Aardbei

 

Aardbeien zijn heel waardevol in de moestuin. Het zijn winterharde vaste planten die al snel een goede opbrengst kunnen geven. En wie lust er nou geen aardbeien!

De aardbei, zoals wij die in de moestuin zien, is vanuit de bosaardbei/wilde aardbei voortgekomen; in de afgelopen decennia hebben veredelaars steeds meer rassen gekweekt die voldoen aan onze eisen (zie daarvoor ook bij de alinea Teeltwijzen).

De aardbeienteelt is niet moeilijk maar er zijn wel een aantal regels waar je je aan moet houden als je elk jaar een goede oogst wilt.

 

PLANT

De aardbeienplant is dus een vaste plant; winterhard maar niet wintergroen. En dat betekent dat het in winter lijkt alsof ze dood gaat, het blad wordt  in de herfst bruin en dor. Knip het vooral niet af, het zorgt voor wat bescherming in de winter. In het voorjaar (rond maart-april) komen er vanuit het hart van de plant weer nieuwe groene blaadjes. Als er eenmaal voldoende blad is (rond begin tot half april) kun je het oude dorre  blad wegknippen.

Aardbeiplant die in maart heel voorzichtig weer uit gaat lopen met frisgroene blaadjes

 

De aardbei vormt een plant van ongeveer 40 centimeter doorsnede. In mei/juni gaan de planten bloeien, met helderwitte bloempjes met geel hartje. En na die bloei worden de kleine groene aardbeitjes gevormd die later zullen groeien en rijpen.

 

De meeste aardbeiplanten wachten met het maken van uitlopers tot na de bloei, vruchtzetting en rijping. Maar niet altijd, soms worden de eerste uitlopers ook al gemaakt tijdens het groeien en rijpen van de aardbeien. En dat is jammer want je wilt op dat moment alle energie van de plant ten goede laten komen van de oogst van rijpe, lekkere aardbeien. Mocht je vroege uitlopers tegen komen, haal die dan vooral weg (knip ze zo diep mogelijk tot in de plant af).

Na de oogst van aardbeien zullen er flink wat van deze uitlopers worden gevormd – ze maken stekken die zich snel aan de grond hechten en weer een nieuwe aardbeienplant vormen. Elke uitloper kan flink wat stekken produceren (achter elkaar, zoals je op deze oude lelijke maar wel duidelijke foto kunt zien):

 

Je kunt inschatten dat als elke plant meerdere uitlopers met meerdere stekken maakt, dit ten koste gaat van de opbrengst en de gezondheid van de planten. Deze, voor haar natuurlijke, manier van groeien zorgt voor een tapijt van kleine planten die weinig opbrengst geven en zelfs kunnen woekeren als een echte bodembedekker.

Voor in de moestuin is deze manier van groeien niet gewenst; je wilt afzonderlijke planten die veel bloemen maken en grote goed smakende vruchten geven. En dus verwijder je de uitlopers. Tenzij je stekken wilt maken, en dat wil je graag. Maar dan heb je meer aan 1 goede, grote gezonde stek dan aan 6 kleine zwakke stekjes.

Op de foto een veldje aardbeien dat we een paar jaar geleden door omstandigheden eens hebben verwaarloosd:

 

Je ziet dat het geen losse aardbeiplanten meer zijn maar een kluwen van planten en stekken. Na het opschonen (en dat heeft wel een hele dag gekost):

 

Je ziet dat het nu weer afzonderlijke aardbeiplanten zijn. Maar het maken van al die stekken heeft wel zijn tol geëist; je ziet dat sommige planten gezond zijn, maar een aantal planten ook duidelijk kleiner zijn gebleven, het blad een beetje dor is geworden (want die stekken gebruiken allemaal voeding, van de moederplant, maar als ze eenmaal in de grond wortelen ook voeding uit de grond). Bij voorkeur verwijder je ongewenste uitlopers dus in een vroeg stadium, en laat je gewenste uitlopers gecontroleerd opgroeien tot sterke en gezonde stekken.

 

TEELTWIJZEN

Er zijn 2 groepen van rassen; de eenmaal-dragende en de  door-dragende rassen. Beide hebben hun voordelen:

Eenmaal-dragende aardbeien geven rond juni/juli (afhankelijk van het ras) één grote opbrengst van aardbeien (vaak ook wat grotere aardbeien).

