Moestuinbloemen

Bestaat het woord ‘moestuinbloemen’ eigenlijk wel? Waarschijnlijk niet, als ik zo eens naar het rode streepje onder het woord kijk. Toch vind ik het een handig woord. Want ik denk daarbij aan bloemen die niet alleen mooi zijn maar ook nog iets extra’s bieden. Iets leuks, en dat kan betekenen dat de bloemen eetbaar zijn, of dat ze lekker ruiken, of dat ze geplukt kunnen worden voor in een vaas, of dat ze heel veel bestuivers lokken (en daarmee worden er wellicht en passant ook bloemen van bijvoorbeeld courgettes, bonen, pompoenen, etc. bestoven). ‘Moestuinbloemen’ leveren altijd meer diversiteit in de moestuin op, zowel in verschillende soorten planten alsook in de verschillende soorten dieren die op de bloemen af komen, en dat lijkt me altijd goed.

En nu is het juni. Na al het zaaien, verspenen, uitplanten, voeden en water geven speuren we nu naar de eerste bloempjes. Met deze warmte kunnen we alleen hopen dat er ook nog wat regen valt, dat zou voor niet alleen een groei-explosie maar ook voor een bloei-explosie zorgen.

Op de foto hieronder zie je de Lathyrus odoratus zaailingen die ik in februari in de tuin vond. Ik ken de planten die vorig jaar in de tuin groeiden, en daardoor weet ik dat dit een zaailing van het ras Almost Black moet zijn. Ondertussen is ze iets lichter van kleur, maar dat neemt niet weg dat ze heerlijk geurt en ook nog eens geschikt is voor een klein vaasje.

 

Soms moet een mens wat langer wachten op een bloem. Deze Digitalis purpurea Sugar Plum zaaide ik vorig jaar. Het waren heel dure zaden, in Engeland betaalde ik ruim 2 Engelse ponden voor hooguit 10 zaadjes. En wie zelf ook wel eens Digitalis zaait weet hoe klein en nietig die zaadjes zijn. En hoe makkelijk bij het zaaien dan ook nog eens 2 zaadje per ongeluk van je hand af rollen. Oeps, toen waren het nog maar 8 zaadjes! En dat dat een heel jaar later dit kan opleveren:

 

Er komen veel bestuivers (vooral hommels) op af en de bloeiaren kunnen worden geplukt voor in een vaas (maar dat doe ik nooit, dat vind ik dan weer zonde van de planten).

Dat plukken voor in een vaas doe ik juist wel met Dianthus barbatus, duizendschoon, want die bloemen blijven, als je ze goed plukt en verzorgt, meer dan een week mooi in een vaas:

 

Ik heb dit jaar extra veel bloemen gezaaid. Misschien wel iets teveel, want ik heb vooralsnog geen plaats meer voor roodlof, koolraap, pastinaken en groenbemesters. Die zullen moeten wachten tot de doperwten, sugar snaps, tuinbonen  en kapucijners zijn geoogst en de grond uit kunnen (komend weekend kunnen we daar de eerste peultjes/boontjes van oogsten).

Maar dat neemt niet dat ik heel blij ben met al die bloemen. Ik hoop op een zee van bloemen komende zomer en ben nu al blij met de eerste exemplaren. Het is elk jaar weer bijzonder om te zien wat het zaaien heeft opgeleverd. Zoals deze Eschscholzia californica Apricot Flambeau (slaapmutsje).

 

Het grijsgroene heel fijn geveerde blad steekt mooi af bij de zijdezachte bloemen waarvan de kleur ergens tussen roze en rood en oranje en geel in ligt. Niet eetbaar, niet voor de pluk, maar vooral voor het mooi, en ook hier komen veel, vooral solitaire bijtjes, op af.

En dan is er nog zoveel wat nog niet bloeit maar wel al groeit, en soms zelfs al in knop komt, van Zinnia’s en afrikaantjes, zonnebloemen en goudsbloemen, lupinen en Salvia’s. Ik loop elke dag een rondje door de tuin, op zoek naar de eerste bloeiende bloem van een soort of ras dat voor mij bekend of juist nieuw is. Ik verheug me op de Dahlia’s die ik op kleur heb gekocht, op de korenbloemen die ik misschien wel 10 jaar geleden voor het laatst zaaide, op een eerste kennismaking met de paars bloeiende wortel Daucus carota ‘Dara’, en op een hernieuwde kennismaking met een bijzondere tabaksplant (NIcotiana mutabilis) die ik al eens eerder had en waarvan ik me nog herinner dat ze bloeide als een enorme wolk van witte, roze en lila poederige bloemen, bijna als ‘marshmellows’.

En elke dag komt er iets bij. Gisteren zag ik alleen nog knoppen in de Cosmos bipinnaturs Xsenia, vanmiddag was er ineens een bloem!  Deze eenjarige lokt ook weer veel bestuivers naar de tuin en is tegelijkertijd ook een heel goede snijbloem. De kleur is heel bijzonder, ze heeft zowel iets van lilaroze als oranjerood in zich. Je zou bijna kunnen zeggen dat het vloekt 🙂

Alleen daarom willen we elke dag naar de tuin; tomaten en paprika’s en aubergines tikken in de kas en water geven waar nodig. Uiteraard ook wieden, dat hoort er nu eenmaal bij. En sla, andijvie, rucola, mosterdblad en snijbiet oogsten. Maar dus ook verwachtingsvol kijken wat er nieuw bloeit!

Tot slot nog even de melding dat ik op de website van Pokon een blog schreef over het dieven van tomaten (met een foto die ik vorig jaar bij een tuinbuurman mocht maken van zijn kasje waarin hij de tomaten niet had gediefd): https://www.pokon.nl/blog/tomaten-dieven/

En ik bakte dit weekend een heerlijke rabarbercake, met een crumble van onder andere macadamianoten en witte chocolade. Het recept heb ik vanmiddag op de website geplaatst: Rabarbercake met macadamianoten en witte chocolade.

 

Tot slot dan nog één foto, van een Salvia die ik nieuw kocht, een hybride uit de groep microphylla/greggii/x jamensis: Salvia Beeksterhof’s Senna

 

Misschien wel één van de allerbeste moestuinbloemen die ik ken, want ze heeft ‘het’ allemaal; ze is een kleine heester (of is ze een halfheester?). Ze is matig winterhard maar heel makkelijk te stekken. Ze bloeit van nu tot de vorst. En er komen heel veel hommels op af. En de bloemen blijven een week mooi in een vaas. En het blad ruikt heel lekker (fruitig, kruidig), het is eetbaar, lekker in bijvoorbeeld thee en marinades. En tot slot zijn ook de bloemen nog eetbaar. Wat een feest toen ze begin deze week haar eerste bloempje opende!

 

Preimineervlieg

Ik hou niet van het schrijven over ziekten en plagen. Ik hou ook niet van het letten op ziekten en plagen. Ik heb er ook niet zo veel verstand van. En er zijn zo enorm veel ziekten, schimmels en plaagdieren, ik heb er weinig behoefte aan om me in te verdiepen, ik focus me liever op de leuke kanten van tuinieren. Wij tuinieren graag met het motto: “Het doet het of het doet het niet in onze tuin, en als het niet wil groeien of bloeien, ziek wordt, of dood gaat, dan halen we het eruit en zaaien/planten we wat anders”.

Nou is dat misschien wel wat overdreven, er zijn wel wat ziekten en plagen die ik (her)ken, zoals bonenluis, aardappelziekte (phytophthora), wortelvlieg, pruimenmot, en nog een paar van die vervelende zaken (waar ik al of niet dan nog wat aan kan proberen te doen). En als iets het niet doet in onze tuin, of dood gaat of ziek wordt, probeer ik natuurlijk wel te bedenken wat er mis zou kunnen zijn. Om te bedenken of het onze eigen schuld is en we iets niet goed hebben gedaan. En om herhaling of erger te voorkomen.

En nu is er dus een nieuw plaagdier in onze tuin, en voel ik me genoodzaakt te bedenken wat het is en of en wat ik er aan kan doen. Met dank aan Carine, die na een eerder blog al aangaf dat zij veel last heeft van dat plaagdier, de preimineervlieg. We kennen al wel de uienvlieg maar dit is een nieuwe in het assortiment vraatzuchtige larven 🙂

Hoe het begon: onze uien zien er een beetje raar uit. Daar let ik niet altijd even goed op, gewoon te druk met wieden, zaaien, uitplanten, water geven, etc., je kent dat wel. Maar zo zagen de uien er in een vak uit:

 

Ik dacht eerst dat ik iets teveel voeding had gegeven. En het is natuurlijk ook vreemd weer, eerst warm, toen nat toen koud, toen weer warm en toen weer droog en koud. Daarom dacht ik nog niet heel erg over na over het feit dat de uien niet mooi rechtop staan maar een beetje krullerig groeien en vooral liggen. Het blad is wel mooi groen (en dat is gelijk het grote verschil met aantasting door de bekendere uienvlieg, daarbij wordt het blad gelijk al bruin, lelijk en zacht). Er wordt bij deze uien vooralsnog veel blad gemaakt zonder dat er ook ontwikkeling in de ui (de bol) zit. Ik dacht vooral dat ik eens water moest geven (maar het is hier kurkdroog, we moeten hier alles water geven).

Tot ik de tip van Carine kreeg. En tot onze tuinbuurman over hetzelfde euvel in de uien klaagde. En vervolgens ook nog een andere tuinbuurman. En tot ik de uien in een ander vak in onze tuin bekeek. Want die zagen er wel ‘normaal’ uit:

 

En dus haalden we gisteren eens zo’n kronkelige ui uit de grond (dat doet altijd een beetje zeer, met zoveel plezier en zorg uitgezocht, gekocht en geplant). Zo kun je wat duidelijker zien hoe frisgroen en toch vreemd kronkelig het blad is, en dat er nog weinig ‘bol’ is:

 

En dus pelden we laag voor laag van de onderontwikkelde bol. En jawel, we hebben voor het eerst van ons leven preimineervliegen in onze uien. Op de foto hieronder zie je zo’n afgepelde ui. Ze gaat nooit meer oogstbaar worden, er zijn verschillende gangen in ‘geknaagd’. En als je goed kijkt zie je links een oranjerode ‘pop’.

 

Nog zo’n akelige foto, dit keer in een witte/gele ui (ze maakt dus geen onderscheid in kleur of ras):

 

En dus zocht ik wat meer informatie op internet. Ze is een relatief nieuwe exoot, komt vanuit Oost-Europa. En ze heeft 2 belaagmomenten per jaar. Het ene moment is in maart/april, dan worden de eitjes in de jonge uien- en sjalottenplanten gelegd. De larven die er worden geboren voeden zich met de uien (waardoor die zo kronkelig groeien, en de ui zelf ontwikkelt zich niet en er zitten bruine gangen in).

Het tweede belaagmoment is in de nazomer en herfst, en dan zorgt ze vooral bij prei voor ongeveer dezelfde problemen (slechte groei en bruine gangen waardoor de prei oneetbaar wordt).

Preventief zou het kunnen helpen om hooi hoog tussen de planten te draperen (waardoor de vliegjes minder goed bij de prei- en uienplanten kunnen komen om eitjes te leggen). En je kunt de planten natuurlijk afdekken. Maar omdat de vliegjes slechts enkele millimeters groot zijn zul je dat met het allerfijnste insectengaas moeten doen (< 0,7 millimeter maaswijdte).

Bestrijden zou eventueel kunnen met het biologische middel Pyrethrum. En dat hebben we in huis maar telkens wanneer ik het etiket lees (met opmerkingen dat het een breedspectrum middel is dat dus ook andere dieren doodt, maar ook dat het in verband wordt gebracht met kanker, etc.) gaat het weer met dezelfde vaart terug de kast in. En dan schijnt er nog een middel te zijn dat Spinosad heet en dat ook biologisch is maar veel gerichter werkt (maar wel ook bijvoorbeeld bijen doodt).

En voor nu helpt dat al niet meer. Nu zitten de larfjes al binnenin de ui te smullen, en beide middelen werken alleen wanneer de larfjes nog dichtbij het oppervlak zitten. Voor nu vrees ik dat er niet veel anders opzit dan ui voor ui goed te bekijken en de exemplaren die zijn aangetast uit de grond te halen. En die uien moeten worden weggegooid om te voorkomen dat zo de larven in de uien in de composthoop overleven, verpoppen, uitvliegen en zich zo  vermenigvuldigen (met meer kans op aantasting in de prei komende herfst).

Of en wat we later preventief en eventueel als bestrijding bij de prei willen gaan gebruiken durf ik nu nog niet te zeggen. Bij voorkeur laten we het gaan zoals het gaat. De zomerprei hebben we juist vorige week uitgeplant, en de winterprei is al zo groot dat we ook die binnenkort uit kunnen planten.

Het is bijzonder om te melden dat de knofloken die naast de uien staan nergens last van lijken te hebben, ze zijn mooi dik, kaarsrecht, het blad begint al iets bruin te worden (maar dat is juist het teken dat de bol aan het groeien is en de planten binnen enkele weken afsterven en de bollen kunnen worden geoogst).

 

Maar de sjalotten willen ook niet echt goed groeien. En na die nog eens goed te hebben bekeken, vrezen we ook voor die oogst het ergste:

 

Bij deze zijn we weer een ervaring rijker en een illusie armer. En nu? Niet getreurd, we gaan alles wat er ziek uitziet uithalen en vernietigen. En, dat verschilt niet van de eerste alinea in dit blog: we bekijken het in zoverre positief dat ik gelijk knolvenkel ga zaaien, en nog wat bietjes, en ik krijg alsnog plaats voor de quinoa die ik zaaide, en voor de ‘flowersprouts’.

En nu ik deze nieuwe belager heb gezien kan ik haar een volgende keer makkelijker herkennen, en dan zijn we misschien op tijd om er nog iets aan te doen.

Carine, nogmaals dank voor de tip! En dank ook voor de link waar je meer informatie over de preimineervlieg kunt vinden: Sjef’s Tuintips . En mocht je nog wat meer informatie zoeken, de Engelse naam is Allium Leaf Miner.

Mocht iemand aanvullingen, verbeteringen, tips, ervaringen, etc. hierover hebben, dan hoor ik het heel graag! Want elke dag dat we naar de tuin gaan vertellen weer andere tuinburen ons dat ook hun uien- en sjalottenoogst grotendeels is verwoest. Dus dit is niet alleen voor ons tuincomplex het eerste jaar met de preimineervlieg maar het is ook gelijk behoorlijk ernstig. Is het toeval, komt het door de zachte winter, kan het ras of de herkomst van de plantuien er ook mee te maken hebben, is het de droogte, of heeft het feit dat het al vroeg in de lente zo warm was voor een eerste en gelijk extra grote explosie van dit kleine vliegje gezorgd?

Tot slot dan nog een foto van iets veel leukers dan ziekten en plagen, want de eerste moestuinbloemen gaan bloeien! De Tagetes (afrikaantje), Papaver rhoeas (grote klaproos) en Cosmos (cosmea) zitten vol in knop. En de Dianthus barbatus atrosanguineus gaat bloeien:

 

Rabarbermoes inmaken

Ik kan het niet laten. Ik houd nu eenmaal van inmaken, ik vind het leuk om te doen, ik vind het leuk om er mee te experimenteren, en we vinden het ook nog eens lekker (nou ja, het meeste dan).

Gisteren zag ik dat de vlierstruiken in bloei komen. En we konden gisteren ruim een kilo rabarber oogsten. En 1 + 1 = 2. Dus bedacht ik dat vlierbloesem misschien wel heel lekker zou kunnen zijn met rabarber. Hoe zou ik dat eens kunnen combineren?

 

Ik heb vanmorgen eerst een stuk of 20-25 vlierbloesems geknipt. Dat is elk jaar weer een feestje, met knipschaar naar het einde van de straat, daar is een parkje waar veel vlierstruiken staan. En zoals elk jaar werd ik ook dit keer weer nagestaard door voorbij fietsende en wandelende mensen die dachten dat ik van Lotje getikt was; iemand die met een emmertje de bloemen uit struiken in een gemeente-plantsoen staat te knippen 🙂 .

De bloemen mogen niet gewassen worden, want het stuifmeel zorgt juist voor de geur en smaak. Ik leg altijd een theedoek buiten op de terrastafel en spreid de vlierbloesems daarover uit. Dan kunnen eventuele vliegjes, kevertjes, etc. weg lopen/vliegen.

 

Ondertussen boen ik 3 sinaasappels schoon, pers het sap uit en schaaf met een dunschiller ook nog een stuk of 6 brede reepjes sinaasappelschil (zonder het wit want dat is bitter). Het sap en de 6 reepjes schil gaat ik in een grote schaal. Vervolgens controleer ik elke vlierbloesemscherm nog even op levende have en zet ze daarna met de steeltjes naar boven, en de bloempjes zelf dus in het sinaasappelsap:

 

Terwijl dat staat te ‘weken’ was ik de rabarber en heb die afgewogen, in stukjes gesneden, in een pan gekiept, en er 2 eetlepels honing bij gedaan.

Na  2 uurtjes weken (en af en toe de bloemschermen een beetje door het sinaasappelsap wiebelen) is er nog maar heel weinig sinaasappelsap over (en dat is dan lichtoranje en troebel van het stuifmeel), het sap is opgenomen door de bloempjes. Ik heb een zeef op de pan met rabarberstukjes gezet, en bloemscherm voor bloemscherm  boven de zeef/pan ‘uitgeknepen’. De uitgeknepen bloemschermen kunnen weggegooid worden, evenals de sinaasappelschilrepen. Het beetje sap dat nog in de schaal achterbleef gaat ook door de zeef bij de rabarberstukjes. Vervolgens gaat de pan met het sinaasappelsap met rabarberstukjes en honing op het vuur.

Terwijl de rabarber langzaam aan de kook komt (regelmatig  roeren) maak ik 4 potten van 350 cc met kokend heet water en soda schoon (en spoel die met kokendheet water na).

Ik heb rabarber zo’n 12 tot 14 minuten laten koken. Nu kan er nog suiker of zoetstof of honing of iets anders aan worden toegevoegd. De 2 eetlepels honing die ik eerder toevoegde waren vooral om het bloemige en de al iets honingachtige geur en smaak van de vlierbloesem te versterken. De smaak is nu nog steeds behoorlijk zuur dus de meeste mensen zullen er nog suiker of een vervanger aan toe willen voegen.

Bedenk dat suiker een conserverende werking heeft, zoetstof niet. Ik heb er zelf niks meer bij gedaan, ik zie wel of en wat ik nog bij de moes doe wanneer ik die eet. Ik heb deze rabarbermoes gemaakt met de bedoeling om er ’s ochtends als ontbijt wat van in een bakje met kwark te doen, met wellicht wat zoetstof of misschien wel wat verse aardbeien of blauwe bessen. Omdat ik geen suiker heb toegevoegd heb ik wat kleinere potten gebruikt, en ik ga die na de eerste opening in de koelkast bewaren en binnen een week opmaken.

 

En zo makkelijk is het. Terwijl de rabarber klaar is zijn ook de potten schoon en staan gevuld met kokendheet water te wachten. Ik gooi het water weg en vul de kokendhete potten met de rabarber.

 

Na het vullen heb ik de potten afgesloten met de even schone en kokendhete deksels, en de potten daarna ondersteboven af laten koelen tot ze vacuüm waren.

En dit is dan het resultaat: van 1250 gram rabarber, 3 sinaasappels, 2 eetlepels honing en 20-25 vlierbloesems:

 

De eerste inmaak van 2019!

Ik kon 4 potten vullen en hield dan nog een klein beetje over. Dat zit in het schaaltje en gaat morgen door de kwark. Kan ik het mooi gelijk goed proeven (want ik heb het alleen nog lauwwarm kunnen proeven, en nu al lekker, maar het is koud natuurlijk het lekkerst).

 

Even

Wat hebben we het druk! Alles komt tegelijk.

Ruud en ik hebben allebei een heel andere manier van tuinieren. Ruud kan ’s ochtends bedenken wat hij in de tuin wil gaan doen. En dan gaat hij dat ook doen, bijna stoïcijns begint hij aan wat hij van plan was en maakt dat af.

Ik kan dat niet, ik zie teveel. Soms lijkt het alsof ik niks doe in de tuin. Ruud kan aan het einde van een tuindag altijd laten zien wat hij heeft gedaan: er zijn bijvoorbeeld 2 vakken onkruidvrij gemaakt, er is iets opgebonden en de planten in de kassen hebben water gekregen. Target gehaald, ik kan zo zijn werkbriefje aftekenen 🙂

Donderdag 11 uur:

 

Donderdag 12 uur:

 

Kijk, zo doet Ruud dat.

Ik ben er bijna jaloers op, en ik neem me heel vaak voor om dat ook zo te doen. En ik ga ook altijd naar de tuin met een plan, met in mijn hoofd een rijtje dingen die ik af wil hebben aan het einde van de dag. Maar de kans is zo ongeveer 0% dat dat ook daadwerkelijk lukt. En dat komt omdat ik nu eenmaal onderweg van alles en nog wat tegen kom. Ruud begrijpt dat niet, hij kan aan het einde van de dag zeggen: “Nou heb je al 5 dagen witlofzaden in je tas, heb je ze nou nog niet gezaaid?”

Ondertussen heb ik ze gezaaid, jawel! Maar het heeft inderdaad wel bijna een week geduurd, elke dag ging het zakje zaden mee naar de tuin, en ongeopend weer mee naar huis. En ik moet ook nog heel veel zaailingen uitplanten, overal staan tray’s en potjes:

 

Maar ondertussen begint de tuin al wel vol te worden en weet ik niet heel goed waar ik alles nog moet laten 🙂

En wat ik dan wel doe? Dat is misschien het best uit te leggen door een kleine opsomming te geven van een deel van een willekeurige tuindag in de afgelopen week:

  • De Zinnia’s in de voortuin zijn opgevreten (ik gok slakken). Dus die moet ik even opnieuw zaaien. De zaden gaan mee naar de tuin.
  • En ik moet dus potgrond met wat brekerzand mengen en een traytje vullen.
  • Als ik een lege tray in de kas wil pakken zie ik dat de 5 potjes met rode koolzaailingen kurkdroog staan. Die moet ik eerst even water geven.
  • Daarna vul ik een tray en wil ik de Zinnia’s gaan zaaien. Maar ik kom in mijn tas ook nog sojabonen tegen. Ook leuk!! Die zaai ik eerst.
  • Als ik de gezaaide sojaboontjes water wil geven en de gieter haal zie ik dat de emmer met heermoesgier wat extra water nodig heeft. Dat doe ik dan eerst even.
  • En op de terugweg zie ik dat een tak van de framboos helemaal over het pad hangt. Die moet ik even opbinden.
  • En daar zie ik ook een lieveheersbeestje, die vang ik voorzichtig en zet die in kas 2 op een peperplant met luis.
  • En in kas 2 zie ik vervolgens het glas met zoete aardappelstekken staan; ze hebben genoeg worteltjes om opgepot te worden. Ook gelijk maar even doen.
  • Daarna kan ik dan eindelijk de Zinnia’s gaan zaaien. Maar onderweg naar de tray en de tas waar de zaden nog steeds in zitten zie ik ineens dat de eerste knofloken door gaan schieten. Eerst even de bloeistengels eruit halen

 

  • En als het goed is zou het vrijdag gaan regenen. Dan strooi ik gelijk ook even wat kali bij de knofloken. En dan ook maar gelijk bij de aardappelen, bietjes en worteltjes.
  • Ik loop daarbij langs de knolvenkelzaailingen die ik gisteren in een verhoogde bak heb uitgeplant. Maar ik ben vergeten om die gelijk water te geven, alsnog even doen.
  • En dan kan ik gelijk ook even de pompoenen die erachter staan water geven.
  • En terwijl ik via het andere paadje terug loop zie ik dat 2 bladeren van de artisjok helemaal over de uien hangen. Ik haal een knipschaar om die bladeren even af te knippen.
  • En terwijl ik die bladeren naar de compostbak breng zie ik dat de framboos die daarnaast staat een uitloper maakt. Ik haal even een onkruidsteker en haal de frambozenuitloper weg
  • Daarbij zie ik dat er in de kruidentuin tussen de planten wat distels en heermoes groeien, die haal ik gelijk ook even weg

En vervolgens loop ik met mijn hand vol met onkruid naar Ruud, zodat ik het in zijn afvalemmer kan gooien. Maar Ruud’s emmer is al helemaal vol, want Ruud is ondertussen al klaar met een vak. “Heb jij ook al een vak schoon?”, vraagt hij. Nee, natuurlijk niet, ik ben, zoals zo vaak, 25 dingen op 15 plaatsen tegelijk aan het doen. En daar zie je nu eenmaal nooit gelijk resultaat van. Het klinkt zo nutteloos, maar dat is het niet hoor (ik praat mezelf wat moed in, dat lijkt me duidelijk).

Afijn, na nog enkele uren heen en weer lopen met zaden, gieters, zaailingen, knipschaar, stekjes, onkruid, bakjes en noem maar op, zijn uiteindelijk toch de Zinnia’s en witlof gezaaid. Maar aan wieden ben ik niet meer toegekomen, die taak schuift weer een dag op. Ruud heeft zijn target (natuurlijk) wel gehaald.

Samen planten we voor we naar huis gaan nog even de stokbonenplanten uit:

 

En geven we de kassen en de potten nog even water. En we ruimen nog even op. kijken nog even wat we hebben gedaan. En wat er nog moet gebeuren. En zien toch ineens een grote distel die we hebben gemist bij het wieden, die moet er nog even uit. En de schrepel blijkt nog in de tuin te liggen en moet nog even in de kist worden gelegd.

En dat gaat zo ook elke dag: als we om 15 uur zeggen dat we gaan stoppen weten we al dat we pas ruim een uur later ook echt op de fiets stappen.

Ik heb geen idee hoe vaak het woord ‘even’ in dit blog voorkomt, maar met heel veel ‘evens’ kan ik een hele tuindag vullen 🙂

Tot slot nog even wat mededelingen:

Ik heb op de website van Pokon ook een blog geschreven: over het hoe, wat en waarom van IJsheiligen

En ik heb nog wat pagina’s bijgewerkt:

En dan wil ik voor de laatste keer melden dat Laura dit weekend met onze zaaiagenda op het tuinevenement Gardenista staat:

 

Ze staat in de plattegrond op nummer 4C, een klein stukje voorbij het terras. Als je er naartoe gaat hoor ik heel graag hoe het is geweest. En breng dan vooral Laura ook even een bezoek! En dit weekend is de beursprijs van de agenda ook geldig in de webwinkel van Laura.

En dan nog iets: aanstaande zondag begint in Engeland de Chelsea Flower show weer! Van zondag tot en met volgende week vrijdag kun je elke dag op BBC1 en BBC2 zien wat daar gebeurt, je kunt er vaak showtuinen zien, impressies van het tuinevenement, interviews met kwekers, etc..

Tot slot dan nog 1 foto, van de Lavandula stoechas die tot mijn verbazing de afgelopen winter in de volle grond gewoon overleefde en nu volop bloeit:

 

Voor- en tegenspoed

Ik denk niet dat ik me een jaar kan herinneren dat werkelijk alles in de tuin het fantastisch deed. Er gaat altijd wel iets fout. Kunnen we veel bonen oogsten, dan doen de kolen het minder goed. Hebben we veel appels, dan hebben de peren een beurtjaar. Kiemen alle bonenzaden goed, dan valt het kiempercentage van de maïs tegen omdat de grond net iets te nat was. Het is altijd wat…..

En dit jaar is wat dat betreft niet anders. Sterker nog, we hebben wat extra tegenvallers. Het is altijd leuk om over de successen te schrijven (en die te laten zien). Maar het is misschien toch ook eens handig om de mislukkingen eens te laten zien; voor het geval dat mensen denken dat wij een ideale tuin hebben 🙂 . Het tegendeel is waar. En zoals ik al zo vaak heb gezegd, tuinieren is geen wetenschap. We moeten het doen met de omstandigheden zoals we ze voorgeschoteld krijgen. En soms vallen die wat tegen. En soms hebben we zelf door omstandigheden even wat minder tijd, of zin.

Een voorbeeld van die tegenvallende omstandigheden is (zoals ze wel vaker de hoofdschuldige is) het weer. Het blijft maar koud. Het onkruid heeft er geen enkel probleem mee maar de andere planten zijn er duidelijk minder van gecharmeerd. Tuinbonen en doperwten groeien prima, maar knolvenkel, bleekselderij, en zelfs de goudsbloemen staan stil en wachten op warmere tijden. En ook voor dit weekend worden nog koude nachttemperaturen verwacht, we wachten dus nog maar even met het uitplanten van bonen, maïs, courgettes, etc..

Ik heb in het vroege voorjaar voor het eerst Komatsuna (mosterdspinazie) gezaaid. Het is het ras Comred F1. Ze kiemde en groeide als de snelste en beste. Maar ze schiet nu al door, slechts 20 centimeter in doorsnede.

 

We gaan ze morgen maar oogsten en eten ze dan zondag met bloeistengel en al op. Dat zal ze leren.

De planten in kas 1 en 3 doen het prima, maar in kas 2 staat alles er wat knullig bij. Toen ik gekrulde blaadjes bij een peperzaailing zag besefte ik het: luis!! Een paar dagen later hebben de eerste 2 jonge tomatenplanten het al begeven. En dus loop ik nu al 2 dagen elke ochtend eerst een half uur lieveheersbeestjes te zoeken, om ze vervolgens voorzichtig in de kas bij de betreffende planten te zetten – in de hoop dat ze honger hebben. Ik hoop dat als het warmer wordt we ook wat larven van lieveheersbeestjes vinden (want die eten nog veel meer luizen).

Ik had in maart van die leuke langwerpige Hinona Kabu raapjes gezaaid. Vorig jaar zagen ze er op 17 mei zo uit, toen konden we ze al oogsten:

 

Dat wilden we weer! Maar nu, op 10 mei:

 

Allemaal  doorgeschoten. Ik heb ze er vandaag maar uitgetrokken, de raapjes zelf nog geen 5 centimeter lang en amper dikker dan een lucifer. Ze liggen nu op de composthoop. Maar niet getreurd, de ruimte is direct weer gebruikt, ik heb op die plaats nu wat voorgezaaide knolvenkel uitgeplant. We geven niet op.

Ik zal het verder maar niet over onze koolplanten hebben……..:

 

En wie vreet er gaten in onze, normaal gesproken zo prachtige wollige Salvia argentea?

 

Nog wat mislukkingen:

De kruisbessen worden massaal opgevreten. En we weten wel wie dat doen: eenden. Vandaag hebben we er een net over gespannen, maar 2/3e van de nog gifgroene en keiharde kruisbessen zijn binnen een dag al opgevreten.

En morgen ga ik voor de vierde keer knolselderij zaaien, al drie keer gezaaid en nog steeds niet gekiemd. Maar de aanhouder wint (hoop ik). Ook de stengelsla wilde de eerste ronde niet kiemen, evenals de eenjarige Lupinen. En de bietjes kiemden wel maar willen vervolgens maar niet groeien.

En dit jaar krijgen we alles bij elkaar nog niet eens één emmer appels. 1 boom heeft een beurtjaar en de 2 nieuwe jonge boompjes gaven vorig jaar al wel wat appels maar slaan dit jaar ook over.

En dan stop ik nu met klagen hoor. Want het blijft leuker om te melden wat er wel lukt. We krijgen weinig of geen appels, maar wel heel veel peren, en ook pruimen. En de frambozen bloeien volop. En de in februari gezaaide prei doet het prima:

 

Als ze zo dik als een potlood zijn kunnen we ze uit gaan planten.

En we eten al sla uit de volle grond, de snijbiet groeit prima, we hebben al 3 keer rabarber geoogst, de Dahliaknollen lopen uit, bijna alle aardappelen staan boven de grond, etc.. En de knoflookstengels beginnen al wat dikker te worden (en hoe dikker de steel, des te groter wordt de bol, is onze ervaring). Er gaat dus zeker ook meer dan genoeg goed hoor.

En niet te vergeten, de viooltjes die we in oktober plantten bloeien volop:

 

Dat geeft de burger moed 🙂

Tot slot heb ik nog wat mededelingen. Ik heb weer een aantal pagina’s bijgewerkt, teksten aangepast, nieuwe en grotere foto’s toegevoegd en de mogelijkheid tot reageren toegevoegd:

En ik heb nog 2 erg leuke en lekkere rabarberrecepten uitgeprobeerd en de recepten op de website geplaatst:

 

En dan wil ik nog een keer melden dat aanstaande woensdag 15 tot en met zondag 19 mei het door de KMTP georganiseerde tuinevenement Gardenista plaatsvindt. Voor meer informatie, zie Gardenista

En misschien ook leuk om te melden: op de facebookpagina van Gardenista wordt onder de volgers een Zaaiagenda voor de moestuin verloot: Facebookpagina Gardenista

En zoals ik al eerder schreef: Laura staat op zaterdag en zondag 18 en 19 mei met de zaaiagenda op dit evenement. In de stand van Laura geldt er op die zaterdag en zondag een korting van 2 euro op de agenda. En omdat we dat wel zo eerlijk vinden geldt die  korting op 18 en 19 mei ook wanneer de zaaiagenda in de webshop van Laura wordt gekocht. Mocht je dus interesse hebben in de zaaiagenda, wacht dan vooral even tot volgend weekend!

Voor wie die zaaiagenda nog niet kent: op deze pagina vind je er meer informatie over. En voor wie de agenda al heeft: deze week heb ik een deel van de agenda weer schema voor schema en icoon voor icoon nagekeken, en ik heb nog 3 kleine foutjes gevonden. Op de pagina van de zaaiagenda vind je de foutjes en hun verbeteringen (2 x een plantafstand en ik vond in één schema van kervel een wortelgewasicoon waar natuurlijk een bladgewasicoon hoort te staan).

Ik hoop komende week weer verder te gaan met de controle. Maar morgen gaat de agenda mee naar de tuin, want aan de hand van de agenda ga ik zaaien wat er nog mogelijk is. Nu er wat soorten niet kiemen (of doorschieten zoals de komatsuna) komen er een paar plekjes in de planning en tuin leeg. Dus ik ga toch nog maar wat Nieuw-Zeelandse spinazie zaaien, en wat nieuwe goudsbloemen. En de zaden van de palmkool en boerenkoolspruitjes gaan mee. En nog een basilicumras, en de stokpronkbonen, en ik ga nog een poging wagen met het dragonafrikaantje (Tagetes lucida). Eigenlijk een zak vol. Morgen een zaaidag!