Peper

 

De Latijnse naam voor peper is Capsicum. Ze is lid van de nachtschadefamilie (Solanaceae) en behoort tot de groep vruchtgewassen. De zoete paprika en hete peper zijn plantkundig gezien hetzelfde.

In zadenwebshops en catalogi leiden de vele benamingen nog wel eens tot verwarring omdat de namen paprika en peper voor beide soorten gebruikt worden. In het Engels heet zowel een paprika als een peper ‘pepper’, soms met de toevoeging sweet pepper of bell pepper, hot pepper, en soms ook chilli of chili voor een hete peper. Ook in België wordt de naam peper gebruikt voor zowel de paprika als peper (en dan vaak met de toevoeging zoete peper en pittige peper).

Nederland is één van de weinige landen die duidelijk de namen paprika voor een zoete peper en peper voor een hete peper gebruikt 🙂 . En ook voor Nederland zou zo’n algemene naam als zoet en pittige pepers voor pepers en paprika’s misschien handig kunnen zijn. Want ondertussen vervaagt het verschil tussen beiden: er zijn vruchten (zoals de Ancho Poblano, Pimiento del Piquillo, Pimiento de Padron en Numex Big Jim) die de grootte en/of vorm van een paprika hebben maar zeker ook mild pittig tot behoorlijk heet kunnen zijn.

Ancho Poblano, vorm en grootte van een paprika, maar zeker niet zonder pittigheid

 

En er zijn vruchten (als Long des Landes, Sweet Cayenne en Lombardo) die er juist uitzien als een cayennepeper maar absoluut geen heetheid hebben maar zoet en kruidig zijn. Pepers kunnen dus mild, soms zoet of zelfs zeer zoet, of kruidig zijn, of heet (en dat dan in alle mogelijke gradaties).

Sweet Cayenne, vorm en groot van een cayennepeper maar de smaak is zoet en kruidig

 

De naam paprika wordt vaak gebruikt voor Hongaarse vruchten die soms wat minder zoet zijn maar vooral heel kruidig. Voor alle duidelijkheid; op mijn website maak ik gewoon onderscheid tussen de zoete en de pittige vruchten, dus paprika’s en pepers. Over de paprika heb ik ook een hoofdstuk geschreven, en als je pepers wilt telen is het altijd handig om ook nog even die pagina te lezen, zoals ik op die pagina over de paprika adviseer om ook deze pagina over de peper te lezen, simpelweg omdat ze dus nagenoeg hetzelfde zijn en heel veel overeenkomsten (maar toch ook een paar kleine verschillen) hebben in plant, teelt, verzorging, oogst, etc.: Paprika

 

PLANT EN PEPER

Een peper is een niet winterharde heester, de pepertje zelf is eigenlijk een bes. Alle Capsicums zijn meerjarig: waar de Capsicum annuum met haar Latijnse naam aan lijkt te geven dat ze eenjarig is, is dat dus niet juist, elke peper en paprika kan onder de juiste omstandigheden zeker enkele jaren oud worden.

Pepers zijn er in enorm veel maten, vormen en kleuren (groen, rood, geel, oranje, wit, zwart, paars, abrikoos, rond, langwerpig, stervorm, klokvorm, paprikavorm, conisch, etc., etc.). In winkels zie je helaas vaak alleen de meest bekende vormen/soorten zoals de Spaanse peper en cayennepeper, rawit, soms nog aangevuld met Madamme Jeannettes en de algemeen gebruikte naam ‘Surinaamse peper’ (die vaak eigenlijk een Aji Umba is = wordt uitgesproken als ‘Adjoema).

Pepers zijn, in tegenstelling tot paprika’s (als je dan toch onderscheid wilt maken), bijna altijd pittig maar er zijn dus gradaties van niet tot amper heet of alleen wat heetheid rond de zaadlijsten, via mildheet, medium heet en zeer heet tot bijna oneetbaar heet.

Numex Suave Orange, een peper uit de chinense-groep met de karakteristieke habanero-achtige kruidigheid maar verrassend genoeg slechts heel licht pittig

 

Pepers zijn zowel onrijp als rijp te gebruiken om gerechten pittig mee te kruiden. Kleine pepers (de kleinste is nog geen halve centimeter groot, de langste wel 30 cm) zijn over het algemeen heter dan grotere soorten (al zijn er natuurlijk uitzonderingen). Er zijn zaadvaste en F1-hybride-rassen. Van zaadvaste rassen kun je zelf zaden oogsten. F1-hybride-rassen zijn soms (maar zeker niet altijd) vroeger en/of productiever, en minder geschikt om zelf zaden van te oogsten (omdat uit de zaden planten van een mindere kwaliteit/opbrengst/gezondheid/etc. komen – ook hierop zijn er natuurlijk uitzonderingen). F1-hybriden komen overigens bij paprika’s veel meer voor dan bij pepers.

De heetheid van een peper kan worden gemeten. De waard die dan gemeten wordt (de peper wordt verdund met water tot er geen heetheid meer aanwezig is) wordt nu nog meestal uitgedrukt in SHU (= Scoville Heat Units). Ondertussen worden er andere en meer nauwkeurige methoden ontwikkeld maar je komt de Scoville Heat Units en SHU nog veel tegen in webshops en artikelen.

  • 0 SHU: geen heetheid (bijvoorbeeld een zoete paprika)
  • 1 tot 1.000 SHU: mild tot mild heet (bijvoorbeeld de Numex Big Jim, Ancho Poblano)
  • 1.000 tot 30.000 SHU: mildheet tot heet (bijvoorbeeld Jalapeno, cayennepeper)
  • 30.000 tot 100.000: heet tot zeer heet (bijvoorbeeld Tabasco, Thai Orange)
  • 100.000 –  600.000: extreem heet (bijvoorbeeld Habanero’s, Scotch Bonnets, etc.)
  • 600.000 –  1.000.000 en nog iets meer (er is geen Nederlandse naam voor maar “nuclear” en “outrageously hot” zijn de Engelse termen die worden gebruikt voor deze pepers. Dit zijn de heetste pepers ter wereld; Naga Morich, Bhut Jolokia, 7pot en Trinidad Scorpion behoren onder andere tot deze groep (en de meeste daaruit gekweekte vormen zoals de Carolina Reaper, Brown Butlah, Naga Viper, 7-pot Infinity, etc.).

 

Op de foto zie je wat pepers van een Brown Butlah , een kruising tussen een Bhut Jolokia en Trinidad Douglah. Als een peper niet echt meer glanst maar bijna dof van kleur is, gebobbeld is zoals je op de foto kunt zien (bijna als de schil van een sinaasappel), kan ik je van harte aanraden voorzichtig te gaan proeven; de kans is groot dat je een peper uit deze laatste groep hebt getroffen 🙂 .

Naast heetheid heeft een peper bijna altijd ook nog geur en smaak. Hoe heter de peper, des te lastiger is die smaak nog te proeven (zeker ook omdat je van een extra hete peper minder gebruikt in een gerecht). Maar bij de hetere soorten is dat aroma vaak dan wel juist weer heel goed te ruiken (denk bijvoorbeeld aan habanero’s, Madamme Jeannette, etc.). Naast heetheid spreekt men ook over bijvoorbeeld rokerigheid, fruitigheid, citrusachtige ondertonen, kruidige elementen, zoetheid, etc.

De Aji Dulce, Numex Suave en Trinindad Perfume zijn een paar voorbeelden van de slechts mild hete chinense-pepers; de heetheid is niet meer dan ongeveer een tiende van een cayennepeper, maar deze pepers hebben wel dat echte chinense-aroma; zeer kruidig en soms fruitig, als van een habanero maar dan dus veel minder heet. Handig voor gerechten die je niet zo heel heet wilt maken maar wel bijvoorbeeld een echt Surinaamse of Cubaanse smaak wilt geven. Handig ook wanneer kinderen mee eten en je een gerecht niet zo pittig wilt maken.

Een verzameling pepers, je kunt goed verschillende vormen, maten en kleuren zien. En dan zijn er dus nog verschillende aroma’s, smaken en gradaties in de heetheid.

 

Op de foto hierboven zie je soorten en rassen als Chilaca (de lange zwarte pepers in het midden, mildheet, Mexicaans), de lilapaarse pepers links daarvan is de Fidalga Roxa (zeer heet, chinense), links daarvan zie je crèmewitte kleine gekronkelde pepertjes = Aribibi Gusano (zeer heet, chinense), onderin zie de donkerbruine Jamaican Hot Chocolate (ook weer zeer heet en extra kruidig), de gele pepertjes rechts van de Chilaca is de Lemon Drop (baccatum, met citrusachtige zuivere heetheid), etc., etc..

De heetheid is ook nog voor een klein deel te beïnvloeden: factoren als zon, warmte, kou, gezondheid, voeding, etc. hebben allemaal ook invloed op de heetheid van een peper. Zo kan het zijn dat een enorm hete peper zoals de Moruga Red 1,2 miljoen SHU haalt en zo eens kort wereldrecordhouder was, maar dat dezelfde peper in een ander land, met andere omstandigheden nog geen 1 miljoen SHU haalt (nog steeds enorm heet dus, maar droogte en een arme grond (dus eigenlijk de plant flink plagen) zouden kunnen zorgen voor extra hete pepers.

Er bestaan sowieso enorm veel rassen, honderden, en elk jaar komen er ook weer rassen bij. Ik keek even terug in mijn oude foto’s en zag dat ik in 2004 de toen allerheetste peper ter wereld teelde, de Red Savina, met een SHU van 577.000. Dat waren toen heel dure zaden, en een heel bijzondere peper. Nu kennen niet veel mensen deze peper meer, en bestaan er rassen die meer bijzonder zijn, ruim 2 keer zo heet zijn, veel meer opbrengst geven, vroeger zijn. Ja, ook in de peperveredelingswereld staat de tijd niet stil 🙂 . Het nadeel hiervan is wel dat met al die nieuwe rassen die zo snel worden ontwikkeld het overzicht een beetje zoek is, en je van sommige rassen ook niet met zekerheid kunt zeggen of ze nog wel soortecht uit zaden komt.

Peper Savina in 2004, in de tijd dat ik zo ongeveer voor het eerst zelf zaden oogstte en nog karige foto’s maakte van 2 kleine pepertjes op een heel groot bord 🙂

 

Nog even over het verschil tussen paprika’s en pepers, behalve de heetheid, smaak en het formaat van de vruchten: paprika’s maken relatief grote vruchten, en dat doen ze aan relatief kleine planten (de paprika heeft al zijn energie nodig om grote paprika’s te produceren en daardoor blijft de plant kleiner. Peperplanten worden juist vaak hoger en groter en produceren veel meer maar veel kleinere vruchten. Uiteraard zijn er uitzonderingen.

Pepers zijn zeer geschikt om te drogen. Je kunt ze ook drogen en vervolgens op olie te zetten. Overbekend zijn ook de verschillende soorten sambal die, mits op de juiste manier gemaakt, ook maandenlang bewaard kunnen worden.

 

Peper Filius Blue onrijp
Peper Filius Blue

 

Op de foto zie je de Filius Blue, een 50 centimeter hoge plant met paarse rechtopstaande pepers die via geel, oranje uiteindelijk rood afrijpen, behoorlijk heet. En zo zie je dus dat er ook kleinere peperplanten bestaand, leuk voor in een pot op een zonnige terrastafel, en ook nog eetbare pepers.

Sommige pepers worden ook als sier gebruikt, in bloemstukken, etc.. Ze worden in het Engels ook wel ‘ornamental peppers’ genoemd; kleine planten met mooie pepertjes die een leuke sierplant vormen. Overigens zijn in de meeste gevallen die pepertjes ook nog gewoon eetbaar en redelijk pittig van smaak al, zijn ze vaak niet bijzonder van smaak. Pas als je een sierpepertje als plantje in een tuincentrum koop alleen wel op voor de Solanum pseudocapsicum; lijkt op een klein rond pepertje, naam lijkt ook wel iets op een peper(ware het niet dat er ‘pseudo’ voor staat). Maar is zeer giftig. In een goed tuincentrum wordt dit sierplantje ook wel oranjeboompje of appeltje der liefde genoemd en wordt de plant niet in de buurt van echte sierpepertjes gezet, en krijgt een duidelijke beschrijving.

Een leuk en lekker sierpepertje is Masquerade, 30 cm hoge planten geven lekker pittige pepertjes die rijpen van lilapaars via crème, geel en oranje naar rood.

 

De meest bekende botanische pepersoorten:

Capsicum annuum:

Dit is een grote groep van over het algemeen redelijk gemakkelijk te telen planten, in vele kleuren en vormen. Alle paprika’s behoren ook altijd tot deze groep. De bloei is wit of lilapaars of iets er tussenin, de pepers kunnen klein maar ook zeer groot zijn en dat geldt ook voor de planten. In deze groep zitten de vroegste rassen onder de paprika’s en pepers.

De heetheid kan varieren van niet heet (de paprika dus) tot zeer heet. Voorbeelden zijn Numex Big Jim, Chinese Five Color, Ancho Poblano, alle cayenne’s, Jalapeño’s, Serrano’s, bijna alle Turkse pepers zijn annuums, en dat geldt ook voor de meeste Oosterse pepers zoals de Thai Orange, Korean Hot, lombok, rawit, etc..

Peper Thai Red

 

Capsicum chinense:

In deze groep vind je de heetste soorten ter wereld, zoals de Bhut Jolokia, Trinidad, 7pot en Naga Morich. Hiertoe behoren trouwens ook alle Habanerovarieteiten. De bloei is klein en wit, de bladeren vaak wat breder en groter. En vaak zijn dit rassen met een lange teeltduur. De heetheid is van mild tot en met de allerheetste pepers ter wereld. Alle pepers in deze groep hebben in vergelijking met de Capsicum veel warmte en een lang seizoen nodig om rijpe pepers te maken (uiteraard weer uitzonderingen daargelaten). Mijn ervaring is dat bij het zaaien de annuums ook bijna altijd als eerste kiemen, de chinense pepers doen in dezelfde omstandigheden soms wel een week of nog langer over de kieming.

Habanero Pastel

 

Voorbeelden zijn naast alle Scotch Bonnet’s en Habanero’s ook Limon, Congo Trinidad, Madamme Jeannette, 7pot, Aribibi Gusano, Bhut Jolokia, Devil’s Tongue, Fatalii, etc. Op de foto zie je de Habanero Pastel: mooi (beetje fel zalmkleurig), zeker niet te laat voor het Nederlandse klimaat, zeer heet, fruitig/kruidig van aroma, prima opbrengst.

Capsicum baccatum:

Lastig soort! Om meerdere redenen. Vaak bossige grote planten met wat slungelachtige stengels en takken. En dat is zeker niet erg, eigenlijk wel mooi want ze maakt een volle plant. Ze is altijd en zonder uitzondering te herkennen aan de bloem: wit met een tekening of vlekjes in olijfgroen of okerbruin of iets daar tussenin (geen van de andere Capsicumsoorten heeft dat). De pepers zijn klein tot middelgroot en variëren van amper heet tot zeer heet, vaak met een zuivere en frisse smaak, soms met iets van citrus in het aroma. De meest geschikte pepers voor visgerechten.

Peper baccatum bloem
Capsicum baccatum bloem

 

Het lastige van deze soort: de planten variëren enorm in vroegheid, ik heb planten geteeld waarvan ik eind juli al de eerste rijpe pepers kon oogsten maar ook rassen waarvan de planten het in november begaven in de eerste vorstperiode zonder dat ik er dan ook maar één rijpe peper van kon oogsten. Let bij de aankoop van planten of zaden dus goed op de omschrijving bij de vroegheid.

Een ander lastig ding van baccatums is dat ze als enige peper steriele nakomelingen kan geven als ze is gekruist met een andere peper = Capsicum. Dus zeker niet in haar eerste jaar, maar mocht je er zaden van willen oogsten, dan zul je haar wel ver van je andere pepers moeten houden. Want niets zo erg als een steriele peper. Ik heb zelf wel eens zaden geruild met iemand die hier niet goed op had gelet, en dus zaaide ik begin februari de betreffende peper al, al die maanden verzorgd, water gegeven, gevoed, uitgeplant, opgebonden, om dan eind augustus te zien dat de plant wel bloemknopjes maakt maar die bloempjes gingen niet of nauwelijks open en vielen vooral als bloemknopje al af. Dus tijd, zorg, nog geprobeerd met de hand te bestuiven, maar gewoon 7 maanden voor niks geweest en 0 opbrengst. Let om die reden ook op bij/met wie of welke winkel je zaden ruil, koopt of krijgt.

Peper Aji Ahuacahapau, een paar jaar geleden nog bekend onder CAP 220 (een soort registratienaam/nummer)

 

Voorbeelden van succesvolle baccatum-pepers zijn Jamaican Bell, Hot Lemon, Dong Xuan Market, Aji Amarillo, Rain Forest, Peru Yellow, Lemon Drop, Aji Ahuachapau (mijn favoriete baccatum), Birgit’s Locoto, etc..

Capsicum frutescens:

in alles wat kleiner: vaak wat kleinere/lagere planten (maar niet altijd dus); met wel altijd kleinere blaadjes en kleinere bloempjes (in wit). De pepers zelf zijn relatief klein en ze staan bijna altijd rechtop of half rechtop de planten. Deze species bevat een aantal mooie hete soorten zoals de Tabascoachtige rassen als Ndungu, Malagueta, Purira, etc.

Peper Ndungu
Peper Ndungu

 

Capsicum pubescens:

Een heel ander soort, altijd te herkennen aan de zaden, want die zijn niet beigegeel zoals alle andere Capsicum-zaden, maar zwart (zie de foto hieronder. De bloemen zijn bijna altijd lila tot paars en de planten hebben zachtbehaarde stengels en bladeren. De pepers zijn bijna altijd dikwandig en rond of halflang van vorm, van mild tot zeer heet (al zijn de hetere rassen het meest bekend en vaakst voorkomend).