Door-dragende aardbeien geven in de periode van juni tot september of zelfs nog wat later een kleinere maar constante opbrengst van vaak iets kleinere aardbeien.

Zelf vinden we het prettig om van beide soorten wat planten te hebben, de eenmaal-dragende rassen lekker om van te eten maar ook handig, omdat de oogst kortdurend maar groot is, lekker om bijvoorbeeld jam van te maken. En daarna kunnen we nog wekenlang voldoende van de door-dragende planten oogsten.

 

VERSCHIL IN JAREN

Je kunt één bed met aardbeien aanhouden. Dat doen wij zelf meestal (omdat we samen voldoende kunnen oogsten van 1 aardbeienbed, zelfs als dat aardbeienbed pas 1 jaar oud is (of al 3).

Het eerste jaar geeft een  dan nog jonge aardbeiplant niet een heel grote opbrengst; het eerste jaar gebruikt de plant voornamelijk voor de groei. En geeft een kleine opbrengst. Het tweede is haar beste jaar: ze zal dit jaar de beste opbrengst geven. Het derde jaar heeft ze haar top gehad en zal ze weer wat minder opbrengst geven (maar wel meer dan in haar eerste jaar). Elk jaar daarna wordt het wat minder. Oftewel; een aardbeienplant kan wel jarenlang mee gaan maar als je haar in de moestuin zo intensief wilt gebruiken als een moestuinder doet; dan is de plant na 3 tot 4 jaar ‘op’.

Op deze foto kun je het uitplanten van aardbeistekken zien. De stekken zijn in juli genomen, slechts 1 stek per moederplant,  opgekweekt in potten met potgrond. En dan zien de stekken er in oktober al zo uit:

 

De grond is dan nog warm, en zo kunnen de jonge planten goed aanslaan voor ze de eerste winter in gaan.

Je kunt zelf kiezen hoe je haar wilt telen. En dit is onze favoriete manier: volgend jaar geven de planten die we op bovenstaande foto in oktober uitplanten een kleine oogst (maar met 40 planten is dat echt nog wel een paar kilo). Het oude aardbeienbed is ondertussen opgeruimd, schoon gemaakt en kan volgend jaar voor andere groenten worden gebruikt. Het jaar erop heeft ze haar beste opbrengst, en het jaar daarop (het derde jaar na het uitplanten van de stekken) gaan we weer nieuwe stekken nemen voor een nieuw aardbeienbed.

Er zijn ook mensen (met een grotere tuin, of mensen die gewoon elk jaar een meer dan goede oogst willen) die een dubbel aardbeienbed hebben. Zij nemen in het tweede jaar van aardbeiplanten stekken die ze in een nieuw bed uitplanten. In het jaar daarop geven de jonge planten (hun eerste jaar) een kleine opbrengst. En de planten waar stekken van zijn genomen heeft dan haar derde jaar en geeft dan nog een zeer redelijke opbrengst. Dit kost je 2 vakken in de moestuin, maar zo heb je dus altijd een zeer goede opbrengst. In het volgend jaar neem je weer stekken van de jonge planten (die dan hun tweede jaar in gaan), en ruim je na de zomer de planten op die hun derde jaar hebben gehad. Je hebt dus zo in elk jaar eenjarige, tweejarige en driejarige planten. Dan moet je uiteraard wel voldoende ruimte hebben in je tuin voor in ieder geval 2 of wellicht zelfs 3 aardbeibeden.

Ik moet daar ook nog wel bij zeggen dat er door veredeling steeds meer rassen zijn ontwikkeld die ook in hun eerste, en in hun derde jaar al/nog een goede opbrengst geven. En vergeet niet dat de juiste start van de jonge planten ook heel belangrijk is; goede grond met voldoende humus, een goede voedingstoestand, etc..

 

ONDER GLAS

Je kunt aardbeien ook onder koud glas telen, je kunt dan vroeger aardbeien oogsten dan wanneer de planten buiten groeien (het scheelt zo’n 2 tot wel 4 weken – afhankelijk van het ras en vooral de zon/temperatuur/voeding.

