Peul en erwt

Sugar Snaps aan plant

Peultjes en erwten behoren tot de vlinderbloemigen, net als bonen. Maar Peulen en Erwten kunnen heel goed tegen een koel klimaat en ze kunnen ook vorst verdragen. Zoals ik me afvraag waarom courgettes zo duur zijn in de winkel (terwijl de opbrengst zo groot is), zo vraag ik me ook af waarom doperwten in de winkel zo goedkoop zijn, want het is veel werk en de opbrengst is altijd relatief klein. Daarentegen staat dat ze vers uit eigen tuin wel echt heel erg lekker zijn (al hangt dat ook wel een beetje af van het ras dat je kiest).

Peultjes en doperwten behoren tot dezelfde plant; de peul is het hoesje (de vrucht) waarin de doperwt (het zaadje) zich gaat ontwikkelen: het nog lege hoesje (dus peultje) is ook erg lekker, als de doperwt zich eenmaal heeft ontwikkeld is het hoesje ondertussen wel wat taai, soms met draad, geworden. Op de foto rechts boven zie je de Carouby de Maussane; een extra grote maar niettemin zeer smakelijke peul.

Er zijn soorten die vooral voor de teelt van peultjes zijn ontwikkeld (mals, draadloos, etc.) en soorten voor de teelt van doperwten (de smaak van de peul is ondergeschikt en de peul bevat vaak een hard vlies), de bedoeling is bij die rassen juist om snel een goede doperwt in voldoende aantal en goede smaak te ontwikkelen.

Sugar Snaps closeup

Persoonlijk: we vinden peultjes, lekker en doperwten ook, maar de “tussenvorm”, de Sugarsnaps (foto rechts), hebben hier een streepje voor. Die hebben een zeer zoete smaak, lekker knapperig, zie verder hieronder. We lusten ze in ieder geval zo van de plant, een gedeelte komt helemaal niet thuis in de keuken aan 🙂 Voor wie het nog nooit heeft geprobeerd: peultjes, doperwten en sugarsnaps zijn rauw ook heerlijk; zo van de plant, een beetje warm van de zon, gewoon eens proeven – zomer ten top!

Voor wie er toch meer mee wil doen, zelfs in de keuken: koken, roerbakken, stoven, heerlijk in risotto, maar ook in de Oosterse keuken, in salades, de mogelijkheden zijn heel groot.

Plant

Peulen/Erwten zijn eenjarig. Ze hebben, net als bonen, wortelknobbeltjes die stikstof uit de lucht vastleggen. Dus net als bij bonen kun je na de laatste oogst de stengels van de planten net boven de grond afknippen en tussen de ondergrondse wortels nog andere groenten telen die dan profijt hebben van de stikstof die vrijkomt.

Doperwt

Doperwten Tristar aan plant

Zoals gezegd hebben soorten die specifiek voor de doperwt zijn gekweekt niet een bijzonder lekkere peul (hoewel er uitzonderingen zijn natuurlijk). De (het liefst jonge) erwtjes worden uit de peulen “gedopt” en gegeten. Ze hebben, afhankelijk van het ras, een bijzonder zoete smaak, zoeter en zachter dan doperwten uit de diepvries (die we trouwens ook gewoon lekker vinden hoor, maar niet zo lekker als zelfgeoogste doperwten). Op de foto doperwten Tristar aan de plant.

Peul

Dit zijn dus de eigenlijke vruchten, hierin worden de zaden (doperwten) ontwikkeld. Kies hiervoor soorten die juist op de kwaliteit van de peul zijn gekweekt: zoet, zonder draad of vlies. Het grote voordeel van deze peultjes, is dat wanneer je eens te laat bent met plukken en de peul niet meer op haar lekkerst is, je haar gewoon door kunt laten groeien waardoor je niet de peul oogst maar wacht tot ze doperwten geeft. Bedenk daarbij wel dat dat niet de bedoeling was van de veredelaar, het zou kunnen dat de doperwten die uit dat soort peulen komen niet zo zoet zijn en meer zetmeel bevatten, dat hangt af van het ras dat is gebruikt.

