Dolichos lablab

 

Eerst even dit, mocht je internationale informatie of bijvoorbeeld zaden van Dolichos lablab zoeken in een niet-Nederlandstalige webwinkel:

  • Nederlandse naam:     Bonavist
  • Engelse naam:     Hyacinth Bean, Lablab Bean
  • Duitse naam:     Helmbohne
  • Franse naam:     Lablab, Dolique d’Égypte
  • Eenjarig of kortlevend vast maar niet winterhard

 

Dolichos lablab wordt ook nog wel Lablab purpureus genoemd (met zoeken op beide namen vind ik ongeveer evenveel pagina’s met informatie). Ze is een erg mooie en bijzondere tropische slingerplant.

Onze Surinaamse buurvrouw vond het erg leuk om de planten in mijn tuin te zien: het bracht herinneringen terug uit de tijd dat ze in Suriname woonde, daar werden deze planten verbouwd voor de oogst van de jonge paarse peultjes. Ze wordt in veel meer landen gegeten, van China en Kenia tot Bangladesh en Vietnam. Zowel de bloemen al het blad als de peulen worden gegeten, er wordt van de bonen zelfs een soort tofoe gemaakt. Maar wees wel voorzichtig wanneer je deze plant wilt eten: blad, peulen en bonen moeten wel worden gekookt want rauw zijn ze giftig. Er bestaan ook meerdere rassen die meer of minder van deze licht giftige stoffen bevatten.

Ik heb het zelf nog nooit geproefd, het idee dat ze giftig zijn helpt daarbij, maar vooral ook omdat de jonge paarse peulen dik en taai zijn. En ik vind ze eigenlijk te mooi om te plukken. Ik heb haar duidelijk alleen voor de sier 🙂 . Maar kijk voor meer informatie op deze Wikipediapagina

Aan de landen waarin ze wordt verbouwd kun je al zien dat ze een tropisch gewas is. En dat ze in de verte familie is van de boon (door de vorm van het blad, de groeiwijze, de lipbloemen).

 

Ze is niet moeilijk te telen maar heeft wel een aantal aandachtspunten. Zaai haar niet te vroeg voor want de zaden kiemen binnen 1 tot 2 weken en de zaailingen groeien snel maar kunnen geen vorst verdragen. Om die reden zaai ik haar altijd pas in april voor, bij kamertemperatuur, in potjes met potgrond waar ik ongeveer 1/5e deel grof brekerzand door heb gemengd voor de luchtigheid. Zorg dat de grond vochtig is maar zeker niet kletsnat; in te natte grond kunnen de zaden makkelijk rotten.

Houd de zaailingen tot half mei (IJsheiligen) binnen, ze kan geen enkele graad vorst verdragen (en zelfs bij temperaturen onder de 5 graden wordt het blad al lelijk, groeit ze niet meer, etc.). Plant de zaailingen uit op het warmste en zonnigste plekje dat je hebt.

 

Zelf hebben we ook nog wel pech met haar gehad; in een natte mei- en junimaand had ze het duidelijk niet naar haar zin, de planten kwijnden langzaam weg in onze natte en koude kleigrond. De teelt in een grote pot ging veel beter (in dit geval een speciekuip want ze is niet geschikt voor een kleine pot). In de pot, in een mengsel van potgrond met wat zand, groeide ze prima, een pot warmt ook sneller op dan de volle (klei)grond, en er is dan ook wat meer controle over vocht en voeding.

Dolichos lablab in een pot, met 3 stokken bovenin (als een wigwam) bij elkaar gebonden.

 

We hebben haar ook eens in een verhoogde bak geteeld en ook dat ging prima (iets minder nat, de grond wat luchtiger, en net iets warmer). Uiteraard is het weer ook heel belangrijk.

Plaats bij het uitplanten gelijk een hekwerk of stokken waar ze aan kan klimmen. Ze klimt (slingeren is eigenlijk een beter woord) zoals sperziebonen dat ook doen: de stengels winden zich rond stokken, gaas of hek. ik heb haar wel eens aan een gaaswerk laten klimmen maar ook aan een ‘wigwam’ van drie tonkinstokken, dat gaat allebei prima (al moet je haar in het begin vaak nog even helpen en naar de goede kant leiden). De planten worden uiteindelijk zo’n 2.00 tot 2.25 meter hoog.

 

Afhankelijk van het tijdstip van zaaien en het weer bloeien de planten dan vanaf ongeveer eind juli, en die bloei gaat door tot ver in september (mede afhankelijk van het weer, en de bloei loopt langzaam af wanneer de peulen met zaden rijpen).

In mooie zomers is ze dus een geweldige plant (door het donkergroene blad met purperen gloed, de donkerpaarse stelen, de lila bloemen en de donkerrode peulen), in slechte zomers kan het helaas allemaal wel eens een beetje tegenvallen.

De paarse peulen die na de bloei verschijnen

 

Het is gemakkelijk om zaden van deze plant te oogsten. Voorwaarde is wel dat de herfst niet te nat is want de zaden rijpen vanaf ongeveer eind september tot eind oktober en teveel vocht (plus kou) zorgt voor het schimmelen van de peulen.

Oogst de peulen wanneer de peulen droog en hard en donkerbruin zijn, elke peul bevat ongeveer 2 tot 4 grote zwarte zaden met een opvallend wit randje. Haal de zaden uit de peulen en laat ze bij huiskamertemperatuur nog een week drogen (tot ze volledig droog en heel hard zijn geworden). De zaden blijven (mits droog, donker en koel bewaard) minimaal 3 jaar kiemkrachtig.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.