Knolvenkel

Knolvenkel

 

Het woord ‘knol’ in de naam doet vermoeden dat een knolvenkel on de grond groeit, maar een knolvenkel groeit bovengronds. De plant heeft felgroen fijn blad en maakt een bol die eetbaar is (het blad is trouwens ook eetbaar).

Knolvenkel heeft een uitgesproken smaak, en zelfgeteelde knolvenkels hebben (zoals wel meer groenten zoals knoflook, komkommer, knolselderij en prei) een sterkere smaak dan de knolvenkels die je in de winkel kunt kopen. De smaak is uitgesproken anijsachtig. Dat scherpe anijsachtige is erg lekker in rauwe gerechten als salades (heel dun gesneden). Gekookt/gestoofd wordt de smaak juist zacht en fris met een subtiele anijssmaak. Je ziet haar ook nog in recepten van soep, gegrild, of in een gratin, etc.. In de keuken zijn er dus mogelijkheden genoeg!

Het zeer fijne felgroene blad van knolvenkel is ook eetbaar.

 

TEELTWIJZEN

Zaai knolvenkel vooral niet in het voorjaar; ze is een langedagplant en schiet bij voorjaarsteelt en vroege zomerteelt snel door (al hetgeen niet bevorderlijk is voor de smaak). Zaai haar dus vooral na 21 juni (de langste dag van het jaar).

Ik zaai knolvenkel zelf altijd voor, en dan bij voorkeur zo rond begin  juli. Maar toch ook wel eens eerder, in april al. Zoals gezegd schiet knolvenkel dan snel door, maar ik oogst dan gewoon de kleine/jonge knolvenkeltjes die wat minder bol en wat meer langgerekt zijn, vlak voor ze door gaan schieten. Weinig opbrengst, maar wel erg lekker 🙂 .

En of ik haar nu in april al zaai, of in juli, ik zaai haar graag voor, in een traytje, elk zaadje afzonderlijk in een vakje. Knolvenkel laat zich echter niet graag verplanten; ze reageert daarop met groeistilstand en vervolgens snel doorschieten; knolvenkel groeit graag ‘gestaag’. Je kunt dus ter plaatse zaaien en uitdunnen maar als je net als ik de zaden liever voorzaait, neem dan niet te kleine potjes en plant de zaailingen ruim op tijd uit, zorg voor voldoende vocht zonder droogte of overvloedig water – probeer de groei en ontwikkeling zo gelijkmatig mogelijk te laten verlopen.

 

ZAAITABEL, PLANTEN EN PLANTAFSTAND:

Knolvenkel tabel

 

RASSEN

“Zoete van Florence” en “Zoete Bologneser” zijn de wat oudere maar goede rassen voor de vroege herfstteelt. De nieuwere rassen, die dus wat minder snel doorschieten zijn bijvoorbeeld Fino en Perfektion. Daarnaast zijn er nog een aantal F1-hybriden die een goede opbrengst beloven en minder snel doorschieten. Zelf hebben we afgelopen jaar de biologische Romanesco geteeld en waren daar ook prima tevreden over.

 

BODEM / BEMENSTING

Knolvenkel groeit hier op onze vette klei niet altijd even goed, ze maakt diepe wortels en heeft daar een grond met goede structuur voor nodig. Zelf werken we een flinke hoeveelheid compost onder en zorgen dat de grond goed losgemaakt is voor de zaailingen geplant worden. We geven zelf niet zo veel voeding; zeker geen verse mest en ook niet teveel stikstof (want dat geeft lang en dunne knolvenkels en weinig ‘bol’). Wij geven daarom een matige hoeveelheid samengestelde organische meststof (zoals bijvoorbeeld de groene Culterra), waar ook wat kali in zit (voor de groei/ontwikkeling van de bol).

Sinds we verhoogde bakken hebben telen we de knolvenkels daar ook graag in. Zonnig en warm doen de planten het er prima in (zeker de wat later gezaaide knolvenkels in de herfst). Enig aandachtspunt is dat in een verhoogde bak de grond wel vaak wat droger is en je dus, afhankelijk van het weer, wat vaker water zult moeten geven.

Knolvenkel in de derde week van september, in een verhoogde bak. Oh ja, een beetje ontsierd door wat doorgeschoten sla ervoor. Maar de venkelknollen zijn prima 🙂

 

STANDPLAATS

Knolvenkel staat graag op een zonnige plaats. Ze hoort in principe thuis in het vak van de wortelgewassen, en ze heeft dus ongeveer dezelfde behoefte (niet teveel stikstof, wel wat extra kali) als bijvoorbeeld krootjes.

Volgens de boeken die over goede en slechte buren gaan komt knolvenkel niet graag voor of na wortelen, selderij, peterselie, kervel en sla. Ik zelf vind tuinieren al lastig genoeg (met de vruchtwisseling als cryptogram 🙂 ) om ook nog rekening te houden met wat er wel of niet voor of na haar mag komen.

Je kunt de bollen van de knolvenkel tijdens de groei ook nog wat aanaarden; daardoor worden ze nog witter van kleur en sterker/zoeter van smaak. Bovendien bescherm je bij de latere herfstteelt zo de bol ook nog tegen de eerste koude nachten. Knolvenkel kan met wat bescherming een paar graden vorst verdragen, en zo kun je ze dus vaak nog wel tot in november of december oogsten.

 

OPKWEEK

Ik zaai knolvenkel zelf dus vooral als vroege herfstteelt (vaak als nateelt na bijvoorbeeld vroege bietjes of na de vroege aardappelen). Ik zaai ze onder glas of buiten voor (afhankelijk van het weer – als het warm is en de zon volop schijnt is het in de kas te warm en zet ik de potjes/trays buiten – als het bewolkt is of de nachten relatief koud zaai ik ze in de kas voor).

De zaden kiemen binnen 1 tot 2 weken. Na een paar weken kunnen de zaailingen worden uitgeplant. Voor de zomerteelt kun je dus ook buiten ter plaatse zaaien. Later kun je dan wat uitdunnen.

 

TEELTZORGEN

Een knolvenkel is dus een bol, en een bol bestaat voor een groot gedeelte uit water/vocht. Je kunt dan bedenken dat de plant dus vrij veel water nodig heeft – voor de ontwikkeling en groei van die bol. Op zandgrond en in een verhoogde bak zul je wellicht regelmatig moeten water geven om aan die behoefte te voldoen. Net uitgeplante jonge zaailingen hebben uiteraard ook wat vaker water nodig. Droge grond bevordert ook weer het doorschieten. Een mulchlaag rond de planten aanbrengen helpt de grond om wat extra vocht vast te houden.

 

OOGST / BEWAREN

Ongeveer 3 maanden na het zaaien is een knolvenkel oogstrijp (een beetje afhankelijk van de tijd van zaaien en omstandigheden als  weer, voeding, etc.). De bollen wegen dan zo rond de 200 tot 250 gram. Laat ze niet te groot worden want dan worden ze vezelig en taai (het helpt dan wel wat om in de keuken eerst de buitenste bladeren te verwijderen).

Het blad kan altijd (met mate) geplukt worden, zo lang er maar voldoende blad aan de plant blijft om voor groei/opname voedingsstoffen te zorgen. Het blad heeft dezelfde frisse anijssmaak als de bol, en is lekker als kruid, bij vis, etc..

Na de oogst kun je de bol (het blad eraf gesneden) nog wel een week of 2 op een koele plaats bewaren (in de schuur bijvoorbeeld).

Kopje thee van venkel en citroenmunt
Lekker als thee; het blad van knolvenkel samen met citroenmunt

 

ZAADTEELT

Knolvenkel is een kruisbestuiver. Van in juni/juli gezaaide planten worden in de herfst de bollen geoogst en gegeten, de wortels rooi je (zoals de wortels van bijvoorbeeld asperges of witlof), en die bewaar je vorstvrij in de winter. Plant ze in april opnieuw uit. De plant zal weer aan de groei komen, een bloeistengel vormen, en zo rond augustus van het tweede jaar rijpen dan de eerste zaden. Oogst de zaden en droog ze. De zaden blijven ongeveer 3 tot 4 jaar kiemkrachtig. Knolvenkel kruist gemakkelijk met de vaste plant Venkel (Foeniculum vulgare) die je vooral voor het blad (en de gele bloemschermen en zaden daarna) teelt.

Alles bij elkaar opgeteld (ruim anderhalf jaar moeten wachten, grote kans op kruisen plus het feit dat knolvenkelzaden in de handel niet duur zijn) heeft er voor gezorgd dat ik zelf nog nooit zaden van haar heb geoogst, maar gewoon eens per 3 jaar verse zaden koop.

 


Venkelsalade met appel en walnoten