Zelf doen we dit niet, we wachten tot de juiste tijd, de ruimte onder glas hebben we al zo hard nodig voor andere groenten 🙂 . Maar als je het eens wilt proberen: plant in de nazomer de stekken die je hebt genomen niet uit in een nieuw bed maar in de platte bak of koude kas. De planten komen in het vroege voorjaar eerder tot leven (je moet dan dus ook vanaf februari al water en voeding gaan geven). En de oogst valt dan al in mei.

 

Doordragers en eenmaaldragende aardbeien

Door-dragende rassen vormen, zoal al eerde gezegd, vanaf juni/juli voortdurend nieuwe bloemstengels. Na de relatief kleine oogst volgt er weer een bloeiperiode met vruchten, etc.. Bij sommige rassen kan dit wel doorgaan tot oktober. Goede door-dragende rassen zijn:

  • Ostara
  • Amandine
  • Fuore
  • Favori

De groep eenmaal-dragende aardbeien is veel groter. Je kunt daarin vroege, middelvroege en late rassen vinden. Als je wat verschillende rassen plant heb je dus niet alleen wat verschillen in smaak, stevigheid, etc. maar je kunt daarmee ook de oogst nog wat spreiden.

Goede eenmaal-dragende rassen zijn:

  • Lambada
  • Korona
  • Elsanta
  • Elianny
  • Senga Sengana
  • Florence
  • Sonata
  • Darselect
  • Induka
  • Polka

En dan zijn er nog wat rassen die even apart moeten worden genoemd:

  • Maxim / Gigantella (zeer grote aardbei, zoals je die wel in catalogi ziet in zo’n klein kinderhandje 🙂 ). Best lekker, maar wat ons betreft toch iets minder lekker dan de aardbeien uit het rijtje hierboven
  • Ananasaardbei: een witte aardbei met prima smaak, een vleugje ananas in de smaak, en lekker sappig. Heeft wel verschillende rassen in haar directe omgeving nodig voor een goede bestuiving (en dus opbrengst)
  • Toscana: prachtige planten met grotere bloemen in een roze kleur. De smaak is wel wat minder maar zeker nog prima eetbaar. Zie het als een eetbare sieraardbei.
  • Frau Mieze Schindler: een zeer oud ras, wordt ook wel framboosaardbei genoemd, helaas niet goed weerbestendig, de vruchten schimmelen makkelijk bij slecht weer, maar in een mooie zomer zijn de vruchten zacht, sappig, donkerroze van kleur en met een heerlijke volle aardbeiensmaak

En zo zijn er dus een flink aantal rassen, met verschillende eigenschappen; van klein tot groot, vroeg tot laat, kort tot lang, verschillen in smaak, sappigheid en stevigheid. Voor elk wat wils. Kijk vooral zelf eens op de website van een aardbeienkweker, vaak geeft die goede informatie over de rassen waar hij stekken van verkoopt.

Witte ananasaardbei

 

AARDBEISTEKKEN KOPEN:

Je kunt uiteraard altijd van je eigen planten stekken nemen, Maar als je eens nieuwe rassen wilt proberen? Lang leve internet! Waar je vroeger afhankelijk was van één kweker in de buurt of een tuincentrum, kun je nu via internet voor een leuke prijs aardbeistekken kopen.

Zo kun je dus bijzondere rassen kopen die niet in een gemiddeld  tuincentrum leverbaar zijn (en natuurlijk daar later zelf weer stekken van nemen). Je kunt vaak rond augustus verse stekken kopen, en in het voorjaar stekken/planten uit de koeling (zogenaamde frigo-planten).

Voorbeelden van kwekers die via internet stekken/planten verkopen zijn:

Google vooral zelf ook eens op de term “aardbeien stekken”,  en let bij de resultaten dan even goed op of de betreffende kwekerij ook aan particulieren verkoopt (want er zijn in Nederland natuurlijk ook een flink aantal kwekerijen die alleen grote hoeveelheden aan de professionele teelt leveren). Ik heb een tuindagboek geschreven over de stekken die wij gekocht hebben en ook zelf hebben genomen.

