Aalbes

 

Een andere veelgebruikte naam voor de aalbes is trosbes. De meeste mensen kennen alleen de rode aalbes maar er zijn ook witte rassen en sinds enkele jaren ook nog een tussenvorm; roze aalbessen. Er wordt gesteld dat de witte rassen wat minder zuur zijn dan de rode rassen, en vogels zouden een voorkeur hebben voor rode bessen (door de kleur?) waardoor er wat minder vraat voorkomt bij de witte rassen. Zelf heb ik daar geen ervaring mee; hier staan de rode en witte rassen naast elkaar en dus dekken we voor het gemak alle aalbes-struiken af wanneer de bessen beginnen te rijpen (zie verder bij “Bescherming”).

De aalbes is een prima winterharde struik, geschikt voor een zonnige standplaats (maar in halfschaduw hebben we toch in de afgelopen jaren ook prima oogsten gehad).

Aalbessen bloeien rond april met kleine vrij onbetekenende groenige bloempjes (zie foto hieronder). Ze zijn eenhuizig (1 plant is dus voldoende voor oogst want de struik kan zichzelf bestuiven) en worden bestoven door insecten. De oogst volgt rond juli.

Aalbes loopt uit en vormt bloemknopjes

 

Terwijl de bloempjes uitgebloeid raken verschijnen de onrijpe kleine harde groene besjes

 

BODEM / BEMESTING

Aalbessen hebben volgens de boeken een lichte voorkeur voor zanderige grond die niet te kalkrijk is. Uit ervaring kan ik zeggen dat aalbessen het ook prima op zware klei doen. Maar zowel op zandgrond als dus ook kleigrond zul je de grond goed moeten bewerken voor het planten. Zorg daarbij voor veel humus met daardoor een goede structuur, zodat voldoende vocht wordt vastgehouden maar een teveel aan vocht wel weg kan. Hier hebben we voor de bessenstruiken werden geplant een flink gat gegraven en dat gevuld met een mengsel van rijpe compost en potgrond. Gebruik zeker geen verse mest, stalmest of bemeste tuinaarde; het is scherp en kan de kleinere worteltjes beschadigen.

Aalbessen hebben niet veel voeding nodig; te veel stikstofrijke mest zorgt voor te veel groei en dat gaat te koste van de opbrengst. Aalbessen stellen wel een kaliumgift op prijs voor een goede bloei en vruchtzetting. Als voeding kun je een matige gift van een algemene organische NPK-meststof geven. Zelf geven we elke aalbesplant een handje groene Culterra maar er zijn meerdere merken met verschillende NPK-samenstellingen. Geef in ieder geval geen bloedmeel of een andere stikstofrijke meststof.

Aalbes Jonkheer van tets

 

PLANTEN / RASSEN

Van 1 plant haal je zeker al een leuke opbrengst maar mocht je meerdere struiken willen zetten kan het handig en leuk zijn meerdere rassen te planten. Zoals gezegd zijn er witte, roze en rode aalbessen maar er zijn ook nog wat kleine verschillen in rijping, wat vroegere en wat latere rassen. Op die manier kun je wat langer oogsten (handig als je van aalbessen als dessert houdt, mocht je juist graag jam maken kan het natuurlijk handiger zijn juist dezelfde rassen te kopen zodat alle bessen ongeveer rond dezelfde tijd rijp zijn voor verwerking).

Als je aalbessen koopt kun je naast de rijpingsperiode ook letten op bijvoorbeeld smaak, kleur, opbrengst, ziekteresistentie, grootte van bes en tros, etc..

Bekende en bewezen rassen zijn:

Rood:

  • Jonkheer van Tets
  • Red Lake
  • Rovada
  • Red Poll
  • Rondom
  • Rotet
  • Rosetta

Wit:

  • Blanka
  • Albatros
  • Witte Parel
  • Zitavia
  • Witte Hollander

Roze:

  • Gloire des Sablons
  • Pink Champagne

Goede websites met veel informatie per ras zijn bijvoorbeeld fruitbomen.net en de fruittuin

Aalbes Witte Parel

 

Je kunt kale 1-jarige planten kopen (takken met wortel uit de volle grond), of planten in pot. Planten in pot kun je in principe het hele jaar planten, maar het najaar en de vroege winter hebben de voorkeur (de grond is dan nog licht warm van de zomer en herfst en de planten gaan in rust de grond in). Kale planten met wortel moeten altijd in de winter (in rusttijd) worden geplant.

