Stoofpeertjes in cider

Herkomst recept: geen idee meer, ik denk zelf bedacht naar aanleiding van de andere recepten met peertjes (peertjes in rode wijn en peertjes in bokbier).

Voor 5 potten van 450 cc

INGREDIËNTEN:

  • 20 stoofperen
  • 2 flessen cider (het liefst perencider maar appelcider kan natuurlijk ook)
  • 250 gram rietsuiker
  • 50 gram honing
  • 5 sinaasappels
  • 4 plakjes gember
  • 3 kaneelstokjes

 

RECEPT:

Vooraf even: ik heb voor dit recept Gieser Wildeman peertjes gebruikt en die waren vrij klein. Ik had voor dit recept 22 stoofpeertjes maar het aantal peertjes hangt uiteraard af van het ras en formaat van je peertjes.

Schil de peren, verwijder klokhuis en snijd in kwarten (anders passen ze niet in de pot 🙂 ). Mocht je deze peren willen maken maar direct willen eten, of in willen vriezen (want dat gaat natuurlijk ook); laat dan de peren na het schillen vooral heel, en met steeltje; dat staat veel feestelijker op tafel.

Giet de cider in een pan. Boen 1 sinaasappel goed schoon en snijd met schil en al in plakken, voeg toe aan de cider. Halveer de rest van de sinaasappels en pers ze uit, giet het sinaasappelsap bij de cider. Snijd een stukje gember van ongeveer 5 centimeter in plakjes en voeg toe aan de cider en doe ook de 3 kaneelstokjes erbij. Weeg suiker en honing af en voeg toe aan het cidermengsel. Zet de pan op het vuur en breng het cidermengsel aan de kook.

Als het cidermengsel kookt kun je de geschilde en in kwarten gesneden stoofpeertjes zonder klokhuis erbij doen. Breng weer aan de kook en zet vervolgens met een deksel op de pan op laag vuur, laat zachtjes koken tot de peertjes ze gaar zijn (ongeveer 45 minuten, afhankelijk van ras, grootte en rijpheid). Prik af en toe met een schilmesje om te voelen of de peertjes gaar zijn.

Maak ondertussen de potten en deksels zeer goed schoon met kokend water en soda, spoel na met kokend water en doe dat op het laatste moment zodat de potten nog zo warm mogelijk zijn. Giet de potten dan leeg. Verwijder kaneelstokjes, sinaasappelplakjes en gemberplakjes uit de siroop met peertjes en vul de nog warme potten direct met de kokendhete peertjes. Doe er zoveel siroop op tot de peertjes onder het vocht staan.

Sluit de potten direct af en zet ze ondersteboven tot afgekoeld. Zet de potjes, na afkoeling, weer rechtop en controleer of ze vacuüm zijn (je kunt dan het deksel niet meer indrukken). Potten die vacuüm zijn kun je minimaal een jaar bewaren.

Een eventuele pot die niet vacuüm is kun je nog een aantal weken in de koelkast bewaren maar zul je als eerste (binnen 1 of 2 maanden) moeten opmaken. Een pot die eenmaal open is moet je uiteraard ook in de koelkast bewaren en maak je binnen 1 of 2 weken op.

 

Vroeger vroren we stoofpeertjes in hun sap/siroop in. Ook prima hoor, maar het wordt na verloop van tijd wat ‘waterig’. Inmaken heeft al jaren onze voorkeur. En deze peertjes in cider vinden we ook heel erg lekker! De andere soorten die je bij de inmaakrecepten vindt:

  • de stoofpeertjes in rode wijn heeft een winterse smaak, als ik het eet moet ik altijd een beetje denken aan kerst, rode kool en koude dagen.
  • de stoofpeertjes in bokbier vinden we ronduit herfstig van smaak, zoet en toch ook een vleugje bitter, we denken daarbij aan stoofvlees en een gure herfstdag
  • de peertjes in rosé zijn frisser van smaak, hebben bijna iets lenteachtigs, iets minder zoet en met een lekkere frisse smaak door de anijs en citrusvruchten
  • en tot slot vinden we deze stoofpeertjes in cider heel geurig, door kaneel, gember, sinaasappel en honing. Door de mooie oranje kleur heel feestelijk en luxueus.

Ze zijn allemaal heel lekker 🙂 . En het is ook heel leuk om niet te kiezen maar om van meerdere soorten wat te maken. Voor elk recept en elke gelegenheid kies je dan een bijpassend stoofpeertje. Als we een wat groter familiediner hebben zet ik vaak van meerdere soorten een schaaltje op tafel, het is een leuke discussie wie welke stoofpeertjes het lekkerst vindt en waarom 🙂 .

En het klink alsof het heel veel werk is, maar je hebt alleen wat meer verschillende ingrediënten nodig en meer pannen in plaats van 1 pan. Als de grote oogst van peertjes hier mee naar huis gaan vul ik meerdere pannen met de wijn, bier of cider plus hun aanvullende ingrediënten en dan verdeel ik alle stoofpeertjes over de verschillende pannen. Amper meer werk en je hebt gelijk meerdere soorten stoofpeertjes.

Nog even voor alle duidelijkheid: mocht je siroop overhouden: gooi dat natuurlijk nooit weg maar maak het in een potje in, of vries het in. Lekker als ‘limonadesiroop’ maar ook als toevoeging bij het kookvocht voor bijvoorbeeld rodekool of appeltjes, of een scheutje in jus of saus, of kook het in tot een stroopje bij een kaasplankje, of als toevoeging in een marinade of dressing.

Tot slot; op de foto hieronder zie je meerdere soorten inmaak, met links de stoofpeertjes in cider en rechts de stoofpeertjes in rode wijn (en daartussen zie je nog frambozenazijn, jam van kweeperen, perenchutney, frambozen-meloenjam, etc.)

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.