Peper Mini Rocoto
Peper Mini Rocoto

 

Capsicum pubescens heeft heel veel warmte nodig bij de opkweek maar volwassen planten kunnen dan juist vaak vrij veel koude verdragen en doen het niet goed in een kas (te hoge luchtvochtigheid = slechte bevruchting = lage opbrengst). Dus het is een pepersoort om vroeg en zeer warm te zaaien en op te kweken maar dan juist vanaf mei verder buiten te telen. Ze zouden zelfs een graadje vorst kunnen verdragen en kunnen dus tot in november in de buitenteelt nog rijpe pepers geven. Houd de planten wel vooral in potten, zie daarvoor even bij de tips onder het kopje ‘Teeltwijzen’ een stukje verder naar onderen op deze pagina.

Voorbeelden van rassen binnen deze groep zijn alle Rocoto’s en Manzano’s en verder nog soorten als Caballo, Locato, en de Pube’s (Hyper Pube, Turbo Pube, Super Pube, etc.).

Daarnaast zijn er nog een aantal botansiche soorten (eximum, exile, chacoense, etc.) die vaak lastig te telen zijn en vooral kleine maar hete  pepertjes geven in een niet erg grote opbrengst (en natuurlijk zijn er weer uitzonderingen). Deze bijzondere soorten worden vooral door liefhebbers geteeld om de mooie planten/bloemen/pepertjes.

 

OVERWINTEREN:

Eerst nog even over iets dat ik eerder noemde; het feit dat alle pepers, van welke soort en welk ras dan ook, meerjarige zijn. Je kunt peperplanten dus als kuipplant binnenshuis overwinteren. Daar moet ik dan wel bij zeggen dat het zeker niet makkelijk is om peperplanten te overwinteren, ze zijn behoorlijk gevoelig voor ziekten en plagen (zoals schimmels, luis, etc.).

Habanero Peach in pot, in de zomer extra warm en een prima opbrengst in voedzame losse grond, en indien gewenst kan ze in september/oktober zo mee naar binnen voor overwintering

 

Maar als je een gezonde plant met mooie, leuke en lekkere pepers, en genoeg plaats in huis, en toch eens wilt proberen om je lievelingsplant te overwinteren: haal de peperplanten ruim voor de eerste vorst naar binnen (wanneer de planten nog gezond zijn, geen luis hebben, en nog vol in blad staan, wacht dus niet tot in november maar haal binnen rond eind september of begin oktober. Zet de plant op een lichte plaats, het liefst bij een temperatuur rond de 10 graden. Geef geen voeding en slechts zoveel water dat de plant er op kan overleven, en snoei haar niet of zo min mogelijk. Eind februari ga je de planten dan wel terugsnoeien tot op het gezonde hout. Zet de planten warmer en zo licht mogelijk, en geef voeding en wat vaker water dan in de periode daarvoor; je gaat de planten dus weer aan de groei laten komen. In dit tweede jaar zal de plant vroeger pepers maken en ook eerder rijpen.

Je kunt peperplanten zelfs als kamerplant houden en ze gewoon door laten groeien in de winter, door ze warmer te houden en ook voeding te blijven geven. Dit put de planten uiteraard op den duur wel uit. Maar op deze manier kun je bijvoorbeeld wel de planten die je in de zomer buiten hebt gehad in november naar binnen halen en in huis de onrijpe pepers die nog aan de plant hangen laten rijpen. Zorg dan uiteraard voor een zo licht mogelijke standplaats bij een raam op het Zuiden of Zuid-Westen, en kamertemperatuur.

 

ZAAITABEL / PLANTAFSTAND

Peper tabel

 

TEELTWIJZEN

Pepers hebben nog meer warmte nodig dan paprika’s (zeker de chinense-, baccatum- en pubescenssoorten), er wordt wel gezegd dat de enige kans op een echt goede oogst de teelt onder glas of plastic is. Toch heb ik zelf en bij andere mensen rijpe pepers in de buitenteelt gezien en geoogst.

Er zijn dan wel een aantal voorwaarden, voor een goede oogst die ook nog op tijd komt. Tips en trucs:

  • zoek een peperras met een korte teeltduur (het aantal dagen tussen het uitplanten van de zaailingen en het oogsten van de eerste rijpe pepers), geschikt voor koele klimaten
  • begin vroeg: als je ze de juiste omstandigheden kunt bieden (warmte en licht – in een raamkozijn op het zuiden of zuidwesten van een licht verwarmde kamer) kun je extra vroeg zaaien, mogelijk zelfs al eind januari of anders in ieder geval begin tot half februari. Zelf zaai ik pepers altijd in de eerste week van februari. En dat gaat eigenlijk altijd goed. Zo kunnen de planten dan in mei, wanneer ze naar buiten mogen, al flinke zaailingen zijn, soms zelfs al met een vertakking of zelfs bloemknopjes.
  • Houd de planten vooral in potten; dit geldt zowel voor pepers als paprika’s. Als de planten in mei naar buiten mogen is de grond nog erg koud. Verder kun je in een slechte zomer veel last hebben van te natte grond, of wind of koel weer. In een pot heb je als voordelen: de grond in een pot warmt veel sneller en gemakkelijker op dan de volle grond. Je hebt meer controle over vocht; in tegenstelling tot overvloedige regenbuien, etc. kun je in pot zelf water geven wanneer de plant daar behoefte aan heeft. En tot slot is je plant verplaatsbaar; bij storm kun je haar bijvoorbeeld tegen het huis zetten, bij stortbuien onder een afdakje, etc.
  • En anders is er dus nog de mogelijkheid om pepers naar binnen te halen voor de vorst en de pepers binnen laten rijpen, of de peperplanten proberen binnenshuis te overwinteren.
De prachtige Fidalga Roxa, chinense, zeer hete kleine pepertjes die rijp lilapaarse met abrikoos van kleur zijn

 

De kans op een goede oogst is natuurlijk veel hoger wanneer je de planten een kas als huis kunt bieden; eerder en meer warmte (in de zomer kan de temperatuur in een kas wel oplopen tot ruim boven de 45 graden), beschut tegen regen en wind. Elke tussenvorm kan al helpen om eerder te bloeien of te rijpen, zoals een afdakje, of een wat hogere platte bak.

