Stengelui

Stengelui in grond

Stengelui wordt ook wel lenteui genoemd, ze is onder die naam minstens zo bekend in de keuken. Ze behoort wel tot de Alliums (ui-achtigen zoals prei, sjalot, knoflook), maar ze behoort niet tot de enige echte ui (Allium cepa). De Latijnse naam voor stengelui is Allium fistulosum, en ze heeft een eigen vorm, grootte, zaai- en oogsttijd, vandaar dan dus ook een eigen pagina.

Mocht je eens op zoek gaan naar bijvoorbeeld zaden of informatie op internet: in het Engels heet de stengelui of lenteui juist geen spring onion want dat is de naam voor een bosuitje. In het Engels heet de stengelui/lenteui Scallion of Bunching Onion of ook wel Green Onion.

Wij vinden stengeluitjes erg lekker en handig; soms is een gewone ui te groot in een gerecht en dan gebruiken we graag een sjalotje of een stengeluitje. Een stengelui heeft een wat zachtere smaak, alsof ze tussen een ui en prei in zit. Om die reden is ze ook erg lekker rauw; op een broodje filet Americain, in soepen en sauzen, maar overbekend in roerbakschotels en noem maar op (en hier gaat ze dus ook gewoon ‘de sla in’).

 

TEELTWIJZEN EN ZAAIEN

Stengeluitjes zijn  winterhard. Daarom kun je ze ook in het najaar nog zaaien; de kleine zaailingen blijven dan de hele winter in rust in de tuin staan (bij strenge vorst kun je ze beschermen met wat vliesdoek). In het vroege voorjaar komen de jonge stengeluitjes dan alweer aan de groei, de oogst valt dan zelfs nog in de lente.

 

Maar in het voorjaar zaaien is de bekendste en meest voorkomende teelt. En dat kan de hele lente. Zelf zaaien we graag in maart een rijtje, voor oogst in de zomermaanden. Maar we zaaien daarna in mei ook vaak nog een rijtje, voor de oogst tot in de late herfst.

Je kunt stengelui voorzaaien, maar dat is wel een gedoe; uiteindelijk moet je dan na het kiemen uitje voor uitje (en dat zijn er voor een rijtje flink meer dan 100) uitplanten. En dat terwijl stengelui prima kiemt als je ze in een rijtje ter plaatse zaait, ook als de grond nog koud is in het voorjaar.

Zaai niet te dik, want hoe dichter de stengeluitjes bij elkaar staan, des te dunner blijven ze. Dun gezaaide stengeluitjes maken mooie en wat dikkere uitjes. Aan de andere kant: als je toch iets te dicht op elkaar hebt gezaaid is er dan ook nog niets aan de hand hoor: je oogst dan gewoon de buitenste stengeluitjes, de andere stengeluitjes krijgen dan vanzelf wat meer ruimte om nog te groeien.

Je kunt vaak in juni/juli al stengeluitjes oogsten, maar je kunt de uitjes ook heel makkelijk laten staan en later oogsten, ze schieten niet snel door en verliezen ook niet veel kwaliteit. Zo kun je in principe tot wel 2 of 3 maanden lang gewoon stengeluitjes uit je rijtje oogsten wanneer je het nodig hebt.

 

BODEM / BEMESTING

Stengeluitjes groeien hier prima op de vette klei maar ook op zandgrond moet de teelt prima gaan. Ze hebben het liefst een luchtige en humusrijke bodem omdat ze vrij diep wortelen. Wij werken om die reden wat rijpe compost onder in de winter. Een week of 2 tot 3 voor het zaaien geven we vervolgens een matige hoeveelheid  organische moestuinvoeding met wat stikstof, fosfor en kali (NPK).

Qua vruchtwisseling hoort stengelui in het vak van de wortelgewassen, daarom krijgt ze ook wel wat patentkali (simpelweg omdat de krootjes, uien en sjalotten in dat vak dat ook krijgen). Echt nodig heeft ze die wat grotere hoeveelheid kali niet, want net als bij prei maakt een stengeui geen bolletje of knolletje maar bestaat ze uit opeengepakte bladeren.

Om die reden zou ze dan eventueel ook in het vak van de prei passen. Maar prei heeft (heel) veel voeding nodig, en dat vak wordt dus eigenlijk te zwaar bemest (met een stikstofrijke voeding) voor stengeluitjes. Ik heb trouwens bij gebrek aan ruimte wel eens  stengelui bij de prei gezet: de stengeluien groeiden prima maar waren niet zo stevig, een beetje slappig en minder knapperig (wellicht dus te snel teveel stikstof gekregen).

Waar je haar ook zet, houd er rekening mee dat ze dus familie is van de ui, maar ook van prei, sjalot, knoflook, bosui,  en alle andere ui-achtigen zoals sieruien, bieslook, knoflookbieslook, etc.. En dat ze dus vaak voor dezelfde ziekten en plagen vatbaar zijn, en dat zijn bijvoorbeeld schimmels zoals sommige soorten Botrytis (zoals koprot), maar ook roest, mineervliegen en noem maar op. Om die reden is het altijd belangrijk om goed te kijken of je oogst gezond is, en bij twijfel afval niet op je composthoop te gooien want schimmels zoals Botrytis overleven de winter gemakkelijk, in plantenresten en ook in de grond. En om die reden is de vruchtwisseling dus ook belangrijk.

 

STANDPLAATS / RASSEN

De vruchtwisseling bij de Allium-familie is 1 op 5 jaar, dat is dus mede om aantasting door aaltjes en schimmels te voorkomen. Bedenk daarbij dat tot de uienfamilie dus ook de sjalot, knoflook, ui en prei hoort (maar prei hoort niet tot de wortelgewassen maar tot de bladgewassen, en dat maakt het in de vruchtwisseling dan wel wat ingewikkeld). Alle uien en dus ook stengelui staan graag op een zonnig plekje.

Het aantal rassen is vrij beperkt, eigenlijk is de Ishikura nog steeds het belangrijkste en meest voorkomende ras (en ook prima van kwaliteit).

Daarnaast zijn er nog wat rassen als Evergreen Long White, Parade, Kincho, Performer, Ciboule, etc. Uiteindelijk is het bij je keuze (eventueel) belangrijk om te letten op de term “maakt een lange witte schacht”. Ook een stengelui wil uiteindelijk reservevoedsel op gaan slaan en iets van een verdikking maken. Maar liever wil je een lang, recht, stengeluitje dat lekker veel van het zachtpittige wit in de plant heeft. Kwekers veredelen stengeluitjes dus op de eigenschap om een lange witte ‘schacht’ te maken, net als bij prei. Wij vinden Ishikura in ieder geval een prima stengeluitje.

 

ZAAITABEL / PLANTAFSTAND / OOGSTEN

Stengelui tabel

 

TEELTZORGEN

Het is van belang om regelmatig te wieden maar doe dat wel voorzichtig; zodat je de worteltjes van de stengelui niet beschadigt. Ze heeft niet heel water nodig maar uiteraard moet je wel water geven bij droogte. Verder zijn er eigenlijk weinig bijzonderheden.

???????????????????????????????

 

OOGST / BEWAREN

Oogst stengeluitjes wanneer je ze wilt eten; vers is ze het lekkerst, ook het (groene) loof is dan eetbaar. Je kunt haar ook nog wel een paar dagen koel en donker bewaren maar uiteindelijk wordt ze dan toch vrij snel slap en verliest ze haar knapperigheid. Je kunt stengeluitjes niet “bewaren” zoals uien, simpelweg omdat ze geen bol heeft waar ze haar voeding in op kan slaan.

 

ZAADTEELT

Hoewel stengelui tot een andere soort behoort dan de ui, bosui en sjalot, kan ze wel met al die andere ui-achtigen kruisen. Let dus op dat je niet in de buurt ook nog ui of sjalot door laat schieten.

Het is lastig om te bedenken wanneer je zaden kunt oogsten: ze schiet door na een koude periode; dat kan dus na een warme zomer en een koud najaar zijn, maar het kan ook na de winter zijn. Het duurt lang voor de bloeistengel zich ontwikkelt en de zaden rijpen. Om die redenen worden er door hobbyisten niet vaak zaden zelf geoogst (ook omdat een zakje zaden amper een euro kost en daar wel meer dan 200 stengeluitjes uit geoogst kunnen worden 🙂 ).

Als het je lukt om zaden te oogsten (na de bloei wachten tot de zaden zwart kleuren en droog uit hun hoesjes vallen, dan oogsten en drogen), dan zijn de zaden slechts 1 of 2 jaar kiemkrachtig (dat geldt trouwens ook voor gekochte zaden).

 


Recepten met stengelui: