Kruiden en Fruit in potten

Lavandula multifida – ook wel Oregano-lavendel of Bonenkruid-lavendel genoemd,

 

Het hoofdstuk Groenten in potten en bakken was een vrij groot hoofdstuk, Bloemen in potten ook. Deze pagina over Fruit en Kruiden in potten heeft wat minder ruimte nodig, vandaar dat ik die hier samen op één pagina beschrijf. Als eerste de Kruiden in potten, en daarmee bedoel ik in dit geval de kruiden die in de keuken worden gebruikt (er zijn ook bijvoorbeeld geneeskrachtige kruiden,  dat is een heel andere verhaal en ik heb daar zeker niet genoeg verstand van, en ook geen ervaring mee, om daarover te schrijven). In dit hoofdstuk dus alleen iets over keukenkruiden in pot.

En daaronder vind je dus nog een klein stukje over Fruit in potten.

Bedenk dat kruiden heerlijk kunnen geuren, maar dat een aantal soorten ook mooi kunnen bloeien, die bloemen zijn bijna altijd ook nog eetbaar. En veel kruiden komen uit warme gebieden (denk aan rozemarijn, tijm, oregano, etc.) en zijn in Nederland matig winterhard. Juist daarom extra waardevol in pot (in de zomer lekker warm, niet te nat, en de grondsamenstelling aangepast naar behoeften van de plant, en in de winter kun je de pot dan beschermd of zelfs vorstvrij overwinteren.

Een verhoogde bakken met Mediterrane kruiden als tijm, oregano, olijfkruid, Helichrysum (dat naar kerrie geurt), lavendel, etc.

 

Keukenkruiden

Kruiden zijn er leuk, en erg leuk in pot ook. En dan vooral omdat je in pot je kruiden wat dichterbij hebt. Doordat ze in pot wat hoger staan kun je er wat makkelijker bij, en kun je de vaak heerlijke geuren makkelijker ruiken. En een pot kun je dicht bij huis en dus keuken zetten waardoor je heel gemakkelijk even naar buiten stapt om wat verse kruiden te knippen voor in een gerecht.

Zelf heb ik altijd kruiden in de tuin staan, verdeel over voor- en achtertuin staan potten met kruiden die liever warm of koel staan, in zon of schaduw, maar die ik heel graag en heel vaak in de keuken nodig heb. Denk daarbij aan peterselie, selderij, bieslook en munt in de koele halfschaduw van de voortuin. En in de achtertuin zet ik vervolgens potten met soorten als tijm, salie, rozemarijn en oregano, in de volle zon in drogere /armere grond in de achtertuin.

Zo kan ik altijd even naar buiten lopen om er wat van te plukken. Ik heb ook veel kruiden op de volkstuin staan, maar dat zijn meer de vaste soorten, en soorten met bladeren die wat langer houdbaar blijven (denk aan venkel, maggi, etc.). Dichtbij huis in pot dus vooral de soorten die ik vaak pluk en snel wil gebruiken.

Er zijn heel veel kruiden, eigenlijk ken ik geen kruid dat niet in een pot kan, al heeft elk kruid natuurlijk wel zo z´n wensen. Sommige kruiden hebben aan een kleine pot genoeg, sommige hebben een grote pot nodig, sommige kruiden willen arme droge grond, sommige soorten juist een voedselrijke vochtige grond. Net als bij de bloemen in potten en groenten in potten, herhaal ik hier weer: verdiep je in heel even in wat een plant wil en speel daarop in, het zal zoveel beter gaan met die kruiden in pot als je toegeeft aan hun wensen!

Hieronder noem ik een aantal van de meest bekende kruiden, en hun eventuele wensen. Uiteraard is het lijstje niet compleet, er bestaan heel veel meer kruiden, maar onderstaande soorten zijn wel de meest bekende en meest gebruikte keukenkruiden, je moet er in ieder geval wat handige informatie in kunnen vinden, hoop ik……….

De meest bekende/gebruikte kruiden en wat tips m.b.t. de teelt in potten:

Allium schoenoprasum (Bieslook)

Zeer geschikt voor de teelt in potten. Bieslook houdt van een vochtige humusrijke grond, dus gebruik goede potgrond die je voor het planten wat luchtiger maakt met een schepje vermiculiet, perliet of brekerzand. Geef volgens aanwijzingen op de verpakking een kleine hoeveelheid meststof. Je kunt haar al in een relatief kleine pot telen, afhankelijk van de grootte van de pot kun je een grotere of kleinere pol bieslook planten (de pol kun ja aan het einde van het jaar makkelijk delen en een deel weer oppotten).

Ze bloeit tussen juni en augustus met lilapaarse bloemen (die eetbaar zijn en een zachte uiensmaak hebben). Ze heeft het liefst een plekje in de halfschaduw, al doet ze het in de volle zon ook prima (maar dan wel extra op vocht letten). Ze geurt bij aanraking naar uien. Hoogte 35 centimeter.

Allium schoenoprasum, bieslook

 

Allium tuberosum (Knoflookbieslook)

Ook knoflookbieslook is zeer geschikt voor de teelt in potten. Zie ook hierboven bij de gewone bieslook, maar knoflookbieslook staat wel graag echt zonnig, en ze wordt ook wat hoger (45 centimeter). Bloeit in de nazomer met vrij grote witte bloempjes (de bloemen zijn ook eetbaar). Het blad is is wat lichter van kleur en veel breder, en platter dan het blad van bieslook. De geur en smaak is ook uiachtig maar ook vooral knoflook. Omdat de hele plant in alles wat groter is heeft ze ook een wat grotere pot nodig (minimaal 20 centimeter). Kijk ook nog even op de pagina van Knoflookbieslook.

Knoflookbieslook

 

Aloysia triphylla (Citroenverbena)

Helaas niet winterhard. Maar misschien juist daarom wel extra geschikt voor potten. Hier staat deze plant in een zwarte plastic pot met een doorsnede van 30 centimeter. Ze wordt best een flinke plant (uiteindelijk in een mooie zomer wel zo’n ruime meter hoog). Hier gaat ze in november de koude kas in met wat stro om de plant en pot, en eventueel wat jute, droog houden, en zo overleeft ze hier al een paar jaar de winter prima. In april komt de plant weer aan de groei en mag ze naar buiten, een paar weken later kunnen de langwerpige blaadje al weer geplukt worden. Geweldig om thee van te zetten (1 mok kokendheet water met een stuk of 5 verse volwassen blaadjes 3 minuutjes trekken). De geur bij wrijving van het blad is als van citroen en dat is ook gelijk de smaak. Geef niet teveel voeding, houd je aan de minimale hoeveelheden in de aanwijzingen op de verpakking. Wel lichtvochtig houden en geef haar een zonnige standplaats.

pot met Aloysia triphylla, citroenverbena

 

Anethum graveolens (Dille)

Eenjarig, ook geschikt voor potten en verhoogde bakken, al is ze niet de gemakkelijkste in pot. Bedenk dat ze een lange penwortel maakt en mede daarom niet geschikt is om te verpotten of te verplanten. Zaai haar rond april buiten, ter plaatse. De standplaats is daarbij heel belangrijk; zoek een plekje in de halfschaduw voor haar en zorg dat de grond nooit uit kan drogen ,maar ook niet heel vast is; dus een luchtige maar vochtige grond waarbij de zon niet kan zorgen dat de planten snel uitdrogen. De zaden kiemen binnen zo’n 2 weken. Het zijn lange slanke plantjes (afhankelijk van het ras) die je gemakkelijk bij andere planten in potten kunt zetten, maar je kunt ze natuurlijk ook een eigen pot geven. Maar zaai haar in ieder geval ter plaatse en verplant haar niet, dus of in de volle grond of gelijk in de pot of bak waarin ze mag blijven staan. Je kunt de blaadjes plukken en eten (lekker in visgerechten, sauzen), de bloemschermen zijn eetbaar en lekker in inmaak (zoals augurken in zoetzuur), en je kunt na de bloei ook de zaden oogsten (ook lekker in inmaak), bewaar gelijk ook wat zaden voor het volgende jaar. Het allerbelangrijkste: houd de grond vochtig, uitdrogen kan ervoor zorgen dat de penwortel afsterft en de plant dat niet overleeft.

 

Anthriscus cerefolium (Kervel)

Eenjarig. Lastig, ook in potten, want kervel schiet heel snel door. En dus zul je moeten zorgen voor een plekje in de halfschaduw en een gelijkmatige verzorging als het om vocht en voeding gaat (na een korte periode van droogte schiet ze al snel door). Voordeel is wel dat ze over een langere periode meerdere keren gezaaid en geoogst kan worden (zaaien tussen begin maart en half september), er bestaat zelfs een “Brusselse Winter” kervel die je in pot kunt laten staan en waar je ook in winter nog wat van kunt oogsten. De smaak en geur is fris, kruidig, groenig, zonder uitgesproken te zijn, past daardoor ook in heel veel soepen, sauzen, vinaigrettes, etc..

 

Armoracia rusticana (Mierikswortel)

Van de mierikswortel eet je dus de wortel, die is wittig en smaakt radijsachtig maar dan veel sterker. Dat betekent dat die wortel moet kunnen groeien, je hebt er dus een grote maar vooral ook diepe pot voor nodig. En een niet te zware pot die je gemakkelijk in het najaar op de zijkant kunt leggen zodat je de plant uit de pot halen en de wortel kunt oogsten. Een deel van de wortel laat je dan zitten of plant je terug, voor de groei voor volgend jaar.

Ze is winterhard, voor zon of halfschaduw. Een plant die in 1 jaar zo’n grote wortel kan maken heeft dus ook wel voldoende vocht en voeding nodig, houd je aan de voorschriften op de verpakking en geef regelmatig water zonder de grond echt kletsnat te laten staan. De plant zelf is niet erg aantrekkelijk, beetje slappe langwerpige groene bladeren, wel mooie kleine witte bloemschermen in het late voorjaar/vroege zomer. Hoogte van de plant is ongeveer 40-50 centimeter. En meer geschikt voor pot dan voor de volle grond, want ik heb haar ooit eens in de volle grond gehad en de uitlopers daarvan zijn zeer talrijk en overal in een straal van meer dan anderhalve meter komen er plantjes van die uitlopers van wortels omhoog. |Ik heb die jonge plantje zeker meer dan 5 jaar lang zo links en rechts weg moeten halen voor ik er echt vanaf was, ze wortelen diep en breken makkelijk af in onze zware klei. Samengevat: ze woekert 🙂 ). En om die reden dus extra geschikt voor in pot, al is het maar om haar te begrenzen.

 

Borago officinalis (Komkommerkruid)

Zo leuk! Van deze plant kun je zowel het blad als de bloempjes eten, beiden smaken naar komkommer. Van het blad eet je vooral de jonge bladeren, de oudere grotere bladeren worden wat stekelachtig. De stengels waar de bloempjes aan groeien zijn ook stekelachtig, niet pijnlijk bij aanraken maar toch wel vervelend als je de stelen echt met volle hand beetpakt. Dus als je haar in pot teelt, gebruik dan een pot en plaats waarbij je niet al teveel aan de plant hoeft te doen of te verzetten, etc.. Geef de plant een ruime pot, minimaal zo’n 25 centimeter doorsnede, de plant wordt uiteindelijk zo’n 50 tot wel 100 centimeter hoog (afhankelijk van potmaat, grondsoort, vocht, voeding, zon, etc.).

Borago is eenjarig, zaai ze rond maart bij kamertemperatuur of in april buiten voor, en wanneer ze groot genoeg zijn mogen ze gelijk naar buiten, een nachtvorstje deert ze niet. Geef ze een gemiddelde hoeveelheid voeding volgens de aanwijzingen op de verpakking en houd ze vochtig maar niet te nat. En een plekje in de zon. De lieve blauwe bloempjes (er bestaat trouwens ook een witbloeiend ras) verschijnen de hele zomer en zijn geweldig leuk en eetbaar in salades, het blad kun je in reepjes snijden en in allerlei salades gebruiken.

Borago (komkommerkruid) bloempjes, eetbaar met een zachte komkommersmaak.

 

Coriandrum sativum (Koriander)

Ook koriander is prima geschikt voor potten. Zet dan wel meerdere planten in een ruime pot om een vol effect te krijgen, anders ziet het er wat ielig uit. Een plekje in de halfschaduw, een gemiddelde hoeveelheid voeding volgens de aanwijzingen op de verpakking en en vooral regelmatig water geven. Niet te nat houden maar bij afwisselend droogte en natte perioden, en bij extra zon schiet de plant snel door. Oftewel: zo gelijkmatig en gematigd mogelijke omstandigheden zorgen voor de beste opbrengst in blad. Doorschieten doet ze uiteindelijk toch, eind juni of begin juli maar het voordeel van koriander is dat ze snel kiemt en groeit en je kunt dus meerdere keren in een jaar kunt zaaien. Gooi bloeiende Korianderplanten trouwens ook niet weg; ze bloeit best lief met witte bloemschermpjes en na de bloei maakt de plant zaden; handig voor het zaaien volgend jaar maar ook eetbaar (de rijpe, gedroogde en zacht geroosterde en daarna gemalen zaden koop je in de winkel onder de naam ketoembar (bekend in Indische gerechten, curry’s, etc.) en kun je dus zelf maken.

Koriander i(van het ras Delfino, met malser en fijner blad) n bloei

 

Cymbopogon citratus (Citroengras)

Ik heb wel eens citroengras gezaaid, je moet dat heel vroeg doen (begin februari); bij kamertemperatuur kiemen de zaden dan binnen een week of 3. De zaailingen groeien heel, héél langzaam. Prima voor potten maar citroengras is meerderjarig maar niet winterhard, je zult de jonge planten echt in de herfst naar binnen moeten halen, binnen moeten overwinteren, en het jaar erop hopen op een eerste  kleine oogst.

Veel makkelijker is het om citroengras vegetatief te vermeerderen. Ik laat daarvoor citroengrasstengels (zoals je ze in de winkel koopt) in water wortelen, je hebt dan in het eerste jaar wel grotere stukken citroengras die zijscheuten maken die je kunt oogsten. Zorg uiteraard voor voldoende voeding en een vochtige grond. En veel warmte, al hoeft dat zeker niet in de volle zon te zijn maar wel beschut. Klik hier voor het filmpje op YouTube. Of lees even het hoofdstukje dat ik over citroengras heb geschreven: citroengras.

In water gewortelde citroengras uit de winkel

 

Eruca sativa (Rucola)

Rucola is geweldig, zowel in de volle grond in potten. Ze heeft maar 1 nadeel en dat is dat ze in de warme maanden van het jaar wel vrij snel doorschiet. Maar verder alleen maar voordelen: ze kan heel goed tegen kou en je kunt haar daardoor van eind februari tot in september zaaien. Ze kiemt snel, groeit snel en je plukt alleen blaadjes die je nodig hebt, er groeien dan vanzelf weer nieuwe blaadjes bij en zo kun je dus meerdere keren van 1 plant oogsten.

Zaai vooral meerdere plantjes in een pot (op een afstand van zo’n 10 centimeter van elkaar) want dan krijg je een mooi vol effect. Hoe groter de pot is, des te meer planten kun je natuurlijk kwijt, als je maar 1 plant wilt is een potje van 20 centimeter doorsnede al groot genoeg. Omdat de plant veel blad maakt heeft ze wel voldoende stikstof nodig, gebruik een meststof waar voldoende stikstof in zit (de N in NPK, staat altijd in procenten aangegeven op een verpakking). En hou je aan de aanwijzingen op de verpakking. Rucola mag zonnig maar in halfschaduw doet ze het ook prima en dan droogt ze wat minder snel en schiet ze wat minder snel door. En hou de grond dus vochtig, tegen doorschieten, maar rucola verlept ook snel wanneer de grond uitdroogt, en dan zijn de blaadjes natuurlijk niet lekker meer. Tijdens de bloei is rucola trouwens ook nog eetbaar, het blad wel iets bitterder dan voor de bloei, en de bloempjes zijn ook eetbaar en hebben een bijna poederige smaak met een licht nootachtige pittigheid. Kijk ook nog even op de pagina van Rucola

 

Foeniculum vulgare (Venkel)

Als je van de smaak van venkel houdt (anijsachtig), dan is het blad heerlijk in bijvoorbeeld een visschotel, in salades en in marinades. Maar ook erg lekker als toevoeging in de thee, en in gerechten met knolvenkel natuurlijk. Ze is dan ook nauw verwant aan de knolvenkel.

Venkel is een flink formaat redelijk winterharde vaste plant, je zult dus ook een flinke pot moeten hebben, reken op een diameter van zo’n 45 centimeter. Maar je kunt dan in principe van begin april tot in oktober blaadjes plukken. De plant ontwikkelt telkens weer nieuwe blaadjes dus je kunt plukken wanneer je wilt (niet alles natuurlijk, de plant moeten wel voldoende stengels en blad overhouden om te kunnen leven). In de zomer en nazomer bloeit venkel met gele platte bloemschermen. Als je bloemen uitgebloeid zijn vormt ze zaden, en die zaden of de hele zaadscherm is lekker in inmaak of in desserts en hebben een zachte, warme anijssmaak.

Op de foto zie je Foeniculum vulgare Giant Bronze, met donker paarsgroen blad, extra mooi en net zo lekker.

Foeniculum vulgare Giant Bronze

 

Laurus nobilis (Laurier)

Laurier is een matig winterharde, wintergroene heester. Hier staat ze in de volle grond, eens een stekje van iemand gekregen en die struik is nu zo’n 2 meter hoog en een meter breed. Ze overleeft hier in zuidwest Nederland de winter prima, zonder afdekken. In pot is ze natuurlijk wat minder winterhard (omdat de wortels niet onder de grond maar tegen de binnenkant van de ijskoude pot aan liggen, ze kunnen dan makkelijker bevriezen en afsterven). Toch is een laurierstruik erg leuk in pot, neem wel een flinke pot want dan krijg je een mooiere, grotere, vollere en wintergroene plant die makkelijker vocht en voeding op kan nemen dan een klein plantje in een te klein potje. In de winter kun je de pot dichter bij huis zetten, zorgen dat de wortelkluit niet te nat is, en de pot eventueel beschermen door er jute omheen te wikkelen. Als het echt streng gaat vriezen kun je zelfs gemakkelijk de laurier in pot een paar dagen even binnen of in een garage zetten.

Ze is decoratief omdat ze wintergroen is met glanzend donkergroene blaadjes. Geef haar voldoende voeding, volgens de  aanwijzingen op de verpakking. Er bestaat ook nog wel wel voeding voor groene planten (zoals ook voor Buxus, etc), dat is een prettige voeding omdat er vaak wat extra stikstof en magnesium in zit, voor goede groei en mooi groen blad. En houd de plant matig vochtig, niet uit laten drogen maar ook vooral niet kletsnat laten staan. Je kunt blaadjes plukken wanneer je wilt, het hele jaar door, haal ze op plaatsen weg waar je later toch wilt gaan snoeien. Laurier wordt veel gebruikt in stoofschotels, hachee, maar ook in bouillon, inmaak, etc..

Laurier in juli in bloei, nog een pluspunt

 

Lavandula (Lavendel)

Lavendel is gewoon een mooi winterharde vaste plant (eigenlijk heester) en ze hoort alleen door haar uitstraling al in een kruidentuin. Lavendel gebruik je niet vaak in de keuken, ze heeft een zeer zware, kruidige smaak. Persoonlijk gebruik ik liever rozemarijn, tijm, maar in de hoek van dat soort kruiden, en bonenkruid, salie, etc. kun je de smaak een beetje zoeken. Erg lekker en leuk is trouwens wel lavendelsuiker: je plukt verse kleine bloempjes en die meng je met suiker en dat laat je drogen; je krijgt dan een vrolijke en geurende suiker, met kleine gedroogde bloempjes en en heerlijke geur en kruidige smaak (lekker om mee te koken, vooral in desserts.

Lavendel heeft een zanderige grond nodig, mag nooit kletsnat staan, en zet haar vooral in de zon. Als je haar na de bloei gelijk een stuk terug snoeit, dan blijft ze mooi in vorm. Gebruik per plant een pot van minimaal 25 centimeter doorsnede. En geef haar natuurlijk voeding maar wees er wel matig mee. Zet de pot in de winter dichtbij het huis en bescherm haar desnoods bij strengere vorst (want ze is in pot natuurlijk wel iets minder winterhard dan in de volle grond).

In deze overvolle verhoogde (kruiden)bak zie je een zeer donkerpaars bloeiende Lavendel, samen met Helichrysum (kerrieplant), Santolina (olijfkruid), tijm, oregano en hysop (Hyssopus officinalis aristatus)

 

Lepidium (“Kers”)

Tuinkers, peperkers, polycress, allemaal namen en kleine verschillen in eenjarige planten die min of meer pittige blaadjes hebben. Lekker pittig op een broodje kaas, heerlijk in salades. Helaas schiet deze familie van de tuinkers ook heel snel door. Je kunt dat een beetje voorkomen door de planten een half beschaduwde plaats te geven en haar regelmatig water te geven zodat ze niet kletsnat of droog staat. En dat doorschieten is ook niet heel erg want alle kerssoorten kiemen heel gemakkelijk en snel (binnen een paar dagen tot een week bij kamertemperatuur). Dus je kunt haar een eigen pot geven voor die korte tijd dat ze leeft, maar je kunt haar ook heel gemakkelijk bij andere groenten of bloemen of kruiden zetten, als ze door gaat schieten zaai je gewoon weer wat nieuw. En je kunt haar vanaf maart tot september zaaien. Geweldig dus als tussenteelt, als er een pot even leeg komt, die is zo gevuld met deze pittige plantjes.

 

Levisticum officinale (Maggi/Lavas)

Maggi maakt echt een grote winterharde vaste plant, ik zag ergens in een boekje dat het om die reden werd afgeraden haar in pot te houden. Dat is wel jammer want Maggiplant is erg lekker. Het blad geurt overduidelijk naar Maggi en is dus zeer geschikt voor soepen en stoofschotels. Bij de Turkse bakker wordt lavasbrood verkocht, een soort Turks wit brood dat op smaak is gebracht met blaadjes van de maggiplant, ook erg lekker.

Mocht je het toch willen proberen gebruik dan een echt grote pot (50 centimeter doorsnede), van plastic. Want een plastic pot is niet zo zwaar en zo kun je haar eens per 2 of 3 jaar eens op haar kant leggen en zo de plant uit de pot halen en die doormidden steken. Je plant zo’n halve (of desnoods kwart) plant terug in de pot, met wat nieuwe potgrond en zo houd je de plant zeker in toom. Sterker nog, zo doen we het in de volle grond ook. Maggi woekert trouwens niet (in de zin van uitlopers maken), ze wordt gewoon groot, echt groot, reken op een kubieke meter (zonder bloei).

Het mooie blauwgroene eetbare blad verschijnt al begin maart en dan kun je dus ook al blaadjes plukken. Tot de herfst. In de zomer wil de plant gaan bloeien, dat is best een mooi gezicht (de schermbloemen staan op wel 180 cm hoge stelen), maar de bloei gaat ten koste van de kwaliteit van het blad, dat sterft dan al langzaam af. Als je haar echt voor de oogst van blad hebt, knip je de jonge bloemstengels weg, dan blijft het blad langer mooi. Verder nog: halfschaduw is prima voor haar maar zelfs in lichte schaduw doet ze het goed. Een grote plant vraagt behoorlijk veel voeding, en houd haar altijd goed vochtig, laat haar vooral niet uitdrogen. En dan heb je een geweldige plant aan haar……. ook in pot.

Maggiplant in de volle grond, groot!

 

Matricaria recutita (Kamille)

Alleen geschikt voor mensen die van thee houden 🙂 Kamille is een eenjarige plant, ze wordt ongeveer 45 centimeter hoog, heeft mooi knalgroen fijn blad en ze bloeit met de bekende witte bloempjes met een geel hartje. De plant kan heel goed tegen kou, je kunt haar dus al in maart zaaien, wat vorst deert haar niet. Leuk voor potten, ook leuk voor de volle grond trouwens. De pot hoeft niet heel groot te zijn (tenzij je een flinke hoeveelheid planten wilt), met een paar planten in een pot van 25 centimeter doorsnede heb je al een leuke opbrengst. Zet vooral een paar planten bij elkaar want door het fijne blad kan ze, als ze alleen staat, wat ielig overkomen.

Zorg voor een zonnig plekje en geef voeding volgens aanwijzingen op de verpakking, en voldoende vocht, maar laat de wortels zeker niet kletsnat staan. Met zo’n algemene verzorging krijg je leuke frisse planten die in juni gaan bloeien, de bloei duurt tot het einde van de zomer.

Kamillethee is rustgevend, ontspannend. Bekend is ook wel de koude thee als mondspoeling bij ontstekingen. Bedenk wel dat er ook wat bijwerkingen zijn voor mensen die gevoelig zijn voor kamille. Je moet er voor thee ook wel even leren mee te doseren want de smaak is heel sterk.

 

Melissa officinalis (Citroenmelisse)

In de volle grond vind ik Citroenmelisse niet zo fijn, daar wordt ze wel erg groot, maakt ook uitlopers en ook alle zaden kiemen en groeien weer. Woekeren is misschien niet helemaal het juiste woord, maar ze groeit wel te veel en te snel om echt fijn te zijn. Gelukkig heb je daar in pot geen last van, je kunt haar daar zo groot of klein laten worden als je wilt. Gebruik wel een pot met een minimum diameter van 25 centimeter, groter mag natuurlijk ook. Citroenmelisse is een winterharde vaste plant, net als bij de Maggiplant (lees ook even daar het stukje) kun je haar uit de pot halen en delen en een klein stuk terug planten wanneer ze te groot wordt. Een zonnig plekje, redelijk goed vochtig houden en wat voeding volgens de aanwijzingen op de verpakking en dan heeft de plant het prima naar haar zin. Je kunt de blaadjes naar believen plukken, ze geuren fris naar citroen en je kunt ze dus in toetjes gebruiken, maar ook lekker in een kop thee, een koud glas water.

Achter het aardappelveldje zie je onder de appelboom diverse planten in potten; het zijn meerdere soorten munt en helemaal rechts een bontbladige citroenmelisse (Melissa officinalis aurea)

 

Mentha (Munt)

Munt moet je eigenlijk in pot zetten en dan maar om 1 reden: munt woekert, en woekert ook flink. In de volle grond kan ze elk jaar zomaar meer dan anderhalve meter uitbreiden, in een pot houd je haar netjes in toom. Munt is eigenlijk ook net ‘onkruid’, het groeit overal, welke grondsoort dan ook, en droog of nat, etc.. Dat neemt niet weg dat wanneer je munt voor de oogst wilt, je wel natuurlijk voor de beste omstandigheden moet zorgen. En dan is gewone potgrond prima. Als na 8 weken de voeding in de potgrond uitgewerkt is kun je bijvoeden met wat stikstofrijke voeding, houd je uiteraard wel aan de aanwijzingen op de verpakking. Zon of halfschaduw zijn het beste, maar in lichte schaduw doet munt het ook nog prima.

Neem wel een flinke potmaat, anders krijgt de plant al snel de neiging over de pot heen te groeien. En gebruik bij voorkeur een plastic pot; daaruit kun je elke 2 of 3 jaar makkelijker de wortelkluit even halen. Snijd een stuk van de wortelkluit af en pot die opnieuw op, zo houd je altijd een plant die niet te krap in de pot staat, weer mooi uit kan lopen, en dus ook een goede oogst aan lekkere blaadjes geeft. Er bestaan trouwens meerdere soorten munt (zoals watermunt, kruizemunt, groene munt, chocolademunt, aardbeimunt, citroenmunt, etc.); ze smaken allemaal naar munt maar sommige soorten smaken/geuren wat sterker of hebben een ‘bijsmaak’ (zoals citroen), of woekeren wat meer, of hebben grotere of juist kleinere blaadjes. Je kunt de blaadjes een zeer groot deel van het jaar plukken, heerlijk in thee, maar door bijvoorbeeld vruchtensalades, in desserts, etc..

Mijn ervaring is wel dat een muntplant niet heel diep wortelt. Dus ze kan prima in pot, en ze is prima winterhard, maar ik ben toch wel eens een plant verloren in een periode van vorst na een periode van veel regen. De wortels rot door kou na vocht. Ze si dus winterhard maar houd haar toch maar wel in de gaten, en zet de pot wellicht in een koude kas of schuur of onder een afdakje als dat nodig is.

Chocolademunt in een grote pot in de halfschaduw in de voortuin

 

Nasturtium officinale (Waterkers)

Voor bijna elke plant in dit hoofdstuk geldt dat ze in potten wel voldoende vocht willen hebben maar niet kletsnat willen blijven staan. Waterkers is de uitzondering op die regel; waterkers (de naam zegt het al) staat graag zeer vochtig, eigenlijk gewoon nat.

Zelf heb ik waterkers altijd in pot, juist om te zorgen dat ik haar voldoende vers vocht kan bieden. Want ze heeft natuurlijk liever geen brak water maar vers en helder water. Ik zaai de planten altijd in een grote pot, zo rond maart, in de kas. En die pot staat dan in een onderbak met water. Misschien in mijn geval niet mooi, maar wel wel nuttig.

Waterkers in een pot die in een onderbak met regelmatig ververst water staat

 

De zaden kiemen binnen een week of 2 tot 3 en groeien de eerste weken heel langzaam. Zo rond mei begint er dan een groeispurt en aan het einde van de maand kun je dan de blaadjes oogsten; ze zijn lekker fris, een beetje pittig (zoals bij de “kers-soorten” maar dan iets milder), heerlijk op een broodje kip of kaas, maar ook lekker in salades, etc..

Zorg er in ieder geval voor dat je altijd de pot in een bak met koel, vers water hebt staan (ik gebruik er dus een oude emmer voor die ik voor de helft heb afgezaagd, je krijgt zo een onderschaal die 3 keer zo hoog is dan de onderschalen die je in winkel kunt kopen – om de dag giet ik eventueel overtollig water even weg en giet weer vers/fris water in de onderbak). Voeg af en toe een dopje voeding aan het water toe (volgens aanwijzingen op de verpakking). En een plekje in de halfschaduw is het best voor haar (in zomer en bij droogte schiet ze snel door en gaat ze bloeien, en dan verwelkt het blad snel).

Je kunt tot in de zomer blaadjes plukken maar halverwege de zomer worden de planten wel wat kaal en lelijk (afhankelijk ook van de hoeveelheid blaadjes die je plukt). Het kan dus handig zijn om aan het begin van de zomer nogmaals te zaaien zodat je op een gegeven moment de lelijk wordende plant weg kunt doen en ondertussen al een nieuwe pot met pittige, verse blaadjes hebt.

 

Ocimum basilicum (Basilicum)

Basilicum is zeer geschikt voor potten. In dit geval omdat basilicum vorstgevoelig is, 1 nacht met vorst kan al fataal zijn. In een pot kun je basilicum in een koud voorjaar in de nacht nog eens naar binnen halen.

En in pot kun je voor optimale omstandigheden zorgen: zo zonnig mogelijk. En als het eens regent of waait, zet de pot dan wat beschut, tegen het huis bijvoorbeeld. Gebruik ook een pot die de warmte goed vasthoudt, terracotta is daar zeer geschikt voor. Je kunt basilicum in april zaaien, ze kiemt bij kamertemperatuur altijd heel gemakkelijk, en binnen een week. Ze mag naar buiten wanneer de kans op vorst voorbij is. Gebruik een normale potmaat, het maakt niet zo heel veel uit; hoe groter de pot, des te meer zaailingen kun je planten, elke zaailing maakt 1 steel met zijstengels en bladeren.

Basilicum heeft voldoende voeding en vocht nodig maar het vocht mag niet blijven staan, een goede afwatering is heel belangrijk. Maak daarom de potgrond luchtiger door er een vijfde deel brekerzand doorheen te mengen. En geef na 8 weken wat samengestelde voeding volgens de aanwijzingen op de verpakking. Er bestaan meerdere soorten basilicum; het is handig om een soort te kiezen die het goed in de pot doet (en die past bij de soort en maat pot die je hebt gekozen). Slabladige Basilicum wordt bijvoorbeeld nog wel flink hoog, zo’n 80 centimeter, en heeft dus een grote pot nodig, maar ook steun, want de stengels zijn vrij slap. Griekse basilicum heeft bijvoorbeeld veel kleinere blaadjes en de plant blijft meer compact.

Basilicum var. minimum in de volle grond; achteraf niet heel verstandig (want ze heeft door overvloedige regen het einde van de zomer niet gehaald). Ik had haar beter in een pot kunnen planten, daarin had de plant beter gegroeid, was het lekker warm voor haar geweest en waren de blaadjes om te oogsten ook wat schoner gebleven.

 

Er zijn ook nog rassen als kaneelbasilicum, citroenbasilicum, Thaise basilicum, etc., en er zijn zijn ook basilicumrassen met gekleurde blaadjes (bijvoorbeeld Ararat heeft groenpaarse blaadjes, Opal heeft volledig donkerpaars blad). Als je van basilicum houdt (ik kan me bijna niet voorstellen dat er mensen zijn die niet van verse basilicum houden 🙂 ), is een opstelling van meerdere formaten potten, met meerdere soorten hogere en lagere Basilicumvariëteiten natuurlijk wel erg leuk en lekker. Kijk ook nog even op de pagina met teeltaanwijzingen voor Basilicum m.b.t. zaaien, voeding, vocht, rassen, etc..

In de pot links zie je de Petunia Nightsky, en in de pot rechts nog de basilicum Summer Surprise (na de var. minimum van de foto hierboven heb ik dus in ieder geval wel van mijn fouten geleerd 🙂

 

Origanum (Marjolein, Oregano)

Bedenk allereerst dat er verschillende soorten Origanum bestaan, de echte, de wilde, siervormen die meer voor de bloemen gekweekt zijn. Het is maar wat je wilt. Ik heb wel eens een siervorm (ik meen iets van Rosenkuppel of zoiets) gehad, mooie bloem maar de geur en smaak kan helaas echt niet tippen aan echte Oregano. Er is dan Origanum majorana, die smaakt heel veel beter, maar helaas is die niet winterhard. Dat is zeker niet erg hoor, je kunt haar prima als eenjarige zaaien.

Er is ook nog een vaste winterharde vorm, de Origanum vulgare, die kun je gewoon als vaste plant houden. Zelf heb ik ook de Origanum vulgare hirtum gehad, ook wel Griekse Oregano genoemd. Heerlijk, geurig, behoorlijk zwaar kruidig hoor, je moet het voorzichtig in de keuken gebruiken, maar onmisbaar in veel Griekse gerechten, maar ook heerlijk op pizza’s, in barbecuemarinades, sommige pastasauzen, etc.. En het leuke is dat je de blaadjes heel lang kunt plukken, van maart tot november (op een zonnige beschutte plaats).

Mijn laatste aanwinst is de Origanum rotundifolium Dingle Fairy, een erg lekkere maar ook nog eens mooie oregano, en hier in de verhoogde kruidenbak ook al 3 jaar goed winterhard gebleken:

Origanum rotundifolium Dingle Fairy

 

In een verhoogde bak staat Origanum altijd goed, lekker warm en niet te nat. Voor de teelt in pot gebruik je een gemiddelde potvorm (minimaal 25 centimeter), en een goede potgrond die je wat luchtiger maakt door er 1/5e deel brekerzand doorheen te mengen. Geef niet teveel maar wel een samengestelde voeding (die dus NP en K bevat, maar dan de helft minder dan de aanwijzingen op een verpakking), en voldoende vocht zonder dat de kluit kletsnat blijft. Oregano houdt van zon, en dan heb je een probleemloze plant waar je heel lang van kunt oogsten. In de zomermaanden bloeit de plant,  ook tijdens de bloei kun je gewoon blaadjes oogsten, trouwens, ook de bloempjes zijn eetbaar.

 

Perilla frutescens (Shiso)

Niet iedereen kent deze mooie planten, maar als je Shiso noemt, dan kent bijna iedereen wel de kleine decoratieve donkerpaarse of groene miniblaadjes als eetbare garnering in een restaurant . Perilla wordt dus ook wel Shiso genoemd, het is een niet winterharde plant die je in het voorjaar zaait. Op meerdere websites kom je wel eens tegen dat ze koel gezaaid moet worden, ik heb zelf echter de beste resultaten met het zaaien in maart bij kamertemperatuur (en liever nog iets warmer, in een lekker zonnig raamkozijn). In mei mogen de planten naar buiten, neem er een ruime pot voor want de planten worden uiteindelijk wel zo’n 60-70 centimeter hoog en hebben dus ook wel voldoende ruimte nodig in de pot, minimale potmaat 30 centimeter. Op de foto zie je een volwassen plant, de donkerbladige vorm, in de volle grond.

Zaailingen van de donkerpaarse Perilla, klaar om uit te planten (het groen erachter is zo te zien een tomatenzaailing)

 

Geef haar vooral een plekje in de zon, al zal ze het ook in de halfschaduw nog wel redelijk goed doen. Geef een normale hoeveelheid voeding, volgens de aanwijzingen op de verpakking, en zorg voor voldoende vocht om de bladmassa te voorzien van vocht, maar laat de planten niet kletsnat staan, zorg voor een goede afwatering. De smaak van Perilla is niet zo gemakkelijk uit te leggen, vooral warm, een beetje kruidig en zoetig (zoals karwij dat ook is maar dan weer anders). Het past gemakkelijk is salades, maar ook roerbak, etc. Ik gebruik voor koude gerechten wel het liefst de kleinere blaadjes, de bladeren van Perilla zijn heel zacht behaard en bij de grotere bladeren geeft dat in je mond toch een beetje een  wollig en droog gevoel. Bij roerbakken en stoven heb je daar uiteraard geen last van. Perilla bloeit ook, in de zomermaanden, met heel kleine, onopvallende paarse lipbloempjes.