 

BODEM / BEMESTEN

Pepers passen op alle gronden met voldoende humus; een goede structuur = luchtige grond, niet teveel vocht, warmte in zowel lucht als grond, en voldoende voeding.

Wij zelf houden onze buitenpepers dus altijd in potten. We mengen een goede kwaliteit potgrond met wat vermiculiet en grof brekerzand voor een mooie luchtigheid en goede afwatering. Er zit in potgrond voldoende voeding voor zo’n 6 tot 8 weken, daarna zul je bij moeten gaan voeden.

Pepers hebben niet veel voeding nodig maar kunnen zeker ook niet zonder voeding. Zelf geven we graag voedingskorrels voor terras- en balkonplanten, het zijn korrels die langzaam en onder invloed van temperatuur en vocht over een periode van 6 maanden langzaam voeding afgeven, je kunt er dus niet mee overbemesten maar je kan ook niet vergeten te bemesten, want één keer geven en je hoeft er niet meer over na te denken. Helaas zijn deze korrels dan niet biologisch, maar sinds 2016 zijn er ook biologische voedingskegels voor groenten- en kruiden die 3 maanden lang voeding afgeven. En anders zijn er ook nog genoeg samengestelde meststoffen die je in tuincentra of via internet kunt kopen en elke week of maand, al dan niet opgelost in water, toe moet dienen. En geef hoe dan ook nooit teveel stikstofrijke voeding want dat zorgt voor veel plant (blad en stengels) maar voor minder bloei en vruchten.

Peper Numex Twilight plant
Peper Numex Twilight

 

Zeker de mooiere soorten (op de foto Numex Twilight, mooi en ook nog lekker pitig) met gekleurde pepertjes, lila bloemen en/of gekleurd blad zijn erg mooi in pot. Maar in principe kunnen alle pepersoorten in een pot, houd een beetje rekening met de potmaat wanneer je een chinense- of baccatum-species of een grotere annuum zaait, de kleinere frutescens- en annuumsoorten passen vaak al in een pot met een diameter van 25 cm. En voor grotere rassen zoals de meeste chinense-pepers kun je een grotere potmaat kiezen maar bijvoorbeeld ook een 10-liter emmer gebruiken – uiteraard wel met afwateringsgaten onderin gemaakt).

Peper Piment d'Espelette
Peper Piment d’Espelette

 

OPKWEKEN

Voor het opkweken van pepers is veel warmte en ook veel licht nodig. Zaai de zaden maximaal 0,5 centimeter diep bij het liefst  20 tot 22°C. Een plaats in de vensterbank in het licht in een verwarmde kamer is meestal prima. Hoe meer warmte je de zaden kunt bieden des te eerder zullen ze kiemen.

Pepers houden ook van een zo constant mogelijke warmte. Het is fijn wanner je overdag een temperatuur kunt bieden van ruim 20 graden, maar als die temperatuur elke dag van 22.00 uur tot 08.00 uur daalt tot onder de 15 graden, heeft dat juist een averechts effect: elke keer dat een peperzaadje onder de 16 tot 18 graden komt zal ze stil staan en wachten tot de temperatuur weer hoger wordt. Als er dus vaker een te lage temperatuur is dan een vrij hoge temperatuur kunnen zaden alsnog toch ook gaan schimmelen/rotten. Oftewel: liever constant 18 tot 20 graden, dan 22 graden maar vaak afgewisseld door 15 graden.

 

In onze elektrische propagator bij 26 – 27 graden kiemen de meeste peperzaden al na 5 tot 10 dagen. In een verwarmde huiskamer bij een redelijk constante temperatuur van 18-20 graden zullen de zaden 2 tot 3 weken nodig hebben om te kiemen. Mijn eigen ervaring is dat de Denomethode ook erg geschikt is voor de kieming van peperzaden. Zie de foto hierboven voor het resultaat. Vooral ook omdat je dan de zaden zonder grond zaait, want je zaait ze in koffiefilters in plastic zakjes – en zo nemen ze dus heel weinig plaats in beslag en kun je het bakje met je zaaisels bijvoorbeeld op een apparaat zetten dat 24 uur per dag warmte afgeeft zoals een mediabox, aquarium, verwarmingsketel, etc.. Bedenk wel dat de zaailingen vrij vlot na het kiemen via de denomethode uit het papier moeten worden gehaald en moeten worden opgepot zodat de zaailingen in een zonnig raamkozijn verder kunnen groeien. Te lang te weinig licht in combinatie met teveel warmte geeft lange, dunne, iele zaailingen. Ik heb daar eens een stukje over geschreven: Zaailingen lang en dun

Wij planten graag (zowel bij het vespenen als later bij het uitplanten in de grond of pot) 3 zaailingen in 1 pot. Met als reden dat dat een mooiere, vollere plant (= 3) geeft en dus ook meer opbrengst. Ik heb dit in een tuindagboek uitgelegd en met foto’s geïllustreerd, zodat het dan wellicht wat duidelijker wordt: Pepers per 3 (en dat geldt ook voor paprika’s en aubergines).

 

Zorg dat de temperatuur ook na de kieming het liefst zo lang en vaak mogelijk boven de 18 graden blijft, onder de 18 graden staan ook de zaailingen stil, te wachten op warmere uren. Nadat het tweede bladpaar is verschenen verspeen je de plantjes (tenzij je de zaden al per stuk in een potje hebt gezaaid), we vinden zelf 9-centimeter potjes de goede maat voor de opkweek van jonge zaailingen.

Gebruik licht opgewarmde luchtige niet te natte potgrond. De wortelkluit mag niet uitdrogen maar ook niet kletsnat blijven. Voor planten die je in pot gaat houden zou je bij vroeg zaaien en pas in mei buiten zetten tussendoor nog een keer kunnen verpotten in een tussenmaat pot. Zelf doe ik dat niet, maar ik kijk wel goed naar de zaailingen want rond eind april is wel de voeding in de potgrond in de 9-centimeterpotjes uitgewerkt en bedenk ik dat ik de zaailingen moet gaan uitplanten, verpotten of voeding moet gaan geven.

 

UITPLANTEN

 

Plant de planten voor buitenteelt niet uit voor half mei (ijsheiligen), en zoek voor de plant het warmste, zonnigste en meest beschutte plekje dat je kunt vinden. En dus bij voorkeur in pot. En als je dat de planten niet kunt bieden is misschien een verhoogde bak / moestuinbak een optie, want ook daarin is het in ieder geval enkele graden warmer dan in de volle grond.

Voor planten in de kas geldt dat je rond de 1e of 2e week van mei kunt uitplanten. Maar je moet dus vooral altijd goed naar de weerberichten kijken: temperaturen richting het vriespunt kunnen peperzaailingen nog wel verdagen (maar ze zijn er niet blij mee), maar na een nacht met temperaturen ruim onder het vriespunt hangen de planten slap en is de kans groot dat ze niet meer bijkomen (en als ze het wel redden hebben ze natuurlijk altijd wat schade aan die nachtvorst overgehouden, het kan bijvoorbeeld een tijdelijke groeistilstand veroorzaken).

Voor zowel de teelt in de kas als de teelt buiten geldt dat je de zaailingen op hun definitieve plaats zet bij een week van ‘gematigd weer’: als peperzaailingen vanuit het relatief donkere huis zo in de volle, brandende zon (zowel buiten als in de kas, worden gezet, dan is de kans heel groot dat het blad verbrandt (het blad wordt wit en heel dun (papierachtig), en valt later af. Bij teveel bladverbranding kan de plant geen voedingsstoffen meer opnemen en wordt het lastig om nog te herstellen (of zelfs overleven).

Voor de buitenteelt is het natuurlijk belangrijk om je zaailingen ook niet buiten te zetten bij teveel wind, of regen.

Plant peperzaailingen dus uit in een halfbewolkte week, of zet de planten eerst ruim een week op een halfbeschaduwde plaats om te kunnen wennen voor ze naar hun definitieve plaats in de volle zon gaan.

Tomaten en peperplanten uitgeplant in de kas

 

Plant peperzaailingen uit in warme grond (dek eventueel de grond eerst een week of 3 af met plastic om zo de grond op te warmen). En bij de teelt in potten kun je bijvoorbeeld de zak potgrond die je daar voor wilt gebruiken in huis zetten om op te warmen.

Geef de eerste dagen ruim voldoende water (bij voorkeur licht opgewarmd water) om de plant een goede start te geven. Plant net zo diep als de zaailing in pot stond, of net iets dieper, maar zeker niet te ondiep. En zorg voor een luchtige grond (meng wat grof zand en vermiculiet door de potgrond, en voor de volle grond in of buiten de kas kun je de grond nog even omwoelen voor het planten en dan gelijk wat compost erdoor mengen.

Soms krijg ik een vraag van mensen die pepers of paprika’s hebben gezaaid en waarbij de nog jonge zaailingen al gaan bloeien en zelfs al vruchten gaan maken. Dat klopt natuurlijk niet helemaal (alsof een peuter of kleuter zwanger wordt), het is een disbalans, ergens ontstaan in de combinatie van temperatuur, voeding, vocht. Het ene ras lijkt er wat gevoeliger voor dan het andere. Ik heb het zelf maar een paar keer ervaren en dat was bijvoorbeeld bij deze Monkey Face:

 

Niet goed op de foto te zien maar boven deze pepers en de bloempjes is er niet heel veel plant meer, nog zo klein en dan al zoveel baby’s. En het bloeien, vrucht zetten en laten groeien van pepers kost zoveel energie dat de planten heel lang zo klein blijven, en uiteindelijk ook verzwakken.

Ik heb bij dit soort planten wel geprobeerd om de bloempjes er in een vroeg stadium uit te knippen, maar mijn ervaring was dat de plant daarna niet alsnog ging groeien maar gewoon nieuwe bloempjes maakte, er blijkbaar heilig van overtuigd dat het haar tijd was om zich voort te planten.

Wat te doen met deze planten blijft lastig. Als ik nog eens een plant als deze tref laat ik haar maar bloeien, want dat is meestal toch niet tegen te houden. Maar ik ga zeker niet tikken om de bevruchting te helpen (in de hoop dat de onbevruchte bloempjes dus gewoon van de plant vallen). En ik knip bij rassen met grotere vruchten die vruchten eruit, rassen met kleine pepertjes laat ik ook maar gaan. Ik probeer het op te lossen door de planten (uiteraard voorzichtig en gedoseerd) extra voeding te geven, in de hoop dat ze dan wat makkelijker naast die bloei en vruchtzetting ook nog kan groeien. Als de zaailing eenmaal groter wordt en meer en groter blad heeft is de balans terug en groeit en bloeit de plant weer gelijktijdig zoals je wilt en krijgt ze vruchten wanneer ze die ook (letter en figuurlijk) kan dragen.

 

TEELTZORGEN

Een peperplant is een trage groeier. Niet alleen de kieming kan wel tot 3 weken duren, ook de eerste weken, wanneer de zaailingen nog maar 2 blaadjes hebben, groeien de zaailingen langzaam. Zorg voor een temperatuur boven de 18 graden, een hoge bodemtemperatuur en iets verwarmd water, en uiteraard een zeer lichte standplaats in een raamkozijn op het zuiden of zuidwesten.

Pepers 28 maart 2016

 

Rond half tot eind maart neemt het aantal lichturen per dag toe, de zon schijnt feller, het is warmer in huis, en de zaailingen worden sterker omdat ze wat meer worteltjes krijgen (en tegelijkertijd ook meer blaadjes waardoor ze makkelijker en meer voeding op kunnen nemen). En dan gaat de groei  van de zaailingen vrij plotseling een stuk sneller. Letterlijk en figuurlijk alsof ze “het licht zien”.

Bedenk daarbij dat vanaf het verspenen de potgrond nog ongeveer 8 weken voldoende voeding levert aan de plant; daarna is de voeding in de potgrond op en zul je moeten gaan bijmesten of verpotten om te zorgen voor verdere groei tot ze uitgeplant mag worden of haar definitieve pot in kan.

Hier redden planten het vaak net, gezaaid in de eerste week van februari (maar dan nog niet in grond), vaak verspeend rond de 3e of 4e week van februari, uitgeplant rond de eerste week van mei. Maar ik kan dan ook wel zien dat de zaailingen dan snel voeding nodig hebben. Ik zie dat aan het blad dat iets geler wordt. Afhankelijk van het formaat van de zaailingen, de periode en de weerberichten besluit ik dan of ik de planten uit ga planten, of dat ik de zaailingen nog voeding geef en nog even in huis houd.

Peperzaailingen

 

Ook dan gebruik ik graag de voedingskorrels voor terras en balkonplanten, maar dan in een zeer kleine hoeveelheid; zo kan ik de jonge zaailingen niet overbemesten en uiteindelijk gaan de paar korreltjes die op de potgrond liggen gewoon mee het plantgat in. Er zijn ook genoeg andere meststoffen op de markt hoor, die je bijvoorbeeld per week opgelost in water moet geven. Dat gaat ook prima maar pas wel op dat je niet te veel geeft want een te hoge concentratie kan funest zijn voor een zaailing. En zoals gezegd, heel vaak heb ik het niet nodig en kan ik de zaailingen zonder extra voeding precies op tijd uitplanten.

Als de planten uiteindelijk kunnen worden uitgeplant zet ik gelijk een stokje van ongeveer 1 meter hoogte erbij: de vrij dunne stam kan niet altijd de bovenhangende takken met pepers alleen dragen, ik vind het zelf handig, zeker bij de wat hogere soorten, om de hoofdstam een beetje aan te binden. Daarnaast is het heel handig want als ik wil ‘tikken’ (zie het stukje hieronder) hoef ik alleen maar tegen de stok te tikken om voor de bevruchting te zorgen.

 

Tikken:

Een peper is een zelfbestuivend, ze heeft geen andere peperplanten nodig voor de bevruchting en zowel het mannelijke stuifmeel als de vrouwelijke stamper zitten in één bloem:

 

Op de foto hierboven zie je het bloempje van een peper (in dit geval een Capsicum pubescens, de meeste peperbloempjes zijn dus wit maar ik vind dat het bij dit bloempje zo goed te zien is). Je ziet 6 meeldraden met daaraan het stuifmeel. En in het midden daarvan zie je de stamper als een paars stokje uitsteken. Ook grappig op deze foto; het groene bolletje achter de paarse stamper is het vruchtbeginsel; het aanstaande pepertje!

Voor de bevruchting is het alleen maar nodig dat het stuifmeel op de stamper valt. En dat is dus maar een afstand van enkele millimeters. Als je de planten buiten in pot hebt zorgt de wind ervoor dat het stuifmeel op de stamper waait. En insecten die de bloemen bezoeken zorgen op deze manier ook voor de bevruchting (maar kunnen dus ook makkelijk kruisbestuiven wanneer ze meerdere bloempjes van verschillende peper- en paprikaplanten die bij elkaar staan bezoeken, met verschillende soorten stuifmeel).

In een kas waait het niet, en je ziet er, zeker in de hete zomermaanden, ook weinig insecten. Je kunt hetzelfde bedenken voor een zeer beschut en windstil terras, en ook voor mensen die peperplanten binnenshuis houden (is niet gemakkelijk maar kan wel). Hoe dan ook; als je bedenkt dat er geen wind en/of insecten zijn voor de bestuiving, dan moet je dat zelf dus doen.

Veel mensen doen dat met kwastjes of wattenstokjes en dat is prima. Maar eigenlijk kan het dus veel makkelijker en sneller want als je elke dag 1 of 2 keer tegen de plant tikt zorg je al dat het stuifmeel loslaat en die enkele millimeters verder op de stamper valt. Dit geldt trouwens niet alleen voor pepers, maar ook voor paprika’s, aubergines, tomaten, en ook voor groenten die mensen in het voorjaar nog wel in de kas hebben zoals tuinbonen, doperwten, bonen, etc..

Kleine tip voor in de kas: in de zomermaanden kan het door alle groei en warmte heel vochtig worden in de kas, en een hoge luchtvochtigheid kan er voor zorgen dat stuifmeel ook vochtig wordt en dan klontert – en dan kan het dus niet loslaten en op de stamper vallen. Om die reden zorg je altijd voor voldoende beluchting in de kas, raam en/of deur open op warme dagen, en wat minder blad (dus bijvoorbeeld een deel van het blad van tomatenplanten verwijderen) kan ook helpen de luchtvochtigheid iets te verlagen.

 

Snoeien:

De onderkant van de peperplant houd ik kaal – vanaf de grond tot ongeveer 25 centimeter hoog. Op ongeveer die hoogte zie je dat de plant zich gaat vertakken in 2 of 3, soms zelf 4 takken. De ‘onderstam’ blijft dan dus kaal, en daarboven komt een soort van ‘kroon’.

 

Op deze foto van een volwassen Aji Blanco Cristal kun je dat nog een beetje zien: de onderkant is kaal tot aan de vertakking (bij de rode peper die horizontaal hangt). Dus alle diefjes, blaadjes en slappe stengels die onder die vertakking groeien blijf ik verwijderen. Vanaf de vertakking laat ik de plant vrij groeien en haal alleen nog een tak weg wanneer die hinderlijk in de weg groeit. Ik heb er een tuindagboek over geschreven, en dat maakt het wellicht duidelijker dan dit stukje: Ook nog iets over kale paprika’s (en dat geldt dan natuurlijk ook voor pepers).

Nog even de reden waarom ik die onderkant kaal houd: die onderste dieven, die dus uiteindelijk ook takken worden, ontwikkelen zich vaak tot slappe stengels, die breekbaar zijn en/of op de grond gaan liggen. Ze bloeien uiteindelijk wel, maar pas veel later dan de takken die zich ontwikkelen vanuit de vertakking, het is dan vaak al september. En dan liggen ze dus ook nog op de grond, en opbinden is lastig want dan breken ze gemakkelijk. De takken die zich vanuit de vertakking ontwikkelen zijn gewoon gezonder, groeikrachtiger, sterker en minder breekbaar, en dragen eerder en meer bloempjes en vruchten.

Verder snoei ik peperplanten dus de hele zomer niet, tot in het najaar en dan noem ik het ‘strippen’, en dat kun je hieronder lezen.

 

Strippen:

Richting het einde van het seizoen (september) probeer ik de oogst nog zo groot mogelijk te maken. Ik verwijder dan alle bloempjes en groeischeutjes die er zijn, en ook al takken die niet dragen. Op deze manier zorg ik dat alle energie niet naar groei en bloei gaat maar naar het rijpen van volgroeide pepers. Om diezelfde reden verwijder ik dan ook een deel van het blad, zodat het al minder wordende licht in ieder geval optimaal op de pepers kan schijnen.

Peper Rocoto Canario gestript

 

Op de foto zie je peper Rocoto Canario. gestript dus, het ziet er een beetje pijnlijk uit want ik ben de planten nu wel echt heel erg aan het plagen. De peperplanten zullen op de combinatie van minder licht, minder warmte, plus het strippen reageren door sneller te gaan rijpen. Want uiteindelijk is dat hun doel; zich voortplanten en dus zaden = rijpe vruchten maken. In de kas doe ik dit eind september, maar buiten al begin september. Je zult bij deze methode wellicht wel iets moeten inleveren op aroma (zeker niet op heetheid). Het aroma van pepers vind ik sowieso altijd het best wanneer de zon nog volop schijnt en sterk is. net als dat zomertomaten lekkerder zijn dan de laatste tomaten die rijpen in een mager herfstzonnetje 🙂 .

Peper Big Jamaican gestript en rijp

 

deze methode is natuurlijk wel volledig gericht op het oogsten van de laatste pepers van planten die je in de winter opruimt. Als je wilt proberen de plant te laten overwinteren dan is juist de gezondheid van de plant belangrijker dan de laatste oogst van pepers en moet je de planten in gezonde groei langzaam in rust laten gaan, en zeker niet strippen!

 

OOGST / BEWAREN

Pepers kunnen zowel onrijp als rijp worden geoogst en gegeten. Een rijpe peper kan wel tot 3 keer zo heet zijn als een onrijpe peper. Maar beiden worden gebruikt in gerechten (denk aan een rijpe geurige zeer hete Madamme Jeannette in de roti, maar ook aan een frisse, kruidige onrijpe groene Jalapeño in een Mexicaanse salade).

Knip de rijpe (of onrijpe peper) met een knipmesje van de tak. Zo zijn de rijpe pepers ook nog enige dagen tot wel ruim een week te bewaren (afhankelijk van het ras; dikwandige grote pepers zijn minder lang bewaarbaar dan dunwandige kleine pepers en rijpe pepers bewaren beter dan onrijpe pepers).

Je kunt pepers prima invriezen; ze worden en blijven dan wel nat en je kunt ze niet meer bakken, maar nog prima voor marinades, het fijnmalen in een (curry)pasta of sambal, of om mee te trekken in een stoofschotel en dan later te verwijderen.

Je kunt pepers ook drogen; in de zomer kun je de pepers aan draden rijgen en ze op een zeer droge en warme plaats ophangen om te drogen (maar alleen kleinere pepers zijn daarvoor geschikt, grotere pepers kunnen gaan schimmelen omdat ze dikwandiger zijn en dus meer vocht bevatten). Zeker later in het seizoen, wanneer de nachten langer en koeler zijn, is het beter om de pepers te drogen in een dehydrator (droogapparaat). Of door de pepers (die je om sneller te drogen in stukjes hebt gesneden van ongeveer 1 centimeter, gelijk kroontje, zaden en zaadlijsten verwijderd) ze uit te spreiden in een oven. De oven zet je op 50 tot maximaal 70 graden en de deur van de oven zet je op een kier om de vochtige lucht af te voeren (door bijvoorbeeld een pollepel tussen deur en oven te steken). Na een aantal uren beginnen de pepers te drogen (afhankelijk van de grootte en dikte van de stukjes duurt het ongeveer 4 tot 8 uur voor de peperstukje gedroogd zijn. De gedroogde pepers kunnen minimaal een jaar in een afgesloten bakje bewaard blijven.

Hot Pepperflakes
Gedroogde en gemalen stukjes peper, heet!!

 

Naast invriezen en drogen zijn ook peperolie, sambal, chutney, peperzout, etc. zeer geschikt voor het bewaren van pepers. Diverse recepten kun je onder de Inmaakrecepten vinden.

 

ZAADTEELT

Pepers zijn dus zelfbestuivend hoewel kruisbestuiving door insecten zeer goed mogelijk is. Houd om die reden voldoende afstand tussen 2 rassen aan. Laat vervolgens een mooie vrucht aan een gezonde plant goed rijp worden.

Oogst de peper, Snijd open, neem de zaden eruit, spoel deze af onder water en laat de zaden een paar minuten onder water staan. Kiemkrachtige zaden zinken, loze en dus niet-kiemkrachtige zaden blijven drijven. Verwijder de loze zaden en verzamel de kiemkrachtige zaden, dep ze droog en laat ze op een warme en luchtige plaats nog een aantal dagen nadrogen op bijvoorbeeld een schoteltje. De zaden zijn minimaal 3 tot 4 jaar houdbaar, mits koel, droog en donker bewaard.

Ik krijg wel eens vragen van mensen die bij gedroogde peperzaden zo’n zinktest in water doen om te kijken of peperzaden nog kiemkrachtig zijn). Maar dat werkt niet, als zaden goed gedroogd zijn zullen ze niet meer gelijk zinken omdat de zaden nog amper vocht bevatten, en je kunt er ook niet meer aan zien of ze nog kiemkrachtig zijn. De enige manier om dat uit te vinden is door ze gewoon nog te zaaien. Soms zijn oudere peperzaden die niet kiemkrachtig meer zijn niet mooi beige-geel meer maar grauwig grijsgeel maar dus zeker niet altijd.

Peper Birgit’s Locoto

 

Tot slot:

Ik heb nog wat pagina’s geschreven die met pepers te maken hebben, kijk daar ook vooral nog even naar:

 


Recepten met peper:

Sambal met kokos