Gekochte aardbeistek, gezond en mooi geworteld

 

Dezelfde aardbeistek na het uitplanten in de volle grond

 

ZAAIEN

Je kunt aardbeien ook zaaien, bij de meer gespecialiseerde zaadhandels zijn er zaden in een paar rassen te koop. Zaai ze dan wel vroeg, rond februari bij kamertemperatuur. De zaden van aardbeien zijn heel klein en het kiemen (bij kamertemperatuur) kan een paar weken duren. De zaailingen groeien langzaam; in het jaar van zaaien zul je een kleine plant op kunnen kweken die zeker nog geen rijpe vruchten gaat geven, in het daaropvolgende jaar kun je de dan jonge planten behandelen zoals je eerstejaars stekplanten zou behandelen. Aardbeien opkweken vanuit zaden is dus een langdurig proces en vooralsnog alleen handig als je een bijzonder en/of nieuw ras wilt gaan telen.

 

ZELF VERMEERDEREN

Zelf stekken is heel gemakkelijk. Bijvoorbeeld van de buurvrouw die toevallig een leuk ras heeft, of van eigen planten, of van gekochte planten om het aantal planten uit te breiden. Aardbeistekken groeien snel, geven het jaar daarop al een leuke oogst, en de kans op slagen is veel groter dan bij het zaaien van de heel kleine zaden.

Over het stekken van aardbeien:

 

Kies sterke en gezonde moederplanten.

Houd niet al te veel uitlopers per plant aan (zeker niet als de moederplant nog een jaar mag blijven), 2 of 3 uitlopers is een mooi aantal (als de moederplant weg gaat na het stekken kun je iets meer uitlopers aanhouden)

Zodra een goede stek is gevormd vul je een potje met goede potgrond. De uitloper/stek plaats je in het potje met grond terwijl je de plant nog wel aan moeder vast laat zitten. De stek zal zich vanzelf gaan hechten aan de potgrond. Op de foto zie je rechts van de stek de rest van de uitloper (en daar komt dus weer een nieuwe uitloper tevoorschijn). Ik heb voor de foto de stek van de plant geknipt maar links is de uitloper/stek van de moederplant geknipt. Je ziet bij de uitloper/stek al de vorming van een worteltje, terwijl de uitloper nog niet eens aan de grond vast zat. En de groene verdikking rechts duidt op de maak van weer een nieuwe stek (ze maakt om de ongeveer 30 centimeter een nieuwe stek aan de uitloper als ze de kans krijgt). Dat knip je dus weg want je wilt dat alle energie naar die ene stek van die uitloper gaat en niet naar meerdere stekken van 1 uitloper.

Als de stek goed vast zit in het potje met potgrond, en gezond is, en is gegroeid kun je haar los knippen van de moederplant.

Haal de potjes met stekken na het los knippen van de moederplant  weg en zet ze in wat lichte schaduw. Geef regelmatig water tot de stekken mooi, gezond en groot genoeg zijn om weer uit te planten (wel ruim op tijd voor de winter begint want de planten moeten ook  aan de nieuwe grond wennen en ‘aanslaan’ voor de winter en dus de rustperiode begint. Mocht je, om welke reden dan ook, toch laat zijn, dan kun je de plantjes ook in pot onder koud glas overwinteren en pas rond maart op hun nieuwe bed uitplanten.

Een aardbeistek in een potje met potgrond, bovenaan nog vast aan moeder, aan het eind de volgende uitloper weggeknipt.

 

Er wordt gezegd dat je maximaal 5 jaar zelf stekken kunt nemen van aardbeien en dat je dan weer eens nieuwe planten moet kopen. Geen idee waarom dat zo is (want ik neem aan dat gekochte planten ook telkens weer uit stek vermeerderd zijn?). Zelf hebben we ook een paar rassen die we al langer dan 5 jaar hebben en die het, stek na stek, ook nog steeds goed doen. Maar mocht de kwaliteit of oogst teruglopen na een paar jaar kun je dus overwegen nieuwe verse planten te kopen.

Als je geen stekken wilt nemen, omdat je ze niet nodig hebt, verwijder dan natuurlijk vooral alle uitlopers. Het makkelijkst is om eens per week de planten even na te kijken en alle nieuwe uitlopers te verwijderen. De vorming van uitlopers kost de planten energie en je wilt die energie juist laten steken in de vorming van bloemen en smakelijke vruchten, en daarna aan het herstel van de planten zodat ze sterk de herfst en daarna de winter in gaan. Als je niets zou doen en ‘het zou laten gaan’, dan worden er dus zoveel stekken gemaakt die zich aan de grond hechten dat je een soort tapijt van stekken krijgt die slechte bloeien en amper vruchten geven.

 

BODEM

Aardbeien kunnen op bijna alle grondsoorten worden geteeld, met als voorwaarden:

  • de grond moet voldoende vocht bevatten (in de zomer heeft de aardbei vrij veel vocht nodig om blad, bloemen, vruchten (die meer dan 90% water bevatten) en uitlopers te maken, maar in de winter liever niet teveel water (bij te natte grond in de winter kunnen wortels afsterven)
  • de zuurgraad mag niet te hoog zijn; aardbeien hebben een voorkeur voor lichtzure gronden (pH 5,5 op zand- en 6,5 op kleigrond), ze zijn immers familie van de bosaardbei
  • de grond moet voldoende humus bevatten; om dezelfde redenen als bij vocht genoemd moet de grond vocht vast kunnen houden maar een teveel kunnen laten gaan, genoeg voeding kunnen bevatten, een rijk bodemleven hebben, etc.

 

BODEMBEDEKKING

Wij hebben in de afgelopen jaren zelf geëxperimenteerd met het wel en niet bedekken van de grond rondom de aardbeienplanten. We hebben niet bedekt, wel bedekt, met houtsnippers, met stro, en met antiworteldoek. En we zijn er achtergekomen dat bedekking van de bodem rondom de aardbeiplanten een aantal voordelen heeft:

  • het houdt de grond redelijk goed onkruidvrij
  • het houdt de grond koel en vochtig en daar houdt een aardbei van
  • het houdt de vruchten schoon en redelijk droog in een regenachtige week (anders kunnen aardbeien snel schimmelen/rotten)
Aardbeiveldje voor we bodembedekking aanbrachten; op de vette klei slaat de grond dicht en er groeit veel onkruid

 

Bedenk dat je stro en houtsnippers later niet zomaar onder kunt spitten; dan gebruikt ze voeding uit de grond voor de afbraak en compostering. Wanneer je de snippers of stro na de oogst niet meer nodig hebt of wilt vervangen mogen beide soorten uiteraard wel op de composthoop. Je kunt in het najaar zo de grond rond de aardbeien verzorgen, losmaken, etc.. In het volgende voorjaar voedt je de planten en breng je weer een nieuwe laag stro of snippers aan.

Aardbeienplanten (gezien tussen de mazen van het vogelnet door) met bodembedekking; droger en schoner en minder onkruid

 

BEMESTING

Aardbeien lusten wel wat voeding. Ze vinden compost en/of oude stalmest, ondergewerkt in het nieuwe aardbeienbed erg prettig; het verbetert de grond, structuur, geeft wat voeding, etc.. Daarnaast bemesten we zelf dan nog met een organische samengestelde NPK-voeding, zoals bijvoorbeeld de groene Culterra. Wat stikstof zorgt voor voldoende blad en kali zorgt voor een goede vruchtontwikkeling.

 

STANDPLAATS

Als aardbeien jaren achter elkaar op hetzelfde stukje grond groeien wordt de kans op ziekten, schimmels, aaltjes, etc. groter. Neem aardbeien daarom mee in de vruchtwisseling. Alleen als je meer dan 1 aardbeienbed hebt moet je wellicht even puzzelen, maar aardbeien mogen alleen niet eerder dan 4 jaar voor of na zichzelf geteeld worden. Moeilijkheden met het opvolgen van andere groenten of fruit zijn er niet.

 

PLANTEN

De meest gunstige en gebruikte plantperiode is van eind juli tot eind augustus. Dat is ook de tijd dat je verse stekken kunt kopen in tuincentra, of zelf stekken kunt nemen, of verse stekken via internet bij een goede kweker kunt kopen. Doe dit bij voorkeur in een niet te warme, droge en zonnige week.

Zorg bij het planten dat je het plantgat ruim uitsteekt zodat de wortels van de aardbeiplant breed uitgelegd kunnen worden en plant de aardbeiplant zo diep dat het blad net boven de grond uitsteekt. Te ondiep geplante planten groeien slecht en zijn gevoelig voor verdrogen en vorst. Te diep geplante planten veroorzaken rotting van het hart en een zwakke bloei.

Geef in de eerste weken na het planten regelmatig water tot duidelijk is dat de planten goed zijn aangeslagen en voor zichzelf kunnen zorgen

.

PLANTTABEL:

Klik op de tabel om die in groot formaat in een nieuw tabblad te zien:

 

TEELTZORGEN

Wieden

Is zeer belangrijk omdat onkruid de nodige voeding verbruikt. En het vochtige blad van onkruid geeft een grotere kans op schimmelziekten. Ook daarom is dus een bedekking van stro, snippers, doek of wat dan ook aan te raden.

Water

Water is in het gehele seizoen erg belangrijk. Bij droogte zullen er weinig aardbeien groeien, en de aardbeien zullen dan ook nog eens klein blijven. Giet altijd naast de planten en niet erop, zodat de vruchten zo droog mogelijk blijven. Zoals eerder gezegd; aardbeien bestaan voor meer dan 90% uit vocht, dus moeten de planten ook voldoende vocht krijgen om aardbeien te maken.

Winter/lente

Aardbeienplanten zijn zeker voldoende winterhard in Nederland.  Verwijder in het voorjaar alle verdorde bladeren, geef voeding en compost/stalmest waar nodig, breng de bodembedekking aan en geef dan bij eventuele droogte regelmatig water tot er weer een mooie groene bladrozet is.

Bescherming

Vogels vinden aardbeien erg lekker, pissebedden trouwens ook. Aan pissebedden doen we niet veel, hoe droger het gewas (met dank aan de bodembedekking), des te minder last heb je van ze. Anders is dat met vogels; een aantal soorten is gek op aardbeien, met merels op de eerste plaats 🙂 .

Op de foto: niet mooi in je tuin maar o zo nuttig: na de bloei, als de eerste vruchten gevormd worden en nog witgroen zijn gaat hier een net over de aardbeien, zodat de aardbeienoogst ook echt voor ons is.

 

Na de oogst kan het net even omgeslagen worden bij doordragers; insecten kunnen dan gemakkelijker weer bij de opnieuw bloeiende planten. Bij eenmaal-dragende rassen kan het net na de oogst gelijk helemaal worden verwijderd, bij de doordragers uiteraard pas aan het einde van het seizoen.

Als je een net gebruikt doe dat dan op de juiste manier; je wilt geen verstrikt geraakte dode vogel in je net vinden. Zorg voor een opvallend gekeurd net (blauw is een goede kleur) en sluit het aan alle kanten goed af. Juist losjes gedrapeerde netten zorgen ervoor dat vogels een ingang zien en een kans wagen, met alle akelige gevolgen van dien. Strak en volledig afgesloten geeft duidelijkheid.

 

OOGST

De oogst is afhankelijk van het ras; eenmaal-dragende aardbeien oogst je (afhankelijk van het ras) in juni/juli, doordragers kun je regelmatig en over een langere periode plukken.

Pluk aardbeien altijd voorzichtig; de vruchten beschadigen makkelijk en zijn dus ook slecht of niet te bewaren. Sommige rassen zijn wat steviger en wel een dag of 2 te bewaren.

Let bij het plukken op de rotte, natte of aangevreten exemplaren; verwijder ze voor ze de andere aardbeien ‘aansteken’. Maar gooi ze nou ook weer niet weg, ik heb altijd een bakje voor onszelf en een bakje voor de aangevreten en natte aardbeien; die leg ik na het plukken op het pad naast de aardbeien, voor de merels en andere vogels/dieren; zo hebben zij toch ook wat lekkers.

 

BEWAREN

Aardbeien kunnen dus niet worden bewaard. Pluk ze in de ochtend, bewaar ze zo losjes mogelijk in een bakje en eet ze vooral dezelfde dag. Ik vries ze ook nog wel in, schoon en gehalveerd. Niet lekker meer om zo uit het vuistje te eten, maar wel heerlijk door yoghurt, of om ijs van te maken, of bijvoorbeeld voor een dessert als  aardbeiensoep of -mousse. Bij grotere hoeveelheden aardbeien maak ik er vaak jam van, of aardbeilikeur, beide ook erg lekker.

Aardbeiencake

 


Drie keer aardbeienjam, met chcolade, met vlierbloesem, en met limoncello