Tomaat

 

Mijn grote liefde in moestuinplantenwereld 🙂

De tomaat komt oorspronkelijk uit Zuid-Amerika, daar kan ze bijna wel als onkruid worden beschouwd, in dat warme klimaat heeft ze een enorme groeikracht. Hier kan ze er trouwens in de kas ook wat van hoor; als je een stamtomaat niet goed dieft kun je na een paar weken al een wirwar van stengels en blad (en weinig vruchten)krijgen waar nog lastig iets goeds van te maken en te oogsten is.

Plantkundig gezien staat de tomaat heel dichtbij de aardappel: beiden zijn dan ook bevattelijk voor dezelfde schimmel (Phytophtora infestans) en kunnen elkaar daarmee ook besmetten (zie verder daarover bij Teeltzorgen).

Alle delen van de tomatenplant bevatten het giftige solanine, behalve de rijpe vruchten. Tomaten zijn  heerlijk; warm en koud, rauw en gebakken, gestoofd, gekookt, in soepen en sauzen, in jam en chutney, zoet en hartig. ik heb wel eens tomatenijs gegeten (en zelfs dat was lekker).

Tomaten zijn ook nog eens gezond; naast onder andere vitamine C en kalium  bevat ze lycopeen, een stof die mogelijk een rol speelt bij de bescherming tegen kanker.

 

Wij zelf vinden de tomaat misschien wel het grootste gewin van een eigen volkstuin; de smaak van eigen tomaten is zo veel lekkerder dan van tomaten uit winkels dat bijna alleen mensen die ook zelfgeteelde tomaten uit eigen tuin eten begrijpen wat ik bedoel.

Helaas is een tomaat zeker niet de makkelijkste groente om te telen (eigenlijk is de tomaat een vrucht en wordt ook wel vruchtgroente genoemd). Maar ik kan iedereen aanraden om het in ieder geval een keer te proberen, ook in de buitenteelt!

 

TEELTWIJZEN

Tomaten onder glas is de beste manier om elk jaar een goede oogst te krijgen. Maar tomaten kunnen wel degelijk ook buiten geteeld worden. Voorwaarden zijn een niet te natte zomer, en natuurlijk een zonnig en beschutte standplaats. Daarnaast is de keuze voor een ras dat vroeg genoeg en dus geschikt is voor buitenteelt heel belangrijk. En tot slot de manier waarop je de tomaat verzorgt.

Tomaat Gardener’s Delight, een oud (Heirloom) ras; vroeg, veel en lekker

 

De vroegheid van een ras kun je bepalen door het aantal dagen te tellen (gerekend vanaf de datum van het uitplanten van een zaailing) dat een tomatenplant erover doet om een rijpe tomaat te geven. In catalogi zie je er soms een getal voor staan, vaak ergens tussen 50 en 120 dagen. Een ras dat er korter dan 70-75 dagen over doet om van uitplanten tot rijpen te komen is een ras dat mogelijk geschikt is om buiten te telen. Alle rassen die meer dan 80 dagen nodig hebben om een rijpe tomaat te produceren zijn vooral geschikt voor onder glas omdat de oogst buiten dan na de zomer zou vallen (en dan wordt het weer al weer slechter, zijn er meer kansen op ziekten, etc.).

 

VOLLEGRONDSTEELT

Als de zomer koud en nat is groeien tomatenplanten niet goed en dan komt ‘Phytophthora’ om de hoek kijken. Phytophthora is een schimmel die zich door de lucht verspreidt en zeer besmettelijk is, vooral voor tomaten en aardappelen. Om de kans van slagen op een goede oogst van lekkere tomaten van gezonde planten te vergroten kunnen zelfgemaakte afdakjes de planten zeker ook al beschermen tegen de weersinvloeden en zo de kans op een goede oogst vergroten.

TEELT IN POT

Naast bovengenoemde kan ik iedereen van harte een leuk tomatenras in pot aanraden; een pot warmt sneller op in de zon dan de koude volle grond. En bij storm of regen kun je de pot beschut of onder een afdakje zetten. In een pot heb je geen kletsnatte grond waardoor de wortels rotten (mits je uiteraard hebt gezorgd voor goede afwateringsgaten). En in een pot kun je de juiste grond plus de juiste voeding gebruiken.

Tomaat Cherry Cascade in pot

 

Je zou denken dat je voor in potten vooral dwergstruiktomaten gebruikt maar ik heb zeker ook mensen grotere struiktomaten in potten zien telen, en zelfs ook stamtomaten. Bedenk wat je wilt, welk ras voor welke pot geschikt is (tomaten maken lange, vooral breed uitwaaierende wortels, grote stamtomaten hebben uiteraard een grotere/bredere pot nodig dan een kleine dwergstruiktomaat). Je kunt grofweg de potmaat op deze manier indelen:

  • dwergstruiktomaat: diameter 20 centimeter, inhoud 1 liter
  • struiktomaat: diameter 30-40 centimeter, inhoud 10-15 liter
  • stamtomaat: 35-45 centimeter, inhoud 15-20 liter

Bovenstaand zijn natuurlijk maar inschattingen, alles hangt af van het ras, de voeding, verzorging, standplaats, etc.. En bedenk dat de grond in een kleine pot sneller uitdroogt dan in een grote pot; ik plant liever 3 dwergstruiktomaatjes verdeeld over een wat grotere pot dan 1 dwergstruiktomaatje in een klein potje.

Voorbeeld:

 

Op de foto zie je het ras Jip en Janneke; 1 dwergstruikje in 1 klein potje. Ik moest wel 2 keer per dag water geven om te zorgen dat de grond niet uitdroogde.

