Oogst

Tjonge, wat een drukke tijd is dit toch altijd!

En helaas begint de tuin er een beetje verwaarloosd uit te zien, het onkruid groeit harder dan dat wij het weg kunnen schoffelen. En dat komt doordat we prioriteiten moeten stellen. Geef toe; als je ’s morgens naar de volkstuin gaat en je moet:

  • late worteltjes, bietjes, winterandijvie, snijbiet en nog zo’n 10 soorten zaaien
  • plusminus 50 koolzaailingen verspenen
  • ruim 30 planten in potten water geven
  • sla- en krulandijviezaailingen uitplanten
  • aardappels rooien
  • bonen plukken
  • omgewaaide Cosmos, stokroos en zonnebloem overeind helpen en met stokken vast zetten
  • tomaten plukken
  • paprika- en peperplanten opbinden
  • tomaten tikken, dieven,blad verwijderen en soms ook al toppen
  • de kassen water geven
  • courgettes oogsten
  • blauwe bessen plukken
  • aardbeienstekken nemen
  • papaverzaden oogsten
  • en wieden……..

…..dan staat dat laatste ook niet voor niets op die laatste plaats. We hebben er gewoon geen tijd voor, komen op de tuin, zetten onze tas en fles water neer en beginnen maar daar waar ons oog op valt. Elk jaar neem ik me voor om het netjes en opgeruimd te houden, en elk jaar denk ik in mei ook echt dat het ons gaat lukken 🙂 .

Laat ik niet klagen, we zijn blij met alle oogst hoor!! Het verdwijnt alleen niet vanzelf in vriezer of pot. Dus we zijn de hele dag druk in de tuin, o.a. met oogsten. Daarna sjouwen we ons rot om al die oogst thuis te brengen. En vervolgens staan we dan ’s avonds ook nog in de keuken. En toch noemen we het een leuke hobby, beetje masochistisch is het wel.

Zoek de 7 verschillen:

Kas 1, linkerkant op 7 juli:

 

Ja fijn, tomaten oogsten!! 2 emmers vol hadden we (want naast deze linkerkant kas 1 is er nog een rechterkant, en nog een kas 2 en een kas 3).

Dezelfde kas 1, linkerkant, op 11 juli (slechts 4 dagen later dus):

 

Ja, we kunnen alweer oogsten. 3 emmers vol dit keer (dat zie je hier misschien niet aan af maar dat komt omdat de wat latere vleestomaten in kas 3 nu massaal gaan rijpen).

Van de 3 emmers tomaten hebben we tomaten gegeten, 2 keer soep gegeten, en 12 potten tomatensaus van 650 cc ingemaakt.

 

En dus hadden we nu wel even rust, dachten we……

Maar vanmorgen, op 14 juli, 3 dagen na de vorige tomatenoogst deden we de deur van kas 1 open:

 

Zucht. “Ruud? Hebben we nog emmers staan? Ik denk dat ik weer tomaten kan plukken”. Ruud komt kijken, zegt een nogal lelijk woord en zoekt naar lege emmers voor weer een nieuwe oogst tomaten. We hebben ze niet, ze staan allemaal thuis. Is het vreemd om bijna opgelucht te zijn dat de tomaten een dag moeten wachten? Zoals gezegd, dit is maar 1 kant van 3 kassen, het worden weer 2 emmers, of 3. En ze verdwijnen niet vanzelf in de vriezer. Op zaterdag gaan we weer plukken (en dat is het minste werk).

En dat komt dan goed uit, want eerst moet deze oogst naar huis:

 

Dit is niet alles hoor, in totaal zijn het 18 van deze bossen met per bos 8 (dit jaar grote!) uien. Dat zijn 144 uien!?! En dan hebben we in de tuin ook nog witte uien staan, en rode uien, zomerprei, winterprei, sjalotten en lenteui. Wat moet een mens eigenlijk met zo belachelijk veel ui en uiachtigen? Ja, ze kunnen goed bewaard blijven tot volgend voorjaar. En dat is geweldig, jaarrond uien van eigen tuin eten. Maar het betekent wel dat deze bossen nu eerst naar huis moeten. Daar gaan we ze opbinden en ophangen in het houthok om te drogen. Na ongeveer 4 weken  is het loof bruin, kunnen we het afknippen, en de wortels ook, beetje schoon poetsen en dan in kratten de schuur in.

Dit gaat teveel op klagen lijken en dat wil ik niet en bedoel ik niet. Want terwijl ik zucht denk ik aan vorig jaar, in plaats van aan het oogsten waren we toen voor de vijfde keer (tevergeefs) worteltjes aan het zaaien 🙂 . Maar soms zou ik één dag de tuin en alles wat er in groeit willen vergeten. Gewoon 1 dagje even niks te oogsten of te koken, 1 dag schone handen 🙂 .

Tot slot van dit korte tuindagboek (ja, sorry hoor, ik moet nog even de blauwe bessen die we vandaag hebben geoogst invriezen, 4 courgettes raspen en invriezen, en een emmer bonen ‘afhalen’) nog 2 foto’s die ik even wil laten zien:

Een Ipomoea purpurea, maar dan een nieuwe vorm; dubbelbloemig! Als je er meer over wilt weten, google dan op Japanese Hige Feathered Morning Glory. Ze staat hier in een speciekuip en bloeit nu volop.

 

En de andere foto is die van een paprika die ik eens had, de paprika Lilac, maar op een gegeven moment ben ik haar verloren (de zaden kiemden niet meer), ik ben erg blij dat ik haar terug heb!

 

Uiteindelijk rijpt ze naar donkerrood met een wat paarsachtige waas. Maar tot die tijd genieten we van deze bijzondere kleur!

En tot slot; ik heb op de website van Pokon ook nog een blog geschreven, dit keer over de wat meer bijzondere tomatenrassen die er bestaan, zoals blauwe tomaten, buideltomaten, bicolors, etc. : Tomaten – bijzondere vormen

 

Allemaal foto’s

Misschien een rommeltje dit keer, maar ik heb gewoon nogal wat verschillende dingen te melden. Dus ik maak er maar een opsomming van:

Punt 1: in reactie op mijn vorige blog zag ik 2 berichtjes waarin werd gevraagd of en hoe slecht het is wanneer een tros tomaten dubbel knakt. Ik heb ook wel eens meegemaakt dat een tros van de plant scheurde maar dat is slechts 2 of 3 keer in mijn tomatencarrière geweest. Als ik het echt niet meer vertrouw, dan kan ik altijd nog een omgekeerde emmer als krukje gebruiken en de tros daarop laten rusten. Maar in principe – als een tomatenplant gezond en stevig is – is de stam waar de tros tomaten aan hangt dik en sterk genoeg om de tros tomaten te dragen.

 

Op deze foto van de tomaat Liguria zie je hoe door de zwaarte van de tomaten de steel van de tros dubbel knakt. Ik vertrouw er maar op dat er niets scheurt. En uiteindelijk gaan de tomaten nu rijpen, en bij elke tomaat die wordt geplukt wordt de tros minder zwaar en is er minder kans op scheuren.

Punt 2: ik liet op facebook al een foto zien van de eerste oogst van de tomaten, hier natuurlijk ook een foto, vanuit een andere hoek (en misschien wel een mooiere foto, vind ik zelf):

 

Veel cherrytomaatjes, maar dat zijn vaak ook de vroegste tomaatjes (uitzonderingen daargelaten). Andere vroege tomaten op de foto: de knalgele Dulcia links bovenin, de vroege donkere vleestomaat Black & red Boar links, de vroege groene vleestomaat-met-moeilijke-naam rechts is het ras Malakhitovaya Shkatulka. En de overheerlijke abrikooskleurige Blush rechts onderin natuurlijk.

Punt 3: ook geoogst; de knofloken:

 

Waren ze echt helemaal klaar met groeien? Nou, bijna wel. Hadden ze nog even kunnen blijven staan? Ja, dat ook. Maar er was ruimtegebrek. Ik had de knolvenkels wellicht beter een weekje later kunnen zaaien, want die Moesten (met hoofdletter) nu wel uitgeplant worden. Dus, hop, knofloken eruit, grond weer glad harken, knolvenkelzaailingen erin, water geven.  En groei! Zo staan er nog wel meer zaailingen te wachten tot er plaats is in de tuin.

Op deze foto zie je de knofloken hangen, onder het afdak van het houthok. Daar hangen ze lekker droog, uit de zon en toch in de wind.

 

Over een kleine maand zijn ze droog genoeg, dan knippen we wortels en verdorde bladeren weg en kunnen de bollen knoflook naar de schuur voor bewaring.

Punt 4: ik heb mezelf een cadeautje gegeven, een app waarmee ik heel snel en makkelijk foto-collages kan maken. Ik heb er bijvoorbeeld al één op de pagina van de inmaak geplaatst:

 

Fotocollage van de aardbeien-aalbessengelei die ik maakte. Ik ga er vast vaker gebruik van maken, want ik vind het een soort vrolijke foto-samenvattingen.

Punt 5: Voor wie het wat interesseert; wij hadden gisteren een heerlijke avond met vrienden, gezellig de hele avond buiten zitten tafelen. Terwijl het langzaam donker werd kregen we plotseling op 2 meter afstand bezoek:

 

De zaadjes lagen er nog voor de tortelduifjes die tegenwoordig samen met een jong zo ongeveer in onze tuin wonen. En als er tortelduiven in onze tuin mogen wonen, waarom zou een muisje dat dan niet mogen? Trouwens, ‘Zij die een houthok hebben krijgen er gratis muizen bij’. Later zagen we nog één, die kwam vanaf de andere kant aangerend en kruiste de vluchtroute van de eerste muis. Ze zijn allebei welkom, maar we hoeven er niet nog heel veel meer. We hopen dan ook dat dit de enige 2 muizen zijn en blijven (en dat het dus 2 vrouwtjes of 2 mannetjes zijn 🙂 ).

Maar waar wij graag gedogen hebben we nog een huisgenoot die er helemaal niet van gediend is:

 

Hoezo, hevig geïrriteerd?

Punt 6: ik ga me langzaam terugtrekken voor de zadenlijst. Ik ben al begonnen met de eerste beschrijvingen en de eerste zaden staan al te fermenteren. Maar nu de grote oogst van o.a. tomaten gaat beginnen krijg ik het te druk voor 2 blogs per week. En dit hoop ik dan allemaal te oogsten:

 

En voor alle duidelijkheid; ja, wij lusten ook smeerkaas, maar onze katten hebben er in de afgelopen jaren veruit het meeste van op (handig ook om een pilletje in te verstoppen). Uiteindelijk houd je er handige doosjes aan over met een redelijk stevige sluiting.

En tot slot: nog een fotosamenvatting, van het eten gisteravond. Naast goed gezelschap, goed weer en goede wijn is ook goed eten een voorwaarde voor een mooie avond. Ik weet niet of onze oud-tuinbuurvrouw Ans nog wel eens meeleest maar Ans zegt altijd: “Je kunt beter herinneringen sparen dan centen”. En dat is zo.

 

De recepten van het bijzondere Bloody Mary ijs (met olijfjes en serranoham), de focaccia/pizzaccia en de pavlova met limoenkwark, sinaasappel en blauwe bessen (maar toen was het al laat en dus donker) staan op de website.

 

Groei-explosie

In de hoop en verwachting op een betere zomer dan in 2016 (want 2 jaar achter elkaar zo’n slechte zomer lijkt me onwaarschijnlijk), heb ik in de afgelopen weken wat foto’s gemaakt van de strook grond voor kas 3. Die strook is 6,5 meter lang en zo’n 70 tot 80 centimeter breed.

Omdat die strook aansluit op ons ‘terrasje’ (na de zilverkleurige pot links begint ‘de overkant’van onze tuin), plant ik er vaak eenjarigen. Vrolijke kleurtjes, zoemende hommels, allemaal erg fijn terwijl ik aan de tafel wat zit te zaaien, of als we na gedane arbeid even een flesje water drinken, of gewoon zomaar even in/van de tuin genieten.

Dit is de strook waar ik het over heb, op 11 mei:

 

De soorten zijn hier net uitgeplant. De Perilla valt op door het donkere blad en verder is alles vooral nog klein. Erachter zie je in de kas vaag dat er al wat stokken en zaailingen staan.

1 week later, op 18 mei:

In 1 week tijd al zo goed gegroeid. En ook in de kas zijn de tomaten al gegroeid. Buiten herken je nu naast de Perilla misschien ook Cosmos en zonnebloem.