Sugarsnaps

Deze zoete erwtjes zijn zeer dikwandig, en sappig, en knapperig, en zoet, met al in een jong stadium een net zo zoet doperwtje erin. Het zijn van de peulen onze favorieten. Ze geven vaak ook een wat grotere opbrengst dan peultjes.

Indeling in hoogte

Er zijn lage en hoge soorten, zowel bij de peulen als de doperwten en sugarsnaps. Lage soorten heten net als bij bonen “stam-“, hoge soorten heten echter geen “stok-” maar “rijs-” , dus rijserwt, rijspeul, etc. zijn soorten die vaak minimaal 1 meter hoog worden (tot wel 2 meter voor sommige rassen) en een steunmateriaal nodig hebben. Stokken zijn in dit geval niet geschikt, ze wikkelt zich daar niet om heen en heeft grofmazig gaas nodig waaraan ze zich kan hechten.

Stamdoperwten, stampeulen, etc. blijven dus een stuk lager en hebben officieel geen steun nodig. Maar de planten zijn vaak wel slungelachtig en zo lang dat ze om kunnen gaan vallen/hangen. Dat is op zich niet zo’n probleem, zolang de bloemen maar bestoven kunnen worden en groeien peulen niet in de modder liggen. Zelf hebben we ook bij de lagere rassen vaak de neiging om ze middels kippengaas of zoiets toch een beetje overeind te houden omdat anders de opbrengst toch duidelijk minder is.

Net als bij de bonen hebben de rijssoorten een lichte voorkeur, ook bij ons:

  • de totale opbrengst is wat hoger
  • je wint er ruimte mee
  • makkelijker plukken
  • sneller opdrogen na een regenbui

De lage rassen vragen daarentegen wel wat minder werk en de opbrengst valt wat eerder.

Verschillende doperwten

Doperwt Canoe

Op de foto het doperwtenras Canoe (extra zoete fijne doperwtjes), je ziet door het licht al dat ze in de dop aan het groeien zijn.

Let op bij het ras doperwt dat je koopt: er zijn suikerzoete rassen maar ook minder zoete, extra zetmeelrijke rassen (beetje melig):

Rondzadige soorten; hebben vrij grote doperwten, niet zo zoet, snel melig, zeer geschikt als droogerwt (voor bijvoorbeeld soepen), kun je extra vroeg zaaien, kan zeer goed tegen koude en vorst.

Gekreuktzadige soorten; minder zetmeel, maar over het algemeen veel zoeter, zeer geschikt voor verse zoete doperwten, iets later zaaien maar verdraagt ook koude en vorst.

Onze voorkeur ligt duidelijk bij die laatste, maar er zijn veel mensen die toch ook de karakteristieke erwtensmaak van de bovenste soort lekker vinden. Zaai ze vooral eens allebei, en dan het verschil proeven!

Nog even: de Kapucijner zou ook in dit hoofdstuk genoemd kunnen worden maar ik heb ervoor gekozen haar een eigen pagina te geven:Kapucijner

Teeltwijzen en rassen

De erwt/peul is een echte voorjaarsplant, ze groeit beter in het frisse voorjaar dan in de warme zomer. Ik heb haar zelfs wel een te laat gezaaid (in juni of zo, het is al lang geleden, ze maakte toen wel een plant maar wilde niet eens meer bloeien).