Plant aalbessen net iets dieper in de grond dan normaal, dan kunnen er een paar goede gesteltakken vanuit de grond worden gevormd. Plant je ze ondiep, dan krijg je vaak maar 1 of 2 gesteltakken. En plant je juist te diep – dan krijg je weer teveel gesteltakken. Een aantal van 4 of maximaal 5 gesteltakken per plant is het meest ideaal.

Je kunt de struiken in struikvorm houden, maar ze ook gaan leiden als ‘snoer’ of ‘waaier’, en aalbessen kunnen ook als haag worden geplant. Als je de aalbessen in struikvorm wilt houden (meest voorkomend) houd dan een afstand van ongeveer 1,5 meter tussen 2 struiken aan. Als haag en leivorm mogen de struiken wat dichter bij elkaar staan. Plant de jonge planten, zoals eerder gezegd, niet in bemeste grond maar in rijpe compost en/of potgrond.

 

BESCHERMING

Niets zo lekker als rijpe aalbessen. Dan vinden wij, maar dat vinden vogels misschien nog wel meer, vogels zijn gek op aalbessen (met de merel op nummer 1). Vaak nog voor ze goed rijp zijn wordt er al van gesnoept. Zorg dus voor een goede bescherming; zelf hebben we 4 aalbessenstruiken staan. Na de bloei (uiteraard niet eerder want er moeten wel insecten bij de planten kunnen komen!) gaat rond eind mei het net over de aalbessen.

 

Vastgemaakt aan palen/stokken van zo’n 150 cm hoog maken we een soort kooi waar we onder kunnen kruipen om bijvoorbeeld te wieden of te plukken.

Onze buurman gooit echter gewoon een net over de struiken en dat werkt ook best goed; nadeel is alleen dat bij het verwijderen van het net je wel eens wat kleine takjes beschadigt (en het net ook), en vogels kunnen dan nog wel de bovenste trosjes door het net heen opeten maar dat is niet heel veel.

Gebruik een net dat niet al te grofmazig is, anders kunnen vogels (die toch een poging wagen) verstrikt raken in het net. Als je geen bescherming wilt moet je er dus wel rekening mee houden dat een groot deel van je aalbessen zullen worden opgepeuzeld. Witte aalbessen zouden minder in trek zijn dan rode aalbessen.

 

SNOEIEN

De lastigste alinea bij elke fruitsoort 🙂 Snoeien is op zich niet zo moeilijk maar je moet er wat gevoel voor hebben, en begrijpen waarom je snoeit (dat maakt het al veel gemakkelijker). Het wordt allemaal wel erg veel als ik hier ook uit wil leggen hoe je een snoer, waaier of andere leivorm maakt. Bovendien heb ik wel wat ervaring met het maken van leifruit, maar dan weer niet met aalbessen. Voor het snoeien van dat soort bijzondere vormen kun je dus het beste advies vragen aan een goede kweker, zij kunnen je ook gelijk een goed ras aanraden dat geschikt is voor die leivorm, en een plant helpen uitzoeken die de juiste takken al op de juiste plaats hebben waardoor het wat makkelijker beginnen is.

Voor de struikvorm is er wintersnoei en zomersnoei. Het doel van wintersnoei is de groei stimuleren, en dan in de richting die jij wilt. De zomersnoei is juist om groei te remmen en te zorgen dat er voldoende licht en lucht bij de rijpende bessen kan komen.

Wintersnoei:

Je snoeit dan bij voorkeur in de maanden januari of februari, al kan wat eerder of later ook nog prima. In ieder geval snoei je in de winter en je snoeit dus kale takken. En dat is handig want dan kun je beter zien wat je doet dan wanneer er ook allemaal nog blad en trossen hangen, maar het is vooral nodig omdat de plant in rust is.

Aalbessen voor het snoeien

 

Aalbessen na het snoeien

 

Aalbessen bloeien op meerjarig hout; dat betekent dat ook als je niet snoeit, er nog wel trossen komen (en dat wanneer je alles tot op de grond wegknipt je dus helemaal geen oogst hebt 🙂 ). De snoei heeft als doel om licht en lucht in de struiken te houden (voor het later rijpen van bessen): je snoeit dus takken weg die elkaar kruisen of erg naar binnen groeien en ander takken in de weg zitten. Je snoeit ook takken weg die niet omhoog groeien maar afhangen, en de takken die je gewoon niet fijn vindt omdat ze zover naar buiten groeien dat je ze raakt als je er langs loopt.

Je houdt 4 of 5 gesteltakken aan (dat zijn de ‘basistakken’ waar alle andere takken op groeien). Alle takken (opslag) die verder uit de grond komen snoei je zo diep mogelijk weg. En bovenaan de struik kun je eventueel ook de takken nog terugsnoeien, anders worden je struiken uiteindelijk wel erg groot. Snoei altijd op naar buiten gerichte knoppen.

Uiteindelijk bekijk je na het snoeien de plant goed vanaf meerdere kanten en moet je het idee hebben dat de plant luchtig is, er geen rare gekruiste en lelijke takken tussen zitten, maar er voldoende takken over zijn om de trossen aan te maken (de trossen zelf worden gemaakt aan kleine takjes die aan de grote takken groeien). Voor aalbessen geldt: snoei liever te weinig dan teveel. Onze tuinbuurman heeft zijn Jonkheren van Tets nog nooit gesnoeid (struiken zijn nu zo’n 8 jaar oud) en ook daar komen nog kilo’s bessen vanaf. Nadeel is dat die struiken wel erg groot zijn; 1.50 groot maar zeker ook 1.50 meter breed, en vooral bijna onoverzichtelijk vol takken, lastig om de bessen daartussen allemaal te plukken. En de oogst valt wat later omdat door alle takken, bladeren, etc. de bessen wat minder zon krijgen.

 

Zomersnoei:

De zomersnoei gebeurt na de bloei (april) maar voor de oogst (juli). Het doel is ervoor te zorgen dat bessen goed kunnen rijpen. Je kunt dus wat kleine niet dragende takken wegknippen, of wat toppen met blad die voor de vormende trossen hangen. Houd er echter altijd rekening mee dat je nooit teveel blad weg mag nemen want zonder blad kan er geen opname van voedingsstoffen en afgifte van afvalstoffen zijn. Zelf snoeien we altijd rond juni (dan zijn er ondertussen al flink lange, nieuwe takken die voor de bessen groeien). Als je die wegknipt hangen de trossen bessen meestal gelijk weer mooi vrij, en dan kunnen ze lekker in de zon rijpen.

 

OVERIGE TEELTTIPS

Zorg rond de struiken voor een mulchlaag (dat hoeft natuurlijk niet maar het houdt vocht vast en houdt het onkruid tegen). Zelf gebruiken we er stro voor, dat van een manege in de buurt komt en dat werkt eigenlijk prima. Door die mulchlaag kun je niet altijd heel goed zien of er nog wel voldoende vocht in de bodem is, houd er rekening mee dat je in droge perioden af en toe water geeft. Op onze vochthoudende klei is dat echt alleen nodig in zeer droge zomers.

 

OOGST / BEWAREN

Je oogst aalbessen altijd voorzichtig en handmatig. Oh ja, daarom zijn aalbessen dus zo duur in de winkel. Ik zou inderdaad ook niet weten hoe je aalbessen machinaal zou kunnen plukken 🙂 . Het is vooral eerst het net voorzichtig verwijderen en dan met een schaar de rijpe trosjes afknippen of met je vingers de trosjes bovenaan afbreken. Wees niet te hardhandig en gebruik ondiepe brede bakken; de rijpe bessen kneuzen gemakkelijk als je er te ruw mee omgaat of er teveel druk op komt in een hoge smalle bak.

Rijpe bessen kunnen helaas ook niet al te lang aan struiken blijven hangen, dan gaan ze schimmelen of worden zacht, maar een paar dagen lukt nog wel (mits het niet teveel regent). Oogst dus vooral elke dag vers wat je wilt eten. Wil je ze toch bewaren, doe dat dan maar wel in de koelkast maar dat kan niet veel langer dan een dag.

Is er bijvoorbeeld juist dan regen en zie je de aalbessen met de dag slechter worden, oogst ze dan voor ze echt gaan schimmelen en vries ze in; je kunt er dan later nog sap, saus of jam van maken. Aalbessen zijn zeer geschikt voor het maken van jam, omdat ze van nature veel pectine bevatten. Persoonlijk vind ik gelei lekkerder dan jam (in aalbessenjam zitten mij te veel veel velletjes en zaadjes maar er zijn mensen die dat pertinent niet met me eens zijn 🙂 ).

Mocht je voldoende aalbessen hebben geoogst en is de struik bijna leeg, verwijder dan het net; de vogels vinden restjes ook lekker en kunnen die dan nog opeten. Het net kun je voor wat anders gebruiken want je hebt het pas mei volgend jaar weer nodig.

 


Aalbessentaart