Sjalot

 

Sjalotten zijn overduidelijk familie van de uien. Het grote verschil is dat 1 klein 1 plantuitje 1 grote ui wordt, en dat 1 normaal formaat sjalot gemiddeld zo’n 8 nieuwe sjalotjes oplevert.

Je kunt dat al zien wanneer de sjalot uitloopt, in plaats van 1 dubbel spriet maakt een sjalot al meerdere bladeren bij het uitlopen. Je kunt vaak ook gelijk al de verdikkingen in de bol al zien, dat wat de nieuwe sjalotten gaan worden.

 

Sjalotten hebben een wat verfijndere smaak dan uien (rauw is ze wat scherper dan een ui, gebakken/gestoofd juist wat zoeter). Zelf gebruik ik sjalotten natuurlijk in recepten waarin dat vermeld staat, maar ook wanneer een ui te groot is voor een gerecht (zoals in de sla).

De Latijnse naam voor sjalot is Allium ascalonicum.

 

TEELTWIJZEN

Sjalotten vermeerder je in principe vegetatief (dus zonder zaden, je plant een sjalot en dat worden nieuwe sjalotten. De meeste uiachtigen in de moestuin hebben die eigenschap: 1 knoflookteen wordt 1 knoflookbol, 1 plantui dus 1 ui, 1 sjalot een klister nieuwe sjalotten. Alleen prei en stengelui vermeerder je niet op die manier, zij behoren wel tot de groep uiachtigen (de plant is ook een Allium en de groep heet dan Alliacaea) maar stengelui en prei maken geen bol en vermeerder je via zaden.

En bestaan 2 soorten sjalotten:

  • roodbruine sjalotten: deze plant je in februari en de oogst valt dan in juli. Roodbruine sjalotten geven wat minder/kleinere sjalotjes met een extra zoete/sterke smaak. Ze schieten niet zo snel door
  • gele sjalotten: deze plant je wat later in het voorjaar, rond maart/april. De oogst valt dan ook wat later (rond augustus). De opbrengst is wat groter (in formaat en aantal) en de smaak is wat milder. De kans op doorschieten is wat groter.

Zelf planten we graag van beide soorten een rijtje, leuk om het verschil te zien en ervaren in grootte, oogsttijd, smaak, etc., en ook handig. We hebben wel eens een slechte oogst rode sjalotjes gehad (met een soort schimmel die de sjalotten al binnen 2 maanden na de oogst zacht maakte. Maar de gele sjalotjes hadden daar geen last van en hebben we nog tot in het voorjaar kunnen gebruiken. Daarnaast kun je bij de teelt van 2 soorten sjalotten dus wat vroeger (roodbruine) en ook wat later (gele sjalotten) oogsten. Maar als we maar 1 soort zouden mogen kiezen, dan zouden het de roodbruine sjalotten worden (door de wat sterkere en zoetere smaak – eigenlijk een beetje vergelijkbaar met het verschil tussen gele uien en rode uien).

Je vermeerdert sjalotten dus in principe vegetatief, maar je kunt sjalotten wel degelijk ook zaaien. Dit is veel minder bekend, en het is een langdurige kwestie want je zult vanuit een zaadje dus eerst een plantsjalot moeten maken, en dat kost een stap meer (en dus een jaar extra). In het eerste jaar zaai je de sjalottenzaden in het vroege voorjaar. In de nazomer oogst je dan kleine plantsjalotjes. Na een vorstvrije overwintering plant je dan de sjalot rond februari/maart weer uit en kun je in de zomer/nazomer voor het eerst oogsten. In vergelijking met het vegetatief vermeerderen kost dit dus extra tijd, extra ruimte en extra werk. En dat loont alleen als het bijvoorbeeld om een nieuw/bijzonder ras gaat waar geen plantsjalotten van te koop zijn.

Ik heb het zelf jaren geleden één keer geprobeerd, met het ras Vigarmor, een banaansjalot. Het zaaien ging prima, en de oogst van de kleine plantsjalotjes was best goed. Helaas viel het jaar erop de oogst van sjalotten tegen, en dat was dan wel een tegenvaller; na 2 jaar zaaien, planten, wieden, water geven, rooien, overwinteren, weer uitplanten en verzorgen was de oogst nog geen 2 kilo sjalotten., Dat was de eerste en gelijk de laatste keer dat ik sjalotten zaaide 🙂 .

 

BODEM / BEMESTING

Sjalotten doen het op alle grondsoorten goed, mits de grond goed luchtig is en niet te zwaar/te nat is. Zelf werken we in de winter compost/oude stalmest door onze kleigrond  voor een goede structuur. En een week of 2 tot 3 voor het planten geven we het vak waar de sjalotten komen een gemiddelde gift algemene organische moestuintuinvoeding. Let even bij de NPK-vermelding op de verpakking wat de hoeveelheid stikstof en kali is; teveel stikstof geeft veel blad en weinig sjalot, je wilt vooral gedrongen, gezonde planten die goede sjalotten geven en daarvoor is niet teveel stikstof maar juist wel wat extra kali nodig. En dat is fijn voor het hele vak want naast de sjalotten zaai je vaak andere wortelgewassen als worteltjes, winterpeen, kroten, uien (die ook allemaal wat extra kali willen).

 

SOORTEN / RASSEN

Bij de gele sjalotten is de Noord-Hollandse strogele nog steeds het meest bekende ras, met een goede opbrengst. Een verbeterde selectie hiervan (hogere opbrengst, langer houdbaar) is de Golden Gourmet.

Roodbruine sjalotten: hiervan zijn meer rassen te vinden, zoals Santé (goed bewaarbaar, iets gevoelig voor schieten) en de bekendste: Red Sun (zeer goed bewaarbaar, goede opbrengst, beter bestand tegen doorschieten).

Helaas zijn in Nederland banaanvormige plantsjalotten nog erg lastig te vinden. En dat terwijl ik ze zo handig vind (om te snijden). Buiten Nederland kun je makkelijker andersoortige plantsjalotten vinden, en dat zijn dan rassen als Ambition, Pesandor, Longor, Figaro, Vigarmor, etc.. Als je wilt zoeken naar andere rassen dan die in Nederland verkrijgbaar zijn; de sjalot heet in het Engels shallot en in het Frans échalote.

En je kunt vervolgens natuurlijk zelf na het eerste oogstjaar je sjalotten vermeerderen: elk jaar leg ik na de oogst al gelijk een stuk of 25 mooie, grote, gezonde sjalotten apart, voor opnieuw planten in februari. De sjalotten (trouwens ook die we op gaan eten) blijven na goed rijpen en drogen in een koele schuur maanden goed. We eten onze eigen sjalotten tot ver in het voorjaar, dus op een maand of 2 tot 3 na jaarrond.

 

PLANTEN / TEELTZORGEN

Zaaien

De zaaisjalot is zoals gezegd vooral voor als je eens een nieuw ras wilt proberen. Zaai in maart buiten voor in rijtjes die je later uitdunt. Je kunt de sjalotten ook voorzaaien; koel en licht (in kas of platte bak) in een grote pot war je breedwerpig de zaden in strooit en de zaaisels bedekt met een dun laagje grond. Gebruik potgrond die je luchtiger maakt door er wat grof brekerzand door te mengen. De zaden kiemen na een week of 3 (afhankelijk van de grondtemperatuur). De zaailingen kun je als ze groot genoeg zijn voorzichtig met worteltje uit de potgrond halen en op de juiste plaats buiten uitplanten.

Planten

In 1 pond plantsjalotten zitten ongeveer 25 tot 30 stuks, afhankelijk van de grootte. Het werkt een beetje hetzelfde als bij aardappelen:

  • hoe kleiner de plantsjalot des te minder sjalotten brengt ze op die echter wel groot zullen zijn
  • hoe groter de plantsjalot des te meer sjalotten brengt ze op die echter wel kleiner zullen zijn.

Op de foto bovenaan de pagina kun je zien hoe een sjalot meerdere bladeren krijgt en zich in meerdere segmenten lijkt op te splitsen. Op de foto daaronder kun al goed zien hoe 1 plantsjalot is opengebarsten en dat er in dat geval 7 sjalotten uit komen groeien. En op de foto rechts zie je dan de sjalotten vlak voor ze oogstrijp zijn. Ze duwen elkaar een beetje opzij door het groeien, het blad wordt al bruin en gaat omvallen. In dit geval zie je 6 sjalotten van een mooi formaat (soms tref je ook planten met bijvoorbeeld 3 grote en 5 kleine sjalotjes of andere samenstellingen en groottes).

Je plant sjalotten door ze zover in de grond te drukken dat je nog net het puntje boven de grond ziet. Voor alle duidelijkheid: het puntje is de bovenkant, de platte kant (vaak zie je er nog wat verdroogde worteltjes aan) is de onderkant.

Geef uiteraard water bij droogte, en houd het onkruid rond de planten beperkt zodat de sjalotten ruimte en voeding krijgen om te groeien.

 

ZAAI- / PLANTTABEL EN PLANTAFSTAND:

Sjalot tabel

 

OOGST / BEWAREN

Als je wilt kun je gewoon een paar sjalotten oogsten wanneer je ze wilt eten, je ziet vanzelf welke sjalotten groot genoeg zijn om te oogsten want ze liggen voor ongeveer 1/3 deel boven de grond. Je kunt dan ook het loof eten, is ook erg lekker, beetje bieslookachtig van smaak maar dan pittiger van smaak en steviger van structuur.

 

De ‘grote oogst’ van de sjalotten die je dus ook wilt bewaren komt later. Als het loof voor een deel is verdord en op de grond gaat liggen zie je de sjalotten ‘bloot’ en bijna naast elkaar uitgespreid liggen (zie de foto hierboven). Dan kun je de sjalotten gemakkelijk oogsten door ze gewoon op te rapen, soms zitten ze nog met wat kleine worteltjes vast in de grond maar dat trek je heel gemakkelijk los.

Probeer de sjalotten met zoveel mogelijk loof te oogsten want je kunt de sjalotten dan aan dat loof bij elkaar binden. Je droogt de bosjes sjalotten het best op een droge en luchtige plaats. Zo zorg je ervoor dat de sjalotten goed bewaarbaar blijven. De bovenkant van de sjalot, waar het blad zit, is bij de oogst vaak nog niet droog genoeg voor bewaring. En de sjalot is op die plek het zwakst, als die ‘nek’ niet goed droog is wanneer je de sjalotten in een emmer of kistje opbergt kan ze in die ‘nek’ gaan rotten/schimmelen en dat kan de rest van de sjalotten vervolgens aansteken. Liever 1 week te lang laten drogen dan 1 dag tekort!!

 

Op de foto zie je onze knofloken en sjalotten die onder een afdakje aan een draad hangen te drogen. Na een week of 3 (maar heel veel hangt af van de rijpheid van de sjalotten en de weersomstandigheden) kunnen we de sjalotten zo van het verdorde en bijna papierachtige loof trekken.

Er zijn trouwens ook mensen die de bosjes sjalotten niet ophangen maar de sjalotten gewoon liggend uitspreiden op een droge ondergrond of rooster en zo laten drogen. Dat gaat ook prima, je bent alleen wel iets afhankelijker van het weer (de sjalotten drogen niet goed bij te vaak / te veel regen en kunnen dan zelfs weer opnieuw gaan uitlopen).

 

VERMEERDEREN

Kies de mooiste, gezondste, grootste  sjalotten direct na de oogst uit om het jaar erop weer uit te planten. Gebruik uiteraard geen sjalotten die aangetast zijn door bijvoorbeeld ziekten of schimmels. Zo kun je een aantal jaren achter elkaar je eigen sjalotten weer gebruiken voor de nieuwe teelt in het volgende jaar.