Paprika

 

De zoete paprika en de hete peper zijn plantkundig gezien hetzelfde, de Latijnse naam voor paprika en peper is Capsicum. In catalogi leiden verschillende namen nog wel eens tot verwarring: zoete peper, hete peper, bell pepper, chile, hungarian pepper (die staat voor een groep, eerder kruidige dan echt zoete, paprika’s), etc.. Lees vooral de beschrijving bij de aankoop van zaden.

Op de foto hierboven de paprika Oda; mooie, vrij kleine puntpaprika. Prima opbrengst en de paprika’s zijn zachtzoet en lichtkruidig van smaak. De paprika’s rijpen van paars naar donkerrood met nog een vleugje roze erin.

Paprika’s behoren in principe tot de Capsicum annuum, pepers kunnen ook tot de Capsicum annuum behoren, maar er zijn ook pepers die tot andere soort/species kunnen behoren (bijvoorbeeld de Habanero’s = Capsicum chinense, en de meeste Aji’s = Capsicum baccatum, Rocoto’s = Capsicum pubescens). Ondanks dat deze pepers tot een andere soort/species behoren, kunnen ze kruisen met paprika’s (allemaal behalve de Capsicum pubescens). Mocht je zelf zaden willen oogsten van je zelf geteelde paprika’s zorg dan dat je een goede afstand aanhoudt tussen je paprikaplant en peperplant – in principe zullen gekruiste nakomelingen altijd pittig zijn (omdat heet ‘dominant’ is over niet heet). Kijk na het lezen van deze pagina vooral ook even op de pagina van de pepers voor wellicht nog wat handige informatie, want veel van de teeltzorgen en bijzonderheden m.b.t. pepers gelden ook voor paprika’s en andersom: Peper.

Paprika Kapia; lange puntpaprika’s met prima opbrengst, rijpen van crème tot lichtgroen via oranje naar rood

 

PLANT

Een paprika is een kruidachtige, niet winterharde plant. Eigenlijk is ze een heester en de paprika zelf is een bes. Een paprika is onrijp ook eetbaar; ze is dan minder zoet en eerder kruidig met een klein bittertje. Groen is altijd onrijp (rijpe groene paprika’s bestaan niet), maar een onrijpe kleur kan ook paars, lila, chocoladebruin of crèmewit zijn.

Je kunt dus ook geen zaden van groene paprika’s kopen (hoewel ik ze op internet toch wel eens tegen kom 🙂 ). Niet-rijpe zaden zijn uiteraard niet kiemkrachtig (ze verschrompelen en verkleuren als je ze droogt na het oogsten en ze zijn ‘leeg’).

Elke paprika verkleurt bij rijping:

  • groene paprika’s kunnen rood, geel oranje of chocoladebruin worden.
  • crèmewitte tot lichtgroene paprika’s kunnen rood, geel of oranje worden.
  • lila en paarse paprika’s worden rozerood
  • chocoladebruine paprika’s worden vaak rood.

Welke kleur onrijpe paprika je dus ook hebt, ze zal altijd van kleur veranderen bij rijping, en zo weet je dus ook gelijk wanneer een paprika rijp is. Alle onrijpe paprika’s zijn dus prima te eten, want de groene paprika’s die in de winkel kunt kopen zijn onrijpe paprika’s. Onrijpe donkergroene paprika’s zijn het meest kruidig en hebben duidelijk een bittertje (dat mij persoonlijk niet zo kan bekoren), onrijpe chocoladebruine paprika’s zijn ook kruidig maar al iets minder bitter. Onrijpe crèmewitte zijn veel milder van smaak; zachtkruidig en bijna geen bitter. En onrijpe lilapaarse paprika’s zijn vaak dunwandig en heel knapperig en zonder bitter.

Eigenlijk heel simpel, toch? Er is slechts 1 lastige klant tussen deze kleuren en dat is de kleur chocoladebruin, want die bestaat er in een onrijpe kleur en in een rijpe kleur. Maar tegelijkertijd toch ook niet moeilijk, want ook hier geldt nog steeds dat bij rijping de kleur verandert.

Op de foto boven de Lila Purpur, wat mij betreft wel één van de allermooisten, onrijp lilapaars, verkleurt bij het rijpen naar een soort paarsachtig rood, zie foto hieronder.

 

Op de foto hierboven een overzichtje van verschillende paprika’s en pepers.

Er is dus niet alleen veel variatie in kleur, er is ook veel variatie in grootte en vorm; geblokt, rond, punt, van klein tot heel groot, van dunwandig en knapperig tot bijna sappig zeer dikwandig. En ook de smaak (van de rijpe paprika) kan behoorlijk verschillen: van meer kruidig tot lichtzoet tot extra zoet.

 

TEELTWIJZEN / RASSEN

 

Op de foto hierboven zijn alleen maar paprika’s, in verschillende maten, vormen en kleuren. De kleinsten zijn duidelijk links te zien en dat is een mix van Minibell, vroege kleine paprikaatjes aan kleine planten (de planten leuk voor in pot, en de paprikaatjes leuk om te vullen). De grootste lijkt hier de langwerpig gele puntpaprika met de naam Sweet Long Yellow. En verder zie je rassen als Healthy, Orange Bell, Purpurnij Kolokol, en Golden Treasure.

Paprika’s hebben veel behoefte aan warmte, de beste kans op een vroege en goede oogst is de teelt onder glas of plastic, al is dat uiteraard natuurlijk ook deels rasafhankelijk.

Maar er zijn zeker ook rassen die een goede kans op een leuke opbrengst buiten kunnen geven. Kies daarvoor rassen die zeer vroeg zijn (de vroegheid wordt vaak bij het paprikaras in catalogi vermeld). Vaak zijn de vroegste paprika’s de kleinere rassen (zowel in plant als in vrucht).

Kaboutermutsenpaprika, geweldig leuk paprikaatje dat rijpt van donkergroen naar felrood, klein, dunwandig, kleine planten (45 centimeter) en mits op tijd gezaaid en in pot op een warme plaats gehouden vroeg genoeg voor de buitenteelt

 

Als je paprika’s buiten wilt telen kun je wat ‘trucjes’ toepassen die je helpen om de teelt zo succesvol mogelijk te maken:

  • zaai zo vroeg mogelijk, liefst begin februari al, zo heb je in mei, wanneer de planten naar buiten kunnen al forse planten
  • kies het zonnigste, warmste en meest beschutte plekje in je tuin voor de paprikaplanten
  • warm de grond waar de planten komen op door er een week of 3 van tevoren zwart plastic over te spannen.
  • maar beter is het nog om de paprikaplanten in pot te houden. Een pot plus de grond en wortels erin warmen sneller op dan de koude volle grond, je kunt wat gerichter voeding en vocht geven, je kunt een pot bij eventueel slecht weer tijdelijk onder een afdak zetten. En je kunt pot/plant  naar binnen halen wanneer het echt te koud wordt in oktober-november voor de rijping van de laatste paprika’s.
Lipstick, een vroege kleine paprika (aan overigens wel forse planten), een meer dan prima opbrengst van kleine conische gevormde paprika’s die rijpen van donkergroen naar fel rood, lekker, veel en met wat kunst en vliegwerk vroeg genoeg voor buiten

 

Voor de kasteelt hoef je niet na te denken over de vroegheid (hoewel het natuurlijk wel handig is wat vroegere en wat latere rassen te kiezen zodat je de oogst kunt spreiden)

Paprika Etkezesi Pelso, één van onze favorieten; veel, vroeg en mooi, de puntige paprika’s staan rechtop in de planten en rijpen van crèmewit naar lichtrood

 

Onze favoriete rassen:

  • Etkezesi Pelso (rijpt van crèmewit naar lichtrood, zachtzoet, kruidig, meer dan prima opbrengst, en een kans van slagen in de buitenteelt
  • Golden Treasure (grote oranje puntpaprika met prima opbrengst, voor de teelt onder glas)
  • Oda (kleine lilapaarse paprika’s die rijpen naar rood met een vleugje roze, veel, lekker van smaak, voor de teelt onder glas)
  • Lipstick (kleine rode puntpaprika, rijpt van groen naar rood, veel en ook vroeg genoeg voor de buitenteelt)
  • Marconi Purple (rijpt van glimmend bijna lakzwart naar donkerrood, voor onder glas)
  • Orange Bell (rijpt van donkergroen naar oranje, vroeg, ook een kans van slagen in de buitenteelt)
  • Elephant Ear (grote half platte paprika’s die rijpen van donkergroen naar donkerrood, voor de teelt onder glas)
  • Kaboutermutsenpaprika (kleine planten, kleine paprikaatjes, vroeg genoeg voor de buitenteelt, leuk in een pot op een zonnig terras)
  • Macho (vrij grote conisch gevormde paprika, rijpt van bijna zwart naar donkerrood, voor onder glas)
  • Kapia (lange slanke puntpaprika, rijpen van lichtgroen met wat crème naar lichtrood, grote opbrengst, voor onder glas)

Maar zo kan ik nog wel 20 rassen opnoemen hoor, er bestaan heel veel rassen in leuke vormen en kleuren. Op deze pagina vind je een kleine database van rassen die ik zelf eens teelde: Database Paprika.

Lees vooral de beschrijving bij het ras dat je koopt (vroeg of laat, klein of groot, kleur, etc.). Een aparte groep zijn pepers die niet heet zijn (zoals de Numex Suave, Jalapeño Fooled You, Aji Dulce, Cajamarca, Trinidad Perfume) maar dat zijn dus geen paprika’s maar pepers, alleen dan niet heet. Maar in deze groep vervaagt langzaam het verschil tussen een paprika en een peper 🙂 . Je kunt over die soorten pepers zonder heetheid maar dus ook zonder zoetheid wat meer lezen in het hoofdstuk van de Pepers.

 

Op de foto hierboven zie je de paprika Sweet Cayenne; een vroeg ras met dunwandige paprika’s die er uit zien als cayennepepers die echter niet pittig maar juist zoet zijn.

 

BODEM / BEMESTING

Paprika’s hebben geen voorkeur voor een grondsoort, mits die maar een goede structuur en voldoende vocht en voeding bevat. Naast het algemene onderspitten van oude stalmest en/of compost in de wintermaanden, geven we zelf in de kas altijd rond begin april (een paar weken voor het uitplanten van de paprikaplanten) nog een handje algemene organische moestuinmeststof (zoals Culterra of iets vergelijkbaars). Geef niet teveel voeding (en zeker niet teveel stikstofrijke voeding) want dat zorgt voor veel groei, grote planten, veel en groot blad maar weinig paprika’s. Wat kali vinden paprikaplanten dan juist wel weer fijn; het zorgt onder andere voor een goede vruchtzetting.

 

ZAAITABEL / PLANTAFSTAND

Paprika tabel

 

OPKWEEK

We zaaien zelf dus altijd behoorlijk vroeg; zo rond begin tot half februari (hoewel eind februari en zelfs maart ook nog kunnen hoor. Over het voordeel van vroeg zaaien heb ik bij Teeltwijzen al wat geschreven. Ik zaai in principe in ieder geval na maart geen pepers en paprika’s meer; de kans op een goede oogst wordt dan wel echt een stuk kleiner, dan zou ik zelf liever een plantje in een tuincentrum kopen (dat ongetwijfeld in februari is gezaaid).

Zaai vooral zo warm mogelijk voor. Zelf hebben we een elektrische propagator en bij ongeveer 27 graden kiemen de zaden dan vaak binnen 10 tot 14 dagen. Bij 20 tot 22 graden duurt de kieming ongeveer 3 weken. Onder de 18 graden staan pepers en paprika’s stil en wachten ze op warmere tijden om weer verder te kiemen of te groeien.

