Bleekselderij

Eerst even dit, mocht je internationale informatie, of bijvoorbeeld zaden van bleekselderij in een niet-Nederlandstalige webwinkel zoeken:

  • Latijnse naam:   Apium graveolens var. dulce
  • Engelse naam:   Celery
  • Duitse naam:   Stangensellerie
  • Franse naam:   Céleri à côtes

Bleekselderij wordt eigenlijk zelden of nooit als echte groente (gekookt op een bord) gegeten, ze wordt vaak in combinatie met andere groenten gebruikt. In warme gerechten gebruik je haar samen met bijvoorbeeld ui, wortel, peterselie, prei, etc. om een een heerlijke bouillon of saus of stoofgerecht te maken (denk aan bijvoorbeeld groentesoep en Bolognesesaus). En rauw wordt ze vaak verwerkt in salades, mede omdat ze dan zo lekker fris en knapperig is.

Je kunt duidelijk proeven dat ze familie is van (snij)selderij en van knolselderij, die fris-hartige smaak die bij elk van de 3 soorten toch weer anders is.

Bleekselderij is vochtafdrijvend. En er schijnen ook mensen een allergische reactie op bleekselderij te kunnen krijgen; het sap van bleekselderij kan branderige rode plekken op de huid veroorzaken. Ik heb dat trouwens zelf nog nooit ervaren of bij iemand anders gezien dus het komt wellicht niet heel vaak voor.

PLANTEN/ RASSEN

Bleekselderij is een tweejarige plant. Ze is niet winterhard maar kan wel wat kou verdragen (net als haar zusjes knolselderij en snijselderij). Dat betekent dat je haar in de nazomer of herfst oogst (afhankelijk van zaaitijd en omstandigheden al vocht, voeding en temperatuur). Ze maakt een plant met dikke halfronde knapperige en sappige stengels. Niet alleen die stengels zijn eetbaar, de toef groene bladeren bovenin is ook eetbaar en lekker in bijvoorbeeld soep en bouillon.

Er zijn zelf-blekende en groenblijvende rassen, en de laatste jaren zie je soms ook rassen die een vleugje rood in de stelen hebben en daardoor extra decoratief kunnen zijn. De zelf-blekende rassen hebben een geelgroene kleur die je niet hoeft te bleken. De groenblijvende rassen hebben midden- tot donkergroen blad en zijn iets minder zacht van structuur: je kunt ze lichter van kleur en malser van structuur maken door ze tijdens de groei aan te aarden (zie bij de alinea ‘teeltzorgen’). Als je de bleekselderij vooral gebruikt voor soepen, sauzen en stoven is dat bleken uiteraard minder noodzakelijk dan wanneer je bleekselderij vooral teelt om rauw te eten.

Voorbeelden van rassen:

  • Goudgele zelfblekende (zelf-blekend)
  • Siegfriedo (zelf-blekend)
  • Tall Utah (groen)
  • Groene Pascal (groen)
  • Green Sleeves (groen)
  • Giant Red (witgroen met wat rood)
  • Peppermint Stick (witgroen met verticale rode streepjes)
  • Tango F1 (hybride, heldergroen)
Bleekselderij van het ras ‘Goudgele zelfblekende’ na de oogst

BODEM / BEMESTING

Bleekselderij behoort (in een eventuele vruchtwisseling) tot de bladgewassen: dat betekent dat ze wel wat extra voeding lust. Na een gift stalmest en/of compost in de winter of het vroege voorjaar harken we zelf een week voor het uitplanten wat samengestelde moestuinvoeding met wat extra stikstof (de N-waarde in NPK op een verpakking) door de grond. Omdat bleekselderij voor een groot gedeelte uit knapperige/sappige stengels bestaat heeft ze relatief veel vocht nodig; hier is dat op onze vette klei maar zelden een probleem maar zeker op zanderige grond moet je bij droogte regelmatig water geven.

ZAAIEN / PLANTEN

Bleekselderijzaden zijn heel klein en kiemen niet erg snel (het duurt gemiddeld een week of 3). Vervolgens groeien de zaailingen de eerste weken ook nog eens langzaam. Om die 2 redenen vind ik het prettig om bleekselderij in maart al op een koele en lichte plaats in huis of in de koude kas voor te zaaien. Ook buiten zaaien kan goed maar wacht dan tot na half april. Ter plaats zaaien is ook een optie maar doen wij zelf eigenlijk nooit (omdat de zaden zo klein zijn en we later moeten uitdunnen: liever zaaien we gecontroleerd voor, laten de zaailingen beschut en in luchtige potgrond (waar ook gelijk voldoende voedingsstoffen in zitten) groeien tot de zaailingen groot genoeg zijn om uit te planten.

Zaai vooral niet te diep; de hele kleine zaden hebben amper bedekking nodig (een dun laagje zand of vermiculiet is voldoende, en ook dat is nog een reden waarom we liever voorzaaien dan ter plaatse zaaien).

De potgrond mag nooit uitdrogen, om groeistoornissen te voorkomen. Na de kieming duurt het dus nog wel enige weken voor de zaailingen groot genoeg zijn om uit te planten. Laat ze tot die tijd op een zo licht mogelijke plaats staan bij koele temperaturen, dat zorgt voor een mooi gedrongen groei. In huis is de kans groot dat de zaailingen lang en dun worden (door een combinatie van teveel warmte en te weinig licht), geef zaailingen dus vooral een plekje in een kas, platte, bak, tunneltje of iets dergelijks. En anders kun je overwegen om de zaailingen overdag buiten te zetten en in de avond en nacht in een schuur of garage te zetten.

Plant de zaailingen uit als ze ongeveer 4 centimeter groot zijn en er worteltjes aan de onderkant uit de afwateringsgaten uit het potje groeien. Geef de zaailingen een zonnige standplaats, en geef na het planten en ook de eerste weken nog regelmatig water. Veranderingen in omstandigheden zoals verplanten, warmte, droogte, etc. zorgen voor een wat grotere kans op doorschieten (hoewel er wel steeds meer rassen worden gekweekt die minder snel doorschieten).

ZAAITABEL 

Bleekselderij tabel

BLEKEN

Bleken wordt niet vaak meer gedaan, simpelweg omdat je voor de oogst van rauwe knapperige en sappige bladstelen kunt kiezen voor zelf-blekende rassen. Om de groenblijvende soorten te bleken plant je ze uit in een geul van ongeveer 15 centimeter diep. Als de planten groot genoeg zijn bind je de bladeren met een stukje touw bij elkaar en breng je een deel van de grond uit de geul weer aan. Als de plant vervolgens weer gegroeid is breng je weer wat grond aan, en dit herhaal je nog 1 of 2 keer, tot je alleen nog de bladeren ziet en de stelen zich onder de grond bevinden en dus geen licht meer krijgen. En zo bleek je, groenten die geen licht krijgen worden lichter van kleur (denk aan prei, witlof, etc.). Oogst wel op tijd want als er een natte periode komt, kunnen de stengels onder de grond natuurlijk gemakkelijk rotten.

Ik heb zelf geen ervaring met bleken hoor, ik zet altijd wat planten van een zelf-blekend ras voor de oogst van bladstelen die we rauw willen eten, en we zetten wat planten van een donkergroen ras voor de oogst van bladstelen (die wat meer structuur hebben maar vaak ook wat sterker smaken), en die we klein snijden en dan in soepen, stoofgerechten, etc. gebruiken.

Bleekselderij 2

OOGST / BEWAREN

Als je de stengels dik genoeg vindt kun je de plant oogsten. Ze zijn een paar dagen houdbaar in de koelkast, handig voor gebruik in salades. Je kunt eventueel ook stengels zo ver mogelijk onderin de plant afsnijden, terwijl de rest van de plant doorgroeit. Als je dat wilt; maak niet te grote wonden dus snijd recht en met een scherp mesje af en laat voldoende bladstelen aan de plant om te zorgen dat blijft leven en groeien. Uiteindelijk zie je wel dat als je dat vaak doet, een plant uitgeput raakt.

Ik oogst meestal in de vroege herfst hele planten, gebruik wat ik nodig heb en vries de rest in: in dunne plakjes in een zakje ingevroren zijn ze heel handig om een bouillon of saus te maken (om dezelfde reden vries ik ook altijd rauwe blokjes wortel en rauwe ringen prei in). De ingevroren plakjes worden na het invriezen hel zacht, dus niet geschikt voor rauw / salades.

ZAADTEELT

Het zelf oogsten van bleekselderijzaden is een hachelijke onderneming. Bleekselderij is tweejarig en je zult haar dus (vorstvrij) moet overwinteren zodat ze het jaar erop kan gaan bloeien. Ze is daarnaast ook nog eens een kruisbestuiver; er zijn een paar planten nodig van hetzelfde ras om zaden te kunnen oogsten, en er mogen geen andere rassen in de buurt staan. En tot slot kan ze ook kruisen met snijselderij en knolselderij!

Ik heb het zelf nog nooit geprobeerd, mede omdat zaden goedkoop zijn en er vaak heel veel zaden in een zakje zitten. Als je het wilt proberen: na een winter met zo min mogelijk kou/vorst schieten de planten in de late lente door, gaan bloeien en daarna worden de zaden gevormd. De zaden blijven wel 5 tot 6 jaar kiemkrachtig. 

11 reacties op Bleekselderij

Christien 20 april 2020 om 14:37

Bovenstaande info allemaal gelezen hebbend, lijkt het een hele klus: bleekselderij planten. Ik heb een hele bloempot vol spontaan ontkiemde zaadjes en weet niet zo goed hoe nu verder. Van een struik bleekselderij uit de supermarkt, hield ik 2 jaar terug het onderste stukje over. Ik had toen pas ergens gelezen dat je de meeste groenten weer opnieuw kunt laten groeien en voor de aardigheid zette ik het stukje stronk in een een bodempje water. Al gauw kwamen er worteltjes aan en. Vervolgens pootte ik het buiten in een bak, waar het enthousiast begon te groeien. Het werden geen stengels bleekselderij meer, maar het blad het blad wat er royaal aan groeide heb ik vorig jaar gebruikt voor soepen, sauzen en salades; erg lekker. De plant groeide zo enthousiast dat er bloemen aankwamen, die ik lekker heb laten uitbloeien. De zaadjes hebben zich verspreid in alle bakken die ik er rondom had staan en ondertussen heb ik overal opkomende bleekselderij plantjes. Ze zien er goed gezond uit, met mooi glanzend blad. Het enige wat ik doe (met al mijn bakken) is water geven en af en toe wat vloeibare meststof (bio).

Ruud & Diana 21 april 2020 om 09:34

Hallo Christien,

Nou, een hele klus; zaaien, verspenen en uitplanten vind ik niet een hele klus hoor, ik vind het eigenlijk altijd weer spannend en leuk om te doen 🙂 . Het lastigste is het wachten, omdat de zaden langzaam kiemen en langzaam groeien.
Goed om te horen dat je de stronk van een gekochte bleekselderij hebt weten te redden! Peter Bauwens (van De Nieuwe Tuin) heeft ook eens een leuk artikel geschreven over de ‘tweedehands moestuin’, over restjes van gekochte of zelf geteelde soorten die je weer tot leven kunt wekken.

Je uitgeplante stronk is gaan bloeien omdat bleekselderij tweejarig is, het is dus logisch dat een uitgeplante plant of stronk van vorig jaar in haar tweede jaar zaden maakt en uiteindelijk afsterft. Leuk om te lezen dat je zoveel spontane zaailingen hebt! Weet je al heel zeker dat het echte bleekselderijplantjes zijn, met mooie dikke sappige boogjes? Hier oogst ik nooit zaden van bleekselderij omdat ze hier op de volkstuin over grotere afstanden kruist met knolselderij maar vooral snijselderij. Er is ook nog wel een kans dat je bleekselderij uit de winkel uit F1-zaden is gekweekt en dat betekent dat zaailingen niet soortecht terugkomen. Niet erg als het lekker is trouwens maar het wordt dan niet meer wat de bedoeling was.
Ik hoop dat je hier later dit jaar nog eens wilt laten weten hoe het verder is gegaan, of je planten echte bleekselderijplanten werden, en hoe de smaak en de oogst was.
groetjes,
Diana

Astrid 17 juli 2020 om 19:32

Goh dan heb ik toch best geluk, dit jaar voor het eerst een moestuin, zonder kennis van zaken twee bleekselderijtjes die er stonden maar weinig deden meegenomen voor zaad op het balkon, en na het bloeien lijkt er nu inderdaad zaad te ontstaan, het lijkt me heel stug dat er hier (balkon drie hoog ver van moestuinen, het kan natuurlijk altijd…) kruising is met andere soorten dus ik heb geluk! Ik houd namelijk erg van bleekselderij.

Kees van Til 19 december 2020 om 22:28

Mooie verhalen! Er is echter iets aan de bleekselderij wat ik werkelijk nergens op internet kan vinden. Ook de groenteboer kijkt mij verwonderd aan: waarom wordt de bleekselderij toch altijd boven zijn eigen wortel afgesneden? Het allerlekkerste deel, de bovenste 1 á 2 centimeter van de wortel smaakt werkelijk voortreffelijk, zoals ik weet te herinneren uit mijn jeugd. Mijn vader nam dat stukje steevast mee uit zijn moestuin. Als ik dat nog eens kon proeven!

Ruud & Diana 20 december 2020 om 09:17

Hallo Kees,
Dankjewel voor je reactie.
Ik heb daar eigenlijk nog nooit op gelet. En ik zou dat best eens willen proberen/proeven maar vooralsnog zie ik hier bij bleekselderij eigenlijk weinig of geen vlezige wortel maar meer een kluwen van kleinere wortels.
Zo oogst ik een bleekselderij uit de tuin:

Bleekselderij geoogst

En bedoel je dan het alleronderste witte gedeelte van het blad? Of zit er misschien daaronder in het midden tussen de wortels nog een soort groeipunt of zoiets?
Helaas is alle bleekselderij van dit jaar in oktober al geoogst maar ik zal er volgend jaar in ieder geval eens opletten en de wortels uitspoelen en kijken wat daar dan nog zit wat heel lekker zou moeten zijn. Ik ben benieuwd!
groetjes,
Diana

Kees 2 januari 2021 om 19:10

Hallo Ruud&Diana,
Wat ik me herinner is dat het stuk wortel wat overblijft net iets smaller was als de onderkant van de selderij, zeg maar het hart van dat wortelpakket, en dan ca. 1-2 cm lang. Ik vond het heerlijk in elk geval, maar je moet wel even zorgvuldig snijden inderdaad!

Ruud & Diana 4 januari 2021 om 09:11

Hallo Kees,
Ik zal er komende zomer eens goed op letten en proeven!
groetjes,
Diana

Rianne 30 januari 2021 om 21:08

Hoi Diana,
Moet je bleekselderij als geheel ( heel stronk) oogsten? Of kun je net als bijvoorbeeld snijbiet stengels afsnijden?
Deze vraag mede vanwege de meerjarigheid van bleekselderij en het dan niet opnieuw hoeven zaaien het volgende seizoen?

Ruud & Diana 31 januari 2021 om 10:30

Hallo Rianne,
Ik zie dat ik deze pagina nodig eens moet bijwerken en van nieuwere foto’s moet voorzien.
Bleekselderij is tweejarig, en ze is niet winterhard (hoewel ze hier tegenwoordig soms wel tot ver in november kan blijven staan omdat het steeds vaker minder koud is). Je kunt er zeker wel wat van oogsten (altijd de buitenste stengels en zorg dat er genoeg plant overblijft om te kunnen hergroeien) maar uiteindelijk maak je door het wegsnijden van die buitenbladeren wel wondjes en uiteindelijk verzwakt de plant wel iets. En als het gaat vriezen zal de plant het uiteindelijk gaan begeven. En als dat niet gebeurt zal ze na de winter door gaan schieten, bloeien, zaden maken en afsterven. Dus voor een goede oogst zul je wel erlk jaar opnieuw moeten zaaien. Maar snijbiet is ook tweejarig dus daar geldt hetzelfde voor, al kan die meer vorst verdragen.
groetjes,
Diana

Astrid 25 februari 2021 om 11:47

Hoi Diana, bedankt voor de info, ik kwam twee foutjes tegen. Je schrijft dat er irritatie van het sap kan voorkomen; dat je het zelf nooit hebt meegemaakt of gezien bij een ander, het zal dan wel vaak voorkomen.

En in de alinea de potgrond mag nooit uitdrogen staat: geef ze dus vooral een plekje plekje 🙂

Ik ga op zoek naar een plekje plekje 😉 fijne dag verder

Ruud & Diana 26 februari 2021 om 09:55

Hallo Astrid,
Dankjewel voor het verbeteren van de fouten op deze pagina, daar ben ik altijd heel erg blij mee!!
Ik heb het gelijk aangepast.
groetjes,
Diana


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Of abonneer jezelf op deze discussie zonder te reageren.

Meld je aan voor de nieuwsbrief