Kruiden en Fruit in potten

De groenten in pot was een vrij groot hoofdstuk, Bloemen in pot ook. Fruit en Kruiden voor potten heeft wat minder ruimte nodig, vandaar dat ik die hier samen op één pagina beschrijf. Als eerste de Kruiden in pot, en daarmee bedoel ik in dit geval de kruiden die in de keuken worden gebruikt. Er zijn ook andere kruiden, geneeskrachtige kruiden, etc. dat is een heel andere verhaal en ik heb daar zeker niet genoeg verstand van, en ook geen ervaring mee, om daarover te schrijven. In dit hoofdstuk dus alleen iets over keukenkruiden in pot.

En daaronder vind je dus nog een klein hoofdstuk over Fruit in potten.

Pot Bieslook

Op de foto zie je de bloei van Bieslook (Allium schoenoprasum). Bedenk dat kruiden heerlijk kunnen geuren, maar dat een aantal soorten ook mooi kunnen bloeien, en dat zowel kruiden als fruit dus niet alleen nuttig hoeven te zijn, maar zeker ook decoratief kunnen zijn. De meeste bloemen van kruiden zijn trouwens ook nog eens eetbaar en niet alleen mooi in pot, maar dus ook nog eens decoratief en lekker in een salade, etc.

Keukenkruiden

Kruiden zijn er leuk, erg leuk in pot ook. En dan vooral omdat je in pot je kruiden wat dichterbij hebt. Doordat ze in pot wat hoger staan kun je er wat makkelijker bij, doordat ze in pot wat hoger staan kun je de vaak heerlijke geuren makkelijker ruiken. En een pot kun je dicht bij huis-keuken zetten waardoor je heel gemakkelijk even naar buiten stapt om wat verse kruiden te knippen voor in een gerecht.

Zelf heb ik altijd 1 grote pot in de voortuin staan, echt een heel grote pot, doorsnede zo´n 70 centimeter. En in die heel grote pot staan de kruiden die het meest gebruik in de keuken allemaal in polletjes bij elkaar; bieslook, peterselie, basilicum, selderij, dille, soms nog wat anders. En zo kan ik altijd even naar buiten lopen om er wat van te plukkken. Ik heb ook veel kruiden op de volkstuin staan, maar dat zijn meer de vaste soorten, soorten met bladeren die wat langer houdbaar blijven. Dichtbij huis in pot dus vooral de soorten die ik vaak pluk en snel wil gebruiken.

Er zijn heel veel kruiden, eigenlijk ken ik geen kruid dat niet in een pot kan, al heeft elk kruid natuurlijk wel zo z´n wensen, sommigen hebben aan een kleine pot genoeg, sommige hebben een grote pot nodig, sommige kruiden willen arme grond, sommige soorten juist een voedselrijke grond. Net als bij de bloemen in potten en groenten in potten, herhaal ik hier weer: verdiep je in heel even in wat een plant wil en speel daarop in, het zal zoveel beter gaan met die kruiden in pot.

Hieronder noem ik een aantal van de meest bekende kruiden, en hun eventuele wensen. Uiteraard is het lijstje niet compleet, er bestaan heel veel meer kruiden, maar onderstaande soorten zijn wel de meest bekende en meest gebruikte keukenkruiden, je moet er in ieder geval wat handige informatie in kunnen vinden, hoop ik……….

Meest bekende/gebruikte kruiden en wat tips m.b.t. de teelt in potten

Allium schoenoprasum (Bieslook)

Zeer geschikt voor de teelt in potten. Bieslook houdt van een lichtvochtige humeuze grond, dus gebruik goede potgrond en geef volgens aanwijzingen op de verpakking een kleine hoeveelheid meststof. Kun je al in een kleine pot telen, afhankelijk van de grootte van de pot kun je een grotere of kleinere pol bieslook planten. Bloeit tussen juni en augustus met lilapaarse bloemen (die eetbaar zijn). Het liefst een plekje in de zon, maar in de halfschaduw doet ze het ook prima. Geurt bij aanraking naar uien. Hoogte 35 centimeter.

Allium tuberosum (Knoflookbieslook)

Zeer geschikt voor de teelt in potten. Zie ook hierboven bij de gewone bieslook, maar Knoflookbieslook staat wel graag echt zonnig, en ze wordt ook wat hoger (45 centimeter). Bloeit in de nazomer met vrij grote witte bloempjes (de bloemen zijn ook eetbaar). Het blad is is wat lichter van kleur en veel breder, platter dan het blad van bieslook. De geur en smaak is ook uiachtig maar ook vooral knoflook. Omdat de hele plant in alles wat groter is heeft ze ook een wat grotere pot nodig (minimaal 20 centimeter). Kijk ook nog even op de pagina van Knoflookbieslook.

Pot met Aloysia triphylla

Aloysia triphylla (Citroenverbena)

Helaas niet winterhard. Maar misschien juist daarom wel extra geschikt voor potten. Hier staat deze plant in een zwarte plastic pot met een doorsnede van 30 centimeter (zie foto links, gemaakt in mei). Ze wordt best een flinke plant (uiteindelijk in een mooie zomer wel zo’n ruime meter hoog). Hier gaat ze in november de koude kas in met wat stro om de plant en pot, en eventueel wat jute, droog houden, en zo overleeft ze hier al een paar jaar de winter prima. In april komt de plant weer aan de groei en mag ze naar buiten, een paar weken later kunnen de langwerpige blaadje al weer geplukt worden. Geweldig om thee van te zetten (1 mok kokendheet water met 4 tot 5 verse blaadjes 3 minuutjes trekken). De geur bij wrijving van het blad is als van citroen en dat is ook gelijk de smaak. Geef niet teveel voeding, houd je aan de minimale hoeveelheden in de aanwijzingen op de verpakking. Wel lichtvochtig houden en geef haar een zonnige standplaats.

Anethum graveolens (Dille)

Eenjarig, ook geschikt voor potten, al is ze niet de gemakkelijkste in pot. Bedenk dat ze een lange penwortel maakt en mede daarom niet geschikt is om te verpotten of te verplanten. Zaai haar rond april buiten, de zaden kiemen binnen zo’n 2 weken. Het zijn lange slanke plantjes (afhankelijk van de Cutivar) die je gemakkelijk bij andere planten in potten kunt zetten, maar je kunt ze natuurlijk ook een eigen pot geven. Maar zaai haar in ieder geval ter plaatse en verplant haar niet, dus of in de volle grond of gelijk in de pot waarin ze mag blijven staan. Je kunt de blaadjes plukken en eten (lekker in visgerechten, sauzen), de bloemschermen zijn eetbaar en lekker in inmaak (zoals augurken in zoetzuur), en je kunt na de bloei ook de zaden oogsten (ook lekker in inmaak), bewaar gelijk ook wat zaden voor het volgende jaar. Geef een zonnig plekje en houd de grond vochtig, uitdrogen kan ervoor zorgen dat de penwortel afsterft en de plant dat niet overleeft.

Anthriscus cerefolium (Kervel)

Eenjarig. Lastig, ook in potten, want kervel schiet heel snel door. En dus zul je moeten zorgen voor een plekje in de halfschaduw en een gelijkmatige verzorging als het om vocht en voeding gaat (na een korte periode van droogte schiet ze al snel door). Voordeel is wel dat ze over een langere periode meerdere keren gezaaid en geoogst kan worden (zaaien tussen begin maart en half september), er bestaat zelfs een “Brusselse Winter” kervel die je in pot kunt laten staan en dan ook in winter nog wat van kunt oogsten. De smaak en geur is fris, kruidig, groenig, zonder uitgesproken te zijn, past daardoor ook in heel veel soepen, sauzen, vinaigrettes, etc.

Armoracia rusticana (Mierikswortel)

Van de mierikswortel eet je dus de wortel, die is wittig en smaakt radijsachtig maar dan veel sterker. Dat betekent dat die wortel moet kunnen groeien, je hebt er dus een grote maar vooral ook diepe pot voor nodig. En een niet te zware pot die je gemakkelijk in het najaar op de zijkant kunt leggen om de plant uit de pot te halen en de wortel zo te oogsten. Een deel van de wortel laat je dan zitten, voor de groei voor volgend jaar. Winterhard, voor zon of halfschaduw. Een plant die in 1 jaar zo’n grote wortel kan maken heeft dus ook wel voldoende vocht en voeding nodig, houd je aan de voorschriften op de verpakking en geef regelmatig water zonder de grond echt kletsnat te laten staan. De plant zelf is niet erg aantrekkelijk, beetje slappe langwerpige groene bladeren, wel mooie kleine witte bloemschermen in het late voorjaar/vroege zomer. Hoogte van de plant is ongeveer 40-50 centimeter. En meer geschikt voor pot dan voor de volle grond, want ik heb haar in de volle grond gehad en de uitlopers zijn zeer talrijk en overal in een straal van meer dan anderhalve meter komen er plantjes van die uitlopers van wortels omhoog (kort gezegd; ze woekert :-))

Borago officinalis

Borago officinalis (Komkommerkruid)

Zo leuk! Van deze plant kun je zowel het blad als de bloempjes eten, beiden smaken naar komkommer. Van het blad eet je vooral de jonge bladeren, de oudere grotere bladeren worden wat stekelachtig. De stengels waar de bloempjes aan groeien zijn ook stekelachtig, niet pijnlijk bij aanraken maar toch wel vervelend als je de stelen echt beetpakt. Vooral in een pot zetten dus waar je niet al teveel aan de plant hoeft te doen. Geef de plant een ruime pot, minimaal zo’n 25 centimeter doorsnede, de plant wordt uiteindelijk zo’n 50 centimeter hoog. Borago is eenjarig, zaai ze rond maart bij kamertemperatuur voor en wanneer ze groot genoeg zijn mogen ze gelijk naar buiten, een nachtvorstje deert ze niet. Geef ze een gemiddelde hoeveelheid voeding volgens de aanwijzingen op de verpakking en houd ze vochtig maar niet te nat. En een plekje in de zon. De lieve blauwe bloempjes (foto rechts, er bestaat trouwens ook een witbloeiende Cultivar) verschijnen de hele zomer en zijn geweldig leuk en eetbaar in salades, het blad kun je in reepjes snijden en in allerlei salades gebruiken.

Coriandrum sativum (Koriander)

Ook Koriander is prima geschikt voor potten. Zet dan wel meerdere planten in een ruime pot om een vol effect te krijgen, anders ziet het er wat ielig uit. Een plekje in de volle zon, een gemiddelde hoeveelheid voeding volgens de aanwijzingen op de verpakking en en vooral regelmatig water geven. Niet te nat houden maar bij afwisselend droogte en natte periodes schiet de plant snel door, dus zo gelijkmatig mogelijk gieten en voeden en verzorgen. Doorschieten doet ze uiteindelijk toch maar het voordeel van Koriander is dat ze snel kiemt en groeit en je dus meerdere keren in een jaar kunt zaaien. Gooi bloeiende Korianderplanten trouwens ook niet weg; ze bloeit best lief met witte bloemschermpjes en na de bloei maakt de plant zaden; handig voor het zaaien volgend jaar maar ook eetbaar (de rijpe gedroogde zaden heet ‘ketoembar’ en zie je in heel veel, bijvoorbeeld Indische, gerechten).

Cymbopogon citratus (Citroengras)

Ik heb wel eens citroengras gezaaid, je moet dat heel vroeg doen (februari) en bij kamertemperatuur kiemen de zaden dan binnen een week of 3. De zaailingen groeien heel langzaam. Prima voor potten maar citroengras is meerderjarig maar niet winterhard, je zult de jonge planten echt in de herfst naar binnen moeten halen. De laatste jaren kweek ik citroengras op uit stengels (zoals je die in de winkel kunt kopen), je kunt dan eerder en grotere stukken citroengras oogsten. Zorg uiteraard voor voldoende voeding en een vochtige grond. En veel warmte, al hoeft dat zeker niet in de volle zon te zijn maar wel beschut. Klik hier voor het filmpje op YouTube. Of lees even het hoofdstukje dat ik over citroengras heb geschreven: citroengras.

Eruca sativa (Rucola)

Rucola is geweldig, zowel in de volle grond in potten. Ze heeft maar 1 nadeel en dat is dat ze in de warme maanden van het jaar wel vrij snel doorschiet. Maar verder alleen maar voordelen: ze kan heel goed tegen kou en je kunt haar daardoor van eind februari tot in september zaaien. Ze kiemt snel, groeit snel en je plukt alleen blaadjes die je nodig hebt, er groeien dan vanzelf weer nieuwe blaadjes bij en zo kun je dus meerdere keren van 1 plant oogsten. Zaai vooral een paar plantjes in een pot want dan krijg je een mooi vol effect. Hoe groter de pot is, des te meer planten kun je natuurlijk kwijt, als je maar 1 plant wilt is een potje van 20 centimeter doorsnede al groot genoeg. Omdat de plant veel blad maakt heeft ze wel voldoende stikstof, gebruik een meststof waar voldoende stikstof in zit (de N in NPK, staat altijd in procenten aangegeven op een verpakking). En hou je aan de aanwijzingen op de verpakking. Rucola mag zonnig maar in halfschaduw doet ze het ook prima. En hou de grond vochtig, rucola “verlept” snel wanneer de grond uitdroogt, en dan zijn de blaadjes natuurlijk niet leeker meer. Kijk ook nog even op de pagina van Rucola

Foeniculum vulgare Bronze

Foeniculum vulgare (Venkel)

Je moet wel van de smaak van venkel houden (anijsachtig), dan is ze heerlijk in bijvoorbeeld een visschotel, in salades en in barbecuemarinades. Maar ook erg lekker als toevoeging in de thee. Venkel is een flink formaat winterharde vaste plant, je zult dus ook een flinke pot moeten hebben, reken op een diameter van zo’n 45 centimeter. Maar je kunt dan in principe van begin april tot in oktober blaadjes plukken. De plant ontwikkelt telkens weer nieuwe blaadjes dus je kunt plukken wanneer je wilt (niet alles natuurlijk, de plant moeten wel voldoende stengels en blad overhouden om te kunnen leven). In de zomer en nazomer bloeit venkel met gele platte bloemschermen. Als je bloemen uitgebloeid zijn vormt ze zaden, en die zaden of de hele zaadscherm is lekker in inmaak (net zoals bij Dille, in zoetzuren).

Op de foto zie je Foeniculum vulgare Giant Bronze, met donker paarsgroen blad, extra mooi en net zo lekker.

Laurus nobilis (Laurier)

Een echte Laurier is een matig winterharde, wintergroene heester. Hier staat ze in de volle grond, eens een stekje van iemand gekregen en die struik is nu zo’n 160 centimeter hoog en ze overleeft hier in Zuid-West Nederland de winter prima, zonder afdekken. In pot is ze natuurlijk wat minder winterhard (omdat de wordtel niet onder de grond maar tegen de koude pot aanzitten, ze kunnen dan makkelijker bevriezen en afsterven). Toch is Larier erg leuk in pot, neem wel een flinke pot want dan krijg je een mooiere, vollere wintergroene plant die makkelijker vocht en voeding op kan nemen dan een klein plantje in een te klein potje. In de winter kun je de pot dichter bij huis zetten, zorgen dat de wortelkluit niet te nat is, en de pot eventueel beschermen door er jute omheen te wikkelen. Als het echt streng gaat vriezen kun je zelfs gemakkelijk de laurier in pot een paar dagen even binnen of in een garage zetten. Decoratief omdat ze wintergroen is met glanzend donkergroene blaadjes. Geef haar voldoende voeding, volgens aanwijzingen op de verpakking. Er bestaat ook nog wel wel voeding voor groene planten (zoals ook voor Buxus, etc), dat is een prettige voeding omdat er vaak wat extra stikstof en magnesium in zit, voor mooie groen blad. En houd de plant matig vochtig, niet uit laten drogen maar ook vooral niet kletsnat laten staan. Je kunt blaadjes plukken wanneer je wilt, het hele jaar door, haal ze op plaatsen weg waar je later toch wilt gaan snoeien. Laurier wordt veel gebruikt in stoofschotels, hachee, maar ook in bouillon, inmaak, etc.

Lavandula (Lavendel)

Lavendel is gewoon een mooi winterharde vaste plant (eigenlijk heester) en ze hoort alleen door haar uitstraling al in een kruidentuin. Lavendel gebruik je maar zelden in de keuken, ze heeft een zeer zware kruidige smaak. Persoonlijk gebruik ik liever rozemarijn, thijm, maar in die hoek kun je de smaak een beetje zoeken. Erg lekker en leuk is wel lavendelsuiker: je plukt verse kleine bloempjes en die meng je met suiker en dat laat je drogen; je krijgt dan een vrolijke en geurende suiker, met kleine paarse (indien je paarsbloeiende Lavendel gebruikt) gedroogde bloempjes en en heerlijke geur en kruidige smaak (lekker om mee te koken of gewoon over een appeltaart te strooien). Lavendel heeft een zanderige grond nodig, mag nooit kletsnat staan, en zet haar vooral in de zon. Als je haar na de bloei gelijk een stuk terug snoeit, dan blijft ze mooi in vorm. Gebruik per plant een pot van minimaal 25 centimeter doorsnede. En geef haar natuurlijk voeding maar wees er wel matig mee. Zet de pot in de winter dichtbij het huis en bescherm haar desnoods bij strengere vorst (want ze is in pot natuurlijk wel iets minder winterhard dan in de volle grond).

Lepidium (“Kers”)

Tuinkers, Peperkers, Polycress, allemaal namen en kleine verschillen in eenjarige planten die min of meer pittige blaadjes hebben. Lekker pittig op een broodje kaas, heerlijk in salades. Helaas schiet ook deze familie van tuinkerssoorten snel door. Je kunt dat een beetje voorkomen door de planten een halfbeschaduwde plaats te geven en haar regelmatig water te geven zodat ze niet kletsnat of droog staat. En dat doorschieten is ook niet heel erg want alle kerssoorten kiemen heel gemakkelijk en snel (binnen een week bij kamertemperatuur). Dus je kunt haar een eigen pot geven voor die korte tijd dat ze leeft, maar je kunt haar ook heel gemakkelijk bij andere groenten of bloemen of kruiden zetten, als ze door gaat schieten zaai je gewoon weer wat nieuw. En je kunt haar al vanaf maart tot september zaaien. Geweldig dus als tussenteelt, als er een pot even leeg komt, die is zo gevuld met deze pittige plantjes.

Maggi plant

Levisticum officinale (Maggi/Lavas)

Maggi maakt echt een grote winterharde vaste plant, ik zag ergens in een boekje dat het om die reden werd afgeraden haar in pot te houden. Dat is wel jammer want Maggiplant is erg lekker. Het blad geurt overduidelijk naar Maggi en is dus zeer geschikt voor soepen en stoofschotels. Bij de Turkse bakker wordt Lavasbrood verkocht, een soort Turks wit brood dat op smaak is gebracht met blaadjes van de maggiplant, ook erg lekker. En dus is er wellicht toch wel een oplossing: een echt grote pot (minimaal 50 centimeter), van plastic. Want een plastic pot is niet zo zwaar en zo kun je haar eens per 2 of 3 jaar eens op haar kant leggen en zo de plant uit de pot halen en die doormidden steken. Je plant zo’n halve (of dessnoods kwart) plant terug in de pot, met wat nieuwe potgrond en zo houd je de plant zeker in toom. Sterker nog, zo doen we het in de volle grond ook. Maggi woekert trouwens niet (in de zin van uitlopers maken), ze wordt gewoon groot.

Het mooie blauwgroene eetbare blad verschijnt al begin maart en dan kun je dus ook al blaadjes plukken. Tot de herfst. In de zomer wil de plant gaan bloeien, dat is best een mooi gezicht (de schermbloemen staan op wel 180 cm hoge stelen), maar de bloei gaat ten koste van de kwaliteit van het blad, dat sterft dan al langzaam af. Als je haar echt voor de oogst van blad hebt, knip jonge bloemstengels dan weg, dan blijft het blad langer mooi. Verder nog: halfschaduw is prima voor haar maar zelfs in lichte schaduw doet ze het goed. Een grote plant vraagt behoorlijk veel voeding, en houd haar altijd goed vochtig, laat haar vooral niet uitdrogen. En dan heb je een geweldige plant aan haar……. ook in pot.

Matricaria recutita (Kamille)

Alleen geschikt voor mensen die van thee houden 🙂 Kamille is een eenjarige plant, ze wordt ongeveer 50 centimeter hoog, heeft mooi knalgroen fijn blad en ze bloeit met de bekende witte bloempjes met een geel hartje. De plant kan heel goed tegen kou, je kunt haar dus al in maart zaaien, wat vorst deert haar niet. Leuk voor potten, ook leuk voor de volle grond trouwens. De pot hoeft niet heel groot te zijn (tenzij je een flinke hoeveelheid planten wilt), met een paar planten in een pot van 25 centimeter doorsnede heb je al een leuke opbrengst. Zorg voor een zonnig plekje en geef voeding volgens aanwijzingen op de verpakking, en voldoende vocht, maar laat de wortels zeker niet kletsnat staan. Met zo’n algemene verzorging krijg je leuke frisse planten die in juni gaan bloeien, de bloei duurt to het einde van de zomer. Ik las ergens dat de beste kwaliteit voor thee je de bloempjes plukt wanneer ze 5 dagen open zijn. Kamillethee is rustgevend, ontspannend. Bekend is ook wel de koude thee als mondspoeling bij ondstekingen. Bedenk wel dat er ook wat bijwerkingen zijn voor mensen die gevoelig zijn voor Kamille. Je moet er voor thee ook wel even leren mee te doseren want de smaak is heel sterk.

Melissa officinalis (Citroenmelisse)

In de volle grond vind ik Citroenmelisse niet zo fijn, daar wordt ze wel erg groot, maakt ook uitlopers en ook alle zaden kiemen en groeien weer. Woekeren is misschien niet helemaal het juiste woord, maar ze groeit wel te veel en te snel om echt fijn te zijn. Gelukkig heb je daar in pot geen last van, je kunt haar daar zo groot of klein laten worden als je wilt. Gebruik wel een pot met een minimum diameter van 25 centimeter, groter mag natuurlijk ook. Citroenmelisse is een winterharde vaste plant, net als bij de Maggiplant (lees ook even daar het stukje) kun je haar uit de pot halen en delen en een klein stuk terug planten wanneer ze te groot wordt. Een zonnig plekje, redelijk goed vochtig houden en wat voeding volgens de aanwijzingen op de verpakking en dan heeft de plant het prima naar haar zin. Je kunt de blaadjes naar believen plukken, ze geuren fris naar citroen en je kunt ze dus in toetjes gebruiken, maar ook lekker in een kop thee, een koud glas water.

Citroenmunt in pot

Mentha (Munt)

Munt moet je eigenlijk in pot zetten en dan maar om 1 reden: munt woekert, en woekert ook flink. In de volle grond kan ze elk jaar zomaar meer dan anderhalve meter uitbreiden, in een pot houd je haar netjes in toom. Munt is eigenlijk ook net ‘onkruid’, het groeit overal, welke grondsoort dan ook, en droog of nat, etc. Dat neemt niet weg dat wanneer je munt voor de oogst wilt, je wel natuurlijk voor de beste omstandigheden moet zorgen. En dan is gewone potgrond prima. Als na 8 weken de voeding in de potgrond uitgewerkt is kun je bijmesten met wat stikstofrijke voeding, houd je aan de aanwijzingen op de verpakking. Zon of halfschauw zijn het beste, maar in de schaduw doet Munt het ook nog prima. Neem wel een flinke potmaat, anders krijgt de plant al snel de neiging over de pot heen te groeien. En gebruik bij voorkeur een plastic pot; daaruit kun je elk voorjaar makkelijker de wortelkluit even halen. Snijd een stuk van de wortelkluit af en pot die opnieuw op, zo houd je elk jaar een plant die niet te krap in de pot staat, weer mooi uit kan lopen, en dus ook een goede oogst aan lekkere blaadjes kunt geven. Er bestaan trouwens meerdere soorten munt (zoals watermunt, kruizemunt, groene munt, kruipmunt, etc.); ze smaken allemaal naar munt maar sommige soorten smaken/geuren wat sterker, of woekeren wat meer, of hebben grotere of juist kleinere blaadjes. Je kunt de blaadjes een zeer groot deel van het jaar plukken, heerlijk in thee, maar door bijvoorbeeld vruchtensalades, in desserts, etc.

Nasturtium officinale (Waterkers)

Pot met waterkers

Voor bijna elke plant in dit hoofdstuk geldt dat ze in potten wel voldoende vocht willen hebben maar niet kletsnat willen blijven staan. Waterkers is de uitzondering; waterkers (de naam zegt het al) staat graag zeer vochtig. Zelf heb ik waterkers altijd in pot, juist om te zorgen dat ik haar voldoende vers vocht kan bieden. Want ze heeft natuurlijk liever geen brak water maar vers en helder water. Ik zaai de planten altijd in een grote pot, zo rond maart, in de kas. En die pot staat dan in een onderbak met water. De zaden kiemen binnen een week of 2 tot 3 en groeien de eerste weken heel langzaam. Zo rond mei begint er dan een groeispurt en aan het einde van de maand kun je dan de blaadjes oogsten; ze zijn lekker fris, een beetje pittig (zoals bij de “Kers-soorten” maar dan iets milder), heerlijk op een broodje kip of kaas, maar ook lekker in salades, etc. Zorg er in ieder geval voor dat je altijd de pot in een bak met koel, vers water hebt staan (ik gebruik er een oude emmer voor die ik voor de helft heb afgezaaid, je krijgt zo een onderschaal die 3 keer zo hoog is dan de onderschalen die je in wikels kunt kopen – om de dag giet ik evnetueel overtollig water even weg en giet weer vers/fris water in de onderbak). Voeg af en toe een dopje voeding aan het water toe (volgens aanwijzingen op de verpakking). En een plekje in de halfschduw is prima voor haar. Je kunt tot in de zomer blaadjes plukken maar halverwege de zomer worden de planten wel wat kaal en lelijk (afhankelijk ook van de hoeveelheid blaadjes die je plukt). Het kan dus handig zijn om aan het begin van de zomer nogmaals te zaaien zodat je op een gegeven moment de lelijk wordende plant weg kunt doen en ondertussen al een nieuwe pot met pittige, verse blaadjes hebt.

Basilicum Emily

Ocimum basilicum (Basilicum)

Ook Basilicum is zeer geschikt voor potten. In dit geval omdat Basilicum zeer vorstgevoelig is, 1 nacht met vorst kan al fataal zijn. In een pot kun je Basilicum in een koud voorjaar in de nacht nog eens naar binnen halen.

Op de foto zie je Basilicum ‘Emily’, een Genovese-type maar dan in een wat meer compacte vorm. En daardoor extra handig en geschikt voor in pot.

In pot kun je voor optimale omstandigheden zorgen: zo zonnig mogelijk. En als het eens regent of waait, zet de pot dan wat beschut, tegen het huis bijvoorbeeld. Gebruik ook een pot die de warmte goed vasthoudt, terracotta is daar zeer geschikt voor. Je kunt Basilicum in april zaaien, ze kiemt bij kamertemperatuur altijd heel gemakkelijk, binnen een week. Ze mag naar buiten wanneer de kans op vorst voorbij is. Gebruik een normale potmaat, het maakt niet zo heel veel uit; hoe groter de pot, des te meer zaailingen kun je planten, elke zaailing maakt 1 steel met zijstengels en bladeren.

Basilicum heeft voldoende voeding en vocht nodig maar het vocht mag niet blijven staan, een goede afwatering is heel belangrijk. Maak daarom de potgrond luchtiger door er een kwart deel brekerzand doorheen te mengen. En geef na 8 weken wat voeding volgens de aanwijzingen op de verpakking. Er bestaan meerdere soorten Basilicum; het is handig een soort te kiezen die het goed in de pot die hebt gekozen past. Slabladige Basilicum wordt bijvoorbeeld nog wel flink hoog, zo’n 80 centimeter, en heeft dus een grote pot nodig, maar ook steun, want de stengels zijn vrij slap. Spice Globe (foto rechts) blijft veel kleiner, de blaadjes zijn ook wat kleiner, maar ze kan door haar kleinere formaat wat beter tegen wind en regen en is wellicht dus wat beter geschikt. Er zijn ook nog soorten als kaneelbasilicum, citroenbasilicum, Thaise basilicum, etc., en er zijn zijn ook Basilicumsoorten met gekleurde blaadjes (bijvoorbeeld Ararat heeft groenpaarse blaadjes, Opal heeft volledig donkerpaars blad). Als je van Basilicum houdt (ik kan me bijna niet voorstellen dat er mensen zijn die niet van verse Basilicum houden 🙂 is een opstelling van meerdere formaten potten, met meerdere soorten hogere en lagere Basilicumvarieteiten natuurlijk wel erg leuk en lekker. Kijk ook nog even op de pagina mt teeltaanwijzingen voor Basilicum

Origanum (Marjolein, Oregano)

Bedenk allereerst dat er verschillende soorten Origanum bestaan, de echte, de wilde, siervormen die meer voor de bloemen gekweekt zijn. Het is maar welke soort je wilt. Ik heb wel een siervorm (ik meen iets van Rosenkuppel of zoiets) gehad, mooie bloem maar de geur en smaak kan helaas echt niet tippen aan echte Oregano. Er is dan Origanum majorana, die smaakt heel veel beter, maar helaas is die niet winterhard. Dat is zeker niet erg hoor, je kunt haar prima als eenjarige zaaien. Er is wel ook nog een vaste winterharde vorm, de Origanum vulgare, die kun je gewoon als vaste plant houden. Zelf heb ik nu de Origanum vulgare hirtum, ook wel Griekse Oregano genoemd. Heerlijk, geurig, behoorlijk zwaar kruidig hoor, je moet het voorzichtig in de keuken gebruiken, maar onmisbaar in veel Griekse gerechten, maar ook heerlijk op pizza’s, in barbecuemarinades, sommige pastasauzen, etc. En het leuke is dat je de blaadjes heel lang kunt plukken, van eind februari tot zeker eind november. Ik heb zelfs wel eens gezien dat in een zachte winter de plant niet helemaal afsterft maar er ook in de wintermaanden nog wat blaadjes geoogst kunnen worden. Geef haar een gemiddelde potvorm (minimaal 25 centimeter), een goede potgrond die je wat verluchtigd hebt met 1/5e deel brekerzand. Zorg voor een matige hoeveelheid voeding (ietsje minder dan bij de aanwijzingen op de verpakking staat aangegeven), en voldoende vocht zonder dat de kluit kletsnat blijft. Oregano houdt van zon, en dan heb je een probleemloze plant waar je heel lang van kunt oogsten. In de zomermaanden bloeit de plant, met zachtroze bloempjes, ook tijdens de bloei kun je gewoon blaadjes oogsten, trouwens, ook de bloempjes zijn eetbaar.

Perilla frutescens (Shiso)

Niet iedereen kent deze mooie planten, maar als je Shiso noemt, dan kent bijna iedereen het wel; je hebt het vast wel eens in een restaurant op je bord gehad, als lekkere decoratieve miniblaadjes, vaak in de donkerpaarse kleur (al bestaat er dus ook een groene vorm). Perilla wordt dus ook wel Shiso genoemd, het is een niet winterharde plant die je in het voorjaar zaait. Op meerdere websites kom je wel eens tegen dat ze koel gezaaid moet worden, ik heb zelf echter de beste resultaten met het zaaien in maart bij kamertemperatuur (en liever nog iets warmer, in een lekker zonnig raamkozijn). In mei mogen de planten naar buiten, neem er een ruime pot voor want de planten worden uiteindelijk wel zo’n 60-70 centimeter hoog en hebben dus ook wel voldoende ruimte nodig in de pot, minimale potmaat 30 centimeter. Op de foto zie je een volwassen plant, de donkerbladige vorm, in de volle grond.

Geef haar vooral een plekje in de zon, al zal ze het ook in de halfschaduw nog wel redelijk goed doen. Geef een normale hoeveelheid voeding, volgens de aanwijzingen op de verpakking, en zorg voor voldoende vocht om de bladmassa te voorzien van vocht, maar laat de planten niet kletsnat staan, zorg voor een goede afwatering. De smaak van Perilla is niet zo gemakkelijk uit te leggen, vooral warm, een beetje kruidig. Het past gemakkelijk is salades, maar ook roerbak, etc. Ik gebruik voor salades wel het liefst de kleinere blaadjes, de bladeren van Perilla zijn heel zacht behaard en bij de grotere bladeren geeft dat in je mond toch een beetje raar gevoel, beetje wollig en droog. Bij roerbakken en stoven heb je daar uiteraard geen last van. Perilla bloeit ook, in de zomermaanden, met heel kleine, onopvallende paarse lipbloempjes.

Peterselie Gigante d Italia

Petroselinum crispum (Peterselie)

Peterselie doet het prima in pot, mits je maar maar met een paar zaken rekening houdt. Peterselie houdt niet van volle zon, het blad wordt dan heel snel geel en een beetje zacht. Peterselie dus vooral in de halfschaduw plaatsen, en ze doet het ook zelfs nog goed in lichte schaduw. Verder heeft peterselie een humeuze grond nodig, voldoende vocht, maar ook een goede afwatering. Er is krulpeterselie en platte peterselie, de krulvorm blijft iets kleiner, is mooi voor decoratie en goed van smaak. De platte peterselie is als plant groter, minder decoratief maar heeft veel meer smaak. Beiden leuk en lekker, het is maar net wat je wilt. Voor de platte peterselie heb je dus wel een wat grotere pot nodig dan voor de krulpeterselie, maar de opbrengst is dan ook weer wat groter. Het grootste voordeel van peterselie (naast het feit dat ze erg lekker fris is en in heel veel bereidingen gebruikt kan worden), is dat je er lang van kunt plukkken/oogsten: van de in maart gezaaide planten kun je vanaf mei al voorzichtig wat gaan plukken. Vanaf juni-juli kun je volop plukken en die oogst duurt tot de winter; zolang je voldoende plant overlaat om te groeien blijft ze nieuwe stengels en blaadjes maken. Peterselie kan heel goed tegen koud, op een beschutte plaats kan ze zelfs de winter overleven; dat betekent dat je in een niet te strenge winter ook in de winter nog wat blaadjes kunt plukken, zelfs tot in de lente (zo rond maart begint de plant dan door te schieten en sterft daarna af). Zorg voor een goed oogst over een lange periode dus wel voor voldoende voeding, volg de aanwijzingen op de verpakking, zorg dat er wat stikstof in de voeding zit (voor de bladgroei). Kijk ook nog even op deze pagina met wat tips over de teelt van Peterselie.

Rosmarinus officinalis (Rozemarijn)

Rozemarijn is matig winterhard, en juist daarom is ze zeer geschikt voor potten: je kunt de planten wat warmer zetten, tegen het huis aan, beschut en in de zon, de kluit in de winter wat droger houden, de pot in wat jute inpakken voor wat isolatie. En mocht het echt heel streng gaan vriezen, de pot in de nacht naar binnen halen. En met die redelijk kleine hoeveelheid zorg kun je dan een plant in pot houden die alles heeft: wintergroen, donkergroene naaldjes, bloeit met mooie kleine lilapaarse bloempjes in het voorjaar, geeft het hele jaar geur en smaak. De planten (of eigenlijk is ze een heester) kunnen nog wel 80 centimeter hoog worden, zorg voor een ruime pot: niet alleen voor de flinke wortelkluit maar dus ook gelijk om de winterhardheid te verhogen (in een te krappe pot zitten de wortels in de winter tegen de ijskoude potwand aan en bevriezen dan makkelijker).

Rozemarijn houdt van een zanderige grond, meng wat brekerzand of grit door de porgrond. En geef ook niet teveel voeding, Rozemarijn heeft niet veel nodig, groeit van nature in warme, zanderige, droge gebieden. In pot moet je natuurlijk wel wat voeding geven, maar geef gewoon wat minder dan op een verpakking staat aangegeven. Zorg voor een zonnige standplaats, en geef water maar laat de plant nooit in een kletnatte pot staan. In de winter geef je geen voeding en je geeft maar weinig water. Je kunt een stukje van een takje met wat naaldjes plukken wanneer je wilt, de smaak is heerlijk, maar ook heel zwaar en kruidig; proef eerst voor je het gebruikt zodat je in kunt schatten hoeveel je in een gerecht wilt gebruiken.

Misschien nog een leuke tip: naast de opgaande vorm bestaat er ook een soort kruiprozemarijn; met dezelfde smaak, naaldjes en bloei, maar dan veel langer en zeer geschikt voor in pot (omdat ze daar zo mooi in overhangt). De naam van die kruipende soort is Rosmarinus officinalis prostratus, zie de foto hieronder, hier staat ze in een flinke maat pot (50 cm doorsnede):

Rosmarinus prostratus

Rumex acetosa (Zuring)

Ik moet eerlijk toegeven, ik heb deze zuring niet in de tuin. Deze zuring is de beste zuring voor in de keuken, met de beste, friszure smaak. Maar ik hou niet zo van warme zurige gerechten (heel bekend is de zuringsoep maar ook dat vind ik zelf niet zo heel lekker). Ik vind zuring koud wel heel lekker, fris in salades. Maar omdat ik alleen jonge blaadjes gebruik, in koude salades, etc., heb ik zelf gekozen voor de Rumex sanguineus (Bloedzuring), omdat ik die met de felrode bladnerven zo mooi vind. Voor beide planten gelden trouwens dezelfde eigenschappen hoor: winterharde vaste planten. Staan graag in zon of halfschaduw, hebben voedzame grond nodig en voldoende vocht. Een potmaat van 25 centimeter is prima, iets groter zou mooi zijn, voor een volle plant die goed kan groeien. De blaadjes zijn in het voorjaar het lekkerst, hoe jonger en malser het blad, des te beter is de smaak. Als de bladeren groter worden zijn ze voor rauwe bereidingen minder geschikt maar de echte Rumex acetoa kun je dan dus altijd gebruiken voor stoven. De smaak is friszuur, meer als van citroen dan van azijn. En ook niet heel zuur, het zuur zit vooral in de bladnerven en is zacht en fris van smaak. In de zomermaanden bloeit Rumex, met kleine rozige bloempjes op hoge steeltjes (de plant zelf blijft zo’n 35-40 centimeter hoog).

Salvia officinalis (Salie)

Salvia heeft een heel zware, kruidige smaak. Het is erg lekker (zeker bij bijvoorbeeld lamsvlees, sommige pasta’s, etc.), maar je moet bij gebruik in de keuken goed oppassen want een teveel aan salie is niet lekker hoor, dan wordt het in een gerecht veel te overheersend. Salvia is een echt Mediterraan kruid (net als Rozemarijn). Dat betekent dat de planten van veel zon houden, van een losse, niet te natte grond en van weinig voeding. Voor de teelt in potten gebruik je dus een potgrond die je flink verluchtigd hebt met minimaal een kwart deel brekerzand, wellicht nog wat grovere deeltjes erbij. En ze heeft in pot natuurlijk wel vocht nodig (want de wortels kunnen zelf geen vocht gaan zoeken), maar houd het matig, lichtvochtig en zeker geen onderschaal waar water in blijft staan geven. Er zijn verschillende soorten, onder andere soorten met groter of kleiner blad, met geelbont blad of paarsig blad, met witte of met blauwpaarse bloemen, sommige soorten bloeien wel, anderen bloeien niet. En uiteraard zijn er ook wat verschillen in smaak, al smaken alle Salvia officinalis Cultivars wel heel sterk en kruidig.

De bloemen (als je een bloeiende soort kiest) zijn vrolijk en trekken bijen en hommels aan. En mocht je de smaak te sterk vinden om vaak of veel te gebruiken, dan is er nog altijd de heerlijke geur als je over de planten wrijft, alsof je in Italië op vakantie bent 🙂 Gebruik overigens wel een goede potmaat, minimaal 25 centimeter maar liever nog groter, zo hebben de wortels wat meer ruimte en dat bevordert dan ook gelijk de winterhard; want Salvia officinalis is redelijk winterhard maar in strenge winters moet je toch wat oppassen (zet de potten tegen het huis aan, houd ze nog wat droger, gebruik eventueel wat jute om de pot in in te pakken). Eigenlijk is de vorst zelf niet de boosdoener maar natte wortels in combinatie met vorst kan wel funest zijn.

Zo staat de Salvia officinalis hier (in een grote pot want uiteindelijk worden het grote planten):

Salvia officinalis in pot

Satureja hortensis (Bonenkruid)

Deze Satureja is eenjarig, er is ook nog een vaste vorm (Satureja montana). De vaste plant Satureja is eigenlijk een heester, uit Mediterrane gebieden; ze is hier niet goed winterhard gebleken. Als je de vaste soort wilt, gebruik dan dus een potgrond die je flink verluchtigt met brekerzand. In de wintermaanden zet je de pot bij het huis, en houd haar behoorlijk droog, eventueel de pot omwikkelen met jute. De blaadjes van de vaste Satureja smaken ongeveer hetzelfde als die van de eenjarige Satureja. Misschien heb je voorkeur en vind je het fijn 1 vaste heester in pot te houden en daar de blaadjes van te plukken, of misschien vind je het toch wel zo handig en makkelijk om gewoon elk jaar opnieuw te zaaien, je kunt dan elk jaar een andere pot kiezen die je over hebt en hebt er geen werk aan in de wintermaanden. Wat je wilt dus…..

De éénjarige Satureja hortensis is gemakkelijk te zaaien en stelt ook wat minder eisen aan de grond. Zaai haar in maart of april bij kamertemperatuur voor, de zaden kiemen binnen een dag of 10. Het blijven kleine planten (zo’n 25 centimeter hoog) en een kleine pot is dus al prima (tenzij je veel planten zet omdat je veel gebruikt). Geef af en toe wat voeding, maar heel veel heeft ze als kleine plant niet nodig. Geef haar natuurlijk wel voldoende vocht, al mag ze niet kletsnat blijven, en zorg voor een zonnig plekje. Zelf ben ik niet erg dol op bonenkruid, het heeft een bijzondere smaak, zeer kruidig en zwaar maar het heeft iets weeïgs, ik vind het niet lekker. Er zijn echter mensen die zweren bij de smaak van bonenkruid, en dan vooral bij gerechten met alle soorten bonen (van tuinbonen tot snijbonen, witte bonen, etc.). Ik vind haar niet lekker smaken, maar ik vind haar wel erg lekker ruiken, zo’n zelfde bijzondere kruidige geur. Om die reden heb ik gekozen voor de vaste vorm, de Satureja montana, zo heb ik een heester die ik altijd even aan kan raken en kan ruiken, beetje verslavend lekker (zoals ik dat ook heb met de kerrieplant Helichrysum italicum 🙂

Stevia rebaudiana

Stevia rebaudiana (Stevia/Honingkruid)

Dit kruid wordt elk jaar meer bekend. Sinds het officieel in Nederland mag worden gebruikt en verhandeld zie je het in allerlei vormen terug. Stevia is een niet winterharde vaste plant waarvan de blaadjes zeer zoet smaken, zo zoet als suiker. En dus kun je er sinds 2009 niet alleen zaden en plantjes van kopen, maar ook natuurlijke zoestoffen, in druppels, pilletjes, etc. Een natuurlijke zoetstof zonder bijwerkingen en zonder kcalorieën. En dus een geweldige plant om te hebben, ze moet zelfs in pot (omdat ze niet winterhard is en ze dus in de winter naar binnen moet). Hier blijkt de plant toch wel iets meer vorst te kunnen hebben dan verwacht; ze overleeft hier al een jaar of 4 elke winter in de koude kas (waar het net zo hard vriest als buiten maar waar geen regen, sneeuw en storm is). Met wat jute om de pot heen en bijna volledig droog gehouden overleeft ze hier de winter in de kas. Ze sterft tot op de grond af en begint in april weer langzaam te ontwaken.

Geef haar in pot dus een goed verluchtigde potgrond en een flinke potmaat van minimaal 30 centimeter (ze maakt niet alleen een flinke plant maar doordat de wortels de ruimte hebben kan ze wat meer vorst hebben dan in een te krappe pot). Geef voldoende voeding, volgens aanwijzingen op de verpakking; omdat de plant flink wat blad maakt heeft ze een goede voeding nodig met voldoende stikstof daarin. Zet de plant op een zonnig plekje, maar halfschaduw kan ook. En geef regelmatig water, ze mag niet uitdrogen, maar laat haar ook niet in kletsnat water staan. Je kunt van half mei tot eind oktober blaadjes plukken. Bedenk dat ze zeer zoet zijn, zoeter dan suiker, dus gebruik ze spaarzaam (in bijvoorbeeld dranken als thee of een glad koude spa, maar ook in desserts, etc., overal waar je anders suiker in zou gebruiken. Zo rond oktober wil de plant nog wel gaan bloeien maar dat is in ons land te laat om nog zaden van te oogsten, tijdens de bloei zakt de plant bij de eerste koude nachten al in elkaar. Zet de pot dan bij het huis, pak haar in jute in en houd haar bijna droog. Als het dan echt gaat wat meer dan 3 of 4 graden gaat vriezen, haal haar bijvoorbeeld voor de nacht naar binnen. Kijk vooral ook nog even op deze pagina over de Stevia

Tijm in pot

Thymus vulgaris (Tijm)

Tijm is geweldig in pot. Tijm houdt van een zanderige, vrij droge grond, en niet teveel voedingsstoffen. En juist die omstandigheden kun je in een pot misschien wel beter bieden dan in de volle grond. Ik heb haar zelf niet meer in pot (nog wel op de foto en dat ging prima), maar ik heb haar sinds 2013 in een verhoogde bak. Het resultaat is een beetje hetzelfde. Meng een kwart grof brekerzand door de potgrond en gebruik een pot met een minimale diameter van 20-25 centimeter. Tijm houdt van volle zon, de plant (of heester of halfheester, er zijn veel soorten tijm die allemaal weer een eigen geurdimensie hebben) wordt zo’n 15-30 centimeter hoog, afhankelijk van soort en Cultivar. Tijm houdt ook niet van al te veel voeding, al kan ze natuurlijk niet helemaal zonder (geef gewoon iets minder dan op de verpakking staat aangegeven). En geef haar wel water, maar laat haar niet kletsnat worden, en een dagje geen water zal haar niet deren. Je gebruikt in de keuken de blaadjes, heerlijk in marinades en in alles wat wat met de Franse en Mediterrane keuken te maken heeft. Proef haar de eerste keer bij gebruik even, de smaak is heel sterk dus een goede dosering in gerechten is wel belangrijk.

Helichrysum Tall Curry

Op de foto nog even de Helichrysum Tall Curry, een Mediterrane plant, matig winterhard (handig in pot want dan kan ik haar in de kas zetten in de winter). Het blad geurt naar kerrie, heerlijk! En dan krijgt ze in de warmste zomermaanden ook nog kleine gele schermbloemen.

En dit was dan een opsomming van de meest gebruikte keukenkruiden en hun mogelijkheden in potten. Ik hoop dat je er wat handige tips over standplaats, voeding, etc. in hebt kunnen vinden!

Fruit in potten

Eigenlijk is het iets dat iedereen die een balkon heeft en graag iets eetsbaars wil telen wil: fruit. En juist fruit is wel heel lastig in potten want fruit haal je over het algemeen niet van een plant. Fruit groeit aan bomen, flinke struiken, etc. En dus moet je inventief zijn om fruit in potten en bakken te kunnen telen. Je hebt er geduld voor nodig, flinke potten, tijd om alles goed te verzorgen, maar als je wilt kan het wel, met kennis en het kiezen van het juiste ras.

Als je nu echt geen zin, tijd, plaats hebt voor een echt fruitboompje in een pot, dan zijn er nog wel een kleine hoeveelheid opties:

Eenjarigen: denk daarbij aan Physalis pubescens en Physalis peruviana (Ananaskers). Dit zijn eenjarige struikvormige planten die in de zomer-herfst vruchten dragen; geeloranje besjes, je ziet ze vaak in supermarkten, met het verdorde omgevouwen hoesje er nog aan. Fris zoetzurig. Je kunt ze in het voorjaar zaaien, bij kamertemperatuur, de planten mogen dan vanaf 12 mei naar buiten. Hebben wel een zonnige standplaats nodig, een ruime pot, humeuze grond die vochtig moet zijn maar niet kletsnat mag blijven. Een kleine hoeveelheid samengestelde meststof is prima, voor wat groei en bloei maar geef niet teveel, anders krijg je veel blad en weinig vruchten. De Physalis peruviana is de grote vorm, grote planten (tot 100 cm), hebben dus ook een grote pot nodig (doorsnede 30 cm), en wat meer voeding. Ze bloeien later en geven ook pas in de nazomer en herfst rijpe vruchtjes. De vruchtjes van de Physalis pubescens zijn veel kleiner, maar wel veel talrijker, en het voordeel van deze plant is dat ze een kleinere plant maakt (zo’n 40 cm hoog), dus ook in een kleinere pot kan. Bovendien kun je deze vruchtjes vaak al vanaf begin juli oogsten.

Toscaanse aarbei in gieter

Een vaste plant (die je echter wel elke 3 jaar moet vervangen voor een nieuwe stek) is de aardbei.

Op de foto zie je de Toscaanse aardbei die ik in een zinken gieter heb (een sieraardbei met grote roze bloemen maar wel degelijk ook prima eetbare aardbeien).

Ook aardbeien zijn op zich niet moeilijk maar er zijn wel een aantal aandachtspunten. Neem per plant een pot die groot genoeg is (dat hangt een beetje af van het ras maar een diameter van 20 centimer is het minimum). Aardbeien hebben goede humeuze voedzame grond en hebben een hekel aan uitdrogen; in een wat grotere pot kun je wat meer goede grond doen en blijft er wat makkelijker water beschikbaar. Ik heb ook in de volle grond in droge perioden wel bijna volledig verdorde aardbeienplanten gezien, en die komen later wel weer bij maar het gaat altijd ten koste van groei, bloei en vruchtzetting. Besteed dus extra zorg aan de groei-omstandigheden en dan zijn aardbeienplanten erg leuk in pot. Zorg voor een zonnig plekje, maar eventueel kan halfschaduw ook. Laat de planten nooit uitdrogen, maar zorg wel dat een teveel aan water weg kan want met de wortels in modder staan is ook niet goed. Bedenk dat er eenmaaldragende rassen zijn (met 1 grote oogst rond juni) en doordragende rassen (met een wat kleinere oogst in juni maar daarna gaat ze gewoon weer bloeien en zo kun je vaak tot in september aardbeien oogsten). En er zijn nog wel wat andere verzorgingstips; over het verwijderen van de uitlopers, het beschermen tegen vogelvraat, het eens per 3 jaar vervangen van de planten door ze zelf te stekken. Maar lees daarover vooral op de pagina van de Aardbei

Dan is er nog de meloen, ook zeker niet gemakkelijk hoor. Meloenen willen graag zon, de kruipen of kimmen, ze willen een lichtvochtige grond maar kunnen heel slecht tegen te veel water, of dat nu uit een gieter of uit de lucht komt. Dus neem een flinke potmaat (zo’n 30 centimeter), geef een zonnige plek, bescherm haar tegen al te veel regen, probeer het blad zo veel mogelijk droog te houden. Meng ook wat grof zand door de potgrond zodat een teveel aan vocht gemakkelijk weg kan. En zorg natuurlijk voor een ras dat het ook buiten goed doet. Er zijn echte kasmeloenen, met een lang teeltseizoen, maar er bestaan ook vroege meloenrassen (vaak kleinvruchtig, oorspronkelijk uit landen als Rusland, etc.), die ook buiten een redelijke kans van slagen hebben (al ben je altijd afhankelijk van het weer). Meloenen kunnen absoluut niet tegen vorst, je zaait ze daarom rond half april, en ze kunnen dan na IJsheiligen (13 mei) naar buiten. Bedenk of je je meloenplanten wilt laten kruipen en zoek daar een mooi plekje voor uit. Of zet er stokken en gaas bij, zodat de planten kunnen klimmen. Kijk voor alle teelttips op de pagina van de Meloen.