Mooie moestuin – Koolgewassen

 

Op deze pagina kun je wat informatie vinden over koolgewassen die geschikt zijn voor de mooie moestuin. Want zoals je op de foto hierboven kunt zien is er binnen de koolfamilie heel veel variatie, en zijn er lekkere maar zeker ook mooie soorten en rassen.

Onderaan deze pagina vind je nog de links naar de andere pagina’s binnen de hoofdstukken over de mooie moestuin.


 

KOOLGEWASSEN

De koolfamilie is heel groot, de meeste koolsoorten zijn imposante planten in de moestuin, door hun grote bladeren en bijzondere uiterlijk. Je moet misschien wel wat meer je best doen om haar als ‘mooi’ te zien in de moestuin. En kool is niet de gemakkelijkste groente om te telen, vaak hebben ze meer voeding en vocht nodig dan de andere planten in de tuin, en ze zijn ook wat gevoeliger voor ziekten en plagen (denk aan rupsen, witte vlieg, knolvoet, etc.). Maar bij een zo divers mogelijk assortiment in de mooie moestuin maak je de kans daarop kleiner. En dan zijn er een aantal leuke koolsoorten die extra mooi zijn in de mooie moestuin.

Soms moet je er ook een beetje oog voor hebben; rode kool is maar rode kool, door bekendheid is ze ‘gewoon’ geworden, maar als je goed kijkt wanneer er glinsterende druppels dauw of regen op de wasachtige laag van het blad of de kool ligt, dan kan niemand ontkennen dat het prachtig is. Of wanneer er wat rijp van een nachtvorst op de winterharde savooikool ligt.

En dat is ook gelijk een pluspunt; een aantal koolsoorten kunnen heel goed tegen kou en kun je dus in de winter in de tuin laten staan voor een wintergroen silhouet (plus oogst). Denk daarbij aan boerenkool, savooikool en spruiten.

 

Boerenkool

Op de foto hieronder een blad van de boerenkool Redbor F1; het donkerpaarse blad blijft mooi in de winter. In het najaar vind ik het altijd een mooie combinatie met Tropaeolum (die blijft nog tot de eerste vorst kleurig met rode/gele/oranje bloemen en fris groen of witgroen bont blad).

 

Maar ook de ‘gewonere’ groene boerenkool is mooi, door het gekroesde blad te combineren met gladde en glanzende bladeren zoals die van paksoi of snijbiet. En zoals gezegd, alle boerenkoolrassen zijn winterhard en wintergroen.

Naast de bekende gewone gekroesde boerenkool zie je ook steeds meer rassen met wat meer bijzonder blad, de meest bekende daarvan is de Italiaanse bladkool Cavolo nero of Nero di Toscana. Voorbeelden van leuke rassen zijn:

  • de al genoemde Redbor F1 (paars)
  • Scarlet (ook paars maar iets minder gekroesd en wat meer gekruld blad)
  • Lacinato (Italiaans type met bijna blauw blad)
  • Red Russian (groen met veel paars in het losse licht gekrulde blad)
  • Ursa, met groen blad en paarse stelen en nerven
  • Winterbor, ‘gewoon’ groen maar één van de meest winterharde rassen
Boerenkool Winterbor

 

Savooikool

Savooiekool is al mooi van zichzelf, en toch zijn er wat verschillen; sommige rassen zijn meer voor voorjaars- en herfstteelt, sommige rassen zijn zeer winterhard. Voor de voorjaarsteelt is er bijvoorbeeld de Bloemendaalse gele putjes (links) die lichtgroen van kleur is en zacht gebobbeld is. Rechts zie je de Wirosa F1 voor de winterteelt; groter, donkerder groen en veel sterker gebobbeld (of hoe noem je zoiets):

 

Andere goede rassen savooikool zijn:

  • Zwijndrechtse putjes en Westlandse putjes
  • Alcosa F1 (een klein en vroeg middelgroen savooikooltje)
  • en heel bijzonder lijkt mij Deadon F1 (zag ik op internet, zelf nog niet geprobeerd maar staat direct op mijn verlanglijstje, want is een kruising tussen rode kool en savooikool; donkergroen met roodpaars en licht gekroesd)
  • En de January King lijkt ook flink wat paars in het groen te hebben, heb ik ook zelf nog niet geprobeerd

Let, als je zaden van ras koopt, dus in de beschrijving ook goed op de teeltperiode en winterhardheid, want er zijn rassen die vooral geschikt zijn voor de lenteteelt, voor de herfstteelt en er zijn zeer winterharde winterrassen.

 

Rode kool

Het mooiste van rode kool vind ik de verandering door de maanden heen. Ze heeft een lange teeltduur, en in de zomer is de plant ook al een bijna statige en vooral ook mooie plant.

Een rode koolplant, altijd prachtig met de paarse nerven in het dan nog bijna blauwgroene blad

 

Hoe later in het seizoen, des te paarser wordt ze, als de verschillen tussen dag en nacht groter worden (dus korter wordende maar nog warme dagen, en al langer wordende en koudere nachten). Dan worden de rode en paarse kleuren – anthocyanen – in alle groenten sterker (dus dat geldt voor rodekool maar ook voor rode boerenkool, voor paarse paksoi, paarse bietjes, paprika’s, etc.).

Ik moet dit jaar nodig eens betere foto’s van rode kool maken, maar hieronder kun je in ieder geval het verschil in kleur zien tussen rode kool in de nazomer en in de winter:

 

De rassen die verkrijgbaar zijn geven vaak de rode kleur al aan in de naam. En let bij de aankoop van zaden op de teeltperiode, want er zijn vroege rassen, herfstrassen en winterharde winterrassen, de kleur is altijd zo ongeveer hetzelfde (maar dus mede afhankelijk van de oogstperiode). Voorbeelden:

  • Lectro F1 (zeer winterhard)
  • Langedijker vroege (voor zomerteelt en dan is rode kool nog niet paars maar na het koken vaak nog bijna lilaroze van kleur)
  • Ruby Perfection F1 (herfstteelt)

Tot de groep sluitkolen behoren ook witte kool en spitskool, en ook die zie je wel in wat verschillende tinten; van bijna geelgroen en extra mals voor de vroege teelt tot wat groener en steviger voor de late herfst en zelfs winterteelt.

Bloemkool en broccoli zijn een apart verhaal; er zijn erg vrolijke rassen zoals de Romanesco (groene torentjeskool), gele bloemkool, zelfs oranje en paarse bloemkool:

 

Maar er is 1 grote ‘maar’; de teelt van bloemkool en broccoli is niet gemakkelijk. Het zijn lastige planten die uitgebalanceerde omstandigheden als vocht, voeding, etc. nodig hebben. Maar eigenlijk toch te mooi om niet te proberen (maar wees dus niet te verdrietig als het niet lukt). Ik wil wel de ‘sprouting broccoli’ apart vermelden, want die heeft eigenlijk de beste kans op succes. Broccoli maakt per plant 1 broccoli (zoals je die in de winkel koopt) met daarnaast nog wat kleine broccolietjes. Sprouting broccoli maakt juist veel kleine afzonderlijke broccoliroosjes, verdeeld in de hele plant, ze is er in een winter- en in een zomervariant.

Dus toch maar een lijstje met rassen die extra mooi zijn in de moestuin:

  • Santee F1  en Red Fire F1 zijn paarse sprouting broccoli-rassen
  • Vitaverde F1 en Puntoverde F1 zijn groene bloemkoolrassen
  • Grafitti F1 en Violet Queen F1 zijn paarse bloemkoolrassen
  • Jaffa F1 en Flame Star F1 zijn oranje bloemkoolrassen
  • Romanesco en Veronica F1 zijn groene ‘torentjeskoolrassen’
  • Nine Star Perennial (een bijna vaste kool die in het voorjaar crèmegele/groen brocciroosjes geeft)

 

Wij hebben altijd een koolvak gehad, rijtjes die overzichtelijk waren, makkelijk in onderhoud en wieden. Logisch en strak. Maar steeds vaker gaat mijn voorkeur uit naar het planten van grote en decoratieve koolplanten tussen andere planten in. Uiteindelijk raken de duiven daar ook wat van in de war; een groot vak met alleen maar koolplanten moeten we hier altijd met een foeilelijk net afdekken om te zorgen dat niet alles wordt opgevreten.

Op de foto hierboven zie je purple summer sprouting broccoli, onder een net. Hoe meer verschillende soorten groenten bij elkaar, des te minder wordt ze uiteindelijk aantrekkelijk voor belagers, hier stonden onder het net nog ruim 25 koolplanten, bij elkaar, als een makkelijk afhaalrestaurant voor luie duiven 🙂 .

 

En ondertussen zijn er nog veel meer bijzondere vormen en kleuren in koolsoorten. Mede dankzij de komst van allerlei buitenlandse soorten en rassen. Er bestaan onder andere groene bloemkool, torentjeskool, paarse bloemkool, rode spruitkool, Italiaanse palmkool (Cavolo Nero of Nero di Toscana), Red Russian Kale, de Engelse Sprouting broccoli, en nog bijzonderder en nieuwer; Flower Sprouts (Ruud noemt dat mislukte ‘losse’ spruiten 🙂 ). Denk daarnaast ook aan de Aziatische soorten als paksoi, bok choy, baby choy, hon tsai tai, komatsuna. De koolfamilie is de laatste 20 jaar dus enorm uitgebreid met lekkere maar ook mooie soorten, een deel daarvan hebben we zelf ook nog nooit geteeld.

Op de foto paarse paksoi:

 

En dan ook nog maar even een foto van het blad van de Petit Posy, een paarse flowersprout:

 

 

Kool is trouwens niet alleen maar grote sluitkool, kropvormige kool en bladkool. Vergeet in een mooie moestuin niet de kleinere soorten als koolrabi en raapjes.

Koolrabi is er in 2 kleuren: wit en paars. Op de foto zie je paarse koolrabi (ze is trouwens alleen van buiten paars, het vruchtvlees is wit):

 

Ik zou zo alleen voor paarse koolrabi kiezen, maar witte koolrabi (die ook echt heel mooi glad en crèmewit is) kan dan weer heel mooi zijn in combinatie met bijvoorbeeld paarse slasoorten, en natuurlijk met laagblijvende lila- of paarsbloeiende eenjarigen zoals Matthiola en duizendschonen (Dianthus barbatus).

En tot slot wil ik in dit hoofdstuk ook nog even de raapjes benoemen: want raapjes zijn zo’n lekkere frisse, lenteachtige groente, net als de koolrabi hebben ze een veel kortere teeltperiode dan de grote sluit- en bladkolen. Uiteraard bestaan er ook late herfstrapen, vaak groter en grover en ook mooi hoor, maar vooral de jonge lenteraapjes zijn erg leuk en lekker in de tuin.

En raapjes kunnen wit zijn maar soms zijn ze ook rood, of lila of paars, al dan niet in combinatie met wit.

 

Ze zien eruit al uit de kluiten gewassen radijsjes maar de smaak is minder pittig, meer fris en zacht.

Extra mooie raapjesrassen zijn:

  • Purple Top White Globe (die je op de foto ziet, tweekleurige wit met lilapaars)
  • Scarlet Queen F1 (egaal rozerood)
  • Navet de Nancy (geheel lilapaars)
  • Hida Beni (rozerood met ook inwendig een rode marmering in het wit)
  • Hinona Kabu (een heel lang slank raapjes, bijna als een worteltjes, wit met lilapaars, die ga ik in 2018 telen en ik hoop er hier dan ook een foto van te kunnen plaatsen)

Eigenlijk hoort radijs ook op deze pagina thuis, maar omdat je die bijna als ‘worteltje’ eet heb ik besloten die op de pagina van de wortelgewassen te beschrijven. En eigenlijk hoort mosterdblad natuurlijk ook op de pagina, maar omdat je daarvan de jonge blaadjes/kropjes oogst heb ik die op de pagina met bladgroenten beschreven. Om het niet ingewikkeld te maken (of juist wel 🙂 ).

 

En tot slot volgt hieronder dan nog een lijstje van alle pagina’s die je binnen het hoofdstuk De Mooie Moestuin kunt bezoeken: