Witlof

Witlof is een teelt die nogal uitgebreid is, omdat je eerst wortels gaat kweken, en pas later de witlof zelf gaat kweken (dat telen van de witlofjes zelf in het najaar heet ook wel ‘trekken’). We hebben het zelf jarenlang gedaan, en het is ook erg leuk om eens te proberen. Tegenwoordig is witlof echter zo goedkoop in de winkel (en onze tuin nog steeds altijd te klein), al een paar jaar hebben we zelf geen witlof meer geteeld. Alleen het schrijven van dit hoofdstuk doet me al besluiten om volgend jaar toch zelf weer eens aan de slag te gaan met witlof ūüôā

Witlof is een gesloten kropje bladeren, doordat ze in het donker wordt gekweekt is ze wit (als er licht bij komt wordt witlof groen). Witlof is lichtbitter, je kunt haar rauw in salades eten, of gekookt. Erg bekend is ook de ovenschotel waarin kort gekookte witlofkropjes in ham wordt gewikkeld en met kaas wordt bedekt.

Teeltwijzen

De teelt is in 2 delen verdeeld; In de eerste fase worden de lange dunne vlezige wortels gevormd. De tweede fase is het ‚Äútrekken‚ÄĚ; de wortels worden opnieuw geplant, maar dan heel dicht bij elkaar en bedekt met een laagje grond of zand (of een mengsel).

Er zijn de laatste jaren vari√ęteiten ontwikkeld die een witte krop geven zonder dekgrond, deze witlof wordt vooral binnenshuis, of in schuren en garages geteeld.

Indeling in mogelijkheden:

Koude trek in volle grond, met dekgrond

Hierbij gebruik je geen enkel hulpmiddel. In mei zaai je ter plaatse, en in oktober/november rooi je de wortels en kuil je ze in. De oogst valt dan in april/mei, afhankelijk van het weer. Je kunt de oogst iets vervroegen door de kuil af te dekken met een laagje plastic. De kwaliteit van het uiterlijk van de kroppen is niet zo mooi, maar de smaak is zeker zo goed en minder bitter.

Trek onder koud glas, met dekgrond

Hier zaai je ook in mei, en ook het rooien van de wortels gebeurt in oktober/november. Het verschil zit in het inkuilen: dat gebeurt nu in de kas of in een platte bak. Daardoor valt de oogst veel vroeger, vanaf ongeveer begin februari.

Warme trek, zonder dekgrond

Hiervoor gebruik je rassen die zonder dekgrond getrokken kunnen worden (staat in goede catalogi altijd vermeld bij het ras). Je hebt er echter wel een donkere ruimte voor nodig. Ook hier blijft het zaaien en rooien hetzelfde als bij de andere 2 bovengenoemde soorten. Het trekken gebeurt echter in diepe bakken op een relatief warme en donkere plaats. Een kelder of garage voldoet prima (wij gebruikten altijd de zolder, in de buurt van de verwarmingsketel). Oogst na 4 – 5 weken, vanaf half november.

Rassen

Er zijn ondertussen een flink aantal rassen verkrijgbaar. Er zijn rassen die enkel geschikt zijn voor trek met dekgrond, rassen die geschikt zijn voor trek zonder dekgrond, en er zijn nog rassen die voor beide geschikt zijn. Tot de laatste behoren de nieuwste generaties F1 hybriden, waarvan steeds meer rassen op de markt komen. Verder is er nog onderscheid in vroege, middelvroege en late rassen. Lees gewoon goed de beschrijving bij de rassen en kies een ras dat het beste bij je manier van telen past en geoogst kan worden in de tijd die je wilt.

Voorbeelden:

  • voor trek met dekgrond:¬†Blinker F1, Hollandse Middelvroege, Mechelse Middelvroege, Tardivo
  • voor trek zonder dekgrond:¬†Zoom F1, Mitiva, Videna, Daliva F1
  • voor zowel de teelt met als zonder dekgrond:¬†Blinker F1, Focus F1, Totem F1

Bodem

Witlof groeit op alle gronden, mits ze een goed structuur en luchtigheid bezitten. Ze maakt een lange wortel en heeft een vochtvasthoudende bodem nodig, maar mag niet kletsnat blijven. Onze vette klei is dus zeker niet ideaal maar door het onderspitten van oude stalmest in de winter, en het onderwerken van compost in het voorjaar kunnen we de structuur wel verbeteren. Op zuurdere gronden is het handig kalk strooien.

Bemesting

Eigenlijk wil je niet dat de plant heel hard groeit; je wilt mooie wortels kweken waar je later dan de kropjes uit gaat ‘trekken’. Daarom geef je geen stikstofrijke mestsoorten (die bevorderen vooral de groei van het blad). Zelf geven we alleen een matige hoeveelheid koemestkorrels en een kleine gift kali.

Standplaats

Witlofwortels horen op het landje van de wortelgewassen, met een vruchtwisseling van 1 op 4 (om schimmelziekten als Sclerotina te voorkomen). Ik heb gelezen dat augurk, andijvie, rode kroot, sla, wortel, pompoen, spinazie, bonen, erwten en knolselderij niet goed zijn als voor- of nateelt. Witlof telen zou wel zeer goed voor of na prei gaan (maar dat is lastig want prei heeft een nogal lange teeltduur). Hier komt ze komend jaar op het landje waar ook sjalotten, uien en knoflook staat (die krijgen ook niet zo veel voeding maar wel een handje kali).

Zaaitabel, planten, oogsten, plantafstand:

Witlof tabel

Zaaien

Bijna alle witlofrassen zaai je ter plaatse, in mei. Maak de grond goed los en ook diep los. We leggen dan de stok van een bezemsteel op de grond en duwen die zachtjes even de grond in. Je hebt nu een mooie geul waar je gelijkmatig en recht in kunt zaaien. Geef het zaaisel zeer regelmatig water, ze mag niet uitdrogen. Ze kiemt snel, binnen 1 tot 3 weken, afhankelijk van temperatuur van lucht maar ook van de bodem. Je kunt witlofwortels eventueel ook voorzaaien; zeker in de kas kiemt ze dan heel snel. Gebruik dan wel vrij grote potjes want de plantjes laten zich slecht verspenen en verplanten.

Verzorging

Zo’n anderhalve tot 2 maanden na het zaaien moet je uitdunnen. Zorg dat de overgebleven plantjes op ongeveer 12-15 centimeter afstand staan. Blijf zorgen voor voldoende vocht, zeker in droge zomermaanden.

Rooien

Om later goede vaste kropjes te kunnen ‘trekken’ moeten de wortels goed volgroeid zijn. Een beetje afhankelijk van de vari√ęteit kun je ergens tussen begin oktober en eind november de wortels rooien. Dat rooien doe je door de spitriek naast de wortels in de grond te steken en dan de wortels zo zonder beschadigingen naar boven te halen.

Leg de wortels vervolgens met blad en al een weekje naast elkaar op de grond; tijdens die week trekken er nog reservestoffen van de bladeren naar de wortels en die voedingsstoffen zijn straks van harte welkom als je de witlof gaat trekken.

Verwijder na die week het blad door het af te snijden, laat wel het hart/groeipunt zitten, zodat de wortel later bij het planten in zand/grond weer uit kan lopen! Dit komt neer op ongeveer 2 centimeter boven de wortel het loof afsnijden. Bij te kort afsnijden wordt er geen krop maar losse blaadjes gevormd. Als je echter te lang afsnijdt krijg je geen mooie vaste kropjes.

De wortels maak je nu schoon: verwijder de dunne zijworteltjes en eventuele modder. En dan kun je gaan inkuilen, maar je kunt de wortels eventueel ook nog wel even bewaren (afhankelijk van wanneer je de oogst wilt). Op een droge plaats bewaren de wortels (maximaal 6 weken) bij een temperatuur van ongeveer 5 graden Celsius prima (wij bewaren ze in de schuur zolang het niet vriest). Laat de wortels niet nat regenen. Uiterlijk 6 weken na het wegleggen moet je ze gaan inkuilen.

