Moeilijke materie

Ik beloofde een paar weken geleden om eens uit te zoeken hoe het zit met het kruisen van verschillende soorten pepers.

Dat bleek niet zo gemakkelijk als ik dacht. Er is in het Nederlands weinig over te vinden, ik heb uiteindelijk informatie gezocht in publicaties van Paul W. Bosland, professor en docent aan de New Mexico State University (waar rassen als Numex Twilight en Numex Big Jim zijn ontwikkeld). Hij wordt ook wel ‘The Chileman’ genoemd. Zou het een man met voorouders in Nederland zijn 🙂 ?

Afijn, ik ga gelijk beginnen want het is veel en lastig, ik ben geen bioloog. Ik denk dat het ook niet nodig is om alles tot in de kleinste details te begrijpen want dan gaat het over Interspecifieke hybridisatie, chromosomale structurele arrangementen, endosperm-degeneratie, etc. Ik heb geprobeerd om er iets van te snappen en dat hieronder begrijpelijk samen te vatten 🙂 .

Allereerst: ik schrijf hier over kruisingen tussen verschillende soorten pepers (species). Dat is veel gecompliceerder dan kruisingen tussen verschillende rassen binnen een soort want die kunnen makkelijk kruisen. Een rode en een gele Habanero kruisen  gemakkelijk. En dat geldt ook voor een puntpaprika en een blokpaprika. En een paprika kan zelfs vrij makkelijk kruisen met een cayennepeper, want ze behoren allebei tot de groep Capsicum annuum.

Een peper is zelfbestuivend, ze heeft zowel het mannelijke stuifmeel als de vrouwelijke stamper bij elkaar in 1 bloem (daarom is een zuchtje wind of een tikje tegen de plant voldoende om de peper of paprika te bestuiven).

Op de foto hieronder zie je paarse bloem van de peper Schwarze Peperoni (Capsicum annuum). Je ziet dat er zowel een vrouwelijke stamper is als mannelijke meeldraden met stuifmeel:

 

Met behulp van wat luchtverplaatsing kan ze zichzelf dus bestuiven, maar insecten (en mensen) kunnen voor kruisbestuiving zorgen door het stuifmeel van een andere pepers op de stamper te laten landen voor het stuifmeel van deze bloem dat doet.

Er zijn trouwens binnen de soort Capsicum annuum ook rassen met witte bloempjes en dat lijkt bij het kruisen tussen soorten iets belangrijks te zijn maar dat heb ik niet helemaal begrepen.

Een annuum-bloempje is wit of paars, en soms wit met paars, zoals deze (maar dan zijn er dus voorouders met witte en met paarse bloemen)

 

Er bestaan zo’n 40 soorten pepers (Capsicum species) maar er zijn 5 soorten die veel voorkomen:

  • Capsicum annuum (waaronder bijvoorbeeld cayennepeper, jalapeño maar ook de paprika)
  • Capsicum baccatum (veel aji’s vallen hieronder)
  • Capsicum chinense (dit zijn vaak zeer hete, kruidige pepers zoals Habanero’s en Scotch Bonnets)
  • Capsicum frutescens (dit zijn bijna altijd kleine hete  pepers die altijd rechtop in de planten staan, de bekendste zijn Birdseye en Tabasco)
  • Capsicum pubescens (afwijkend door de dikke zwarte zaden, voorbeelden zijn Rocoto en Manzano)

Over die laatste kan ik kort zijn: Capsicum pubescens kruist niet met andere pepersoorten.

De zaden van Capsicum pubescens zijn dik en zwart, zo afwijkend van alle andere Capsicumsoorten dat alleen dat al duidelijk maakt dat ze niet verenigbaar zijn

 

De soorten die niet in dit lijstje staan zijn vaak botanische soorten die in smaak, opbrengst, groeiwijze, vroegheid, etc. zo afwijkend zijn dat ze minder interessant zijn voor de commerciële teelt. Er zijn wel subsoorten waar mee wordt gekruist, zoals Capsicum annuum var. glabriusculum. Vaak duidt dat op een net iets ander type dat uit een ander deel van de wereld komt (want pepers komen van oorsprong niet alleen uit Zuid-Amerika, maar ook uit andere landen en werelddelen zoals Thailand, Spanje, India, Afrika, China, etc.).

Ik dwaal af, even terug: de 4 bekende soorten (annuum, baccatum, chinense en frutescens) kruisen niet gemakkelijk. Maar het kan in theorie wel. In een publicatie van Paul Bosland wordt gesteld dat de mate van genetische verwantschap daarin heel belangrijk is; hoe meer overeenkomsten in de genen, des te groter is de kans dat 2 soorten kunnen kruisen. En als die kans heel klein is, is ze er toch. Als er 100 pepers worden kruis bestoven en het mislukt 99 keer, dan is er uiteindelijk wel één kruising waar wellicht verder op geborduurd kan worden.

Als de genetische verschillen groot zijn zullen er barrières optreden. Misschien weer eens een vreemde vergelijking maar denk aan het kruisen van een mens met een chimpansee, met een rat en met een spin. Hoe meer overeenkomsten, des te groter is de kans dat het gedeeltelijk succesvol zou kunnen zijn. Hoe verder van elkaar, des te groter is de kans dat er geen bruikbare overeenkomsten zijn en het volledig mislukt. Je kunt bijvoorbeeld denken aan proefdieren die op bepaalde punten zo nauw verwant zijn aan de mens dat er medicijnen op worden getest.

Als pepers van bepaalde soorten niet kunnen kruisen wordt daarbij de term ‘incompatibiliteitsbarrière’ gebruikt (als een obstakel tussen pepers die niet verenigbaar zijn). Die barrières kunnen verschillend zijn: er zijn kruisingen die geen pepers geven. En er zijn kruisingen die wel pepers geven maar waarvan de zaden steriel zijn, niet aanwezig zijn, of alleen maar leeg, loos en verschrompeld. De zaden kunnen er ook prima uitzien en kiemen maar geen goede planten geven. Denk daarbij aan het vroegtijdig sterven van al dan niet misvormde zaailingen. Of er groeit nog wel een volwassen plant die echter geen pepers kan produceren. Allemaal manieren om te verhinderen dat verschillende soorten die niet verenigbaar zijn toch kruisen.

Ik herken het laatste voorbeeld: vroeger ruilde ik peperzaden, en ik kan me herinneren dat ik eens een peperras zaaide van geruilde zaden, en dat de zaden goed kiemden, de planten goed groeiden en ook behoorlijk groot werden (ik had zo’n setje van 3 planten bij elkaar). Er verschenen wel bloemknopjes maar die vielen telkens al af voor ze opengingen. Uiteindelijk was er in oktober geen enkel bloempje gaan bloeien, allemaal voortijdig afgevallen. En ik had dus ook geen enkele peper van de drie planten. De plant was nog steeds gezond, wel 120 centimeter hoog. Ik begreep wel dat het iets met een kruising was, maar nu begrijp ik beter wat er aan de hand was. Had ik er toen maar foto’s van gemaakt 🙂 .

Ik kan me verder geen andere voorbeelden van problemen met kiemen, groei of vruchtzetting herinneren. Wel is er hier eens een paprika gekruist: de Blue Jay. Ik weet niet met welk ander ras, ik weet alleen dat het ook een paprika was (want ik houd paprika’s en pepers in 2 verschillende kassen van elkaar gescheiden).

De originele Blue Jay; plompe blokpaprika’s die van paars naar donker rozerood rijpen

 

De kruising:

De gekruiste paprika Blue Jay, de zaden geven planten die meer conisch gevormde paprika’s maken die ongeveer dezelfde onrijpe kleur paars hebben maar nu afrijpen naar geel

 

Zo gemakkelijk kruisen rassen binnen een soort dus. Op verschillende universiteiten worden soorten geprobeerd met elkaar te kruisen. Om goed onderzoek te doen worden er meerdere soorten gekruist en gezaaid, allemaal onder precies dezelfde omstandigheden opgekweekt, verzorgd en geoogst (zo las ik dat de zaden werden gezaaid in incubators bij 27,5 graden, 8 uur in licht en 16 uur in het donker, dat blijkt dus de meest ideale kiemtemperatuur voor peperzaden te zijn, handig om te weten 🙂

Voor wie er interesse in heeft; je kunt op deze pagina een tabel vinden waarin de globale uitkomsten van verschillende kruisingen staan: The Chileman. De hele pagina is trouwens interessant en in begrijpelijke taal. Ik vind het bijzonder dat er na kruisingen tussen soorten soms niet meer dan 2% kiemt of overleeft, maar soms kan het ook wel 14% of 20% zijn. Het viel me op dat in al die cijfertjes de kans op slagen het grootst is wanneer Capsicum frutescens één van de twee soorten is.

En nog iets bijzonders: het lukt bijvoorbeeld amper om een kruising te maken tussen mannelijk stuifmeel van een Capsicum frutescens met een vrouwelijke bloem van een Capsicum baccatum (minder dan 3%), maar is er veel meer succes wanneer de kruising in sexe andersom is, dus wanneer stuifmeel van een Capsicum baccatum de stamper van de bloem van een vrouwelijke Capsicum frutescens bevrucht. Bijzonder hè! Ik las ook dat de heetste pepers ter wereld (ooit begonnen met de Bhut Jolokia) bijna zeker een kruising is tussen een Capsicum chinense en een Capsicum frutescens.

En die groep belachelijk hete pepers dijt flink uit, veredelaars zijn op zoek naar een nog hetere peper, of een betere opbrengst of andere kleuren, een vroeger ras, etc. in die groep. Ik ben ondertussen al zo oud dat ik de tijd vóór die groep extreem hete pepers heb meegemaakt (waarbij de Capsicum chinense Red Savina de heetste peper ter wereld was, nu een lachertje 🙂 ). Het is bijzonder om te bedenken dat al die die nieuwe rassen als Carolina Reaper, de Bubblegums, Jonah Strains,  Scorpions, 7-pots en noem ze allemaal maar op, uiteindelijk uit één of een handjevol kruisingen tussen chinense en frutescens zijn ontstaan.

Peper Bhut Jolokia

 

Bij ‘hobbyisten’ gaat het bij het kruisen vaak om variatie in heetheid, smaak, kleur, etc., de professionals kruisen vooral voor verbeteringen in ziekteresistentie opbrengst, droogtebestendigheid, etc.. Allebei welkom (al komen er nu wel zoveel rassen bij dat ik me soms afvraag wat nu nog de meerwaarde van een aantal van die rassen is). Het kruisen door professionals is over het algemeen ‘gezonder’. Bewust kruisen is sowieso best lastig, bij de nog dichte bloem moeten de meeldraden worden weggeknipt en dan moet alles geïsoleerd blijven tot er met de hand wordt bestoven. Daarna moeten het jaar erop de zaden worden gezaaid en die worden dan F1 genoemd. Pas na 8 generaties selecteren op identieke planten en identieke pepers (dus na F8) wordt een ras stabiel beschouwd. Dat geldt voor rassen binnen een soort en dat lukt regelmatig. Maar het geldt dus ook voor kruisingen van soorten en dan gaat er voor die tijd heel veel fout.

Want een kruising tussen soorten kan in eerste instantie nog wel lukken. Maar in de generaties daarna zie je dat de genen van verdere voorouders steeds belangrijker worden (zoals 2 blauwogige ouders een kindje met de bruine ogen van oma). Uiteindelijk kunnen in de volgende generaties de bijzonder kleur, grootte, heetheid, of wat je dan ook wilde bereiken met die kruising, weer verloren gaan. En professionals kunnen kruisen met meerdere zaden en planten (bijvoorbeeld 50 planten zaaien en daar telkens de beste planten van kiezen voor de volgende generaties). Hobbyisten kruisen vaak op veel kleinere schaal (minder planten, minder keuze, minder zaden) en dan wordt de kans op ziekten en ‘defecten’ groter (je kunt dat enigszins zien als een soort ‘herhaaldelijke inteelt’).

De conclusie: eigenlijk zit de natuur heel ingenieus in elkaar 🙂 .

Daarmee heb ik de vraag waar een kruising tussen 2 soorten toe gaat behoren nog niet beantwoord. En dat is misschien ook de moeilijkste vraag. Al die nakomelingen van de Bhut Jolokia buiten beschouwing latend (want die is zo stabiel dat ze is ingedeeld bij de Capsicum chinense en alle nakomelingen zijn raskruisingen en geen soortkruisingen) zie je maar heel zelden een kruising tussen soorten.

Een peper uit de groep Capsicum baccatum is te herkennen aan de witte bloempjes die altijd okergele tot olijfgroene vlekjes hebben

 

Ik heb op de website van Semillas (een betrouwbare zaadhandel van peperzaden) het aantal rassen dat daar wordt verkocht geteld:

  • Capsicum annuum:     222 rassen
  • Capsicum chinense:     231 rassen
  • Capsicum baccatum:     58 rassen
  • Capsicum pubescens:     23 rassen
  • Capsicum frutescens:     11 rassen
  • overige Capsicumsoorten:      6 soorten

In die in totaal 551 pepers die daar worden verkocht tel ik 4 kruisingen: Jamaiacan Red Hot en Jamaican Yellow Hot (beide  Capsicum chinense x Capsicum annuum), en Vicentes annuum (Capsicum chinense x Capsicum annuum). En die staan alle drie in zowel de lijst met chinensepepers als in de lijst met annuumpepers. En dan staat er nog een Yaki Blue Fawn in (een kruising tussen Filius Blue = Capsicum annuum en Bhut Jolokia = Capsicum  chinense) en die staat in de lijst van de chinensepepers, omdat de pepers vooral op een chinensepeper lijken (op de kleur na).

Oftewel: succesvolle kruisingen zijn vooral kruisingen tussen rassen. Als er al soorten succesvol worden gekruist valt het overgrote deel daar ergens in de volgende 8 generaties weer vanaf. En wat er dan nog overblijft wordt als kruising in beide categorieën ingedeeld, tenzij de peper overduidelijk meer kenmerken van één van de twee soorten heeft. De sterkste wint dus altijd, als het gaat om indeling, maar ook bij het doorgeven van eigenschappen in kruisingen. Zoals een donkere huidskleur dominant is over een lichte huidskleur, zoals bruine ogen dominant zijn over blauwe ogen, zoals hete pepers dominant zijn over milde pepers, zoals rijp rood en geel dominant zijn over tertiaire kleuren als perzik, abrikoos, oranje, etc. En het is dus heel bijzonder als het lukt om uit 2 soorten iets nieuws te kweken dat ook 8 generaties later nog even goed, gezond, mooi, heet en lekker is.

Een foto van een paar jaar geleden van de pepersoorten van dat jaar, je kunt zien hoe verschillend pepers kunnen zijn in vorm, kleur en grootte (en dan heb ik het nog niet over vroegheid, opbrengst, smaak en heetheid)

 

Poehee, dat was een compleet en meerdaags project. Misschien niet voor iedereen interessant, maar voor Kristof: ik hoop dat dit antwoord is op je vraag 🙂 . En ik heb er zelf weer van geleerd, ook belangrijk. Kijk vooral op deze pagina als je interesse hebt in een veel meer gedetailleerd verslag van het onderzoek en links naar websites en referenties. En als een bioloog dit verhaal ooit leest en  opmerkingen, verbeteringen of aanvullingen heeft, heel graag!

Dan tot slot heel kort nog even wat ik verder te melden heb:

Ik heb op de website van Pokon een blog geschreven over De tuin en de kas in de winter

 

Deze foto maakt ik anderhalve week geleden in de kas, bijna niet te geloven hè!

En ik heb nog wat aan de website gedaan:

Bijgewerkte pagina’s:

En één nieuwe pagina:

Volgende week beloof ik een kort en simpel blogje over wat ik in januari eens zou kunnen zaaien, daar ben ik zelf ook wel aan toe (aan zowel het kort, het simpel en het zaaien 🙂 ). Iedereen een vrolijke jaarwisseling gewenst!

Planning en kerst

Eerst een vrolijk bericht: deze zaterdag is de kortste dag van het jaar. Vanaf nu kunnen we voorzichtig richting de lente kijken 🙂

Met dat in gedachten gaan we dit weekend naar de tuin, om op te ruimen. De tuin zelf is klaar (al is een tuin nooit klaar natuurlijk). Ruud heeft afgelopen week in het laatste vak gewied, het pad schoongemaakt, stro en mest tussen de aardbeiplanten verdeeld, etc. Dit keer gaan we potten leeg en schoon maken, restanten van stokken opruimen, bindtouw verzamelen, kapotte emmers weggooien, rondslingerende labels bij elkaar rapen en mee naar huis nemen om af te wassen, half vergane sierpompoenen de composthoop in schuiven, onderschalen opstapelen, etc., dat soort opruimen.

 

En dan komt begin januari de eerste taak in het nieuwe jaar: het schoonmaken van de ruiten van de 3 kassen. Dat stel ik altijd uit. Met ijskoud water (dat altijd langzaam langs je armen en jas je oksels in loopt) en een borstel op een lange stok, in de modder en boven je macht staan te schrobben. Het klinkt en is niet leuk, maar wel heel nuttig.

Ondertussen heb ik me verdiept in de planning, zaden zijn besteld en een deel ervan is ook al binnen. Zonder dat ik nou reclame voor de zaaiagenda wil maken: vroeger legde ik alle zaden die ik in het volgende jaar wilde zaaien in enveloppen op maand of week apart zodat ik niets zou vergeten. Maar dat hoeft niet meer, ik pak volgende maand gewoon de agenda en kijk wat ik kan zaaien. Ik heb nog steeds wat enveloppen op week/maand maar daarin zitten nu alleen bijzondere of nieuwe soorten kruiden of bloemen. En ik heb nog steeds 2 enveloppen: 1 met de tomatenrassen voor maart 2020 en één met de zaden van de rassen van pepers, paprika’s en aubergines voor eind januari.

Het was weer puzzelen. Soms ook lastig, want er moeten uiteindelijk altijd wat soorten en rassen worden geschrapt. Als we 6 kassen hadden kwamen we ook nog plaats tekort, zoveel leuke rassen zijn er elk jaar te kiezen. Maar het was heerlijk snuffelen in catalogi en op internet, foto’s bekijken en rasbeschrijvingen lezen. Ik weet al hoe het er volgend jaar uit gaat zien, heb de tuin in gedachten al van alle kanten bekeken (en toch wordt het altijd anders, hoe leuk is dat).

Tomaat Black Icicle, staat zeker in mijn planning voor 2020

 

Ik ga heel veel nieuwe rassen zaaien, maar ook wat oude bekende, en ook daarbij is het heerlijk om mijn oude foto’s weer eens op te zoeken of in mijn eigen database te zoeken naar die ene romatomaat die er in kas 1 nog bij kan, of een peperplant voor onder de werktafel in kas 2. Elk plekje in kas, tuin en pot staat in principe vol gepland.

Ik ben er ruim een week zoet mee geweest (en tot in de lente kan er ook nog wel iets aan veranderen, wanneer ik iets tegenkom dat ik niet kan weerstaan, of wanneer oudere zaden niet meer kiemen en ik er iets voor in de plaats kan uitzoeken).

Wat voorbeelden van nieuwe rassen voor de kas in 2020:

  • Tomaat Donkey Ears (alleen al voor de naam)
  • Tomaat Red Fig
  • Tomaat Piennolo Giallo Vesuvio
  • Dwergtomaat Funnyplum Yellow
  • Paprika Escamillo
  • Paprika Snow White
  • Peper Peperone Tondo Calabrese
  • Peper Sergeant Pepper (ook alleen al voor de naam)

Bekendere rassen die ik weer eens ga zaaien zijn de tomaten Liguria, Blush, en Sprite, paprika’s Doe Hill en Yellow Cheese Pimento, pepers CGN 21500 en Early Jalapeño. En eindelijk vond ik ook weer eens zaden van de peper Goat’s Weed:

 

Ja, die was wel echt heel erg mooi, met zacht behaard en daardoor grijs en fluwelig aanvoelend blad, met lakzwarte pepers die donkerrood afrijpen. Ze was, toen ik haar voor het laatst teelde, wel een heel laat ras. En daarom heb ik me voorgenomen om haar extra vroeg te gaan zaaien (misschien begin januari al). Hetzelfde geldt voor de peper Mini Brown Rocoto. Met de rest van de paprika’s, pepers en aubergines wacht ik braaf tot eind januari.

Ik heb wel bedacht dat ik na de kerstdagen al voorzichtig op zoek ga naar een mooi stukje gember om stekken van te nemen, naar citroengrasstengels om in water te laten wortelen en wellicht ook al eens kijken naar zoete aardappelen om te stekken.

Ook de peper CGN 21500 staat weer eens in mijn zaaiplanning, lelijke naam, prachtige peper (en erg heet en smaakvol)

 

En bloemen? Die staan meer dan ooit in de moestuin gepland. Ik ga steeds meer groenten schrappen die we toch niet zo vaak eten (niet in aantal soorten maar vooral in aantal planten per soort). En ik kijk er al naar uit om daarvoor in de plaats nog meer eenjarige bloemen te zaaien/planten. Ook daarvan heb ik veel nieuwe soorten uitgezocht en gekocht waar ik me nu al op verheug. Maar ga ik ook weer soorten/rassen zaaien die ik al eens eerder teelde. Nieuw worden in 2020 Clarkia concinna, Limonium sinuatum, Kochia scoparia (heel vroeger wel eens gezaaid, wat vond ik dat lelijk, maar ik zag ergens in een catalogus zo’n enthousiaste beschrijving dat ik het toch nog een keer ga proberen). En natuurlijk veel (voor mij) nieuwe rassen van bekende soorten zoals Phlox drummondii Cherry Caramel, Matthiola incana Rainbow Quartet, Helichrysum bracteatum Apricot Peach, etc. Maar ook weer wat oude bekende soorten, zoals deze Linaria maroccana Pretty in Pink:

En Dianthus barbatus atrosanguineus:

 

Met het maken van de planning en het zoeken naar leuke en rassen gloort ook in mijn hoofd de lente 🙂

Nu eerst de kerstdagen. Met een echte kerstboom. Daar heb ik me toch 24 jaar op verheugd. We hebben al die jaren een kunstboom gehad. En dat was de schuld van 12 katten (niet allemaal tegelijk maar wel altijd meer dan 6). Want zo zag de boom er op een doordeweekse dag in december regelmatig uit.

Bas in de kerstboom:

 

En Fiep in de boom:

 

Het zijn oude foto’s van slechte kwaliteit. Soms werden we ’s ochtend wakker door het gestuiter van één of meerdere plastic kerstballen op de plavuizen (ook al draaiden we de haakjes drie keer om bal en tak). De boom zelf werd elk jaar op 3 plaatsen vastgemaakt aan muur en/of verwarming. We hebben er nooit een kat in zien springen, maar wel heel vaak één doodleuk uit zien stappen.

Dit is ons eerste katloze kerst. Poekie, Pieter, Wampie, Fiep, Fanti, Zizi, Els, Annie, Arie en Bas zijn ons al eerder ontvallen, en afgelopen zomer hebben we Lotje in moeten laten slapen (dat was verdrietig maar het was ook goed want ze was heel oud, had geen tanden meer, was bijna blind en de dierenarts constateerde een tumor bij haar hart). We besloten nu ook katloos te blijven (als het lukt). En dus zei ik tegen Ruud dat ik dan in ieder geval een echte kerstboom wilde. Met het gevoel van vroeger; het uitzoeken, optuigen, een boom die nooit hetzelfde is, altijd wel een rare tak of een scheve top, en natuurlijk de geur.

Maar ik blijk ondertussen weekhartig te zijn geworden, ik vind het een beetje zielig want uiteindelijk is ze gewoon een boom die het nieuwe jaar niet haalt. Ik betrapte me erop dat ik, toen ik afgelopen week de eerste gevallen naalden opveegde, ik sorry tegen de boom zei. Ruud zei wijselijk niks, maar dat komt ook omdat hij het vast begrijpt. Eigenlijk wil ik geen echte boom zoals vroeger, ik wil een kunstboom en een paar katten. Al zijn er natuurlijk ook voordelen, geen kattenbak meer, geen witte haren op een zwarte broek, niet meer 5 keer checken of het gasstel uit is als we weggaan, op vakantie kunnen gaan wanneer we willen. Ik moet er gewoon nog even aan wennen.

Genoeg nostalgische eindejaarsoverpeinzingen, het zal de leeftijd zijn. Ik wens iedereen heel fijne kerstdagen!!

 

Eindelijk naar de tuin

We hebben afgelopen week eindelijk wat tuindagen in kunnen plannen en hebben op de volkstuin flink opgeruimd. Met dank aan een paar mooie, droge dagen is de tuin bijna ‘winterklaar’. Wat dat dan ook moge betekenen, want helemaal kaal en leeg is de tuin zeker niet. Er staan overal in de tuin nog groenten of andere planten.

En deze was er weer. Er is het witte goud (asperges). En het zwarte goud (compost), het rode goud (saffraan), etc.. En wij noemen dit oneerbiedig het bruine goud: mest 🙂

 

Een derde was al weg toen we kwamen (want er wordt altijd gretig gebruik van gemaakt). Maar wat er nog op lag was helemaal voor ons, we hebben de kar schoon leeggemaakt. Bij elkaar ruim 25 kruiwagens met een kop erop.

Er is mest en mest. En dit is paardenmest, die krijgen we gratis (en wordt ook nog eens bezorgd) van de manege 200 meter verderop. Deze mestkar stond blijkbaar al een tijdje te wachten. Op de pagina over compost leg ik uit dat het composteringsproces afhankelijk is van de samenstelling van 2 soorten materiaal: bruin en groen, dor en vers, droog en nat. En dat geldt ook voor deze mest: de mest is het groene, verse, natte deel. En het stro is het bruine, dorre, droge deel. En die 2 samen zijn, terwijl de kar elke dag werd bijgevuld en stond te wachten op bezorging, gaan composteren:

 

Verse mest stinkt en kan je zelfs de adem een beetje benemen, door de urine = ammoniak erin. Maar deze mest was oud, wellicht ook wat uitgespoeld door alle regen, maar ook aan het composteren. Ze rook niet meer naar poep en ook niet naar ammoniak, ze rook eigenlijk best lekker, een beetje naar bos en weiland. De foto lijkt wat wazig maar dat is de stoom die van de mest af komt. En de grijswitte plekken zijn plaatsen waar het composteringsproces in volle gang is. Als ik mijn hand op zo’n plek legde kon ik die daar niet op houden omdat die zeker 50 tot 60 graden warm was.

Als de mest heel vers is gooien we die vaak op de composthoop, waar ze kan composteren. Maar deze mest was eigenlijk al geen mest meer. We hebben het achterin de tuin op een hoop gegooid, waar ze nog even kan blijven liggen, tot we volgende week tijd hebben om het in de tuin te verdelen. We gaan het over de grond, uitspreiden, bijvoorbeeld onder de bessen en fruitbomen, als een soort half verteerde  bodembedekking. En we hebben een dikke laag over de Dahlia’s in de grond gelegd. En het komt rond de rozen. En we gaan er een hoop van maken waar volgend jaar de courgettes en pompoenen op worden geplant.

Terwijl Ruud mest rijdt werk ik in de tuin, vak voor vak oogst ik wat, wied ik, en ik snoei en knip waar nodig. En zo haal ik bijvoorbeeld de laatste witlof uit de tuin. Ik weet nu gelijk dat ik de eerste witlofwortels te vroeg heb geoogst, ik schreef daar op 18 oktober een blog over: Intafelen en trekken . Die wortels zagen er toen zo uit:

 

Lang en dun. Maar we waren er blij mee. Ze gaven uiteindelijk wat kleine en losbladige witlofkropjes (ook omdat het in oktober nog behoorlijk warm in de schuur was), maar prima van smaak. Ik moet dus leren om wat langer te wachten want de meeste witlofwortels van de tweede oogst zien er zo uit:

 

Het is misschien niet heel goed op de foto te zien maar ze zijn over het algemeen beduidend dikker. Ze groeien dus nog flink in de herfst, weer wat geleerd. We hebben de wortels in de kas gelegd, om te drogen en zodat het blad af kan sterven. Volgende week snijden we het blad eraf en kuilen we ze in, in de hoop dat ze wat dikkere/vollere witlofkropjes geven dan de wortels van de eerste oogst. En mocht ik nog twijfels hebben gehad of ik ze volgend jaar nog een keer wil telen, ik weet het nu zeker. En niet één rijtje maar minimaal twee.

Omdat ik door alle reacties op het witlofblog in oktober wel nieuwsgierig was geworden hoe het witlof trekken met gekochte wortels gaat heb ik ze op internet gekocht (ik kocht ze via hermie.eu). Die zien er zo uit:

 

Nee, zo dik zijn die van onszelf niet. Misschien ook door de droge zomer. Ik heb de onderkant er niet afgesneden, dat heeft de kweker gedaan, dat is blijkbaar geen probleem. Dit is dus wat we volgend jaar willen; geen lange slanke wortels maar dikke stompe. Ik ga ze in een andere verhoogde bak zaaien (waar de grond wat vetter/kleiachtiger is en beter vocht vasthoudt), en we gaan ze geen samengestelde voeding geven maar alleen maar kali, een paar weken na het zaaien en in juli nogmaals.

In de schuur is het ondertussen koud en klam, dus de witlofteelt hebben we verhuisd naar de donkere en koele zolder. De eerste emmer vol met zelfgeteelde witlof hebben we opgegeten, inclusief wat restjes blaadjes die na die eerste oogst nog groeiden. Een week of 3 geleden hebben we een emmer met gekochte witlofwortels in vochtig zand op zolder gezet. En die zien er ondertussen zo uit:

 

Het gaat goed! Nog een weekje en dan kunnen we witlofkropjes van die wortels gaan oogsten. En komende week zetten we de laatste eigen witlofwortels in een emmer met zand. En 3 weken daarna de laatste gekochte wortels (die liggen nu in de koude schuur te wachten). Zo hopen we in de komende 2 maanden regelmatig wat van onze ‘zelf getrokken’ witlof te kunnen oogsten.

Als we geen witlof eten, eten we savooikool uit de tuin, of pronkbonen uit de vriezer, of bietjes uit de tuin, of sla of rucola uit de kas, of worteltjes uit de vriezer, of pastinaken uit de grond. We hebben sinds het voorjaar nog geen groenten gekocht en zijn daarin dus nog zelfvoorzienend. Nou ja, op de uien na dan, want de paar uien die niet door de preimineervlieg waren aangetast, waren al snel op.

Palmkool waar we al zo vaak van hebben geoogst dat de steel waar geen blad meer aan zit op de grond is gaan liggen

 

Dan nog even:

Door alle drukte heb ik helaas weinig tijd tijd gehad om de website bij te werken. Maar van één heel oude pagina heb ik de tekst aangepast en nieuwe foto’s geplaatst, dat was flink wat werk maar is dan ook een echte metamorfose geworden: Broccoli

Ik hoop in een regenachtige week wat meer te kunnen doen. Maar het is ook hoog tijd om mijn planning af te maken. En ik heb beloofd om eens een blog te schrijven over het kruisen van verschillende peperrassen en vooral -soorten. Dat duurt nog even want daar moet ik eerst nog even wat meer informatie over opzoeken.

En tot slot: ik heb een blog op de website van Pokon geschreven. Ik heb 5 jaar geleden eens boerenkoolspruitjes geteeld. Dat was geen groot succes, in een droge zomer werden de planten prachtig maar was de oogst maar klein, en doordat de planten in de herfst omvielen heb ik ze na 1 of 2 maaltjes maar gerooid. Dit jaar heb ik het weer eens geprobeerd, nu in de halfschaduw in een ondiepe verhoogde bak waardoor ze wat minder droog stonden. En ik heb ze nu wel waar waar nodig opgebonden. De planten waren (en zijn) even prachtig als 5 jaar geleden. Maar nu hebben we er ook flink van kunnen oogsten (en oogsten we nog steeds). Daarover heb ik geschreven: Boerenkoolspruitjes. Ik hoop er ergens deze winter ook eens een informatiepagina over te schrijven.

 

Kruisen

In deze donkere dagen voor kerst is het leuk om eens wat uit te pluizen, en te schrijven over een vraag die me eerder dit jaar werd gesteld. Ik ben maar een hobbyist en weet ook niet overal antwoord op, en in de zomermaanden heb ik vaak geen tijd om iets uit te zoeken. Nu wel (nou ja, tussen boodschappen, kerstboom optuigen, opruimen op de volkstuin en de website bijwerken door).

Een vraag die elk jaar wel een paar keer wordt gesteld gaat over het kruisen van vruchtgewassen zoals komkommers, courgettes, pompoenen, meloenen, etc.. In alles wat ik over dit onderwerp kan vinden, in de Nederlandse en Engelse taal, kan ik nergens vinden dat het kruisen in het jaar van telen  mogelijk is. Alsof er niet eens twijfel over kan bestaan. Een kruising zorgt altijd pas in de volgende generatie voor afwijkingen.

Toch denken veel mensen dat het wel kan, omdat ze zelf ervaren dat er soms courgetteplanten zijn die bittere courgettes geven, of een pompoenplant met vruchten in een afwijkende vorm, smaak of kleur. Om die reden heb ik zelf ook nog wel getwijfeld. En ik weet het ook nu nog niet voor 100% zeker, omdat er altijd weer nieuwe verhalen komen van mensen die ervan overtuigd zijn dat hun courgette anders is doordat ze naast een pompoen groeit en is gekruist. Ik hoop daarom dat een bioloog of veredelaar dit nog eens leest en het definitieve uitsluitsel kan geven.

Ik heb wel bedacht waarom we zouden kunnen denken dat courgettes, pompoenen, etc. in dezelfde generatie al kruisingen kunnen geven. Ik denk dat het komt omdat we planten met onszelf vergelijken, ik doe dat zelf in ieder geval regelmatig. Ik denk aan het feit dat ik mijn adem inhoud als ik tomaten stek, want elke seconde dat een afgesneden stek geen vocht krijgt is de kans op succes kleiner. Soms praat ik ook wel tegen planten, niet heel vaak, maar ik zeg wel eens sorry als ik een grote tak van een appelboom weg moet snoeien. En ik verbaas me nog elk  jaar over het wonder van het zaaien en kiemen, alsof er baby’s worden geboren.

De verwarring rond het kruisen ligt, denk ik, bij de vruchten. Als mens zou ik kunnen denken dat de pompoenen de kinderen van de pompoenplant zijn. Maar dat is niet zo. De planten die het jaar erop uit de zaden van pompoenen komen zijn de kinderen. De pompoenen zelf zijn een verlengstuk van de pompoenplant zelf. Misschien niet een heel frisse vergelijking maar als we perse de mens met de plant willen vergelijken zou je kunnen bedenken dat de vrucht = de pompoen (of courgette, meloen, etc.) een soort van baarmoeder is 🙂 .

Maar zonder grap; als een mens een kind krijgt zal dat kindje zowel eigenschappen van vader en moeder bevatten (en van de generaties daarvoor), zowel in huidskleur, oogkleur, erfelijke aandoeningen, karaktereigenschappen, etc.. Maar de baarmoeder is van de vrouw en die verandert niet kleur, vorm of wat dan ook.

Ik weet ook wel dat je het niet kunt vergelijken, maar toch. Een courgetteplant maakt courgettes. En als er een hommel = bestuiver komt die ook een bloem van een ander courgetteras heeft bezocht, dan is de kans op kruisen heel groot. Maar het is het kind (het jaar erop, dat wat uit de zaden komt) dat is gekruist, niet de courgette/vrucht zelf want dat is slechts een omhulsel waar de zaden (baby´s) in groeien.

Sterker nog, je ziet bij bijvoorbeeld courgettes en pompoenen de aanstaande vrucht al onder de bloem zitten. Die verandert niet alsnog van kleur, niet van vorm en dus ook niet van smaak, ongeacht welke plant/bloem de bij of hommel daarvoor heeft bezocht. Die eigenschappen liggen al vast. En dat geldt voor soortechte rassen maar ook voor gekruiste rassen:

 

Op de foto hierboven zie je 3 pompoenen onder elkaar (en rechts een Tromba d’Albenga). Bij de 3 pompoenen zie je dat de bovenste en onderste in vorm en kleur al zijn gevormd (al zal de kleur uiteraard in de loop van het groeien en rijpen van nature nog veranderen), terwijl de bloem amper is uitgebloeid. Maar die middelste, daar is wat mee; wat minder gelijkmatig van vorm, met wat vreemde groene strepen. Dat komt niet omdat ze is bevrucht door een bij of hommel die bij een andere pompoen is geweest want de bloem is pas net aan het verwelken en de week ervoor (zelfs toen de bloem nog in knop was) zag de pompoen-in-wording er ook al zo uit. De eigenschappen lagen al vast in de zaden waaruit deze planten zijn gekweekt. Ze is dus een gekruiste pompoen, maar dat is niet nu gebeurd maar in de vorige generatie. Vorig jaar is ze gekruist, daar zag je toen niks van maar de zaden van die pompoen hebben voor een plant met deze ‘afwijking’ gezorgd.

Ik maakte nog een foto:

 

De 2 pompoenen die als baby geel waren groeiden en zijn bij het rijpen mooi oranje geworden. De pompoen linksvoor is de pompoen die als baby van die groene strepen had. Ze is nu wat lichter van kleur dan de andere 2 pompoenen. En ze heeft een vaag blauwgroen randje rond de steel en ook nog wat groens en streperigs op de schil (al is dat niet heel goed te zien). Het is niet heel opvallend maar wel net afwijkend. Ik weet trouwens niet welke pompoenen van welke planten kwamen (omdat er dit jaar heel veel pompoenplanten naast en door elkaar groeiden).

Ik heb zelf geen zaden geoogst, dit zijn dus pompoenen die van planten uit gekochte zaden komen, maar ook daar kan sporadisch dus nog wel eens een gekruiste pompoenplant tussen zitten. Er was trouwens ook verschil in smaak; het vruchtvlees van de net iets afwijkende pompoen was net zo oranje als dat van de andere 2 pompoenen maar ze was iets minder zoet en de structuur was korrelig (terwijl die van de andere pompoenen gewoon glad en zacht was). Soms kunnen pompoenen (of komkommers of courgettes) zelfs heel bitter smaken, en ze zijn dan vaak ook nog eens licht giftig, zie daarover meer op de teeltpagina’s.

Nog een gedachte:

Jaren geleden ging het minder goed met de volkstuinen (in het algemeen en met die waar wij tuinier(d)en in het bijzonder). Er waren toen zoveel niet verhuurde tuinen dat tuinleden stukjes grond buiten hun tuin om mochten gebruiken, in ruil voor onderhoud, tot de tuinen weer werden verhuurd. Om die reden hebben we een paar jaar lang elke zomer een veldje van ongeveer 60 tot 75 vierkante meter vol courgettes en pompoenen geteeld. Voor het leuk en lekker, omdat het de grond bedekte, onkruid tegenhield, etc., we gaven de courgettes en pompoenen die we zelf niet wilden weg, aan familie, vrienden en tuinleden.

 

Met meer dan 40 tot 50 pompoen- en courgetteplanten, in zoveel mogelijk verschillende rassen, in een open veld waar veel insecten vliegen, moeten die soorten en rassen zeker zijn gekruist. Er wordt dus wel gedacht dat kruisingen soms direct in deze generatie al te zien zijn. Ik kan alleen maar zeggen dat ik nog nooit een langwerpige courgette heb gevonden in een plant die ronde courgettes geeft:

 

En ik heb ook nog nooit een knalgele tomaat in een tros met felrode tomaten gevonden. Ik heb nog nooit een groenvlezige meloen in een plant met oranjevlezige meloenen gevonden. etc.. Bij een kruising bleken altijd meerdere vruchten in een plant min of meer afwijkend te zijn. En die planten kwamen dus altijd uit de zaden van een gekruiste plant, in de generatie ervoor was er iets fout gegaan, de verandering in eigenschappen werden toen vastgelegd en niet nu.

Ik hoop dat ik in dit blog een klein beetje uit heb kunnen leggen waarom we soms denken dat vruchtgewassen zijn gekruist. Nogmaals, ik ben een hobbyist en geen professional. Maar alles wat ik kan vinden wijst in die richting. Ik vond bijvoorbeeld ook deze informatie op de website van de Iowa State University:

“When crosses occur between members of the same species, we do not see the effect of the cross the first year. However, if the seeds are saved and planted, the plants will produce fruit that will be different from either of the parents. Once in a while, gardeners will allow a chance seedling to grow in their garden. The fruit that sets on may appear quite unusual. Occasionally one can guess what the parents were by looking at the fruit and/or remembering what was planted in that area of the garden the previous year. For example, a pumpkin-shaped fruit with greenish bumps on it may suggest a parentage of pumpkin and green-warted gourd. As you can see, gardeners with a small plot need not worry about cross pollination when planting cucurbits in their garden. Poorly flavored melons or cucumbers are usually due to unfavorable soil or weather conditions, not the result of cross-pollination”.

Voor wie het in het Engels lastig vindt, vrij vertaald:

“Wanneer kruisingen plaatsvinden tussen leden van dezelfde soort, zien we het effect van die kruising het eerste jaar niet. Als de zaden echter worden geoogst, bewaard en gezaaid, zullen die planten vruchten produceren die anders zullen zijn dan één van de ouders. Eens in de zoveel tijd kunnen er zaden kiemen in de tuin van een hobbytuinder. De plant die opkomt kan vruchten geven die vrij ongebruikelijk lijken. Af en toe kan men raden wat de ouders waren door naar de vrucht te kijken en/of te herinneren wat het jaar daarvoor in dat deel van de tuin was geplant. Een pompoenvormige vrucht met groenachtige bultjes kan bijvoorbeeld wijzen op een afstamming van een groen-wrattige pompoen. Zoals u ziet, hobbytuinders hoeven zich geen zorgen te maken over kruisbestuiving bij het planten van pompoenachtigen in hun tuin. Smaakloze meloenen en bittere komkommers zijn (tenzij in de vorige generatie gekruist) meestal te wijten aan ongunstige bodem- of weersomstandigheden, niet het resultaat van kruisbestuiving in het huidige jaar”.

En op de website van University of Illinois vond ik dit korte maar heldere antwoord op de vraag:

Can squash varieties cross-pollinate with one another or with pumpkins in the garden? Yes. Any variety of squash or pumpkin in the same species can cross-pollinate. Cross-pollination does not affect the current crop, but the seed does not come true the following year”.

En ook hier weer even de (vrije) vertaling:

“Kunnen pompoenrassen onderling of met pompoenen in de tuin kruisbestuiven?
Ja. Elke soort pompoen of courgette van dezelfde soort kan kruisbestuiven. Kruisbestuiving heeft geen invloed op het huidige gewas, maar het zaad komt het volgende jaar niet soortecht terug”.

Uiteraard zijn andere meningen, ervaringen en reacties altijd van harte welkom!

En dan nog even: ik hoop niet dat dit je beeld verandert en je voortaan bij elke pompoen- of courgetteplant met vruchten een visioen krijgt van een plant met meerdere baarmoeders. Maar eigenlijk is dat dus wel zo 🙂

Tot slot dan nog een paar foto’s. We zijn deze week nauwelijks naar de tuin geweest, alleen maar om even snel wat te oogsten voor het avondeten. We hopen er zaterdag en volgende week eens flink te kunnen gaan opruimen. Maar deze eenjarige bloem laten we nog even staan. Het is me al wel vaker opgevallen dat Matthiola (Nederlandse naam: Violier) heel lang kan bloeien, zeker als ze in een verhoogde bak of in een pot staat. Deze spant dit jaar de kroon (het was een mengsel met de naam Hot Cakes Mix), de foto maakte ik afgelopen week:

 

Voor alle duidelijkheid, zo zag dezelfde plant er op 12 juli  uit:

 

En terwijl ik dit schrijf bedenk ik dat ik vorig jaar ook al een keer zoiets liet zien (ja, ik vrees dat ik af en toe in herhaling val). Even opgezocht en ik maakte op 9 januari 2018 deze foto, van Matthiola incana Appleblossom, midden in de winter!

 

Oftewel: Matthiola’s kunnen heel lang bloeien en kunnen heel goed tegen kou. En dus wordt de eerste eenjarige in mijn planning voor 2020 een Matthiola!

 

De verzorging in de kas

Er is me al wel vaker gevraagd of ik eens iets zou willen schrijven  over de verzorging in de kas.

Daar is geen kant-en klaar antwoord op te geven. Want dat hangt af van je kas, de standplaats, grondsoort, wat je er mee wilt, wat je er in teelt, hoe intensief je de kas gebruikt, etc.. Dit wordt dus zeker geen kort en bondig blog, en wellicht wordt het ook misschien nog wel een wat warrig verhaal (vrees ik, terwijl ik dit schrijf). Het gaat over de manier waarop wij de grond in onze kas verzorgen, er zijn uiteraard ook andere manieren en meningen.

Om te beginnen, ik heb een paar jaar geleden al eens 2 pagina’s over de kas geschreven:

En daarnaast schrijf ik al een paar maanden zo af en toe een blog over de Winterkas, waarbij we dit jaar zoveel mogelijk groenten in de kas hebben gezaaid en geplant om in de herfst en/of winter en/of voorjaar van te oogsten. Die blogberichten kun je vinden via deze link

Nou, daar gaan we dan…….

Een kas is kostbaar. Zo kostbaar dat we er heel intensief in tuinieren, zoveel mogelijk soorten zaaien/planten, en elk plekje benutten. Dat betekent dat we veel van de grond vergen. Om die reden is een goede voeding heel belangrijk; je kunt niet verwachten dat ze jaar in jaar uit ervoor zorgt dat alles goed groeit en je flink kunt oogsten zonder er iets voor in de plaats terug te geven. Alles wat groeit en/of arbeid levert heeft voeding/eten nodig.

Waar je de grond in de kas mee wilt voeden is een persoonlijke voorkeur: er zijn mensen die kunstmest gebruiken, mensen die liever biologisch voeden, mensen die zelf plantenaftreksels maken, etc. Zelf vinden we de groene Culterra altijd een prettige en organische samengestelde meststof (met een NPK van 10-4-6 = dus 10% N = stikstof, 4% P = fosfor en 6% K = Kali).

De hoeveelheid kali in die meststof vinden we voor de vruchtgewassen in de kas net iets te laag en vullen aan door in de late lente nog wat kali te geven. Samengevat: wij geven in maart, enkele weken voor het uitplanten van de zaailingen,een gemiddelde hoeveelheid samengestelde meststof (voor een goede groei). En vervolgens geven we eind mei nog een kleine hoeveelheid kali (voor stevige en sterke planten, een goede vruchtzetting en veel vruchten met een goede smaak en houdbaarheid).

Nu we in september/oktober met de winterkas zijn gestart hebben we op dat moment uiteraard nagedacht over of, en welke voeding we dan zouden kunnen geven. Want de voeding die we dit voorjaar gaven is ongetwijfeld afgelopen zomer door de komkommerplanten, tomaten, pepers, etc. verbruikt. Maar een stikstofrijke voeding in de donkerste maanden van het jaar zorgt voor een hoog nitraatgehalte en dat willen we voorkomen. We hebben daarom vlak voor het zaaien/uitplanten van de wintergroenten, alleen een minimale hoeveelheid koemestkorrels gegeven (waar slechts ongeveer 2,5% stikstof in zit). Afhankelijk van de ontwikkelingen komende winter/lente zullen we in februari/maart (wanneer de dagen weer langer en lichter worden) gaan bedenken wat er dan nog aan groenten staat, of we daar een voedingsgebrek zien en wat we dan aan voeding willen geven (ik gok dat de weeuwenteelt kolen eind februari wel wat samengestelde voeding zullen willen).

De uitleg over wat welke meststof in de NPK samenstelling doet kun je hier vinden: Bemesting

Of en wat je ook geeft, het is altijd belangrijk om de grond en alle planten die in je kas groeien en bloeien goed te observeren. Als je goed kijkt en logisch nadenkt kun je vaak al zien/bedenken dat iets niet goed gaat, ook al begrijp je dan misschien nog niet wat of waarom. Denk aan een gebrek aan voeding (bijvoorbeeld geel blad) of vocht (neusrot), of aan ziekten en plagen. Ik ben slecht in ziekten en plagen, herken het meestal ook niet, maar ik zie wel wanneer er iets niet goed gaat, en dan kan ik verder zoeken wat de oorzaak en remedie zouden kunnen zijn. Op tijd signaleren kan veel ellende voorkomen.

Ook belangrijk: bedenk dat een kas een half gesloten systeem is. Het waait er niet, er is geen regen, geen sneeuw, etc. Dat betekent dat een ziekte of plaag die buiten heerst de planten in de kas vaak overslaat. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de aardappelziekte Phytophthora die in de zomer de buitentomaten volledig kan verwoesten maar de tomaten in de kas niet kan bereiken (omdat het er niet waait en het tomatenblad in de kas droogt blijft). Dat klinkt heel mooi (en dat is het ook) maar er is een keerzijde: als er in de kas eenmaal een ziekte of plaag heerst kan die  zich binnen korte tijd door de hele kas verspreiden. Een voorbeeld daarvan is meeldauw; als de komkommerplanten in de kas eenmaal zijn aangetast door deze schimmel zien we vaak dat ze al snel daarna overslaat naar meloenplanten en/of aubergines (die allebei ook bevattelijk voor meeldauw zijn). Om die reden planten we die soorten het liefst zo ver mogelijk bij elkaar vandaan en scheiden we die nog eens extra door er bijvoorbeeld paprikaplanten en tomaten tussen te zetten (die wat minder bevattelijk zijn).

En om aardappelziekte en meeldauw, maar bijvoorbeeld ook een luizenplaag te voorkomen (wat kunnen luizen zich in een kas toch explosief vermenigvuldigen) zorgen we ervoor dat het blad van de planten in de kas droog blijft, en dat de luchtvochtigheid in de kas niet te hoog is. Dat doen we door bijvoorbeeld in de warmste maanden de ramen (en deur) verder open te zetten, blad te verwijderen, water te geven bij de voet van de plant en niet op het blad, een goede plantafstand aan te houden, aangetaste bladeren zo snel mogelijk te verwijderen (en bij een vermoeden van Phytophthora/aardappelziekte de hele plant te verwijderen). Dus gaat het ook weer om opletten, in een vroeg stadium een verandering constateren en vervolgens bedenken wat de volgende stap is.

Wij tuinieren op kalkrijke kleigrond maar in de kas verzuurt de grond langzaam (buiten trouwens ook maar daar iets minder snel), door de toevoeging van potgrond (bij het uitplanten van zaailingen),  etc. We kijken goed naar de grond, zeker in het najaar, en als de grond groen uitslaat geven we wat kalk, vaak is dat zo eens per 3 jaar. Soms is het minder duidelijk te zien en testen we het met een pH-testertje (te koop in vrijwel elk groter tuincentrum).

En niet onbelangrijk: we koesteren onze huisdieren 🙂 . We hebben al meer dan tien jaar een aantal padden in onze kas. En die eten heel veel slakken en andere ongewenste dieren (ook wel eens wel gewenste dieren als wormen trouwens). We zorgen voor ze door geen chemische middelen te gebruiken, en in elke kas houden we een plekje extra vochtig en staat een bak ondersteboven waar ze bij droogte en zon onder kunnen schuilen.

 

Dan de vruchtwisseling. Oei, dat is een heikel punt. En wil ik hier dan een algemeen geldend advies geven of ga ik eerlijk zijn? Ik kies voor het laatste. Wij houden nauwelijks een vruchtwisseling aan in de kas. Hoe zouden we dat moeten doen? Veel van de soorten die we in de kas telen zijn min of meer familie van elkaar. Of ze zijn gevoelig voor ongeveer dezelfde ziekten. En uiteindelijk groeit er een beperkte hoeveelheid aan soorten in de kas. Een vruchtwisseling van 1 op 2 zou ik met moeite nog wel aan kunnen houden maar 1 op 4 jaar of 1 op 6 jaar is, gezien wat wij willen telen, simpelweg onmogelijk. De komkommerplanten en meloenplanten zetten we wel elk jaar op een andere plaats in de kas. Maar tomaten, paprika’s, pepers, aubergines, etc. zetten we zoveel mogelijk door elkaar gemengd in de kas. Zo af en toe gebruik ik een andere methode; plant ik eens wat pepers in potten in plaats van in de volle grond, zaai ik Afrikaantjes of Goudsbloemen tussen de groenteplanten in, etc.

In het verleden hebben we nog wel eens per 5 jaar 1 spade diep de grond uit de kas verwijderd en vervangen door grond uit de moestuin. Maar dat was veel werk en eigenlijk was dat ook maar schijn, want buiten staan toch ook links en rechts vruchtgewassen in de moestuin. En 1 spade diep de grond uit de kas is zeker niet voldoende om ziekten of schimmels die in de grond zitten te verwijderen, want die zitten vaak dieper dan 1 spade. Ik sprak eens met iemand die al vanaf 1984 op ons volkstuinencomplex tuinierde en vertelde dat de tomaten al die (tientallen) jaren zonder problemen op dezelfde plaats stonden. Sindsdien (en dat is nu zo’n 10 jaar geleden) zijn wij ook gestopt met het vervangen van de grond in de kas. Maar we letten altijd goed op, en grijpen in waar nodig. Bij een vaag vermoeden van een tomatenplant met aardappelziekte ruk ik de plant zonder twijfel en per direct uit de grond. En we zijn op onze manier schoon in de kas. Dat wil niet zeggen dat er geen onkruid groeit, juist wel (want onkruid is een goede graadmeter hoe gezond en voedzaam je grond is). Schimmels overleven vaak op oude plantenresten en als we in de herfst opruimen verwijderen we de hele plant, inclusief gevallen bladeren, afgevallen rotte vruchten, etc..

We letten ook heel goed op wat we in de kas gebruiken, zoals dus welke meststof in welke hoeveelheid. Bestrijdingsmiddelen gebruiken we in de kas zelden of nooit, maar als het helemaal niet anders kan kies ik voor een ‘huismiddeltje’ als een plantenaftreksel of groene zeep.

Ik kende vroeger iemand die de planten in de kas tegen slakken beschermde door rond elke plant een kringetje van keukenzout te strooien. Er waren inderdaad geen slakken maar na een paar jaar groeiden de groenteplanten steeds minder goed en werd de oogst ook minder, de grond sloeg wit uit; natrium is slecht voor de meeste planten, en omdat het in de kas niet regent hoopte het natriumgehalte op. Ik heb bij iemand anders gezien dat verse koeienmest in de kas niet verteerde en jarenlang als droge plakkaten bleef liggen (wat verder trouwens niet erg was). Ik heb ook eens bij iemand gezien die een geconcentreerde kunstmeststof in de kas gaf dat binnen enkele dagen alle planten dood gingen. Ook dat spoelt niet uit (uiteindelijk wel, na meerdere keren ‘spoelen’ door de grond heel veel water te geven, maar toen was het al te laat voor de planten). Soms leer je van je eigen fouten, soms ook van de fouten van anderen.

Verzorgen: naast opruimen en voeden en observeren is het verzorgen van de grond belangrijk. Dat doen we in principe in de herfst, winter of vroege lente, want in de zomer is de kas vol en willen we geen wortels beschadigen. We hebben zeker 20 jaar lang de grond in de kas gespit. En bij dat spitten (bij voorkeur vóór de winter) spitten we paardenmest onder. Op die manier voedden we de grond, niet voldoende om de planten er van te laten groeien, maar we voegden zo wel veel organisch materiaal en sporenelementen  toe. Onze vette klei werd er luchtiger van, maar mest verbetert ook zandgrond. Want eigenlijk is mest waar stro in zit ook een soort compost in een voorstadium. Hetzelfde geldt dus ook voor compost; het levert humus, bodemleven, mineralen, sporenelementen, het maakt de grond levend. Nu onze grond na al die jaren mest en spitten zoveel verbeterd is, zijn we een paar jaar geleden gestopt met spitten. De laatste jaren voegen we compost toe, laten dat in de winter bovenop de grond rusten en werken dat in het voorjaar door de bovenlaag van de grond door die om te woelen met een grelinette.

Daarnaast strooien we sinds een paar jaar elke herfst lavagrit in de kas, ook dat zorgt voor luchtigheid, vochtvasthoudendheid, mineralen, etc. In hoeverre het werkt durf ik niet te zeggen, ik heb er vooral heel veel goeds over gelezen dus houden we het er maar in 🙂

Oh ja, we hebben ook nog wel een paar jaar geprobeerd om de grond te bedekken in de kas, soms met stro, of met halfrijpe compost of met karton. We waren daar niet altijd even positief over, soms groeiden planten niet goed (omdat het materiaal composteerde en daarvoor stikstof uit de grond haalde), of de grond bleef heel lang koud. Ongetwijfeld zijn er mensen met andere ervaringen. Sinds een paar jaar gebruiken wij zwart gronddoek, dat verbruikt geen voeding uit de grond, het gaat jaren mee, het gaat verdamping tegen en het  houdt de grond dus langer vochtig, en het warmt de grond wat sneller op (en houdt die warmte vervolgens ook vast). Komend jaar gaan we dat zeker weer gebruiken (sterker nog, het ligt nu in repen in de kas waar rijtjes met veldsla, rucola, worteltjes, radijs, etc. groeien).

 

Tot zover iets over hoe wij de grond en de planten in de kas verzorgen. Dit is vast geen compleet verhaal, aanvullingen en ervaringen met andere methoden zijn van harte welkom, al is het maar voor de mensen die informatie zoeken over dit onderwerp (en zelf leer ik er ook altijd weer van).

Het was wellicht wel een wat droge stof, daarom nu alsnog wat foto’s uit de afgelopen jaren uit onze kassen. En daaronder vind je dan nog wat meldingen (van bijgewerkte en nieuwe pagina’s, etc.).

 

In de herfst kan het hier ook nog wel een een ravage zijn, na een drukke zomer, foto van 2017:

We beginnen dan bij het begin; opruimen, schoonmaken, bladresten weg en compost erover verdelen (dat we vervolgens in het voorjaar met de grelinette door de grond mengen). Één kant klaar:

 

Een foto van de kas in april (in 2010, wat gaat de tijd toch snel, zo lang geleden alweer): vol met zaailingen, voor buiten of om in de kas uitgeplant te worden, en nog wat restjes groenten zoals sla en andijvie die we er in februari zaaiden:

 

Een foto van april 2012, ook hier is de kas alweer gevuld met zaailingen, maar nu zijn ook de ramen weer eens gezeemd; schone ruiten = meer licht en een betere groei dus uiteindelijk ook een grotere of iets vroegere opbrengst.

 

Het kan in de kas in het voorjaar wel eens vol zijn:

 

En uiteindelijk is dit elk jaar weer ons doel, een kas vol met gezonde planten en genoeg oogst (foto 2010):

 

En bijna 10 jaar later is het niet anders:

 

Hè, ik krijg bij het uitzoeken van de foto’s alweer voorzichtig zin in het nieuwe jaar, ik ga dit weekend gelijk met de planning beginnen 🙂

Tot slot nog even de mededelingen. Allereerst excuses dat ik niet meer op elke reactie antwoord, ik zal keuzes moeten maken en op dit moment wil ook gewoon zoveel mogelijk schrijven en pagina’s bijwerken, foto’s plaatsen, etc.. En dit blog was ook nog wel een zware bevalling die veel tijd kostte.

En ik heb op de website van Pokon ook nog een blog geschreven, over Een extra pittige reuzenradijs: Winterrammenas. Even een foto ter illustratie, eigenlijk zijn ze toch heel mooi:

 

En hieronder nog even een rijtje met de veranderingen op de website:

En tot slot heb ik een heel nieuwe pagina geschreven, over de teelt van gember

Excuses als er nog wat typfouten of onduidelijke zinnen in dit grote blog (2627 woorden!) staan, volgende week beloof ik een kort blogje 🙂

Tot slot nog 1 foto, van de Calendula officinalis Snow Princess die hier in de tuin nog steeds bloeit!