Stengelui

Stengelui in grond

De stengelui wordt ook wel “lente-ui” genoemd en is onder die naam veel bekender in de keuken. Ze behoort wel tot de Alliums (ui-achtigen) maar niet helemaal tot de ui (Allium cepa), de stengelui behoort tot de Allium fistulosum. Vandaar dan ook een eigen pagina.

Bovendien zijn de teeltzorgen, het zaaien, bemesting, etc. iets afwijkend, zie hieronder.

Wij vinden stengeluitjes erg lekker; vaak is een ui te groot voor sommige gerechten; dan gebruiken we een sjalotje of een stengeluitje. Een stengeluitje heeft ook een wat zachtere smaak, alsof ze tussen ui en prei in zit. Ook erg lekker als eetbare garnering, ringetjes op een broodje Filet Americain, in soepen en sauzen, maar overbekend in roerbakschotels en noem maar op (hier gaat ze ook geweoon ‘de sla in’)…..er zijn enorm veel mogelijkheden.

Teeltwijzen en zaaien

Stengeluien zijn zeer winterhard. Daarom kun je ze in het najaar zaaien, de hele winter blijven het dan kleine zaailingen (bij strenge vorst kun je ze beschermen met wat vliesdoek). In het voorjaar lopen ze dan extra vroeg verder uit en de oogst valt dan zelfs nog in de lente.

Zelf zaaien we echter liever stengelui in het voorjaar. We zaaien ze wel eens rond maart, ter plaatse, in een rijtje, maar ook nog wel eens later (in april of begin mei nog), voor oogst tot in de late herfst. Probeer bij ter plaatse in een rijtje zaaien niet te dik te zaaien want de stengeluitjes blijven dan erg dun. Aan de andere kant: dan is er dan ook niets aan de hand, oogst de buitenste lenteuitjes als je er trek in hebt, dan krijgen de andere stengeluitjes vanzelf meer ruimte om nog wat te groeien.

Maar vaak zaai ik ook wat lenteuitjes voor, in een tray of zaaibak, rond eind januari al, of begin februari, in de kas. In maart plant ik die zaailingen dan uit. En als ik dan niet genoeg tijd heb en de lenteuitje-zaailingen al wat dikker zijn in april, plant ik ze ook wel eens uit zoals een prei; ik maak een gaatje zoals je dat ook doet wanneer je prei poot (maar dan minder diep en breed natuurlijk!). De lente-uizaailing gaat in zo’n gaatje en je houdt dan wat meer afstand. het resultaat zijn dikkere en langere lenteuien.

Op welke manier dan ook gezaaid/geteeld, je kunt vaak in juni/juli al stengeluitjes oogsten, maar je kunt de uitjes ook heel makkelijk laten staan en later oogsten, zo kun je in principe tot wel 2 of 3 maanden lang gewoon een uitje oogsten wanneer je het nodig hebt (handig ook omdat stengeluien niet lang bewaren).

Wat je zelf de prettigste manier vind zul je dus zelf een beetje uit moeten vinden (of doe net als ik en zaai zowel vroeg voor, en zaai ook nog een rijtje in het voorjaar ter plaatse, en plant er wat uit, je kunt zowiezo nooit genoeg lente-uitjes hebben, omdat ze zo lekker is en in zoveel gerechten past).

Bodem en bemesting

Stengeluitjes groeien hier prima op de vette klei maar schijnen ook op zandgrond goed te groeien. Ze hebben het liefst een humusrijke bodem omdat ze vrij diep wortelen. Wij spitten wat oude stalmest met stro onder in de winter om zo de structuur wat te verbeteren. Verder geven we ze eigenlijk niet zoveel mest; afhankelijk van de teelt het jaar ervoor – na kool bijvoorbeeld is de grond wel arm aan voedingsstoffen – geven we we wat koemestkorrels.

Stengelui hoort op het landje van de wortelgewassen en daarom krijgt ze ook wel wat patentkali (simpelweg omdat de krootjes, uien en sjalotten op dat landje dat ook krijgen), ze lijkt dat in ieder geval niet erg te vinden. Echt nodig zal ze het niet hebben want net als bij prei maakt de stengeui geen bolletje of knolletje. Om die reden zou ze eventueel ook op het perceel van de prei passen, al wordt die eigenlijk net iets te zwaar bemest dan de stengelui lief is (ik heb het bij gebrek aan ruimte wel gedaan hoor, maar de stengeluien groeien dan prima maar zijn niet zo stevig, de stengels zijn een beetje slap, wellicht te snel teveel stikstof gekregen – niets mis met de smaak overigens, maar iets minder knapperig).

Waar je haar ook zet, hou er rekening mee dat ze dus familie is van de ui, maar ook van prei (en sjalot, knoflook en alle andere ui-achtigen zie ook hieronder).

Standplaats en rassen

De vruchtwisseling bij de uienfamilie (Alliums) is 1 op 5 of 6 jaar, om aantasting door aaltjes en schimmels te voorkomen. Bedenk daarbij dat tot de uienfamilie ook de sjalot, knoflook, ui en ook de prei hoort (prei behoort dus niet tot de wortelgewassen maar tot de bladgewassen, dat maakt het dan wel wat ingewikkeld). Uien in het algemeen, en ook stengelui staat graag op een zonnig plekje.

Het aantal rassen is vrij beperkt, eigenlijk is de Ishikura wel de belangrijkste en meest voorkomende (en ook prima van kwaliteit), daarnaast zijn er nog wat rassen als Kincho, Performer, etc. Uiteindelijk is het bij je keuze (eventueel) belangrijk om te letten op de term “maakt een lange witte schacht”. Een ui blijft tenslotte een ui, op een gegeven moment wil ook de stengelui reservevoedsel op gaan slaan en een verdikking gaan maken. Maar eigenlijk wil je een lang, recht, stengeluitje dat lekker veel van het malse, zachtpittige wit in de plant heeft, net zoals bij prei is het witte gedeelte bijna het lekkerste gedeelte van de plant (hoewel het groen erg lekker is in de soep). Wij vinden Ishikura in ieder geval een prima stengeluitje.

Zaaitabel, planten en oogsten:

Stengelui tabel

Teeltzorgen

Regelmatig wieden maar doe dat wel voorzichtig; zodat je de worteltjes van de stengui niet beschadigt. Ze heeft niet heel water nodig maar vergeet ook niet te gieten bij droogte. Verder zijn er eigenlijk weinig bijzonderheden.

???????????????????????????????

Oogst en bewaren

Oogst stengeluitjes wanneer je ze wilt eten; vers is ze het lekkerst, ook het loof is dan eetbaar. Je kunt haar ook nog wel een paar dagen bewaren maar ze wordt dan snel slap en dat gaat uiteraard ten koste van de eetkwaliteit. Je kunt stengeluitjes niet “bewaren” zoals uien.

Zaadteelt

Hoewel stengelui tot een andere species behoort dan de ui, bosui en sjalot, kan ze wel met haar kruisen! Let dus op dat je niet ook nog ui of sjalot voor zaadteelt gebruikt naar de stengelui.

Het is lastig om te bedenken wanneer je zaden kunt oogsten: ze schiet door na een koudeperiode; dat kan dus na een warme zomer en een koud najaar zijn, maar het kan ook na de winter zijn. Om die reden worden er door “amateurs” niet vaak zaden zelf geoogst (ook omdat een zakje zaden nog geen euro kost :-)).

Als het je lukt om zaden te oogsten (na de bloei wachten tot de zaden zwart kleuren, dan oogsten en drogen), zijn de zaden slechts 1 of 2 jaar kiemkrachtig.

 


Recepten met stengelui: