Schorseneer

 

Eerst even dit, mocht je internationale informatie zoeken of bijvoorbeeld zaden van schorseneren in een niet-Nederlandstalige webwinkel zoeken:

  • Synoniemen:   keukenmeidenverdriet, armelui’s asperges
  • Latijnse naam:   Scorzonera hispanica
  • Engelse naam:   Scorzonera of Black Salsify
  • Duitse naam:   Schwarzwurzel
  • Franse naam:   Scorsonère

Schorseneren horen een beetje bij de groep “vergeten groenten”. Je ziet ze dan ook niet vaak in de winkel. Maar schorseneren zijn lekker, en ook leuk om te telen (maar op onze vette klei niet gemakkelijk).

Schorseneren zijn kortlevende vaste planten. Als groente telen we ze eenjarig.

Je teelt schorseneren voor de lange zwarte wortels; de smaak daarvan is wat lastig uit te leggen; zelf vind ik het een beetje lijken op een kruising tussen asperges, bloemkool en aardpeer: een zachte, aardse smaak, fris en met een klein zoetje (en daarom passen de smaken heel goed bij bijvoorbeeld room, kaas en aardappel; denk aan gratin, ovenschotels, pasta, soep, etc.).

Jonge schorseneerplanten in juni

 

TEELTWIJZEN 

De teelt van schorseneren (van zaadje tot oogst) duurt lang. Er zijn geen verschillende teelten (er bestaat dus geen voorjaars- of herfstschorseneren):  je zaait ze niet te vroeg in de lente en je oogst je tussen de late herfst en het vroege voorjaar.

De zaden, zaailingen en planten kunnen prima tegen kou. Maar als je haar te vroeg zaait zijn de planten dus ook al vroeg groot; en omdat het geen eenjarig gewas maar een vaste plant is, is de kans dan groot dat ze al in haar eerste jaar gaat doorschieten en bloeien. En dat wil je voorkomen. Te laat zaaien is ook geen optie want dan heeft de plant minder tijd om volwassen te worden en een mooie grote wortel te maken.

Het grootste voordeel; schorseneren zijn winterhard. Je kunt de planten dus de hele winter laten staan en je oogst alleen de wortels die je wilt eten. In oktober geoogste wortels smaken wat lichter en frisser en wortels die laat in de winter worden geoogst smaken wat voller en zoeter (zoals dat in sterkere mate ook voor bijvoorbeeld pastinaken en aardperen geldt; door de kou wordt zetmeel omgezet in suikers en dat zorgt voor een verdieping van de smaak).

 

RASSEN

Er bestaan niet veel rassen, en de rassen die er zijn geven altijd groenbladige planten en donkerbruine wortels en worden dus in dezelfde periode geteeld.

Bekende rassen zijn Duplex, Maxima en Enorma. Een bekende term (in naam of beschrijving) bij schorseneren is ‘Niet schieters’ (hetgeen uiteraard betekent dat het ras niet snel doorschiet).

En daarnaast geven de rasnamen aan dat die rassen planten geven die voor de oogst van grote/dikke/lange wortels zorgen. Eerlijk gezegd: wij hebben wel wat verschillende rassen geteeld en wij hebben daarbij niet veel verschil ervaren (hangt uiteraard ook van andere factoren af zoals het weer, voeding, etc.).

 

BODEM

Ik zal het maar gelijk vertellen: hier valt de teelt van schorseneren niet mee. Onze vette klei is er nu eenmaal niet geschikt voor. Maar we vinden ze wel lekker, en leuk om te telen. En de aanhouder wint, na meerdere jaren zaaien en eigenlijk niet of nauwelijks wortels kunnen oogsten teelden we ze uiteindelijk in een verhoogde bak van ruim 40 centimeter hoog; en dat lukte! Maar zelfs dan oogsten we nog altijd vertakte wortels (zie de foto’s). Schorseneren teel je daarom dus in zanderige, losse, luchtige grond die wel voldoende voeding en vocht moet bevatten.

Verbeter de grond daarom vooral door er rijpe compost door te mengen, en door voor het zaaien de grond diep om te woelen voor een luchtige structuur. Op een zanderige grond kunnen de schorseneren vast wel mooi lang en recht in de grond groeien, maar daar zorgt het onderwerken van compost er voor dat de grond meer humus bevat, vocht beter wordt vastgehouden, en er een rijker bodemleven is.

Schorseneerplanten in juli

 

BEMESTING

Schorseneren houden (ik zou bijna zeggen uiteraard) van wat extra kali. Het is makkelijk te onthouden; alles wat een knol of bol maakt of een vrucht draagt houdt van wat extra kali.

Maar daarnaast zijn er natuurlijk ook nog andere voedingsstoffen nodig om te groeien. Schorseneren groeien langzaam maar gestaag. En dat betekent dat ze dat ook in de voedingsstoffen zoekt. Dus geen snelwerkende en kortdurende meststoffen, en zeker niet teveel stikstof (want dat zorgt voor veel bladgroei en dat gaat ten koste van de vorming en groei van de wortels).

Wij geven daarom een week of 2 voor het zaaien een organische samengestelde meststof (zoals de groene Culterra of iets dergelijks). Als je liever de grond voedt met compost, stalmest en plantenaftreksels bedenk dan dat (te) jonge compost/mest kan zorgen voor het sneller doorschieten van de planten.

In de zomer (rond juli) geven wij altijd nog wat extra kali, voor de groei van de wortels in de nazomer en herfst.

 

STANDPLAATS

Schorseneren staan graag op een zonnige of half beschaduwde plaats. En door haar bemestingsbehoefte (matige hoeveelheid stikstof en wat extra kali) past ze in het vak van de wortelgewassen, naast bijvoorbeeld pastinaken, wortels, bieten, etc.. Ze heeft geen familieleden in de groentetuin en dus hoef je er bij een eventuele vruchtwisseling alleen op te letten dat je niet elk jaar schorseneren op dezelfde plaats zaait maar er 4 jaar tussen laat zitten.

Als je geen schorseneren wilt of kunt telen is de teelt van haverwortel wellicht een optie (Tragopogon porrifolius). Ook al lijken deze planten enigszins op elkaar en is de teelt en oogst op sommige  punten vergelijkbaar: ze zijn geen familie.

 

ZAAIEN

Allereerst: de zaden van schorseneren leven niet heel lang; gebruik bij voorkeur verse zaden, na 2 tot 3 jaar loopt de kiemkracht al terug.

De zaailingen van schorseneren laten zich lastig verplanten, om die reden zaai je ze niet voor maar je zaait ze direct ter plaatse. De zaden van schorseneren zien eruit als 2,5 centimeter lange beige stokjes. Na het voorbereiden van de grond (het diep omwoelen voor de vereiste luchtigheid) hark je de grond wat aan en maak je een anderhalve centimeter diepe zaaigeul. Leg elke 3 tot 5 centimeter een zaadje en dek af met een laagje grond of zand van ongeveer 1 tot 1,5 centimeter. Geef regelmatig water (met een broes). Afhankelijk van de grondtemperatuur duurt het ongeveer 1,5 tot 3 weken voor de zaden kiemen.

Als de zaailingen eenmaal iets zijn gegroeid kun je de planten uitdunnen; haal overtollige zaailingen weg tot er uiteindelijk op ongeveer elke 10 centimeter in de rij een plantje staat. Uiteindelijk wordt het loof van de planten zo’n 25 centimeter breed en 30 centimeter hoog, met lange smalle bladeren (zie foto’s).

 

ZAAITABEL / OOGSTEN / PLANTAFSTAND

 

TEELTZORGEN

Zorg voor een regelmatige en gelijkmatige groei. En dat bekent naast een goede voeding ook dat de planten niet uit mogen drogen (maar ze mogen ook niet kletsnat staan). Water geven in droge perioden, en de grond rond de planten luchtig en onkruidvrij houden zijn daarom belangrijk.

Mochten de planten door gaan schieten (zeker in een warme droge zomer, of wanneer je te vroeg heb gezaaid) verwijder dan de bloeistengel in een zo vroeg mogelijk stadium. Een bloeistengel kost de plant energie en die energie wil je liever besteden aan de vorming en groei van de wortel. De wortel van een schorsenerenplant die doorschiet is trouwens wel nog gewoon eetbaar, maar verwijder de bloeistengel wel zodra je die ziet.

Om de grond zo luchtig mogelijk te houden lopen we zelf zo min mogelijk tussen de planten (op vette klei trappen we grond vaak ‘vast’, zeker in natte perioden). Om die reden leggen we graag wat bodembedekking tussen de rijen in (bijvoorbeeld repen van gronddoek of karton, of met behulp van stro, plantafval, etc.); het houdt onkruid tegen zodat we minder vaak tussen de planten hoeven te staan/lopen. En daarnaast houdt het de bodem wat vochtiger.

Schorsenerenplanten eind september

 

OOGST

De wortels van schorseneren breken heel gemakkelijk. En de wortels zijn heel lang (tot wel 30 centimeter lang en maximaal 3 of 4 centimeter breed). Om die reden moet je voorzichtig oogsten. Dat doen wij door een spade of spitvork naast de plant zo diep mogelijk in de grond te steken en dan voorzichtig via die weg de wortel omhoog te duwen. Soms moeten we de wortel zelfs letterlijk wat uitgraven. Toen we nog schorseneren in de volle kleigrond teelden was dat bijna niet te doen; de vertakte wortels braken af en zaten dik onder de modderige kleibrokken. Nu we de schorseneren in een verhoogde bak telen (in een luchtig mengsel van grond, zand en compost) gaat het makkelijker (en ook schoner).

We wassen de de schorseneren na de oogst altijd even in de ton zodat ze al wat minder vuil mee naar huis gaan.

Zoals je op de foto kunt zien kunnen we hier nooit echte dikke wortel oogsten en zijn ze altijd vertakt:

 

Dat vinden wij niet zo erg, dunne wortels zijn net zo lekker als dikke, het kost alleen iets meer tijd om ze allemaal te schillen 🙂

 

BEWAREN

Je oogst schorseneren zo kort mogelijk voor je ze wilt gaan bereiden, je kunt ze wel enkele dagen koud en donker bewaren maar daarna worden de wortels van binnen houtig en minder lekker en bruin.

Ook belangrijk; als je de schorseneren gaat schillen leg ze dan direct na het schillen in een bak water met citroensap want binnen een minuut na het schillen verkleuren ze bruin. Dat heeft trouwens niet veel invloed op de smaak, maar het is mooier wanneer de wortels nog  cremewit van kleur zijn.

De naam keukenmeidenverdriet vinden we zelf wat overdreven. Ja, ze zijn zijn vies en modderig. Maar mensen met een moestuin schrikken niet van wat modder en vieze handen. Het is in ieder geval niets wat niet met water en zeep kan worden verholpen. En je handen blijven er niet heel lang zwart van, niet zoals na het doppen van een grote hoeveelheid kapucijners je handen nog wel eens een paar dagen paars blijven 🙂 .

Oogst schorseneren dus zo kort mogelijk voor je die wilt gaan eten en laat de rest van de planten/wortels staan want ze zijn prima winterhard. Je kunt schorseneren ook invriezen (geschild, schoon en 5 minuten geblancheerd), maar dat doen we zelf nooit; simpelweg omdat het niet nodig is. Maar wellicht wel handig om te weten wanneer je toevallig eens iets teveel wortels hebt geoogst.

 

ZAADTEELT

Schorseneren zijn vaste planten. Als je ze vroeg genoeg zaait kunnen ze al in het eerste jaar doorschieten (en anders overleven ze zonder problemen de winter en schieten ze het late voorjaar door). Laat voor de teelt van zaden de planten doorschieten, na de bloei worden de pluizen gevormd waaraan zich de stokjesvormige zaden bevinden. Oogst ze uiteraard rijp en laat ze een weekje binnenshuis drogen voor je ze 2 tot maximaal 3 jaar bewaart.

 


Recepten met schorseneer:

    Gratin van schorseneren