Algemene zaai-informatie

 

OVER ZAAIEN……..

Zaaien is niet altijd even gemakkelijk. Het kan maar gelijk duidelijk zijn. En laat het je vooral niet afschrikken, zaaien is soms ook echt niet moeilijk. Maar net zoals bij elke hobby loont het om je erin te verdiepen, op welke manieren je zou kunnen en willen zaaien en welke zaden zijn geschikt voor welke methode.

Ik wilde dat iemand lang geleden al tegen mij had gezegd dat zaaien niet altijd even gemakkelijk is. Wat een geld heb ik verspild met het kopen van zaden die ik heb gezaaid maar waarvan nooit zaailingen zijn opgekomen. Vreemd, want zaaien is toch simpelweg een zaadje in de grond stoppen, met grond bedekken, water geven en wachten tot het plantje opkomt en groeit?

Soms is dat inderdaad zo, er bestaan soorten (denk aan onkruiden) die het zich in hun vaak korte maar hevige leven niet kunnen veroorloven om al te ingewikkeld te doen. Voortplanten betekent in hun geval zorgen voor snel kiemen, snel groeien, bloeien en veel zaden maken. Ze hebben het vermogen om werkelijk overal en onder alle condities te kiemen en te groeien; op droge arme zandgronden en rijke natte kleigronden, in zon en schaduw, tussen straatstenen en tegels, in weer en wind.

De soorten die we zelf graag willen omdat ze nou eenmaal mooier zijn dan onkruid, of langer bloeien, of minder woekeren, of gewoon beter in onze tuin passen hebben meestal wat meer zorg nodig. Voor, tijdens, en ook na het kiemen.

Soms is er ook geluk, of juist pech. Ik heb hier wel eens zaden verloren omdat ik net iets teveel water had gegeven (zaden gingen rotten), of net iets te weinig (als zaden verdrogen tijdens het kiemen gaan ze onherroepelijk dood). Aan de andere kant; ik heb wel eens met verbazing gekeken naar een tuinbuurvrouw die delicate peperzaden in kletsnatte bemeste tuinaarde zaaide, en ook nog gewoon kiemden. Dat lukt misschien een keer of een jaar, maar ik kan je van harte aanraden dit niet thuis te proberen. Overigens kiemden de zaden dan nog wel bij de buurvrouw-met-de-bemeste-tuinaarde, maar groeiden de peperzaailingen vervolgens slecht: het bleven slappe, iele zaailingen. Ik heb wat zaailingen van haar gehad en die zo snel mogelijk voorzichtig uit de natte bemeste tuinaarde gehaald en overgepot in potjes met potgrond met wat brekerzand en vermiculiet erdoor, en daar knapten de zaailingen na een week of 3 zienderogen van op.

Veel zaden hebben een uitgekiende balans nodig tussen vocht, licht, lucht, temperatuur, grond, voeding. Eenjarigen zijn daar wat makkelijker in (al zijn ook daar uitzonderingen in): die zijn van nature vaak al makkelijk en sterk, ze moeten net als veel onkruiden in één jaar zien te kiemen, groeien, bloeien en zich voortplanten. Maar vooral vaste planten, heesters, bomen, en niet te vergeten de warmtebehoeftige planten uit verre landen kunnen wel eens lastig zijn.

Mocht je zelf nog niet zo veel ervaring hebben met zaaien lees dan vooral de tips hieronder met betrekking tot zaaien, verspenen, opkweken en planten. het is zeker geen volledige verhaal over hoe je een zaadje moet zaaien maar je vindt hier wel algemene tips die het zaaien een stuk succesvoller (en daardoor ook aangenamer) kunnen maken.

Auberginezaden kiemen via de denomethode

 

Verder zijn er nog een aantal ‘hulpmiddelen’ die de zaden kunnen helpen beter te kiemen, zoals meer licht (lichtkiemers), koude (koudekiemers), meer verwering door het klimaat (scarificatie), etc.. Kijk voor deze meer bijzondere soorten en technieken bij Bijzondere Kiemers. Daarnaast is er ook nog de Deno-methode, een methode van zaaien waarbij je zaait in papier in plastic zakjes. Dat klinkt vreemd, en die methode is zeker niet voor alles en iedereen geschikt. Maar zeker voor een aantal soorten (zoals pepers, paprika’s en aubergines) vind ik het een handige methode, mede omdat je heel gecontroleerd zaadje voor zaadje kunt zaaien en je er maar weinig ruimte voor nodig hebt. En tot slot is er de methode van het zaaien in vermiculiet, dat vind ik zelf vooral voor grotere zaden (als bonen, pompoenen, Lathyrus, komkommer, doperwten, etc.) heel handig.

Zaailingen van kapucijners, in vermiculiet gezaaid (en voor het uit het vermiculiet halen kletsnat gemaakt)

 

Maar voor je gaat denken aan deze meer bijzondere  zaaimethodes, lees vooral eerst hieronder de algemene tips met betrekking tot zaden en zaaien en kiemen!

 

ZADEN ZAAIEN

Tip 1:        Lees de achterkant van het zakje

Ongetwijfeld staat er, bij de in de reguliere zaadhandel gekochte zaden, een zaaibeschrijving achter op het zakje. Zo niet, dan vind je de zaaibeschrijving vaak op de website van de zaadhandel waar je de zaden hebt gekocht. Misschien is het een open deur maar lees die beschrijving zorgvuldig. Mocht je het niet direct heel logisch of begrijpelijk vinden wat er staat zoek dan nog even in boeken of op internet voor aanvullende informatie. Later leer je nog wel om te variëren in zaaimoment, periode, zaaimedium (= dat waarin je zaait)etc., maar als je nog niet heel ervaren bent in het zaaien houd je je bij voorkeur aan het advies van de zaadhandel.

En met zaadhandel bedoel ik in dit geval natuurlijk een Nederlandse of in ieder geval Noord-Europese zaadhandel. Mocht je zaden hebben gekocht tijdens een vakantie, of via internet, in Zuid-Amerika, of Australië of Spanje bijvoorbeeld; bedenk dan zelf hoe je die soort hier in Nederland dan het beste zou kunnen zaaien. Zaden uit bijvoorbeeld Spanje met een handleiding voor het buiten zaaien in april gaat niet gelden in Nederland (want het is hier in april nog een stuk kouder, je zou je voor kunnen stellen dat je wat eerder dan de handleiding zou zaaien en in een zonnig raamkozijn binnen in plaats van buiten). Maar zoek vooral in dat soort gevallen op internet naar andere zaaibeschrijvingen en ervaringen.

Een erg handige website is de website van Tom Clothier; je kunt daar lange lijsten vinden van duizenden planten; hoe, wanneer en hoe warm ze gezaaid willen worden.

 

Tip 2:        Zaai niet alle zaden in één keer

Oftewel; spreid je kansen. Als er 50 zaden in een zakje zitten, zaai er dan 10 of 15 (en als je maar 1 plant nodig hebt misschien zelfs maar 3 zaden). Mochten de zaden om welke reden dan ook niet willen kiemen (of wel kiemen maar gaan de jonge zaailingen na de kieming al snel dood), dan kun je nog een tweede zaaironde = poging wagen (misschien nogmaals op die manier zaaien of juist eens een andere methode of plaats of grondmengsel of wat dan ook proberen). Op is op, en dat is erg jammer als je geen zaailingen hebt maar ook geen zaden meer voor een tweede poging.

Ik heb zelf heus ook wel eens een heel zakje zaden gezaaid – zo’n klein hoopje zaden in je hand lijkt niet veel, maar tel ze maar eens, het zijn er altijd meer dan je denkt. En zo heb ik ook wel eens met 70 slazaailingen gezeten waarvan ik zeker wist dat ik ze nooit op zou kunnen eten binnen de tijd dat ze allemaal oogstbaar zouden zijn. Heel veel beter en handiger is het om elke 3 weken 10 of 15 slazaailingen te zaaien en uit te planten voor een constante oogst van een normale hoeveelheid sla 🙂 .

 

Op de foto hierboven zie je een bakje gemengde slazaailingen, genoeg voor zo ongeveer het halve tuincomplex 🙂 . En op een volkstuin is teveel zaaien nooit een probleem; buren willen vast graag wat zaailingen van je hebben en zo valt er onderling altijd wel wat te ruilen op een volkstuincomplex. Dit waren nog oude zaden, wel rond de 4 jaar oud, maar blijkbaar allemaal nog kiemkrachtig genoeg voor meer dan 100 slazaailingen in één krap bakje.

Nog een kleine tip: zaai niet te diep. Als je een zaadje zo ver onder de grond stopt dat ze niet meer boven de grond kan komen, dan zullen de zaden dus niet kiemen maar onder de dikke laag grond  schimmelen of rotten, of gewoon wachten tot de gelegenheid komt om alsnog te kiemen (bijvoorbeeld als je de gebruikte grond waar niets in kiemde in de tuin gooit, soms kiemen er dan alsnog zaden door de veranderde omstandigheden).

Een algemene regel voor de diepte van het zaaien: zaai zaden niet dieper dan ongeveer 1,5 tot 2 keer hun eigen dikte/grootte. Dus een zaadje van 1 millimeter dik hoef je ook maar met slechts 2 millimeter vermiculiet of zand te bedekken. En een zaadje van 1 centimeter dikte kun je het beste 2 centimeter onder de grond duwen. Dek de zaden bij voorkeur af met vermiculiet of wat grof zand (brekerzand, te koop bij elke bekende bouwmarkt) en geef voorzichtig maar regelmatig water tot de zaailingen op komen (je wilt de zaden goed vochtig houden, niet kletsnat maar ook niet halfdroog).

Zaailingen van kool in een zaaitray, je ziet het bijna goudkleurige vermiculiet nog tussen de zaailingen liggen

 

Tip 3:        Begin bij het begin

Ga nou niet gelijk beginnen met lichtkiemers, onregelmatige kiemers, koudekiemers, etc. als je nog nooit gezaaid hebt. Begin gemakkelijk, met soorten die niet al te veel bijzonderheden hebben rond het zaaien. Lastig is dat de meeste zaadhandels je niet gelijk vertellen wat gemakkelijke soorten zijn en wat lastige soorten zijn. Goede en gespecialiseerde zaadhandels geven bij een plantensoort duidelijk aan wanneer de zaden onregelmatig kiemen of koudekiemer zijn, etc..

In het algemeen: begin met éénjarigen, vaak veel makkelijker te zaaien dan vaste planten of heesters, kiemen sneller (omdat ze in hun ene jaar dus alles in rap tempo moeten volbrengen: kiemen, groeien, bloeien en zaden maken). Het zijn dus haastige planten die het zich niet kunnen permitteren om al te moeilijk te doen (uitzonderingen daargelaten). Doe daar ervaring mee op en probeer later eens wat anders.

Stokspercieboon Pastoral kiemt 1

 

Op de foto hierboven zie je stokspercieboon Pastoral, net gekiemd. Bonen zijn heel gemakkelijk, kiemen snel en groeien snel, maar ze stellen wel een aantal belangrijke voorwaarden: zaai ze vooral in niet te rijke, vaste grond. De grond moet luchtig worden gemaakt met bijvoorbeeld flink wat grof zand en/of vermiculiet. En zaai de zaden niet te nat, want de grote zetmeelhoudende zaden kunnen gemakkelijk rotten bij teveel vocht. En tot slot; zaai ze warm genoeg; bonen houden niet van kou en daarom zaai je ze altijd al na half tot eind april, en je zaait ze bij voorkeur rond de 20 tot 25 graden. Oftewel, bonen zaaien is niet moeilijk, maar je moet het wel even weten…..

Kies als beginnende zaaier eenjarigen als Calendula (Goudsbloem), Tagetes (Afrikaantjes), Tropaeolum (Oost-Indische Kers), Nigella (Juffertje in ’t Groen), Cosmos bipinnatus (Cosmea), etc.: dat zijn éénjarigen die bij slaapkamertemperatuur (rond de 16 graden) in een zo licht en zonnig mogelijk raamkozijn vaak al binnen 1 tot 2 weken kiemen en makkelijk te verspenen en uit te planten zijn. Als dat goed gaat, ga dan een stapje verder en zaai eens wat lastigere soorten, dan heb je alvast een beetje ‘gevoel’ voor het zaaien gekregen.

En bedenk; zaden zijn levende wezens, ze zijn alleen in een slapende toestand. Op de foto zie je de gekiemde zaden van een paprika; de harde zaadhuid is zacht geworden door vocht en licht, en je ziet in het midden bijna een soort foetus-placenta-achtig rondje, het echte zaadje binnen het zaadomhulsel. Het zaadje heeft zoveel voeding bij zich dat ze zonder grond/voedsel kan kiemen. Zodra de zaailing 2 kiemblaadjes heeft zal ze wel voeding nodig hebben voor de verdere groei, dan heeft ze de voeding die ze bij zich had opgebruikt.

 

Zaden hebben dus de juiste behandeling nodig om ‘gewekt’ te worden, voor sommige soorten is dat veel licht en lucht en niet te veel vocht, voor anderen juist een donkere omgeving en meer vocht, of meer of minder warmte, of voor sommigen een lange tijd en voor sommigen een koude periode. etc..

En de zaden moeten natuurlijk goed van kwaliteit zijn; rijp geoogst, goed gedroogd, zonder sporen van schimmels, niet te oud, niet te warm of te vochtig bewaard, etc..

Zaailingen Erysimum

 

Tip 4:        Beheers je!

Altijd mijn valkuil. Er is begin februari een heerlijke week met mooi weer en een wat hogere temperatuur dan normaal. Kriebel, kriebel, geen zelfbeheersing en voor je het weet loop je met je veel te vroeg gezaaide zaailingen heen en weer van buiten naar binnen en terug bij kans op nachtvorst of een plensbui. Dat is dan nog niet eens zo erg, maar je kweekt er vaak zwakke en ziekelijke planten mee, omdat ze zeer wisselend opgroeien, vaak nog te donker (de dagen te kort) en te koel, en dan vervolgens in een kamer waar het dan weer te warm is, etc. Deze zaailingen zijn vaak gevoeliger voor ziekten, schimmels, etc.. En misschien wel het allerbelangrijkste, de zaailingen groeien, door teveel warmte en te weinig licht vaak lang en dun en iel op, op zoek naar het licht.

Op de foto hieronder zie je een voorbeeld:

 

Deze zaailingen van krootjes zijn lang en dun en hebben een waterige en slappe stengel en 2 heel kleine kiemblaadjes. Te warm en te donker gekiemd.

Krootjes maar dan in maart in de koude kas in het volle licht en veel koeler gezaaid:

 

Je ziet dat deze krootjes veel korter, meer gedrongen zijn, met meer blad en minder stengel. Ik heb over dit onderwerp ook eens een blog geschreven, met meer voorbeelden en foto’s en uitleg: Zaailingen te lang en dun

Oftewel; zaai niet te vroeg en zaai altijd op een zo licht mogelijke plaats. Ik geef toe dat dat niet altijd meevalt, in het vroege voorjaar is de drang altijd erg sterk om te gaan zaaien, weet ik uit ervaring 🙂 . Maar wel echt het proberen waard, denk erover na als je wilt gaan zaaien; waarom dit, waarom nu, en waarom hier, bij mij helpt het soms….

 

Tip 5:        Calculeer de verliezen in

Er zijn best vaak zaden die niet willen kiemen, ook bij mij hoor. Het kiemvermogen van zaden kan van zoveel factoren afhangen (leeftijd en kwaliteit van de zaden, maar ook hoe de zaden tot het zaaien zijn bewaard, en er zijn nu eenmaal ook lastige kiemers, etc.). Het gebeurt heel regelmatig dat niet 100% van alle zaden kiemt.

Ik zet zelf altijd van elke tomatensoort 3 planten, en ik zaai dan 5 zaden. Mochten alle vijf de zaden opkomen, dan is dat mooi, want dan kan ik iemand nog 2 zaailingen cadeau doen. De kans is in ieder geval wel groot dat bij een goede kwaliteit zaden minimaal 3 van de 5 zaden zullen kiemen. Zou ik precies 3 zaden zaaien en kiemt er dan één niet, dan moet ik haar later alsnog een keer zaaien (maar dan ben ik al zo druk in de tuin en met het zaaien en verspenen van andere soorten dat ik het misschien wel vergeet). Zaai ik in één keer 15 zaden terwijl ik maar 3 zaailingen nodig heb, dan ben ik zaden aan het verspillen want 2 zaailingen kan ik nog wel cadeau doen, maar 17 dezelfde tomatenzaailingen willen niet veel mensen hebben. En dan is het zonde van de zaden.

Oftewel, wees niet te zuinig en zorg dat je met één keer zaaien genoeg zaailingen hebt, maar wees natuurlijk ook weer niet te gul (zie ook tip nummer 2 🙂 .

Zaailingen in een bak, van sommige soorten 8 potjes, van sommige soort 2, of 4, afhankelijk van wat ik van tevoren heb bedacht nodig te hebben. Ik zie in deze bak zaailingen van Helipterum, Madia, Lupinus, Malva sylvestris en Amaranthus.

 

Tip 6:        Bezuinig niet op materiaal

Als je zo je best hebt gedaan (en misschien ook flink wat geld hebt uitgegeven) om goede zaden van mooie en/of bijzondere soorten te kopen, en je je zo verheugt op de groei en bloei of oogst van de planten die uit die zaden komen, dan zou het toch zonde zijn als het zou mislukken omdat je bijvoorbeeld niet de juiste grond hebt gebruikt? Oftewel; zorg dat je de zaden de best mogelijke start geeft en de grootst mogelijke kans om te kiemen.

Welke grond je dan moet gebruiken is lastig te zeggen, er bestaan tegenwoordig zoveel soorten grond, en zaden hebben zeker ook wel een voorkeur voor omstandigheden als niet te nat, niet te zwaar, of juist voedzaam en goed vochtig, etc.. Gebruik in ieder geval verse grond, daarin zitten nog alle voedingsstoffen in de samenstelling die het beste resultaat geven voor je zaailingen.

Er is bijvoorbeeld speciale zaai- en stekgrond te koop, die is duurder dan potgrond maar zeker als je niet zo heel veel gaat zaaien een goede optie. Als je veel gaat zaaien kan het een optie zijn om zelf grond te mengen. Neem daarvoor een goede kwaliteit potgrond en meng die met 1/5e deel grof brekerzand (bij elke bouwmarkt te koop), of met 1/10e deel brekerzand en 1/10e deel vermiculiet (zie hieronder). Je hebt dan ook een mooie losse grond waarin je 90% van alle gangbare zaden in kunt zaaien.

Vergeet ook niet om de grotere grove stukken uit de potgrond te verwijderen. Zeven zou handig kunnen zijn, maar vaak is de grond daar dan weer te vochtig voor.

Gebruik een goed formaat potje, mijn voorkeur ligt bij 9 x 9 centimeter hard plastic potjes (ze worden P9-potjes genoemd). Maar ik zaai soms ook een zaaitray (voor bijvoorbeeld het voorzaaien van koolsoorten, 1 zaadje per vakje, je kunt zo vaak tientallen zaden in een relatief kleine tray zaaien). Let bij het zaaien in een tray natuurlijk wel op dat je op tijd verspeend (en het makkelijkst bepaal je dat door even onder de tray te kijken; als de worteltjes dan al goed door de onderkant van de tray groeien is het tijd om uit te planten of te verspenen naar grotere potjes.

Naast potjes en trays kun je bedenken dat er nog meer handige zaaivormpjes zijn, al dan niet gratis. Denk daarbij aan diepe plastic schalen waar je bijvoorbeeld vlees of een groentepakket in koopt. Of die plastic bakjes waar je aardbeien of nectarines of druiven in koopt. En vlak ook de al dan niet gehalveerde toiletrolletjes niet uit, gezaaid in een oud toiletrolletje kun je de zaailingen met rolletje en al uitplanten, want het karton van het rolletje verteert = composteert uiteindelijk in de grond.

Een bak met bonenzaailingen: ik heb er een grote plastic bak voor gebruikt waar ik ooit vlees in kocht; afwassen, met een hete breinaald afwateringsgaten onderin maken en dan is ze klaar voor recycling tot zaaibak.

 

Vermiculiet

Mocht je interesse hebben in vermiculiet; wat is het, wat kost het en waar koop je het?

Vermiculiet is een natuurlijk mineraal; het wordt verhit en zet dan uit en wordt heel licht (een beetje zoals popcorn). Dit lichte en hittebestendige materiaal wordt in de bouw gebruikt, bijvoorbeeld bij de bouw van schoorstenen.

 

Op de foto zie je twee soorten vermiculiet, of eigenlijk is het gewoon 1 soort vermiculiet maar in 2 grofheden. In het linkerbakje zie je vermiculiet zoals ik het bij een kachelwinkel heb gekocht, ik betaalde er ongeveer 30 euro voor, voor een heel grote zak van 70 liter (die dan nog steeds zo licht weegt dat je het gemakkelijk met 1 hand kunt tillen). Het rechterbakje is vermiculiet van Pokon; je kunt het in gangbare tuincentra kopen voor ongeveer 6 euro voor een zakje van 6 liter. Dit is kleiner en fijner en dus prettiger voor bijvoorbeeld wat kleinere zaden, de grovere vorm is prima voor het zaaien van wat grotere zaden en voor het mengen door potgrond.

Misschien ook nog belangrijk om te vermelden; de kleinere verpakking van fijner vermiculiet is getest en goed bevonden voor het gebruik in de tuinbranche, de zak grovere vermiculiet die ik bij een kachelwinkel kocht is niet ‘geschoond’ of getest. Google ook eens op de term vermiculiet want je kunt het tegenwoordig ook heel gemakkelijk via internet kopen en er zo ook meer informatie over vinden.

Hoe dan ook; vermiculiet is dus heel licht; het laat licht en lucht door en is daarmee heel handig als afdekmiddel voor zaaisels. Daarnaast kun je het ook gebruiken in zelfgemaakte potgrondmengsels, het zit bijvoorbeeld ook in de zakken mix voor je moestuinbak die je tegenwoordig kunt kopen. Vermiculiet heeft de eigenschap dat het vocht vast kan houden wanneer de grond nat is en dat vocht weer af kan staan als de grond droog wordt. Oftewel: haarlemmerolie 🙂 . Maar het reguleert dus vocht, is licht en luchtig, kan goed tegen warmte en kou, en het is een natuurlijk product. Ik heb ook nog een hoofdstuk geschreven over het zaaien in pure vermiculiet, dat is mij voor een deel van de zaden (zeker de grotere zaden) ook heel goed bevallen: Zaaien in vermiculiet

En dan nog over de grond: koop geen rommel, ik heb nog wel verhalen gehoord van mensen die in bemeste tuinaarde zaaien, of in de gratis compost die je van de gemeente krijgt. Als je dat al wilt gebruiken, doe dat dan met kool of misschien wat sla of zo, maar zaai je liefste, mooiste, lekkerste en meest bijzondere soorten gewoon in een goede kwaliteit zaai- en stekgrond of potgrond die je luchtiger maakt door er brekerzand en/of vermiculiet door te mengen.

En ik begrijp ook wel dat iedereen een eigen budget heeft, maar goede potgrond hoeft niet altijd duur te zijn; let goed op aanbiedingen, grotere zakken zijn vaak in verhouding goedkoper dan kleinere zakjes, maar geef je geld voor het zaaien van planten liever uit aan een kleine hoeveelheid goede potgrond dan aan een grote hoeveelheid  bemeste tuingrond.

 

Potgrond van kokosvezel

Oh ja, dat is nog wel een ‘dingetje’. Ik heb zelf ook nog niet zoveel ervaring met kokos potgrond. Dat komt door mijn slechte ervaring met de blokken potgrond op basis van kokosvezel die ik een paar jaar geleden eens kocht bij de Action; ik hoor er nog steeds van sommige mensen goede verhalen over, van anderen juist negatieve berichten over verpieterde zaailingen.

Om mijn eigen mening te kunnen vormen verspeende ik in 2013 eens een aantal soorten in deze blokken (die je eerst moet laten weken in een emmer water). Het resultaat hier was een aantal dode peperzaailingen en dat was wel heel erg jammer. Ik heb er hier een stukje over geschreven: Dood en leven

In 2017 kreeg ik van Pokon 3 zakken kokos potgrond om eens te proberen. En daar ben ik veel positiever over. Ik durf er zeker nog niet alles in te zaaien (vooral de soorten die gevoelig zijn voor wat meer vocht dan normaal zoals Salvia’s maar dus ook pepers). Want het blijft ook wel bijzonder spul, kokospotgrond; het houdt vocht extra lang vast, lijkt soms al droog (roodbruin en vezelig) maar blijkt onder dat bovenlaagje dan nog flink vochtig te zijn. Je moet het een beetje leren kennen, zo zie ik het.

Potgrond:

 

Potgrond bestaat uit o.a. turf en compost. Sorry voor de lastige foto, dat komt omdat ik de grond in plastic emmers los maak en dit is nu eenmaal een roze plastic emmer 🙂 .

Hoe dan ook; potgrond bestaat uit deels heel fijne structuren maar er zitten ook altijd stukjes in, in de vorm van klompjes turf, of takjes, stukjes hout of wat dan ook. Je kunt die het beste uit de potgrond verwijderen als je erin wilt gaan zaaien.

Potgrond van kokosvezel:

 

In een groene plastic bak gemengd. Heel fijn van structuur, korrelig en vezelig, maar geen enkel brokje of stukje. Het bestaat uit 100% vezels van kokospalmen. Het voelt heerlijk aan; zacht en gelijkmatig en zonder stukjes, eerlijk is eerlijk.

Om in te zaaien en te planten heb ik zowel de potgrond als de kokos potgrond zoals ik dat gewend ben gemengd met wat brekerzand en wat vermiculiet. En eigenlijk ben ik zeker niet ontevreden over deze koks potgrond, ik zag niet heel veel verschil in kiemtijd en groei.

 

De tomaat Anna Russian, links in kokos potgrond gezaaid, rechts in ‘gewone’ potgrond. Ik zie weinig verschil, de kokos potgrond wordt in ieder geval niet groen, de potgrond rechts wel (met dank aan de turf die daarin zit). Het stengeltje lijkt iets dikker van het rechterplantje maar dat is echt toeval met als reden waarschijnlijk net een lichter plekje in de onderbak of net een kwalitatief iets beter zaadje (ik had nog 2 keer 2 zaailingen in potgrond versus kokos potgrond en bij die Bychok en Black Krim waren er geen verschillen te zien). Eindstand potgrond versus kokos potgrond 1-1.

En dan zou ik zelf denken dat ik de kokospotgrond heel fijn vind om in te zaaien (want je hoeft het niet te zeven of er allerlei stukjes uit te halen, het vult een zaaitray heel gemakkelijk en gelijkmatig. En dan zou ik potgrond gebruiken om in te planten en te verspenen omdat dat nu eenmaal wel een stuk goedkoper is.

 

Tip 7:        Labelen

Als je 1 of 2 soorten tomaten of pepers of eenjarigen wilt kweken, dan kun je nog wel onthouden wat wat is, maar ik ben zelf niets meer zonder mijn labels, deels door het grote aantal soorten groenten en bloemen, maar wellicht ook een beetje door de alsmaar voortschrijdende leeftijd 🙂

 

Op de foto zie je een tray met gezaaide tomaten waarbij ik oude verticale kunststof lamellen in repen heb geknipt, puntje eraf knippen en klaar.

Bij vaste planten, etc. maak ik met een Dymo labelwriter stickers met de plantnamen voor op de lamellenrepen. Voor tomaten en andere eenjarigen gebruik ik meestal een permanent marker of DVD-writer of iets vergelijkbaars.

 

Er zijn bij diverse tuincentra/zaadhandels uiteraard ook labels te koop, niet altijd even langlevend (die gele plastic dingen in ieder geval niet want door weersomstandigheden kan het plastic na een paar maanden buiten makkelijk breken). Zelf kijk ik bij de plaatselijke gemeentewerf (vuilstort), als ik er toch moet zijn, altijd even of er wat weggegooide verticale lamellen liggen. Die sop ik netjes schoon en knip ze in horizontale repen. Enorm veel gratis  plantenlabels van goede kwaliteit. Ik heb ze ook wel eens voor een paar euro in een kringloopwinkel gekocht.

Er zijn trouwens ook mensen die zelf repen knippen van bijvoorbeeld plastic yoghurtbekers, bakjes van de Chinese afhaal, etc.. Oftewel; als het plastic is, enigszins stevig, en je erop kunt schrijven, kun je er een labeltje van maken 🙂

 

Tip 8:        Koop wat je wilt maar niet te veel

Het is erg leuk als je, bijvoorbeeld tijdens vakantie, voor een zacht prijsje leuke zaden kunt kopen. Kijk vooral eerst naar de houdbaarheid van de zaden, het is mij al eens gebeurd dat ik me door zo’n leuke aanbieding liet verleiden maar vervolgens nooit een plantje kon kweken omdat de zaden al ruim over de datum waren.

En koop niet te veel zakjes tegelijk. Want alle zaden hebben een verschillend maar hoe dan ook toch beperkt kiemvermogen (de periode waarbinnen ze kiemkrachtig zijn). Voor veel bloemen en groenten ligt die kiemkracht nog wel ergens tussen de 3 en 6 jaar, maar bijvoorbeeld uien en prei zijn slechts 1 of 2 jaar kiemkrachtig, daarna zal nog niet de helft van de zaden kiemen. Van pastinaken is het bekend dat de zaden maar zelden langer kiemkrachtig blijven dan 1 jaar.

Overigens heeft het kiemvermogen ook veel te maken met de manier waarop zaden zijn geoogst (rijpheid, schimmels, etc.), zijn verpakt, en onder welke omstandigheden ze zijn bewaard. Ik ben zelf wel eens een zakje zaden vergeten mee naar huis te nemen. Je kunt van me aannemen dat zaden die 3 maanden in een plastic zakje in een kas hebben gelegen (met regelmatig temperaturen van ruim 50 graden) over het algemeen niet meer kiemen.

Bewaar gekochte zaden op een droge, donkere en koele plaats. Hier is dat op een onverwarmde slaapkamer op het noorden (waar de zon dus niet schijnt), in een kast.

 

Tip 9:        Maak een planning

Dat is zeker niet nodig als je 2 of 3 soorten wilt zaaien. Maar zelf gebruik ik de wintermaanden om alvast uit te zoeken wat ik in het voorjaar wil zaaien. Lekker neuzen in de tomatenrassen; welke kleuren, vormen en smaken, etc.. En welke eenjarigen ga ik het komende jaar zaaien, welke rassen paprika’s of pepers, kruiden, en noem maar op….. Wat ga ik in die nieuwe pot op de tuintafel zetten? En wanneer moet dat dan gezaaid worden?

Tomatenzaden voor 2011 

Op de foto zie je alleen al de tomatensoorten die ik per jaar zaai, ik zoek ze in de winter altijd al uit en doe die zaden/rassen gelijk samen met de labeltjes (die maak/schrijf ik ook gelijk, kan maar klaar zijn) in een grote envelop – dan ligt dat alvast klaar, en kan ik zo beginnen met zaaien als het moment daar is.

Voor je het vergeet ben je te laat om nog prei te zaaien, of ben je de knoflook vergeten, of heb je een lege pot op je terras die bedoeld was voor een leuke eenjarige, maar ben je te laat met zaaien. Ik gebruik graag een klein agendaatje om de soorten die ik wil zaaien in op te schrijven. Het agendaatje zit in mijn ‘tuintas’ en heb ik dus altijd bij me wanneer nodig. Ik krabbel er trouwens nog wel vaak wat dingen in – niet alleen wat ik wanneer wil zaaien, maar ook wanneer iets niet wilde kiemen, wanneer ik de appelboom mag snoeien, dat ik niet moet vergeten om nog bonenzaden mee te nemen, etc.. Handig. Naast mijn agendaatje heb ik ook altijd nog mijn groentezaaikalender bij me, een kalender die ik zelf heb gemaakt en uitgeprint en gesealed naast mijn agendaatje in mijn tuintas zit. Je kunt deze zaaikalender met daarin alle bekende groentesoorten met hun zaai-, plant en oogsttijd plus plantafstand hier vinden: Groentezaaikalender 

En op de volgende foto zie je mijn manier om zaden te bewaren. De gelabelde zakjes doe ik in een systeem dat ook gebruikt wordt voor schroefjes en spijkers en zo (1 of 2 keer per jaar bij de Aldi te koop voor nog geen 10 euro).

 

Kun je je voorstellen dat er in deze 2 bakken meer dan 500 zakjes zaden van tomatenrassen zitten? En dan nog eens ruim 200 zakjes zaden van pepers en paprika´s – en dan nog kruiden, bloemen, groenten, etc.. Bij elkaar zitten er in deze 2 bakken meer 1.250 zakjes zaden, netjes op alfabetische volgorde. De zaden zelf zitten in 4×4 of 4×6 cm plastic gripzakjes (bergt ook lekker licht en economisch op). Een stuk overzichtelijker dan de volgestorte oude schoenendoos die ik vroeger gebruikte. Als je niet zoveel zaden hebt als ik moet je gemakkelijk al je zaden in 1 box kunnen opbergen en bewaren.

 

Tip 10:        Zaai matig in aantal

Ik zaai bij voorkeur 1 – 3 zaadjes per potje. Het is een beetje priegelen maar later heb je er dubbel plezier van. Een zaailing groeit beter als het meer lucht, licht en ruimte heeft. Zaailingen die met 20 of 30 tegelijk in potje staan krijgen niet voldoende ruimte om allemaal een goed wortelgestel te ontwikkelen. Ze zitten tegen elkaar aangeplakt, wat bijvoorbeeld schimmelvorming bevordert. En vaak groeien ze met z’n allen stakerig en sprieterig recht omhoog, vechtend met elkaar om het plekje met het meeste licht. Oftewel; een beetje extra aandacht en tijd bij het voorzichtig zaaien van niet teveel zaden bij elkaar betaalt zich later vaak terug doordat de zaailingen gezonder en beter opgroeien.

 

Aan de andere kant: er zijn soorten die niet zo moeilijk zijn, zoals sla en andijvie. De sla zag je al bij tip 2. En ik ben blijkbaar ook hardleers want op de foto hierboven zie je een bakje met krulandijviezaailingen, eigenlijk veel te dicht op elkaar gezaaid. Dus; ja natuurlijk maak ik ook fouten, of ben ik wel eens onhandig en/of gehaast 🙂 . Hoe dan ook, geen schimmel, geen dode zaailingen, alle andijviezaailingen doen het prima. We hebben het hele bakje met grond en zaailingen kletsnat gemaakt (dan kun je de zaailingen wat makkelijker van elkaar scheiden door heel voorzichtig uit elkaar te trekken) en vervolgens de afzonderlijke zaailingen in de volle grond uitgeplant. En de wat we over hadden (en dat was natuurlijk nog heel veel) uitgedeeld aan verschillende tuinburen op ons tuincomplex.

Maar dat neemt niet weg dat, als het lukt en als je kunt kiezen en zeker met meer gevoelige soorten, je liever niet zo dicht op elkaar zaait!

 

OVER ZAAILINGEN

Tip 11:         Verspeen voorzichtig

 

Wat is verspenen eigenlijk? Volgens Wikipedia is verspenen het uit de grond of kweektray halen van dicht op elkaar gezaaide zaailingen om ze afzonderlijk in potjes op te potten.

Dat klinkt vrij gevaarlijk, want dicht op elkaar gezaaide zaailingen zitten vaak met hun worteltjes verstrengeld, en worteltjes die breken omdat je ze van elkaar probeert te scheiden maken een zaailing altijd zwakker. Dus nogmaals, als je breedwerpig zaait (zaden bij elkaar in één bakje om later te verspenen) probeer dan zo dun mogelijk te zaaien zodat zaailingen niet te dicht bij elkaar staan, dan is het ook makkelijker om te verspenen.

 

Op deze foto zie je Tagetes (afrikaantjes) breedwerpig in een bakje gezaaid. Had nog iets dunner gemogen, maar is wel al heel veel beter dan de bakjes slazaailingen en andijviezaailingen die je bij tip 2 en tip 10 zag. Deze zaailingen hebben goed kunnen groeien en toen de zaailingen 4 blaadjes hadden heb ik ze verspeend. Ook nu weer heb ik de grond eerst kletsnat gemaakt, omdat je de zaailingen dan beter kunt scheiden. En de afzonderlijke zaailingen vervolgens elk een eigen potje met potgrond gegeven.

 

En zo zagen de zaailingen er na het verspenen uit (nou ja, de eerste 19 zaailingen want de rest is weer wat anders dat ook net verspeend is): elke zaailing een eigen potje, en daarin kunnen de zaailingen dan nog flink wat nieuwe wortels maken en dus ook flink groeien, tot ze uiteindelijk over een week of 3 hierna uitgeplant zullen gaan worden.

Verspenen is dus eigenlijk een tussenstap; de stap tussen de plaats van zaaien en de plaats van uitplanten. Het is eigenlijk niets anders dan een ruimer plekje = potje voor een zaailing om nog flink in te kunnen groeien voor ze de grote wereld in gaat.

Verspenen op deze manier is wel priegelwerk, als het tenminste om kleine zaailingen gaat. Verspenen van grotere zaailingen (uit grotere zaden) gaat veel gemakkelijker.

 

Op deze foto zie je de zaailing van een courgette, die had ik gezaaid in vermiculiet en moest dus redelijk vlot na het kiemen worden verspeend (omdat er in vermiculiet geen voeding zit en zaailingen dus na het kiemen naar grond met voeding willen).

Ik vul altijd gelijk het aantal benodigde potjes, met potgrond gemengd met brekerzand, en ik maak gelijk al een gat in het midden van de potjes met grond. Want verspenen is iets waar je niet te lang over wilt doen, uiteindelijk haal je een zaailing met worteltjes uit een vertrouwde omgeving en je wilt dat ze zo snel mogelijk op hun nieuwe plekje ‘aanslaan’. En dat betekent, vrij vlot overpotten en gelijk ruim water geven zodat met het water dat je geeft de grond rond de worteltjes (die heel even bloot waren) kan spoelen en vormen.

Bij het verspenen na breedwerpig zaaien kan het trouwens helpen om een mesje of lepeltje heel voorzichtig te gebruiken, om zaailingen zo makkelijker uit het bakje te krijgen.

Maar verspenen hoeft dus niet perse vanuit een bakje breedwerpig gezaaide zaailingen te gebeuren. Verspenen doe je ook (uitzonderingen daargelaten) als je in een tray hebt gezaaid. Want de vakjes in een tray zijn vaak te klein voor worteltjes = zaailingen om in te groeien tot ze groot genoeg zijn om uit te planten. Dus ook dan neem je de tussenstap van het verspenen.

 

Op deze foto zie je een zaailing van een koolsoort in een tray. Gezond, 2 grotere blaadjes na de kiemblaadjes, en niet op de foto te zien maar ongetwijfeld genoeg worteltjes voor haar tussenstap, het verspenen.

En alle koolsoorten zijn daarvan wel een goed voorbeeld, want ‘groeien als kool’ is niet voor niets een bekend gezegde. Kool heeft heel veel baat bij verspenen. Als je goed voor kool zorgt zou je deze zaailingen zelfs vanuit de zaaitray al buiten uit kunnen planten, want kool kan goed tegen koele omstandigheden en groeit op voedzame grond behoorlijk snel. Bescherm zaailingen van kool altijd wel zeker nog een maand of 2 met een net tegen vogels, want anders vreten ze in een nacht tijd je koolzaailingen tot op de nerf kaal. Maar daarover kun je meer lezen op de teeltpagina over kool. Ik wil hier gewoon alleen maar aangeven wat verspenen kan doen voor een zaailing.

 

De zaailingen zijn vanuit de tray verspeend naar 9-centimeter potjes met verse potgrond met wat grof brekerzand erdoor. En hierin groeien koolplanten snel en gezond naar al flinke planten.

Op deze foto zie je koolzaailingen die ondertussen een week of 2 tot 3 in 9-centimeterpotjes staan. De potjes staan nu ook niet meer in de kas maar al buiten, kunnen ze lekker afharden. Ik vind de zaailingen nu ook al wel groot genoeg om uit te planten. Ik zie Chinese kool (met die grote geelgroene bladeren), paksoi (met het donkerpaarse blad vooraan), boerenkool (rechts van de paksoi) en spitskool (met het bijna mintgroene blad rechts).

En zo kun je zien wat verspenen kan doen, niet altijd nodig maar wel altijd nuttig omdat een zaailing apart in een groter potje nu eenmaal door die ideale omstandigheden nog flink kan groeien. En grotere zaailingen met een goed en gezond wortelgestel hebben altijd meer overlevingskansen na het uitplanten en kunnen sneller weer gaan groeien na het uitplanten.

Voor alle duidelijkheid; ik verspeen zeker niet alles; verspenen kost geld want je hebt er genoeg potjes en potgrond en zand/vermiculiet, en kost ook nog eens veel ruimte, in huis of in de kas of buiten, in onderbakken, etc..

 

Op de foto zie je zaailingen van kapucijners; die verspeen ik niet. Simpelweg omdat ik er wel ruim 50 van heb, en dan ook nog 50 zaailingen van doperwten, veel te veel en veel te kostbaar om te verspenen. En erwten en kapucijners kunnen goed tegen kou en tegen kleigrond. En deze plugjes uit een zaaitray hebben al mooie worteltjes, ik durf het in maart zeker aan om deze plugjes met zaailingen zo in de volle grond uit te planten. Ook hier is wel bescherming nodig tegen vogelvraat want vogels vinden deze jonge zaailingen erg lekker.

En tot slot is er dan natuurlijk het zaaien zonder verspenen omdat je één zaadje per potje zaait. Dat doe ik vaak bij bijvoorbeeld pompoenen en komkommers, meloenen. Dat zijn grote zaden die snel kiemen bij kamertemperatuur, en wil ik 2 weken na het zaaien al verspenen, of zaai ik dan gelijk in een eigen potje zodat ik de stap en tijd van het verspenen over kan slaan? Wel zo gemakkelijk om gelijk in een eigen potje te zaaien, ik hoef niet te verspenen, worteltjes worden niet verstoord en de zaailingen kunnen in hun potje blijven staan tot ze groot genoeg zijn om uitgeplant te worden.

Welke methode je voor welke zaden/soorten gebruikt is helemaal aan jezelf; door ervaring leer je wat je zelf een prettige manier vindt voor welke zaden en wat er goed werkt in jouw tuin.

Dan nog even over een tray en hoe en wanneer je daar zaailingen uit kan halen: alle goede zaaitrays hebben onderin een meestal ronde opening. Ik kocht zo’n setje van 3 houten roerlepels voor in de keuken, voor 1 euro per setje. En daar heb ik met een figuurzaagje rigoureus het lepelgedeelte vanaf gezaagd. En toen hield ik dus 3 stokjes over, in 3 diktes. Als ik zo’n stokje van onderaf in het gaatje van de tray duw, dan duw ik het hele plugje met zaailing en worteltjes zonder al te veel beschadiging uit de tray.

Vroeger gebruikte ik er wel stukjes van een bamboestokje voor, dat ging ook prima. Maar voor die ene euro (bij Action of Xenos of zoiets gekocht) heb ik mooie, rechte en sterke ‘duwstokjes’ die al meer dan 5 jaar meegaan.

 

Op de foto zie je de onderkant van een tray waarin kapucijners zijn gezaaid. Genoeg worteltjes onderuit het gaatje om uitgeplant te worden. En de achterkant van zo’n houten roerlepel past precies in die ronde gaatjes en zo duw ik de zaailingen uit de tray.

 

En zo zien de zaailingen er dan uit als ze uit hun tray zijn geduwd, klaar om uit te planten (of te verspenen naar grotere potjes als daar je persoonlijke voorkeur ligt).

 

Tip 12:        Geef genoeg water maar niet teveel

Bij te weinig water bestaat de kans dat de zaailingen een kortere of langere periode zonder vocht zitten en dood gaan, of in ieder geval slap gaan hangen en verzwakt raken. Als je zaailingen echter te veel water geeft zullen ze het ook begeven; vaak door dan ontstane schimmels of rotting van de worteltjes.

Dus de kunst is: geef water, matig maar voldoende en laat vooral de zaailingen niet uitdrogen maar ook niet in kletsnatte grond staan.

Dat klinkt heel simpel maar ik kan je vertellen dat het betekent dat je vaak moet controleren of de zaailingen alweer water nodig hebben. En dat is soms lastig te zien van bovenaf, soms kan iets er droog uitzien maar onder het bovenlaagje toch nog goed vochtig zijn.

Handig en belangrijk is ook nu weer de verluchtiging van de potgrond die je gebruikt, met wat grof brekerzand en/of vermiculiet. Door die luchtigheid en langs het zand kan een teveel aan vocht weer weg. En vermiculiet kan vocht vasthouden en indien nodig ook weer afstaan. Fijn zand vind ik zelf geen optie; in mijn ogen maakt het de grond juist hard en compact, zeker wanneer het uitdroogt. Maar dat is mijn ervaring, misschien zijn er mensen met een andere mening.

Hoe vaker je hebt gezaaid, des te beter kun je inschatten of je voldoende maar niet teveel water geeft. En het is verder niet goed uit te leggen, want hoeveel water je moet geven hangt van zoveel factoren al (staan de zaailingen warm = meer water, of in de zon = ook meer water. Staan ze warm = meer water of juist koel of koud  = minder water. Zijn de zaailingen nog klein = drinken dan nog maar weinig, of al groot = drinken veel. Etc., etc.. Je moet er een beetje gevoel voor krijgen.

Echt heel jonge en kleine zaailingen geef ik zelf het liefst water middels een plantenspuit (voor een paar euro te koop bij Blokker, Xenos, etc.), ook dan is het soms nog lastig goed te doseren want je geeft dan vaak wat minder dan wanneer je een gietertje gebruikt.

 

Ook heel handig, een flessebroes, past op vrijwel elk klein flesje met schroefdop en geeft een mooi fijn broesje water. Als ik geen flessebroes bij me heb gebruik ik de grote gieter (10 liter), maar nooit zonder broes; met broes doe ik al voorzichtig. Maar met zo’n grote gieter zonder broes giet je met zoveel kracht een dikke straal water op de zaden, zaaisels en zaailingen dat ze bijna uit hun potje spoelen (waarbij ze bijvoorbeeld kunnen knakken of anderszins beschadigen). Er zijn trouwens ook mensen met veel geduld die gewoon een gietertje van 1 liter gebruiken en dan heel langzaam en voorzichtig een heel dun straaltje op de zaaisels gieten, als je maar voorzichtig bent en niets beschadigt.

Als zaailingen al wat groter zijn geworden zet ik de tray liever een kwartiertje in een bak met water waardoor het water aan de onderkant wordt opgenomen door de zaailingen. Na een kwartier haal ik de tray uit de bak water en laat ik die op de rand van de bak een kwartiertje uitlekken. En hiermee kunnen zaailingen over het algemeen wel een paar dagen vooruit (maar niet gokken, ook nu hangt alles af van plantformaat, temperatuur, zon verdamping). Ondertussen heb ik (met vallen en opstaan en heel veel oefenen:-) ) gelukkig zoveel ervaring dat ik vaak aan het gewicht van een tray of potje voel dat zaailingen water nodig hebben want droge grond is veel lichter in gewicht dan natte grond.

 

Oh ja, niet alles drinkt ook evenveel en tegelijkertijd. Op de foto zie je een baak met verspeende zaailingen en je kunt duidelijk zien dat sommige zaailingen grond hebben die nog goed vochtig is, en sommige zaailingen grond hebben die al behoorlijk droog aan het worden is.

Ach, en zo moeilijk is het nou ook weer niet, je kunt hier al snel bedenken welke zaailingen water willen en welke niet. De crux met het water geven gaat vooral over de kiemende zaden en de jongste en kleinste zaailingetjes.

 

Tip 13:        Houd de zaailingen op de juiste standplaats

Zaaibakken voor het raam

 

Ook ik heb niet zo veel ruimte in huis. Maar zaailingen die op de grond onder een vensterbank staan zullen niet gezond groot worden. Zaailingen hebben net als mensen lucht en licht nodig (en voeding en vocht, maar voeding zit er in ieder geval voor een week of 7 voldoende in de potgrond en over vocht hebben we het net bij Tip 12 al gehad).

Op de foto zie je hoe er hier soms gevochten wordt voor het beste plekje (en het beste plekje is altijd voor het raam, zo dicht mogelijk bij het licht en het liefst de zon). Je zou zeggen dat de zaaisels het op de foto niet heel goed hebben, en dat is ook zo. Maar verhuizen naar een andere kamer is geen optie, simpelweg omdat die kamers ook al helemaal vol staan met zaailingen.

Zadenkamer

 

Deze 2 foto’s zijn al wat ouder (van tussen 2010-2015) want ik heb ondertussen zowaar ook wat geleerd; geduld. De laatste jaren raak ik steeds meer overtuigd van het nut van wachten met zaaien tot ik een groot gedeelte gewoon in de kas of buiten kan zaaien. Ja, het heeft even geduurd voor het kwartje viel 🙂 .

Tegenwoordig hebben de pepers, paprika’s en aubergines het beste plekje in het raamkozijn in de zon op een licht verwarmde kamer:

 

En dat is altijd al best veel. De tomaten zaai ik nog thuis (begin maart), en in februari/maart zaai ik thuis een aantal tere, warmtebehoeftige eenjarigen die langzaam kiemen en/of groeien, zoals Asarina, Rhodochiton, Datura, Coleus, Pelargonium, etc.. Maar bij voorkeur zaai ik tegenwoordig de meeste zaailingen voor in de koude kas op de volkstuin.

 

En dus is het nu vooral daar druk en valt het thuis wel mee. Het voordeel van in de kas zaaien is dat de zaailingen licht en lucht genoeg krijgen om mooi gedrongen en gezond op te groeien. Het nadeel is de mogelijke kou; met argusogen volg ik de weerberichten, en als het te koud wordt moet ik zaaisels en zaailingen afdekken met glasplaatjes of vliesdoek of desnoods een weekje mee naar huis nemen.

Eigenlijk kan ik niets anders doen dan je te adviseren om over alles wat je zaait na te denken; wanneer, waar, op welke manier, als je eenmaal wat vaker hebt gezaaid weet je dat elke soort een favoriete manier van zaaien heeft, een favoriete plaats, favoriete temperatuur, favoriete grond of grondmix, favoriete maat potjes, etc., etc.. Alleen door te zaaien en te proberen en je te verdiepen in de soorten die je zaait leer je wat je zelf handig vindt en wat zaden en zaailingen prettig vinden.

 

Tip 14:        Plant plantjes niet te vroeg uit

Ik heb al vroeg geleerd wat IJsheiligen is en wat het voor de tuin betekent; plant je niet-winterharde plantjes niet uit voor 11-12-13 mei. Onofficieel is 12 mei de laatste dag dat er vorst zou kunnen zijn. Dat is natuurlijk niet helemaal zo, zeker met de  klimaatveranderingen van de laatste jaren moet je je er zeker niet blind op staren maar 12 mei blijft een mooie dag om nog eens heel goed naar de weerberichten te kijken en dan lekker je vorstgevoelige zaailingen uit te planten, bonen te gaan zaaien, de kuipplanten buiten te gaan zetten, etc..

Soms zie je echter mensen begin april al Impatiens (vlijtige Liesjes) uitplanten in de tuin, of Pelargonium (geraniums). En dat is bijn wel gedoemd te mislukken. Want alles heeft zijn tijd en temperatuur en voor Liesjes en geraniums ligt die tijd en temperatuur nu eenmaal niet in april……….1 nachtvorst en je bent ze kwijt!

Maar ook met gewoon winterharde vaste planten moet je nog wel een beetje oppassen. Hoewel het me ondertussen wel duidelijk is geworden dat jonge plantjes sterk zijn en vaak beter tegen vorst kunnen dan volwassen planten. Maar het gaat vaak om de overgang; binnen warm opgekweekt en dan zo de ijskoude grond in is niet goed. En daar wordt niet altijd goed over nagedacht; wel over het weer en of het nog gaat vriezen. Maar minstens zo belangrijk is het om je af te vragen hoe koud en nat de grond nog is waar je de jonge zaailingen in gaat planten. Grond heeft net als zeewater gewoon tijd nodig in het voorjaar om op te warmen (en dat lukt beter als die grond opengewerkt en niet te nat is).

Het ‘afharden’ van de planten:

Probeer de warm opgekweekte planten steeds meer aan de nog steeds koude buitentemperatuur te laten wennen door ze eerst overdag een paar uurtjes buiten te zetten en ’s nachts weer naar binnen te halen. Ideaal is een kasje of platte bak die je als tussenstation voor je jonge planten kunt gebruiken. Zelf brengen we onze zaailingen als tussenstation eerst naar de kas en een week of 3 daana mogen ze dan echt buiten de volle grond in. Maar als je daarover niet beschikt; zet zaailingen dan steeds vaker en steeds langer buiten, en bij vorst toch maar weer een nachtje naar binnen. Zo kunnen ze langzaam wennen aan “de koude buitenwereld”.

Zaailingen mosterdblad in plugjes

 

Wanneer planten in de volle grond mogen worden uitgeplant hangt van een aantal factoren af:

  • zijn ze winterhard of niet en wat is de datum van uitplanten (wacht dus met niet-winterharde soorten tot na IJsheiligen)
  • wat zijn de weersvoorspellingen (de beste omstandigheden om uit te planten zijn niet al te zonnig weer met af en toe een lekker buitje en niet teveel wind). Plant niet uit bij brandende zon (bladverbranding), storm, overvloedige regen, vorst. Logisch eigenlijk…..laat zaailingen in ‘gematigd weer’ wennen aan het leven in de buitenlucht.
  • En dat geldt ook voor het overbrengen van bijvoorbeeld tomaten en pepers naar de kas; de zon werkt in de kas bijna als een vergrootglas en binnen een dag kan het blad verbranden van je in het (relatief donkere) huis opgekweekte zaailingen. Dus ook het overbrengen en uitplanten van planten in de kas doe je bij gematigd weer.
  • welke soorten wil je uitplanten (sommige soorten hebben meer controle en zorg nodig dan andere soorten)
  • hoe groot zijn de zaailingen; dat is lastig, krootjes planten we al uit wanneer ze pas 3 cm groot zijn en 3 blaadjes hebben, maar dat moet je vooral met bijvoorbeeld een Datura of een Asarina niet doen, want die zijn dan nog echt te klein.

Bedenk ook dat er soorten zijn die snel aangevreten worden door slakken (die kun je beter nog wat groter laten worden, dan vinden slakken ze minder smakelijk). En zorg dat je tuin in ieder geval op het moment van uitplanten een beetje schoon is. Ik heb zelf niet zoveel problemen met onkruid maar als ik zaailingen uitplant moet dat stukje grond wel vrij van onkruid zijn (anders overwoekert het onkruid je plantje tot het wegkwijnt, of in het ergste geval schoffel je je met zorg opgekweekte en uitgeplantte zaailingen samen met overgroeiende onkruid onder. Bedenk: onkruid is altijd nog sterker dan het sterkste plantje 🙂

Tomaten- en paprikazaailingen uitgeplant in de kas

 

Tip 15:        Vertroetel ze, maar niet te veel!

Nou, en als dan eindelijk de zaailingen zo groot en sterk zijn dat ze de volle grond in mogen, of als het weer het eindelijk toelaat, plant ze dan goed uit. Geef zeker niet gelijk meststoffen mee. Meststoffen geef je een week of 2 tot 3 voor je zaailingen uit gaat planten (breedwerpig over een vak gestrooid en ingeharkt). Maar je geeft het zeker niet ter plaatse en direct bij een zaailing; meststoffen (afhankelijk van soort en samenstelling) kunnen scherp zijn en de worteltjes beschadigen. Ik heb wel eens iemand een handje chilisalpeter zien gooien bij elk preitje dat hij plantte; binnen 2 dagen slap, bleek, hangen en bijna dood. Met veel water geven = spoelen is het uiteindelijk nog ‘goed’ gekomen maar niet zonder groeistilstand, kostbare tijd voor langzaam groeiende prei tijd en uiteindelijk toch een matige oogst, en dat terwijl alles voor het uitplanten en voeden zo voorspoeding ging.

Bij het uitplanten maak je bij voorkeur gewoon een plantgat, en je plant de zaailing, al dan niet met wat extra potgrond iets dieper in de grond dan dat ze in het potje stond (dan staat ze lekker vast en kan niet knakken bij winderig weer). En geef na het planten direct water. Ook als de grond in principe vochtig genoeg is. Wij noemen het ‘aangieten’. Het doel is niet perse om water om te drinken voor de zaailing te geven, maar om met het water de grond rond de wortels dicht te spoelen zodat alles goed aansluit.

Tuinboon zaailingen

 

Tip 16:        Hou ze in de gaten!

En dan heb je ze zo goed laten kiemen, opgekweekt, uitgeplant, en nu ben je een week lang vergeten ze water te geven, en het heeft niet geregend. Misschien ben je de zaailingen dan wel kwijt, of ze zijn er in ieder geval niet beter van gaan groeien.

Water geven is bij zaailingen en jonge planten erg belangrijk, want de wortels zijn nog te klein om zelf water te gaan zoeken en op te halen. Maar dat is wel wat je wilt bereiken; dat het volwassen planten worden die onder normale omstandigheden voor zichzelf kunnen zorgen. En dus geef je net na het uitplanten nog regelmatig wat water (tenzij het regent en er dus al water wordt gegeven). Maar je bouwt dat water geven wel steeds meer af wanneer de zaailingen groeien. Want je wilt geen luie planten die geen wortels maken omdat ze alles op een presenteerblaadje krijgen aangereikt; je wilt planten die zelf actief op zoek gaan naar voeding en vocht, daar worden ze bovengronds en ondergronds groot en sterk van.

Zaailingen van peultjes uitgeplant in de volle grond, met een net eroverheen als bescherming tegen vogelvraat.
Zaailingen van peultjes uitgeplant in de volle grond, met een net eroverheen als bescherming tegen vogelvraat.

 

Dus verwen ze niet, maar verwaarloos ze ook niet. En houd ze in de gaten. Want soms moet je ze beschermen tegen de boze buitenwereld. Voor een duif is er niet veel dat lekkerder is dan een jong en pas gekiemd lathyrusplantje (of doperwtenplantje of kapucijnerplantje). En voor een slak is er niks lekkerders dan de jonge blaadjes van Tagetes (afrikaantjes), maar voor slakken kan ik nog wel 50 heel lekkere plantjes opnoemen want die lusten best veel (in kwaliteit en kwantiteit).

Dus moet je soms je je jonge en net uitgeplante zaailingen beschermen; met vliesdoek, een rek, een net, gaas, een opstaande rand, wat dan ook moge helpen.

En naast de altijd aanwezige en hongerige beestjes kan ook het onkruid lastig zijn voor uitgeplante zaailingen. Onkruid heeft het vermogen om heel snel te groeien en te bloeien (afhankelijk van het soort). In onze beschermde achtertuin is het geen probleem, daar waaien niet zoveel onkruidzaden, maar op de volkstuin waaien elk jaar duizenden onkruidzaden de tuin in (en in de grond slapen er nog wel enige miljoenen onkruidzaden; en die worden wakker zodra de omstandigheden dat toelaten, soms zelfs nog wel na meer dan 10 of zelfs 20 jaar).

Dus op de volkstuin zal ik de zaailingen een beetje vrij moeten houden van onkruid; want anders groeit het onkruid sneller dan mijn zaailingen en gebruikt het onkruid het voedsel dat ik heb gegeven, verdringt het de wortels van mijn zaailing met hun eigen en sterkere wortels. Voor je het weet heeft het onkruid je zaailingen overwoekerd, tot de zaailingen het uiteindelijk opgeven, want vechten tegen onkruid is een verloren gevecht.

Zorg in de eerste weken dat alle voeding, lucht, licht ten goede komt aan je zaailing en niet aan verdwaalde zaadjes waar je niet op zit te wachten. Later, wanneer je zaailingen planten zijn geworden en sterker zijn dan jong onkruid, dan kun je alsnog beslissen of je wel of geen onkruid wilt, maar dan zijn je zaailingen ondertussen groot genoeg om hun eigen plekje op te kunnen eisen tussen alles wat er verder nog in de tuin groeit.

 

Tip 17:        Laat ze los en geniet ervan

Nou, uiteindelijk kun je dan achterover gaan zitten (niet echt natuurlijk, maar het klinkt wel leuk), na die 2 of 3 maanden van vrij intensieve verzorging van je zaaisels en zaailingen kun je ze een beetje loslaten en er van gaan genieten.

Het is ook erg leuk om met een volle portemonnee een tuincentrum binnen te stappen en mooie planten uit te kiezen en te kopen. Dat vind ik zelf ook nog steeds erg leuk. Maar als je eenmaal hebt geprobeerd je eigen zaden te zaaien, er voor te zorgen en groot te brengen, uit te planten………. en ze belonen je dan met een goede groei en rijke bloei, dan is er maar weinig dat daar tegenop kan. Je eigen plantenbaby’s geboren zien worden en zien opgroeien. Voor mij is dat altijd en elk jaar al het werk en zorgen heel veel meer dan waard.

Na alle zorgen genieten we in de zomermaanden van de heerlijke geur, mooie en lange bloei en alle insecten die af komen op deze Lathyrus odoratus Bernard Jones

 

En dan nu……..

Zoals ik al zei; geniet ervan!! Maar dat is nog niet alles, want na het kiemen, groeien, uitplanten, bloeien volgt uiteindelijk de laatste stap: de vorming en rijping van zaden. En dat is ook heel leuk, zelf zaden winnen van je zelfgezaaide planten, en die volgend jaar weer zaaien, misschien uiteindelijk zelfs wel meerdere generaties.

Hoe je dankbaar gebruik maakt van de voortplantingsdrang van planten en zelf zaden kunt winnen heb ik in een ander hoofdstuk geschreven, en dat kun je hier vinden: Zaden oogsten

Maar voor nu eerst: heel veel succes en plezier met het zaaien en opkweken!

Basilicum a Foglie Violetta di Lattuga, een mooie en lekkere basilicum met groot en veel blad. Ik heb haar zeker al 7 of 8 jaar, elk jaar oogst ik er zelf weer zaden van voor een nieuwe generatie volgend jaar