 

Op de foto zie je de zaailingen van paprika’s en pepers rond begin tot half maart. Al 4 tot 6 blaadjes, en nu zullen de zaailingen ook echt flink door gaan groeien (in de eerste 4 weken van hun leven maken paprikazaailingen met wat geluk 4 blaadjes, in de volgende 4 weken zal dat gemakkelijk verdriedubbelen (omdat de dagen langer, zonniger en warmer worden en omdat de zaailingen meer wortels en groeikracht krijgen).

En zo zien de paprika- en peperzaailingen er dan 4 weken later uit, al flinke zaailingen met meerdere blaadjes en een goed wortelgestel. Over een week of 2 (rond de 3e week van april) mogen de zaailingen mee naar de kas (mits de weersvoorspellingen duidelijk aangeven dat er geen nachtvorst meer komt).

Nog even terug over het zaaien: zaai in goede potgrond, vermengd met ongeveer 1/5 deel grof brekerzand en/of vermiculiet, dek de zaden af met wat vermiculiet of 0,5 centimeter brekerzand. Door een plastic zakje over de pot te doen kun je een wat hogere vochtigheidsgraad en wat meer warmte bereiken.

Onder de 18 graden gebeurt er dus niets met zaden of zaailingen, dan staan ze “stil”. En als zaden te lang te koel in vochtige grond liggen wordt de kans ook wel steeds groter dat de zaden gaan schimmelen of rotten. Zorg dus tijdens de kiemperiode voor een zo constant mogelijke en vrij hoge temperatuur. Je kunt dat bijvoorbeeld ook bereiken door de paprikazaaisels op een elektrisch apparaat te zetten dat altijd warm is (aquarium, mediabox). Bedenk dat direct na de kieming de zaailingen in het volle licht moeten worden gezet, want anders worden ze lang en dun.

Heel handig vind ik zelf de denomethode, waarbij je in papier in zakjes voorzaait (neemt weinig plaats in waardoor het bakje met zakjes op een lekker warm modem past. Ik heb er hier wat over geschreven: denomethode.

Gekiemde paprikazaden via de denomethode

 

En in 2017 heb ik voor het eerst de paprika’s en pepers in vermiculiet gezaaid en dat is me ook zeer goed bevallen; in de afgesloten ruimte blijft het warmer en vochtiger en kiemen de zaden prima, en na het kiemen zijn ze heel gemakkelijk te verspenen naar potjes met potgrond en brekerzand/vermiculiet. Ik heb over het zaaien in vermiculiet hier iets geschreven: Zaaien in vermiculiet

Hoe je ook zaait, zodra de zaailingen zijn gekiemd zorg je voor een zo licht mogelijke plaats, in een raamkozijn op het zonnige zuiden, in een licht verwarmde kamer. Ook nu moet overdag het liefst de temperatuur wel boven de 20 graden blijven (en in een zonnig raamkozijn lukt dat vaak wel). Het is dan niet zo erg meer als de temperatuur in de nacht daalt. Sterker nog, als de zaailingen te lang te  warm staan wanneer de dagen nog zo donker en kort zijn kunnen de zaailingen heel makkelijk te lang en dun worden. Ik heb daar in een tuindagboek eens wat over geschreven: Zaailingen lang en dun

Paprika Elephant Ear

 

Als je gewoon in een traytje of breedwerpig zaait zou je kunnen wachten tot het tweede bladpaar (dus de eerste echte blaadjes na de kiemblaadjes) om te gaan verspenen, met de denomethode of gezaaid in vermiculiet moet dat al bij de eerste 2 kiemblaadjes gebeuren, simpelweg omdat bij deze 2 methodes er natuurlijk geen voeding in papier/vermiculiet zit.

