Boerenkoolspruitjes

Eerst even dit, mocht je internationale informatie zoeken of bijvoorbeeld zaden van boerenkoolspruitjes in een niet-Nederlandstalige webwinkel:

  • Synoniem:   roosjes-spruitkool, miniboerenkool, flowersprouts, Kalettes, Petit Posy
  • Latijnse naam:   ?, ze is een F1-hybride kruising tussen boerenkool en spruitkool
  • Engelse naam:   Flower Sprouts, Brussels Sprouts
  • Duitse naam:   Röschenkohl (vergelijking; spruitkool is Rosenkohl)
  • Franse naam:   Flowersprouts, Kalettes

Je vindt boerenkoolspruitjes in catalogi en zadenwebshops vaak op de pagina van de spruitjes, en ze wordt regelmatig aangeboden onder de naam flowersprouts of rasnaam Petit Posy of Kalettes (in vrijwel alle Europese talen).

 

Boerenkoolspruitjes is een relatief nieuwe groente, ze is sinds ongeveer 2010 – 2012 verkrijgbaar, zowel als groente in de supermarkt/groentewinkel alsook in zaden in zaden(web)winkels. Ze is een kruising tussen spruitkool en boerenkool, de zaden zijn altijd F1-hybridezaden.

De plant van het boerenkoolspruitje lijkt het meest op die van een spruitje maar het spruitje zelf  (vooral de vorm en smaak) lijkt meer op boerenkool. Omdat de plant meer lijkt op die van spruitkool zijn er flink wat overeenkomsten in de teelt, om die reden zul je op deze pagina informatie vinden die enigszins vergelijkbaar is met de informatie op de teeltpagina van spruitkool.

Boerenkoolspruitjesplanten doen het hier op onze vocht-vasthoudende voedzame kleigrond eigenlijk wel prima. De ‘kooltjes’ die je oogst zijn eigenlijk kleine ‘kropjes’ / ‘knopjes’ in elke bladoksel.

De planten zijn winterhard en je kunt er daarom van de vroege herfst tot de late winter van oogsten (afhankelijk van de zaaiperiode en het weer).

Een paar jaar geleden wist ik nog niet zo heel goed wat ik met geoogste boerenkoolspruitjes kon doen, vaak verdwenen ze als boerenkool of juist spruitjes in een stamppot, maar ondertussen zijn er heel veel leuke recepten met deze groente te vinden, zoals roerbakken, salades, roosteren, stoofschotels, etc.. Als je googelt op flowersprouts recipe of kalettes recept, vind je ondertussen al flink wat leuke en lekkere recepten. Boerenkoolspruitjes zijn na 8 minuten koken al beetgaar en kunnen vervolgens worden gebruikt in onder andere stamppot, salades, stoofschotels, roerbak, pasta en rijstgerechten. Net als bij paarse boontjes, paarse broccoli, paarse boerenkool, etc.  worden ook boerenkoolspruitjes na het koken donkergroen van kleur. Het paars verdwijnt met het water dat je afgiet. Als je ze stoomt blijft de kleur iets beter behouden.

De planten zijn heel decoratief, er zijn planten met meer grijsgroen blad (en een paars nerf) maar ook planten die bijna volledig paars zijn. Net als bij bijvoorbeeld paarse boerenkool is de kleur paars in de zomer lilapaars, en wordt de kleur donkerder en intenser van kleur naarmate de dagen kouder en korter worden.

 

TEELTWIJZEN / RASSEN

Er is een zeer beperkt aantal rassen verkrijgbaar, en die rassen zijn eigenlijk min of meer hetzelfde; ze hebben dezelfde zaaitijd, oogstperiode, hoogte, kleur, smaak, etc. Je zaait boerenkoolspruitjes altijd in de late lente en je oogst ze in de herfst en/of winter.

Ze is verkrijgbaar onder deze namen:

  • Flower Sprouts
  • Kalettes
  • Petit Posy
Soms is het blad meer paars en soms meer grijsgroen (maar dan altijd wel met wat paars in de nerven)

 

Hetzelfde ras, hetzelfde jaar, zaden uit hetzelfde zakje, maar deze plant is veel paarser dan de plant op de foto hierboven

 

BODEM / BEMESTING

De planten groeien het best in niet te zware maar wel voedzame grond zoals leem en lichte klei. De grond moet voldoende vocht vasthouden maar niet kletsnat blijven.

Alle koolsoorten zijn ‘veelvraten’; ze verbruiken relatief veel voedingsstoffen. Maar net als bij spruiten groeien boerenkoolspruitjes niet heel snel maar vooral langzaam en gestaag, en om die reden houden ze van een goede maar vooral langdurige bemesting. Zelf spitten we in de winter oude mest onder, waar de boerenkoolspruitjes gaan komen. Daarnaast krijgen de planten in het voorjaar wat samengestelde organische meststof voor de moestuin, en dat geven we in de nazomer nogmaals.

