Verzopen

We hebben nog zoveel te doen in de tuin…… maar we zijn een hele week niet geweest. Dat had ook geen nut, want tuinieren is lastig met lieslaarzen aan, een zuidwester op en een stormlantaarn in de hand, terwijl het (alweer) stortregent en er windkracht 9 staat. Wat een kletsnatte, koude, donkere en verwaaide dagen (kort samengevat)!

Niet dat ik klaag hoor, op andere plaatsen in de wereld was er noodweer van een heel andere categorie. Maar ik mis de tuin, de zomer is zo abrupt geëindigd.

 

Op de foto zie je de Musa basjoo (winterharde banaan – overigens zonder eetbare bananen), helemaal verwaaid en verregend. Vroeger vond ik dit foeilelijk en ging gelijk met snoeischaar aan de gang. Maar een mens verandert, ik kan er nu wel een soort van schoonheid van inzien (nou ja, niet overdrijven, dat omgewaaide blad vooraan is ondertussen in ieder geval al wel afgeknipt).

Dinsdag was het zowaar een paar uurtjes droog. En zijn we dus snel even naar de tuin gegaan, met de auto, om vooral wat zwaardere groenten te oogsten en die mee naar huis te nemen. Of misschien is sjouwen een beter woord.

 

Naast 2 emmers paprika’s (voor een nieuwe poging massa de pimentão) en 3 volle emmers appels hadden we ook nog 10 pompoenen. 3 ervan hebben we direct weggegeven aan tuinburen, 2 zijn zo groot dat we ze als sierpompoen in de tuin hebben gelegd. En deze 5 gaan de keuken in. Het ziet er op de foto niet uit als een grote oogst maar elke pompoen weegt ruim 6 tot 8 kilo, het zijn flinke exemplaren. En lekkere rassen, de witte vooraan is de Valenciano. De andere 4 pompoenen zijn van het ras Galeux d’Eysines, een ras dat we een paar jaar geleden hebben ontdekt en waar we sindsdien elk jaar erg tevreden over zijn (over vorm, grootte, smaak, opbrengst en bewaarbaarheid).

Bij de Galeux d’Eysines is het heel makkelijk te herkennen wanneer een pompoen rijp is. Andere rassen geven vaak vruchten die bij rijping verkleuren (bijvoorbeeld van groen naar oranje). En anders kun je altijd naar naar de verkurkte steel kijken. Bij de Galeux d’Eysines verschijnen bij het rijpen de bijna doppinda-achtige bobbels op de schil. De hele zomer waren de pompoenen zachtroze en glad, maar sinds een week of 2 tot 3 verschijnen steeds meer van die bobbels (bij nader onderzoek lijken het bijna plekjes van ‘gepofte’ pompoen te zijn, ontstaan na kleine scheurtjes in de schil. Grappig! Ik vond nog 2 foto’s van 2 jaar geleden die dat mooi illustreren. Deze Galeux d’Eysines lag hier in juli 2015 in de volkstuin:

 

Dezelfde pompoen (te herkennen aan de vorm, grootte en de steel die zo steil naar beneden ligt) zag er ruim een maand later zo uit:

 

En voor dit jaar; deze konden niet wachten om geoogst te worden, ook al zijn de bobbels = rijpheid misschien nog niet helemaal optimaal:

 

Want deze 2 pompoenen hingen nogal klem, tussen een houten bouwsel van de buurman en ons hek in. Voor ze schade aan het bouwsel zouden veroorzaken, of door de beklemming niet meer te oogsten zouden zijn (tot ze na een nachtvorst als snot tussen je vingers zouden glijden 🙂 ), hebben we ze ook maar gelijk geoogst.

En dus eten we vandaag een stoofpotje van rundvlees met pompoen, en de rest van de pompoen gaat dan in blokjes in de vriezer – voor later een keer pompoensoep of -puree. De andere 4 gaan de schuur in, want ze zijn wekenlang tot wel enige maanden te bewaren.