Paprika Etkezesi Pelso
Paprika Etkezesi Pelso, 3 planten bij elkaar

 

Wij planten graag (zowel bij het verspenen als later bij het uitplanten in de grond of pot) 3 zaailingen bij elkaar. De reden daarvoor is dat 3 planten bij elkaar eruit ziet als 1 grote, volle plant (en die dus op eenzelfde ruimte 3 keer zoveel opbrengst geeft). Ik heb er nog wel wat mee geëxperimenteerd en met 3 planten bij elkaar gaat het prima en hebben de 3 planten bij elkaar genoeg ruimte om wortels te maken. Ik heb het ook eens geprobeerd met 4 planten en dat mislukte; de wortels konden niet goed meer groeien en het werden minder gezonde en groeikrachtige planten met minder opbrengst. Maar 3 zaailingen bij elkaar geeft, vind ik, een mooiere plant en meer opbrengst, ik heb er in een tuindagboek ook iets over geschreven en met foto’s geïllustreerd: Pepers per 3 (en dat geldt dus ook voor paprika’s en trouwens ook voor aubergines).

Bedenk dat na ongeveer 8 weken de voeding in de potgrond ‘op’ is, je zult dan moeten gaan bijvoeden tot de zaailingen de grond in mogen (zelf gebruiken we daar graag langwerkende Terras- en Balkon voedingskorrels voor, omdat je daar niet mee kunt overbemesten en de voeding langzaam vrij komt, je geeft het dus 1 keer en het geeft maandenlang voldoende voeding af. Dit is trouwens niet biologisch, er bestaan ondertussen wel biologische voedingskegels die via hetzelfde principe werken en 3 maanden lang gedoseerd voeding afgeven.

paprika Kapia, rijp geoogst

 

PLANTEN

Plant de zaailingen/jonge planten in de buitenteelt uit na 12 mei (IJsheiligen). In de kas kun je wel een week of 3 eerder uitplanten maar let dan wel heel goed op de weersvoorspellingen; na al die weken verzorging is het het toch ook niet waard om de planten dan net te vroeg naar de kas te brengen en aan een laatste nachtvorst bloot te stellen.

 

TEELTZORGEN

Plant een stok bij de paprikaplant en bind haar losjes met een touw of binders vast. Paprikaplanten worden niet zo groot (hoog) als de meeste peperplanten (uitzonderingen daargelaten) maar de planten hebben maar een dunne hoofdstam die snel omvalt bij een relatieve zware oogst aan de takken.

 

Paprika’s zijn zelfbestuivers; ze zijn tweeslachtig (hebben zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen in 1 bloem). Op de foto hierboven kun je dat zien: het groenige stokje in het midden is de stamper, de stokjes eromheen zijn de meeldraden met het stuifmeel. Om te zorgen dat de bevruchting plaatsvindt moet je in de kas zorgen dat het stuifmeel loslaat en op de stamper valt (en je ziet dat dat een reis van slechts een paar millimeter hoeft af te leggen); daarom tikken wel elke dag even tegen de stok die aan de plant vast zit; zo laat het stuifmeel los en wordt de bloem bevrucht.

Bij buitenteelt is dat uiteraard niet nodig; daar zorgt de wind voor het bewegen van de plant, en bovendien wordt ze dan ook bestoven door insecten (en dan kan er dus ook kruisbestuiving plaatsvinden, dat kan trouwens ook in een kas maar in een kas zijn er minder insecten).

Paprika Morgenrot

 

SNOEI

Nou, snoeien is een groot woord hoor. We houden de hoofdstam kaal tot ongeveer 30 centimeter hoogte; je ziet dat ze daar zelf wilt gaan vertakken (ze maakt dan geen “dieven” meer maar vertakt zich, in meestal 3 of 4 takken. Wij houden 3 takken aan, voor buitenteelt is 2 takken per plant beter (want liever 5 volwassen en rijpe paprika’s dan 10 onrijpe kleine exemplaren). Ik heb eens een tuindagboek geschreven over het kaal houden van de hoofdstam tot aan de vertakking, dat kun je hier in woord en beeld vinden: Ook nog iets over paprika’s. Je ziet ook op bijna alle foto’s op deze pagina dat er 3 planten bij elkaar staan, en dat bij al die planten de onderstam kaal is.

