Klagen

Soms vraag ik me wel eens af waarom we niet een hobby hebben gekozen die wat milder voor ons is. Waarbij we wat minder door tegenslagen worden getroffen. En waar we het wat minder druk mee hebben. Postzegels sparen, of klaverjassen of zo.

Maar nee, wij moesten zo nodig moestuinieren als hobby kiezen, waarbij we elk jaar opnieuw te maken krijgen met preimineervliegen, luizen, doorschietende bieten, hoosbuien en hagel, en dan weer weken van droogte, slakkenplagen, rode kolen die niet willen groeien, meeldauw in de komkommerplant, omvallende papavers, een mol onder de meloenplanten. En zo kan ik nog wel een uur doorgaan.

Eigenlijk hebben we het heel druk in de tuin, met de gebruikelijke zaken als wieden, zaaien, planten en oogsten. Maar we hebben er amper tijd voor. Want er moet water worden gegeven. En niet een beetje, het grondwaterpeil is hier nog zo laag dat we elke dag flink moeten gieten om alle planten van hun minimale behoefte aan water te voorzien. Elke dag drinken de planten ervan maar de dag erna is de grond weer kurkdroog. Of misschien is scheurdroog een beter woord:

 

Water geven kost zoveel tijd, terwijl er nog zoveel te doen is. Maar het is te belangrijk om het over te slaan.

En ik wil ook niet zeuren. In 2012 (het lijkt bijna een eeuwigheid geleden en tegelijkertijd alsof het gisteren was) hadden we nog geen verhoogde bakken en stond in een klets- en kletsnatte zomer de hele tuin letterlijk onder water.

De stoksperziebonen in 2012 gingen verloren:

 

In dat jaar besloten we voor het eerst dat verhoogde bakken wel eens de oplossing zouden kunnen zijn voor de steeds grilliger wordende weersomstandigheden.

En nu hebben we ondertussen allemaal verhoogde bakken en is het voor de derde keer dit jaar voor een langere periode kurkdroog. Ik weet het, we mogen echt niet klagen (zeker niet als ik een oud blog uit de zomer van 2012 lees : Gevlucht). Maar er gaat de komende 2 weken waarschijnlijk nog geen druppel regen vallen (en daarna vast 50 millimeter in een nacht, of hagel, wellicht in combinatie met windkracht 8).

En dus gaan we vandaag maar weer water geven. Wij hebben  gelukkig een waterpomp. Dat helpt heel veel. Maar zaligmakend is nou ook weer overdreven. De pomp is niet voor elke plek in de tuin even handig. En water geven met een pomp is heel handig maar aan het einde van de dag ben je moe van het gesjouw met slangen, zit je tot aan je nek onder de modder en sop je in je schoenen.

Zo, dat moest ik even kwijt, het lucht op. En ik maakte even foto’s van de stoksperziebonen dit jaar en als ik die vergelijk met die zielige, bezwijkende bonen van 2012 stop ik direct met klagen en prijs ik me gelukkig. Want uiteindelijk kun je bij droogte water geven, maar aan teveel regen kun je op korte termijn helaas weinig doen (ja, geultjes graven).

 

Nog een reden waarom ik het niet naar mijn zin heb; ik heb 2 leuke nieuwe inmaakboeken gekocht maar kom er niet aan toe om het te lezen. En ik heb al helemaal geen tijd voor het inmaken zelf. Het irriteert me mateloos dat ik zoveel leuke recepten en ideeën heb voor jam, chutney en andere inmaak, en dat ik elke dag aardbeien, kruisbessen, frambozen en aalbessen sta in te vriezen in de hoop ooit aan die recepten toe te komen.

Mijn inmaakboeken:

 

Het is me gelukt om één recept uit één van de twee nieuwe boeken te maken. Maar dat is nauwelijks een recept te noemen, het is meer het samenvoegen van ingrediënten, en vervolgens 30 dagen wachten. Maar wel erg leuk!

 

In het kort is het het laten ‘weken/trekken’ van de bloemen van Oost-Indische Kers in azijn, samen met wat ui, peperkorrels en een snuf zout, tot het over 4 weken gezeefd kan worden en het een mooie oranjerode azijn met een wat pittige smaak is geworden. Dat wordt tenminste in het boekje beloofd (de kleur is 4 dagen na het samenvoegen in ieder geval al prachtig).

Dit recept komt uit het Engelstalige inmaakboekje River Cottage Handbook no. 2: Preserves en ik heb het al op de website geplaatst: Tropaeolum-azijn

Het andere inmaakboek dat ik kocht is de Larousse Confitures (ja, ik heb het toch gekocht, op aanraden, en dat blijkt niet onterecht te zijn). Alleen al door erin te bladeren heb ik heel veel zin om een aantal van de heerlijke recepten die erin staan te maken. Maar geen tijd, want we moeten water geven. En aardappelen rooien, want we zagen de eerste symptomen van de aardappelziekte. Ik heb daar op de website van Pokon een blog over geschreven: Aardappelziekte en oogsten

Voor ik in de achtertuin nog even wat gieters vul en de planten in potten en bakken water ga geven wil ik nog wat vragen.

Er worden op de website en in reactie op een blog veel vragen gesteld (of informatie, tips, etc. gegeven). Maar soms kloppen de onderwerpen niet bij de pagina, dus wordt er iets over de ene groente geschreven wat eigenlijk op de pagina van een andere groente thuis hoort. Ik kreeg deze week 2 keer ongeveer dezelfde vraag over frambozen, één maal op de pagina van frambozen en één maal in reactie op mijn vorige blog.

Ik ben zelf nog wel het meest schuldig aan onduidelijkheid hoor. Soms is het lastig om 2 onderwerpen te scheiden of beland ik na een vraag over tuinbonen vanzelf bij dille en vervolgens bij bestrijdingsmiddelen.

Ik heb in ieder geval vanmorgen alle pagina’s over de groenten, kruiden en fruit ‘open’ voor reacties gezet, zodat vragen, antwoorden, opmerkingen en tips op de juiste plaats kunnen worden geplaatst en daarmee de meerwaarde van de geplaatste reacties groter wordt (dat heb ik zo vrij formeel maar toch netjes omschreven lijkt me 🙂 ).

Het betekent helaas wel ook dat ik waarschijnlijk niet op elke vraag/opmerking even snel kan reageren. Ik ben nu al elke ochtend  2 of 3 uur bezig met de website, en met reacties op pagina’s, in berichten, in databases, in oude blogs maar ook op instagram en facebook.

Ik vind het helemaal niet vervelend om vragen te beantwoorden, vaak vind ik het zelfs leuk om mee te denken, of op internet naar een antwoord of oplossing te zoeken. Maar er zijn nu ook mensen die bij een bepaald tomatenras in de database de vraag stellen waar die te koop is (en om mij het googelen en dus de tijd te besparen kan iemand dan zelf ook even googelen). Als googel het antwoord weet bespaart mij dat tijd. En dan zijn alle andere inhoudelijke vragen en natuurlijk ook opmerkingen, aanvullingen en tips van harte welkom! Het kan alleen dus soms wel even duren voor ik antwoord geef.

En als iedereen de vraag/opmerking op de juiste pagina plaatst gaat dat op langere termijn veel tijd schelen want dan kunnen mensen op die pagina en/of bij de reacties op die pagina wellicht al het antwoord op hun vraag vinden. Ik hoop dus dat mensen die een reactie willen plaatsen dit op de pagina doen die het meest betrekking heeft op het onderwerp.

Tot slot dan nog één foto, van een nieuwe liefde, Helichrysum bracteatum Silvery Rose (al schijnt ze ook Xerochrysum bracteatum te heten, en ik zag zelfs ook ergens de naam Bracteantha bracteata. Zucht.

Het is in ieder geval de ouderwetse strobloem. Alleen die naam al, het doet me denken aan doffe, dorre, stoffige droogte, of zoiets. In ieder geval aan iets onaantrekkelijks. Ik zou haar 10 jaar geleden nooit hebben gekocht/gezaaid. Maar dit jaar heb ik er om vrij onduidelijke redenen toch maar eens zaden van gekocht (ik ben vast verleid door een mooie foto op internet).

En ik ben gelijk overstag. Want de bloemen zijn prachtig zilverachtig zachtroze van kleur, de bloemblaadjes openen zich langzaam laagje voor laagje, ze zijn zo droog dat ze ritselen als je erover wrijft. Dus droog: ja. Maar zeker niet stoffig. En ook niet dor want het blad is frisgroen van kleur. En al helemaal niet dof want de bloemen hebben een parelmoerachtige glans. En die bloemen zijn ook nog eens groter dan ik dacht (gemiddeld 3,5 tot 4 centimeter).

 

Ze kan ook nog eens best goed tegen de droogte in de verhoogde bak. Een nieuwe liefde dus! Sterker nog, ik heb voor volgend jaar alvast de Helichrysum bracteatum Apricot mix gekocht 🙂 .

 

Veel

Alles komt tegelijk. Ik heb gezaaid, ik kan nog wat uitplanten, ik moet nodig wat opbinden, en wieden natuurlijk, water geven, tikken, opruimen, en we kunnen ook al oogsten. En zoals ik wel vaker zeg: oogsten heeft ook consequenties voor de rest van de dag (want het verdwijnt niet vanzelf in vriezer of pot).

Ik ging donderdag even naar de tuin om peultjes te oogsten, ik kwam pas 2 uur later weer thuis, met een tas vol doperwten, een bosje rode stengeluitjes, 4 bakjes aardbeien, 1 bakje frambozen, 1 bakje aalbessen en 1 bakje kruisbessen. De peultjes was ik nota bene vergeten.

 

In het voorjaar lopen we graag aan het begin en aan het einde van een tuindag even een rondje door de tuin. Om te kijken of er al iets kiemt, of groeit, of bloeit, of we iets kunnen doen, bedenken wat we de volgende tuindag willen doen, etc.. Maar vandaag (21 juni) is de zomer begonnen. Een rondje tuin in het voorjaar duurt een kwartiertje, een rondje tuin op een dag als deze duurt meer dan een uur.

Want alles komt tegelijk: de stambonen krijgen heel voorzichtig boontjes, de stokbonen moeten opgebonden worden, de maïs heeft water nodig, de snijbiet schiet door, een zonnebloem valt om, de dahlia’s gaan bloeien, de tomaten moet nodig gediefd en opgebonden worden, de koolzaailingen kunnen uitgeplant worden, de komkommer moet worden opgebonden, we kunnen sugar snaps oogsten, de aardappelplanten worden geel, de knofloken vallen om, de pruimen moeten worden uitgedund, en zo kan ik nog wel 100 dingen opnoemen. Er is niet alleen heel veel te doen maar ook heel veel te zien en te genieten. Dus we beginnen gewoon ergens en zien wel waar het schip strandt.

We hebben de eerste knofloken geoogst, ze zien er goed uit, zijn mooi groot en stevig, en er is geen teken van de preimineervlieg.

 

We hebben nog niet alle knofloken geoogst, de planten die nog groen zijn en rechtop staan laten we groeien tot ook die geel worden en omvallen.

We hebben ook een rijtje aardappelen geoogst, mooie grote rode Tiamo’s. We gaan deze lekker in de komende weken eten, hoeven geen aardappelen meer te kopen. Maar 90% van de planten laten we nog in de grond, ze zijn nog grotendeels groen en mogen blijven groeien tot de aardappelen van het eerste rijtje op zijn en de planten afsterven (tenzij er natuurlijk iets met de planten gebeurt of we vrezen voor aardappelziekte).

We hebben de laatste aalbessen geoogst, we oogsten volop aardbeien, en nu beginnen de eerste blauwe bessen te rijpen:

 

En dus verwijdert Ruud vandaag het onkruid en zet alvast stokken, dan kunnen we morgen het net over de planten hangen en stevig rondom bevestigen (het is altijd handiger om dat samen te doen). Hier zijn vooral merels verzot op blauwe bessen, dus we gebruiken een blauw net en zorgen dat het zo goed vast zit dat de vogels er niet in verstrikt kunnen raken.

Van sommige tuinbonenplanten zijn de laatste peulen geoogst en de planten gerooid, de dag erop is de plek in de grond alweer ingenomen door wat koolzaailingen (boerenkoolspruitjes/Flowersprouts) die ik had gezaaid en die nodig uitgeplant moesten worden. En ik had ook nog wat laatste afrikaantjes gezaaid, die kunnen daar mooi voor en tussen staan.

We oogsten al zomerworteltjes:

 

Ik trek voorzichtig de dikste worteltjes uit de rij (gelukkig staan de worteltjes in een verhoogde bak in luchtige en losse grond), de achtergebleven dunnere worteltjes hebben zo gelijk wat meer ruimte en kunnen verder groeien.

We doen zoveel mogelijk, nu het nog 20 graden is. Want vanaf zondag schijnt het heel warm te worden, boven de 30 graden. We kunnen dan niet heel veel meer doen dan ’s avonds naar de tuin gaan om die te verzorgen, overdag is het er veel te warm (tussen de kassen in en daardoor ook windstil is het er nog een paar graden warmer dan buiten de volkstuin). We zijn blij dat het de afgelopen week nog flink heeft geregend, de grond is nu nog nat en de watertonnen zijn gevuld.

Maar als het zo warm wordt is het wel altijd extra spannend voor de kas, want daar wordt het bij die zomerse temperaturen wel zo’n 50 tot 55 graden. De ramen zijn wat verder opengezet en de deuren blijven vanaf zondag open. En ik heb heel ruim blad weggehaald, meer dan wat ik normaal zou doen, om de simpele reden dat de kas hier bij zulke warme temperaturen zo vochtig kan worden dat het vocht langs de ruiten loopt. In dat geval is de kans op het klonteren van stuifmeel groot, en dat zorgt dan vervolgens weer voor een slechte vruchtzetting en dus een kleinere opbrengst. Het nadeel is dat bij het verwijderen van veel blad de kans groter wordt dat vruchten verbranden (letterlijk zonnebrand). We houden het dus goed in de gaten, geven ruim water, luchten goed, hopen op zo af en toe wat stapelwolken of sluierbewolking en een frisse zeewind en anders gaan we overwegen om de kassen ook nog te kalken.

Ik word trouwens nog modern: ik heb een Youtube-kanaal en heb daar 2 korte filmpjes op geplaatst, de eerste van kas 2 voor het dieven, opbinden en verwijderen van blad bij de tomaten, en het tweede filmpje is van daarna. Voor wie het eens wil zien:

Het zijn maar 2 korte wiebelige filmpjes hoor, en zonder commentaar. Want ik ben heel slecht in commentaar, het beeld moet maar voor zich spreken. Misschien kan ik er in de toekomst eens vaker een filmpje posten, van bijvoorbeeld een stukje van de tuin, of van een plant van een bepaald tomatenras of zo.

Dan ook nog even de link naar een erg leuk en lekker inmaakrecept, afgelopen week maakt ik deze Marmelade van rabarber met sinaasappel en vanille. Dit was de eerste keer dat ik marmelade maakte, maar zeker niet voor het laatst. Ze is minder bitter dan echte marmelade en heeft een lekker fris zuurtje door de rabarber.

Ik vond nog meer marmelade-recepten, bijvoorbeeld een recept van marmelade van pompoen en sinaasappel, die ga ik onthouden voor komende herfst.

En tot slot dan nog 1 foto. Soms heb ik zelf een goed idee, maar veel vaker zie ik iets leuks bij iemand anders. En nu zag ik dit in de kas van  onze tuinbuurman. Hij is op vakantie en vroeg ons of wij zijn 2 kassen bij willen houden (dieven, tikken, water geven, opbinden, etc.). Natuurlijk! Het is heel fijn dat hij heeft gezorgd dat de watertonnen vol zitten, en dat ik direct aan de slag kan wanneer dat nodig is, Want in de kas hangt aan een vrolijk blauw touw een paar klompen met daarin wat ik nodig heb als ik wil dieven en opbinden, snoeischaar en op maat geknipte binddraadjes:

 

Handig en ook nog eens heel leuk!!

 

Stoelen

Soms komt iets op je pad. Ik wist het van mezelf niet maar ik blijk een stoelenfetisjist te zijn.

Het begon vorig jaar met twee van deze stoelen die ik van een tuinbuurman kreeg:

 

Ze waren van gietijzer, zwaar, oud en al wat aan het doorroesten. Onhandig, scherp, en vooral niet lekker om op te zitten. Maar ik vond ze prachtig! En ik kreeg een visioen: van Tropaeolum dat er door- en overheen zou groeien. Dat is me tot nu toe trouwens nog niet gelukt. Maar het is leuk om te bedenken wat ik er mee kan, wat er goed bij past.

Ik heb er één zwart gelaten, en ik heb er één met metaalverf blauw geverfd (die had ik nog over van het verven van de hekwerken rond de tuin). Aan de zwarte is nu nog niet zo veel te zien. Maar de blauwe begint al ergens op te lijken:

 

Achter de leuning van de blauwe stoel groeien en bloeien sugarsnaps met witte bloempjes, en rond de stoel staan blauw bloeiend komkommerkruid,  wit gipskruid, Salvia guaranitica Blue Enigma, paarse kool, roze Cosmos bipinnatus Xsenia en witroze snijbiet Peppermint.

Ik begin er lol in te krijgen. En Ruud zelfs ook. Hij vond eerst dat de 2 stoelen vooral ruimte innamen en onhandig waren maar hij geeft nu toe dat het er best leuk uitziet.

En 2 weken geleden kwam er nog een stoel, stoel nummer drie. Deze stoel is van hout, ze stond samen met nog zo’n zelfde stoel plus een houten tafel vooraan op het tuincomplex. Een afdankertje dus. We namen de stoel mee. En voor alle zekerheid ook de tafel (al had Ruud daar nog zo z’n bedenkingen bij).

 

Let ook even op de oude gammele tafel erachter die ik een paar jaar geleden al eens scoorde. Het grote voordeel van tuinieren op een volkstuinencomplex blijkt het feit te zijn dat er altijd mensen zijn die dingen weggooien die ik wil hebben 🙂

Maar nu hebben we dus twee tafels. Of eigenlijk drie, want we hebben ook nog een klein tafeltje (met stoelen) om aan te zitten, wanneer we wat eten of drinken of willen zaaien, stekken of verpotten.

“Wat moeten we eigenlijk met drie tafels?”, vraagt Ruud? Ik geef toe dat het wat krap is, er moest wel wat geschoven worden met tafels, potten en stoelen. Maar de beste smoes die ik had was bijvoorbeeld dat we oogst op de tafel kunnen leggen om mee naar huis te nemen. “En je kunt er je tas of sleutels op leggen. En er passen wat potten op die anders op de grond zouden staan en daar ruimte innemen”, somde ik op.

Blijkbaar waren mijn antwoorden goed genoeg want ondertussen staan beide tafels in de tuin. De eerste, grote tafel die bij de houten stoel stond staat nu op het terras. En ik had nog rode verf op zolder. En ik hou van rood, net zoveel als dat ik van blauw houd:

 

De nieuwe oude afgedankte tafel heeft een tweede leven op ons terras. Het is nog niet helemaal naar mijn zin, er mogen bijvoorbeeld wat mooiere potten op. Maar dat komt vanzelf wel (mezelf kennende).

En dan de houten stoel; die is ook rood geworden. Ruud wilde de stoel eerst schuren en helemaal glad maken maar ik kon hem er (met wat moeite) van overtuigen dat juist alle onregelmatigheden het tot zo’n mooie stoel maakte. En zo ziet ze er nu uit:

 

Ze heeft een mooi plekje gekregen, voor de kas, tussen de kruisbes en een verhoogde bak met perzikboompje en eenjarige bloemen in. De bleekroze roos in pot staat er de rest van deze zomer en herfst maar is eigenlijk voor de achtertuin (op een plaats waar we een Dahlia hadden gepoot die niet meer leefde – tot ik eergisteren zag dat ze toch nog uitloopt 🙂 ).

Voor de oude gammele tafel (die je op de foto van de ongeverfde stoel zag) had ik ook nog een leuk idee. Misschien paste ze net naast de deur van de kas, daar staat ze niet teveel in de weg, en ook daar is ze handig, om er oogst die mee naar huis mag op te leggen, of een snoeischaar of schrepel of schepje, of een tray of potten met zaailingen die uitgeplant kunnen worden.

Bij het opmeten bleek dat het precies zou passen. “Alsof ze er voor gemaakt is”,  zeg ik tegen Ruud. Ruud zweeg maar haalde vervolgens wel een blikje lavendelblauwe verf tevoorschijn. Het kostte 16 euro, “en dat voor een tafel die bijna op instorten staat”, mompelde hij nog, maar ging vervolgens aan de slag met verf, kwast en roller. En dit is het resultaat:

 

De rode Papaver rhoeas-bloemen zijn mooi meegenomen en de Salvia microphylla in pot op de tafel lokt heel veel hommels. Helemaal goed! Je ziet door de ruit van de kas de rode stoel voor de kas. En minder goed te zien maar op de tafel staat een bakje aardbeien, en een blauwe schaal (die ruim 5 jaar ergens in een hoek van de tuin heeft gelegen) past er goed bij en ligt vol met vers geoogste doperwtjes en sugar snaps voor het eten die avond.

En zo hebben we dus naast de stoelen en het tafeltje waar we zelf regelmatig aan zitten een bijna compleet meubilair verzameld 🙂 .

Zelfs Ruud vindt het blijkbaar leuk. Want onverwacht komt hij aanlopen met de andere afgedankte stoel die was achtergebleven. “Ach, vond je hem ook zo eenzaam zoals hij daar helemaal alleen was achtergelaten?”, vraag ik. Maar dat gaat Ruud natuurlijk te ver, “Je hebt nog een beetje rode verf over” is zijn antwoord. Wat de reden dan ook is, ook deze vierde stoel is van harte welkom. Al heb ik Ruud  wel gelijk moeten beloven dat het wel het laatste meubelstuk in de tuin wordt.

Tot slot nog even 2 meldingen:

Ik heb de laatste tijd veel foto’s op mijn Instagram– en Facebookpagina geplaatst. En één van de laatste foto’s is die van de stelen van snijbiet die ik in zoetzuur heb ingemaakt, en dat blijkt verrassend lekker. Ik heb beloofd het recept op de website te zetten en dat vind je hier: Zoetzuur van snijbietstelen

 

En dan tot slot nog even de link naar het blog dat ik op de website van Pokon heb geschreven, het gaat dit keer over mijn oude en tevens hernieuwde liefde: Salvia microphylla

En ik kwam er later achter dat ik op diezelfde website 3 jaar geleden ook al eens een blog over deze plant schreef. De link naar dat oude blog vind je onderaan dat blog, of via deze link: Grote liefde.

Ik word oud of ik schrijf teveel (ik hoop op het laatste maar ik gok  het eerste 🙂 ). Want ik kon me helemaal niet herinneren dat ik al eerder over Salvia microphylla schreef. Ik heb het zelf ook even gelezen en pas nu begint me iets te dagen. En ik begrijp nu ook gelijk waarom ik zo veel langer over het schrijven doe dan 3 en meer jaar geleden: de blogs waren toen veel korter maar ook anders van stijl. Niet beter of slechter maar anders. Uiteindelijk ‘klets’ ik nog steeds wat over tuinieren. Maar ik probeer er nu blijkbaar meer informatie in te stoppen, en daarvan wil ik de gegevens natuurlijk ook checken voor ik het plaats, ook dat kost wat meer tijd. Mocht je het leuk vinden om het overduidelijke verschil in schrijven, toen en nu, te zien, dan is het wellicht leuk om de 2 blogs na elkaar te lezen 🙂

En tot slot een foto van zo’n Salvia microphylla (en ik heb die liefde dus in twee blogs uitgelegd, dat moet samen met de foto’s op deze pagina toch genoeg zijn om een paar mensen ‘aan de Salvia microphylla te krijgen’ 🙂 ).

 

Toppen en oogsten

Ik kreeg een week of 2 geleden van 2 mensen de vraag wat te doen wanneer een tomatenplant zichzelf heeft getopt (of wanneer je de tomatenplant per ongeluk een handje hebt geholpen 🙂 ).

Ook hier hoor, op een dag waarop ik alle tomatenplanten moet dieven, tikken en blad verwijderen en ik haast heb gebeurt het me bijna elk jaar wel een keer dat ik bij per ongeluk eens een top uit de tomatenplant knip (in plaats van de dief). Dat is nog niet zo erg, want dan wordt de dief de nieuwe stam (misschien niet ideaal maar het zij zo).

Er zijn ook stamtomaten die zichzelf toppen. Dat zijn vaak vleestomaten, bij cherrytomaten heb ik dat, geloof ik, nog nooit gezien. Als een tomatenplant zichzelf topt is dat helaas altijd al na de onderste tros (halverwege of bovenin de plant heb ik het ooit wel eens gezien maar dat is zeer zeldzaam).

Oftewel: als die onderste tros bloempjes bloeit zie je dat erboven geen stam is, niets, het zou dus eigenlijk gelijk het einde van de oogst betekenen. Een voorbeeld:

 

De plant is pas 45 centimeter hoog, een leuke tros met bloemen maar verder is er niets meer. Nou ja, hier zie ik nog 2 vrij duidelijke dieven dichtbij de tros waar ik een stam van kan maken. Soms zijn zelfs die er niet. Zoals bij deze plant:

 

In de oksels, zowel links als rechts, zie je alleen maar bladeren. En bovenin zie je een bloemtros. Ze is een stamtomaat maar er is dus geen stam meer. Er lijkt niets meer waar je verder mee kunt gaan.

Maar als ik inzoom zie je dit:

 

Twee pietepeuterige diefjes. Amper een halve centimeter groot. Op dit moment wacht ik graag nog een weekje, om te kijken welke van de twee zich het beste en snelst ontwikkelt. Kies vervolgens welke van de twee je aan wilt houden, en de ander verwijder je. Deze dief wordt de nieuwe stam. Soms kan zo’n diefje dat een nieuwe stam moet worden zelfs helemaal onderin de plant zitten, als er maar ergens iets zit (en dan het liefst zo hoog mogelijk).

Als zo’n diefje nog zo klein is kun je je moeilijk voorstellen dat ze een stam wordt. En bedenk dat ze dunner en slapper is dan een stam, ze moet extra goed en voorzichtig worden aangebonden want ze buigt en knakt makkelijk.

Een week of 2 later zie je pas de potentie en gaat ze voorzichtig op een stam lijken:

 

Rechts zie je de bloemtros, links bij de zwarte pijl zie je dat een minuscuul diefje uiteindelijk dikker is geworden en ondertussen al aan de stok kan worden aangebonden.

En tot slot dan nog een foto van een tomatenplant waarbij zo’n minuscuul diefje een nieuwe stam is geworden:

Bij de onderste zwarte pijl zie je dat ze uit een diefje in een bladoksel is ontstaan. Dit blijft altijd wel een wat zwakkere plek. Maar goed opbinden zorgt ervoor dat ze netjes langs de stok  groeit. En als je heel goed kijkt zie je dat helemaal bovenin de plant dat de dief haar eerste bloemtrosje maakt. Uiteraard is het belangrijk dat je deze nieuwe stam verder goed dieft en opbindt.

En zo kun je een tomatenplant dus toch nog redden van een kleine plant met weinig opbrengst. Zelfs als een diefje zich onder de bloemtros bevindt kun je die nog tot nieuwe stam maken. En dit geldt dus niet alleen voor een vleestomaat die zichzelf topt maar ook wanneer je zelf de top per ongeluk wegknipt. Of wanneer de stam van een tomatenplant per ongeluk knakt omdat je er bijvoorbeeld met een tray zaailingen langs loopt.

Nou, ingewikkelder wordt het telen van tomaten niet, dit is wel het lastigste klusje dat ik ken. Dan valt het toch erg mee 🙂

Ondertussen zijn de meeste tomatenplanten hier al weer ruim een meter hoog, de tweede trosjes bloemen bloeien en de onderste trosjes bevatten ondertussen al tomaatjes. Het is nu nog bijna niet voor te stellen maar de kans is vrij groot dan w aan het einde van deze maand de allereerste tomaatjes kunnen oogsten.

En verder in de tuin? We zijn blij met de 20 millimeter regen die er is gevallen, en minder blij met de storm van vandaag. Maar er was hier gelukkig geen hagel en bliksem. De tuin was er aan toe (en de natuur was er aan toe want we zagen zelfs al flink wat droog en verdord blad onder de bomen liggen).

Het onkruid groeit ook goed van een goede regenbui, dus voor de komende week staat’ Wieden’ (met een hoofdletter) bovenaan ons werkbriefje. Direct daaronder staat ‘Oogsten’. Want we eten al volop van de tuin, sla en andijvie, rucola, mosterdblad, stengelui, de eerste bietjes, en snijbiet. En heerlijke aardbeien, en de eerste frambozen.

Nog een week (of misschien anderhalf) en dan kunnen we aalbessen plukken. En we hebben al tuinboontjes gegeten, en sugar snaps. En na het weekend kunnen we doperwten plukken.

 

Sterker nog, ik voorzie dat er binnenkort wat gaatjes in de tuin vrij komen, waar sla en andijvie staan/stonden. En het mosterdblad begint door te schieten. En over een week of 3 zijn alle tuinbonen geoogst, en de kapucijners en doperwten. En dan gaan we ook eens een aardappelplant rooien om te kijken hoe ver ze is. En dan beginnen waarschijnlijk ook de knoflookplanten af te sterven.

En dus wordt het tijd om eens te bedenken wat we voor die plekken willen zaaien; verschillende koolsoorten, bonen, bieten, nog een rijtje rammenas, witlof, snijbiet, melde, zonnebloemen, basilicum, anijs, korenbloemen….. er kan nog zoveel! In de Zaaigenda voor de moestuin staan (ik heb ze even geteld) nu nog 138 soorten groenten, kruiden, fruit en bloemen die nu nog gezaaid of uitgeplant kunnen worden!

Zondag zaaien!!

Tot slot nog een foto, van een bloem in de moestuin natuurlijk: Tagetes patula Burning Embers