 

Petroselinum crispum (Peterselie)

Peterselie doet het prima in pot, mits je maar maar met een paar zaken rekening houdt. Peterselie houdt niet van volle zon, het blad wordt dan heel snel geel en een beetje zacht. Peterselie dus vooral in de halfschaduw plaatsen, en ze doet het ook zelfs nog goed in lichte schaduw. Verder heeft peterselie een humeuze grond nodig, voldoende vocht, maar ook een goede afwatering. En tot slot heeft peterselie voldoende vocht nodig; niet kletsnat maar ze mag zeker niet uitdrogen.

Er is krulpeterselie en platte peterselie, de krulvorm blijft iets kleiner, is mooi voor decoratie en goed van smaak. De platte peterselie is als plant groter, minder decoratief maar heeft veel meer smaak. Beiden leuk en lekker, het is maar net wat je wilt. Voor de platte peterselie heb je dus wel een wat grotere pot nodig dan voor de krulpeterselie, maar de opbrengst is dan ook weer wat groter.

3 potten in de half schaduw in ons minivoortuintje; links Coleus scutellarioïdes Palissandra, in het midden achter de Agastache After Eight (ook een lekker kruid, in de thee) en rechts platte peterselie

 

Het grootste voordeel van peterselie (naast het feit dat ze erg lekker fris is en in heel veel bereidingen gebruikt kan worden), is dat je er lang van kunt plukken/oogsten: van de in maart gezaaide planten kun je vanaf mei al voorzichtig beginnen te oogsten. Vanaf juni-juli kun je volop plukken en die oogst duurt tot de winter (tot het gaat vriezen); zolang je voldoende plant overlaat om te groeien blijft ze nieuwe stengels en blaadjes maken. Peterselie kan heel goed tegen koud, op een beschutte plaats kan ze zelfs de winter overleven; dat betekent dat je in een niet te strenge winter ook in de winter nog wat blaadjes kunt plukken, zelfs tot in de lente (zo rond maart begint de plant dan door te schieten, bloeit, maakt zaden en sterft daarna af). Zorg voor een goede oogst over een lange periode dus wel voor voldoende voeding (bijvoorbeeld een samengestelde kruidenmest of een meststof voor groene planten of gewoon een handje Culterra groen). Volg de aanwijzingen op de verpakking, zorg dat er wat stikstof in de voeding zit (voor de bladgroei). Kijk ook nog even op deze pagina met wat tips over de teelt van Peterselie.

 

Rosmarinus officinalis (Rozemarijn)

Rozemarijn is matig winterhard, en juist daarom is ze zeer geschikt voor potten: je kunt de planten wat warmer zetten, tegen het huis aan, beschut en in de zon, de kluit in de winter wat droger houden, de pot in wat jute inpakken voor wat isolatie. En mocht het echt heel streng gaan vriezen, de pot in de nacht naar binnen halen. En met die redelijk kleine hoeveelheid zorg kun je dan een plant in pot houden die alles heeft: wintergroen, donkergroene naaldjes, bloeit met mooie kleine lilapaarse bloempjes in het (vroege) voorjaar, geeft het hele jaar geur en smaak. De planten (of eigenlijk is ze een heester) kunnen nog wel 80 centimeter hoog worden, afhankelijk van het ras. Zorg in ieder geval voor een ruime pot: niet alleen voor de flinke wortelkluit maar dus ook gelijk om de winterhardheid te verhogen (in een te krappe pot zitten de wortels in de winter tegen de ijskoude potwand aan en bevriezen dan makkelijker).

Rozemarijn houdt van een zanderige grond, meng wat brekerzand of grit door de potgrond. En geef ook niet teveel voeding, Rozemarijn heeft niet veel nodig, groeit van nature in warme, zanderige, droge gebieden. In pot moet je natuurlijk wel wat voeding geven, maar geef gewoon wat minder dan op een verpakking staat aangegeven. Zorg voor een zonnige standplaats, en geef water maar laat de plant nooit in een kletnatte pot staan. In de winter geef je geen voeding en je geeft in principe geen water. Je kunt een stukje van een takje met wat naaldjes plukken wanneer je wilt, de smaak is heerlijk, zwaar en kruidig en Italiaans 🙂 ; proef eerst voor je het gebruikt zodat je in kunt schatten hoeveel je in een gerecht wilt gebruiken.

Misschien nog een leuke tip: naast de opgaande vorm bestaat er ook een soort kruip-rozemarijn; met dezelfde smaak, naaldjes en bloei, maar dan veel langer en zeer geschikt voor in pot (omdat ze daar zo mooi in overhangt). De naam van die kruipende soort is Rosmarinus officinalis prostratus, zie de foto hieronder, hier staat ze in een flinke maat pot (50 cm doorsnede).

Rosmarinus prostratus

 

Ik heb wel het idee dat deze rozemarijn iets minder winterhard is dan de gewone rechtop groeiende rozemarijn maar de rozemarijn op de foto heeft toch zeker 4 jaar in pot geleefd voor ze in een winter, wellicht door de combinatie van vocht en vorst, is bezweken. In bijna elk tuincentrum kun je haar als jonge plant kopen, ik heb ondertussen al weer een jaar of 2 een nieuw exemplaar:

De verhoogde kruidenbak in de herfst, met rechts in de hoek een nieuwe Rosmarinus prostratus, links naast de bak zie je trouwens nog een gewone verticale rozemarijn 🙂

 

Rumex acetosa (Zuring)

Deze zuring is de beste zuring voor in de keuken, met de beste, friszure smaak. Daarnaast bestaat er ook nog een ander soort zuring; bloedzuring. Die laatste is wat minder zuur, heeft kleinere blaadjes maar is wel decoratiever. Het zijn trouwens allebei planten van het geslacht Rumex (acetosa voor de gewone zuring en sanguineum voor de bloedzuring). Dus de vraag is; ga je voor veel opbrengst van grote blaadjes extra zuur, of ga je voor minder opbrengst en kleinere blaadjes minder zure maar prachtige rood-groene bloedzuring?

Gewone groene Rumex acetosa zuring

 

Voor beide planten gelden trouwens dezelfde eigenschappen hoor: het zijn winterharde vaste planten. Staan graag in zon of halfschaduw, hebben een voedzame grond nodig en voldoende vocht. Een potmaat van 25 centimeter is prima, iets groter zou mooi zijn, voor een volle plant die goed kan groeien. De blaadjes zijn in het voorjaar het lekkerst, hoe jonger en malser het blad, des te beter (en dus ook zuurder) is de smaak. Als de bladeren groter worden zijn ze voor rauwe bereidingen minder geschikt maar de echte Rumex acetoa kun je dan dus altijd gebruiken voor stoven. De smaak is friszuur, meer als van citroen dan van azijn. En ook niet heel zuur hoor, het is vooral zacht en fris van smaak. In de zomermaanden bloeit Rumex, met kleine rozige bloempjes op hoge steeltjes (de plant zelf blijft zo’n 35-40 centimeter hoog), na de bloei verdort de plant vaak. Voor de oogst van verse jonge blaadjes kun je dus het best de bloeistengels in een vroeg stadium uit de plant knippen.

Rumex sanguineum, bloedzuring, prachtige rode adering en daarin zit ook het frisse zuurtje

 

Salvia officinalis (Salie)

Salvia heeft een heel zware, kruidige smaak. Het is erg lekker (zeker bij bijvoorbeeld lamsvlees, sommige pasta’s, etc.), maar je moet bij gebruik in de keuken goed oppassen want je kunt het ook makkelijk overdoseren. Salvia is een echt mediterraans kruid (net als rozemarijn). Dat betekent dat de planten van veel zon houden, van een losse, niet te natte grond en van weinig voeding. Voor de teelt in potten (en daar is ze dus zeer geschikt voor) gebruik je dus een potgrond die je luchtiger, droger en armer maakt door er minimaal een kwart deel brekerzand door te mengen. En ze heeft in pot natuurlijk wel vocht nodig (want de wortels kunnen zelf geen vocht gaan zoeken), maar houd het matig; lichtvochtig en zeker geen onderschaal waar water in blijft staan geven.