Er bestaan veel peul- en erwtenrassen, kijk zelf vooral wat je zoekt (zoet of juist zetmeel, peul of erwt, hoog of laag, etc.). Onze favorieten:

Peul Carouby de Maussane

  • Senator (goed lekker zoete doperwt, 120 cm hoog)
  • Kelvedon Wonder (zoete lekkere doperwt, 70 cm hoog)
  • Oregon Sugar Pod (lekker peultje, kan ook blijven hangen voor doperwt, 80 cm hoog
  • Carouby de Mausanne (zeer grote peul, 160 cm hoog, sterke smaak, zeer bijzonder, zie op de foto hoe groot de peulen zijn ten opzichte van een gewoon peultje rechts op de foto)
  • Golden Sweet (geel peultje, lekker, 160 cm hoog)
  • Sugar Snap (erg lekker, knapperig, sappig, 180 cm hoog)
  • Tristar (extra zoete, kleine erwtjes met zachte structuur, zeer goede opbrengst, 70 cm hoog)

Bodem en bemesting

Erwten/peulen houden niet van teveel warmte, eigenlijk in alles het liefst gemiddeld: niet te nat, niet te droog, niet te koud, niet te warm, etc. Hier doet ze het, al zou je het niet zo snel verwachten, prima op zware grond. We kiezen wel vaak voor de hoge rassen zodat de wind de grond wat kan opdrogen na regen. We spitten in de winter alleen wat stalmest onder en geven wat compost in het voorjaar. Verder geven we nog zelden mest bij, maar als je op armere grond teelt kun je bijvoorbeeld wat koemestkorrels geven.

Standplaats

Erwten en peulen houden van een zonnige standplaats, ze zijn gevoelig voor aaltjes, daarom is het belangrijk slechts 1 op de 4 tot 6 jaar peulgewassen op een stuk land te telen. Na erwten en peulen kun je vaak nog wat anders telen want de oogst is natuurlijk relatief vroeg, late koolsoorten volgen graag peulen/erwten op (laat dan vooral de wortels in de grond zitten zodat de kool kan profiteren van de stikstof die ze bevat).

Zaaitabel en plantafstand

Erwt tabel

Opkweken

Erwten/peulen kiemen en groeien bij lage temperaturen. We zaaien ze zelf graag voor in februari, in de onverwarmde kas (je kunt ze ook ter plaatse zaaien maar bescherm de zaden met een net of vliesdoek dan wel tegen vogelvraat maar ook muizen). Zelfs onder glas moet je de zaden beschermen, muizen hebben maar een paar centimeter ruimte nodig om je kas binnen te komen en ze ruiken verse erwtenzaden op afstand 🙂

Doperwten onder gaas

Zelf zaaien we in trays, in potgrond waar wat grof brekerzand doorheen is gemengd. De tray zetten we dan in een bak, en die bakken dekken we af met een plaatje glas of perspex. Hierdoor zijn de gezaaide zaden beschermd tegen muizen en je creëert zo een soort kas in een kas, de warmte blijft er lekker onder hangen en dat bevordert de kieming en groei wel wat. Je kunt trouwens ook thuis voorzaaien maar dan vooral niet te warm; een onverwarmde kamer in het volle licht gaat dan het beste. De kiemduur bedraagt, afhankelijk van de zaaitemperatuur zo’n anderhalf tot 3 weken.

Ook bij het uitplanten zul je de de jonge zaailingen nog moeten beschermen tegen vraat; met een net of vliesdoek (zie foto, het grijze hekwerk is de klimsteun en daaromheen hebben we een soort tent gebouwd van netten – zorg dat het net ver genoeg van de zaailingen hangt want anders vreten de duiven met de kop door het net alsnog je zaailingen op :-)).

Als de zaailingen zo’n 30 centimeter hoog zijn en willen gaan klimmen, kun je het beschermmateriaal weghalen. Bedenk wel dat op het moment van oogsten de peulen en doperwten weer erg in trek zijn bij vogels. Hier wel eens gezien dat de duiven gewoon op het hekwerk zaten en zo makkelijk de peulen konden vinden en eten. Maar soms ook niet, het hangt een beetje af waar het gewas staat (als de planten wat beschut staat voelen vogels zich blijkbaar minder veilig dan wanneer het een open ruimte is). Soms gaat het hier prima, maar er zijn ook jaren dat we op de tuin komen en dan zien dat er aan de peulen gevreten is en we er een vliesdoek of een net overheen hangen. Goed in de gaten houden dus.

Teeltzorgen

Peultje bloem

Uiteraard het bouwen van een rek met gaas voor de hogere soorten.

De planten kunnen zich wel redelijk goed vasthouden aan het gaas maar hebben soms toch nog een touwtje nodig om niet van het gaas af te vallen (zeker als er vrij veel planten naast elkaar staan).

Vergeet niet water te geven bij droogte, maar heel veel water hebben peultjes en erwten niet nodig.

En pluk; vaak wel om de dag kun je een klein maaltje of een flinke hand plukken. Hoe meer je plukt, des te meer zal ze bloeien en weer nieuwe peulen geven.

Peul Carouby bloem

Peultjes bloeien trouwens bijna altijd met fris witte bloemen (foto boven). De Carouby de Maussane (foto rechts) en de gele peul Golden Sweet bloeien niet wit, die bloeit in een kleur die meer lijkt op de kleur van een Kapucijner, bijna alsof ze een soort tussenvorm is (maar de Carouby geeft slechte/kleine erwtjes die ook niet naar Kapucijners smaken, haar kwaliteit ligt toch duidelijk bij de grote peul met een sterke peultjessmaak. Bijzonder dus (en mooi, en lekker).

Oogst en bewaren

De stengels van deze planten breken gemakkelijk, terwijl de peulen zelf behoorlijk vast zitten. Pluk dus altijd met 2 handen (met 1 hand houd je de plant vast, met de andere pluk je de peul) – anders beschadig je de plant erg gemakkelijk.

Pluk regelmatig, zodat er weer nieuwe peultjes gevormd worden, maar ook omdat jonge peultjes het lekkerst zijn. Jonge doperwten zijn ook zoeter en smakelijker dan te groot en melig geworden, maar het is ook handig om doperwten vooral in grotere hoeveelheden te oogsten, omdat veel peulen maar weinig doperwten opleveren. Als je dan toch gaat zitten om doperwten te doppen, dan maar gelijk een heleboel (want het is nogal tijdrovend werk voor de opbrengst die het geeft).

Eet peultjes vooral dezelfde dag, dan zijn ze nog lekker knapperig, maar je kunt ze ook nog wel 2 of 3 dagen in de koelkast bewaren (zodat je oogst elke dag iets groter wordt en je na 3 dagen een heelt maaltje hebt). Zelf vries ik peultjes nog wel in; het knapperige gaat er dan wel vanaf maar bevroren in een gloeiend hete pan is ze nog best lekker in roerbakgerechten, samen met andere groenten. Doperwten kun je ook goed invriezen maar de opbrengst is vaak klein en de doperwten zo lekker dat die de vriezer hier in ieder geval nog nooit gehaald hebben 🙂

Zaadteelt

Erwten zijn in principe zelfbestuivend, maar insecten kunnen wel kruisbestuiven, dus zorg wel voor voldoende afstand tussen 2 rassen voor zaadteelt. Om zaad te winnen teel je de peulen/erwten op de gewone manier maar je oogst ze pas als de peulen helemaal geel en hard zijn geworden. Trek dan de planten in hun geheel uit de grond en laat ze nadrogen. Na een paar weken kun je de erwten uit de peulen oogsten.

Persoonlijk vind ik het prettig om ook de erwten voor zaadteelt 2 dagen in de vriezer te leggen, zodat er zeker geen ziekten/aantasting door larven komt (zie meer daarover bij het hoofdstuk “Bonen”). Na het invriezen de erwten een paar dagen laten drogen, daarna donker, droog en koel bewaren, de zaden blijven dan minimaal 3 jaar kiemkrachtig.

 


Recepten met peul en erwt: