Rondje in de tuin

Eindelijk waren we even op de tuin. Door de drukte met de zadenlijst hadden we de volkstuin ruim een week niet gezien. Dat je een tuin zo kan missen hè, zelfs als het koud is of regent. Hetzelfde heb ik na een vakantie of zelfs een weekendje weeg: koffers uitpakken, wasmachine aan en direct daarna op de fiets en naar de tuin 🙂 ).

Even tussendoor: ik heb nog wat geschreven op de pagina Zadenlijst Nieuws. En dat is vooral voor mensen die (nog) geen bericht hebben gehad of de zaden nog niet hebben ontvangen, etc. handig om te lezen. En dat is de laatste keer dat ik er hier over schrijf…. want de rust is wedergekeerd 🙂 .

Alhoewel, we krijgen het nu druk in de tuin. En het wordt tijd voor mijn eigen planning, ik wil zaden gaan bestellen en nadenken wat we volgend willen zaaien en planten en waar. En ik wil de komende maanden heel veel aan de website doen; van pagina’s renoveren tot nieuwe foto’s plaatsen, nieuwe pagina’s schrijven, databases bijwerken, recepten toevoegen, etc., plannen genoeg!

Maar eerst de tuin. We gingen alleen ‘even’ palmkool oogsten. Maar natuurlijk liepen we ook even een rondje door de tuin: Jeetje, wat is daar veel te doen! Meestal spreken we wat af, een planning is een groot woord, maar het is soms handig om even te overleggen wie wat als eerste gaat doen. Maar nu bedachten we dat we dat er zoveel te doen is dat we volgende week blanco naar de tuin gaan. We gaan ergens in de tuin staan, bukken en beginnen gewoon met het eerste wat we in onze handen krijgen.

Omdat we nog niets in de tuin hebben gedaan vind je in dit blog vooral foto’s, van wat we in de tuin tegenkwamen en ons opviel.

Tijdens ons rondje zien we dat we binnenkort boerenkoolspruitjes kunnen oogsten:

 

Het is een teelt die ellenlang duurt (ik meen dat ik de planten in april al heb gezaaid). En ik heb haar afgelopen zomer vervloekt omdat ze over de rand van de verhoogde bak en dus over het looppad groeide en ik er amper langs kon. Maar dat is nu allemaal vergeven en vergeten – bijna te mooi om op te eten.

Maar we zien dat er ook kool is die voor wij die konden oogsten al grotendeels door iets anders is opgegeten. Alleen de nerven zijn blijkbaar minder lekker 🙂

 

We plukken een laatste framboos (en bedenken dat het tijd wordt om de frambozen te gaan snoeien):

 

En we zien dat de blauwe bessen in prachtige felrode herfstkleuren staan:

 

En er is nog meer te ontdekken: de knofloken die we een paar weken hebben gepoot zijn niet alleen uitgelopen maar zijn zelfs al genoeg gegroeid om sterk de winter in te gaan.

 

Eigenlijk kan ik zo nog wel 100 foto’s plaatsen, in elk vak is wel wat te zien, is er iets gegroeid, of juist afgestorven, moet iets worden gesnoeid, opgebonden of juist worden afgebroken. We zagen er heel even een beetje tegenop, maar voor we naar huis gaan hebben we juist zin om te beginnen. En terwijl Ruud palmkool oogst haal ik voor dit weekend een savooikooltje uit de tuin. Nog best klein, maar ze zag er zo lekker uit:

 

Het volgende blog gaat over de herfst- en winterkas. Want na een week afwezigheid is dat bijna een oase geworden. We kunnen er van alles plukken en nemen voor de lunch in ieder geval wat mosterdblad en rucola mee. Niet alles doet het er trouwens even goed, maar dat is dan vooral te wijten aan Momfer die vertikt te vertrekken en overal molshopen maakt. Ik beloof komende week flink wat foto’s te maken van de kas.

Dan nog even 2 berichten:

Zolang de aanbieding geldig is (van 1 tot en met 10 november) meld ik telkens even dat de Zaaiagenda met aanbiedingsprijs in de webwinkel van Laura staat (om te vieren dat haar bedrijf 1 jaar bestaat). De directe link: Zaaiagenda voor de moestuin

En nog even de link naar het blog dat ik op de website van Pokon schreef. En die gaat dit keer over gember. Want na 2 mislukte pogingen (alweer een paar jaar geleden) is het me nu gelukt om verse gember uit eigen tuin (kas) te oogsten:  Gember

Ik ga er uiteraard binnenkort ook een pagina over op mijn eigen website schrijven, maar dan meer in de indeling zoals ik die voor de informatiepagina’s over groenten, kruiden en fruit gebruik.

De laatste foto is dan ook van de oogst van die verse gember. Heerlijk sappig, pittig en bijna zoet!

Pasta

Dit is een kort blogje op een afwijkende dag. Dat komt door de drukte rond de zadenlijst (waar ik zeker niet over klaag, integendeel, maar daardoor ben ik al een paar dagen niet op de tuin geweest, en heb ik ook even geen tijd gehad om te schrijven). Ik heb op de pagina Zadenlijst Nieuws wat geschreven over de vorderingen en wat er goed en fout gaat, misschien handig om even te lezen voor de mensen die bijvoorbeeld geen bevestigingsmail na een bestelling hebben gehad.

Die ene dag dat ik vorige week wel op de tuin was zag ik dat Ruud stoïcijns is doorgegaan met opruimen. Alles wat uitgebloeid is, lelijke bladeren krijgt (en groenten waar hij geen trek in heeft) wordt nietsontziend uit de tuin gerukt en op de composthoop gegooid.

Niet dat de tuin al helemaal leeg is hoor, wat nog eetbaar is en wat kou kan verdragen blijft staan, dan verwijderen we alleen onkruid en woelen de grond rond de groenten een beetje om voor wat meer luchtigheid in natte herfstdagen:

 

Er staan nog bietjes en snijbiet, mosterdblad en koolraap. In andere vakken staan nog winterrammenas, winterandijvie, veldsla, prei, witlof en roodlof, selderij, pastinaken, palmkool, savooikool, boerenkool, etc.. Nog best veel dus! Maar als Ruud een vak eenmaal onderhanden heeft genomen is niet alleen het onkruid weg, maar ook wat planten die best nog hadden kunnen blijven staan, of oogst die mee naar huis had kunnen gaan.

Dit kon ik bijvoorbeeld nog net op tijd redden:

 

Er was niks mis met de prei, die zou Ruud ook in de tuin hebben laten staan. Maar de bleekselderij lag al in de kruiwagen (want ‘die ziet er niet uit’, zegt Ruud) en hetzelfde geldt voor de minivenkeltjes zonder echte knol (‘veel te klein’, vindt Ruud).

Maar ik heb bedacht dat ik dit jaar weer eens bouillonpasta maak. Ik kreeg het recept jaren geleden van iemand die in Duitsland woonde, daar heet het ‘Suppengewurz’. En daar zijn juist in deze tijd lekkere soorten voor te oogsten. En aangezien alles wordt fijngemalen maakt het niet uit of het klein is, en lelijke bladeren snijd ik weg, maar bijvoorbeeld ook de stelen van peterselie en het blad van venkel en bleekselderij mogen erin. Dus de hele bos mag mee naar huis.

Na het wassen en snijden blijft dit over: peterselie en snijselderij, 2 pastinaken, prei, knolvenkel, wat citroenverbenablaadjes, bleekselderij. Maar je kunt het samenstellen met wat je wilt (en wat je hebt), als het maar geurig en smaakvol is. Dus bijvoorbeeld courgette is misschien leuk als vulling maar heeft niet heel veel smaak. Daarentegen zijn worteltjes lekker zoet, knolselderij is heerlijk geurig, uien zijn sterk en fris, pepers pittig, etc. Oftewel: kies soorten die je ook als smaakmakers in soepgroenten of in soep zou gebruiken.

 

Het principe berust op de houdbaarheid dat zout geeft. Als je zorgt dat er minimaal 12% zout in het mengsel zit zal het zeker een jaar houdbaar blijven. Ik gok het niet en maak er altijd 14% zout van, dan weet ik heel zeker dat het voldoende. Voor wie denkt dat 12% of 14% heel veel zout is: dat is het ook. Maar een gemiddeld bouillonblokje bevat ongeveer 50% zout. En het is heel zout maar je gebruikt het als vervanger en niet als aanvulling. In plaats van een bouillonblokje gebruik ik nu een theelepel of koffielepel bouillonpasta. En dan gebruik ik dus uiteindelijk zelfs minder zout dan wanneer ik een bouillonblokje zou gebruiken.

Voor mensen die helemaal geen zout willen gebruiken is er uiteraard de mogelijkheid om de zoutloze bouillonpasta in te vriezen, al dan niet in ijsblokjesvormpjes. Mijn ervaring is dat het uit de vriezer vandaan wel anders van kleur en vooral erg nat wordt.

Voor de bouillonpasta met zout is het wel heel belangrijk om het goed te meten, want met 1 gram te weinig zout kan de bouillonpasta wel bederven.

 

Na het wegen reken ik uit hoeveel zout er vervolgens bij moet. En dan gaat alles de keukenmachine in. En dan is het niet alleen heel belangrijk om het goed fijn te malen maar ook om het heel goed te mengen (want als er in een deel van de pasta meer zout zit en in een ander deel dus te weinig, kan het dus ook bederven. Ik voeg één of twee eetlepels vers citroensap toe (dan blijft de kleur mooi frisgroen en verhoog ik de zuurgraad net iets waardoor de kans op botulisme sterk afneemt). En vervolgens laat ik de keukenmachine gewoon een paar minuten ratelen. En daarna roer ik het ook nog een paar keer heel goed door met een lepel, tot groentepasta en zout volledig gemengd zijn. En daarna gaat het schoongemaakt potjes in en mag het naar zolder (en gelijk 1 potje in de koelkast voor direct gebruik). Het wordt dus niet verhit en de potjes trekken dus ook niet vacuüm.

Wij vinden deze bouillonpasta veel lekkerder dan bouillonblokjes waarin vooral extracten en E-nummers worden gebruikt. En het wordt gemaakt van restjes uit eigen tuin, ook leuk!

Terwijl ik het maakte bedacht ik dat Sambal oelek op hetzelfde principe berust (houdbaarheid op basis van zout). En zo dacht ik, al schillend en snijdend, nog verder. Want eigenlijk zijn er dan heel veel mogelijkheden. Denk aan een zomerbouillonpasta met bijvoorbeeld tomaten, paprika en basilicum. En ik had zelf bijvoorbeeld een leuke oogst gember, en citroengras, en pepers, dus zou ik mijn eigen currypasta kunnen maken. Aan het einde van de middag was dit het resultaat:

 

De bouillonpasta gebruiken we al, de geur doet me wat denken aan erwtensoep, maar dan meer anijsachtig door pastinaak en venkel. En de twee currypasta’s hebben we ook al geproefd en die ga ik zeker ook onthouden, de groene is frisser (met onder andere groene pepers, veel gember en citroengras, ketoembar, uien) en de rode warmer (onder andere meer en rijpe rode pepers, gember, laos, een laatste rode paprika – ook voor de kleur -, komijnpoeder, citroengras, etc.). Ik heb de groene al gebruikt in een curry, maar ook in een roerbak, en de rode in een marinade. Het enige belangrijke is dat je bedenkt dat er al zout in zit en dat dus niet toe hoeft te voegen aan het gerecht.

Ik beloof de currypasta-recepten ergens in de komende weken op de website te zetten. Ik heb al eens een recept voor de bouillonpasta geplaatst, dat zal ik ergens in de komende weken eens nakijken en waar nodig aanpassen. En ik heb er jaren geleden ook al eens een blog over geschreven maar die kan ik zo snel niet terugvinden. En ik heb het nu te druk met de zadenlijst (die ook dit jaar weer op de ‘drie dwaze dagen van de Bijenkorf’ lijkt 🙂 ).

En als ik dan wat meer tijd heb ga ik ook de databases van eenjarige bloemen, tomaten, paprika’s, etc. bijwerken. En er liggen nog een aantal leuke recepten die ik nog op de website wil zetten, van brownies met jam tot een lekkere ovenschotel met pompoen, zelfgemaakte tomatenketchup, gelei van frambozen met appel, etc. En daarna kan ik me gaan storten op het bijwerken van oudere groentepagina’s, en op nieuwe pagina’s. Ik zal me deze winter weer niet hoeven te vervelen.

Tot slot wil ik dan nog even iets melden over de Zaaiagenda voor de moestuin die Laura en ik hebben gemaakt (voor alle duidelijkheid, je kunt hier meer informatie vinden: Zaaiagenda voor de Moestuin).

Laura’s bedrijf bestaat binnenkort één jaar. En om dat te vieren geeft ze 10% korting op de artikelen in haar webwinkel. Dat geldt ook voor de Zaaiagenda, van 01 november tot en met 10 november aanstaande is de prijs niet €27,95 maar € 25,00 (exclusief verzendkosten). Voor wie van plan was/is om de agenda aan te schaffen is het wellicht dus handig om dat in die periode te doen (via de link bovenaan deze pagina of de directe link: Laura Beijn.

Ik heb de agenda zelf dit jaar heel vaak gebruikt, al geef ik toe dat ik er amper in heb geschreven (misschien omdat ik hem toch een beetje netjes wil houden, kleine moeite om er dan toch even een kladpapiertje in te leggen bedacht ik me telkens  🙂 ). Ik heb de agenda vooral bij elke zaaironde en daartussenin gebruikt, om te kijken wat er in welke periode al of nog gezaaid kan worden. Of om er bijvoorbeeld snel in op te zoeken wat de plantafstand is, of een bloem eetbaar is, etc. Ik ben eigenlijk ook wel heel benieuwd wat de ervaringen van anderen zijn, of iemand nog een  foutje in de agenda heeft gevonden, of er andere verbeterpunten zijn, etc.!

Tot slot nog één foto, een raadplaatje:

 

Wat het is?

Als je al weken geen tijd hebt gehad om wat bloempjes in een vaasje op de tuintafel te vervangen, en de oude afrikaantjes in het vaasje al lang uitgebloeid zijn en al weken in de regen staan…….. dan kiemen de zaden van de uitgebloeide afrikaantjes vanzelf 🙂

 

Intafelen en trekken

Het zijn 2 termen die bij de witlofteelt worden gebruikt. Ik geef het toe; het is jaren geleden dat we voor het laatst witlof teelden. Vroeger (een jaar of 15 geleden) hebben we het een paar jaar geprobeerd. We waren er toen niet zo tevreden over. Het kostte in onze ogen veel tijd, voor de wortels om te groeien (en dat deden ze ook niet heel goed in de vette vaste natte klei). En daarna moesten ze afsterven/drogen/rusten en vervolgens mee naar huis. Daarna sjouwden we dan emmers met zand de 2 trappen op naar zolder. Daar plantten we de wortels en oogstten we wel wat witlofstronkjes en die waren ook echt lekker. Maar we vergaten ze ook wel eens waardoor we vervolgens 4 weken later weer losse of rotte frutjes witlofblaadjes weg konden gooien. En dan konden we weer opruimen en sjouwden we de emmers zand weer de trap af. We vonden het vooral veel gedoe voor een matig succes.

Nee, witlof telen was niks voor ons. Maar uiteindelijk veranderen we allemaal. Vroeger vond ik chrysanten zo lelijk dat ik ze uit een boeket bloemen haalde als er toevallig één in zat. Nu vind ik ze eigenlijk best mooi. Nou ja, ik zal niet overdrijven; ik zal ze zelf niet zo snel zaaien en ik koop geen herfst-bolchrysant, dat gaat me te ver. Als kind vond ik bloemkool smerig, nu is dat zeker niet meer het geval. Al had dat ook veel te maken met dat melkachtige maïzenapapje met belachelijk veel nootmuskaat dat mijn moeder er steevast overheen goot. Ik vind kort gekookte bloemkool nu heerlijk, maar het papje hoef ik niet, en fan van nootmuskaat zal ik nooit meer worden. Maar dat komt omdat dat ook door de sperziebonen ging, en over de koolraap (die hier door mijn ouders knolletjes werden genoemd, en door mij en mijn broertje ‘dooie vingers’, omdat het van die oranjebeige langwerpige stokjes waren). Ze werden uiteraard ook weer grof bestrooid met nootmuskaat. Dat we geen nootmuskaatvergiftiging hebben opgelopen is bijna een wonder.

Maar afijn, ik wilde hier iets schrijven over witlof. Want ik zeur al een paar jaar tegen Ruud dat ik weer eens witlof wil telen. Ruud vond dat geen goed plan, om de al genoemde redenen van het sjouwen met zand, de lange teelt, dubbel werk, slechte oogst, etc..

Maar na 2 halfslachtige pogingen in de afgelopen 2 jaar heb ik er dit jaar wel mijn best voor gedaan, ze in mei in een verhoogde bak gezaaid (met daarin een luchtige grond waardoor de wortels goed zouden kunnen groeien). Ik heb ze in de zomer nog wat extra kali gegeven voor een goede wortelontwikkeling. En nu wilde ik wel eens zien of het na al die jaren, met meer zin, kennis en kunde, wat beter zou lukken.

De witlofplanten dit jaar, ze zien er toch best goed uit, vind ik zelf:

 

Ons eerste discussiepunt was het blad: moest dat er nu af of niet wanneer je de wortels oogst en laat rusten/drogen? Ik dacht dat het blad eraf moest, Ruud vond van niet. En terwijl daarover kibbelden zag Ruud Corry over de dijk voorbij fietsen, die kwam vast naar de tuin. En voor alle duidelijkheid, Corry behoort tot één van de allereerste leden van onze volkstuinvereniging, is vrijwel zelfvoorzienend als het om groenten gaat en kan zelfs van een misvormde en uit de kluiten gewassen rode biet nog wat lekkers maken. En Ruud en ik weten allebei dat Corry al die jaren elk jaar witlof teelt.

“Ga het aan Corry vragen”, zegt Ruud. Dat vond ik een goed idee, en ik was ook blij dat Ruud, ondanks zijn eerdere scepsis, er nu toch zijn min of meer zijn best voor wilde doen.

Na ruim een half uur les te hebben gehad van witlofgoeroe Corry liep ik weer terug naar onze tuin, flink wat informatie rijker. Ze heeft het zelfs even voorgedaan want ze wilde er zelf toch ook gelijk wat oogsten om in te tafelen.

Intafelen is niets anders dan het ‘oppotten’ van geoogste witlofwortels. Corry oogst de wortels maar laat ze niet afsterven of drogen, dat vindt ze gedoe en dan vergeet ze ze, “Nergens voor nodig”, zegt ze. En ik ben een goede leerling, nu we eindelijk weer eens witlof telen ga ik het doen zoals iemand met kennis en ervaring het aanraadt en beloof ik mezelf (en Ruud) om niet eigenwijs te zijn.

“Niet teveel tegelijkertijd, want ze zijn ook allemaal tegelijkertijd klaar”, zegt Corry en dat klinkt logisch. Corry doet er een stuk of 10 in een emmer en de rest wacht in de grond tot de volgende oogst.

 

Misschien hadden de wortels iets dikker mogen zijn maar we zijn best tevreden.

Zoals gezegd, Corry laat ze niet drogen/rusten maar neemt ze direct mee naar huis, zet ze in een emmer met vochtige tuingrond en zet de emmer in de kruipruimte onder het huis. “Dat is koeler en dus beter dan een te warme zolder”. De kruipruimte is hier geen optie, dan moeten we telkens het zeil in de gang helemaal opklappen, houten plankjes weghalen, etc.. Wij kiezen hier daarom voor de schuur; die is donker, waarschijnlijk iets warmer dan de kruipkelder maar zeker koeler dan de zolder. En er hoeven geen emmers naar zolder.

Zo gaan er wat wortels mee naar huis, van witlof en ook wat roodlof.

 

“Gooi je kleine, korte, dunne of gebroken wortels weg?”, vraag ik aan Corry. “Nee hoor, dat worden kleine of dunne witlofkropjes maar die zijn net zo lekker, zegt ze. Ik moest gelijk denken aan mijn moeder die vroeger altijd zei: “Kruimeltjes zijn ook brood”. 🙂

“En als ze vreemde uitstulpingen hebben die niet in de emmer passen of te lang zijn, dan mag je die er ook best afsnijden, of ze wat inkorten. Maar laat wel minimaal 3 centimeter blad boven de wortel zitten, want zonder zo’n rand blad kan ze niet uitlopen”, waren de laatste tips die Corry nog meegaf.  Oh ja, en het afgesneden blad kun je eten, als een soort groenlof (bittere sla).

We hebben een emmer gevuld met wat grond uit de tuin en een restje potgrond dat nog in de schuur stond. Voeding is niet nodig want die zit voldoende in de wortels. Water is in principe ook niet nodig want de grond is vochtig.

We vullen de emmer met een laagje grond, zetten de 10 wortels erin en vullen de holtes ertussen op met grond. Het is een beetje kliederen maar dat is in de voortuin minder erg dan op zolder, en we zijn er uiteindelijk binnen 10 minuten klaar. In mijn herinnering waren we er een halve dag druk mee, toen we ze nog op zolder teelden.

En zo gaat de emmer de schuur in:

 

Eigenlijk dus helemaal niet zo veel werk. En vergeten kan ik ze ook niet. Telkens wanneer ik de schuur inga kijk ik even om de hoek naar de emmer. Stiekem is het zelfs leuk, bijna net zo leuk als elke dag in het voorjaar even kijken of bijvoorbeeld de peper- of tomatenzaden al kiemen.

Het is nu wellicht niet ideaal want de buitentemperatuur is voor half oktober aan de hoge kant (dus ook in de schuur). Maar het is maar een eerste probeersel, er staan zeker nog 25 planten in de tuin te wachten om ook ‘getrokken’ te worden.

Want zo heet het nu; het planten van de wortels in de emmer heet intafelen, en nu gaan we witlof trekken: de wortels willen in de donkere schuur weer nieuwe bladeren maken en dat worden daardoor kleine witte kropjes. Ik hoorde van onze tuinbuurman dat we daarom eigenlijk zouden willen dat de wortels relatief warm staan (om ze aan te sporen uit te lopen), maar de lucht relatief koud blijft (zodat de kropjes mooi compact en gesloten blijven). Nou ja, dan worden het met dit weer maar losse kropjes. Als ze maar lekker zijn.

Één week na het intafelen:

 

Ze doen het!!!

Je kunt zien hoe ze tussen de afgesneden bladeren bijna naar boven wordt geduwd. Misschien zou ‘witlof duwen’ een betere term zijn dan ‘witlof trekken’. Want wij doen er niks aan, alleen elke paar dagen even kijken en voelen of de grond nog vochtig is, ze doet het echt helemaal zelf. Ingenieus eigenlijk.

En ondertussen zijn we nog een week verder, dus 2 weken na het intafelen:

 

Ja, het gaat er al een beetje op lijken. Afhankelijk van de temperatuur kan er ongeveer 4 weken na het intafelen worden geoogst, heeft Corry gezegd. Misschien wordt dat door deze warme herfstdagen wel wat eerder.

We zijn benieuwd hoe het af gaat lopen, ik laat het uiteindelijke resultaat zeker nog zien. En zodra de witlof is geoogst en de wortels zijn verwijderd gaan we de emmer weer vullen met nieuwe wortels. Want we hebben de smaak te pakken. En zo moeilijk en tijdrovend is het dus helemaal niet, de planten hebben weinig verzorging nodig. En uiteindelijk blijkt dat intafelen een fluitje van een cent en het trekken van de witlof doet ze zelf. Nu nog oogsten en er wat lekkers mee maken!

Tot slot nog even de mededeling dat ik een definitieve datum heb gezet voor de zadenlijst (onderaan deze pagina): Zadenlijst – nieuws.

En nog even de link naar het blog dat ik op de website van Pokon schreef. En die gaat over de zoete aardappelen die we vorig week hebben geoogst: Zoete aardappelen deel 2: de oogst.   En daar hoort deze laatste foto bij, ook daar zijn we blij mee!

 

Vooroordelen

Ik merk het aan alles; de herfst is nu echt begonnen. De kachel gaat weer aan, het wordt steeds vroeger donker, bladeren vallen, ik verruil water voor thee (en witte wijn voor rode). We hebben al zuurkool gegeten (gekocht, dit jaar niet zelf gemaakt, door een gebrek aan tijd en spitskool), en ik krijg mijn handen niet meer schoon (door alle grond cq modder). Ruud’s opruimwoede wordt alleen nog getemperd doordat het soms zo hard regent dat we niet naar de tuin kunnen. En als we wel naar de tuin kunnen moeten we regelmatig schuilen. Dat is niet erg want in de kas is het goed vertoeven.

Zo zag ze er 3 weken geleden uit, direct na het uitplanten:

 

En is dit hetzelfde hoekje, 3 weken later:

 

De herfst- en winterkas begint tot leven te komen. Het is jammer dat onkruid altijd het eerst en het best groeit, maar ach, dat geeft ons wat te doen als het buiten regent.

Eén van de soorten die we in de andere kas al hebben kunnen oogsten is spinazie. Niet heel veel, met dank aan de mol die daar nog steeds rondwaart, maar genoeg om in een risotto te gebruiken. Ik kan hopen dat ze nog wat nieuwe blaadjes geeft maar die tweede oogst is altijd nog wat kleiner. Ik heb daarom besloten er nog snel iets anders voor in de plaats te zaaien ‘Witte Dunsel’.

Wat een afschuwelijke naam. Ze wordt ook wel snijsla genoemd (dat klinkt beter). En ze kan goed tegen kou. En daarmee dacht ik altijd dat ze dan heel veel op pluksla zou lijken (dan klinken de 2 pluksla-rassen ‘Amerikaanse Roodrand’ en ‘Australische Gele’ niet spectaculair maar wel beter). Maar de pluksla die ik op dezelfde dag als de snijsla in de kas zaaide is kleiner (deels ook door de mol), krulliger, ieler. Niet slecht, maar niet zo goed als Witte Dunsel.

Wat is nou Witte Dunsel? Ik weet natuurlijk wel dat die naam duidt op de witte zaden en het feit dat je het dicht op elkaar zaait en er de volgroeide blaadjes van snijdt. Maar ik moet bij de naam denken aan behangerslijm. Of erger nog; aan een dun straaltje kwijl uit een mondhoek. Hoogst onaantrekkelijk. Ik zie de soort/het ras al jaren in catalogi voorbij komen. Maar ik las er altijd graag en snel overheen. Ik heb haar al die jaren categorisch genegeerd en nu blijkt ze mijn grootste ontdekking van dit jaar te zijn. Terwijl ik dit schrijf klinkt het bijna als discriminatie van groenten met een slechte naam.

Sterker nog, ik vroeg me af of ze in bijvoorbeeld Engeland of Frankrijk ook zou worden verkocht en geteeld. Maar ik kan haar alleen maar onder de Nederlandse naam vinden. Ik gooide er zelfs even Google Translate tegenaan, de vertaling van Witte Dunsel naar het Engels is ‘White Slime’. Zie je!! Ik wist het wel!!

Ik weet ook eigenlijk niet eens waarom ik haar dit jaar wel heb gekocht, waarschijnlijk omdat ik nu eenmaal soorten zocht die in de herfst- en winterkas zouden kunnen passen, toch na al die jaren maar eens een proberen dus.

En ze doet het geweldig 🙂 . Ik hoop er later nog wat meer over te schrijven, hoe lang ze mooi blijft, wat er gebeurt als het gaat vriezen, etc..

En ik ga haar volgend jaar in vroege lente en herfst ook buiten zaaien. Sterker nog, misschien komend weekend even doen, kijken of en wat dat nog wordt (ik heb al dan niet toevallig deze week een verhoogde bak voor een deel leeg- en schoongemaakt). En ik ga haar in januari weer in de kas zaaien. Allemaal testjes. Want ze kan volgens de catalogi heel goed tegen kou en regen, en ze kan juist slecht tegen warmte en droogte. En ze groeit snel bij koele temperaturen. Dicht op elkaar gezaaid (ongeveer 4 zaadjes per centimeter) ziet ze er binnen een maand na het zaaien zo uit:

 

Ik maakte deze foto gisteren. En zondag gaan we er voor het eerst meer van oogsten en er een lekkere salade mee maken. Ik heb natuurlijk al wel blaadjes geproefd; en heel anders dan de naam doet vermoeden smaakt ze heerlijk; mals, zacht (bijna een beetje als veldsla maar toch anders). En dan die kleur; fris lentegroen in de donkere herfst.

Ik schijn er na het afknippen nog een keer van te kunnen oogsten en dan is het voorbij. Dat zou vooralsnog dan haar enige nadeel zijn ten opzichte van pluksla, want daar kun je onder gunstige omstandigheden meer dan 2 keer van oogsten. Ik ga het ervaren en hier zeker laten weten.

Dan toch nog even over die naam want dat blijft me dwars zitten; kan die niet gewoon worden omgedoopt in iets aantrekkelijkers? Ik weet zeker dat er gelijk twee keer zoveel zakjes zaden van zouden worden verkocht. Alleen al aan mij 🙂 .

Ze is trouwens niet de enige die het goed doet in de kas hoor. Nog wat foto’s:

Rucola:

 

En kervel:

 

Maar de grootste verrassing blijft voor mij Witte Dunsel. Dat ik dat ooit nog eens zou zeggen….

Tot slot nog even:

Ik heb de pagina Zadenlijst Nieuws bijgewerkt (onder het eerder geschreven stukje), inclusief datum waarop ik hoop en denk de zadenlijst te kunnen openen.

En ik heb citroengras geoogst (uit de volle grond in de kas). Ik heb de pagina over citroengras bijgewerkt en foto’s van de oogst geplaatst: Citroengras. Hier ook maar even een foto van de oogst. Van slechts 4 gestekte stengeltjes in januari oogstte ik vorige week ruim 35 dikke en lange stengels:

 

En de volgende keer hoop ik iets te kunnen melden over de witlof. Dat is ook zo’n vooroordeel (ik spreek uiteraard voor mezelf en voor Ruud). We hebben het misschien wel 12 jaar geleden voor het laatst geteeld en vonden toen dat het veel tijd en werk kostte en het lukte niet zo goed (slechte kwaliteit wortels, losse kropjes, etc.). Maar er zijn ondertussen andere rassen, en we telen de wortels niet meer in natte zware klei maar in een verhoogde bak met luchtige/verbeterde grond. Voor nu hebben we hoop om voor het eerst in jaren weer zelf witlof te kunnen oogsten van eigen tuin!

Het einde van het monster

Ik schreef in mei een blog over het verticaal telen van pompoenen, het waarom en hoe kun je in dat blog vinden: Verticaal

Zo zag het er in mei uit:

 

In juli schreef ik vervolgens een update: Oerwoud (en dat was een goed gekozen titel). Ondertussen zag het bouwsel met planten er zo uit:

 

En hier komt dan het laatste deel uit die trilogie. Want toen we een paar droge uurtjes troffen in deze verder kletsnatte week hebben we de pompoenen geoogst, de planten opgeruimd en het rek afgebroken. Aan het begin van de week zag het er zo uit:

 

En zo:

 

Heel eerlijk; zelfs in de herfst vind ik de planten in het bouwwerk  nog leuk, ook al ruikt het geheel nu muf, plakken dode bladeren aan mijn shirt en glijd ik uit over de natte mest/compost.

De grote vraag is of ik er uiteindelijk tevreden over ben. En het antwoord is Ja en Nee. De opsomming:

  • Ja, het was een test en voor de eerste keer dat ik pompoenen op deze manier teelde
  • En ja, het was leuk, het was een mini-jungle, bijna sprookjesachtig groen onder de lange slungelige stengels met grijparmpjes

 

  • Ja, het was dus een oerwoud. In het begin moest ik regelmatig helpen door de stengels omhoog te leiden en op te binden, eenmaal boven gekomen was af en toe een stengel over een stok heen slingeren voldoende. Waar planten niet verder konden slingeren tuimelden ze vanzelf naar beneden en sommige planten kropen vervolgens gewoon over de grond nog wat verder. Maar alles 22 planten waren min of meer in toom te houden
  • Ja, het rek heeft het gehouden, zelfs in die enorme hagelstorm die in augustus akelig dichtbij een kleine windhoos kwam en wel heel veel schade aan het blad gaf
  • Maar nee, ik heb het niet heel slim aangepakt.
  • En nee, de opbrengst was niet heel hoog.
  • En tot slot ja, dat was dan dus wel een beetje mijn eigen schuld.

Om het wat beter uit te leggen moet ik eerst vertellen hoe onze tuin eruit ziet. En daarvoor gebruik ik dan even een foto van het vroege voorjaar van 2018:

 

Je kijkt op deze foto vanaf het terras en de kas naar de dijk. Aan die dijk staan behoorlijk hoge bomen (een meter of acht), op de foto nog kaal maar in de zomer, vol in het blad, houdt het in de ochtend achterin de tuin de zon weg. Schuin rechtsvoor komt in de loop van de ochtend de zon over de bomen. Midden op de dag staat die zon dus boven de tuin en uiteindelijk gaat ze (hier vandaan gezien) links achter onder. En juist achter de bonenstaken die je op de foto ziet groeien elk jaar onze pompoen- en courgetteplanten (op een hoop paardenmest).

Daar doen ze het altijd prima, pompoenen groeien graag in de zon maar doen het op dat plekje in de halfschaduw ook prima. Dus hadden we daar voor dit jaar ook het verticale pompoenbouwsel gepland. Handig, dacht ik, want er was genoeg plaats, ook als het scheef zou zakken of om zou vallen. Maar ik heb de groei en dan vooral de hoogte onderschat. Bij het dalen van de zon in de namiddag kreeg de voorkant van het pompoenbouwsel met planten genoeg zon. Maar de achterkant van de eerste rij, plus de 2e rij hebben nooit zon gezien; ’s ochtends hielden de bomen op de dijk de zon tegen en ’s middags hield de voorkant van het pompoenbouwsel de zon voor de achterste rijen tegen.

Oftewel, de voorste rij kreeg voldoende zon en deed het dan ook het best, de achterkant van die rij, plus de rij erachter kreeg nauwelijks zon, alleen één of twee uurtjes rond het middaguur.

Nog een nadeel: het was dit jaar wel erg droog. En we hebben heel veel water gegeven maar onze prioriteit lag daarbij vooral bij tomaten, bloemen, bonen, witlof, worteltjes, snijbiet, komkommers, etc.. Ook zonder water konden de pompoenen er nog lang goed uit blijven zien, omdat ze diep wortelen, omdat ze dus in de schaduw stonden en minder verdampten, en omdat ze in een hoop oude stalmest stonden, en dat houdt vocht vast. Maar ideaal was het niet.

De uiteindelijke opbrengst van de 4 (klim)courgetteplanten die op de hoeken stonden weet ik niet maar dat was ruim voldoende. Er stonden 22 stokken – 4 courgetteplanten = 18 pompoenplanten. De uiteindelijke opbrengst is 47 pompoenen, wat groter en kleiner, eet- en sierpompoenen. Dat is niet slecht, gezien de omstandigheden, maar het had natuurlijk veel beter gekund (als ik uitga van de vrij kleine pompoenen die toch minimaal 3 of 5 vruchten per planten kunnen geven).

Dit is het deel dat nu nog op de tuin ligt:

 

Ertussen liggen ook wat uit de kluiten gewassen en oneetbaar geworden vruchten van het ras Tromba d’Albenga. Ruud had ze in zijn opruimwoede al in de kruiwagen gegooid, ik kon ze op weg naar de composthoop nog net redden. Want ze zijn toch leuk om voor de sier neer te leggen (als ik er tijd voor heb en het droog is). Volgende week gaan deze laatste pompoenen nog mee naar huis, de eetbare pompoenen gaan naar zolder en de sierpompoenen blijven buiten tot het gaat vriezen.

Ik ga het telen van pompoenen in een verticaal bouwwerk zeker nogmaals proberen. Maar dan ga ik de rijen korter maken en niet in de breedte ( = ) maar in de lengte ( || ) zetten. Dan kunnen de planten meer zon vangen. En nu denk ik dat ik misschien niet meer 22 planten bij 22 stokken zou zetten maar zo af en toe een stok zou overslaan, zodat er net iets meer plaats is om te groeien. Ik zou ook kunnen overwegen om de stokken iets verder uit elkaar te zetten maar dat willen we niet, omdat dat ten koste gaat van de stevigheid van het bouwwerk.

Ik denk dus al voorzichtig al weer na over volgend jaar. En ik denk ook aan de herfst, want dit weekend ga ik de knofloken uitzoeken die we willen gaan poten en daar in de tuin een plaats voor zoeken en dat onkruidvrij maken. Ik ga ze nog niet poten, maar wel over een week of twee.

Tot slot: ik heb op de website van Pokon ook een blog geschreven, over Multiflora-tomaten (die zo enorm veel tomaatjes in hun trossen maken en waar ik er ondertussen al flink wat van teelde).

Nog één foto zonder pompoenen. In een spaarzaam herfstzonnetje maakte ik deze foto van Salvia microphylla, met op de achtergrond een Brugmansia. Op die momenten lijkt het in de tuin toch nog even zomer.