Pompoen

Pompoen Galeux d´Eysines

 

Binnen de pompoengroep vind je enorm veel verschillende soorten en rassen, bedenk vooral van te voren wat je wilt; wil je grote of kleine pompoenen, voor de sier of om te eten, voor directe consumptie of om te bewaren? En dan zijn er nog allerlei kleuren en vormen, van wit tot geel, oranje, groen, blauwgrijs, rood, met ribben of met wratten, langwerpig, rond, er zijn enorm veel rassen om uit te kiezen.

Zelf hebben wij jarenlang pompoenen voor de sier geteeld; in vrolijk gekleurde opstellingen in de tuin en op de terrastafel zorgden ze voor veel kleur van half september tot de eerste vorst. Pas de laatste jaren telen we pompoenen ook voor de culinaire eigenschappen, en ook daarin valt er veel te ontdekken; het vruchtvlees meer geel of oranje, en soms zachtzoet, soms meer nootachtig, en soms zelfs ronduit zoet en geschikt voor het gebruik in desserts.

Je komt pompoenen in veel keukens tegen, en elk land heeft wel zo haar eigen favoriete rassen; de Franse Galeux d’Eysines, de Italiaanse Valenciano, de Amerikaanse Jack be Little, de Japanse Hokkaido, etc.. En je kunt heel veel doen met pompoenen; van roosteren en bakken, soep, puree, maar je kunt er zelfs ook brood of cake mee bakken, gebruiken in desserts, en ze is ook geschikt voor de inmaak (zoals een zoetzuur of een chutney).

Net als bij courgettes zijn de bloemen van pompoenen eetbaar, de grote gele bloemen smaken een beetje poederig en neutraal. Door hun grootte zijn ze zeer geschikt om te vullen. En tot slot zijn dan ook  de zaden nog eetbaar (pompoenpitten), na roostering kun je ze bijvoorbeeld in een salade gebruiken.

 

PLANT

Een pompoenplant wordt groot. Dat kan maar alvast duidelijk zijn 🙂 . Het is ook nog wel rasafhankelijk, sommige rassen worden nog wat groter dan andere rassen. En er zijn tegenwoordig een paar rassen die echt kleiner blijven (met dan ook wel kleinere vruchten in een lagere opbrengst), geschikt voor de teelt in een pot of verhoogde bak of kleine tuin. Maar dat zijn uitzonderingen, de meeste rassen maken planten van een meter breed en 2 tot 3 meter lang (en soms nog iets meer).

De plant lijkt op die van de courgette (ze is daar ook zeer nauw familie van) maar in tegenstelling tot de courgette is een pompoenplant altijd rankend; de planten kruipen maar kunnen ook klimmen (aan een gaasachtig rek, ze kan niet klimmen langs stokken!). Op die manier neemt ze uiteraard aanzienlijk minder ruimte in beslag, en het is ook nog een vrolijk gezicht.

Zelfs een ruim 7 kilo zware pompoen van het ras Galeux d’Eysines kan bij het klimmen zonder af te scheuren/vallen blijven groeien en rijpen.

 

TEELTWIJZEN EN OPKWEEK

Wij zaaien pompoenen (en trouwens ook courgettes) het liefst zo rond half april binnenshuis voor. Onder glas zaaien kan natuurlijk ook prima, en zelfs buiten (maar dan zaai je wel een stuk later).

De reden waarom wij bij voorkeur binnen zaaien is omdat pompoenen niet tegen vorst kunnen. En omdat de zaden makkelijk kunnen rotten in te natte grond (en thuis heb ik daar net iets meer controle over dan in een koude vochtige kas met allerlei andere zaailingen ernaast die juist wel wat meer water willen, etc.). En de laatste maar belangrijkste reden is omdat de zaden heel lekker worden gevonden door onder andere muizen (en die zijn in een kas niet tegen te houden want ze kruipen door de kleinste kiertjes). Het is in dat laatste geval van zaaien onder glas natuurlijk ook mogelijk om de pompoenzaaisels dan te beschermen door bijvoorbeeld de onderbak af te dekken met een glasplaat, maar daaronder blijft het dan weer wat langer vochtig.

Oftewel; het kan allemaal maar wij vinden het gewoon prettig om thuis in een zonnig raamkozijn van een onverwarmde slaapkamer te zaaien. De zaden kiemen daar binnen een week. Onder koud glas duurt de kieming vaak 2 of 3 dagen langer. En als je buiten wilt zaaien doe je dat pas in mei en dan kiemen de zaden (afhankelijk van de buitentemperatuur) binnen 2 weken.

Zoals gezegd houden pompoenzaden niet van teveel vocht, de zaden kunnen dan gemakkelijk rotten. Om die reden gebruik ik voor het zaaien potgrond, maar maak ik die luchtiger door 5 delen potgrond te mengen met 1 deel grof brekerzand plus een half deel vermiculiet of perliet. Als je geen vermiculiet of perliet hebt kun je in plaats daarvan er nog een extra handje grof brekerzand door mengen.

Op de foto hieronder kun je zien dat het potgrondmengsel luchtiger is geworden. Daarnaast zaaien we het zaadje ook niet plat op de grond maar we steken het verticaal in de grond (want dan loopt een teveel aan vocht er makkelijker langs dan wanneer het zaadje horizontaal ligt).

 

Ik heb ook eens geprobeerd om pompoenen in pure vermiculiet te zaaien en dat gaat ook heel goed (mits je de vochttoestand goed in de gaten houdt want het mag dus niet te nat zijn). Je kunt hier meer informatie vinden over het zaaien in vermiculiet.

Wij zaaien 1 pompoenzaadje per potje. Pompoenzaden zijn heel moeilijk te verspenen, en na de kieming zijn de zaailingen gelijk al flink van formaat. Geef voorzichtig water, de grond moet goed vochtig zijn, want anders kiemen de zaden niet, maar maak de grond niet kletsnat en zorg dat een teveel aan water niet in de onderbak blijft staan. Na de kieming mag je meer water gaan geven, want zoals gezegd groeien pompoenzaailingen na de kieming snel.

Een zaailing na de kieming, naast de 2 kiemblaadjes begint in het midden het eerste echte blaadje te groeien. Elke potje heeft z´n eigen zaailing

 

De zaailingen blijven in het potje tot ze groot genoeg zijn, en in ieder geval tot IJsheiligen (na 12 mei). Tot die tijd blijven ze op een warme zonnige plaats (binnen of onder glas of als het al warm genoeg is buiten.

Pompoenen houden van een warme en zonnige plaats, hoewel ze het ook goed in de halfschaduw doen.

 

RASSEN

Pompoenen vind je in allerlei kleuren, vormen en maten. Je kunt ze grofweg indelen in een aantal groepen maar dat is zo ingewikkeld dat ik het nooit goed heb begrepen. Wat ik wel weet is dat de pompoenen allemaal heel gemakkelijk met elkaar kruisen, en ook met een courgette (en uiteindelijk is dat ook een soort pompoen).

Ook in het Engels wordt het er niet makkelijker op; je kunt soorten pompoenen en courgettes daar vinden onder squash (en dan is er de  wintersquash en de summersquash), maar ook onder pumpkin (en dat zijn de grote ouderwetse pompoenen), en verder worden er nog termen als gourd, zucchini, marrow en courgette gebruikt. Ik ben het spoor een beetje bijster, maar volgens de boeken is dit een goede indeling van de soorten pompoenen:

  • Cucurbita maxima

De pompoenen in deze groep kun je grofweg in tweeën delen; de grote en de kleintjes.

De rassen met grote pompoenen geven vaak vruchten van meer dan 10 kilo. Ze zijn mede daardoor vaak helaas wel matig van smaak, en ze zijn ook niet zo heel lang te bewaren. Voorbeelden van rassen zijn Gele Centenaar, Big Max, maar bijvoorbeeld ook de Atlantic Giant (die vaak wordt gebruikt in wedstrijden – het wereldrecord-gewicht van deze pompoen staat op meer dan 500 kilo). En niet te vergeten de waarschijnlijk bekendste sierpompoen; Turkse Muts

De kleintjes: dat is relatief, maar er zijn een aantal rassen met kleinere vruchten geven die 1 tot 10 kilo wegen. De smaak, kleur en vorm kunnen behoorlijk verschillen maar de meeste van deze kleinere pompoenen  zijn qua smaak in ieder geval beter dan de hierboven genoemde grotere rassen. De smaak is voller, zoeter en het vruchtvlees is vaster (doordat ze een lager vochtgehalte hebben, en daardoor bewaren ze ook vaak langer en beter). Voorbeelden van bekende rassen in deze groep zijn Uchi Kuri, Blue Hubbard, Queensland Blue, Valenciano, Buttercup, Galeux d’Eysines, Crown Prince, etc..

