Zondvloed

Ik hoorde ergens deze week iemand op tv zeggen dat het niet makkelijk is om voetbalsupporter te zijn. Ik geloof dat direct (wij wonen onder de rook van Rotterdam waar vrienden en familie lang op een prijs hebben moesten wachten). Maar wij moestuinders hebben het soms ook best zwaar. Zeker wanneer de natuur weer eens haar nukken heeft.

Eerst -8 graden in maart. En dan nu weer een heleboel regen. En dat is een understatement. Ik had al natte sokken voor ik zelfs maar op de tuin aankwam:

 

Maar waarom gingen we dan naar de tuin?

Nou ja, we willen toch altijd na storm of andere extreme weersomstandigheden even checken of alles daar nog goed gaat. En in de kas moesten traytjes met zaailingen wel gewoon water hebben. En we hoopten nog wat zaailingen te kunnen redden die we afgelopen weekend hadden verspeend (en ondanks de weerberichten in een dichte onderbak hadden gezet):

 

Ik hoop dat we deze koolzaailingen nog hebben kunnen redden van een langzame verdrinkingsdood; de potjes hebben we bij aankomst op de tuin – met natte schoenen en sokken – gelijk uit de bak gehaald om uit te lekken, en vervolgens in een kratje gezet met gaatjes in de bodem.

De rest van de tuin was trouwens ook kletsnat, hier op de vette klei kan water echt dagenlang blijven staan. En naast alle regen heeft het ook nog flink gewaaid; een aantal kapucijners zijn van het klimrek af gewaaid, soms ook geknakt:

 

Dus we binden op wat nog op te binden is, en wat geknakt is knippen we maar af, wie weet lopen die planten vanuit het onderste gedeelte weer uit.

Gelukkig had niet iedereen evenveel last van de storm; de duiven hebben weinig last gehad en hebben vriendschap gesloten met de plastic kraai, en en passant de paarse koolrabi’s (nota bene in mijn mooie moestuinvak) al redelijk kaal gevreten. Voor straf hebben we plastic kraai nummer 2 ernaast gezet, dat zal ze leren!! (of niet).

 

Zucht. Zoals gezegd; het leven van een moestuinder gaat niet altijd over rozen (die staan trouwens ook in een flinke plas water). Maar volgens het KNMI is moeder natuur de komende dagen wat beter van humeur en krijgen we zon en oplopende temperaturen.

En dus gaan we morgen met goede moed, schone, en droge sokken en schoenen weer naar de tuin. Ruud gaat wieden (deze maand zijn core business). En ik ga de eerste ronde in de kas maken. Want de meeste tomatenplanten zijn nu ongeveer 30 tot 35 centimeter hoog en kunnen voor het eerst aan de stok worden gebonden, en de eerste dieven kunnen  worden verwijderd:

 

Bij de rode pijltjes zie je de diefjes. Bij het gros van de planten ga ik die weghalen. Maar er zijn ook een paar zaailingen gesneuveld; één was al iel en zwak toen we haar naar de kas brachten, en bij 2 planten vermoeden we dood-door-vraatzuchtige-slak. Of pissebedden, dat kan ook. Dat kan altijd gebeuren, gelukkig staan de andere ruim 75 planten er prima bij.

Van 3 jonge planten verwijder ik nog geen diefjes maar laat ik die nog even groeien. En dan maak ik daar stekjes van voor de leeggekomen plaatsen. Dat gaat heel goed, want tomaten stekken makkelijk. Ik zal dat in een later blog eens laten zien.

 

Huisdieren en onkruid

Nu de lente in volle gang is kan Lotje, ondertussen 17 lentes jong, ook weer blij naar buiten. In de andere jaargetijden mag ze ook naar buiten hoor (niet buiten onze achtertuin trouwens), maar als het koud is stapt ze naar buiten, de haren springen acuut overeind, ze draait zich om en staat binnen enkele seconden weer binnen. Nu zit ze elke dag weer even buiten op tafel, haar koninkrijk te overzien:

 

Ook op de volkstuin hebben we ook een nieuw huis-tuindier:

 

We hebben deze week 2 plastic kraaien gekocht, in de hoop dat die onze kolen willen bewaken. Als je goed kijkt lukt dan links wat beter dan rechts, blijkbaar hebben duiven genoeg branie om aan die kant  toch wat blad aan te pikken. Maar alle beetjes helpen, en eerlijk gezegd vind ik het een veel vrolijker gezicht dan al die netten die aan alle kanten dichtgemaakt moeten worden zodat vogels er niet in verstrikt kunnen raken.