 

ZAAIEN EN PLANTEN

We zaaien boerenkoolspruitjes altijd tussen eind maart en half mei. Zelf zaaien we haar graag voor in de kas voor maar je kunt ook buiten zaaien, want kool kan veel kou verdragen. In huis zaaien is minder verstandig (tenzij je ze een zeer lichte en koele standplaats kunt bieden). Kool die je in een relatief warm en donker huis zaait (zelfs als dat in een raamkozijn is) kiemt binnen enkele dagen en wordt daarna heel makkelijk te lang en dun en sprieterig. Op een koele of koude plaats (zoals buiten of in een kas) voorgezaaid kiemen de zaden binnen 1 tot 2 weken en groeien de zaailingen sterk en gedrongen.

Ik zaai de zaden graag in een tray, 1 zaadje per vakje, mede omdat de zaden van deze F1-hybriden duur zijn (gemiddeld ruim € 3,00 voor ongeveer 20 tot 25 afgepaste zaadjes).

Bij de zaailingen kun je al zien welke meer paars en welke meer grijs met paarse nerf worden, deze wordt duidelijk meer grijsgroen

 

Ik verspeen de zaailingen altijd nog naar 9-centimeterpotjes met potgrond, daarin kunnen de zaailingen nog een paar weken door groeien tot ze wat groter en met een sterk wortelgestel kunnen worden uitgeplant.

Plant de zaailingen uit wanneer ze groot genoeg zijn, ondertussen is het dan vaak al eind mei of begin juni. Probeer daarbij zo min mogelijk worteltjes te beschadigen (daarom zaai ik dus ook liever voor en verspeen ze in potjes met potgrond zodat ik het hele kluitje kan uitplanten.

De planten groeien hier het best in de halfschaduw maar doen het ook prima in de zon (mits de grond niet te snel uitdroogt). Het worden uiteindelijk grote planten, ze hebben een plantafstand nodig van 60 x 70 centimeter.

Bescherm de zaailingen direct na het uitplanten tegen vogelvraat (zie hieronder bij ‘verzorging’).

Verschillende koolzaailingen die nog een paar weken in afzonderlijke potjes kunnen groeien

 

VERZORGING

Zoals bij alle koolsoorten is bescherming tegen vogelvraat in het begin bijna onmisbaar (al hangt het natuurlijk ook af van waar je moestuin ligt, in de stad of op het land, welke provincie, open of beschut, etc.). Zelf zetten we rond het koolvak wat stokken of palen, en daaroverheen gaat een fijnmazig net. Als de kolen zo ongeveer 35 centimeter groot zijn kan het net eraf; vogels (en dan vooral duiven) zijn gek op de jonge koolblaadjes, de oudere zijn al wat minder lekker en worden alleen opgevreten als er verder niet veel lekkers in de tuin te vinden is.

Je kunt je voorstellen dat jonge planten waarbij het blad is opgevreten niet genoeg voedingsstoffen meer op kunnen nemen en dus dood gaan of een groeistilstand krijgen met alle gevolgen van dien (zoals minder weerstand tegen ziekten en plagen).

De laatste jaren planten we steeds vaker verschillende koolsoorten tussen andere planten in de tuin. Belagers hebben het graag makkelijk; hoe meer dezelfde planten in een rij, des te makkelijker, veiliger en sneller kunnen ze eten. Door koolplanten kriskras in de tuin te planten, tussen andere groenten maar ook eenjarige bloemen, etc. in, des te minder interessant worden de planten voor die belagers (dat geldt voor vogels, maar ook voor rupsen, witte vlieg, slakken, etc.). En we vinden het zelf ook nog eens leuk. En dat geldt dan nog extra voor deze boerenkoolspruitjes, omdat de planten zo lang in de tuin staan en zo decoratief zijn. Uiteraard is er geen garantie, afhankelijk van wat er verder nog in de tuin staat en andere omstandigheden worden hier sommige koolplanten toch nog opgevreten maar andere juist volledig met rust gelaten.

Soms kan het blad van kool in het algemeen (op de foto zie je spitskool) tot bijna op de nerf worden opgevreten

 

Naast het beschermen is een bodembedekking handig; het houdt vocht in de grond vast in droge periodes, houdt bovenlaag van de grond enigszins koel en het gaat onkruidgroei tegen (en dat is extra handig als je koolplanten onder een net hebt staan want dat moet je er eerst vanaf halen voor je kunt wieden, en er daarna weer zorgvuldig over terug hangen en weer vastzetten).

Breng desgewenst ook koolkragen aan. Je knipt dan van rubber of plastic rondjes of vierkantjes van 10 x 10 centimeter, met aan één zijde een inknipping tot de helft en een klein rond gaatje in het midden. Deze lapjes vouw je om de voet/steel van de koolplant. Op deze manier voorkom je dat de koolvlieg eitjes legt, net onder de grond, bij de voet van de koolplant (waarna de larven aan de wortel van de koolplant gaan vreten). Wij hebben dit jarenlang gedaan maar zijn er op een gegeven moment mee gestopt omdat we bij tuinburen zonder koolkragen zagen dat er geen problemen met koolvliegen waren. Later lazen we dat de koolvlieg een flinke voorkeur heeft voor koolplanten die in losse zandgrond groeien en niet zo snel eitjes legt in de vette klei (waar wij dus op tuinieren). Kijk goed naar je grond en bedenk of je koolkragen wilt gebruiken en hoe je dat wilt gaan doen (die van plastic of rubber gaan bijvoorbeeld jaren mee, je kunt ze ook van dik karton maken en dan gaan ze 1 tuinseizoen mee).

En verder: pluk boerenkoolspruitjes wanneer ze groot genoeg zijn. Door de onderste exemplaren te plukken wanneer ze voldoende zijn gegroeid stimuleer je de plant om hoger te groeien en langs de steel  nieuwe bladeren met nieuwe boerenkoolspruitjes in de oksels te maken. De planten kunnen hier in de late winter daardoor wel ruim een meter hoog zijn.

Met dat in gedachten kun je bij het planten al een stok bij de plant zetten. De steel is niet heel dik en we hebben hier al vaker gezien dat de planten in de nazomer topzwaar werden en in een week met veel wind omwaaiden of steeds meer gingen liggen. Je hoeft de plant niet perse op te binden, een stok die naast de plant staat kan al helpen als ‘steun’ waar de steel en dus de plant tegen kan leunen en zo minder snel omvalt. Dat is trouwens ook niet direct een probleem hoor, je ziet op de foto hieronder een plant die langzaam scheef is gegroeid en half op de grond ligt. Het nadeel is dat de boerenkoolspruitjes zo op de grond liggen en vies worden, maar de top van de plant groeit weer gewoon verticaal naar het licht 🙂 .

 

De planten laten vaak de onderste bladeren vallen, dat gaat dan meestal samen met het groeien van de boerenkoolspruitjes. Je kunt helpen door gele bladeren zelf te verwijderen. Gevallen bladeren kun je gebruiken als bodembedekking en anders kunnen ze op de composthoop. Gezonde groene (of paarse) bladeren kun je gewoon eten, ze smaken ook weer vooral naar boerenkool. Bedenk dat je blad mag oogsten maar er altijd wat bladeren aan de planten moeten blijven want de bladeren zorgen voor de opname van voedingsstoffen en dus de groei van de plant en de ontwikkeling van boerenkoolspruitjes.

 

 

OOGST / BEWAREN

Oogst de boerenkoolspruitjes wanneer ze groot genoeg zijn. Het is zeker niet erg als je ze één of enkele weken laat hangen, het zorgt alleen uiteindelijk voor wat minder opbrengst. Je oogst de boerenkoolspruitjes door ze tussen duim en vingers vast te pakken en naar beneden of naar boven te duwen; zo breek je het boerenkoolspruitje van de steel.

Bewaren is niet nodig; omdat de planten heel goed tegen kou kunnen hoef je ze niet in te vriezen of anderszins te bewaren, oogst de boerenkoolspruitjes pas wanneer je ze ook wilt eten.

Net als bij spruiten en boerenkool (en trouwens ook aardperen, pastinaken, etc.) zorgt kou en vorst voor de omzetting van zetmeel in suikers waardoor de smaal nog zachter en bijna zoetig wordt.

Geplukte boerenkoolspruitjes zijn in de koelkast nog een paar dagen houdbaar.

Boerenkoolspruitjesplant in september

 

ZAADTEELT

Omdat de zaden F1-hybriden zijn zullen nakomelingen nooit op de ouderplanten lijken. Ik heb het zelf nog nooit geprobeerd maar ik zou kunnen denken dat de planten die uit zelf gewonnen zaden van boerenkoolspruitjes weer gaan lijken op boerenkool of juist spruitjes en dus terug naar hun oorsprong gaan. En als je het toch wilt proberen, bedenk dan dat kruisbestuiving heel gemakkelijk is bij koolsoorten.

Als je het wilt proberen: kies een plant waar je geen boerenkoolspruitjes van oogst. Verwijder in het voorjaar de onderste boerenkoolspruitjes en ook de kop van de plant. De bloemstengels komen uit de overgebleven middelste boerenkoolspruitjes. Bind deze vast aan de hoofdstengel want door het gewicht van de lange stelen met grote hoeveelheden bloemen (die overigens heel druk worden bezocht door insecten) breken ze makkelijk. De zaadpeultjes groeien in de zomer en in de nazomer worden ze bruin, waarna je de rijpe zaden eruit kunt oogsten.

Dezelfde boerenkoolspruitjesplant eind november

 

Tot slot: kijk vooral nog even op deze pagina voor recepten met boerenkoolspruitjes (of andere groenten, fruit of kruiden).

 

Laat een reactie achter.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Do NOT follow this link or you will be banned from the site!