Kouseband

Kouseband Chinese Green Noodle 1

Latijnse naam van de kouseband is Vigna unguiculata ssp. sesquipedalis, en dan is het dus al direct duidelijk dat ze geen familie is van de boon, snijboon of pronkboon.

Aspergeboon wordt ze ook wel eens genoemd (en in het Engels Long Bean), maar ik ken haar zelf eigenlijk alleen onder de naam die door alle Surinamers wordt gebruikt; kouseband. Ze wordt hier op het volkstuincomplex dan ook best veel geteeld, eerst alleen door Surinamers maar steeds meer Nederlanders wagen ook eens een poging.

Het enige nadeel van kouseband; ze heeft heel veel warmte nodig en tot voor kort dacht iedereen dat ze alleen in de kas een goed resultaat kan geven. Van steeds meer mensen hoor ik echter dat kouseband in een mooie zomer op een zonnige en beschutte plaats het buiten ook best goed kan doen. Zelf heb ik daar nog geen ervaring mee maar ik ga het zeker eens proberen.

Kouseband geeft zeer lange stevige peulen (van wel 30 centimeter tot soms meer dan 60 centimeter lang, afhankelijk van ras en omstandigheden). Ze smaken als sperziebonen maar dan wat sterker en steviger. Van onze Surinaamse buurvrouw heb ik geleerd dat je kouseband niet hoort te koken – ze wordt gebakken en gestoofd, soms met vlees, of andere groenten of kruiden. Op de foto boven zie je de kouseband Chinese Green Noodle.

Plant

De kouseband is net als ons stokboon een eenjarige slingerplant. Ze klimt langs bamboestokken omhoog, heeft alleen bij de ‘eerste slag’ nog wel eens een klein beetje hulp nodig om zich vast te maken. De planten kunnen buiten uiteindelijk ruim 2 meter hoog worden, in de kas zelfs nog wel een meter hoger dan dat. Ze bloeit met lila-creme lipbloemen waarna de lange peulen zich ontwikkelen. De planten kunnen zeker geen vorst verdragen en bij temperaturen onder de 15 graden staan de planten al stil en te wachten op warmere tijden.

Teeltwijzen

Er is de teelt onder glas en de teelt buiten. Veel verschil zit daar niet in behalve dan dat de kans op een goede afloop veel hoger is in de kas. In de buitenteelt ben je afhankelijk van zon en temperatuur. Zorg in de buitenteelt dus vooral voor een zonnig, warm en beschut plekje, bijvoorbeeld tegen een zuidmuur aan. In de kas moet je rekening houden met de hoogte die een kousebandplant kan bereiken; zet er vooral stokken bij van ruim 2 meter want dat is de hoogte die ze in de kas zeker gaat bereiken.

En zorg dat je tijdens de bloei regelmatig tegen de planten tikt. In de kas zijn weinig of geen insecten en er staat geen wind. Door elke dag even tegen de planten te tikken zorg je ervoor dat de bloemen bestoven worden. Kouseband is een zelfbestuiver (en ik heb wel eens gehoord dat een groot deel van de bloemen al bestoven zijn voor ze zelfs maar open gaan), maar toch heb ik het idee dat de opbrengst groter is wanneer ik elke dag even tegen de planten tik…….en als ik toch een hele kas doorloop om de tomaten, aubergines, pepers te ‘tikken’, tik ik gewoon nog even door………kleine moeite 🙂

Opkweek

Ik zaai kouseband eind april in de kas voor, mits er uiteraard geen vorst meer komt. Ik zaai in tray’s voor, 1 zaadje per vakje, en het zaaisel zet ik in een plastic bak met een glasplaatje erop; tegen eventuele koude nachten want de warmte van overdag hangt er nog lang onder maar ook als bescherming tegen bijvoorbeeld muizen. Binnenshuis zaaien kan uiteraard daarom misschien nog wel beter, in een zonnige vensterbank. Zorg voor een potgrond die je goed verluchtigt met wat brekerzand en zaai de zaden zo diep als 2 x hun eigen dikte (anderhalve centimeter diep). Houd de grond vochtig maar niet kletsnat; net als bij ‘gewone bonen’ zijn de zaden gevoelig voor rotten bij te natte grond. De zaden kiemen binnen 7-10 dagen (afhankelijk ook van de temperatuur).

De zaailingen houd je in potjes of trays tot ze ruim na 15 mei naar buiten of de kas mogen. Bedenk dat er rond half mei officieel (voor zover dat officieel kan zijn) geen vorst meer komt maar dan zijn er soms toch best nog koude nachten; liever een weekje later uitplanten dan net iets te vroeg en je planten verliezen (en hier spreekt een vrouw met ervaring in het te vroeg uitplanten 🙂

In de kas kunnen ze direct uitgeplant worden bij bijvoorbeeld bamboestokken, in de buitenteelt is het handig om een week of 2 voor het planten wat zwart plastic te spannen zodat de grond daaronder goed opwarmt. Zet ook hier bij het planten direct bamboestokken waar de planten lang kunnen gaan klimmen.

Rassen/cultivars

Er zijn niet heel veel verschillende rassen die verschillen in vroegheid, geschiktheid voor een koel klimaat, etc. maar er zijn wel een paar leuke bijzondere vormen:

Kouseband Chinese Red Noodles

  • Yardlong: extra lange peulen, tot wel een halve meter
  • Chinese Red Noodle: paarse peulen die ook bij het roerbakken hun kleur behouden (foto rechts)
  • Chinese Green Noodle; zou wat vroeger zijn dan andere soorten en daardoor meer geschikt voor buitenteelt (foto rechts bovenaan de pagina)
  • Mosaic: kouseband in een mooie gemarmerde donkerroze-paarse kleur

Bodem en bemesting

Bonen hebben weinig voeding nodig, dat is algemeen bekend. En ik dacht dat zo ook was bij Kouseband. Ik hoorde echter van onze Surinaamse tuinbuurvrouw dat kouseband wel degelijk wat meer voeding nodig heeft dan de gemiddelde boon en dus ga ik komend jaar kouseband buiten telen; voor de kas, in de zon, met de beschutting van de kas in haar rug. En dus wat oude stalmest ondergespit en in april gaan er wat koemestkorrels door de grond waar ze gaat komen. Eind 2013 hoop ik hier dan te schrijven wat de resultaten waren!

Standplaats

Zoals al eerder gezegd; zo warm, zonnig en beschut mogelijk, of natuurlijk in de kas. Houd rekening met een vruchtwisseling van 1 op 4 jaar, op het landje van de peulgewassen. Je hoeft daarbij op niets anders te letten dan waar kouseband eerdere jaren heeft gestaan, ze is geen familielid van andere in Nederland geteelde peulgewassen.

Teeltzorgen

Kouseband heeft niet veel water nodig, alleen bij het planten en de eerste 2 weken daarna moet je af en toe een slokje water geven, tot ze zichzelf kan redden (en tenzij er uiteraard een erg lange droge periode komt). Plant stokken bij de zaailingen en help ze even de eerste draai rond de stokken te maken (met een touwtje, niet te strak). Verder zijn er geen teeltzorgen; in de buitenteelt vooral hopen op een mooie zomer.

Oogst / bewaring

Oogst de peulen op tijd. Ze kunnen soms in 1 of 2 dagen van klein peultje ontwikkelen tot volwassen peul. Als je een dag te lang wacht is de peul niet meer op z’n lekkerst – heel snel na het oogstrijpe stadium worden de peulen zacht en ontwikkelen zich de zaden in de peulen. De oogst van kouseband is ook zeker niet te vergelijken met de grote oogst van stokbonen hoor, maar je kunt wel vaak meerdere keren per week 1 of een paar peulen plukken. In de koelkast blijven ze wel een paar dagen goed. Zelf snijd ik ze, als ik maar een paar peulen heb kunnen oogsten, ook wel eens gelijk in stukjes van een paar centimeter en vries ze dan rauw in (bevroren in een zeer hete pan doe en bakken gaat best goed, al blijven verse peulen natuurlijk het lekkerst).

Zaadteelt

Kouseband is een zelfbestuiver en kruist niet met snijbonen, pronkbonen en sperziebonen. Zaden kun je heel gemakkelijk zelf oogsten door een paar peulen aan het einde van het seizoen te laten hangen tot ze lichtbruin verkleuren. Je ziet dan de zaden in vorm al in de geslonken peulen zitten. Een beetje afhankelijk van het ras zitten er wel 10 tot 15 zaden in 1 peul. Haal de zaden uit de peulen en laat ze goed drogen. De zaden blijven ongeveer 3 jaar kiemkrachtig.

 


Recepten met kouseband: