Algemene zaai-informatie

Over zaaien……

Zaden voor 2013 1

Zaaien is niet altijd even gemakkelijk. Zo, die is alvast gezegd.

En ik wilde dat iemand die zin lang geleden al tegen mij had gezegd, hoewel de grote vraag dan weer is of ik er wel naar geluisterd had. Want ik ben altijd gezegend geweest met eigenwijsheid en ongeduld, 2 eigenschappen die, heb ik ervaren, funest kunnen zijn voor het opkweken van planten.

Wat een geld heb ik verspild met het kopen van zaden die ik heb gezaaid en waarvan nooit plantjes zijn opgekomen. Vreemd, want zaaien is toch simpelweg een zaadje in de grond stoppen, met aarde bedekken, water geven en wachten tot het plantje opkomt en groeit?

Soms wel ja, we moeten deze soorten koesteren om hun vermogen zich aan te passen aan mensen met weinig ervaring in het zaaien. Maar meestal heten deze soorten onkruid, en dat heten ze niet voor niets: ze bezitten ook het vermogen om werkelijk overal en onder alle condities te kiemen en te groeien; op droge arme zandgronden en rijke natte kleigronden, in zon en schaduw, tussen straatstenen en tegels, in weer en wind. Misschien niet in de winter (maar sommigen wel hoor), maar dan blijven ze lekker liggen tot de eerste zonnestraal ze in februari een “kiemzetje” geeft.

De soorten die we zelf graag willen omdat ze nou eenmaal wat mooier zijn dan het gemiddelde onkruid en wat minder de neiging hebben om zichzelf vervolgens op welke manier dan ook in snel tempo te vermeerderen, hebben meestal wel wat meer zorg nodig. Voor, tijdens en ook na het kiemen.

Soms is er ook geluk,of juist pech. Ik heb hier nog wel eens zaden verloren omdat ik net iets teveel water had gegeven (zaden gingen rotten), of net iets te weinig (zaden verdrogen tijden het kiemen en gaan dood). Aan de andere kant; ik heb wel eens met verbazing gekeken naar een tuinbuurvrouw die niet in potgrond zaait maar in bemeste tuinaarde, en dan peperzaden, en dan in kletsnatte grond – en dan toch gewoon kiemen. Dat lukt misschien 1 keer of 1 jaar, maar ik kan je van harte aanraden dit niet thuis te proberen 🙂

Veel zaden hebben een uitgekiende balans nodig tussen vocht, licht, lucht, temperatuur, etc. Éénjarigen zijn daar wat makkelijker in (al zijn ook daar uitzonderingen in), die zijn sterk en moeten toch in 1 jaar zien te kiemen, groeien, bloeien en zich voortplanten. Maar een aantal vaste planten en zeker ook heesters, bomen, etc. kunnen toch wel eens lastig zijn.

Dus mocht je zelf nog niet zo veel ervaring hebben met zaaien (of wel maar ben je net als ik altijd benieuwd naar de ervaringen van andere mensen), lees dan vooral deze pagina over zaaien, verspenen, opkweken, en planten. Geen volledige verhaal over hoe je een zaadje moet zaaien maar algemene tips die het zaaien ongetwijfeld een stuk succesvoller (en daardoor ook aangenamer) maken.

Bespaar jezelf de fouten die ik ooit heb gemaakt!

Peperzaailingen Deno

Verder zijn er nog een aantal “hulpmiddelen” die de zaden kunnen helpen beter te kiemen, zoals meer licht (lichtkiemers), koude (koudekiemers), meer verwering door het klimaat (scarificatie), etc. Kijk voor deze wat meer bijzondere technieken bij Bijzondere Kiemers Daarnaast is er ook nog een Deno-methode, een methode van zaaien waarbij je in het beginstadium geen trays en potgrond gebruikt maar zakjes en papier. Klinkt vreemd, en is zeker niet voor alles geschikt, maar zeker voor een aantal soorten (als pepers, paprika’s, salvia’s), voor mensen die niet zo veel ruimte in huis hebben en voor als je maar weinig zaden hebt en heel gecontroleerd wilt zaaien kan het heel handig zijn. Kijk maar op de pagina voor de uitleg.

Maar lees vooral eerst hieronder de tips voor zaaien in het algemeen!!

Zaden zaaien

Tip 1: Lees de achterkant van het zakje

Ongetwijfeld staat er, bij de in de reguliere zaadhandel gekochte zaden, een zaaibeschrijving achterop het zakje. Zo niet, dan vind je vast de zaaibeschrijving op de website van de zaadhandel waar je de zaden hebt gekocht. En houd ook een beetje rekening met die informatie. En eventueel zoek je in boeken, of op internet nog even de mening van een andere zaadhandel. Later leer je vanzelf te spelen met zaaimomenten, etc. maar als beginner houd je je bij voorkeur aan het advies van de kweker.

Dan heb ik het natuurlijk wel over een Nederlandse zaadhandel of in ieder geval Noord-Europese zaadhandel. Mocht je zaden hebben gekocht tijdens een vakantie, of via internet, in Zuid-Amerika, of Australië of zelfs Spanje bijvoorbeeld; dan kun je zelf wel nagaan dat een niet-winterharde soort dan niet in maart buiten gezaaid kan worden. Het zakje lezen, en gezond verstand dus 🙂

Een erg handige website is trouwens de website van Tom Clothier; je kunt daar van duizenden planten vinden hoe en hoe warm en wanneer ze gezaaid willen worden.

Tip 2: Zaai niet het hele zakje in 1 keer

Oftewel; spreid je kansen. Als er 50 zaden in een zakje zitten, zaai er dan 10 of 15 (of als je maar 1 plant nodig hebt slechts 3 zaden). Mocht er door welke reden dan ook geen kieming (of voortijdig bezwijken van het kiemplantje) plaatsvinden, kun je het nogmaals proberen. Op is op, en dat is erg jammer. Zelf wel eens 2 zaadjes geruild met iemand. Maar uiteindelijk wel 1 van de 2 zaadjes opgekweekt tot een volwassen plant. Hoera!

Sla zaailingen

Ik heb zelf ook wel eens een heel zakje zaden gezaaid – zo’n klein dotje kleine zaden in je hand lijkt niet veel, maar tel ze maar eens. Op die manier heb ik toch een aantal keer (ik ben soms nogal hardleers) met bijvoorbeeld 60 slazaailingen, of 150 preizaailingen, etc. over gehad, waar ik dus niet eens plaats voor had in de moestuin (en als je wel de plaats hebt voor 60 slaplanten, kan ik je adviseren ze vooral niet allemaal uitplanten want dan kun je een paar weken later 60 tegelijkertijd oogstbare kroppen sla uit gaan delen). Op de foto zie een bakje slazaailingen (de rode Lollo Rosso Soltero en de gestippelde Forellenschluss), genoeg zaailingen voor zo ongeveer het halve tuincomplex :-). Want op een volkstuin is teveel zaaien nooit een probleem; buren willen vast graag wat zaailingen van je hebben en zo valt er onderling altijd veel te ruilen op een volkstuincomplex.

Nog een kleine tip: zaai niet te diep. Als je een zaadje zo ver onder de grond stopt dat ze niet meer kan bepalen wat de boven- en de onderkant is, en gekiemd en al niet meer boven kan komen, houdt alles op. Zaai zaden niet dieper dan ongeveer 2 keer hun eigen dikte/grootte. Dus een zaadje van 1 millimeter dik hoef je ook maar met slechts 2 millimeter vermiculiet of zand te bedekken. Een zaadje van 1 centimeter dikte kun je gerust anderhalf tot 2 centimeter onder de grond duwen, maar doe dat niet met zaadjes van 1 milimeter dikte! Dek de zaaisels bij voorkeur af met vermiculiet of wat grof zand (brekerzand, te koop bij elke bekende bouwmarkt) en geef voorzichtig water tot een zaailing is opgekomen.

Tip 3: Begin bij het begin en ken jezelf

Ga nou niet gelijk beginnen met lichtkiemers, onregelmatige kiemers, koudekiemers, etc. als je nog nooit gezaaid hebt. Begin gemakkelijk, met soorten die niet al te veel bijzonderheden hebben rond het zaaien. Lastig is dat veel zaadleveranciers je dat niet vertellen 🙂 Niet handig van ze, want als je zaden koopt die niet kiemen hebben ze er 1 keer zaden gekocht, maar dat doe je waarschijnlijk niet nog een keer. Kwalitatief goede zaadleveranciers geven duidelijk aan wanneer zaden onregelmatig kiemen of koudekiemer of gewoon moeilijk te zaaien zijn.

Nog een tip: begin met éénjarigen, vaak veel makkelijker te zaaien dan vaste planten of heesters, kiemen sneller (omdat ze in 1 jaar moeten kiemen, groeien, zich vermeerderen en sterven). Haastige planten dus die het zich niet kunnen veroorloven al te moeilijk te doen (uitzonderingen daargelaten). Doe daar ervaring mee op en probeer daarna eens wat anders.

Stokspercieboon Pastoral kiemt 1

Op de foto zie je stokspercieboon Pastoral, net gekiemd. Bonen zijn heel gemakkelijk, kiemen snel en groeien snel, maar ze hebben wel vaste regels: zaai vooral in niet te rijke, vaste grond, de grond moet luchtig worden gemaakt met bijvoorbeeld flink wat grof zand. En niet te nat, want anders rotten de zaden voor ze kiemen. En tot slot warm genoeg, bij kamertemperatuur. Oftewel, makkelijk, maar je moet het wel even weten…..

Kies als beginnende zaaier daarom soorten als Calendula (Goudsbloem), Tagetes (Afrikaantjes), Tropaeolum (Oost-Indische Kers), Amaranthus, Nigella (Juffertje in ’t Groen), etc., dat zijn éénjarigen die bij kamertemperatuur vaak al binnen 1 tot 2 weken kiemen en makkelijk te verspenen en uit te planten zijn. Als dat goed gaat, ga dan een stapje verder en zaai eens wat lastigere soorten, maar dan heb je in ieder geval alvast een beetje ‘gevoel’ voor het zaaien gekregen.

En bedenk; verse zaden zijn levende wezens, ze zijn in een slapende toestand. Ze hebben de juiste behandeling nodig om gewekt te worden, voor sommige soorten is dat veel licht en lucht en niet te veel vocht, voor anderen juist een donkere omgeving en meer vocht, voor sommigen een lange tijd voor sommigen een koude periode. Etc. En de zaden moeten goed zijn, hebben veel verzorging, aandacht, etc. nodig om wakker te worden. Ook hier gaat er elk jaar wel wat fout en zit ik te wachten tot zaden kiemen maar heb ik 1 keer teveel water gegeven (waardoor de zaden zijn gaan rotten), of ben ik 1 keer vergeten water te geven en zijn de zaden die juist aan het kiemen waren verdroogd, of zaden willen gewoon niet kiemen, zonder dat ik weet waarom.

Probeer je te verdiepen in wat een soort zou willen om te kiemen, neem de tijd voor de verzorging en calculeer in dat sommige soorten nu eenmaal echt heel lastig te zaaien zijn.

Zaailingen Erysimum

Tip 4: Beheers je!

Altijd mijn allergrootste fout geweest. Er is begin februari een heerlijke week met mooi weer en een wat hogere temperatuur dan normaal. Kriebel, kriebel, geen zelfbeheersing en voor je het weet loop je met je veel te vroeg gezaaide zaailingen heen en weer van buiten naar binnen en terug bij kans op nachtvorst of een plensbui.

Dat is dan nog niet eens zo erg, maar je kweekt er zwakke ziekelijke planten mee, omdat ze zeer wisselend opgroeien, vaak te donker en te koel, en dan vervolgens in een kamer waar het dan weer te warm is, etc. Deze planten zijn vaak gevoeliger voor ziekten, schimmels, etc. Echt waar, niet doen en wachten tot het juiste moment.

Maar ik geef toe, dat valt niet mee. Zelf wel eens met ruim 100 tomatenplanten staan tobben (en lopen verhuizen dus) toen ze begin april al 25 centimeter hoog waren, ik ze dus maar naar de kas had gebracht, maar er half april nog een vorstperiode kwam, waardoor ik alles weer binnenshuis moest gaan zetten 🙂

Tip 5: Calculeer de verliezen alvast in

Heel vaak zijn er zaden die niet kiemen, het is maar zelden dat 100% van de zaden kiemen. Ik zet van elke tomatensoort 2 planten, ik zaai dan 3 zaden. Mochten alle drie de zaden opkomen, dan is dat mooi, want dan kan ik iemand nog een zaailing cadeau doen. De kans is in ieder geval wel erg groot dat bij goede kwaliteit zaden in ieder geval 2 van de 3 zullen kiemen. Maar zaai je maar 2 zaden, en er kiemt 1 zaadje niet – dan zul je naderhand alsnog een 2e zaadje moeten gaan zaaien, labeltje maken, potjes, potgrond – extra werk dat je je had kunnen besparen door in 1 keer voldoende te zaaien.

Zaai je meer éénjarige planten voor, speciaal voor in een mooie pot op je tuintafel, en kiemen er maar 2, dan wordt het zo’n karige pot. Oftewel, wees niet te zuinig, maar natuurlijk ook weer niet te gul (zie tip nummer 2 :-).

Tip 6: Bezuinig niet op materiaal

Zorg dat je de zaden die je wilt zaaien kwaliteit biedt: gebruik geen al eerder gebruikte grond, maar goede nieuwe potgrond. Er is ook speciale zaai- en stekgrond op de markt, behoorlijk prijzig maar als je niet zo heel veel gaat zaaien, wellicht ook een optie. Ik zelf vermeng liever goede kwaliteit potgrond graag met een paar handen brekerzand (een grof soort zand dat de potgrond flink verluchtigt). Vergeet niet om de grotere grove stukken uit de potgrond te verwijderen. Zeven zou handig kunnen zijn, maar vaak is de grond daar dan weer te vochtig voor.

Gebruik goede potjes, mijn voorkeur ligt bij 9 x 9 centimeter hard plastic potjes. Maar het voorzaaien doe ik zelf graag in zaaitrays. Ik heb ze van hard PVC met 4,5 x 4,5 centimeter vakjes en met 2,5 x 2,5 centimeter vakjes. Ruimtebesparend, gemakkelijk in het gebruik, duur in aanschaf (de mijne kosten € 10,00 per stuk) maar wel een lange levensduur, en overzichtelijk. Let wel op dat je de zaailingen op tijd verspeent omdat ze in de zaaitrays niet veel ruimte krijgen om wortels te maken. Ik heb mijn zaaitrays jaren geleden bij Het Vlaams Zaadhuis gekocht, maar wellicht dat er in Nederland nu ook goede zaaitrays te koop zijn.

Perliet en Vermiculiet

Om de zaden af te dekken gebruik ik zelf vermiculiet of perliet (ik meen dat de juiste naam ‘gewolkte perliet”) is. Zie foto, links het goudkleurige vermiculiet, rechts het witte perliet. Beiden heel licht, laat daardoor ook licht en lucht door. Ik heb geen voorkeur voor één van beiden, heb het allebei en gebruik dat wat toevallig voorhanden is.

Je kunt bijvoorbeeld ook brekerzand gebruiken in een dun laagje. Ook dit laat wat lucht en licht door. Gebruik geen fijn zand als afdekking; het heeft de neiging groen te worden en een harde laag te vormen als de zaden wat langer over het kiemen doen. En potgrond is binnen de kortste keren bedekt met algen en/of mos.

Ervaring leert wat je zelf het prettigst vindt. Probeer eens wat uit en bepaal dan wat je zelf het prettigst vindt werken.

Mocht je interesse hebben in vermiculiet; het is tegenwoordig in de meeste grotere tuincentra wel te koop, maar in kleine verpakkingen en dan vaak erg prijzig. Vermiculiet is een natuurlijk product; het kan enorm veel hitte verdragen en wordt om die reden vaak gebruikt bij het maken van schoorstenen. Loop dus vooral eens bij een ‘kachelwinkel’ binnen en vraag er eens naar. Zij weten vaak direct wat je bedoelt, kies de fijnste soort die ze verkopen.

Ik begreep dat “Bouwmaat” goedkoop is in vermiculiet. Nadeel is dat je een pasje voor die winkel nodig hebt, maar misschien heb je een aannemer of zoiets in de familie en kan hij het voor je kopen. Zelf heb ik in februari 2012 een nieuwe zak Vermiculiet gekocht bij de plaatselijke kachelwinkel. Ik moest er wel 35 euro voor betalen en dat is dan wel erg duur (maar dan heb ik wel een mooie fijne soort – er zijn ook grovere soorten die ik zelf veel minder geschikt vind om zaaisels mee af te dekken), en dan heb ik een zak van 100 liter (en daar doe zelfs ik wel een jaar of 4 mee :-). De Horticoop zou het ook verkopen, voor zo de 20 euro. En een goed en goedkoop adres is Pull in Rhenen.

Tot slot in deze alinea nog deze tip: het is toch zonde om voor veel geld zaden te kopen en dan 1 euro te bezuinigen op potgrond. Koop geen rommel, ik ken nog wel mensen die in bemeste tuinaarde zaaien, dat lukt nog wel met misschien kool en sla en zo, maar je delicate peperzaden, bloemenzaden, etc. zullen het zeker niet waarderen!

Voor wie er interesse in heeft; ik koop mijn potgrond al jaren van het eigen merk van Intratuin. Niet om reclame te maken maar het is een mooie rulle potgrond, niet te rijk of te vet, geen grote stukken erin, etc. Er zijn veel meer goede potgrondsoorten hoor, maar koop in ieder geval niet klakkeloos het goedkoopste wat je kunt vinden; of doe dat wel maar test het dan gewoon eerst eens uit met goedkope zaden waar je zoveel van hebt dat je bij mislukken nog een tweede poging kunt wagen.

Zelf in 2013 ook voor het eerst eens blokken Cocopeat van de Action gekocht; een potgrond op basis van kokosvezel. Ik hoor van sommige mensen zeer goede verhalen erover, van anderen juist negatieve berichten (als er zou weinig voeding in zitten, en daardoor verpieteren de zaailingen erin). Om mijn eigen mening te kunnen vormen heb ik in 2013 flink wat soorten in deze blokken cocopeat gezaaid. Resultaten: het is een vreemde grond als je potgrond gewend bent, houdt vocht extra lang vast, maar lijkt soms nog nat maar is dan zeer droog. Het is iets waar je aan moet wennen om mee te werken. Mijn ervaring is dat delicate soorten het er niet goed in doen (paprika’s, pepers aubergines, vaste planten kwijnden hier weg, waarschijnlijk omdat de grond zo lang nat bleef dat de tere worteltjes gingen rotten). De Lathyrussen, tuinbonen, kool, sla en andijvie deden het er echter prima in (die kunnen natuurlijk ook wat meer hebben, schrikken niet van wat teveel vocht). Mijn conclusie; op zich bruikbaar, maar het liefst gemengd met potgrond en brekerzand, en niet geschikt voor soorten die slecht tegen natte grond kunnen.

Tip 7: Labelen

Zaaisels met labels

Als je 1 of 2 soorten tomaten wilt kweken ga je nog wel onthouden wat wat is, maar ik ben zelf niets meer zonder mijn labels, deels door het grote aantal soorten groenten en bloemen, maar wellicht ook een beetje door de alsmaar voortschrijdende leeftijd 🙂

Op de foto zie je een tray met zaaisels waarbij ik verticale kunststof lamellen in repen heb geknipt, puntje eraan knippen, en dan met een Dymo labelwriter stickers heb gemaakt van de plantnamen en die op de lamelrepen heb geplakt.

Soms heb ik daar geen tijd voor, of ben ik op de volkstuin en wil ik nog even wat zaaien. En dan doe ik het wat minder netjes, gewoon op een strookje hard plastic met een dvd-pen schrijven (de foto hieronder), minder netjes maar uiteindelijk net zo functioneel.

Zaaisels met geschreven labels

Ik schrijf alleen de naam in Latijn erop, dan weet ik wel wat wat is, maar je kunt eventueel ook nog hoogte of kleur erop proberen te krabbelen. Wat je erop kunt krabbelen hangt veel af van de naam: Salvia regeliana gaat makkelijker dan Matthiola incana Cinderella Antique Pink, maar ik kort ook graag af naar voor mij begrijpelijke termen.

Er zijn bij diverse tuincentra/zaadhandels uiteraard labels te koop, vaak behoorlijk prijzig en niet altijd even langlevend (die plastic dingen in ieder geval niet). Zelf kijk ik bij de plaatselijke Gemeentewerf (vuilstort), als ik er toch moet zijn, altijd even of er wat weggegooide verticale lamellen liggen. Die sop ik netjes schoon en knip ze in horizontale repen. Enorm veel plantlabels van goede kwaliteit. Mocht je niet bij de Gemeentewerf terecht kunnen, dan wellicht wel bij een kringloopwinkel.

Beschrijf ze vervolgens niet met een gewone vilstift, want kun je binnen de kortste keren niet meer lezen wat er staat (eigenlijk staat er ook niets meer). Ik zweer de laatste jaren bij de CD/DVD-writers, watervaste dunschrijvende stiften die op een label precies een heel seizoen goed te lezen zijn. Daarna kun je de labels met ouderwets sop en borstel schoonboenen en zijn ze het jaar daarop ook weer te gebruiken (en je kunt ze natuurlijk aan beide kanten beschrijven, ook handig).

Een paar jaar geleden heb ik een Labelwriter gekregen, daarmee typ en print ik stickertjes uit die ik dan op de plastic labels plak. Gaan ook ruim een jaar mee (mits je zorgt dat de labels goed schoon droog en vetvrij zijn). Tot slot hoor ik wel van mensen dat ze een lamineerapparaat hebben; labels printen ze op de computer en vervolgens plastificeren ze die in het lamineerapparaat – schijnt ook heel handig te zijn (mits je zorgt dat het labeltje goed omringd wordt door plastic anders kan alles nat worden en wordt het toch ook nog onleesbaar).

En tot slot er zijn nog wel mensen die zelf repen knippen van bijvoorbeeld yoghurtbekers, bakjes van de Chinese afhaal, etc. Als het plastic is, enigszins stevig en je erop kunt schrijven, kun je er een labeltje van maken 🙂

Tip 8: Koop wat je wilt maar niet te veel

Het is erg leuk als je, bijvoorbeeld tijdens vakantie, voor een zacht prijsje leuke zaden kunt kopen. Kijk vooral eerst naar de houdbaarheid van de zaden, het is mij al eerder gebeurd dat ik me door zo’n leuke aanbieding liet verleiden maar vervolgens nooit een plantje kon kweken omdat de zaden al bijna verjaard waren.

En koop niet te veel zakjes tegelijk. Want alle zaden hebben een beperkt kiemvermogen. Voor veel bloemen en groenten ligt die kiemkracht nog wel ergens tussen de 3 en 6 jaar, maar bijvoorbeeld uien en prei zijn slechts 1 of 2 jaar kiemkrachtig. Daarna zal nog niet de helft van de zaden kiemen.

Overigens heeft het kiemvermogen ook veel te maken met de manier waarop zaden zijn verpakt en onder welke omstandigheden bewaard. Ik ben zelf wel eens een zakje zaden vergeten mee naar huis te nemen. neem van mij aan dat zaden die in een open zakje 3 maanden lang in een kas liggen (waar het ’s zomers in de volle zon heel gemakkelijk 50 graden wordt), gewoon weggegooid kunnen worden.

Bewaar gekochte zaden op een donkere en koele plaats. Hier is dat op een onverwarmde slaapkamer op het Noorden (waar de zon dus amper schijnt) en dan in een kast. Ze zullen op zo’n plaats langer kiemkrachtig blijven dan op warmere/zonnigere/lichtere plaatsen.

Tip 9: Maak een planning

Niet geschikt voor mensen die 2 of 3 soorten willen zaaien. Maar ik zelf gebruik de wintermaanden om alvast uit te zoeken wat ik in het voorjaar wil zaaien. Lekker neuzen in de tomatensoorten; welke kleuren, vormen en smaken, etc. Welke éénjarigen, welke vaste planten moeten nog gezaaid worden, welke klimmers, paprika’s, bonen, etc. Wat ga ik in die nieuwe pot op de tuintafel zetten? En wanneer moet dat ook alweer gezaaid worden?

Tomatenzaden voor 2011 

Op de foto zie je alleen al de tomatensoorten die ik per jaar zaai, ik zoek ze in de winter altijd alvast uit en doe die soorten met alvast gemaakte labels in een grote envelop – dan staan ze alvast klaar voora als ik ze wil gaan zaaien.

Voor je het vergeet ben je te laat om de aardappelen te poten, of ben je de knoflook vergeten, of heb je een lege pot op je terras die bedoeld was voor een speciaal soort, maar je bent te laat. Ik gebruik graag een agenda om de soorten die ik wil zaaien op te schrijven. In dit geval de Kosmosagenda 🙂 Zit in mijn ‘tuintas’ en heb ik dus altijd bij me wanneer nodig. Ik krabbel er trouwens nog wel vaak wat dingen in – niet alleen wat ik wanneer wil zaaien, maar ook wanneer iets niet wilde kiemen, wanneer ik de appelboom mag snoeien, etc. Handig.

En op de volgende foto zie je mijn manier om zaden te bewaren. De gelabelde zakjes doe ik in een systeem dat ook gebruikt wordt voor schroefjes en spijkers en zo (1 of 2 keer per jaar bij de Aldi te koop voor 9 euro).

Kun je je voorstellen dat er meer dan 700 soorten tomaten in dit opbergsysteem zitten? En dan nog eens ruim 200 soorten pepers en 100 soorten paprika´s – dat is 1.000 zakjes zaden. De zaden zelf zitten in 4×4 of 4×6 cm plastic gripzakjes (bergt ook lekker licht en economisch op 🙂 En ze neemt zo niet meer dan 40 x 30 x 20 centimeter in beslag. En een stuk overzichtelijker dan een volgestorte schoenendoos. Ik heb nog zo´n box, waar dan alle bloemenzaden in zitten, en 1 box waar alle andere zaden (sla, prei, kool, etc.) in zit. Als je niet zoveel zaden hebt als ik moet je gemakkelijk al je zaden in 1 box kunnen verdelen.

Tip 10: Zaai matig in aantal

Ik zaai bij voorkeur 1 – 3 zaadjes per potje. Het is een beetje priegelen, maar later heb je er dubbel plezier van. Je ene plantje groeit beter omdat het meer lucht, licht en ruimte heeft. Zaailingen die met 20 of 30 tegelijk in potje staan, heb je weinig aan. Ze krijgen niet voldoende ruimte om allemaal een goed wortelgestel te ontwikkelen, zitten tegen elkaar aangeplakt, wat schimmelvorming, etc. bevordert. En vaak groeien ze met z’n allen stakerig en sprieterig recht omhoog, vechtend met elkaar om het plekje met het meeste licht. Oftewel; een beetje extra aandacht en tijd bij het voorzichtig zaaien van slechts enkele zaden betaalt zich later terug door beter opgroeiende zaailingen.

Over zaailingen

Tip 11: Verspeen voorzichtig

Zaaisel in tray

Eerlijk gezegd, ik hou niet van verspenen. Ik vind het allemaal zo dubbel werk. En een hoop gepriegel (en dat is niet erg maar bij Tip 10 heb je ook al zitten priegelen).

Eigenlijk verstaan we onder verspenen meestal het gepeuter met een mesje of lepeltje in een bakje met zaailingen om heel voorzichtig babyplantjes met 4 blaadjes en slechts 3 miniworteltjes van elkaar af te friemelen en proberen op te potten in een wat grotere potje. Niks voor mij; ik vind dat je heel snel zaailingen beschadigt, dat ze daarna behoorlijk lang tijd ndig hebben om zich van dat verspenen te herstellen.

Maar verspenen is toch ook gewoon de methode waarbij je slechts 1 tot 3 zaden in een vakje van een tray zaait (op de foto zie je een tray met allerlei soorten, sommigen al gekiemd, sommigen nog niet, elke soort een eigen labeltje). En dat is mijn favoriete manier. Want dan is er ruimte genoeg in het vakje om nog even door te groeien tot ze genoeg worteltjes heeft om sterker te worden voor het overzetten naar een P9-potje.

En als ik meerdere zaden per vakje heb gezaaid (bij het fijnste zaad gebeurt dat veel gemakkelijker dan bij grote bonenzaden); dan knip ik met een nagelschaartje uiteindelijk een aantal andere zaailing(en) weg tot ik bijvoorbeeld één mooiste, gezondste zaailing over heb.

Maar bij sommige soorten doe ik dat niet; kijk vooral naar de zaden en de soort die je zaait; er passen echt geen 3 Ricinuszaden (Wonderboom) in 1 vakje, maar bijvoorbeeld wel 3 fijne Mimuluszaden. En die Mimuluszaailingen kunnen gemakkelijk met 3 of zelfs wel 4 of 5 in een 9 cm-potje later tot een mooi vol bosje uitgroeien. Bij Ricinus zouden ze elkaar verdringen om de ruimte en alle drie niet goed groeien. Mocht je twijfelen – houd dan 1 zaailing per potje aan en gebruik gewoon wat extra potjes.

Zoals gezegd, in zo’n tray kunnen zaailingen in de aanwezige potgrond al weer groter worden en meer worteltjes ontwikkelen. Tegen de tijd dat ze overgezet moeten worden naar een groter potje (van bijvoorbeeld 9 cm) kun je heel gemakkelijk met de achterkant van een houten lepel onder de tray het hele plugje met wortel en al uit de tray drukken. En zo zijn ze gemakkelijk en amper zonder beschadigen overgezet worden naar een groter potje met verse potgrond.

Zaailingen in bak

En de laatste jaren zaai ik toch ook steeds vaker gewoon gelijk in een 9 cm-potje – je hoeft dan helemaal niet meer te verspenen. Voordeel is dat je bijvoorbeeld 3 of 5 zaden over het hele potje kunt verdelen en zo al een vol bosje zaailingen krijgt, nadeel is dat zoveel 9cm potjes wel veel plaats innnemen.

Op de foto rechts zie je een bak met overgezette zaailingen, soms 1 per potje, soms ook nog met teveel (maar ik knip pas zaailingen weg wanneer ze minimaal 3 of 4 blaadjes hebben).

Wil je het eens op de eerstgenoemde manier proberen (het breedwerpig zaaien van zaden in een bakje) dan kan ik adviseren dun te zaaien in een bak met voldoende diepte en een goede waterafvoer. Verspeen met behulp van een bot mesje, en zorg dat je de met aarde gevulde potjes en wat water alvast klaar hebt staan om zaailingen niet langer dan noodzakelijk te laten liggen zonder aarde en vocht. Verspeen vooral ook op tijd, als alle zaailingen al veel wortels hebben gemaakt zul je die wortels weer moeten beschadigen om de zaailingen van elkaar te scheiden. Maar ook weer niet te vroeg, want dan hebben ze bijna nog geen wortels. Lastig dus, dat verspenen 🙂

Tip 12: Geef genoeg water maar niet teveel

Bij te weinig water bestaat de kans dat de zaailingen even helemaal zonder vocht zitten en pardoes de geest geven, zulke jonge tere plantjes hebben nou eenmaal nog vrij vaak maar dan wel kleine beetjes vocht nodig (net als mensenbaby’s die elke 3 uur een flesje nodig hebben).

Als je babyplantjes echter te veel water geeft zullen ze het ook begeven; vaak door dan ontstane schimmels of rotting van de worteltjes. Dus de kunst is: geef water, matig maar voldoende en laat vooral de zaailingen niet uitdrogen maar ook niet in kletsnatte grond staan.

Klinkt heel simpel maar uit ervaring kan ik je vertellen dat het betekent dat je vaak moet controleren of de zaailingen alweer water nodig hebben. En de aarde kan niet zo snel kletsnat worden wanneer je door de potgrond weer wat grof zand hebt gemengd. Terwijl ik bij fijn zand juist het idee heb dat zich het een soort “plaat” vormt waar slecht water door afgevoerd wordt en wat hard wordt wanneer het uitdroogt.

Zelf meng ik om die reden een paar flinke handen brekerzand door een zak potgrond. Brekerzand is een grofkorrelige zandsoort, in elk tuincentrum te koop maar vaak ook in bouwmarkten, voor slechts 2 of 3 euro voor een flinke zak. Het zorgt voor een goedee afwatering (mits je uiteraard wel afvoergaatjes hebt of hebt gemaakt in je potten!!).

Hoe vaker je hebt gezaaid, des te beter kun je inschatten of je voldoende maar niet teveel water geeft. Het is niet goed uit te leggen , je moet er een beetje gevoel voor krijgen. Bedenk dat in een kamer waar het 20 graden is het vocht wat je geeft ook eerder zal verdampen dan in een onverwarmde kamer van 14 graden.

Jonge zaailingen geef ik zelf het liefst water middels een plantenspuit (voor nog geen 2 euro te koop bij Blokker, Xenos, etc.), ook dan is het soms nog lastig goed te doseren want je geeft dan vaak wat minder dan wanneer je een gietertje gebruikt.

Als zaailingen echt al flink groot zijn zet ik de tray liever een kwartiertje in een bak met water waardoor het water aan de onderkant wordt opgenomen. Na een kwartier uit de bak water halen en op de rand van de bak zetten (zodat juist een eventueel overtollig vocht er weer af kan sijpelen. En dan hoef je over het algemeen de hele week geen water meer te geven (til af en toe de tray of het potje op (je voelt dan hoe zwaar ze en is en zo kun je ook een beetje inschatten hoe vochtig ze is).

Maar pas op; die laatste methode is dus alleen voor zaden die al gekiemd zijn en waarbij het worteltje van de zaailingen al goed ontwikkeld is. Voor zaden en piepjonge zaailingen gebruik ik liever de plantenspuit (met de fijnste stand van de broes).

Tip 13: Houd de zaailingen op de juiste standplaats

Zaaibakken voor het raam

Ook ik heb niet zo veel ruimte in huis. Maar zaailingen die op de grond onder een vensterbank staan zullen niet gezond groot worden. Zaailingen hebben net als mensen lucht en licht nodig (en voeding en vocht, maar voeding zit er in ieder geval voor een week of 7 voldoende in de potgrond en vocht hebben we het bij Tip 12 al over gehad).

Op de foto zie je hoe er hier gevochten wordt voor het beste plekje (en het beste plekje is altijd voor het raam, zo dicht mogelijk bij het licht en het liefst de zon). Je zou zeggen dat de zaaisels op de foto rechts het slecht hebben, en dat is ook zo. Verhuizen naar een andere kamer is echter geen optie, simpelweg omdat die kamers ook al helemaal vol staan met zaailingen.

Zadenkamer

Zie deze foto, en dan heb ik het nog niet over een derde kamertje, de zolder, en natuurlijk in de kassen op de volkstuin 🙂

Het is hier altijd schipperen met de beste plaats qua licht en zon. Als je heel veel ramen hebt, of als je minder zaailingen hebt, is het vast gemakkelijker. Hier maak ik altijd bij elke soort de afweging; welke zaailingen hebben de beste plaats nodig (en/of welke zaailingen vind ik zo belangrijk dat ik ze het beste plekje wil geven). En natuurlijk gaat alles wat naar de kas zou kunnen zo snel mogelijk naar de kas, want daar is het meeste licht (helaas is het er ook koud, want er is geen verwarming, de warmte die er komt komt van de zon, en we hopen dat die warmte in de avond en nacht nog wat blijft hangen – de grond warmte natuurlijk ook wel harder op in de kas dan buiten.

Wel eens vragen van tuinburen gehad of het normaal was dat hun zelfgezaaide boerenkoolplantjes op van die rare hoge steeltjes stonden. Nee, dat is niet gewoon, te donker gestaan, of te warm of een combinatie daarvan. Niet zo raar; plantjes die niet genoeg licht krijgen gaan omhoog, op zoek naar licht. Zet zaailingen dus altijd in een zo licht maar relatief koele (niet koude!) ruimte, bij voorkeur voor het raam (oh wat heerlijk om een kas te hebben waar vanaf 5 kanten licht komt). Maar dan vooral in het begin niet in de volle zon, en dus zeker ook niet al te warm – want dat geeft de zaailingen een groeispurt maar aangezien er niet genoeg licht is krijg je hetzelfde effect. Probeer altijd een goede balans te vinden tussen de warmte in de kamer waar je zaait en de hoeveelheid licht die daar binnen komt.

Een plaatsje in een vensterbank van een lichtverwarmde slaapkamer is het meest ideaal. Al het andere is eigenlijk een beetje behelpen. Dus het blijft een beetje improviseren om de jonge plantjes de beste standplaats te geven. Het hangt ook veel af van wat je zaait: pepers hebben bijvoorbeeld veel hogere temperaturen nodig dan bijvoorbeeld koolsoorten. En ook bij de bloemen zijn er soorten die graag een temperatuur hebben van 22 graden en soorten die 15 graden al meer dan voldoende vinden om bij te kiemen.

Sla zaailingenin bak

Bedenk ook bij het zaaien dat het niet alleen om de hoeveelheid licht gaat, dus de plaats het dichtst bij de het raam, maar ook om het aantal uren licht en de intensiteit van dat licht. We zaaien niet voor niets liever niet in de donkerste maanden van het jaar; het aantal uren dat er op een dag licht is is in december veel kleiner dan in februari (voor alle duidelijkheid op 21 december begint de winter en dat is ook gelijk de dag dat de dag het kortst duurt – en er dus het minst aantal uren licht is op een dag). Zelf zaai ik eigenlijk niet meer voor half tot eind januari voor (en dan alleen nog maar pepers en paprika’s); dan begin je wel duidelijk te merken dat de dagen weer iets langer gaan worden.

En sommige soorten moeten wel vroeg gezaaid worden omdat ze nu eenmaal een lang groeiseizoen nodig hebben, zoals uien, prei, etc., maar in huis bijvoorbeeld ook pepers en paprika’s; soms is het een beetje kiezen tussen ‘zaai ik nu of wacht ik nog een weekje’. Voor half januari zaai ik tegenwoordig echter nooit meer, ik wacht liever tot er in ieder geval minimaal van half negen in de ochtend tot half zes in de avond daglicht is.

Tip 14: Plant plantjes niet te vroeg uit

Van mijn familie al vroeg geleerd wat IJsheiligen is en wat het voor tuinmensen betekent; plant je niet-winterharde plantjes niet uit voor 11-12-13 mei. Onofficieel is dat de laatste dag dat er vorst zou kunnen zijn. Dus het komt niet op een dag aan maar het is wel een mooie leidraad. Bij ons gaat op die datum nog net de vlag niet uit (maar het scheelt weinig :-)).

Soms zie je mensen begin april al Vlijtige Liesjes uitplanten in de tuin, bij de eerste warme zonnestralen. Gedoemd te mislukken. Want alles heeft een tijd van komen en voor Liesjes ligt die tijd nou eenmaal niet in april……….1 nachtvorstje en je bent ze kwijt!

Maar ook met winterharde vaste planten moet je nog wel een beetje oppassen, hoewel het me ondertussen wel duidelijk is dat jonge plantjes oersterk zijn en beter tegen vorst kunnen dan wij denken. Maar het gaat vaak om de overgang; binnen warm opgekweekt en dan zo de ijskoude grond in, klinkt niet goed. De oplossing: afharden van de planten:

Probeer de warm opgekweekte planten steeds meer aan de nog steeds koude buitentemperatuur te wennen door ze eerst overdag in het zonnetje buiten te zetten en ’s nachts weer binnen te halen. Ideaal is een kasje of platte bak die je als tussenstation voor je jonge planten kunt gebruiken. Zelf brengen we onze zaailingen als tussenstation eerst naar de kas en een week of 3 daana mogen ze dan echt buiten de volle grond in. Maar als je daarover niet beschikt dichtbij je huis in de zon zetten, een beetje beschut tegen weer en wind. En bij vorst toch maar weer een nachtje naar binnen. Zo kunnen ze langzaam wennen aan “de buitenwereld”.

Zaailingen van eenjarigen, groot genoeg om uit te planten.
Zaailingen van eenjarigen, groot genoeg om uit te planten.

 

Wanneer planten in de volle grond mogen worden uitgeplant hangt van een aantal factoren af:

  • zijn ze winterhard of niet en wat is de datum van uitplanten (wacht dus met niet-winterharde soorten tot IJsheiligen)
  • wat zijn de weersvoorspellingen (de beste tijd om uit te planten is bij niet al te zonnig weer met af en toe een lekker buitje). Plant niet uit bij brandende zon, storm, overvloedige regen, vorst. Logisch eigenlijk…..laat zaailingen in ‘gematigd weer’ wennen aan het leven in de buitenlucht.
  • welke soorten wil je uitplanten (sommige soorten hebben meer controle en zorg nodig dan andere soorten)
  • hoe groot zijn de zaailingen; dat is lastig, krootjes planten we al uit wanneer ze pas 3 cm groot zijn en 3 blaadjes hebben, maar dat moet je vooral met een Datura bijvoorbeeld niet doen.

Bedenk dat er soorten zijn die snel aangevreten worden door slakken (die kun je beter nog wat groter laten worden, dan vinden slakken ze minder smakelijk). En zorg dat je tuin in ieder geval op het moment van uitplanten een beetje netjes in orde is. Ik heb zelf niet zoveel problemen met onkruid maar als ik zaailingen uitplant moet dat stukje grond wel vrij van onkruid zijn (anders overwoekert het onkruid je plantje tot het wegkwijnt, of in het ergste geval schoffel je je met zorg opgekweekte en uitgeplantte zaailingen samen met overgroeiende onkruid onder. Bedenk: onkruid is altijd sterker dan het sterkste plantje 🙂

Tip 15: Vertroetel ze, maar niet te veel!

Nou, en als dan eindelijk de plantjes zo groot en sterk zijn dat ze de grond in mogen, of als het weer het eindelijk toelaat, plant ze dan goed. Niet met kunstmest of andere rommel, gewoon een plantgat graven, beetje potgrond erin voor de eerste voedselbehoefte als de wortels zelf nog niet op zoek kunnen gaan.

Geen bemeste tuinaarde; kans is groot dat je de wortels van de plant ermee “verbrandt”, bemeste tuinaarde is nogal scherp spul. Dus een gaatje, een schepje potgrond erin, het plantje erin, beetje tuingrond erbij en goed aandrukken. En tot slot een slok water, kunnen ze lekker “vastgroeien”. Tot dusver niet zo moeilijk. Eigenlijk het makkelijkste van allemaal.

Tip 16: Hou ze in de gaten!

Heb je ze zo netje opgekweekt en uiteindelijk geplant, en nu ben je een week lang vergeten ze water te geven, en het heeft niet geregend, dan ben je ze kwijt. Oftewel, houd ze in de gaten!! Of er wel wat regen is gevallen, en anders zelf wat water geven. Maar dan weer niet teveel, want je wilt geen luie planten. En als je elke dag maar een slokje water geeft krijgen de planten geen enkele behoefte om zelf op zoek te gaan naar water. En dus hoeven ze geen wortels te maken, want jij zorgt dat ze water dicht bij huis krijgen. En eigenlijk wil je dat ze na een tijdje voor zichzelf zorgen.

Zaailingen van peultjes uitgeplant in de volle grond, met een net eroverheen als bescherming tegen vogelvraat.
Zaailingen van peultjes uitgeplant in de volle grond, met een net eroverheen als bescherming tegen vogelvraat.

 

Dus verwen ze niet, maar verwaarloos ze ook niet. En houd ze in de gaten. Want soms moet je ze beschermen tegen de boze buitenwereld. Voor een duif niets lekkerders blijkbaar dan een jong pas gekiemd lathyrusplantje. En voor een slak niets liever dan de jongste malste hostablaadjes. Dus moet je soms je tere plantjes beschermen, met wat vliesdoek, wat kiezelsteentjes, of wat je zelf dan ook kunt bedenken om hapgrage beestjes van je planten weg te houden. Bij voorkeur niet met gif, maar dat is mijn mening.

Een andere plaag is natuurlijk het onkruid. Onkruid heeft het vermogen om heel snel te groeien en te bloeien (afhankelijk van het soort onkruid natuurlijk). In onze beschermde achtertuin is het geen probleem, daar waait niet zoveel onkruidzaad rond, maar op de volkstuin zal ik toch de zaailingen een beetje vrij moeten houden van onkruid; anders groeit het onkruid harder dan mijn zaailing en gebruikt het onkruid het voedsel, verdringt de wortels van mijn zaailing en voor je het weet heeft het onkruid haar volledig overwoekerd, uiteindelijk zal de zaailing het opgeven, duws zorg in de eerste weken dat alle voeding, lucht, licht ten goede komt aan je zaailing en niet aan verdwaalde zaadjes waar je niet op zit te wachten.

Tip 17: Laat ze los en geniet ervan

Nou, uiteindelijk kun je dan achterover gaan zitten en na die 2 maandjes van zorgen nog maanden lang genieten van je planten (of misschien wel jaren, als je vaste planten hebt gezaaid).

Zelfgezaaide Lathyrus odoratus bloeit in juli, gezaaid in maart.
Zelfgezaaide Lathyrus odoratus bloeit in juli, gezaaid in maart.

 

Erg leuk hoor, met een volle portemonnee een tuincentrum binnenstappen en lekker kiezen. Vind ik zelf ook nog steeds leuk. Maar als je eenmaal hebt geprobeerd je eigen zaden te zaaien, te zorgen en groot te brengen en ze belonen je met groei en bloei, dan is dat eigenlijk veel leuker. Want zonder jou was die mooie plant hier niet. Dus je hoort samen met je eigen planten in je eigen tuin. En wie wil dat niet!

En dan nu……..

Uiteindelijk zullen de zelfgezaaide, geplante en grootgebrachte planten je belonen met groei en bloei…..en zaden. Want ook zij willen zich weer voortplanten. En hoe je daar dankbaar gebruik van maakt door zelf zaden te winnen en die vervolgens weer te verspreiden ga ik ook nog eens opschrijven. Dat nieuwe hoofdstuk kun je hier vindenvinden: Zaden Oogsten.

Voor nu: veel zaaiplezier!