Oerprei

Oerprei is officieel geen prei, maar ze is natuurlijk wel sterk verwant aan prei, en trouwens ook aan ui, sjalot, bieslook, knoflook, etc.. De Latijnse naam is Allium ampeloprasum var. holmense, in Nederland en België wordt ze naast oerprei ook wel parellook genoemd, in het Engels perennial leek.

Oerprei smaakt ook naar prei, maar dan wat verfijnder, ik vind het zelf qua smaak een soort kruising tussen prei, lenteui en zilverui met een vleugje knoflook. Je kunt de hele plant eten, het groene loof, het witte gedeelte eronder, en het bolletje onderaan. In verschillende periodes van het jaar oogst je verschillende onderdelen van de planten.

TEELTWIJZEN

Oerprei is dus een bolgewasje, zoals een ui of zilverui. Met de eigenschap dat de kleine bollen in hetzelfde jaar al nakomelingen maken in de vorm van kleine bolletjes die vast zitten aan de moederbol (zie foto bovenaan deze pagina). En zo leeft ze voort, uiteindelijk kan 1 bolletje vele kinderen, kleinkinderen, etc. maken en in een paar jaar een vak vol met oerprei maken.

Als je de grotere bolletjes/uitjes wilt zul je elk jaar de bolletjes moeten rooien, mee naar huis nemen wat je wilt eten en een deel ervan weer uitplanten voor nieuwe oogst. Zo hebben de nieuwe bollen weer voldoende ruimte om genoeg bolletjes van een redelijk formaat te maken. Het beste moment voor het rooien en herplanten van bolletjes is in de nazomer of herfst. In de zomer (rond juli) sterven de planten bovengronds af, een beetje net als een sjalot of ui, het blad verdort en verdroogt en valt om. Je rooit dan de bolletjes (uitjes), je herplant een aantal mooie, gezonde, grote bolletjes, op een afstand van zo’n 10 tot 15 centimeter (breedwerpig of in een rij). De rest neem je mee naar huis voor in de keuken. Binnen een week of 2 tot 3 lopen de uitgeplante bolletjes al weer uit.

Wil je vooral het groen oogsten (als bieslook/prei/stengelui); dan plant je juist meer en kleinere bolletjes en geef ze wat extra stikstofrijke voeding. Je kunt zelfs besluiten helemaal niets opnieuw te planten maar alles gewoon te laten staan, je krijgt dan vanzelf een steeds groter wordende kluwen van kleine bolletjes die bieslook/lenteuiachtige stengels maken.

Door de manier van groeien is oerprei ook erg leuk in pot; de bolletjes nemen weinig plaats in in een grotere pot of kuip, en ook nu kun je er jaarrond van oogsten. In de zomer, wanneer het blad is afgestorven, kiep je de pot leeg, verzamel je de oogst om te eten en plant een deel van de bolletjes weer terug uit in de pot met verse potgrond (of gebruikte grond maar dan geef je uiteraard wel wat voeding).

Op de foto oerprei (voor de oogst van het groene bovengrondse deel) in januari 2017

BODEM / BEMESTING / STANDPLAATS

Oerprei groeit graag in humeuze losse grond die middelmatig bemest is. Wil je vooral uitjes oogsten, plant dan vooral de wat grotere bolletjes en geef ze wat extra kali (voor de ontwikkeling van de bol). Wil je vooral  prei/bieslook oogsten, dan kun je wat kleinere bolletjes planten en dan geef je een wat meer stikstofrijke meststof (voor de ontwikkeling van blad).

Oerprei staat graag in de zon, maar in halfschaduw mag ook. Ze staat hier al enige jaren in een verhoogde bak en daarin doet ze het hier prima, beter dan toen ik haar nog in de volle grond had staan (die hier heel kleiachtig is en zeker in de wintermaanden nog wel eens kletsnat kan zijn en dan dichtslaat).

Wij geven zelf wat algemene voeding in het voorjaar, zoals Culterra groen of een ander N-P-K-mengsel met gemiddelde waarde (als je geen bezwaar hebt tegen minerale voeding kun je bijvoorbeeld wat 12-10-18 gebruiken). We geven zelf vaak rond april nog een klein beetje patentkali, voor de ontwikkeling van de bolletjes.

Omdat oerprei meerdere jaren op hetzelfde stukje grond kan staan heb je misschien wat minder omkijken naar een vruchtwisseling, maar mocht je juist de oerprei-bolletjes eens in een ander vak willen plaatsen, bedenk dan dat ze familie is van prei, maar ook van ui,  sjalot, knoflook, sjalot en dus in de vruchtwisseling bij die planten past.

Hoort ze bij de bladgewassen of bij de wortelgewassen? Geen idee 🙂 . Als ik er logisch over nadenk oogsten wij zelf graag wat van de lenteui/bieslookachtige stengels in de koude maanden, maar het meest blij zijn we met de uitjes die we in de zomer oogsten. En dus geven we om die reden wat extra kali, en dus zouden we haar in de vruchtwisseling mee kunnen nemen als wortelgewas. Maar zoals al eerder gezegd, ze heeft hier een eigen verhoogde bak waar ze al jaren in terug wordt geplant.

En dat gaat al jaren goed. Maar we weten ook dat als de tijd komt dat ze last krijgt van aantastingen door bijvoorbeeld de preivlieg (hoewel die kans vrij klein is want ze groeit als er nog geen preivlieg is en als de preivlieg komt is ze bovengronds al grotendeels afgestorven), we een ander plekje voor haar moeten maken. En dan zou ik zelf kiezen voor een vak waar in de afgelopen 4 jaar geen planten van de Allium (look)familie hebben gestaan, en juist een plekje kiezen waar in dat jaar worteltjes en winterpeen in de buurt staan (omdat de preivlieg/uienvlieg en de wortelvlieg elkaar belagen, en bovendien houden ze van dezelfde bemesting (wat extra kali) en losse grond. Je kunt oerprei trouwens in groepjes planten en zo een vak vol maken, maar er zijn ook mensen die haar in rijen telen, wat je zelf handiger vindt.

Oerprei in oktober, na het afsterven van het blad in juni/juli nu al weer volop stengeltjes als in prei/stengelui om te oogsten.

ZAAIEN / PLANTEN

Ik heb zelf oerprei wel eens zien bloeien maar daar kwamen toen geen zaden uit. Technisch gezien zou dat wel moeten kunnen, als je googelt op de Latijnse naam Allium ameloprasum + seeds of zaden, dan vind je een aantal aanbieders. Ook de broedbolletjes kun je tegenwoordig wat makkelijker vinden (ik zag haar bijvoorbeeld bij De Nieuwe Tuin en Tessgruun). De Latijnse naam is trouwens erg verwarrend, er bestaan enorm veel Allium species (denk alleen al aan alle sieruien), op de website van De Nieuwe Tuin zie ik haar als Allium porrum staan, als ik zoek op de Engelse term vind ik bijvoorbeeld ook Egyptische ui, “Babington leek”, en nog meer. Verwarrend, let vooral op de beschrijving en de foto’s bij de namen of vraag er naar voor je bolletjes of zaden bestelt.

De makkelijkste (en snelste) manier om oerprei te vermeerderen is het planten van (broed)bolletjes. Bedenk dat je met zaaien het eerste jaar vooral bezig bent om vanuit de zaden de eerste bolletjes op te kweken. Pas vanaf het 2e jaar kun je dan voorzichtig wat oogsten en rekenen op wat grotere uitjes en de bijbehorende ‘baby’s’.

