Braam en Braamboos

 

Eerst even dit, mocht je internationale informatie/tips/foto’s zoeken over/van bramen:

  • Latijnse naam:     Rubus fruticosus (hoewel de braam zoals wij die in de tuin hebben een kruising van verschillende soorten = species zouden zijn)
  • Engelse naam:     Blackberry
  • Duitse naam:     Brombeere
  • Franse naam:     Ronce des bois (de vruchten worden in recepten vaak ‘Mûres’ genoemd)

Van braambozen kun je (nationaal en internationaal) het beste informatie/foto’s vinden onder hun 3 afzonderlijke namen Taybes/Tayberry, Loganbes/Loganberry en Boysenbes/Boysenberry. Zie daarover meer bijna onderaan deze pagina bij de alinea ‘Braamboos-hybriden’.

 

Een braam is een grote struik met sterke groeikracht en  slingercapaciteiten 🙂 . Mede daarom zul je haar wat in toom moeten houden. Door goed snoeien en leiden houd je de plant gezond, in toom en krijg je de beste opbrengst. Als je de struik niet goed verzorgt kan ze enorm groot worden, met heel veel stekken en uitlopers. Dat is op zich niet erg maar veel en grote struiken geven altijd minder opbrengst en minder kwaliteit (want je wilt dat alle energie van de plant naar het maken van grote lekkere vruchten gaat en niet naar stengels, uitlopers en stekken).

In plantsoenen zie je dat soort struiken wel; heel groot en met weinig en kleine bramen waarvan de smaak ook vaak niet heel geweldig is.

Een goed verzorgde
bramenstruik wordt niet heel groot en maakt vooral heel veel vruchten

 

De meeste bramen hebben doornen (dat verraadt gelijk het feit dat ze een ver familielid van de roos is). Door veredeling is geprobeerd om bijvoorbeeld bramen zonder doornen te kweken en dat lukt steeds beter. Let bij de aankoop dus niet alleen op smaak, grootte, vroegheid, etc. maar ook op doornen.

Ook zijn er nu de braamhybriden (ook wel braambes genoemd, maar ik zag in de Groente- en Fruitencyclopedie de naam Braamboos en vind die naam wel erg leuk en toepasselijk dus die houden we maar aan). De naam is vooral toepasselijk omdat deze braambozen altijd een kruising tussen bramen en frambozen zijn (en frambozen zijn familie van de braam, met de Latijnse naam Rubus idaeus). De braambozen heb ik een aparte alinea onderaan deze pagina gegeven omdat er een aantal kleine verschillen zijn met de ‘gewone’ braam.

Een bramenstruik is volledig winterhard, al kunnen in strenge winters sommige takken soms wel wat vorstschade oplopen. De struiken bloeien in mei-juni, maar die bloei kan ook wat later zijn  (afhankelijk van het ras).

Aan één struik verschijnen bloemen met vrouwelijke stampers en mannelijk stuifmeel en je hebt dus voor een goede opbrengst in principe aan 1 struik genoeg. Eigenlijk bestaat elke braam uit meerdere op elkaar geplaatste besjes.  De bloemen worden door insecten bestoven. De oogst valt in juli-augustus en soms zelfs ook nog in september (afhankelijk van het ras).

 

BODEM / BEMESTING

Bramen zijn niet erg kieskeurig en groeien op elke grondsoort, al hebben ze een lichte voorkeur voor licht kalkhoudende gronden. Op zure gronden kun je dus elk jaar het beste wat kalk strooien om aan die wens tegemoet te komen.

Bramen staan graag in de zon, al doen ze het op een halfbeschaduwde plaats ook goed. Het voordeel van een zonnige plaats is dat de vruchten na regen sneller opdrogen waardoor je wat minder last van rot en schimmel hebt in een natte zomer. Bovendien smaken door de zon goed gerijpte bramen natuurlijk het lekkerst.

Bramen groeien en bloeien ook als ze geen voeding krijgen, ze is heel sterk en kan goed voor zichzelf zorgen. Maar voor de beste opbrengst van lekkere (en zo groot mogelijke) bramen geef je in het voorjaar (als de planten uit gaan lopen) een algemene moestuin- of fruitbomenvoeding. Zelf geven we een kleine tot middelmatige hoeveelheid samengestelde organische meststof (zoals groene Culterra of iets vergelijkbaars). Geef vooral niet teveel mest en geen stikstofrijke mest: het is niet nodig om de toch al sterke groei van bramen aan te moedigen 🙂 . En veel stikstof zorgt altijd voor veel stengels en bladgroei en je wilt juist veel en lekkere bramen. Om die reden is wat extra kali in de voeding wel handig (want dat zorgt voor een goede vruchtzetting en smaak).

Onze braam doet het hier in kleigrond prima zonder al te veel extra’s. Ze krijgt wel elke winter een mulchlaag van oude stalmest met veel stro erin (dat houdt gelijk vocht vast, geeft wat voeding en vermindert onkruidgroei).

Bij het planten (jaren geleden) hebben we voor en goede start een flink plantgat gegraven en dat opgevuld met een mengsel van rijpe compost en potgrond en daar de braam in geplant.

 

PLANTEN / RASSEN

Van één bramenstruik die goed geleid, gesnoeid en verzorgd is kun je wel 5 tot 15 kilo bramen plukken (mede afhankelijk van het ras, de standplaats en het weer). Misschien helpt je dat te bepalen of je één of meerdere struiken wilt. Bedenk daarbij ook wat een braam nodig heeft: minimaal 2,5 meter maar liever nog 3 meter ruimte in de breedte. Je leidt bramen en hebt er dus stokken of palen met draden nodig, of een ander soort hekwerk waar je de takken aan kunt opbinden.

Bekende rassen zijn:

  • Bedford Giant (groot, met doornen, vroeg)
  • Chester Thornless (grote bessen, doornloos, lekker)
  • Himalaya (met doornen, erg lekker en goede opbrengst)
  • Hull Thornless (doornloos, grote vruchten, middelvroeg)
  • Jumbo (extra grote vruchten met een wat zurige smaak, doornloos)
  • Navaho (doornloos, middelgrote struik en bessen)
  • Theodoor Reimers (met doornen, grote struiken met forse opbregst)
  • Thornfree (doornloos, laat ras)
  • Thornless Evergreen (grote struik, vrij vroeg, middelgrote bessen, doornloos)
  • Triple Crown (doornloos, vrij grote bessen, grote struik)

Ik kan je van harte adviseren om met de kweker te overleggen wat je wilt in smaak, vroegheid, groeikracht, doornen, etc.. En kijk vooral ook eens rond op internet, ik zag bijvoorbeeld laatst op de website van een kweker het ras Reuben, het is een ras dat kleiner blijft (leuk voor kleine tuinen en voor in pot op een balkon!) en op eenjarig hout bloeit. En dat betekent dat je haar elke winter tot 30 centimeter boven de grond afknipt en ze vanaf het voorjaar weer uitloopt en in de zomer bloeit en bramen geeft. Meer informatie kun je hier vinden: fruitbomen.net

Zelf hebben we een braam zonder naam, ze is al meer dan 15 jaar oud. We hebben een stek gekregen van een lekkere braam die bij een tuinbuurvrouw stond. Die braam (en nu de onze dus ook) is doornloos, de oogst valt in augustus en de bramen zijn vrij groot, sappig en lekker zoet.

Het ‘stekken’ van bramen gaat heel gemakkelijk: het enige wat je hoeft te doen is de grond wat los maken en een nieuwe tak (zonder bramen) op de grond vast pinnen (met bijvoorbeeld een krammetje). Je kunt in plaats daarvan ook de tak op een pot met potgrond leggen en vastmaken, dat gaat nog iets makkelijker en sneller. Binnen enkele weken zal het gedeelte van de tak waar ze de grond raakt wortels maken. Als ze voldoende wortels heeft kun je haar los knippen van de moederplant en haar een eigen plek in je tuin geven. Eigenlijk heet deze techniek niet ‘stekken’ maar ‘afleggen’. Ik kan me zomaar voorstellen (gezien de groeikracht van een bramentak) dat ze ook heel makkelijk stekt (dus een stukje van een verse groene tak zonder vruchten onder een knop afsnijden en in potgrond met zand gemengd oppotten. Misschien stekt ze zelfs in een glas water, maar dat durf ik niet te zeggen, ik heb haar alleen via afleggen vermeerderd en dat gaat heel goed.

En dit ‘afleggen’ gaat dus zo gemakkelijk dat je vooral moet zorgen dat er geen bramentakken op de grond liggen. Want dan krijg je veel opslag doordat die takken gaan wortelen.

 

BESCHERMING

Vogels lusten wel bramen maar nou ook weer niet zo graag dat je er je planten voor moet afdekken (dat is in ieder geval onze ervaring). Ik heb in al die jaren nog nooit meegemaakt dat er veel van de planten werd gevreten (maar dat komt misschien ook omdat er op een volkstuin altijd nog andere eetbare en misschien lekkerdere soorten te vinden zijn zoals aalbessen, kruisbessen, pruimen, blauwe bessen, peren, etc., etc. 🙂

 

LEIDEN

Bramen maken heel lange slungelachtige maar toch sterke takken, soms wel tot 5 meter lang. Deze takken zul je aan moeten binden om te zorgen dat er een beetje organisatie in je plant blijft. Bovendien neemt ze dan minder ruimte in beslag, droogt ze sneller op na regen en kan de zon goed de vruchten laten rijpen. En ook niet onbelangrijk: als je de takken opbindt zorg je er gelijk voor dat de bramenstengels zich niet kunnen hechten aan de grond en zo kan gaan woekeren.

Houd voor een gemiddeld groeiende braam een afmeting van zo’n 3  meter aan en sla een paal aan het begin van die afstand en een paal aan het einde. Daartussen, in het midden, plant je de bramenstruik. Begin nu op 60 centimeter van de grond af een eerste draad te spannen en herhaal dat daarna naar boven om de 30 centimeter, de laatste draad span je op zo’n 1,80 meter hoogte.

 

Hier hebben we met geluk gehad dat we een oud ijzeren hekwerk konden bemachtigen waar de braam bij staat. Dat hekwerk is 2 meter hoog en ruim 3 meter breed, er past precies 1 bramenstruik bij.

Een lager hekwerk kan natuurlijk ook, maar ga dan wat meer de breedte in; de takken groeien net zo makkelijk breeduit als wat meer in de hoogte. Goed leiden is dan natuurlijk ook weer belangrijk.

Bindt de jonge takken in een soort waaiervorm (eerst omhoog en dan zijwaarts, ongeveer evenveel takken naar links als naar rechts) aan de draden vast. Hieraan komt de bloei en de oogst. Op deze foto kun je dat redelijk goed zien:

 

SNOEIEN

Bramen bloeien op het hout dat de vorige zomer en herfst is gegroeid. Het wegsnoeien van de oude takken (waar dus in dat jaar de bramen aan zaten) kun je ergens tussen oktober en eind februari doen (bij niet vriezend weer). Zelf snoeien we graag in de herfst, dat is het allermakkelijkst, want je kunt dan nog makkelijk zien welke takken oud zijn (met restanten van bramen eraan) en welke nieuw zijn (groen, vers).

Op deze foto zie je zo’n nieuwe scheut. Links de braam met de dragende takken. De sterke groeikrachtige groene frisse tak die naar rechts groeit is een nieuwe scheut (en die moet dus wat terug worden gebogen naar het rek en daaraan worden gebonden).

 

Dan een foto van de bramenstruik zoals die er in de herfst uitziet:

 

Het ziet er nogal onoverzichtelijk uit, maar eigenlijk is het heel makkelijk: je zoekt een tak waar nog wat resten van bramen aan hangen en je volgt die tak helemaal terug tot aan de basis, en je snoeit die tak zo dicht mogelijk bij de grond af. Dat doe je met alle takken waar bramen aan hebben gehangen. En uiteindelijk houd je dan de nieuwe takken/stengels over. En daar mag je vooral niet in knippen want hieraan groeien volgend jaar de bramen; deze stengels bind je op aan het rek/hekwerk (voor zover je dat in de zomer nog niet had gedaan). En dan ziet het er zo uit, de nieuwe takken opgebonden, de oude takken tot op de grond teruggesnoeid.

 

Je kunt trouwens op alle foto’s op deze pagina klikken om ze in groot formaat te zien, zo kun je wellicht wat makkelijker de oude en nieuwe takken zien.

Op deze manier kan er eigenlijk nooit iets mis gaan. Zo gemakkelijk is het 🙂

 

OVERIGE TEELTTIPS

Naast het snoeien en leiden zorg je er bij voorkeur voor dat er rond de struiken een mulchlaag ligt (dat hoeft natuurlijk niet maar het houdt vocht in de bodem vast en houdt het onkruid tegen). Bramen hebben liever een vochtige dan een droge grond (want er is vrij veel vocht nodig om te groeien, nieuwe scheuten te maken, en te bloeien en bramen te maken)

Verwijder regelmatig onkruid, en natuurlijk ook eventuele opslag (stekken) van wortelende takken rond de planten.

 

BRAAMHYBRIDEN / BRAAMBOZEN

Zoals in het begin op deze pagina al genoemd nog iets over deze soorten/rassen: een braamhybride/braamboos is een kruising tussen een braam en een framboos. Er zijn er verschillende, de 3 bekendste zijn de Loganberry, Tayberry en Boysenberry (waarvan de eerste 2 qua uiterlijk meer op een framboos lijken en de laatste juist meer op een braam). Daarnaast zijn er nog een aantal soorten die wat minder bekend (wellicht ook iets minder succesvol?) zijn, dat zijn:

  • Tummelberry
  • Veitchberry
  • Silvaberry
  • Sunberry
  • Nectarberry
  • Youngberry

Er zijn bij al deze kruisingen wat verschillen in kleur, grootte, smaak van de vrucht, groeikracht, etc..

Zelf hebben we een paar jaar een Loganberry gehad; ze leek qua groeikracht op een braam (misschien nog wel iets groeikrachtiger). De bessen hadden de kleur en vorm van een framboos (maar dan wel 2 keer zo groot). Wij vonden dat de struik veel plaats innam in de tuin, en vonden de smaak niet zo lekker als een braam, en ook niet zo lekker als een framboos (zurig, met wat frambozenaroma). Dat is natuurlijk heel persoonlijk en wellicht ook nog mede afhankelijk van de omstandigheden. De vruchten werden hier ook nog flink belaagd door kleine rupsjes. Na een paar jaar hebben we de struik aan iemand anders gegeven en houden wij het (voorlopig, zeg nooit nooit 🙂 ) bij bramen en frambozen.

Loganberry

 

Over het algemeen zijn de vruchten van braambozen wat groter dan die van bramen. Ze verschillen onderling dan wel weer wat, de vruchten van onze Loganberry waren in ieder geval wel ruim 1,5 keer zo groot als onze braam (en onze bramen zijn ook al best groot).

De kleur van rijpe bramen is altijd bijna glanzend zwart, die van braambozen zitten qua kleur altijd tussen frambozen en bramen in; soms wat roder, soms wat paarser of nog donkerder maar nooit zo donker als een braam.

Ook braambozen zijn er met en zonder stekels, net als bramen.En ook al lijkt een braamboos meer op een framboos, de groei lijkt altijd op die van de braam (groeikrachtig, moet geleid worden). Er zijn wel verschillen in groeikracht. Over het algemeen is de oogst van braambozen iets vroeger dan die van bramen.

Braambozen zijn iets minder winterhard dan bramen. Snoei ze daarom pas aan het einde van de winter en zorg voor een zonnige standplaats. Nieuwe takken die vorstschade hebben opgelopen mag je in maart tot op een gezonde knop terugsnoeien.

Braambozen hebben graag wat meer voeding en liefst een eerder iets zure grond dan een kalkrijke grond (dat komt door de inbreng van de frambozen die ook graag een neutrale tot iets zure grond willen). Op echt zure gronden moet je wel nog steeds kalken, maar iets minder dan een braam. En geef ook braambozen elk voorjaar vlak voor het uitlopen wat samengestelde organische meststof, en een mulchlaag van oude stalmest met stro.

 

OOGST / BEWAREN

Bramen hebben een droge periode nodig om mooie rijpe bramen te geven. Ik kan me een jaar herinneren met een lange natte zomer: als er veel regen valt en de struiken geen kans krijgen om goed op te drogen gaan de vruchten al snel rotten. Zon en een droge periode zijn dus heel belangrijk voor bramen.

Pluk bramen rijp, en niet eerder. Hoe rijper, des te lekkerder. Het gemakkelijkst is om met duim en wijsvinger een braam heel voorzichtig vast te pakken en er zachtjes aan te trekken; heb je direct de braam in je handen, dan is ze goed rijp. Voel je echter nog wat weerstand en laat ze niet heel gemakkelijk los, dan is ze nog net niet rijp genoeg en kun je haar beter nog één of twee dagen laten hangen. Niet volledige rijpe bramen zijn altijd wat zuurder.

Wees bij het plukken niet te hardhandig, doe het voorzichtig en gebruik ondiepe brede bakken; rijpe bramen kneuzen gemakkelijk als je er te ruw mee omgaat of er teveel druk op komt in een te hoge smalle bak. Rijpe bramen kun je ook niet lang bewaren, hooguit een dag, maar vers zijn ze het allerlekkerst. Oogst dus vooral elke dag vers wat je wilt eten.

Moet je toch meer oogsten omdat er nu eenmaal veel rijpe bramen hangen, vries ze dan vooral in; je kunt er dan later nog sap, saus of jam van maken. Ook bramen zijn zeer geschikt voor de inmaak (jam, gelei, ook lekker in combinatie met andere vruchten).


Tot slot: kijk vooral nog even op de Receptenpagina voor recepten met bramen (of andere groenten, fruit of kruiden) of op de pagina met Inmaakrecepten voor recepten van bijvoorbeeld jam en gelei.

Meringue met chocolade, hazelnoten en verse vruchten

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.