Nog een huis-tuindier:

 

In één kas zitten er drie, ondertussen al aardig van formaat. Blijkbaar kunnen ze er genoeg eten vinden (we hopen op slakken) want ze kunnen vrijelijk in en uit de kas lopen maar blijven binnen. Ook in de andere 2 kassen zitten padden, en ook die willen er niet uit. Ruud is hun grote vriend (en beschermheer), als ik in de kas iets ga planten of wieden komt Ruud altijd snel aangelopen om me voor de 47e keer te vertellen dat ik wel moet oppassen voor de padden, plus een beschrijving in welke hoek ze vandaag zitten. Ja, huisdieren zijn heel leuk maar je moet er wel ook rekening mee houden.

En dan iets over onkruid. In reactie op mijn laatste blog kreeg ik de tip om kalk of lavameel te strooien tegen heermoes, en dat vind ik heel aardig! Wie heermoes nog niet kent:

 

Vrolijk plantje, hè? Ze wordt ook wel paardenstaart of kattenstaart genoemd. Het is heel aardig dat mensen me willen helpen om van dit onkruid af te komen. Maar dat hebben we wel al 27 jaar lang geprobeerd. Ik vrees dat het nooit gaat lukken. Dat lukt zeker nog wel als je voor het eerst heermoes in je tuin hebt gekregen (via gekregen stekken of planten, of via de sporen), dan kun je haar zeker nog wel verdrijven. Maar in onze tuin niet meer. En heermoes groeit dus op het hele volkstuinencomplex, als we haar uit zouden willen roeien, dan zouden alle leden en de gemeente Spijkenisse daar aan mee moeten helpen.

Als wij een week niet wieden staan er in onze tuin 1000 heermoesjes boven de grond. Ik heb ze verafschuwd, gehaat zelfs, consequent verwijderd, structureel uitgegraven, afgebrand, zelfs eens gif gekocht om ze de baas te worden. Maar niets helpt. Soms proberen we weer eens een nieuwe manier, en lijkt het wel eens te lukken, tot volgend voorjaar; dan is ze er weer, al 27 jaar lang. Ik vrees dat we letterlijk tot het eind der tijden moeten leven met heermoes 🙂 .

Ik heb even wat informatie gekopieerd uit Wikipedia en van de website van Anne Tanne. Dit zijn wat eigenschappen van heermoes:

  • Ze komt vooral voor in de gematigde en koude streken van het noordelijk halfrond.
  • Ze is een lid van de groep planten die voor het verschijnen van moderne planten de aarde domineerde.
  • 400 miljoen jaar geleden bestond deze plantengroep dus al, soortgenoten groeiden uit tot zeer hoge bomen
  • In die tijd was deze plantengroep de meest voorkomende ter wereld
  • Ze is een echte overlever; na vulkaanuitbarstingen is ze de eerste die weer groeit, op industriële terreinen met zware vervuiling is ze vaak de eerste die komt en/of de laatste die verdwijnt.
  • De wortelstructuur is enorm complex en uitgebreid: ze gaan zo’n 30 cm de diepte in, vertakken zich dan meters ver horizontaal, duiken weer 30 cm dieper, om zich opnieuw over een afstand van meters horizontaal uit te strekken, en weer 30 cm dieper te duiken, en dat tot op een diepte van vier tot zes meter.

Oftewel; wij hebben geen enkele illusie dat we haar gaan overleven. En na jaren van haat hebben we ons een paar jaar geleden met haar verzoend; natuurlijk verwijderen we elk voorjaar en zomer zoveel mogelijk van de bovengrondse en vooral ook ondergrondse delen, want anders zou er niks anders meer groeien in onze tuin. Maar we zijn gestopt met denken dat we van haar kunnen winnen. Sterker nog, eigenlijk is het wel stoer dat het enige onkruid dat ons onder de duim houdt een onkruid is dat nog onder de dinosauriërs groeide.

En dan nog iets (onder het mom; Kun je er niet van winnen, maak er dan gebruik van); heermoes heeft een aantal heel nuttige eigenschappen. Ze bevat bijvoorbeeld veel mineralen. Er is zelfs iemand op ons tuinbouwcomplex die er thee van zet en drinkt (ik heb het ook geprobeerd, ik vond het niet vies maar zeker ook niet lekker. En gedogen is één, maar zelf voortaan heermoes-thee drinken gaat een stap te ver (voor ons dan).

Maar voor planten is heermoes heel goed, het zou onder andere algemeen plant versterkend werken, en helpen tegen luis, helpen meeldauw te voorkomen, etc.. Kijk even op de website van Anne Tanne voor alle eigenschappen, toepassingen, etc..

En dus maken we er ‘gier’ van. Een kwartiertje ‘heermoes steken’ levert al snel een emmer vol op:

 

Regenwater erbij:

 

En dan minimaal 10 dagen laten staan. Ver weg van de bewoonde wereld want de geur is tegen die tijd onbeschrijfelijk smerig. Ik zal proberen over 10 dagen een foto te maken, mits ik niet flauw val. Over 10 dagen gaan we met dichtgeknepen neus de heermoesgier zeven, en gaan we het in de tuin gebruiken, als vernevelaar of voor bij het gietwater.

Zo, even heerlijk mijn hart gelucht over heermoes. En ach, wij hebben geen zevenblad, en geen kweekgras (wel pispotten trouwens, die zijn ook niet mis). Er zijn trouwens meer soorten kruid en onkruid waar je een heel nuttig gier van kunt maken, denk aan brandnetel, smeerwortel, etc..

Tot slot; ik had het beloofd, de eerste rabarber geoogst:

 

En terwijl ik dit schrijf, staat deze rabarbertaart in de oven. Als die morgen lekker blijkt te zijn zet ik het recept op de website.

 

Edit zaterdagochtend: zojuist voorgeproefd; taart blijkt lekker 🙂 , het recept: Rabarber-frangipanetaart

 

Gegroeid

Allereerst iedereen heel hartelijk dank voor de lieve beterschapswensen!

Vandaag voor het eerst weer eens een uurtje naar de tuin. Wat is het allemaal gegroeid!! Het onkruid voorop, uiteraard. Maar de rest van de tuin rent er achteraan.

2 blogs geleden liet ik deze foto zien van de rabarber:

 

De foto is van 12 april, 13 dagen geleden. Ik weet nog dat ik in mijn blog riep: “Over 2 weken rabarbertaart”!! En dat iemand vroeg of ik dacht dat de rabarber zo snel zou groeien. Ik twijfelde zelf nog even. Maar dit is dus anderhalve week later:

 

Of misschien nog wat duidelijker:

 

Ik heb er na de foto nog even een gieter water bij gegooid (vindt ze lekker, de grond begint al aardig op te drogen en veel regen wordt er niet verwacht). En dan ga ik straks nog even op zoek naar een leuk en lekker recept voor komend weekend.

Wat ook letterlijk de grond uit is geschoten zijn de sjalotten. Ook pas 2 weken geleden gepoot, veel later dan normaal (normaal gesproken poten we ze half tot eind februari al). En in die korte tijd is dit het resultaat:

 

We zien dat trouwens bij veel soorten; door de koude maartmaand zijn we wat later gaan zaaien en ook later gaan uitplanten. Maar al die soorten, van doperwten en sla, tot worteltjes, raapjes en uien; alles lijkt die tijd gewoon in te halen en is nu toch gewoon net zo groot als in de jaren dat we vroeger zaaiden en plantten.

Op 20 maart maakte ik een kleine verhoogde bak in orde voor polycultuur (ik noem het liever ‘de saladebak’). Onkruid eruit, grond wat los gemaakt, goed nat gemaakt.

 

Ik heb van allerlei leuke en lekkere soorten kleine beetjes bij elkaar verzameld tot ik ruim een eetlepel zaden had; van tuinkers tot sla, andijvie, bladbiet, mosterdblad, rucola, zelfs wat dille, wat Oost-Indische Kers, spinazie. Bij elkaar had ik een ruime eetlepel gemengde zaden, en dit is ruim een maand later het resultaat:

 

We kunnen er komend weekend al van gaan oogsten, heerlijk!! Voor wie het niet kent, vorig jaar heb ik dit voor het eerst geprobeerd en er in mei 2017 een wat uitgebreider blog over geschreven: Polycultuur oftewel de saladebak. Ik was er toen erg tevreden over en ook nu hopen we er weer weken lang gemengde saladegroenten uit te kunnen oogsten. Vorig jaar heb ik er ook nog bietjes en radijsjes, worteltjes en lenteui tussen gezaaid maar dat deed het vorig jaar wat minder goed tussen het geweld van alle blaadjes (misschien ook iets te dicht op elkaar gezaaid 🙂 ), dus dat heb ik dit jaar achterwege gelaten.

Dan nog even iets over de kas; het is er erg warm geweest, ruim 45 graden. En daardoor is de grond goed opgewarmd. De zaailingen van tomaat, paprika en peper stonden thuis al in een zonnig raamkozijn en zijn niet geschrokken van de warmte in de kas (uiteraard hebben we wel elke 2 of 3 dagen water gegeven). De kas ziet er nu zo uit:

 

Het is er in ieder geval opgeruimd 🙂 . De grond is omgewoeld, de compost ondergewerkt, de stokken zijn gezet en alle tomaten, paprika’s en pepers zijn uitgeplant. Daartussen zie je nog heel veel bakken met zaaisels en zaailingen die moeten worden uitgeplant.

De tomaten in de kas iets dichterbij:

 

Nog een week, of hooguit anderhalf en dan zal ik (want dat is mijn taak, we hebben het hier goed verdeeld) mijn eerste ronde moeten gaan maken en de jonge planten voor het eerst aan de stokken vast kunnen maken. Ruud moet nog een rek bouwen voor de komkommers, en ik heb afgelopen weekend basilicum gezaaid (die komen naast het rek met de komkommers, achterin de kas, te staan).

Dus ja, het gaat goed in de tuin. Maar er zijn ook altijd wat tegenvallers. Niet alle aardappelen lijken boven te komen. We hadden nog 8 aardappelen over, die hebben we bewaard en gaan we alsnog poten op de plaats van de niet opgekomen exemplaren (eerst even zoeken naar de resten van die aardappelen, we gokken op waterrot).

Daarnaast zijn de blijkbaar net iets te vroeg uitgeplante dragonafrikaantjes opgevreten (ongetwijfeld slakken), dus die ga ik morgen opnieuw zaaien. En hetzelfde geldt voor een mooi mengsel van duizendschonen – niks meer van teruggevonden.

Maar over het algemeen was ik blij – blij om weer naar de tuin te kunnen, blij dat bijna alles zo goed is gegroeid, blij ook dat er nog genoeg te doen is. En Ruud is ook blij, dat ik weer ben opgeknapt, en dat ik weer kan helpen met wieden, water geven, opbinden, uitplanten en al die andere dingen die er nog moeten gebeuren.

Nog even 3 meldingen:

  • ik heb op de website van Pokon een blog geschreven, over eenjarigen, met foto’s van 5 soorten die je nu nog kunt zaaien: Eenjarigen in april
  • en voor alle duidelijkheid wil ik nog een keer melden dat de nieuwsbrief (de melding dat ik een blog heb geschreven) het weer doet en één keer per week, op zaterdag, wordt verzonden. Daarnaast meld ik het ook altijd direct op mijn facebookpagina wanneer ik een blog heb geschreven.
  • ik heb nog 3 pagina’s geschreven: een fruitboom plantenlange en dunne zaailingen, en diefjes in jonge paprikaplanten (jaja, dat krijg je als je aan huis gekluisterd bent 🙂 )

Tot slot nog 1 foto. De pruimen zijn uitgebloeid, de peren zijn bijna uitgebloeid. Maar de appels, aalbessen en blauwe bessen bloeien nu volop!! Op de foto de bloesem van appel Ecolette, in haar eerste jaar in onze tuin.

 

Bloeien

Dit keer een kort blogje. En dat komt omdat ik met een virusinfectie op bed lig c.q. op de bank hang, en Ruud het dus even helemaal alleen moet doen en het erg druk heeft in de tuin. Ik weet het wel, dit soort dingen komen nooit gelegen, maar dit is wel heel slecht getimed. Afijn, niks aan te doen, schijnt nog een week te duren, de week kan me dit keer niet kort genoeg duren 🙂 .

Gelukkig waren we dinsdag nog samen een hele dag in de tuin, we hebben toen veel gedaan, van wieden en water geven, tot zaaien en uitplanten. Alle tomaten, paprika’s en pepers zijn in de kassen uitgeplant, en daar ben ik nu dan wel extra blij mee. Volgende week volgen de foto’s.

Het beruchte vak met de schuine hekken hebben we even schoongemaakt, en de laatste doperwten zijn uitgeplant. We hebben de planten niet meer afgedekt, de jonge planten van de eerste zaai begonnen al door het blauwe net te groeien. We zijn na deze foto niet meer op de volkstuin geweest, Ruud en ik duimen elke avond nog even een half uurtje dat de duiven de planten met rust hebben gelaten.

 

Dat geldt trouwens ook voor de kapucijners:

 

Als we het gaas nog langer zouden laten zitten zouden de jonge planten er al in verstrikt raken, dus bij een hoogte van zo’n 35 centimeter hebben we ook dat dinsdag verwijderd.

En verder wil ik dit keer vooral wat foto’s laten zien van bloeiend fruit. Want daar genieten we altijd erg van. De perenboom staat in bloei. En niet zo’n klein beetje ook. Het is een Gieser Wildeman, en vorig jaar had ze een beurtjaar. Dit jaar zullen we de vruchten na de bloei wat moeten gaan uitdunnen.

 

De appelbomen staan in knop, die gaan na het weekend bloeien:

 

En de aalbessen bloeien ook:

 

De jonge kruisbes bloeit dit jaar (vorig voorjaar gekocht) al prima. En de 2 pruimenbomen zijn zelfs al bijna uitgebloeid.

 

Elk jaar is het weer spannend welke bomen en struiken wel of niet gaan bloeien en hoe rijk – zo kunnen we een beetje inschatten wat we over een paar maanden aan oogst kunnen verwachten. Maar zonder de belofte van een goede oogst zouden we er ook van genieten; omdat het prachtig is (zeker als de zon ook nog schijnt), omdat het zo lekker ruikt, en omdat er zo veel hommels op af komen.

Dit weekend wil ik gaan proberen om courgettes en pompoenen voor te zaaien, boontjes en maïs, komkommers en meloenen. Dan kunnen die planten ergens rond de 2e week van mei worden uitgeplant.

Tot slot dan nog een foto van de kleine knopjes van de blauwe bes:

 

Ik hoop dat de planten volgende week gaan bloeien, maar als de temperatuur terug loopt kan het ook nog een weekje langer duren. We hebben nog wat laatste zakjes blauwe bessen van vorig jaar in de vriezer, en daarmee heb ik deze heerlijke cake nog gebakken:

 

Een ondersteboven gebakken cake met sinaasappel en blauwe bessen. Ik beloof dit weekend het (erg makkelijke en erg lekkere recept op mijn website te plaatsen en de link hier nog even te vermelden.

Edit zaterdag; het recept: Omgekeerde cake met sinaasappel en blauwe bessen

 

Uitplanten

Nou ja, uitplanten….. eerst opruimen.

En bedenk dat het 14 april is, en geen 12 mei. We zijn dus een maand te vroeg. Nu kunnen we in de kas wel wat eerder beginnen, want die warmt al flink op, de grond is er warmer dan buiten en dat betekent dat ze in een koude nacht wat van haar warmte afstraalt waardoor het al niet meer zo koud wordt als buiten. Dat neemt niet weg dat wij zelf eigenlijk nooit voor de derde week van april de tomaten, paprika’s, en pepers uitplanten in de kas.

Maar ook wij kunnen niet om de weerberichten heen. Het gaat dinsdag meer zomer dan lente worden. En de pepers, paprika’s en aubergines zijn al zo groot dat sommige zonder steun omvallen, en gaan bloeien. We gaan uitplanten, dat is echt beter dan ze in kleine potjes houden omdat het misschien nog koud gaat worden. Wie dan leeft….

Om even duidelijk te maken waarom we niet willen wachten met uitplanten. Zo stonden de planten er gisteren nog bij:

 

Ze houden elkaar overeind en hebben om de dag dag al een gietertje water nodig. Als je goed kijkt zie je al vertakkingen en bloemknopjes.

Voor wie die vertakking niet kent, hier kun je die goed zien:

 

Elke peper en paprika begint met één ‘stam’ en maakt op een hoogte van zo’n 25 tot 35 centimeter de eerste vertakking, soms in twee takjes, meestal in drie takjes, af en toe in vier. In die eerste vertakking hangt altijd een bloempje. En vanaf die vertakking zie je meer vertakkingen en meer bloempjes. Hier begint de opbouw van de ‘kroon’ van de plant. En om die reden halen we alle blaadjes en ‘diefjes’ onder die eerste vertakking met het eerste bloempje weg. Maar nu nog niet, dat doen we pas als de jonge planten zijn aangeslagen en groeien. Nu eerst maar uitplanten. Maar de kas zag er gisteren nog zo uit:

 

Links allerlei zaailingen, rechts een grote berg stokken in allerlei formaten en achterin gewoon een los gestorte puinhoop 🙂 .

Eerst hebben we alles buiten gezet. En daarna mijn planning erop nagekeken. Want zonder planning ben ik nergens. Dit moet passen in deze kas:

 

En dus kunnen we nu de stokken uitzetten en uitrekenen wat de plantafstand is. Uiteindelijk staan de planten op een rijafstand van 55 centimeter, dat is bijna 10 centimeter ruimer dan vorig jaar. En dat is fijn (voor de planten en vooral de wortels van die planten maar ook voor diegene die over een paar weken daartussen moet opbinden, blad verwijderen, dieven, tikken, etc. (en dat ben ik, Ruud doet alleen de komkommer – omdat ik daar jeuk van krijg – de rest is mijn taak 🙂 ).

Kijk, het begint er al een beetje op te lijken. Een beetje…..

 

En aan het einde van de middag zag de kas er zo uit:

 

Uitgemeten en rechts al uitgeplant, links is morgen aan de beurt. De afstand tussen de bruine tomatenstokken en de groene paprika-/auberginestokken is dus 55 centimeter. De afstand tussen de stokken in de rij is 40 tot 45 centimeter. En 45 x 55 centimeter is voldoende voor 1 tomatenplant of 1 setje van 3 pepers, paprika’s of aubergines.

Als je goed kijkt zie je dat de jonge planten al met touwtjes losjes aan de stokken zijn vastgebonden. Dat komt vooral doordat de planten al wat te hoog waren (en om die reden hebben we ze ook iets dieper geplant dan dat ze in het potje stonden).

We hebben de uitgeplante zaailingen uiteraard gelijk water gegeven, en de labels aan de stokken gebonden.

Klaar is Kees, morgen de andere kas, nu is het er nog prettig vertoeven, vanaf dinsdag wordt het overdag buiten 22 graden, en in de kas dus misschien wel rond de 40 graden. Lijkt mij duidelijk waarom we voor dinsdag klaar willen zijn met het uitplanten van alle zaailingen in alle drie de kassen.

En dan hebben we ook altijd nog wel wat planten voor buiten, een struiktomaatje voor in pot, een vroege aubergine, en een pepertje. In de volle grond zou ik nu zeker nog geen zaailingen uitplanten (anderhalve week geleden vroor het nog, de grond is nog ijskoud). Maar de planten die we in potten gaan telen gaan we wel al uitplanten. Want de potgrond is al lekker op temperatuur, een pot warmt sneller op dan de volle grond, en mocht het nog koud worden, dan kunnen we de potten tijdelijk even in de kas of zelfs in huis zetten.

Tot slot nog 1 foto, omdat ik het altijd zo bijzonder vind; de rabarber loopt uit, bijna prehistorisch en met zo veel kracht. Over 2 weken eten we rabarbertaart!