Er zijn verschillende soorten, onder andere soorten met groter of kleiner blad, met geelbont blad of paarsig blad, met witte of met blauwpaarse bloemen, sommige soorten bloeien wel, anderen bloeien niet. En uiteraard zijn er ook wat verschillen in smaak, al smaken alle Salvia officinalis rassen wel zeer kruidig, sommige rassen zijn veel sterker van smaak en zijn dus meer geschikt als keukenkruid, en sommige rassen zijn minder sterk van smaak en worden meer gebruikt als sierplant.

De bloemen (als je een bloeiende soort kiest) zijn vrolijk en trekken bijen en hommels aan. En mocht je de smaak te sterk vinden om vaak of veel in de keuken te gebruiken, dan is er nog altijd de heerlijke geur als je over de planten wrijft, alsof je in Italië op vakantie bent 🙂

Gebruik overigens wel een goede potmaat, minimaal 25 centimeter maar liever nog groter, zo hebben de wortels wat meer ruimte en dat bevordert dan ook gelijk de winterhardheid; want Salvia officinalis is redelijk winterhard maar in strenge winters moet je toch oppassen (zet de potten tegen het huis aan, houd ze nog wat droger, gebruik eventueel wat jute om de pot in in te pakken). Eigenlijk is de vorst zelf niet de boosdoener maar natte wortels in combinatie met vorst kan wel funest zijn.

Zo staat de Salvia officinalis hier (in een grote pot want uiteindelijk worden het grote planten):

Salvia officinalis in pot

 

Satureja hortensis (Bonenkruid)

Deze Satureja is eenjarig, er is ook nog een vaste vorm (Satureja montana). De vaste plant Satureja is eigenlijk een heester, uit Mediterrane gebieden; ze is hier niet goed winterhard gebleken. Als je de vaste soort wilt, gebruik dan dus een potgrond die je flink verluchtigt met brekerzand. In de wintermaanden zet je de pot bij het huis, en houd haar behoorlijk droog, eventueel de pot omwikkelen met jute. De blaadjes van de vaste Satureja smaken ongeveer hetzelfde als die van de eenjarige Satureja, maar iets minder sterk (in mijn herinnering). Misschien heb je voorkeur en vind je het fijn 1 vaste heester in pot te houden en daar de blaadjes van te plukken, of misschien vind je het toch wel zo handig en makkelijk om gewoon elk jaar opnieuw te zaaien, je kunt dan elk jaar een andere pot kiezen die je over hebt en hebt er geen werk aan in de wintermaanden. Wat je wilt dus…..

Satureja montana, vast bonenkruid

 

De eenjarige Satureja hortensis is gemakkelijk te zaaien en stelt ook wat minder eisen aan de grond. Zaai haar in maart of april bij kamertemperatuur voor, de zaden kiemen binnen een dag of 10. Het blijven kleine planten (zo’n 25 centimeter hoog) en een kleine pot is dus al prima (tenzij je veel planten zet omdat je veel gebruikt). Geef af en toe wat voeding, maar heel veel heeft ze als kleine plant niet nodig. Geef haar natuurlijk wel voldoende vocht, al mag ze niet kletsnat blijven, en zorg voor een zonnig plekje. Zelf ben ik niet erg dol op bonenkruid, het heeft een bijzondere smaak, zeer kruidig en zwaar maar het heeft iets weeïgs, ik vind het niet lekker. Er zijn echter mensen die zweren bij de smaak van bonenkruid, en dan vooral bij gerechten met alle soorten bonen (van tuinbonen tot snijbonen, witte bonen, etc.). Ik vind haar dan misschien niet lekker smaken, ik vind haar wel erg lekker ruiken! Zo’n zelfde bijzondere kruidige geur waardoor ik, als ik langs de plant loop, altijd even aan de blaadjes wil ruiken.

Satureja hortensis, eenjarig bonenkruid

 

Stevia rebaudiana (Stevia/Honingkruid)

Dit kruid wordt elk jaar meer bekend. Sinds het officieel in Nederland mag worden gebruikt en verhandeld zie je het in allerlei vormen terug. Stevia is een niet winterharde vaste plant waarvan de blaadjes zeer zoet smaken, zoeter dan suiker. En dus kun je er al enige jaren niet alleen zaden en plantjes van kopen, maar ook natuurlijke zoetstoffen, in druppels, pilletjes, etc.. Een natuurlijke zoetstof zonder bijwerkingen en zonder calorieën. En dus een geweldige plant om te hebben, ze moet zelfs in pot (omdat ze niet winterhard is en ze dus in de winter naar binnen moet). Hier blijkt de plant toch wel iets meer vorst te kunnen hebben dan verwacht; ze overleeft hier bijna elke winter in de koude kas (waar het net zo hard vriest als buiten maar waar geen regen, sneeuw en storm is en waar de grond wat minder koud is ). Met wat jute om de pot heen en bijna volledig droog gehouden overleeft ze hier de winter in de kas. Ze sterft tot op de grond af en begint in april weer langzaam te ontwaken.

Geef haar in pot dus een goed verluchtigde potgrond en een flinke potmaat van minimaal 30 centimeter (ze maakt niet alleen een flinke plant maar doordat de wortels de ruimte hebben kan ze wat meer vorst hebben dan in een te krappe pot). Geef voldoende voeding, volgens aanwijzingen op de verpakking; omdat de plant flink wat blad maakt heeft ze een goede voeding nodig met voldoende stikstof daarin. Zet de plant op een zonnig plekje, maar halfschaduw kan ook. En geef regelmatig water, ze mag niet uitdrogen, maar laat haar ook niet in kletsnat water staan. Je kunt van half mei tot eind oktober blaadjes plukken. Bedenk dat ze zeer zoet zijn, zoeter dan suiker, dus gebruik ze spaarzaam (in bijvoorbeeld dranken als thee of een glad koude spa, maar ook in desserts, etc., overal waar je anders suiker in zou gebruiken. Zo rond oktober wil de plant nog wel gaan bloeien maar dat is in ons land te laat om nog zaden van te oogsten, tijdens de bloei zakt de plant bij de eerste koude nachten al in elkaar. Zet de pot dan bij het huis, pak haar in jute in en houd haar bijna droog. Als het dan echt gaat wat meer dan 3 of 4 graden gaat vriezen, haal haar bijvoorbeeld voor de nacht naar binnen. Kijk vooral ook nog even op deze pagina over de Stevia

Stevia rebaudiana

 

Thymus vulgaris (Tijm)

Tijm is geweldig in pot. Tijm houdt van een zanderige, vrij droge grond, en niet teveel voedingsstoffen. En juist die omstandigheden kun je in een pot misschien wel beter bieden dan in de volle grond. Ik heb haar zelf niet meer in pot (nog wel op de foto en dat ging prima), maar ik heb haar sinds 2013 in een verhoogde bak. Het resultaat is een beetje hetzelfde. Meng een kwart grof brekerzand door de potgrond en gebruik een pot met een minimale diameter van 20-25 centimeter. Tijm houdt van volle zon, de plant (of heester of halfheester, er zijn veel soorten tijm die allemaal weer een eigen geurdimensie hebben) wordt zo’n 15-30 centimeter hoog, afhankelijk van soort en ras. Tijm houdt ook niet van al te veel voeding, al kan ze natuurlijk niet helemaal zonder (geef gewoon iets minder dan op de verpakking staat aangegeven). En geef haar wel water, maar laat haar niet kletsnat worden, en een dagje geen water zal haar niet deren. Je gebruikt in de keuken de blaadjes, heerlijk in marinades en in alles wat wat met de Franse en mediterrane keuken te maken heeft. Proef haar de eerste keer bij gebruik even, de smaak is heel sterk dus een goede dosering in gerechten is wel belangrijk.

Tijm in pot gaat heel goed…..

 

Tijm in een verhoogde bak gaat ook heel goed (rechts vooraanin de bak)

 

Op de foto hieronder nog even de Helichrysum Tall Curry, een mediterrane plant, matig winterhard (handig in pot want dan kan ik haar in de kas zetten in de winter). Het blad geurt naar kerrie, heerlijk! En dan krijgt ze in de warmste zomermaanden ook nog kleine gele schermbloemen.

 

En dit was dan een opsomming van de meest gebruikte keukenkruiden en hun mogelijkheden in potten. Ik hoop dat je er wat handige tips over standplaats, voeding, etc. in hebt kunnen vinden!

 

Fruit in potten

Eigenlijk is fruit het lievelingetje van de moestuin; iedereen, ook op balkon en terras, wil eigenlijk wel fruit telen (en vooral oogsten). Maar juist fruit is niet heel makkelijk in potten en bakken. Want fruit haal je over het algemeen niet van een plant, fruit groeit aan bomen, flinke struiken, etc. En dus moet je inventief zijn om fruit in potten en bakken te kunnen telen. Je hebt er geduld voor nodig, flinke potten, tijd om alles goed te verzorgen, maar als je wilt kan het wel, met kennis en het kiezen van het juiste ras.

Ik kan daarover wel een alinea schrijven, maar eigenlijk is het enige advies; ga naar een goede kweker, laat je goed informeren over geschikte rassen en de daarbij behorende plantinstructies en verzorgingstips, uiteindelijk zal dat het beste resultaat geven.

En omdat er steeds meer mensen tuinieren op balkons, terrassen, dakterrassen, etc. zijn er in de afgelopen jaren ook steeds meer soorten fruit gekomen waarvan je, vaak op een kleine onderstam geënt, ook kleine boompjes kunt kopen. Maar bijvoorbeeld ook kruisbessen zonder doornen, vijgen die het ook in het Nederlandse klimaat goed doen, etc..

In onze achtertuin zie je een pot (kleine speciekuip is eigenlijk het juiste woord) met daarin de vijg Bornholm Diamant; een redelijk winterharde vijg die ook in Nederland een goed opbrengst geeft

 

Bedenk wat je wilt en wat je te bieden hebt (qua ruimte, zon, etc.) en ga dan dus vooral naar een goede gespecialiseerde kwekerij!

Als je nu echt geen zin, tijd, plaats hebt voor een echt fruitboompje in een pot, dan zijn er nog wel een kleine hoeveelheid opties voor wat fruit uit eigen tuin:

Eenjarigen: denk daarbij aan Physalis pubescens en Physalis peruviana (ananaskers). Dit zijn eenjarige struikvormige planten die in de zomer-herfst vruchten dragen; geeloranje besjes, je ziet ze vaak in supermarkten, met het verdorde omgevouwen hoesje er nog aan. Fris zoetzurig. Je kunt ze in het voorjaar zaaien, bij kamertemperatuur, de planten mogen dan vanaf 12 mei naar buiten. Hebben wel een zonnige standplaats nodig, een ruime pot, humeuze grond die vochtig moet zijn maar niet kletsnat mag blijven. Een kleine hoeveelheid samengestelde meststof is prima, voor wat groei en bloei maar geef niet teveel, anders krijg je veel blad en weinig vruchten. De Physalis peruviana is de grote vorm, grote planten (tot 100 cm), hebben dus ook een grote pot nodig (doorsnede 30 cm), en wat meer voeding. Ze bloeien later en geven ook pas in de nazomer en herfst rijpe vruchtjes. De vruchtjes van de Physalis pubescens zijn veel kleiner, maar wel veel talrijker, en het voordeel van deze plant is dat ze een kleinere plant maakt (zo’n 40 cm hoog), dus ook in een kleinere pot kan. Bovendien kun je deze vruchtjes vaak al vanaf begin juli oogsten.

Geoogste anaskersjes, leuke opbrengst voor zo’n kleine tot middelgrote plant! En elk jaar makkelijk zelf te zaaien

 

Een vaste plant (die je echter wel elke 3 jaar moet vervangen voor een nieuwe stek) is de aardbei.

Ook leuk, aardbeien in een verhoogde bak

 

Aardbeien zijn op zich niet moeilijk maar er zijn wel een aantal aandachtspunten. Neem per plant een pot die groot genoeg is (dat hangt een beetje af van het ras maar een diameter van 20 centimeter is het minimum). Aardbeien hebben maar een klein wortelgestel en zijn dus zeer gevoelig voor grondsoort en vocht. Ze hebben goede humeuze voedzame grond en hebben een hekel aan uitdrogen; in een wat grotere pot kun je wat meer goede grond doen en blijft er wat makkelijker water beschikbaar. Ik heb ook in de volle grond in droge perioden wel bijna volledig verdorde aardbeienplanten gezien, en die komen later wel weer bij maar het gaat altijd ten koste van groei, bloei en vruchtzetting.

Besteed dus extra zorg aan de groei-omstandigheden en dan zijn aardbeienplanten erg leuk in een pot of verhoogde bak. Zorg voor een zonnig plekje, maar eventueel kan halfschaduw ook. Laat de planten nooit uitdrogen, maar zorg wel dat een teveel aan water weg kan want met de wortels in modder staan is ook niet goed. Bedenk dat er eenmaaldragende rassen zijn (met 1 grote oogst rond juni-juli) en doordragende rassen (met een wat kleinere oogst in juni maar daarna gaat ze weer overnieuw bloeien; zo kun je vaak tot in september aardbeien oogsten). En er zijn nog wel wat andere verzorgingstips; over het verwijderen van de uitlopers, het beschermen tegen vogelvraat. En natuurlijk het eens per 3 jaar vervangen van de planten door ze zelf te stekken. Maar lees daarover vooral op de pagina van de Aardbei

Dan is er nog de meloen, ook zeker niet gemakkelijk hoor. Meloenen willen graag zon, de kruipen of kimmen, ze willen een lichtvochtige grond maar kunnen heel slecht tegen te veel water, of dat nu uit een gieter of uit de lucht komt. Dus neem een flinke potmaat (zo’n 30 centimeter of groter), geef een zonnige plek, bescherm haar tegen al te veel regen, probeer het blad zo veel mogelijk droog te houden. Meng ook wat grof zand door de potgrond zodat een teveel aan vocht gemakkelijk weg kan. En zorg natuurlijk voor een ras dat het ook buiten goed doet.

Er zijn echte kasmeloenen, met een lang teeltseizoen, maar er bestaan ook vroege meloenrassen (vaak kleinvruchtig, oorspronkelijk uit landen als Rusland, etc.), die ook buiten een redelijke kans van slagen hebben (al ben je altijd afhankelijk van het weer). Meloenen kunnen absoluut niet tegen vorst, je zaait ze daarom rond half april, en ze kunnen dan na IJsheiligen (13 mei) naar buiten. Bedenk of je je meloenplanten wilt laten kruipen en zoek daar een mooi plekje voor uit. Of zet er stokken en gaas bij, zodat de planten kunnen klimmen. Kijk voor alle teelttips op de pagina van de Meloen.

Tot zover het hoofdstuk over kruiden en fruit in potten en bakken. Ik hoop dat je er nuttige informatie in hebt kunnen vinden!

Lees vooral ook nog even de andere hoofdstukken:

Tot slot nog 1 foto, van onze verhoogde kruidenbak:

Een verhoogde bak vol kruiden: rozemarijn, bonenkruid, tijm, kerrieplant, bieslook, oregano, lavendel, olijfkruid, heerlijk geurende en zomers in de tuin, en heel fijn en lekker om van te kunnen plukken!