Naast het weghalen van die onderste dieven en blad langs de hoofdstam halen we bij volwassen planten zo af en toe ook de grootste bladeren weg zodat er licht en lucht in de plant kan komen voor de bestuiving en de groei en rijping van de vruchten.

In het najaar ‘strippen’ we soms paprikaplanten; als er in een plant nog veel blad zit, veel onrijpe paprika’s hangen en er ook nog veel bloempjes zijn, dan proberen we er voor te zorgen dat de plant al zijn energie in het rijpen van de laatste volwassen paprika’s kan steken. Dat doen we door de bladeren en bloempjes weg te knippen. Eigenlijk pest je daarmee de planten; door het wegknippen zal de plant meestal reageren met het sneller laten rijpen van de vruchten (want uiteindelijk is dat de functie van een plant aan het einde van zijn leven; het maken van nakomelingen = zaden van rijpe paprika’s) Ook daar heb ik eens een tuindagboek over geschreven: Het strippen van peperplanten

Paprika Nocera Giallo, extreem grote paprika’s die rijpen van middengroen naar citroengeel

 

OOGST / BEWAREN

Paprika’s kunnen dus zowel onrijp als rijp worden geoogst en gegeten, zelf vinden we de smaak van rijpe paprika’s lekkerder, zoeter en warmer dan die van de kruidige en iets bittere onrijpe paprika’s. Maar het is maar net wat je lekker vindt. En belangrijker nog; in welk recept gebruik je haar; in bijvoorbeeld veel Mexicaanse recepten worden onrijpe paprika’s en pepers gebruikt.

Oogst de vruchten door ze met een knipschaar met een stukje steel van de plant te knippen. Koel en donker bewaard (de koelkast is eigenlijk net iets te koud) kun je de vruchten nog wel een dag of 2 laten liggen maar verse vruchten zijn uiteraard het lekkerst.

Zelf vriezen we paprika’s ook in; schoongemaakt en in blokjes van ongeveer 1 x 1 centimeter gesneden, alle kleurtjes door elkaar (maar ook zakjes met alleen geel en oranje bijvoorbeeld, voor als we eens een oranje pastasaus willen maken).

Na het invriezen zijn de paprikastukjes zacht en niet meer geschikt voor recepten met rauwe paprika, maar prima voor soepen, sauzen, gerechten als stoofgerechten, etc.. Vooral niet laten ontdooien maar bevroren in de hete pan gooien.

Paprika Marconi Purple, vrij kleine puntpaprika die rijpt van glanzend diepdonkerpaars naar donkerrood

 

ZAADTEELT

Paprika’s zijn zelfbestuivend hoewel kruisbestuiving mogelijk blijft en redelijk vaak voorkomt (vaker dan bijvoorbeeld bij tomaten, paprikabloemen zijn duidelijk meer geliefd bij bijen). Bedenk dat een paprika ook kan kruisen met een hete peper, waarbij de hete peper bijna altijd dominant is (dus wat het uiterlijk van de kruising ook wordt, ze zal dan altijd min of meer heet van smaak zijn). Houd paprikarassen onderling of paprika’s en pepers voor zaadteelt daarom altijd ruim gescheiden van elkaar.

Laat een mooie vrucht aan een gezonde plant volledig rijp worden. Neem de zaden eruit en laat deze binnenshuis op een warme droge plaats een weekje drogen op een schoteltje. Oogst liever geen zaden van F1-hybriderassen omdat de kans op een kleinere opbrengst, mindere smaak, etc. groot is.

Kijk vooral ook even naar het hoofdstuk over de pepers voor misschien nog handige informatie: Peper

 


 

Gele paprikasoep met gerookte zalm