 

Andere manier, verzorging en uitstraling.  Op deze foto zie je dezelfde Jip en Janneke het jaar erop; 3 planten in een wat grotere pot; meer opbrengst, voller effect en 1 x per 2 dagen water geven.

Afhankelijk van de plaats en de pot die je beschikbaar hebt zijn beiden dus mogelijk (en leuk).

Tegenwoordig zie je trouwens ook regelmatig de ‘groeizak’, waarbij een tomaat in de zak met kant-en-klare potgrond/voeding wordt geplant.

 

TEELT ONDER GLAS

Met de teelt onder glas ben je veel minder afhankelijk van het weer. De kans op een goede oogst is een stuk groter, en ook de oogst is groter (in aantallen rijpe tomaten per plant).

Toch is het nu ook leuk en handig om je te verdiepen in de rassen die je koopt en bij je keuze wat te spreiden in vroegheid; door een vroeg ras maar ook een middelvroeg en een laat ras te zaaien kun je uiteraard van het vroegste ras als eerste oogsten. Met een later ras daarnaast kun je de oogst verlengen, want een later ras geeft dus ook later de eerste rijpe tomaten, en eindigt dus ook later. Soms oogst je van een laat ras in de kas nog wel tot ver in september of zelfs oktober (terwijl het vroege ras dan al op of uitgeput is).

Een bewezen vroeg ras is deze Sprite, wel voor een grote pot want ze wordt een flinke struiktomaat (met heel veel opbrengst van kleine, heerlijk zoete romatomaatjes met weinig sap (bijna als tumtummetjes).

 

RASSEN

Er is waarschijnlijk geen andere groente waarvan zoveel rassen worden aangeboden, op internet kun je meer dan 12.000 rasbeschrijvingen vinden! Er zijn (F1-)hybriderassen en zaadvaste rassen (waaronder de bekende ‘Heirloom’-tomaten). Een Heirloom tomaat is een zaadvast, en van oorsprong een niet commercieel ras. Soms is zo’n ras al tientallen jaren oud, ze komt soms oorspronkelijk uit bijvoorbeeld Rusland, Amerika, Polen, etc., en is binnen een familie generatie op generatie via de zaden doorgegeven, en soms zelfs na emigratie op andere plaatsen in de wereld beland.

In de beroepsteelt worden vooral de F1-hybride-rassen gebruikt; allemaal met zoveel mogelijk gelijke eigenschappen: rood, rond, uniform van kleur, geur, smaak en vorm, opbrengst, ziekteresistent, jong te plukken, scheuren niet, lang te bewaren, etc.

Dat klinkt heel interessant en dat is het ook zeker. Van deze rassen kun je zelf geen zaden oogsten (het kan wel maar de volgende generaties zullen verschillen in al die eigenschappen geven – lees daarover meer in dit hoofdstukje: F1-hybriden. Persoonlijk vind ik ze niet zo heel spannend, ze zien eruit en smaken naar goede supermarkttomaten, mijn liefde ligt toch bij de bijzondere vormen, kleuren en smaken van de zaadvaste rassen (waarvan ik in de kas toch ook meer dan voldoende kan oogsten van gezonde planten, etc.). Maar voor de zekerste oogst en ziektebestendigheid is het zeker een optie om wat meer geld uit te geven voor een F1-hybrideras.

Een groot deel van de zaadvaste rassen is dus helemaal niet rood, er zijn heel veel interessante zaadvaste rassen. Je kunt ze onderverdelen in vormen:

  • ronde tomaat
  • semiholle paprikatomaat
  • vleestomaat
  • cherrytomaat
  • cocktailtomaat (qua formaat en smaak tussen een cherry en een ronde tomaat in)
  • romatomaat

En dan zijn er nog de ‘tussenvormen’, zoals romacherry’s, bestomaatjes, grotere cocktailtomaten, buidelvorm, citroenvorm, eivorm, etc..

 

Op de foto één van mijn favorieten: de Liguria: allesbehalve uniform 🙂 . Grote, vlezige maar toch ook sappige romatomaat, hoewel je het bijna ook geen romatomaat meer kan noemen (op internet wordt ze vaak een peertomaat maar soms ook vleestomaat genoemd). Hoe dan ook; zaadvast, stamtomaat, middelvroeg, mooie dieprode kleur, onregelmatig van vorm en grootte. Meer dan prima opbrengst en een ouderwetse diepe tomatensmaak met extra zoetje.

Je kunt tomaten ook onderverdelen in groeivormen, want er zijn:

  • stamtomaten (grootste groep, groeien aan de hoofdstam, moeten gediefd worden)
  • struiktomaten (hoeven niet gediefd te worden, vormen een brede struik, deze kunnen dan weer verschillen in grootte en hoogte)
  • semi-struikvorm (hebben sterk de neiging om een struik te vormen maar kunnen met wat handigheid ook wel als een wat lagere stamtomaat gekweekt worden)
  • dwergtomaat (niet dieven, wordt niet hoger dan zo’n 20 tot 40 centimeter, zeer geschikt voor potteelt)

En in deze groeivorm-groepen vind je dus tomaten in de al eerder genoemde vormen. En dat betekent dus bijvoorbeeld dat er cherrytomaten zijn die stamtomaat zijn, en dat er vleestomaten bestaan in een struikvorm; de grootte en vorm van de tomaat heeft niets te maken met de groeivorm (je ziet alleen bij de echte dwergstruikjes geen grote tomaten maar vooral cherrytomaten en cocktailtomaten).

En al deze tomaten kunnen kleuren bevatten als crème, abrikoos, rood, geel, oranje, rozerood, groen, purper, bruin en alles wat daar tussenin zit. En dan zijn er ook nog bicolors (zoals geel met een rozerode marmering of paarsbruin met bronsgroene streepjes, etc.).

Er zijn ook wat tomaten die geen gladde schil hebben maar die heel subtiel een bijna perzikachtige huid hebben. Voorbeelden daarvan zijn Fuzzy Wuzzy, Parden Peach, Velue Strieé, etc..

Onze “aller-favorietste” rassen (tot nu toe, want we willen zeker ook nog heel veel rassen proberen die we nog niet eerder hebben geteeld, er worden ook elk jaar weer nieuwe rassen gekruist en gekweekt):

  • Gardener’s Delight (vroege rode cocktailtomaat met geweldige smaak, klein zuurtje, fors zoetje en een ouderwetse volle tomatensmaak)
  • Sweet Baby (kleine felrode cherrytomaat met zeer goede opbrengst en heerlijke zoete smaak)
  • Sprite (ook een cherrytomaat, maar nu een grote struiktomaat, en tomaatjes die zowel cherry als roma zijn; klein, droog, ovaal, vol van smaak, extra zoet)
  • Liguria (ook wel Coeur de Boeuf d’Albenga genoemd; grote, onregelmatig gevormde felrode tomaten met veel vlees en toch ook sappig, en een volle tomatensmaak, en een zeer goede opbrengst)
  • Great White (crèmekleurige vleestomaat met een bijna satijnachtig uiterlijk maar ook zijdezacht in de smaak, sappig, vleugje zoet, prima opbrengst)
  • Green Doctors (groene cherrytomaat, lekker friszoet van smaak en een meer dan prima opbrengst)
  • Blush (erg mooi, abrikooskleurige romatomaat met zacht rozerood, daarnaast ook een erg lekkere fruitige tomatensmaak en lekker sappig, ook een prima opbrengst)
  • Mom’s Paste (felrode romatomaat, volle tomatensmaak met extra zoetje, zeker ook genoeg sap, en een meer dan prima opbrengst)
  • Speckled Roman (grote romatomaat; vol van smaak, extra zoetje, ook wat sap, mooi door de opvallende goudgele streepjes op de felrode achtergrond, meer dan prima opbrengst)
  • Red Robin (felrode cherrytomaat met lekkere cherrytomatensmaak en veel sap aan planten die niet hoger/groter worden dan zo’n 30 centimeter)
  • Malakhitovaya Shkatulka (vroege groene vleestomaat met een volle en frisse smaak, vlezig en toch ook sappig)
  • Black & Red Boar (ook redelijk vroeg, grote vleestomaten, donker mahoniebruin met bronsgroene streepjes, lekkere volle tomatensmaak met extra zoetje en prima opbrengst)
  • Missouri Pink Love Apple ( rozerode kleine tot middelgrote vleestomaat, prima opbrengst en een diepe volle tomatensmaak)

En zo kan ik nog wel 50 rassen opnoemen……….. 🙂 Als je meer rassen wilt zien, kijk dan eens op de pagina met de Database van zelfgeteelde rassen.

Tomaat Sweet Baby, grote trossen kleine felrode zoete cherrytomaatjes

 

Tot slot dan nog even iets over het blad van tomaten. Als je eenmaal hebt geroken aan het blad van tomaten vergeet je het niet meer; het is niet perse lekker maar zeker ook niet vies, het is heel kruidig en eigenlijk met niets anders te vergelijken. Ik moet direct aan de zomer en aan de kas denken als ik het ruik, maar dat zijn de associaties die ik heb met tomaten en tomatenblad. In ieder geval bestaan er verschillen ‘grofheden’ in tomatenblad, elk ras heeft zo z’n eigen blad. Ik krijg wel eens vragen over vooral het meest grove blad dat ook wel aardappelblad wordt genoemd: “Is mijn tomatenzaailing wel een tomatenzaailing, want het heeft ander blad dan de andere zaailingen?”. Om die reden laat ik nog even zien hoe tomatenblad eruit kan zien, de foto’s zijn gemaakt van zaailingen die net zijn uitgeplant in de kas:

 

Karakteristiek tomatenblad. En dan zijn er kleine verschillen in grofheden:

 

Duidelijk wat slanker en langer blad, als de planten eenmaal volwassen zijn wordt dat nog meer duidelijk.

 

En dit is dan duidelijk flink wat korter en dikker en grover blad.

 

Dit is de grofste vorm van tomatenblad, het zogenaamde aardappelblad.

 

En tot slot nog even een foto van een jong tomatenplantje van het ras Glossy Rose Blue, een blauwe tomaat. In het jonge stadium kun je ook wat blauws in steel, stengels en blad zien (in het volwassen stadium trouwens niet of amper meer).

En bedenk: mocht je ooit twijfelen of je gekiemde zaadje wel een tomatenzaailing is; Wrijf met je duim en wijsvinger over boven- en onderkant van het blad; je ruikt dan direct die herkenbare tomatengeur, zelfs bij zaailingen die nog maar 2 blaadjes hebben.

 

BODEM / BEMESTING

Tomaten groeien op vrijwel elke grondsoort en ze groeien vrij snel. Omdat ze flinke planten maken (de stamtomaten en grotere struiktomaten) en niet alleen diep wortelen maar ook een breed uitwaaierend wortelgestel hebben vinden ze een goede bodembewerking en een luchtige grond erg prettig. Wij spitten elk jaar in de winter flink wat oude stalmest met stro onder. Een paar weken voor het planten geven we een kleine gift van een algemene moestuinvoeding.

Geef tomaten vooral niet teveel stikstofrijke meststof want dat zorgt voor heel veel blad en stelen maar een minder goede vruchtzetting en een minder goede opbrengst. Als er eenmaal al wat kleine onrijpe tomaten in de volwassen planten hangen geven we ook nog een kleine hoeveelheid kali want dat bevordert de smaakontwikkeling en de houdbaarheid van de vruchten.

 

ZAAITABEL / PLANTAFSTAND:

Tomaat tabel

 

STANDPLAATS

In de kas

In de kas is het allemaal wat gemakkelijker – de tomatenplanten staan er droog en warm. Vroeger kalkten we de ramen altijd rond mei wit om verbranden van blad en vruchten te voorkomen, tegenwoordig wachten we tot de eerste hete dagen komen, er zijn (helaas) zomers dat kalken amper nog nodig is. In plaats van kalken kun je ook op andere manieren zorgen dat de hete zomerzon niet voor verbranding kan zorgen, zoals vitrage of een schaduwnet ophangen.

Wat je in je kas wilt zul je zelf een beetje moeten inschatten en ervaren, het is maar wat je mooi of handig vindt. Onze kas staat in de volkstuin, in de volle brandende zon zonder enige beschutting van bomen of bebouwing. De deur is open als we er zijn maar anders is de deur op slot. De ramen staan natuurlijk wel altijd open (maar als er veel wind staat slechts op een kier). Als je een kas bij huis hebt kun je wellicht veel meer luchten door de deur op warme dagen open te zetten. Of misschien heb je wat schaduw op een deel van de dag. Daar rekening mee houdend kun je ervoor kiezen om wel of niet, en dan geheel of gedeeltelijk te kalken.

Tomaat verbrand
Bladverbranding

 

Als je besluit niet te kalken, of gedeeltelijk te kalken: jonge tomatenplantjes kunnen nog wel eens last krijgen van bladverbranding door de felle zon in de kas. De overgang van het relatief donkere huis waar ze zijn gezaaid en gekiemd, naar de zonovergoten kas is erg groot. Daarom zet je planten in huis zo zonnig mogelijk, en breng je de planten het liefst over in een week met wisselend bewolkt weer zodat de zaailingen kunnen wennen aan de hoeveelheid licht en de felle zon.

Dit geldt overigens ook voor de teelt buiten: als je tomatenzaailingen vanuit het relatief donkere huis in een warme en zonnige week in mei in de brandende zon zet, kan het blad ook verbranden (vaak dan ook nog met dank aan een wat uitdrogende wind). Dus ook buitentomaten worden geplant in een wat bewolkte week (of zet de potten met zaailingen eerst een ruime week op een halfbeschduwde plaats voor ze de zon in gaan).

Zolang het niet te erg/te veel wordt kun je gewoon de verbrande bladeren wegknippen (want ze worden wit en verschrompelen vervolgens helemaal).

Voor de mensen die willen kalken: tegenwoordig is er Temperzon, een kalkmiddel dat je aan de buitenkant met een kwast aanbrengt; het heeft de prettige eigenschap dat het wit is bij droog en zonnig weer en de zon dus uit de kas houdt. Als het regent wordt het echter doorschijnend, en dat is handig omdat de planten bij regenachtig weer juist zoveel mogelijk licht willen. Na de regen droogt de Temperzon weer op en wordt het weer wit. Een verdunde laag gaat zeker ruim een tuinseizoen mee. Je kunt het in een blik kopen, voor rond de 12 euro (en zo’n blik gaat voor 1 kas van 6 x 3 meter zeker wel een aantal jaar mee). Op de foto zie je onze kas die gekalkt is. We kalken slechts 2 van de 4 zijden (de kopse kant en de zijkant die de meeste zon krijgen).

 

Buiten

Buitentomaten verlangen het zonnigste plekje dat je ze kunt bieden, het liefst ook beschut. Maar een beetje wind kan dan wel weer fijn zijn zodat de planten na een regenbui snel op kunnen drogen, natte bladeren zijn gevoeliger voor de bekende en gevreesde aardappelziekte phytophthora.

Op de foto zie je de vroege stamtomaat Besser, voor de kas (lekker warm en beschut, krijgt wat stralingswarmte in de rug van de kas). En tegelijkertijd drogen de planten door de wind en zon na een regenbui weer makkelijk op. Het verwijderen van wat bladeren kan ook helpen bij het opdrogen.

 

Zoals al eerder gezegd is elke hulp tegen weersinvloeden welkom. Dat kan een afdakje tegen de regen zijn, wat vliesdoek tegen de koude in de nacht, een plastic tomatenhoes, etc.. En kies dus voor de buitenteelt rassen die vroeg en daardoor geschikt voor de buitenteelt zijn (minder dan 70-75 dagen in teeltduur, zoals je dat in catalogi vaak achter de naam van een ras vindt). Uiteraard ook belangrijk: een goede smaak, zo mogelijk goed bestand zijn tegen ziekten, regen, etc.

Voor buitentomaten zijn bijvoorbeeld oude rassen uit Rusland, Tsjechie, etc. vaak heel geschikt omdat die rassen zich al hebben bewezen in een koel en soms nat klimaat. Soms wordt, om aan te geven dat een ras vroeg is en goed bestand is tegen slechte weersomstandigheden, een naam gegeven die je al op weg helpt: Siberian, Siberian Golden Pear, Sub Arctic Cherry, Polar Star, Siberian Egg, etc. zijn allemaal namen die al doen vermoeden dat ze wel goed tegen een koele en korte zomer kunnen.

Voor kastomaten is dat allemaal veel minder belangrijk – daar staan gezondheid, en smaak bovenaan, de teeltduur doet er dan niet zo veel toe (hoewel het natuurlijk wel leuk is als je al vroeg tomaten kunt oogsten!). Dus lees vooral de tekst bij een soort tomaat en kies zo de beste tomaat voor de juiste teeltwijze.

Tomaat Berkely Tie Dye Pink, mooie, grote glanzende tomaten in donkerbruin met bronsgroen en een heerlijke smaak plus goede opbrengst

 

Zelf kiezen we altijd wat vroege en wat late rassen (zodat je over een zo lang mogelijke periode tomaten kunt oogsten), wat struiktomaten en flink wat stamtomaten (want die nemen minder plaats in beslag maar geven een minstens zo goede opbrengst). En natuurlijk kiezen we het liefst wat cherrytomaten, wat vleestomaten, romatomaten en ronde tomaten, want elke tomaat heeft wel zijn eigen favoriete bestemming; cherry’s uit het vuistje, roma’s voor de soep en saus, semihol om te vullen, etc. En als het kan kan ook nog het liefst die soorten in verschillende kleurtjes 🙂 , erg leuk en lekker om een gele tomatensoep te maken, of een oranje pastasaus.

Tomaat Coral Queen, doorgesneden; veel sap, een heerlijke fruitige smaak en extra zoetje, en een prima opbrengst

 

Tomaten horen thuis op veldje van de vruchtgewassen met een vruchtwisseling van 1 op 4 jaar. In de kas is vruchtwisseling lastig maar eigenlijk wel nodig om onder andere aaltjes en schimmelziekten te voorkomen. Zelf lukt ons dat niet goed, elke vierkante meter in de kas willen we graag benutten. Om ziekten te voorkomen halen we een aangetaste plant (die we maar zelden hebben hoor) direct weg, ook niet op de composthoop gooien.

En, veel en zwaar werk, maar eens in de 5 of 6 jaar spitten we 1 spade diep de grond in de kas in kruiwagens en brengen die naar buiten. Buiten (van een stuk grond waar de laatste jaren geen tomaten of aardappelen hebben gestaan) spitten we zo’n zelfde hoeveelheid weer in de lege kruiwagen en kruien die dan weer naar de kas. Zo “verschoon” je de grond in de kas. Dat vinden we zowiezo wel prettig omdat in de kas de grond altijd hetzelfde is; geen uitspoeling van bijvoorbeeld zouten, bevriezen van schadelijke organismen, etc. omdat het er simpelweg nooit erg hard vriest (wel de lucht maar niet de grond), er geen plensbui is, geen sneeuw, etc. valt.

 

PLANTAFSTAND:

Zelf planten we de tomaten (en trouwens ook pepers, aubergines en paprika’s een stukje krapper dan het volgens de boeken staat aangegeven (zuinig als we zijn op elke vierkante centimeter ruimte in de kas 🙂 .

Zelf planten we ze in rijtjes in de kas. Tussen de rijtjes kan ik net staan (voor verzorging, binden, dieven, etc.) want de rij-afstand hou ik op 55 centimeter, in de rij staan de planten krapper, op zo’n 35 centimeter, 3 planten per kant in de kas.

 

Op de foto zie je zo ongeveer hoe ik alle soorten in de kas uitplant en kun je misschien een beetje inschatten hoeveel die plantafstand dan is. Bedenk bij deze plantafstanden wel dat je zeer regelmatig en goed zult moeten dieven en ook blad moet verwijderen (voldoende maar niet teveel!) om een wirwar van stengels en bladeren te voorkomen.

 

Als je het er nog ruim uit vindt zien op de foto en overweegt de planten iets krapper te zetten, zal ik nu een foto laten zien van dezelfde planten in dezelfde kas, maar dan in augustus gemaakt:

En dan kan ik erbij vermelden dat ik zelf al relatief veel blad weghaal, en alles netjes opbind en dief. Onderschat een tomatenplant in groeikracht dus niet, zeker niet in een kas 🙂 .

 

OPKWEEK

Zaai vooral in maart tomatenzaden voor. Zelf heb ik nog wel eens het geduld niet (of lentekriebels) en zaai ik eind februari maar bijna altijd zit ik dan eind april met grote planten, die ik binnen moet houden tot er geen vorst meer komt. Maart is eigenlijk de mooiste maand, maar tot begin-half april kan ook nog hoor, zeker voor glasteelt……zoals eerder gezegd, tomaten groeien snel, zeker bij mooi weer.

 

Op de foto zie je tomatenzaailingen in een tray, ze lijken al wat dun en lang dus ik zal ze wel weer eens wat te vroeg hebben gezaaid. Maar met verspenen kan ik vrij gemakkelijk de zaailingen wat dieper oppotten. En uiteraard moeten de zaailingen daarna naar een lichtere en koelere standplaats (in een zonnig raamkozijn op een onverwarmde slaapkamer is prima want het is nu waarschijnlijk ongeveer half tot eind maart.

Gebruik voor het zaaien een mengsel van 5 delen potgrond en 1 deel grof zand, of 5 delen potgrond, 1/2 deel grof zand en 1/2 deel vermiculiet, of kant-en-klare zaai- en stekgrond. Dek de zaden af met 0,5 centimeter grof zand of vermiculiet en plaats de potjes met zaden in een zonnige vensterbank bij kamertemperatuur. Houd de grond goed vochtig maar niet kletsnat. De kieming duurt vaak slechts 8 tot 12 dagen, hoewel sommige zaden na 2 tot 3 weken ook nog wel eens willen kiemen (geef niet te snel op). Wij zaaien zelf graag in trays, 1 zaadje per vakje, omdat we veel verschillende rassen telen. Breedwerpig in een bakje zaaien kan natuurlijk ook, al moet je dan wel oppassen dat je de worteltjes bij het verspenen niet beschadigt.

 

Als de zaailingen 4 blaadjes hebben moeten ze verspeend worden of in grotere potjes geplant worden. Ook dan moeten de zaailingen  goede potgrond krijgen die mengt met wat grof zand en/of vermiculiet voor de luchtigheid en afwatering. Gebruik voor het verspenen geen zaai- en stekgrond meer want die bevat niet voldoende voedingsstoffen. Je gaat de zaailingen tot het moment van uitplanten in deze potjes houden (9-centimeter potten zijn een goede maat), en dan is voldoende voeding natuurlijk belangrijk.

Zet de jonge zaailingen vervolgens dus op een zo licht mogelijke en koele standplaats (bij een dagtemperatuur van ongeveer 12 tot 16°C). Bij een temperatuur onder de 10°C wordt de kans op een groeistilstand groot.

Ik plaats zelf bij het verspenen bij elke tomatenplant een labeltje met naam en vaak ook een lang satéstokje. Als de tomatenzaailing wat groter en langer wordt kun je met een touwtje of een boterhamzakjesbindertje voorzichtig (en niet te strak – de stam moet ook in de breedte kunnen uitgroeien!) het plantje vastbinden aan het stokje. Zo blijft ze mooi recht groeien en rechtop staan (minder kans ook op beschadiging bij water geven, verzetten, etc.). Tenslotte mogen de planten half tot eind april (kasteelt) of half mei (vollegrondsteelt) uitgeplant worden. Kijk altijd goed naar de weerberichten want tot half mei is er altijd nog een kans op nachtvorst. Mijn ervaring is dat een tomatenzaailing zeker niet dood gaat bij 1 nacht van -2 graden, maar bij een hele week koud en bewolkt weer en ook nog nachttemperaturen rond de 0 graden lijden tomatenzaailingen wel onder die omstandigheden (naast een groeistilstand zie je vaak blauw verkleuren van het blad). Bij het uitplanten moet je wel het bindertje weer verwijderen want dat is te krap voor een volwassen tomaat en zal de stam in gaan snijden.

Tomatenzaailingen rond half april in de kas

 

Tomaten stekken trouwens heel gemakkelijk, en dat is een goede manier om met behulp van 1 zaailing/plant aan meerdere planten te komen. Je stekt de dieven van de tomatenplant, dus uiteindelijk stek je van afval; het is gratis, het kost de plant weinig tot geen extra energie en het verzwakt haar dus ook niet.

 

Op de foto zie je een verwijderde dief, je zet die gelijk in een bakje water tot je haar gaat stekken, dan snijd je de steel van dief netjes en schuin af en zet je haar in een potje met potgrond. Direct water en je zet haar op een beschaduwde plaats. Na een dag lijkt de stek slap te hangen maar binnen 7 tot 10 dagen krijgt ze al haar eerste worteltjes en komt ze overeind. Binnen 3 weken is de stek al zo sterk en goed doorworteld (al hangt dat natuurlijk ook van de kwaliteit van de stek, de potgrond, en het weer af) dat je haar uit kunt planten. Ik heb er eens een uitgebreid tuindagboek over geschreven: Tomaten stekken

 

PLANTEN

Plant bij droog maar niet te zonnig weer en geef de planten ruim water. Zet direct een stok bij de plant en bind deze aan elkaar (ook weer niet te strak). Bind het labeltje aan de stok.

 

Geef de eerste weken regelmatig water; de tomatenplantjes kunnen dan vlot veel plant en wortels maken. Een groeistilstand door vochtgebrek, kou, etc. is uiteraard het laatste wat je wilt. Aan de andere kant is onze ervaring dat een jonge tomatenplant een sterke plant is die snel herstelt. Later geef je juist wat minder water, dan stimuleer je de wortels om te groeien en zelf op zoek te gaan naar vocht en voeding. Laat de planten, zeker als er eenmaal tomaten dragen nooit uitdrogen, want dat verhoogt de kans op neusrot, maar geef ook niet teveel water want dat zorgt voor het barsten van de rijpe tomaten. Oftewel; geef voldoende water, zorg dat de grond altijd vochtig is maar nooit kletsnat en ook nooit uitdroogt.

Een extra aandachtspunt is er voor het planten van de zogenaamde ministruikjes. Deze kleine planten zijn zeer geschikt voor de teelt in potten maar je kunt ze natuurlijk ook gewoon in de volle grond planten. Bekende rassen van deze ministruikjes zijn onder andere Tiny Tim, Micro Tom, maar ook Ida Gold, Thumbler Red, Korean, Andrina, Garden Pearl, Pendulina, Red Robin, etc. Sommigen hebben een echt gedrongen vorm, sommigen hebben een wat slappere vorm waardoor takken die tomaten dragen een beetje gaan hangen.

Je zult begrijpen dat wanneer tomaten aan een struikje van 30 centimeter gaan hangen, dat die tomaten op de grond zullen gaan hangen. Wanneer er dan een periode met regen komt is de kans groot dat de tomaatjes gaan scheuren/barsten. Maar daarnaast kunnen de rijpe tomaatjes gaan schimmelen of rotten op de natte grond. Daarom is het altijd handig een paar flinke handen stro in een diameter van 40-50 centimeter rond de stam van de planten aan te brengen. Op deze manier houd je rijpende tomaten schoner en vooral ook droger.

 

TEELTZORGEN

De teeltzorgen bij tomaten zijn best omvangrijk; niet erg ingewikkeld hoor, maar je moet het wel weten, en zonder het goed dieven (zie de blauwe pijltjes op de foto hierboven) is de kans groot dat je tomatenplant een grote wirwar van stengels en bladeren geven en slechts een heel kleine opbrengst. Daarnaast zijn er nog teeltzorgen als tikken, toppen, etc.. Ik heb er voor gekozen om deze teeltzorgen op een aparte pagina te beschrijven, zodat ik daar flink wat foto’s ter illustratie hoe je een tomatenplant dieft kan plaatsen. Ga hier naar de pagina met Teeltzorgen voor tomaten

 

ZIEKTEN

Ik schrijf normaal gesproken niet over ziekten, maar voor tomaten maak ik een uitzondering. Een paar ziekten en aantastingen die voorkomen bij tomaten heb ik op een aparte pagina beschreven: Tomaat ziekten.

 

OOGST

Je plukt tomaten door met je duim op het verdikte stukje van het steeltje te drukken, daar breekt de vrucht dan van het steeltje af. Eventueel kun je uiteraard ook een knipschaartje gebruiken (want zeker bij de grotere vleestomaten wil het breken op het genoemde stukje steel niet altijd lukken).

Oogst op tijd, als de tomaat egaal verkleurd is en je de tomaat met je vinger iets in kunt drukken zonder dat ze al heel zacht wordt. Als je te lang wacht is de kans groot dat de tomaat melig wordt, al is dat zeker ook rasafhankelijk. Die tomaten zijn trouwens nog helemaal prima voor soepen en sauzen hoor.

Bedenk dat de tomaten die je in de winkel koopt bijna altijd groen en dus half onrijp en nog hard worden geplukt. En dat is heel wat anders dan uit eigen tuin een volledig rijpe tomaat oogsten. De volledige rijping aan de plant (in de zon) zorgt voor een vollere smaak, al is ook dat weer rasafhankelijk. Maar mede daardoor kun je tomaten van eigen teelt niet zo lang bewaren als ‘winkeltomaten’. Er zijn nog wel wat verschillen in rassen maar eet tomaten eigenlijk vooral binnen een dag of 3 na de oogst op. Bewaar ze op de keukentafel in een schaal, niet in de koelkast (grotere kans op snelle schimmelontwikkeling zoals dat ook bij bijvoorbeeld komkommers gebeurt).

Ook leuk om te vermelden zijn de ‘bewaartomaten’; er bestaan een aantal rassen die je langer dan normaal kunt bewaren. Voorbeelden daarvan zijn de Longkeeper, Black Keeper, Khutoskoy Zasolochnyi en Granny Smit (waarvan de laatste 2 zelfs maandenlang bewaard kunnen worden maar tegelijkertijd helaas niet erg lekker zijn, de smaak lijkt bijna op die van een tomatillo en ze zijn ook niet sappig en zacht maar vooral hard). In 2016 heb ik voor het eerst de Mount Vesuvius geteeld en het is me gelukt om die tomaten ruim 5 maanden te bewaren, en tegelijkertijd hebben deze tomaatjes wel een goede smaak. Ik heb er in een tuindagboek iets over geschreven: Oogst en bewaren en Van alles en nog wat. Op de foto hieronder de Mount Vesuvius.

Om diezelfde reden teelde ik in 2017 de Black Keeper en die kon ik in ieder geval wel 3 maanden bewaren. Voor het goed bewaren van bewaartomaten is het belangrijk om de tomaten goed te oogsten (met het stukje steel, de tomaten zonder stukje steel gaan sneller rotten), voorzichtig te transporteren, niet op elkaar te leggen (een leeg eierdoosje is handig) en op een koele en donkere plaats te bewaren (niet in de koelkast maar bijvoorbeeld in een kelder of een onverwarmde slaapkamer waar weinig of geen zon schijnt.

Op de foto hieronder de Black Keeper:

 

NARIJPEN

Aan het einde van het seizoen kunnen er nog veel onrijpe tomaten aan de plant hangen. Pluk deze voor de eerste nachtvorst en stop ze in een papieren zak of krant en leg deze in een kamer waar de temperatuur ongeveer 16 graden is. De vruchten kunnen binnen enkele dagen tot enkele weken rijpen. Controleer regelmatig en verwijder rotte exemplaren. Dit zijn niet de lekkerste tomaten; niet door de zon gerijpt maakt veel verschil. Maar het zijn in ieder geval nog steeds eigen tomaten, waarvan je weet hoe ze zijn geteeld en verzorgd, en toch ook gewoon prima in de keuken te gebruiken.

Je kunt trouwens ook nog jam of chutney maken van groene tomaten, dat is ook nog een mogelijkheid. Zie hier 2 recepten: Chutney van onrijpe tomaten en Gelei van onrijpe tomaten. Bedenk dat onrijpe tomaten lichtgiftig zijn: onrijpe groene tomaten bevatten solanine en tomatine. Vroeger werd er gezegd dat deze lichtgiftige stoffen door het koken  onschadelijk werd gemaakt. Ondertussen geven websites zoals die van het voedingscentrum aan dat bewezen is dat dat niet het geval is (al wordt de hoeveelheid solanine wel verminderd door koken). Of je groene onrijpe tomaten wilt eten zul je zelf moeten bepalen. In  ieder geval is het verstandig om er niet teveel van te eten. Solanine komt overigens ook voor in aubergines en in aardappelen, kijk voor meer informatie over Solanine in aardappelen en hoeveel je daarvan bij elke maaltijd binnen krijgt op deze pagina: Wikipedia

 

ZAADTEELT

Hoewel tomaten zelfbestuivers zijn, is kruisbestuiving toch altijd mogelijk. Weef planten niet te veel door elkaar maar groepeer ze en zet meerdere planten van hetzelfde ras bij elkaar. Mijn ervaring is dat tomatenplanten helemaal niet zo graag door bestuivers worden bezocht, je hoeft zeker geen plantafstand van 10 meter aan te houden voor de oogst van zaden. Zet in plaats daarvan bijvoorbeeld 3 planten van hetzelfde ras bij elkaar (uiteraard wel op afstand van ten minste 50 centimeter), en oogst zaden uit een gezonde en mooie (qua formaat en vorm) tomaat, die gunstig hangt (niet in de richting van de andere rassen).

Ik plant zelf voor de oogst van zaden 3 planten bij elkaar, en ik scheid ze van een volgend ras door andere planten ertussen te planten, zoals paprika’s, pepers of aubergines. En het helpt natuurlijk ook door 1 of 2 x daags te tikken (zie Teeltzorgen), door zeer regelmatig te tikken bevrucht je de bloemen zelf en ben je eventuele insecten voor.

Als je toch niet zeker bent van je zaak is er nog 1 absoluut veilige manier om zelf van een ras zaden te oogsten: bind om 1 trosje bloemen heel losjes maar wel afgesloten een stukje vliesdoek (of een ander zo doorzichtig mogelijk beschermingsmiddel), en blijf elke dag tikken tot de bloempjes zijn afgevallen. Verwijder dan het vliesdoek en markeer de tros als zijnde veilig om zaden van te oogsten.

Van hybride-rassen oogst je over het algemeen geen zaden, omdat de kans zeer groot is dat de nakomelingen minder opbrengst zullen geven, minder ziektebestendig zijn of gewoon niet lekker of anders van vorm, grootte, etc.. Toch is het leuk om eens eigenwijs te zijn en het toch te proberen, en dan kijken wat de nakomelingen van zo’n F1-hybridetomaat worden. Het helpt te begrijpen wat een F1-hybride eigenlijk is, mijn ervaring is dat als je F1-hybride tomaten oogst en daaruit de zaden oogst en zaait, er al meerdere vormen en smaken en opbrengst uit die zaden komen.

En dan over hoe je de zaden kunt oogsten:

Op de foto hieronder zie je bakjes met zaden + sap en soms nog een beetje water, geoogst uit verschillende rassen tomaten (de labeltjes liggen uiteraard onder de bakjes).

 

Van deze zaadvaste rassen kun je dus wel zelf zaden oogsten. Pluk 1 of meer mooie rijpe tomaten van een gezonde plant en tomaten die op een plaats hingen die weinig gevoelig was voor kruisen.

Snijd de tomaat horizontaal door en druk het sap met de uit de tomaten en vang dat op in een bakje. De resten van de tomaat is lekker voor in de soep.

Zet het sap met de zaden ongeveer 5 dagen op een warme plaats in huis voor het raam. Houd het wel goed in de gaten, op zo’n warme plaats moet je soms wat water toevoegen om te voorkomen dat het sap met de zaden verdroogt. Het rottingsproces (fermentatie) dat nu op gang komt zorgt voor de afbraak van het kiemremmende geleilaagje om de zaden.

 

Na een dag of 5 is het echt heel vies geworden: stinkend, vaak onder een laagje witte of zwarte of blauwgrijze schimmel. Verwijder dat eventuele laagje en giet het sap met de zaden in een redelijk fijne zeef.

 

Spoel nu onder stromend water tot het water dat er onderuit komt helemaal helder is.

 

Het helpt (mij in ieder geval) wel wat om bij het spoelen een druppeltje afwasmiddel toe te voegen, maakt het net wat minder stinkend en onsmakelijk.

 

Doe de gespoelde en uitgelekte zaden nu in een schoonbakje, met het labeltje en zet weer op een warme plek in huis tot de zaden helemaal droog zijn (dat duurt afhankelijk van de omgevingstemperatuur een paar dagen). En dan zien de zaden er zo uit:

 

De zaden zijn nu zandkleurig tot beige van kleur, glanzend en bedekt met een fijn dons, dit zijn de beste kwaliteit zaden. De zaden zijn minimaal 5 maar zelfs wel tot 7 jaar te bewaren (koel, droog en donker).

Ik heb ook wel eens zaden geruild met mensen die de zaden niet lieten fermenteren maar gewoon drogen. En zelf ook wel eens geprobeerd: je krijgt dan harde, plakkerige, gekleurde zaden waarvan een groot deel ook wel gewoon kiemt maar een deel ook net wat meer moeite heeft (soms duurt het een dag of 2 tot 3 langer voor de zaden kiemen en soms kiemen ook net niet alle zaden. Ze hebben net niet de kwaliteit (qua kiemkracht en kiemvermogen) van de zaden waarbij het kiemremmende geleilaagje goed is afgebroken, maar het is dus zeker geen probleem om het zo te doen, zeker niet als je de zaden voor eigen gebruik oogst.

Er is nog een andere manier om zaden van tomaten te oogsten met goede kwaliteit zaden als gevolg, zeker geschikt als je niet zo veel zaden nodig hebt: haal de zaden uit de tomaat zoals boven beschreven. Gooi het sap met zaden door een fijne zeef zodat je nu alleen nog maar zaden met gelei hebt. Meng dit met een goede hoeveelheid fijn zilverzand (te koop in bijna elke bouwmarkt, tuincentrum, dierenwinkel). Doe samen in een bakje en roer het goed door. Zet het bakje op een zeer droge en licht zonnige standplaats in de vensterbank. Roer elke dag even om. Afhankelijk van de hoeveelheid zand, temperatuur, etc. zal binnen een paar dagen tot een week alles zeer goed droog zijn, het fijne zand neemt het vocht op en later droogt dat weer op door de warmte. Je kunt dan heel gemakkelijk het zand door een fijnmazige zeef gooien, de tomatenzaden blijven dan achter in het zeefje. Wellicht moeten de zaden nog een extra dagje nadrogen.

 

Vergeet niet om nog even te kijken op de pagina met teeltzorgen bij de tomaat want wel echt belangrijk als je niet weet wat en hoe dieven is en gaat. En wellicht ook nog even op de pagina met ziekten.

 


Tomatentaart met vijgenjam en blauwe kaas