De appels gaan komend weekend verwerkt worden. En dan nog dit:

 

Pepers. Wat ga ik doen met al die pepers (al zijn het er al lang niet meer zoveel als een paar jaar geleden). Invriezen is een optie. Of sambal maken. En sambal is volgens Wikipedia:

…….. de Indonesische Maleisische naam voor een condiment dat, traditioneel gezien, bestaat uit gemalen Spaanse pepers.

Pepers uit Spanje in een Indonesische pittige pasta? De pepers komen trouwens niet oorspronkelijk uit Spanje maar uit Zuid-Amerika. Maar het toont in ieder geval al aan dat pepers al heel lang de hele wereld over zwerven en er dus overal pittige peperpasta/sambal-soorten worden gemaakt. En dus wil ik dit jaar eens een niet-Indonesische peperpasta/-saus maken. En dan denk ik aan bijvoorbeeld sriracha of harissa, piri piri-saus of tabasco, etc., in elk werelddeel wordt wel een hete pasta of saus van pepers gemaakt, met andere kruiden, en met of zonder azijn of citroensap, suiker of zout, etc.. Het enige belangrijke is dat voor de houdbaarheid de potjes worden gesteriliseerd en de peperpasta tot 100 graden wordt verhit en kokendheet de potjes ingaan en die potjes vacuüm treken. Kind kan de was doen. Vandaag eens zoeken naar een leuk recept!

Mocht je zelf veel hebben kunnen oogsten, van wat dan ook, en zoek je een leuk inmaak recept, kijk dan nog even op mijn pagina met inmaakrecepten, je vindt er recepten van onder andere appelchutney, gelei van groene tomaten, appelmoes (en dan vind ik zelf die met citroen en vanille wel erg lekker), zoetzuur van bietjes, piccalilly, likeur van kweepeer, stoofpeertjes in rode wijnsiroop, en natuurlijk wat sambalrecepten. En het recept voor de Massa de pimentão (die bij mijn 2e poging wel is gelukt en erg lekker is!) ga ik er vandaag bij zetten.

Inmaakrecepten

 

 

Tot slot nog even; in mijn volgende blog schrijf ik iets over verse en rijpe mest. En dat is dan een beetje op verzoek van Agnès die daar een vraag over stelde in mijn vorige blog. En misschien is dat wel gelijk een leuk idee, om af en toe op verzoek iets te schrijven over een onderwerp waarover mensen een vraag hebben. Mits ik ook antwoord heb op die vraag, ik ben ook maar hobbyist 🙂 . Maar mocht iemand eens een vraag hebben of iets meer willen weten over een onderwerp, laat het dan in reactie hieronder vooral weten, misschien kan ik er iets mee in een toekomstig blog!

 

Oogsten en plannen

 

We zijn nog lang niet klaar met opruimen en schoonmaken. Sterker nog, elke dag dat we op de tuin zijn stranden we al in het eerste kwartier, simpelweg omdat we moeten oogsten. En we hadden afgesproken; oogsten heeft meer prioriteit dan schoonmaken. En dus gaan we met appels en paprika’s, sla en venkel, lenteui en pronkbonen naar huis.

Op de foto zie je ongeveer een weekoogst van onze paprika- en peperplanten. En het vliegt niet vanzelf in pot of fles of vriezer. Dus ’s avonds oogsten we de zaden, maken sambal, vriezen paprika’s op kleur in (dan kan ik komende winter een keer de gele paprikasoep maken die we zo mooi en lekker vonden). Iedereen nog dank voor de tips wat te doen met een flinke appeloogst!! Van de appels heb ik nu eerst een appeltaart gebakken, we hebben 3 emmers weggegeven aan tuinburen, en van de rest (nog zo’n 3 emmers) ga ik appelgelei en appelmoes met citroen en vanille maken, en misschien ook nog de appeljam met rozemarijn uit een reactie op mijn vorige blog (dank voor het recept!).

Er was al wat oogst thuis, deze uien hingen hier al 2 maanden onder het afdak waar normaal gesproken onze houtvoorraad ligt:

 

Ondertussen waren de uien goed droog, het blad volledig verdord en verdroogd. En dus kunnen de uien naar hun bewaarplaats in de schuur, alle dorre delen, grond en wortels verwijderd;

 

En zo is dat ook gegaan met de knoflookbollen en rode uien en sjalotten. Wintervoorraad genoeg dus.

En dit is dan vreemd genoeg ook gelijk de tijd om na te denken over de tuin, wat we volgend jaar meer willen zaaien, of juist minder. Dit jaar hadden we wel echt teveel uien, en misschien iets te weinig worteltjes. We hebben maar weinig spitskool kunnen eten, en we hadden teveel koolrabi. Je zou zeggen dat we na ruim 25 jaar volkstuin wel een heel zekere planning zouden hebben met overal precies genoeg van?

Maar dat is niet zo, want wij veranderen door de jaren heen, nieuwe recepten, nieuwe (lekkerdere) rassen. Ik heb bijvoorbeeld door een (met heel dikke aanhalingstekens) “jeugdtrauma” 25 jaar lang  geen koolraap gegeten, nu ga ik ze toch weer eens proberen (maar dan niet 2 uur lang gekookt met grote hoeveelheden nootmuskaat maar geroosterd in een ovenschotel met ham). En er zijn jaren dat we zoveel krootjes eten dat ik er het jaar erop gewoon minder trek in heb. Etc..

Maar eigenlijk is de grote boosdoener de tuin zelf en de omstandigheden. Want ik had zeker genoeg spitskool gezaaid, maar ze deden het gewoon niet goed. En de koolrabi’s (die nota bene direct naast de spitskolen stonden) deden het zo enorm goed dat we die zo ongeveer elke 2 weken aten. Volgend jaar dus minder koolrabi’s en meer spitskool (en dan hebben we waarschijnlijk weer teveel 🙂 ). Nu al nadenken over volgend jaar, het hoort een beetje bij de septembermaand, want nu zien we wat er beter kan, dus willen we dat alvast onthouden voor volgend jaar.

Voor ons hoort daar ook bij dat we hebben besloten nog een stukje tuin weg te doen. Au!! Het deed wel even zeer toen we beseften dat met een onverwachte gebeurtenis of tegenslag of wat dan ook, de tuin bijna werken wordt in plaats van hobby. En we zijn geen 20 meer, Ruud al een tijd met pensioen en ik ook niet meer met de snelheid en kracht van 25 jaar geleden. En dus doen we een stukje tuin van maar liefst 66 hele vierkante meters weg.

En dan houden we nog zo’n 275 tot 300 vierkante meter over. We hebben er de afgelopen weken hard over verzonnen (ik dan, Ruud stemde gelijk voor 🙂 ). En nu het is besloten en beslist is het ook prima en maak ik al plannen voor de tuin die we overhouden. Want ik wil daar ook wel een klein zitje, voor als ik iets wil zaaien, of mijn laarzen aan wil trekken of we gewoon even willen uitpuffen na gedane arbeid, of een slokje water drinken op een warme dag. En ik heb Ruud direct gechanteerd; vooruit, 66 vierkante meter tuin eraf, maar daar staat wel onze appelboom op. En dus eis ik een nieuwe appelboom. En nog een blauwe bes. En als ik dan toch bezig ben, doe dan ook nog een 2e appelboompje (voor als appelboom 1 een beurtjaar heeft). En over 1 ding valt niet te discussiëren; de kassen. Die blijven alle drie, punt uit. Ja, laat onderhandelen maar aan mij over. Ruud was het daar trouwens ook helemaal mee eens, dus dat onderhandelen viel erg mee 🙂 .

 

We oogsten nog steeds volop uit de kas; de laatste tomaten en komkommers, maar nu vooral paprika’s en pepers.

Op de foto zie je paprika Blue Jay. Ruim 10 jaar geleden eens zaden van gekocht, ik heb alleen geen flauw idee meer waar, want ik kan de originele zaden niet meer op internet vinden. Ik oogst dus elk jaar dat we haar telen zelf zaden. En een paar jaar geleden heeft ze een klein ongelukje gehad; er werd een bastaard geboren. En nu geven sommige Blue Jay’s paprika’s die (zoals het hoort) blokvormig zijn en rijpen naar rood met een vleug roze.

Maar er zitten ook planten tussen met paprika’s die iets langwerpiger zijn en naar geeloranje rijpen:

 

Maar alle paprika’s beginnen met die mooie helderpaarse kleur, alleen aan de vorm kun je een beetje inschatten of ze uiteindelijk rood of geel gaat worden. Toverballen dus 🙂

Tot slot nog even wat meldingen:

Ik heb op de website van Pokon ook een blog geschreven, over het zelf oogsten van zaden en daarbij in het bijzonder zaden van Dahlia’s: Zaden oogsten (van Dahlia’s)

En we hebben het niet alleen heel erg druk in de tuin en in de keuken, maar ik ben ook elke dag al een paar uurtjes bezig met de zadenlijst. Voor de mensen die daar interesse in hebben; ik heb er op deze pagina nog iets over geschreven: Zadenlijst – Nieuws.

En tot slot dan nog een foto van de Agapanthus Loch Hope die ik meer dan 10 jaar geleden bij De Hessenhof kocht. Nu is ze heel groot (bijna manshoog) en met meer dan 20 extra grote bloemen.

 

Let vooral niet op het onkruid eromheen. Ze staat in het stukje tuin dat we af gaan stoten, en dus gaan we haar na de bloei heel voorzichtig uitgraven en dan krijgt ze een mooie plek in de volle zon in de achtertuin.  Of toch bij ons nieuw aan te leggen zitje op het stuk tuin dat we overhouden? Dilemma’s…….. gelukkig hebben we nog wel een paar weken om erover te verzinnen.

 

De tuin wacht op niemand

Ook al waren wij bijna 3 weken niet beschikbaar, de tuin heeft er maling aan. Nu we eindelijk weer eens op de tuin zijn geweest blijkt dat de tijd daar niet stil heeft gestaan maar alles gewoon doorgroeit. Met onkruid als koploper.

Allereerst wil ik iedereen nog heel hartelijk danken voor de lieve woorden en condoleances na het overlijden van mijn vader. Hartverwarmend!

En nu is het dan plotseling september. Al vroeger donker en later licht, bladeren die al niet meer zo mooi groen meer zijn, planten die afsterven, slome hommels die moe zijn na een druk leven, oppassen voor spinnenwebben in je gezicht als je ’s ochtends even de tuin inloopt……. de zomer loopt duidelijk ten einde.

Het is een ravage in de tuin, overal onkruid, doorgeschoten venkelknollen en slaplanten, kroten van zo ongeveer een kubieke meter groot (ik overdrijf iets), half afgestorven plantenresten, verzopen zaailingen in volgelopen onderbakken, een deel van de appels al gevallen, de maïs gisteren geoogst maar helaas al te ver:

 

De maïskorrels zijn al donkergeel en aan het indrogen. Niet eetbaar meer (voor ons dan, de muizen en vogels zullen er zeker hun neus niet voor ophalen nu ze op de composthoop liggen).

En zo beginnen we maar, en waar gaan we beginnen? Nou, bij het begin dan maar. En het begin is niet de ingang van de tuin, of daar waar je staat. Maar voor ons is dit de volgorde; oogsten wat er nog te oogsten valt, redden wat er te redden valt, en wegwerken wat ziek is. En als dat allemaal klaar is gaan we opruimen en wieden; vierkante meter voor vierkante meter. Er zijn 2 voordelen; je weet waar je blijft en je ziet het opknappen 🙂 .

En dus oogsten we nu eerst wat er nog te oogsten valt. De laatste tomaten van de Kondine Red:

 

Je kunt op de foto de dakgoot zien, dit zijn dus de bovenste trossen op een hoogte van zo’n 2 meter.

Verder gaan er nog kroten mee naar huis, en venkel, komkommers, courgettes, aubergines en paprika’s en pepers. Zoals ik al eerder schreef begint de oogst van paprika’s en pepers nu. En dan ook in iets te grote hoeveelheden voor onze dagelijkse behoefte.

 

Op de foto de peper Habanero Paper Lantern, oei, heet!! En veel. Teveel om nu op te eten, en geen tijd om er sambal of chilisaus of wat dan ook van te maken, en dus maken we de pepers nu schoon en vriezen we ze in, dan kunnen we er later altijd nog wat van maken (of gewoon 1 pepertje uit de diepvrieszak pakken om in een stoofschotel mee te laten sudderen).

Ook paprika’s oogsten we nu volop:

 

Op deze foto zie je de paprika Blue Jay. En dat brengt me gelijk bij het slot van dit blog; de massa de pimentão (een Portugese ‘paprikapasta’) waar ik in mijn vorige blog al iets over schreef. En pak nog maar geen pen en papier om het recept te noteren. Want de pasta heeft een heerlijke, volle paprikasmaak. Maar het is zout, veel te zout. Zo zout dat ik mijn best moet doen om de paprika nog te proeven. Dat geeft niet, ik kan nog een heleboel paprika’s oogsten in de komende weken. En ik kan na deze ervaring bedenken wat er verbeterd moet worden (niet veel, alleen heel veel minder zout 🙂 ).

 

Het recept dat ik gebruikte was anderhalve kilo zeezout voor 6 grote paprika’s. Ik had al bedacht dat dat achterlijk veel zout was, ook al wrijf je het overgrote gedeelte er weer af. Ik had dus al 1 kilo zout gebruikt in plaats van anderhalve kilo, en ook zorgvuldig alle zoutkorrels van de stukjes paprika na de 5 dagen ‘trekken’ afgewreven.

Op de foto hierboven zie je hoe de paprikarepen met het zout in een vergiet gaan, met een dubbele theedoek eronder, en in een onderbak. Na de foto heb ik de lagen theedoek dicht over de paprikarepen gevouwen en er 3 borden op gelegd (om te verzwaren). En dat 5 dagen in de koelkast gezet. Elke ochtend gooide ik het vocht dat in de onderbak was gelopen weg, vouwde ik de theedoek open, roerde de paprikarepen om, theedoek er weer op, weer verzwaren met borden en de koelkast weer in. Op de foto hieronder zie je hoe de paprikarepen er na 5 dagen uitzien:

 

De theedoeken kletsnat en bij elkaar zeker 3 of 4 deciliter vocht uit de onderbak weggegooid in die 5 dagen. Je ziet ook hoe zacht de paprikastukjes zijn geworden, en dat het volume flink is geslonken.

Na die 5 dagen heb ik de zoutkorrels heel goed van de paprikarepen gewreven en de paprikarepen daarna ook nog afgeveegd met stukken keukenpapier. Vervolgens gepureerd in de keukenmachine. En dit is dan het resultaat:

 

Een mooie, dikke, knal oranjerode pasta (ik had van 6 paprika’s uiteindelijk anderhalf potje vol met deze paprikapasta). Deze foto is leuk als herinnering, want dit potje massa de pimentão ligt ondertussen in de kliko. Want het was breinzout met een vleugje paprikasmaak. Ik vind zout zeker niet erg maar als het zo zout is als mijn zelfgemaakt bouillonpasta, dus 11% zout, is het minder zout dan een gekocht bouillonblokje en is het zout genoeg voor de houdbaarheid, en tegelijkertijd veel lekkerder.

Oftewel, over 1 of 2 weken zet ik hopelijk een goed recept van deze ongetwijfeld overheerlijke paprikapasta op deze website. Vandaag paprika’s plukken en een nieuwe poging wagen!

 

 

Paprika’s

In verband met verdrietige familieomstandigheden heb ik de afgelopen 2 weken geen blog kunnen schrijven. We hopen volgende week weer echt naar de tuin te kunnen, er is genoeg te doen en te oogsten.

Ik heb gisteren wel al een blog geschreven op de website van Pokon, over de start van de oogst van paprika’s en pepers, en een erg leuk en lekker recept van paprikajam: Paprika’s

En gisteren zoveel paprika’s kunnen oogsten dat ik gisteravond ben gestart met het maken van massa de pimentão (een Portugese paprikapasta die je als marinade kunt gebruiken en als toevoeging in onder andere stoofschotels, soepen en sauzen), volgens een recept van Yvette van Boven zoals dat enige maanden geleden in het tijdschrift Delicious stond. Ik ben benieuwd of het lukt en hoe het dan wordt en smaakt. Daarover over 5 dagen meer (want dan is het klaar, als het goed is).

Even een foto van wat soorten paprika’s die ik gisteren kon oogsten:

Voor wie er interesse in heeft:

  • A:     Funtik
  • B:     Rosy Cheeks
  • C:    Golden Treasure
  • D:    Kaboutermutsenpaprika
  • E:     Lunchbox Red
  • F:     Giant Aconcagua
  • G:    White Calvick
  • H:    Earliest Red
  • I:      Lunchbox Orange
  • J:     Orange Bell
  • K:     Lila Purpur
  • L:     Amanda
  • M:   Royal Purple Mavras

Dat zijn nog niet alle paprika’s van dit jaar, maar ik kon gisteren ook niet van alle paprika’s rijpe vruchten plukken.

Ergens volgende week hoop ik weer een echt blog te schrijven, uiteraard met het resultaat van de massa de pimentão, plus…… wat te doen met de verwachte oogst van ongeveer 6 emmers appels (alle tips zijn welkom 🙂 ).

Tot slot dan nog een foto die ik gisteren snel nog even maakte na het oogsten van de paprika’s, de Helianthus annuus Orange Sun Double:

 

Tomaten en kruisbestuiving

Nou ja zeg, nu heb ik toch al 25 jaar een moestuin met kas, met tomaten, en nu lees ik afgelopen week dat een tomaat niet kruist omdat ze een ‘gesloten bloem’ heeft.

Lekker vlot, nog nooit over nagedacht. En geloof ik het dan zomaar, door een stukje tekst van 1 persoon? Nou, natuurlijk ook niet gelijk, dus nog wel gegoogeld en in andere boeken gekeken, en eens naar de bloempjes in de kas gekeken.

Voor wie het allemaal nog abacadabra is, eerst even een foto van een peperbloem:

 

Paprika’s en pepers (behorend tot dezelfde plant Capsicum) hebben duidelijk een open bloem. Je ziet de meeldraden en de stamper. Het stuifmeel hoeft slechts een paar millimeter te reizen om op de stamper te landen en dan is de bloem bevrucht en kan het vruchtbeginsel uitgroeien tot een paprika of peper. Zo heb ik het tenminste altijd gelezen/begrepen/ervaren. Door een tikje tegen de plant, of wat wind is die korte afstand al overbrugd. Maar een hommel of bij of andere bestuiver kan er ook wel heel goed bij en kan dus het stuifmeel verplaatsen en deze bloem, of een andere (kruisbestuiving) bevruchten.

Op internet vond ik dit tekeningetje dat dat duidelijk maakt:

Ja, dat klopt zo wel in mijn ervaring.

Maar dan de tomaat, die blijkt dus een gesloten bloem te hebben, zegt men. Een bestuiver kan niet bij het stuifmeel en dus niet (kruis)bestuiven. En op dezelfde webpagina vond ik dit tekeningetje van de tomatenbloem:

 

Oftewel, de stamper zit binnenin de tomatenbloem, en het stuifmeel ook, opgesloten en bijna tegen elkaar aan.