En toen werd het warm en droog en zonnig. Ruim 2,5 weken later, op 5 juni. Ondertussen hebben we de kas moeten kalken om de tomaten te beschermen tegen de brandende zon:

 

Flink gegroeid, en de Tagetes patula Vanilla Cream en Matthiola incana Silvery Blue bloeien al. Het is nog steeds zonnig en warm en droog, en dat is heerlijk (maar een bui zou ook fijn zijn 🙂 ).

11 dagen later, op 16 juni nog een foto gemaakt:

 

Ook de Cosmos bloeit nu, en de Zinnia Mazurkia. En alles groeit langzaam maar gestaag. Het is nog steeds warm en zonnig en droog. We geven wel water maar dat zijn gieters en af en toe eens met de pomp, maar niets weegt op tegen een goede bui regen. Van ons mag die bui ondertussen wel gaan vallen, geen enkel bezwaar tegen 20 millimeter regen, mits het niet binnen een uur valt en het tegelijkertijd ook stormt of hagelt.

2 weken later, op 30 juni: alle zegen komt van boven, het heeft geregend!!

 

De Cosmos bpinnatus Double Click Cranberries bloeit nu volop, en de gele Madia elegans. Het plaatje is bijna compleet, alleen de zonnebloemen (Helianthus annuus Orange Sun Double) komen er nog bij. Nog even een foto gemaakt vanaf de andere kant:

 

In Nederland is er geen goed woord voor, in het Engelse tuinprogramma Gardener’s World (vrijdagavond BBC 2) gebruikt Monty Don het woord ‘LUSCIOUS’ voor zo’n explosie van groen en groei en bloem.

We genieten er van, maar er bij gaan zitten kunnen we niet, te druk met zaaien, uitplanten maar ook oogsten. Tot slot; deze foto plaatste ik eergisteren op facebook, voor de mensen zonder facebook hier even in de herhaling, want ze is zo vrolijk. Poes Lotje is nieuwsgierig en komt kijken terwijl wij de tomaten, spitskooltjes en courgettes uitstallen. De eerste blauwe bessen geoogst, en wat kruisbessen.

 

Tot slot dan nog even de meldingen:

Iedereen hartelijk dank voor de reacties op het vorige blog! Wie er dan ook via welke weg naar mijn blog komt, iedereen hartelijk dank daarvoor! En dan blijft de mailinglist maar lang, als niemand er bezwaar tegen heeft dat de mail wel 2 dagen op zich kan laten wachten, dan stop ik er ook maar mee om erover te piekeren 🙂 .

Ik heb op de website van Pokon ook nog een blog geschreven, over: De verschillende groeivormen van tomaten, met een foto van de Cherry Cascade zoals die er nu uitziet. Ik zou er bijna een wedstrijdje mee kunnen houden, gokken hoeveel cherrytomaatjes ik daar van kan gaan plukken 🙂 .

Nu snel naar de tuin, knofloken oogsten, en dan kunnen daarna gelijk de knolvenkelzaailingen op die plaats uitgeplant worden. Ruimtegebrek!

 

Misleidende tomaten

Had ik al gezegd dat dit mijn tomaten-favorietenjaar is? Dit jaar heb ik voor mijn laatste zadenlijst mijn meest favoriete tomatenrassen van de afgelopen 10 jaar gezaaid. Van sommige van die rassen is het al wel weer een paar jaar geleden dat ik ze teelde. En ik zaaide dit jaar natuurlijk wel ook nog een paar nieuwe soorten en rassen, het moet tenslotte wel leuk en spannend blijven.

Het vooruitzicht van een oogst en de weg er naartoe is misschien nog wel leuker dan de oogst zelf. Vreemd genoeg, en misschien ben ik daar afwijkend in, vind ik deze tijd van wachten en speuren naar een eerste verkleuring misschien wel het allerspannendst in een tuinjaar. Verzorgen, dieven, water geven, weer kijken, nog langer wachten, dagen tellen, tomaten tellen, de kleur controleren, trossen tellen, ik kan me er zo makkelijk en prettig mee vermaken. En straks proeven, ook spannend. En dan de eerste oogst mee naar huis, ook geweldig. En dan is het niet over, maar het is volbracht, gelukt, geslaagd of hoe het ook mag heten. En dan eten we het lekker op maar denk ik stiekem tegelijkertijd al aan het volgende jaar en wat ik dan wil gaan zaaien.

