden, anders vallen ze om, ook lilapaarse bloei en donkerpaarse peulen)
  • Er bestaat ook Gastro, een kapucijner waarvan de peul groen is in plaats van paars). Hebben we zelf nog nooit geprobeerd .

 

BODEM / BEMESTING

Hier doen kapucijners het prima op onze kleigrond, maar ook op zandgrond zou ze goed moeten kunnen groeien. We spitten in de winter wel wat oude stalmest of rijpe compost onder voor een betere structuur.

Soms geven we een week of 2 voor het uitplanten van de zaailingen een kleine hoeveelheid algemene moestuinvoeding (zoals bijvoorbeeld Culterra, of 12-10-18 als je geen bezwaar hebt tegen kunstmest). Maar veel voeding heeft ze dus niet nodig.

 

STANDPLAATS

Kapucijners willen graag een plekje in de zon, zeker omdat ze vroeg in de lente geteeld wordt en dus wel kou, regen en soms zelfs nog wat sneeuw, etc. moet kunnen verdragen. Dan is redelijk snel opdrogen na een natte periode of lekker opwarmen na een koude nacht prettig. Kapucijners horen op het landje van de peulgewassen, met een vruchtwisseling van 1 op 4 jaar.

Omdat je kapucijners vroeg kunt oogsten (soms, bij vroege teelt, zelfs al in juni), kun je nog gemakkelijk wat anders telen na kapucijners. Zoals late koolsoorten, andijvie, sla, maar ook bietjes, etc., afhankelijk van je vruchtwisselingschema.

 

OPKWEEK

Zelf zaaien we Kapucijners voor in de koude kas; in trays met goede potgrond, verluchtigd met wat grof (breker)zand. Je kunt ze ook prima ter plaatse zaaien (een week of 2 later dan bij voorzaaien), maar bescherm de zaden dan wel met een vliesdoek of net tegen vogel- en muizenvraat. Zelfs onder glas moet je de zaden beschermen tegen muizen; zelf leggen we op de bak waar de tray in ligt een perspex of glazen plaatje: houdt elke muis tegen zonder dat je ze dan hoeft te bestrijden. En ook niet onbelangrijk; met wat zon is het onder zo’n doorzichtig plaatje extra warm; als een kas in een kas, de warmte blijft er onder hangen nadat de zon is ondergegaan en ze kiemt zo wat sneller.

 

Zorg wel dat je de zaaisels niet te nat houdt; ze zijn wel wat gevoelig voor rot door te nat staan (ook daarom zaaien we liever voor in de kas dan ter plaatse in de natte/vette klei). Na een paar weken (afhankelijk van de temperatuur waarin je zaait) heb je in een zaaitray plugjes zoals je hierboven op de foto ziet. Uiteraard haal je het glasplaatje of perspex plaatje weg na het kiemen zodat de zaailingen goed kunnen groeien in het volle licht.

 

De zaailingen kun je aan de onderkant van de tray met een stukje bamboestok (of de achterkant van een houten lepel) makkelijk uit de tray drukken en zonder al te veel worteltjes te beschadigen, en zo kun je de plugjes in de grond overplanten.

 

Tot slot: je kunt ook thuis voorzaaien maar dan vooral niet te warm; een onverwarmde kamer in het volle licht (raamkozijn op het zuiden) gaat dan het beste. De kiemduur is dan nog wat korter.

Kapucijners kiemen, afhankelijk van de zaaitemperatuur binnen anderhalf tot 3 weken. Als je binnenshuis voorzaait, bedenk dan wel dat de overgang van het warme huis naar buiten groot kan zijn; probeer de zaailingen af te harden door ze een week of zo overdag buiten en ´s nachts binnen te zetten, of gebruik de onverwarmde kas als “tussenstation”. Breng in ieder geval geen zaailingen over van binnen naar buiten als het heel koud is, vriest, sneeuwt, etc..

 

Ook bij het uitplanten zul je de de jonge zaailingen nog moeten beschermen tegen vogel- of muizenvraat; met een net of gaas of vliesdoek. Als de zaailingen zo’n 40 centimeter hoog zijn kun je het beschermmateriaal meestal wel weg halen. Maar bedenk wel dat op het moment van oogsten de peulen en doperwten weer erg in trek zijn bij vogels (dan eten ze vooral graag de jonge peulen). Hier gebruiken we eigenlijk altijd een net of vliesdoek; dat gaat bij het uitplanten over de zaailingen, als de planten 40 centimeter hoog zijn halen we het net weg en als de volwassen na de bloei peulen gaan maken gaat het net weer over de planten tot na de oogst.

 

TEELTZORGEN

Een belangrijke teeltzorg is uiteraard het bouwen van een rek met gaas voor de klimkapucijners. De planten kunnen zich wel redelijk goed vasthouden aan het gaas maar hebben (zeker hoe verder de planten bovenin komen en bossiger worden) soms toch nog een touwtje nodig om niet van het gaas af te vallen.

 

Op de foto zie je jonge klimkapucijners in onze tuin, rond april.

Op de volgende foto zie je de klimkapucijners rond juni. Ze zijn dan op volle lengte (dat is zo’n180-200 centimeter hoog), en je ziet naast een paar bloempjes vooral paarse peulen, die nu nog plat zijn en nog een week of 2 nodig hebben om dikker te worden en zich te vullen met de groene kapucijnererwten.

 
Dit is het goede moment om de planten weer af te dekken en zo te beschermen tegen vraat door vogels (vooral duiven vinden ze heerlijk).

Vergeet niet water te geven bij droogte, maar zo vroeg in het voorjaar is er niet vaak een echt droge periode.

 

OOGST / BEWAREN

In tegenstelling tot tuinbonen en peultjes pluk je kapucijners niet jong maar pas wanneer de peulen dik en vol zijn (net als doperwten). Vaak pluk je dan ook slechts 2 of 3 keer omdat je wacht tot je een aardig maal van dikkere peulen hebt. net als bij doperwten is het altijd even zoeken naar het juiste moment van plukken; te jong is te klein en onvolgroeid en dan zijn de erwtjes nog zacht en is de opbrengst klein. Maar als je te lang wacht is de beste smaak eraf, dan zijn de erwtjes vooral melig en stug. Maar als je eenmaal kapucijners hebt geplukt weet je wat het beste moment is (wanneer de paarse peulen vol en dik zijn maar nog een zijdeglans hebben en voordat ze zachter worden omdat de peulen uitdrogen en de zaden = kapucijners al gaan rijpen).

Kapucijners zitten altijd erg vast aan de plant, je hebt 2 handen nodig, 1 om de plant vast te houden en 1 om de peul van de plant af te trekken, zodat je de plant niet beschadigt. Ik ken mensen die de peulen zelfs liever met een schaartje van de plant af knippen.

En onderschat het “doppen” van de Kapucijners niet: het is best veel werk en je krijgt er donkerpaarse handen van (de term “keukenmeidenverdriet” is minstens zo van toepassing op kapucijners als op schorseneren 🙂 ). Ik vind persoonlijk handschoenen niet fijn om mee te werken en ben zo veroordeeld tot een paar dagen paarse vingers en goed boenen met water en zeep.

Eet kapucijners vooral dezelfde dag, dan zijn ze het lekkerst, dan zijn de suikers nog niet omgezet in zetmeel. Maar ook dat is niet erg hoor (ze worden dan blijkbaar wat voller en iets minder zoet maar altijd nog lekker). Als je ze niet gelijk kunt eten kun je ze ook nog wel een dag of 2 op een donkere plaats laten staan, dop ze uiteraard wel op het laatste moment.

Zelf vriezen we kapucijners ook in; schoon, gedopt en rauw. Als we ze willen eten gooien we de bevroren kapucijners in het al kokende water, een paar minuten koken en dan verder verwerken (roerbakken of wat je wilt), gaat best goed (zoals dat ook bij diepvriesdoperwten gaat).

 

ZAADTEELT

Kapucijners zijn zelfbestuivend, maar insecten kunnen wel kruisbestuiven: zorg voor voldoende afstand tussen bijvoorbeeld klimmende en lage kapucijners. Om zaad te winnen teel je de kapucijners op de gewone manier maar je oogst pas als de peulen helemaal dik zijn en dor en droog zijn geworden. Trek dan de planten in hun geheel uit de grond en laat ze nadrogen. Na een week of 2 kun je de kapucijners (die dan niet mooi groen maar een beetje bruingroen en gekreukt zijn geworden) uit de peulen oogsten. Laat ze nog een weekje nadrogen.

Persoonlijk vind ik het prettig om ook de kapucijners voor zaadteelt 2 dagen in de vriezer te leggen, zodat er zeker geen ziekten/aantasting door larven komt (zie meer daarover bij het hoofdstuk Bonen en dan onder het kopje ‘zaadteelt’). Na het invriezen laat je de kapucijners weer een paar dagen drogen, daarna donker, droog en koel bewaren, de zaden blijven dan minimaal 3 jaar kiemkrachtig.

 


 

Tuinboontjes met kapucijners, erwtjes, met gebakken ham- en spekblokjes, en lenteuitjes