De tomaten in 2018

 

Wij hebben een benzinepompje waarmee we de tuin water uit de sloot kunnen geven. Er zijn jaren dat we de pomp niet gebruiken. Helemaal niet. Niet één keer. Want we wonen in Nederland. Dat koude kikkerland. Daar waar het toch vaak genoeg regent. En mocht het eens een tijdje droog zijn, dan hebben we tonnen en vaten waarin we regenwater opvangen. Maar die zijn ondertussen al lang leeg.

De pomp staat nu al wekenlang 1 of 2 keer per week een paar uur aan. Hij maakt veel herrie. En toch zijn we er op dit moment erg blij mee. We geven er de planten water mee, en potten, we vullen de regentonnen, en we leggen de slang af en toe een kwartiertje in een kas. Want het is droog, kurkdroog, gortdroog, on-Nederlands droog. En er schijnt volgende week een hittegolf te komen (ik dacht dat dit al een hittegolf was, het voelt in ieder geval wel zo). En erger nog; de warmte en droogte schijnt ook nog wel een week of 2 tot zelfs 3 aan te kunnen houden.

Zucht. We komen niet aan tuinieren toe. Want zo’n benzinepompje geeft niet vanzelf water; het moet gevuld worden, en aangetrokken, slangen moeten worden uitgerold en gekoppeld, en het water spuit alle kanten op, dus Ruud of ik (meestal Ruud) moet er constant bij staan en de slang goed richten. We hebben daardoor thuis ook wat meer werk; de was, en douchen; want op de één of andere manier lukt het niet om met zo’n benzinepomp water te geven zonder dat wij zelf tot aan onze oksels, en ook onze kleren onder het slootwater en opspattend modderwater zitten. En voor alle duidelijkheid; slootwater is geen kraanwater; het riekt nogal.

Afijn, tot zover mijn geklaag, want ondanks alle tijd die we er aan kwijt zijn, zijn we natuurlijk wel heel blij met onze benzinepomp. Het is geen regenbui maar het helpt ons toch maar mooi deze belachelijk droge periode door. Mede daarom zijn de uien kleiner dan normaal. En dat geldt ook voor de aardappelen. En de appels en peren blijven duidelijk kleiner, En de eerste appels kleuren al rood (veel te vroeg).

Maar we kunnen in ieder geval oogsten. Oogsten en water geven. Water geven en oogsten. Ruud zorgt voor het water, ik voor de oogst. Wieden, opbinden, opruimen; het schiet er allemaal bij in. Zoals je op de bovenste foto kunt zien oogsten we volop tomaten. We eten ze op brood, in salades, we maken soep, en we maken saus. En ik had beloofd om in een blog te laten zien wat onze favorieten dit jaar zijn.

We hebben dit jaar eigenlijk wat teveel cherrytomaten staan. Of misschien gaat het niet om het aantal planten maar meer om het aantal tomaten per plant. Want alleen al van deze Ildi kunnen we elke week een schaal vol tomaatjes oogsten:

 

Datzelfde geldt voor de oranje Goldita en voor de rode Piccolo. Alle drie veel en lekker; de Piccolo vooral veel tomatensmaak, de Goldita wat zoeter en de Ildi wat frisser en fruitiger.

Daarnaast hebben we dit jaar ook wat ‘druppels’ staan. Zoals de Blush van vorig jaar, want die was erg lekker. Zo hebben we nu de Pink Tiger en Green Tiger, en de Sweet Cream, en de Candy Sweet Icicle:

Allemaal erg lekker, en lekker sappig voor een romatomaatje. De Candy Sweet Icicle wint vooralsnog van de andere als het om opbrengst gaat.

We hebben dit jaar slechts 3 roma’s; Howard German, Auria en Piprakujuline Tribuline. Alle 3 erg goed, de Howard German extra groot, de Auria extra droog en de Piprakujuline Tribuline extra mooi:

 

En dan nog iets over de vleestomaten; die zijn dit jaar erg goed, eigenlijk allemaal wel. De Cherokee Chocolate is de grootste, de Tschernomor geeft van de paarsbruine rassen de beste opbrengst, en de Rebel Yell (die op meerdere tomatenfora de lekkerste tomaat ter wereld wordt genoemd) is bijna suikerzoet, en heerlijk sappig. Het zou me niks verbazen als sommige mensen in een blindproef-test zouden denken een aardbei te proeven 🙂

 

Eigenlijk zijn er dit jaar maar 3 tomatenrassen waarvan ik geen zaden ga oogsten voor de zadenlijst, en dat zijn de Chestnut Chocolate, Reinhard’s Black Zebra, en Afternoon Delight; Reinhard’s Black Zebra is dit jaar nog steeds erg lekker maar wat klein en te weinig opbrengst (misschien ook mede door de droogte). En de Chestnut Chocolate en Afternoon Delight vallen gewoon in opbrengst tegen en zijn niet zo geweldig in smaak dat ik dat dan maar op de koop toe neem.

Afgezien van deze 3 tomaten zijn we erg tevreden over de rassen en de oogst dit jaar. We hebben weer wat nieuwe favorieten!!

 

Genoeg voor nu. Het wordt tijd voor een regendans, wie weet helpt het.

 

Tomatensaus 2.0

Wat is er nou leuker dan inmaken wanneer het buiten 28 graden is en binnen 24,5 graden? Lekker in de weer met een oven op 200 graden, waterkoker en potten gevuld met kokendheet water. Heerlijk 🙂 !!

Eerst nog even dit; ik kreeg nog wat vragen over het zoetzuur van komkommer dat ik in het vorige blog noemde. Voor alle duidelijkheid: ik gebruikte 9 komkommers, gewassen, niet geschild. De zaadlijsten verwijderd en in stukjes gesneden die precies in de potten pasten. Ik heb de komkommerstukjes gemengd met ongeveer 2 eetlepels zout en dat 2 tot 3 uur laten staan, tot er flink wat vocht uit de komkommers kwam en de stukjes zacht en slap waren. Vervolgens heb ik deze komkommerstukjes meerdere keren goed gespoeld tot al het zout weg was en de stukjes daarna uit laten lekken in een vergiet.

Ik heb voor deze hoeveelheid komkommers 1 liter natuurazijn gemengd met 5 deciliter water en 10 eetlepels suiker, 2 eetlepels mosterdzaad en 2 kleine rode uitjes in stukjes. De potten heb ik met soda en kokend water schoongemaakt en daarna gespoeld met kokend water. De azijn gekookt met water, suiker, mosterdzaad en uienstukjes. Ik heb de nog hete potten gevuld met de uitgelekte stukjes komkommer. Dat is best even lastig, maar de stukjes zijn koud dus wel belangrijk om de rest zo heet mogelijk te gebruiken. Vervolgens heb ik het vuur pas vlak voor het vullen uitgezet en de potten met komkommerstukjes direct met het nog kokendhete azijnmengsel gevuld, tot de stukjes onder het vocht stonden. Direct sluiten en ondersteboven zetten. Na een uur of 2 zijn de potten lauw genoeg om weer rechtop te zetten. Niet schrikken als ze nog niet vacuüm zijn, dat komt omdat de potten vlot afkoelen doordat de komkommerstukje niet verhit zijn. Druk met je vinger in het midden op het deksel en ze trekken met een klik alsnog vacuüm. Als er een pot niet vacuüm trekt bewaar die dan in de koelkast en maak die als eerste leeg. Deze inmaak is trouwens niet enorm lang te bewaren, zo’n 3 tot 6 maanden, daarna wordt de smaak steeds zuurder en dat vinden we zelf niet lekker meer.

Zo, een heel verhaal en dan moet ik nog aan de tomatensaus 2.0 beginnen.

Ik heb al een inmaakrecept voor tomatensaus op mijn website staan: Tomatensaus

Die saus is helemaal goed hoor, niks mis mee, hebben we jaren lang gemaakt, tot volle tevredenheid. Maar vorig jaar maakte ik een verse geroosterde tomatensoep en die was zo lekker dat ik het idee kreeg om de basis daarvan ook in potten in te maken. Ik heb er vorig jaar wat potten van ingemaakt en die was net zo goed houdbaar als de ‘normale’ tomatensaus. En echt lekkerder (maar dat vinden wij, blijft toch ook persoonlijke smaak). Misschien is het leuk om beide recepten te proberen, en ik ben dan heel benieuwd welke tomatensaus je het lekkerst vindt en zou dat graag nog eens horen!!

 

Eerst een kleine waarschuwing; deze saus is wat meer werk, en het levert minder saus op. Klinkt niet aantrekkelijk, maar is het wel 🙂 .

Het recept:

Wij oogstten ongeveer anderhalve emmer tomaten (is zo’n 7 kilo tomaten gok ik).

 

Alle soorten en maten gaan door elkaar. Ik oogst zaden uit de meeste tomaten en daarmee haal ik dus al relatief veel vocht weg. Je kunt hetzelfde doen (en het vocht dat je er met de zaden uitdrukt kun je bijvoorbeeld zeven en als tomatensap drinken, of er een lekkere dressing mee maken). Je kunt ook vooral romatomaten gebruiken, die bevatten al minder vocht. Of je laat het zo en dan zal de saus dus wat dunner worden (en dan kun je overwegen het zo te laten of het later in te laten koken in deel 2 van het recept).

Afijn; de gewassen en in stukken gesneden tomaten gaan in een niet te dikke laag in een ovenschaal of braadslede.

Op deze foto zie je 2 ovenschalen maar ik had er uiteindelijk 3 (maar die paste niet op de foto). Je ziet dat veel van de gelei in de tomaten er al uit is gedrukt. En elke schaal (met dus ongeveer 2 tot 2,5 kilo tomaten) krijgt 1 grote verse gesnipperde ui, door de tomaten gemengd. Je kunt overwegen om er ook nog knoflook, kruiden als tijm, etc. bij te doen maar dat doe ik zelf nooit (want ik kan de saus later gebruiken in allerlei gerechten uit allerlei keukens en zit niet vast aan de Italiaanse of Franse keuken). Maar wat je zelf wilt……..

Dan, heel belangrijk: druppel per ovenschaal zo’n 3 eetlepels olijfolie over de tomaten, en 1 eetlepel vloeibare honing. Olie en honing gaan helpen bij de karamellisatie en het roosteren. Verwarm de oven voor op 200 graden hete lucht en zet de schaal of schalen ongeveer 1 uur in de oven. Niet tussendoor roeren of omscheppen.  En controleer de eerste keer even het laatste kwartier elke 5 minuten want elke oven is weer net anders in temperatuur en tijd. Na 1 uur en 5 minuten zien de schalen met tomaten er hier in onze oven zo uit:

 

Je moet zelf even proeven en bedenken wat je lekker vindt, wij vinden  het heerlijk als er wat kleine zwarte velletjes te zien zijn, die maken de geroosterde smaak echt af, met een klein vleugje rokerigheid en een miniem bittertje. Klinkt allemaal ingewikkeld, is het niet, proef gewoon wat je zelf lekker vinden, en wij vinden het zo dus lekker. In close-up:

 

Dan mogen de schalen nu iets afkoelen, tot je aan stap 2 kunt beginnen; het zeven van het tomatenmengsel. Wij gebruiken er een draaizeef voor, ook wel passe-vite genoemd, of roerzeef. Sommige mensen malen het liever in de keukenmachine, dan zou ik zelf de zwarte stukjes wel eerst verwijderen, met een passe-vite hoeft dat niet.

Na het passeren gaat de tomatensaus zonder velletjes en zaadjes in een pan en wordt die gekookt (voor de houdbaarheid, ondertussen maak je de potten schoon zoals je gewend bent, wij doen dat dus met soda en kokend water, naspoelen met kokend water).

 

Je kunt zien dat de saus op deze manier gemaakt al best dik is, en roder dan wanneer ik saus maak door die in een pan te koken. Mocht je saus nog dun zijn, dan kun je die nu dus nog inkoken tot gewenste dikte.

Vul de zojuist nagespoelde en nog hete potten met de kokendhete tomatensaus en zet ze direct ondersteboven tot ze zijn afgekoeld. Zet ze dan weer rechtop en controleer of ze vacuüm zijn.

 

En dit is dan het resultaat (met poes Lotje uiteraard als hoofd controleafdeling):

 

‘Slechts’ 5 potten (720 cc inhoud) geconcentreerde tomatensaus met een heerlijk rokerige, roosterige, volle zoete tomatensmaak. Goede tomatenrassen (smaaktechnisch gezien) zijn natuurlijk ook belangrijk 🙂 . De saus is op een donkere plaats in ieder geval wel een jaar houdbaar. Potten die niet vacuüm zijn en potten die open zijn geweest bewaar je in de koelkast en maak je die week op.

Veel plezier met oogsten en inmaken (van wat dan ook)!!

 

Hoe het zover kwam

Ik heb een klein komkommertrauma. Lang, lang geleden, in een volkstuin hier niet ver vandaan, zaaide ik eens een komkommerzaadje. Dat werd een mooie, grote plant. In mei werd ze in de kas uitgeplant. En alles leek voorspoedig te gaan.

Maar oei, het mocht niet zo zijn. De arme komkommerplant werd ziek, kwijnde weg, en uiteindelijk moesten we afscheid van haar nemen. En ze had toen pas een paar komkommers geproduceerd. Ondertussen was het al juli, te laat om nog een nieuwe komkommer te zaaien. 3 kassen in bezit en geen komkommers kunnen oogsten die zomer.

Ik dacht; dat gebeurt ons nooit meer. En zo komt het dat we al jaren teveel komkommers zaaien (en dus ook oogsten). Bang voor een misoogst, met die ene mislukking van zo lang geleden nog in ons geheugen.

Ook nu weer; we hebben in de oudste kas 2 snackkomkommerplanten staan, en in de derde kas 2 ‘gewone’ komkommers.

En we zagen het al een beetje aankomen:

 

En toen werd het vrijdag……:

 

Het lijkt niet zo veel op de foto, maar de grote komkommers zijn ruim 40 centimeter lang. Bij elkaar was het ruim 4 kilo. En toen hadden we van 2 komkommers al een salade gemaakt voor bij het avondeten. Plus 1 komkommer bij de lunch gegeten.

Niet aan te eten, en iedereen aan wie we nog een komkommer (of courgette, want die slibben ook flink aan) kunnen slijten, heeft ze zelf in overvloed, of gaat op vakantie. Zucht.

En zo gaan ze maar het zoetzuur in:

 

Lekker!! Ik heb er het recept van de augurkjes in zoetzuur voor gebruikt dat je op mijn inmaakpagina kunt vinden: Zoetzuur van augurk

En zo zal het rek met inmaak zich ook dit jaar weer vullen 🙂

Ik heb trouwens op de website van Pokon ook nog een blog geschreven, over de verschillende soorten (en kleuren en smaken) basilicum die nu zo lekker zijn als je ook tomaten kunt plukken: Het onmisbare koningskruid BasilicumIk dacht, dat is wellicht toepasselijk, want dit is wel de tijd van basilicum, en van tomaten, en die 2 horen overduidelijk bij elkaar.

Daar komt oogst nummer 2 al aan:

 

De tomaten!! We oogsten ze nu volop, elke dag eten we cherrytomaatjes bij de boterham (en een halve komkommer), en elke week maak ik wel een keer tomatensoep. En de volgende inmaak (tomatensap/-saus) wordt dit weekend gemaakt. Het nieuwe recept van mijn tomatensaus 2.0 zal ik hier zondag even plaatsen, wanneer ik er gelijk ook foto’s van kan maken.

Het valt ons op dat de tomatenvelletjes dit jaar iets steviger zijn dan in vorige jaren (Ruud spuugt ze zelfs zo af en toe uit). We hebben bedacht dat dat vast door de droogte moet komen, want we ervaren dat zowel bij de cherrytomaten zoals Piccolo en Goldita als bij de vleestomaten als Tschernomor en Gregori’s Altai. Die laatste is hier trouwens wel een favoriet dit jaar:

 

Excuses voor de wat vlekkerige tomaten; we oogsten nu nog van de onderste trossen en die hebben door het water geven wat opspattend slootwater over zich heen gekregen. Het gaat me te ver om ze voor een foto aan de tros op te gaan poetsen, maar na de oogst worden ze thuis natuurlijk wel goed gewassen.

Morgen een dag naar de tuin; de uien gaan mee naar huis, we kunnen weer tomaten oogsten, en bonen (afgelopen week al ruim 5 kilo ingevroren), courgettes natuurlijk, een spitskool, gelijk maar weer wat paarse worteltjes, een bakje blauwe bessen, een krop sla voor bij de barbecue op zondag. En wat we nog meer tegen komen. Je snapt; er komt niks van wieden; een kwestie van prioriteiten stellen. Want na het oogsten moeten we ook weer water geven. En dan is de dag wel weer voorbij (en komen we met emmers en tassen vol oogst thuis en zijn we vaak zo moe dat we maar een eitje bakken – wel met een komkommer natuurlijk).

Ik wil tot slot Jo nog even hartelijk danken voor de zaden van de tomaat Clementine!! Wat aardig, dankjewel! En zo staat de eerste tomaat voor 2019 al weer in de planning 🙂 .

En, zoals elke week, aan het einde van een blog nog een foto van een bloem dit jaar:

 

Salvia coccinea Forest Fire, een heerlijk zomerse eenjarige die heel goed tegen deze warmte kan en het ook niet erg vindt als er een keer geen water wordt gegeven.

En daarmee wil ik gelijk melden dat er nog een keer een klein zadenlijstje komt. Niet vergelijkbaar met de afgelopen jaren hoor, geen bonen, geen bieslook, etc.. Maar ik heb nog flink wat gripzakjes gevonden en het zaden oogsten zit ondertussen een beetje in het bloed. Dus we zijn begonnen met het oogsten van zaden van de leukste tomatenrassen die we dit jaar telen. En daar komen nog wat paprika’s en 1 of 2 pepers bij. En wellicht nog een paar leuke eenjarige bloemen.

Dus morgen maar weer eens gefermenteerde tomatenzaden spoelen, altijd een lekker werkje 🙂 .

De gevolgen….

We hebben de aardappelen gerooid. We moesten eerst water geven, want de spitvork wilde simpelweg de grond niet in. Door de droogte is de grond k(l)eihard, ik merkte dat al toen ik ergens in de afgelopen week een stok bij een Dahlia in de grond wilde duwen – dat kostte veel kracht en uiteindelijk brak de stok.

Het gevolg van de droogte is dat de aardappelen wat kleiner zijn gebleven. En ze zitten ook dicht bij de pootaardappel, direct onder het grondoppervlak. Wij hebben niet aangeaard, doen dat al jaren niet meer, maar nu zou dat wel nut hebben gehad (als het had gekund want de grond bestaat nu uit 1 dikke, harde laag van grote brokken klei). De aardappelen hebben de kracht niet gehad om door de harde grond te groeien en de diepte in te gaan.

 

Nog een gevolg van de droogte. De uien zijn kleiner dan in andere jaren.

 

Ach, we vinden het goed zo, we zullen er geen herfst en winter mee kunnen doen maar we hebben ze al geproefd en de smaak is in ieder geval lekker sterk 🙂 . De uien liggen hier op de kale grond te drogen, er wordt de komende 10 dagen toch geen regen verwacht.

Het gevolg van de oogst van aardappelen en uien heeft er voor gezorgd dat er 2 vakken leeg zijn gekomen. Zodra ik dat in kon schatten heb ik gezaaid maar helemaal naadloos sluit dat niet aan. Op de foto de rode Chinese kool die voor het uitplanten eerst nog wat moet groeien, en beschermd tegen de duiven onder gaas staan:

 

Het gevolg van veel bonen zaaien (op uitdrukkelijk verzoek van echtgenoot Ruud) is dat de oogst ook vrij groot is. Dit is 1 dubbele stok van het ras Carminat. Ze doet het erg goed (dat komt deels door het ras, maar de bonenplanten hebben van Ruud ook regelmatig en zorgvuldig water gekregen). Voor alle duidelijkheid; we hebben hier 6 dubbele stokken van. En daarnaast nog 8 dubbele stokken Fortex stoksperziebonen en nog 9 dubbele stokken Saint George stokpronkbonen.

 

En dus oogstten we vanmiddag ruim 3 kilo van de verschillende bonen. En overmorgen kunnen we weer plukken.

“Lekker hoor”, zegt Ruud. Ik vraag aan Ruud hoe hij ze wil eten. “Nou, gewoon, met een gekookt aardappeltje en een stukje vlees. Jus erbij, en wat komkommersalade”, zegt Ruud.

Ik zucht. We hebben ze dinsdag voor het eerst kunnen plukken en dus met een gekookt aardappeltje en een stukje vlees gegeten. Met jus, natuurlijk. En op woensdag heb ik van de boontjes die nog over waren sajoer boontjes met rijst gemaakt. En nu is het vrijdag, en we eten weer bonen. En natuurlijk heb ik ook weer bonen over. “Zullen we er morgen lekker salade van boontjes van maken, met spekjes en een uitje van de tuin?”, vraagt Ruud, terwijl hij voor de tweede keer opschept.

Het klinkt misschien allemaal een beetje overdreven maar ik weet wat er de komende 6 weken minimaal 2 tot 3 keer per week  op tafel staat: bonen. Bij voorkeur gewoon gekookt, met aardappelen, vlees en jus, maar desnoods in salade, sajoer, roti of een stoofschotel.

“Misschien kun je nog wat stamsperziebonen zaaien”, oppert Ruud, die voorziet dat over 6 weken de verse oogst voorbij is en we de diepvriezer aan moeten gaan spreken. “Waar de knofloken hebben gestaan is een mooi plekje voor ze; in een verhoogde bak, in de zon, voor de kas”, zegt Ruud, die voor de derde keer opschept. En dat moet ik toegeven; ik heb wel eer van mijn werk; Ruud kan met gemak in z’n uppie een pond sperziebonen opeten.

Ik troost me met het vooruitzicht dat mijn favoriet ook gaat komen. Het worden vaak en veel bonen, maar dan toch in ieder geval met een tomatensalade erbij.

 

En wellicht een tomatensoepje vooraf 🙂

 

En tot slot dan weer een foto van een bloem. In dit geval van jonge Verbena bonariensis-bloemen op hoge ranke steeltjes; ze zijn nog zo klein en licht dat een hommel in volle vaart ze door kan buigen.  

 

Oh ja, nog 1 tip: zaai dit weekend nog 1 of 2 courgettes. Dat doe ik altijd in de eerste week van juli. Je moet er wat geluk mee hebben maar in een mooie nazomer hebben wij er veel plezier van. Van de courgettes die in mei zijn gezaaid oogsten we nu volop. Maar over een maand of 2 raken die planten uitgeput, soms krijgen ze last van meeldauw, de oogst wordt kleiner. En dan zijn de courgetteplanten die je nu zaait op hun best en kunnen nog de hele maand september en soms zelfs ook nog in oktober verse courgettes van goede kwaliteit produceren. Uiteraard hangt dat allemaal af van het weer in de nazomer en herfst. Maar wij wagen elk jaar de gok en zaaien ze nu nog voor de tweede keer, 7 of 8 van de 10 keer hebben we er in het najaar veel plezier van.

 

Droog

 

Al puffend vullen we nog maar een gieter….

Ik vervloek nu wel even alle potten met planten die we hebben staan want we moeten ook de rest van de tuin nog water geven. En voor alle duidelijkheid; het is niet zo dat Ruud de grote gieter gebruikt en ik de kleine. Trouwens, we hebben wel meer gieters hoor, in elke kas staan er 2. De enige kleine gieter (de lichtgroene) is 5 liter en gebruik ik graag voor de planten in potten, omdat ze wat handzamer is. En grote plonzen water geven in potten is zinloos, want de helft giet je er overheen of naast of er weer uit, en nog eens 25% stroomt onder de pot weer uit. Dat 75% werk voor niks. Dus liever een kleinere gieter en een paar keer alle potten een beetje water geven waardoor het meeste water ook echt ten goede van de plant in de pot komt.

Dat gaat hier altijd wel goed. Alhoewel……

 

Voor deze tijm in pot lijkt de hulp (=water) te laat te komen. Ze heeft vrijdag nog water gehad maar met deze warmte en droogte is dat niet voldoende. Als het ons lukt (tijdtechnisch gezien) is onze meest favoriete manier om de planten in pot water te geven het ‘dopen’ van de planten; we vullen één of meerdere grote bakken met water en zetten daar telkens weer een andere pot in, soms een kwartiertje, soms wel een uur, tot de grond kletsnat is en de plant weer een paar dagen vooruit kan. Als de grond echt kurkdroog is duurt het lang voor het water op gaat nemen, als je een paar druppeltjes afwasmiddel door het water in de grote bak mengt neemt de grond weer wat makkelijker water op (heeft iets te maken met het verlagen van de oppervlaktespanning of zoiets – vraag het verder niet aan mij, ik had vroeger een 5 voor natuurkunde).

Voor de tijm van de foto is deze methode waarschijnlijk helaas te laat gekomen (maar ik heb het na het maken van de foto natuurlijk nog wel geprobeerd, wie weet, misschien loopt ze vanuit de wortels toch weer uit).

De Brugmansia zag er maandagavond ook erg sneu uit (zaterdag nog 20 liter water gehad, 10 liter om 11 uur en 10 liter rond 14 uur):

 

Maar een Brugmansia is een grote plant. Ze kan wel tegen een stootje (liever niet, en ook niet te vaak natuurlijk). Zo zag ze eruit toen ik rond 18 uur op de tuin kwam. Ik heb haar gelijk 10 liter water gegeven, en een uur later nog een keer 10 liter.En toen ik rond 20.30 uur naar huis ging zag ze er zo uit:

 

Weer ingedronken en opgefrist 🙂

De tuin zelf? Die is kurkdroog. Hoe droog? Zo droog:

 

Zelfs de heermoes heeft geen puf meer om te groeien (maar voor heermoes begint nu toch de tijd weer dat ze zich langzaam onder de grond terugtrekt om volgend voorjaar op volle sterkte weer terug te keren). Dit is een stukje grond dat we leeg hebben gemaakt (de rode uien hebben hier gestaan) en waar de koolzaailingen over een week of 2 mogen komen. In de rest van de tuin bedekken we de grond zoveel mogelijk; met gronddoek, stro, plantenresten, compost, alles helpt om de verdamping tegen te gaan en het vocht in de grond te houden. Maar zelfs dat helpt op dit moment niet voldoende meer, het is al zo lang zo droog dat het grondwater zo laag staat dat het water dat we geven naar de onderlaag van de bodem zakt. In de sloot staat ook nog maar een laagje water van hooguit een centimeter of 50. Zelfs bij de hortensia naast de kas beginnen de bloemen, ze bloeit pas sinds 2 weken, al te verdorren. Of is het verdrogen? Ik heb haar na de foto ook nog maar 2 gieters water gegeven:

 

Oftewel; het is nu even tobben voor een moestuinder 🙂 . 75% van onze tijd besteden we aan het geven van water. En dat terwijl we echt wel wat anders te doen hebben (bijvoorbeeld aan oogsten, zaaien, planten, wieden, dieven, en dat soort basale dingen). En een deel van het water dat we geven gaat dus ook weer verloren: Ruud heeft zaterdag met de benzinepomp de kassen echt flink water gegeven, bijna letterlijk ‘onder water gezet’. Op maandagavond, 3 dagen later, is de grond weer kurkdroog – het water is gewoon in de onderlaag in gezakt.

Het is dus een beetje vechten tegen de bierkaai, maar voor alle zekerheid hieronder nog wat tips m.b.t. het water geven in de tuin:

  • Geef water in de vroege ochtend of liever nog in de avond, liever niet midden op de dag (blad kan verbranden, vocht direct verdampen). Als je in de avond water geeft heeft de plant een hele nacht om te drinken voor er weer een nieuwe warme zonnige dag begint.
  • Al eerder gezegd; mulch zoveel mogelijk, met wat dan ook; alles wat de grond kan bedekken zorgt ervoor dat er minder verdamping is, de grond blijft zo langer vochtig (en ook iets koeler).
  • Geef voldoende water maar niet teveel; een teveel aan water loopt toch weg of zakt naar de onderlaag, liever een beetje water geven daar waar de plant het nodig heeft (bij de wortels) dan  plassen water waar geen water nodig is.
  • Geef niet te vaak water: maak je planten sterk en zelfredzaam door ze nou ook weer niet teveel te vertroetelen; uiteindelijk maken planten meer en diepere wortels als ze zelf op zoek moeten gaan naar water. Liever 2 keer per week een goede slok bij de wortels water geven dan elke dag een beetje water, planten worden daar ‘lui’ van (al zijn er natuurlijk uitzonderingen)
  • Vergeet de bomen en struiken niet. We hebben de neiging om de planten die slap gaan hangen, zoals bietjes en worteltjes, sla, etc. water te geven. De bomen en struiken zien eruit alsof ze zich prima redden. Maar een tekort aan water in deze tijd zorgt er bijvoorbeeld voor dat appels en blauwe bessen klein blijven, bramen te klein en te vroeg gaan rijpen, etc.

En tot slot; vergeet jezelf niet. Drink regelmatig tussendoor wat water want water geven is zwaar werk in warm weer, zelf verdamp je ook aardig wat 🙂

Één lichtpuntje; je ziet wel resultaat als je een paar keer water hebt gegeven; alles lijkt per direct te groeien en de tuin ruikt zo lekker na een watergift. En ik durf het bijna niet te zeggen maar ik zag zojuist toch echt in de lange termijn weerverwachting dat er voor 14 juli 4,7 millimeter regen wordt verwacht 🙂 .

Hier zijn we blij met onze benzinewaterpomp. Die gebruiken we echt niet elke dag (al is het maar voor de herrie), hooguit één tot twee keer per twee weken, we sproeien dan de hele tuin en de kassen, maar vullen vooral ook gelijk de watertonnen. En we kunnen water geven wat we willen, met gieters, met een pompje, maar uiteindelijk is het allemaal niet vergelijkbaar met gewoon een goede bui regen. Niks ingewikkelds, en geen onweer en storm, maar gewoon een hele nacht malse regen. Ik zou er van kunnen dromen.

En ik zou zo graag dit blog willen besluiten met iets vrolijks. Maar ik moet toch ook nog even zeggen dat aan het einde van het jaar er altijd weer een redelijk jaargemiddelde is. En dat zou dan betekenen dat als het nu al 4 tot 6 weken kurkdroog is, er ook een tijd komt dat het kletsnat is. Ik hoop van harte dat als die regen die uiteindelijk toch een keer gaat vallen niet in augustus valt maar ergens in november of zo.

Tot slot toch nog iets vrolijks, voor Ruud dan. Want hij was helemaal blij toen ik gisteravond thuis kwam met de eerste oogst bonen.