Afijn, tot zover deze zielenroerselen waar menig psychiater vast een analyse op los kan laten 🙂 .

Het voordeel van een favorietenjaar? Je weet een beetje wat je kunt verwachten. Voor mij is de definitie van een favoriete tomaat: gezond, lekker, veel en mooi. En dat in die volgorde. En dus heb ik dit jaar bijna alleen maar tomaten staan die niet alleen heel erg lekker zijn maar ook nog eens een prima opbrengst geven.

En toch kan zo’n tomaat je dan nog wel eens foppen. In het begin dan, hè. Uiteindelijk komt de ware aard altijd boven. Dat kan bij tros 2 of tros 3 zijn maar uiteindelijk komt het goed.

Als voorbeeld de Black Cherry. Het is al weer een jaar of 5 geleden dat ik haar teelde. En toen vond ik haar zeker in die favorietenrij van lekker, gezond, veel en mooi horen. Maar nu was ik toch ietwat verbaasd toen ik het eerste trosje zag:

 

9 grote cherrytomaten in een trosje, wel heel erg lekker trouwens, en gezonde groeikrachtige planten. Maar ik mis dan toch het puntje ‘veel’ in de rij. Maar ik zie wel vaker dat het eerste trosje wat misleidend is voor het vervolg.

Ik heb al jaren geen F1-hybriden gezaaid maar ik denk dat dit fenomeen daar niet vaak bij voorkomt (maar dat weet ik dus niet zeker). Maar dit zie je in ieder geval wel vaker bij de heirloom- en zaadvaste rassen. Want dit is de 2e tros van dezelfde Black Cherry-plant:

 

Je ziet dat de dragende tak zich direct al vertakt in 2 trossen. En dat die trossen ook langer zijn. Even geteld en in deze 2e tros zitten geen 9 tomaten en ook geen 2 trossen van 9 = 18 tomaten, maar 29 tomaatjes. Dus een dubbele rij en ook langer.

Toch altijd bijzonder om te zien. Waar in de genetica van een tomatenras wordt bepaald dat verschillende trossen van dezelfde plant zomaar zulke grote verschillen geven? Of heeft het te maken met het feit dat een jonge plant in de onderste tros nog niet genoeg energie heeft om meer dan een kleine tros te maken? Zou je het dan op kunnen lossen door meer voeding te geven? Ik weet het allemaal niet, ik heb er niet voor geleerd hè 🙂 .

Nog een voorbeeld, misschien zelfs nog wel duidelijker.

Tomaat Blush, onderste tros:

1 tros met potentieel (want er hangt nog een uitgebloeid bloempje) 10 tomaatjes. En een heerlijk tomaatje, daar hoeven we verder niet over te discussiëren. Tros 2 is trouwens nog niet heel afwijkend, maar dan tros 3:

 

Misschien lastig te zien maar ook hier zie je direct aan het begin van de tros een vertakking in 2 trossen. Bij elkaar telde ik 22 tomaten maar dat is nog niet alles, want je ziet zowel links als rechts nog bloempjes.

Toch doet zeker niet elke tomaat dit. Als voorbeeld de Missouri Pink Love Apple, ook zo’n geweldig lekkere tomaat aan gezonde planten, en veel en mooi (ze wordt uiteindelijk donkerrozerood):

 

Ik zie weinig verschil tussen het aantal en formaat tomaten in de eerste, tweede en derde tros. Aan de andere kant heb ik ook wel eens tomatenplanten gezien waarbij na de onderste karige tros een tros kwam met een vertakking, maar dan niet in 2 trossen maar wel 3 of zelfs 4 rijen tomaten, een verveelvoudiging dus.

De moraal van het verhaal; laat je niet misleiden door een eerste indruk van een tomaat maar wacht even met je oordeel tot je ook de volgende trossen hebt gezien.

Dan tot slot van dit blogje nog wat mededelingen:

Zoals Simone het in reactie op mijn vorige tuindagboek al heeft aangegeven heb ik de laatste tijd zelf weer wat vaker antwoord gegeven op reacties. Leuk om te doen, en ik had er tijd voor. Maar dat is nu helaas weer voorbij. Want druk in de tuin (met zo ongeveer alles, van zaaien en wieden en planten en oogsten), druk in de keuken (vanmiddag atjar van 3 door de regen gebarsten spitskolen inmaken), en druk met de eerste beschrijvingen en zaden voor de laatste zadenlijst. Ik hoop dat lezers vragen willen beantwoorden als die worden gesteld! Ik lees ze trouwens allemaal en ook de antwoorden hoor! Maar ik moet kiezen; vragen beantwoorden of beginnen aan de zadenlijst, en dan kies ik voor dat laatste 🙂 .

Ook nog even voor mensen die interesse hebben in die laatste zadenlijst (bijna als een soort sneak preview, maar ook voor mensen die gewoon van foto’s houden), op facebook ga ik komende maanden zoveel mogelijk foto’s plaatsen van de eenjarigen, paprika’s, tomaten, etc. waarvan ik hoop zaden te oogsten. Ik ben er begonnen met het maken van een: fotoalbum. Ik kan niet beloven dat ik van al die soorten die ik daar plaats zaden kan oogsten, maar ik doe in ieder geval mijn best.

Mocht je me trouwens volgen op facebook (en daar ben ik heel trots op en blij mee!), wil je je dan misschien uitschrijven voor de nieuwsbriefmailing? Dan wordt die lijst wat korter en heb je via facebook gelijk de melding wanneer ik een blog heb geschreven, en krijgen de mensen die geen facebook hebben de nieuwsbriefmail wat sneller. Ik weet het, ik vraag dit al voor de derde keer maar niet iedereen leest elk blog, dus ik ga het de komende weken nog een paar keer vragen. Excuses voor de mensen die ‘het nou onderhand wel weten’ maar er zijn nog steeds meer dan 3000 ingeschrevenen 🙂 .

Tot slot dan nog 2 foto’s die ik ook al op mijn facebookpagina had geplaatst maar zeker hier ook wil laten zien:

Tanacetum parthenium White Bonnet. Ik vind de gewone Tanacetum altijd een beetje saai, maar deze is mooi, en zeer rijkbloeiend!

 

Aubergine Vera, ook een favoriet. Ik teelde haar 2 jaar geleden ook al en was toen positief verrast door de vroegheid, mooie en gezonde plant (donkerpaarse stelen, donkergroen blad, lilapaarse bloem, weinig gevoelig voor meeldauw) en opbrengst. En nu herhaalt ze dat, weer de eerste aubergine die ik kan oogsten.

Vooruit nog één laatste dan:

 

Brachyscome iberidifolia. Altijd goed, mooi, lang- en rijkbloeiend!

 

Tel even mee…

Ruud zegt, terwijl hij weer een gieter vult (en zucht): “Dit is toch geen minderen?”.

Dat is zo. Maar Ruud weet ook wel na al die jaren dat ik elk jaar zeg te minderen, en dat ook meen, maar dat het uiteindelijk altijd anders loopt. Ik heb geen idee waarom.

Elk jaar neem ik me in de zomermaanden voor om het jaar erop minder potten te gaan zetten. Ik neem me dat vaak voor tijdens het sjouwen met gieters water op iets te warme dagen. Of na een dag in de tuin en met 2 emmers geoogste krootjes in de keuken.

Ik meen het dan ook echt, en dat duurt tot ergens rond april/mei van het volgende jaar, wanneer alles uitgeplant moet worden. Dan verander ik langzaam, pot voor pot, van gedachten. Ik kom blijkbaar plaats tekort, of ik zie de grote stapel met lege potten staan, of ik wil iets bewaren, of overwinteren, of ik vind iets heel leuk voor in een pot. Of wat dan ook. Maar ik vergeet mijn voornemen in een tijd dat er nog niet zo veel potten staan. En dat het nog niet zo warm is. En dat ik niet daarna nog 2 emmers krootjes moet koken. En dat ik ’s middags nog niet al 3 x 12 = 36 gieters water  in de kassen hebben moeten sjouwen en gieten.

Ik kan er dus ook niet zo veel aan doen dat er in het tuinseizoen steeds meer potten verschijnen. Het ‘slibt aan’.

En dus zeg ik tegen Ruud, wel al met enige voorzichtigheid, dat het toch wel meevalt met al die potten. Ruud zegt: “Heb je ze wel eens geteld?”. Nee, dat heb ik nog nooit gedaan. Ruud zegt, terwijl hij weer een nieuwe gieter vult: “Ik zou het eens doen, je gaat schrikken, schrijf daar maar eens over”. En dat is dan gelijk het eind van de discussie.

En zucht, vooruit dan. Hieronder de optelling van alle potten. En ik weet het, ik zou het best handiger kunnen organiseren, en dan misschien ook zo’n watergeefsysteem kunnen kopen. Maar nu staat het waar het staat. En ik wil voor de volkstuin geen dure systemen kopen, want dat blijft toch een semi-open complex. En we hebben er geen stromend water, en slootwater is nogal gevoelig voor verstoppen in kleine leidinkjes.  Maar voor thuis ga ik er voor volgend jaar hard over verzinnen. Zeg ik met een zucht, terwijl ik nog een gieter vul 🙂 .

Nog even voor ik alle foto’s laat zien: de planten in de potten zijn op 1 of 2 na nog niet op hun best/mooist hè, de zomer is pas net begonnen, de bloei moet bij heel veel planten nog beginnen. En dan pas begrijpt waarschijnlijk iedereen waarom ik ze heb staan. Maar zoals gezegd, ik heb het beloofd. En mocht je het niet helemaal willen volgen en halverwege afhaken, dat is begrijpelijk hoor, want het is nogal veel van hetzelfde Maar dat geldt natuurlijk niet voor mij, want ik heb het gezaaid, of overwinterd, ben al aan het speuren naar bloemknoppen, of weet van vorig jaar hoe prachtig ze volgende maand wordt.

Afijn, daar gaan we:

We beginnen op de volkstuin: een grote speciekuip met zelfgezaaide Pelargonium Maverick Appleblossom, is deze week voorzichtig gaan bloeien. En 1 hoge lelijke maar voor dit doel nuttige ton met 3 aardappelplanten (men zegt dat je zo veel opbrengst krijgt en de pot vol met aardappelen komt, een testje dus en dat is nuttig). = 2 potten.

Oh ja, die is leuk, Dolichos lablab in een compostvat. = 3 potten.

Oei, deze tikken wel aan. Even tellen: dit zijn er 18, gevuld met Agastache, Rudbeckia, Tomaat Cherry Cascade, Lavandula x multifida, en zo nog wat vrolijke eenjarigen, Fuchsia’s en Salvia’s. = 21 potten.

Oh ja, die is ook leuk! Solanum villosum = Golden Pearls. Na de witte bloempjes komen de trosjes heel kleine eetbare besjes die een beetje smaken naar een kruising tussen ananaskers en tomaat. = 22 potten.

Oh, deze is nuttig, een stek van een donkerbladige Alocasia. De moederplant is afgelopen winter dood gegaan, dus ik ben dubbel voorzichtig met deze plant. Lekker groeien in pot en overwinteren in de kas. Pot 23.

Oh, maar dit is de schuld van Ruud. Ruud ging een paar jaar geleden eens naar de gemeentewerf en vond daar deze enorme aluminumkleurige pot, met een inhoud van zeker 75 liter. Erg leuk! Maar wat zet je daar dan in? Nou, in dit geval de Maurandya erubescens Magic Dragon. Ziet er nu nog niet spectaculair uit, maar wacht maar tot de felroze bloemen verschijnen! = 24 potten.

Andere kant van het terrasje, nog 3 potten. Een zelfgezaaide Salvia microphylla, Petunia Amore Mio en in de speciekuip de Ipomoea Pom Pom. Eromheen staan trays en bakje met zaaisels van nieuwe krootjes, sla, andijvie, boerenkool, knolvenkel, snijbiet, spitskool, etc.. Maar die tellen natuurlijk niet mee. = 27 potten.

Gelukkig, we gaan nu naar huis…..

In de kleine schaduwrijke voortuin staan potten met Agastache After Eight (en die geurt inderdaad naar mintchocolaatjes!), Coleus Palissandra en peterselie (want geen mens kan zonder peterselie dichtbij huis, misschien had ze niet in pot gehoeven, geef ik toe). = 30 potten.

Ook in de voortuin (omdat er in de achtertuin geen plaats meer is), een geelbloeiende Brugmansia. En dat is nu nog niet duidelijk, maar als je de bloei volgende maand ziet (en ruikt!) begrijpt iedereen dat je een Brugmansia niet weg kunt doen. = 31 potten.

En dan nu alleen de achtertuin nog:

Nog een Brugmansia, in dit geval een zuiver witte. Hoef ik niet meer uit te leggen. = 32 potten.

Een Tropaeolum Caribbean Cocktail in een pot. Ja, dat was misschien ook niet echt nodig. Blijkbaar had ik de pot over. Denk ik. Wel vrolijk trouwens. En ze slingerde ook al mooi langs de stokken omhoog maar is na de storm van afgelopen week een beetje naar beneden gezakt. Komt weer goed. Pot 33.

Salvia officinalis Nazareth. En ik had nog 2 Agastasjes over. Ik vind een Salvia te groot worden in de kruidenbak, vandaar de pot. Nummer 34.

Zoals er altijd peterselie in de schaduw dichtbij de keuken moet staan, zo moet er in de zon dichtbij de keuken basilicum staan, in dit geval de paarsbladige Summer Surprise. Kan ik de blaadjes zo plukken wanneer we tomaatjes van eigen tuin hebben geoogst. En daarnaast de Petunia Night Sky, geef toe dat het geweldig staat (en dan is dit nog een slechte foto in de avondschemer). = 36 potten.

Nu nog niet mooi (en een lelijke foto, het begon al donker te worden), de Aloysia (citroenverbena) heeft maar ternauwernood de winter overleefd maar begint bij te komen. En de al bijna bloeiende Cassia is door een voorjaarsstorm zo verwoest dat we haar terug hebben geknipt. Maar ik beloof een nieuwe foto wanneer ze in juli bloeit. Want dit is mijn meest favoriete kuipplant aller tijden. = 38 potten.

Nog een Brugmansia, in dit geval een dubbele oranje. Pot 39. Maar het einde is in zicht.

De laatste Brugmansia, een dubbele roze. Ik beloof volgende maand foto’s, wanneer ze bloeien, want dan begrijpen jullie het. En daarvoor staat een pot met een vorig jaar gezaaide Feijoa sellowiana. Nog 1 jaar in pot, binnen overwinteren en dan mag ze volgend jaar uitgeplant worden, want dan zou deze eetbare ‘Braziliaanse guave’ winterhard moeten zijn. je snapt waarom ik er zo zuinig op ben. Pot 40 en 41.

Een prachtige Fuchsia. Jeugdliefde, ik heb er ooit wel 40 of 50 gehad, nu nog maar een stuk of 4. Pot 42.

Ja, ik had nog een zuurstokroze plastic pot (ik heb bijna alleen nog maar plastic, steen en terracotta is gewoon niet meer te sjouwen op mijn leeftijd en in deze hoeveelheden). In deze knalroze pot heb ik een roze Ipomoea Ruffled Pink geplant. Duurt nog wel een week of 3 voor ze gaat bloeien maar wordt mooi, weet ik zeker. Pot 43.

In een kleine speciekuip staat achterin onze kleine achtertuin dan nog een vijg. En er zitten al vruchtjes in. Ik moet haar nodig snoeien, maar dat durf ik niet in de zomermaanden, want ze kunnen zo bloeden. Pot 44.

En dan de allerlaatste, 45 potten in totaal dus.

Impatiens Peach Butterfly. Omdat Impatiens het zo geweldig in een pot in de volle schaduw doet, zonder een sprankje zonlicht.

En hé, wat zie ik daar? Erachter staat nog een kleine gifgroene pot. Die is nog leeg. Heeft Ruud die verstopt? Dat is zonde. Misschien nog wel leuk voor een paarsbloeiende eenjarige, of zo’n dwergtomatenstruikje, die heb ik nog in de kas in een potje staan. Gelukkig dat ik niet zo snel iets weggooi.

Maar ik geef het toe, het zijn er best veel. Volgend jaar gaan we minderen, bij deze beloof ik het Ruud.