Pompoen Queensland Blue

 

  • Cucurbita moschata

Deze pompoenen staan bekend om hun romig zachte, vaak wat  nootachtige smaak. Ze zijn niet zo groot (0,5 tot 5 kilo) en ze zijn allemaal redelijk goed bewaarbaar (maar niet zo lang als de kleine maximasoorten zoals die hierboven zag). Voorbeelden van moschata-rassen zijn Butternut, Honeynut, Nutterbutter, Crookneck, Black Futsu, Mini Musk, etc.. De Butternut is één van de bekendste pompoenen, je vindt ze ook in winkels en op de markt. Zelf vinden we deze pompoen niet alleen heel lekker maar ook handig gebruik (omdat ze een handzaam formaat heeft, redelijk goed te bewaren is, en ze makkelijker te schillen is dan de meer dikschillige pompoenen).

  • Cucurbita pepo

De courgette behoort tot deze groep. Maar ook een aantal pompoenrassen. Het grote voordeel van deze rassen is dat ze ook wel ranken, maar vaak niet zo extreem groot worden als de pompoenen uit de maxima-groep. Het nadeel is dat de pompoenen wat minder lang houdbaar zijn. Soms is het verschil tussen courgettes en de pompoenen in deze groep klein.

Voorbeelden van rassen zijn Baby Boo, New England Sugar Pie, Delicata, Cotton Candy, Crookneck, etc.. Zelf hebben we eens de New England Sugar Pie geteeld en dat was zeker een succes; een lekkere, zachtzoete smaak, mooi oranje, handzame pompoenen (1 tot 2 kilo), en een prima opbrengst, en niet te grote planten. Haar enige nadeel was dat ze niet veel langer houdbaar was dan een week of 4.

Één van de weinige mini-rassen; Bush Baby is zo klein dat ze in een grote pot kan worden geteeld. De pompoentjes zijn ook klein, gemiddeld zo’n 250 gram zwaar.

 

Lees dus bij de aankoop van zaden de beschrijving goed, en kies de rassen die aan je wensen lijken te voldoen (als in grootte, vorm, kleur, smaak, bewaarbaarheid, etc.). Een groot assortiment pompoenrassen met een goede beschrijving kun je onder andere vinden bij Jansen zaden

Dan tot slot nog even iets over de pompoen die we een paar jaar geleden voor het eerst zaaiden; de Spaghettipompoen. Iets bijzonders, het vruchtvlees is draderig (eerder als vermicelli dan spaghetti). Lekkere, zachtzoete smaak, geel vruchtvlees. Je kookt of stooft de pompoen in geheel, ongeveer een half uur, en dan snij je ze open, verwijder de zaden en haal het draderige vruchtvlees eruit voor verdere verwerking. Of halveer de pompoen, verwijder de pompoenpitten en leg ze met de snijvlakken naar beneden op een bakplaat waar je een centimeter water in doet. Half uurtje op 180 graden, en ook dan het draderige vruchtvlees eruit halen voor verdere verwerking. Uiteindelijk blijkt het niet spaghetti te zijn zoals spaghetti hoor, hoe gaarder het vruchtvlees wordt, des te meer het een puree wordt. Desalniettemin leuk om er eens mee te spelen (onze favoriete manier is om eerst ui en knoflook te fruiten in olijfolie, een pepertje, peterselie, en zout en peper. En dan zo kort mogelijk de gare spaghettipompoensliertje erdoor roeren en verwarmen. En dan lekker veel geraspte Parmezaanse kaas of Pecorino erover 🙂 ). Als je haar toevallig te lang hebt gekookt (en de draden te zacht zijn geworden) is ze ook gewoon prima voor de soep/puree.

Spaghettipompoenen

 

ZAAITABEL

Klik op onderstaande tabel om die in een nieuw tabblad in groot formaat te zien:

Pompoen tabel

 

BODEM / BEMESTING

Pompoenen hebben een voorkeur voor rijke, vochtvasthoudende grond die bij voorkeur ook iets kalkrijk is. Hier (op onze vette klei) groeien planten dan ook prima. Zelf vinden we het heel fijn om ze op een mesthoop te laten groeien: we storten een flink aantal kruiwagens verste paardenmest (met flink wat stro) op een hoop en laten dat een week of 3 rusten. Dan maken we een gat in de composterende mest en vullen dat met potgrond of tuingrond. En daarin planten we dan de zaailingen van pompoenen en courgettes;

 

Zoals op de foto dus. De composterende mest zorgt voor warmte en daarna voor een prettige samenkomst van vocht, bodemorganismen, humus, etc.. Een week of 2 na het uitplanten van de zaailingen geven we per plan een handje samengestelde meststof (zoals bijvoorbeeld groene Culterra).

Hier groeien courgettes altijd heel goed op zo’n hoop. Een stuk of 5 planten op een hoop in een vak levert vaak dit op:

 

Veel en groot dus. En zeker ook voldoende bloemen en vruchten. Het is wel belangrijk dat de zaailingen de eerste weken in grond groeien en niet in de dan nog jonge mest. En heel fijn is het dat aan het einde van het jaar de mest volledig is gecomposteerd en een mooie losse compost overblijft die we bijvoorbeeld kunnen gebruiken om de tuin op te hogen of er verhoogde bakken mee te vullen.

Het is zeker niet noodzakelijk om pompoenen op mest te laten groeien hoor, ze doen het ook prima in de volle grond. Bedenk wel dat pompoenen grote planten maken en dus veel vocht en voeding nodig hebben. Geef vooral 2 keer een ruime hoeveelheid meststoffen (de eerste keer bij het planten in mei, en de tweede keer eind juli voor de groei en rijping van de vruchten), en zelf kiezen we daarbij voor een samengestelde NPK-meststof als groene Culterra, maar er zijn meerdere merken, en er zijn ook mensen die voeden in de vorm van plantenaftreksels, etc..

Pompoenen groeien trouwens ook graag op een composthoop, en kunnen die dan ook volledig begroeien (handig en decoratief wanneer je een compostbak lelijk vindt).

 

TEELTZORGEN

In het begin is wieden belangrijk, maar let ook op water geven in droge perioden; grote planten als pompoenen hebben relatief veel water nodig.

Je hoeft niet te snoeien, leid de ranken die over paden dreigen te gaan kruipen de andere kant op, maar ook het afknippen van een stuk rank dat in de weg ligt kan prima hoor.

In natte nazomers is het wellicht handig om pompoenen die zich hebben ontwikkeld op een houten plankje of stenen tegel of zo te leggen. Daardoor kunnen de pompoenen redelijk droog groeien en rijpen. Als pompoenen op kletsnatte grond liggen is het mogelijk dat ze gaan rotten (mede afhankelijk van het ras en de dikte van de schil). En ook omdat slakken dan wel aan de schil kunnen gaan vreten.

Controleer af en toe je pompoenen, op beschadiging of vraat. Hier hebben we in een jaar wel eens ruim 15 pompoenen in september weg moeten gooien omdat ratten er een gat in maakten en de zaden eruit haalden. Dat is in slechts 1 jaar van de ruim 25 moestuinjaren gebeurd hoor, maar als we het op tijd hadden gecontroleerd en dus gezien, dan hadden we de pompoenen kunnen redden (door ze zo snel mogelijk te oogsten, of door er bijvoorbeeld een pot ondersteboven overheen te plaatsen waardoor de ratten er niet meer bij zouden kunnen komen.

Wonden aan pompoenen zorgen er sowieso voor dat een pompoen niet lang meer bewaarbaar is en kan gaan rotten. Aangetaste pompoenen houden we heel goed in de gaten en oogsten we zodra ze rijp is (en dan vriezen we het vruchtvlees in).

 

OOGST

De oogst van pompoenen valt ongeveer in september/oktober (behalve sommige rassen uit de Cucurbita pepo-groep; sommige rassen daarvan eet je juist jong in plaats van volledig afgerijpt. Te vroeg geoogst smaken bewaarpompoenen flauw, en ze bewaren dan ook niet goed.

Pompoenen kunnen niet tegen nachtvorst, voor die tijd moeten ze geoogst zijn en vorstvrij liggen. Of een pompoen rijp is kun je zien aan de steel van de vrucht; als deze rimpelig wordt, droge groeven of barstjes gaat vertonen (kurkachtig) is de pompoen rijp:

Geoogste pompoenen van de rassen Galeux d’Eysines en Valenciano liggen te wachten tot ze naar hun winterberging kunnen (en hier is dat op een donkere en koele zolder)

 

Van de meeste rassen verkleuren de pompoen bij het rijpen. En de pompoenen moeten in ieder geval heel hard aanvoelen en hol klinken als je er op klopt. Snijd de stengel door op ongeveer 5 tot 10 centimeter van de vrucht. Vruchten die afbreken of worden geoogst zonder stukje steel bewaren minder langer en kunnen snel gaan rotten.

Verkijk je trouwens niet op het uiterlijk; op bovenstaande foto zie je 4 pompoenen van het ras Galeux d’Eysines en 1 pompoen van het ras Valenciano (de witte). Je zou verwachten dat de gebobbelde Galeux d’Eysines het langst te bewaren zouden zijn maar niets is minder waar; de Galeux d’Eysines is slechts een week of 6 houdbaar, de Valenciano heben we ruim 3 maanden kunnen bewaren.

Pompoenoogst, met onder andere de karakteristieke Butternuts

 

BEWAREN

Afgezien van de rassen uit de Cucubita pepo-groep bewaren de meeste pompoenrassen (uit de maxima- en moschata-groep) goed tot zeer goed. Laat de pompoenen na de oogst eerst goed drogen op een luchtige en overdekte plaats. Na een week of 2 drogen kunnen de pompoenen naar hun bewaarplaats worden gebracht. De meest ideale bewaartemperatuur is ongeveer 10 graden Celsius. Op die plaats kunnen pompoenen soms een week of 4 maar soms zelfs wel 4 maanden worden bewaard. Controleer vooral elke week de pompoenen in je winterberging even; kantel ze en druk er zachtjes op. Als er aan de onderkant schimmel begint te groeien, of als er een beschadiging is, of als de pompoen niet heel har meer aanvoelt, dan kun je overwegen om de pompoen schoon te gaan maken en het vruchtvlees in blokjes in te vriezen.

 

ZAADTEELT

Pompoenen kruisen zeer gemakkelijk. Volgens het Ecologisch Handboek van Velt kruisen alle pompoenrassen en ook pompoensoorten met elkaar, maar kruisen ze ook nog met andere komkommerachtigen. Volgens het boek “Seed to Seed” van Suzanne Ashworth kruisen pompoenrassen binnen een soort heel gemakkelijk met elkaar maar kruisen soorten onderling niet, en kruisen ze dus ook niet met andere komkommerachtigen. Onze ervaring is dat alle pompoenen en courgettes heel gemakkelijk kruisen, zowel de rassen onderling als ook de verschillende soorten met elkaar, en ook over grotere afstanden van meer dan 50 meter.

Om raszuiver zaad te kweken moet je dus kruisbestuiving voorkomen: houd daarvoor minimaal 750 meter ruimte tussen 2 rassen/soorten aan of bevrucht met de hand: bind rond de vrouwelijk bloemen wat fijn gaas. Als de bloem open gaat, neem je het gaas weg en wrijf je de meeldraden van een mannelijke bloem over de stamper van de vrouwelijke bloem. Hierna breng je het gaas weer terug rond de bloem tot deze verwelkt is.

Ik vind dat veel te veel gedoe. Bovendien zijn pompoenzaden niet duur, en het is het heel leuk om in verschillende jaren verschillende rassen te zaaien/telen. Maar daarnaast is er nog iets veel belangrijkers: gekruiste pompoenen kunnen bitter en licht giftig zijn. Dat giftige (en bittere) komt omdat bij gekruiste planten de vruchten meer cucubitacinen bevat. Je hoeft niet bang te zijn dat je per ongeluk zo’n bittere pompoen eet want ze is dan zo bitter dat ze letterlijk oneetbaar is. Dat neemt niet weg dat het heel zonde is van de plant en het werk en de oogst. Koop dus vooral zaden bij de professionele zaadhandel, dan kun je er vanuit gaan dat ze soortecht en veilig is. Kijk ook nog even op deze pagina voor meer informatie: De kennis van nu

 


 

Flan van pompoen met gorgonzola en walnoten