En dat herken ik inderdaad ook wel een beetje:

 

En ik heb ook in de afgelopen jaren wel eens gedacht dat een tomatenbloem een bijzondere bloem is en dat een hommel er lastig bij kan. En ik dacht dan ook dat dat de reden is dat insecten niet graag tomatenbloemen bezoeken. En dat er weinig lekkers in een tomatenbloem voor ze zit. Zoiets.

Pepers en paprika’s kruisen door hun open bloem veel makkelijker/sneller dan tomaten, dat weet ik. Maar is een tomatenbloem echt altijd helemaal gesloten, kan er geen bij of hommel bij?

Nog een foto uit mijn eigen archiefje van zelfgemaakte foto’s:

 

Ja, wel echt bijna gedraaid en daar kan toch geen insect of penseel bij om te bevruchten, dat moet ze echt zelf en van binnen regelen (door wind of een tikje tegen de plant wordt in de bloem de millimeter afstand afgelegd van stuifmeel naar stamper. Maar als je goed op de foto kijkt zie je links ook nog een tomatenbloempje en dat lijkt wel open te staan. Nog een foto gevonden:

Een echte landingsplaats voor insecten zou ik het niet willen noemen maar dit is een tomatenbloem die toch zeker niet helemaal gesloten is.

En als de meneer of mevrouw van de tekst gelijk heeft zou je geen foto’s van insecten bij/in een tomatenbloem kunnen vinden. Maar het stikt op internet van de foto’s van hommels en bijen en andere insecten die in/aan/op een tomatenbloem zitten of hangen. Deze foto plus onderschrift vond ik op internet:

A bumblebee collects pollen from a blooming tomato plant in a greenhouse of the Fontana Gartenbau GmbH gardening and horticultural company in Manschnow, eastern Germany, on February 20, 2017.
The company works with colonies of bumblebees to pollinate its plants. / AFP PHOTO / dpa / Patrick Pleul / Germany OUT

 

Conclusie? Misschien ligt de waarheid in het midden. Ik denk dat sommige tomatenbloemen zo gesloten zijn dat een bestuiver er niet bij kan, maar ik denk dat elke tros of bijna elke tros wel 1 of meer bloempjes bevat die net genoeg open staan voor een bestuiver om erbij te kunnen.

Het zou in ieder geval verklaren waarom tomaten maar ‘zelden kruisen’, maar dus niet ‘nooit kruisen’. En als bedrijven in kassen hommels uitzetten om voor de bevruchting te zorgen, dan zullen die dat ongetwijfeld hebben onderzocht en daar het nut van inzien.

Toch leuk om te weten en erover na te denken, vind ik zelf. Voor de mensen die dit allemaal geen snars interesseert (want dat kan ik me ook heel goed voorstellen, zeker als je geen tomaten en/of paprika’s en pepers hebt) heb ik op de pagina van Pokon ook nog een blog geschreven, met iets over mijn favoriete eenjarigen van dit jaar, lekker veel foto’s van mooie bloempjes, al dan niet zelfbestuivend, en al dan niet met open of gesloten bloemen 🙂 . Mijn favoriete eenjarigen van 2017.

Tot slot: foto’s van insecten op een tomatenbloem heb ik niet, ik heb wel eens een hommel bij een tomatenbloem gezien maar dat is wel sporadisch. Als ze mogen kiezen (en ze kunnen in onze kas kiezen), dan gaan ze voor de komkommerbloemen, meloenbloemen, peperbloemen, paprikabloemen, basilicumbloemen (ja, die vinden ze misschien nog wel het allerlekkerst), auberginebloemen. Een hommel op een peperbloem:

 

Mocht je dus zaden willen oogsten van je zelfgeteelde tomaten; de kans op kruisbestuiving door insecten bij tomaten lijkt mij echt heel klein, maar dus toch zeker niet onmogelijk.