Trekken met dekgrond

  • Maak de¬†grond goed los en maak dan een kuil; die moet 20-30 centimeter diep zijn,¬†zodat de wortels aan de bovenkant gelijk komen met het grondoppervlak.
  • Om de¬†grond luchtiger te maken kun je wat compost en grof zand door de grond¬†werken.
  • Op wat¬†zuurdere gronden kun je ook wat kalk door de grond mengen
  • Plaats de¬†wortels lichtjes schuin, dicht tegen elkaar aan, de groeipunten komen ¬†¬†¬†¬† ongeveer 2 centimeter onder het grondoppervlak.
  • Strooi er dan¬†een laagje goed verkruimelde aarde, eventueel vermengd wat wat grof zand,¬†van 2 centimeter bovenop en begiet deze zo dat die grond tussen de wortels¬†spoelt (dit is zeer van belang in verband met de ontwikkeling van de ¬†¬†¬†¬† haarwortels).
  • Dek de¬†wortels dan verder af met een laag aarde, die bij voorkeur licht en arm is¬† (compost of rijke aarde geeft rotte kroppen). Zelf gebruiken we een¬†mengsel van half grond en half brekerzand.
  • Door de¬†dikte van de grondlaag iets te vari√ęren kun je de oogst wat spreiden. Dat¬†is erg handig anders zijn alle witlofjes tegelijk eetbaar (en lang kun je¬†ze dan niet meer laten staan!).
  • Voor zeer¬†vroeg witlof wordt een deklaag van 5 ‚Äď 10 centimeter gebruikt, voor de¬†zeer late witlof zelfs tot 30 centimeter.
  • Als extra¬†isolatie komt er een laag stro, hooi of bladeren bovenop.
  • Tenslotte¬†dek je alles af met bijvoorbeeld een stuk golfplaat of zwart plastic ¬†¬†¬†¬† (zodat de wortels niet al te nat/koud kunnen worden van regen, sneeuw,¬†vorst, etc.).

Inkuilen onder glas gaat op precies dezelfde wijze, alleen de bovenste afdeklaag (het stro en het plastic) worden weggelaten.

Trekken zonder dekgrond

Voor de trek zonder dekgrond zijn er heel veel mogelijkheden; emmers, speciekuipen, kisten, potten, bakken, etc. Zelf gebruikten we er altijd een 100-litervaatje voor. Doe een laag grond in de bak of pot, die grond heb je vermengd met flink wat grof zand. Zet de wortels vervolgens rechtop op de laag zanderige grond, tegen elkaar aan. Doe vervolgens tussen de wortels ook weer een zanderig grondmengsel, giet er wat water bij zodat het grondmengsel goed tussen de wortels kan komen en alle gaatjes tussen de wortels vult.

Zet de bak vervolgens in het donker (op onze zolder is geen raam, en daar¬†is het donker en gaat dat prima). Een kelderkast of iets dergelijks is natuurlijk ook goed. En anders kun je verzinnen om iets op de bak of pot te hangen of te zetten wat voor het donker zorgt (een omgekeerde pot, een stuk zwart plastic, etc., soms moet je je behelpen ūüôā

Houd het geheel niet te nat maar wel vochtig (ook daarom is het handig om iets van een deksel of plastic of zo te gebruiken, dan blijft het daaronder ook wat meer en langer vochtig.

Laat de bak enkele dagen indien mogelijk koel staan zodat de haarwortels zich kunnen ontwikkelen. Zet de bak vervolgens op een donkere warme plaats (tussen 15 en 20 graden Celsius). Na 3 tot 5 weken begint de oogst. Kijk rond die tijd regelmatig, geef eventueel een slokje water en oogst op het moment dat de witlofjes nog mooi dicht en wit met zachtgeel van kleur zijn. Hoe langer je wacht, des te losser en groener worden de kropjes. We zijn het zelf eens vergeten en toen waren de kropjes al halfgroen en losser; maar nog steeds lekker en prima te eten hoor, alleen wat minder knapperig omdat het knapperige wit langzaamaan al veranderde in lichtgroenig blad ūüôā

Zorgen tijdens de trek

Houd de vochtigheid van de grond in de gaten en giet indien nodig. Doe dit bij voorkeur aan de zijkant, het hart van de wortel nat maken verhoogt de kans op rotting.

Oogst

Maak voor de oogst de kuil open en haal er de gewenste hoeveelheid wortels uit.

Breek de krop van de wortel af, veeg niet over de kroppen, dat geeft roestkleurige vlekken. De wortels kun je weggooien, ze hebben voor slechts 1 krop witlof voldoende voeding in hun wortel gehad. We hebben zelf wel eens geprobeerd om ze opnieuw te planten; er komt dan nog een heel klein los kropje uit maar de kwaliteit is slecht en het loont de extra moeite eigenlijk niet.

Laat de kropjes vervolgens goed drogen. Dek de kuil weer af tot je de volgende kroppen wilt oogsten. Spreid de oogst door:

  • verschillende¬†rassen te zetten
  • het¬†inkuilen en rooien te spreiden
  • zowel¬†zonder als met dekgrond in te kuilen

Op deze manier zou je ruim een half jaar lang witlof moeten kunnen oogsten (dat is ons nog nooit gelukt trouwens :-)).

Bewaring

Witlofkroppen kleuren snel bruin, je kunt ze slechts kort bewaren, liefst in de koelkast.