Oerprei is wel oersterk, ik kreeg in september 2012 een bosje bolletjes met wat groen eraan, de bolletjes niet veel groter dan 0,5 tot 1 centimeter, en het loof niet veel groter of dikker dan een wattenstokje. Direct uitgeplant en in november zag dat er al zo uit:

Zelfs in de koele en koude maanden groeit ze dus gewoon door. Ze is prima winterhard. Alleen tijdens een vorstperiode kan ze wel eens wat slapjes worden en het blad wat dor worden (maar als je wat oogst en je verwijdert het buitenste blaadje dan is ze daaronder nog prima van kleur en smaak).

Als je bolletjes hebt gekocht of gekregen plant ze dan bij voorkeur in het najaar (augustus-oktober), op een afstand van minimaal 10 maar liever nog 15 centimeter van elkaar, en een centimeter of 4 tot 5 diep. Je zult zien dat de eerste groene sprietjes binnen een week of 2 tot 3 al bovenkomen, afhankelijk van omstandigheden als vocht en temperatuur.

Als je haar zaait, dan denk ik dat in het vroege voorjaar zaaien de beste periode is (ze heeft dan een heel voorjaar, zomer en herfst om te kiemen, te groeien en bolletjes te maken die sterk genoeg zijn om de eerste winter te overleven). Bedenk dat alle leden van de Allium-familie min of meer koudekiemers zijn; soms kiemen de zaden prima bij kamertemperatuur maar als dat niet binnen 3 weken het geval is, zet de zaaisels dan een paar weken buiten, een maand kou, zelfs vorst en sneeuw, deert ze niet, en kan helpen de kieming op een warmere plaats daarna alsnog op gang te brengen. Alliumzaden hebben geen lang kiemvermogen, 1 tot 2 jaar na de oogst van de zaden loopt het kiemvermogen sterk terug. Dus koop verse zaden en zaai ze binnen een jaar voor het beste resultaat.

TEELTZORGEN

Naast de algemene teeltzorgen als wieden en water geven bij droogte zijn er weinig teeltzorgen. Ze is niet erg gevoelig voor ziekten, al zie je in de zomermaanden wel eens roest op het blad (maar dat tast wel het blad aan maar niet de bolletjes/uitjes onder de grond).

Mochten de planten doorschieten verwijder dan de bloeistengel in een vroeg stadium (want anders kost het de planten veel energie, en dat gaat ten koste van de opbrengst). Grotere bolletjes hebben meer kans op doorschieten dan kleine bolletjes.

OOGST

Een bosje oogst, foto van 17-01-17. Zowel het groene bovengrondse deel als de witte schacht zijn erg lekker. Op dit moment bevatten de bolletjes onderaan zoveel kleine worteltjes dat we die op dit moment eraf snijden en dus niet opeten. Als we ze niet weggooien planten we ze gewoon terug, ze lopen geheid in het vroege voorjaar weer uit. Als recycleprei 🙂 . Ik zag ook eens ergens de naam ‘snijprei’, er zijn ook mensen die alleen het groene gedeelte boven de grond afknippen, en ook dat groeit dan gewoon weer aan (mits je dat niet zo vaak doet dat de bolletjes geen voeding meer in zich hebben, ze lopen na te vaak snijden met steeds dunnere sprieten weer uit).

Je kunt dus oogsten wat je wilt, elke periode in het jaar heeft z’n eigen oogst (van uitjes, preitjes, bieslook, uitgegraven, afgesneden, terug geplant, etc.).

Vanaf ongeveer april oogst ik niets meer (en geef dus nog een kleine gift kali) en wacht dan tot de planten bovengronds zijn afgestorven (ergens in juni/juli). En dan oogst ik de bolletjes, koel blijven ze zeker nog wel een week of 3 tot 4 goed, maar ook leuk om ze bijvoorbeeld in te maken (als zilveruitjes). Je kunt de bolletjes ook in reepjes snijden en invriezen zoals prei.

En ik kies gelijk weer mooie bolletjes uit om weer uit te planten.  Ook vergeten bolletjes in de grond lopen vanaf augustus/september gewoon weer uit.