Peul en erwt

Eerst even dit, mocht je internationale informatie/zaden/tips/foto’s zoeken over/van doperwten, peulen of sugar snaps:

  • Latijnse naam:   Pisum sativum
  • Engelse naam:   Pea
  • Duitse naam:   Erbse (vaak met toevoeging voor gebruik/onderverdeling zoals Zuckererbse, Markenerbse, Palerbse en Schalerbse)
  • Franse naam:   Pois (en dan Pois Nain voor lage rassen en Pois Ramant voor de klimmende rassen)

Erwten en peulen behoren tot de vlinderbloemigen, net als bijvoorbeeld sperziebonen. Maar in tegenstelling tot de warmtebehoeftige sperziebonen kunnen erwten en peulen heel goed tegen een koel klimaat en ze kunnen ook vorst verdragen.

Zoals ik me afvraag waarom courgettes zo duur zijn in de winkel (terwijl de opbrengst zo groot is), zo vraag ik me ook af waarom doperwten in de winkel juist vrij goedkoop zijn; het telen van doperwten en peultjes is veel werk (al wordt in de professionele teelt natuurlijk gebruik gemaakt van machines), en de opbrengst is relatief klein. Daarentegen staat dat ze vers uit eigen tuin wel echt héél erg lekker zijn (al hangt dat natuurlijk ook deels af van het ras, de omstandigheden en pluktijd).

Peultjes en doperwten behoren tot dezelfde plant; de peul is het hoesje = de vrucht = de peul waar de doperwt = het zaadje zich in gaat ontwikkelen: het nog lege hoesje (dus peultje) is ook erg lekker, als de doperwt zich eenmaal heeft ontwikkeld is het hoesje ondertussen taai, en soms met draden, geworden.

Er zijn rassen die vooral voor de teelt van peultjes zijn ontwikkeld, waarbij malsheid van de peul voorop staat, samen met draadloos, niet te snelle ontwikkeling van een erwtje,  etc.). En er zijn rassen ontwikkeld voor de teelt van doperwten: voldoende erwten per peul, en kleine maar zoete doperwtjes (of juist grotere, zetmeelhoudende erwten voor bijvoorbeeld soeperwten). In ieder geval is hierbij de smaak van de peul ondergeschikt, en de peul bevat vaak ook een taai vlies.

Persoonlijk: we vinden peultjes lekker, maar de ‘tussenvorm tussen doperwt en peul’, de sugarsnaps (foto hierboven van de sugarsnap Delikett, en ook nog even de tekst hieronder), heeft hier een streepje voor. Sugarsnaps hebben een lekker zoete smaak, en ze zijn knapperig en bijna sappig, we lusten ze hier zo van de plant, een gedeelte komt helemaal niet thuis in de keuken aan 🙂

Voor wie het nog nooit heeft geprobeerd: vooral doperwten en sugarsnaps zijn rauw ook heerlijk; zo van de plant, een beetje warm van de zon, gewoon eens proeven – zomer ten top!

Voor wie er toch meer mee wil doen, zelfs in de keuken: koken, roerbakken, stoven, heerlijk in risotto, maar ook in de Oosterse keuken, in salades, de mogelijkheden zijn heel groot.

PLANT

Erwten en peulen zijn eenjarig. Ze hebben, net als bonen, wortelknobbeltjes die stikstof uit de lucht vastleggen. Dus net als bij bonen kun je na de laatste oogst de stengels van de planten net boven de grond afknippen en tussen de ondergrondse wortels nog andere groenten telen die dan profijt hebben van de stikstof die vrijkomt.

Niet alleen de peultjes en/of erwtjes zijn eetbaar, ook de jonge topjes en rankjes kun je oogsten (ze worden vaak erwtenscheuten genoemd, in het Engels pea shoots, mocht je recepten zoeken). Ze smaken naar peultjes/erwtjes, ze zijn heerlijk in salades, roerbak en als eetbare garnering.

DOPERWT

Zoals gezegd hebben rassen die specifiek voor de doperwt zijn gekweekt niet een bijzonder lekkere peul (hoewel er uitzonderingen zijn natuurlijk). De jonge felgroene erwtjes worden uit de peulen “gedopt” en gegeten. Ze hebben, afhankelijk van het ras, een bijzonder zoete smaak; zoeter maar vooral ook zachter en meer doperwtensmaak dan doperwten uit de diepvries (die we trouwens ook lekker vinden hoor). Maar niets is zo lekker als zelf geoogste doperwtjes!!

Mooi; peul Shiraz (leuke naam ook!. Helaas vonden we de peultjes niet de lekkerste peultjes die we aten, ze leken veel op kapucijners (wellicht een tussenvorm).

PEUL

Dit zijn dus de eigenlijke vruchten, hierin worden de zaden (doperwten) gemaakt. Kies voor de teelt van peultjes een ras dat juist op de kwaliteit van de peul is gekweekt: zachtzoet, dun, zonder draad of vlies.

Het grote voordeel van peultjes is dat, wanneer je eens te laat bent met plukken en de peul niet meer op haar lekkerst is, je haar gewoon door kunt laten groeien waardoor je niet de peul oogst maar wacht tot ze doperwten geeft. Bedenk daarbij wel dat dat niet de bedoeling was van de kweker; het zou kunnen dat de doperwten die uit dat soort peulen komen niet zo zoet zijn en meer zetmeel bevatten, dat hangt af van het ras dat is gebruikt. Maar in ieder geval is het een optie.

Peul Normand

SUGAR SNAP

Deze zoete peultje/erwtjes zijn zeer dikwandig, en sappig, en knapperig, en zoet, met al in een jong stadium een net zo zoet doperwtje erin. Het zijn van de peulen onze favorieten, maar dat is voor iedereen anders; echte ouderwetse peultjes hebben een wat weeïge smaak die juist door veel mensen heel erg lekker wordt gevonden. Door ons trouwens ook maar we vinden sugarsnaps nog lekkerder (voor verschillende gerechten trouwens; peultjes stoven we vaak en sugarsnaps roerbakken we 🙂 ).

Sugarsnaps waren trouwens tot een paar jaar geleden altijd hoge klimmende planten van 180 cm hoog maar ook daar zie je nu wat meer rassen in komen, waaronder de veel lagere Sugar Bon met planten van ongeveer 100 cm hoog.

Je kunt goed zien dat een sugarsnap ook in jong stadium al dikker en vleziger is

INDELING IN HOOGTE

Er zijn lagere en hogere rassen, zowel bij de peulen als doperwten en sugarsnaps. Een paar jaar geleden nog werden de planten ingedeeld in ‘stam-‘ voor lage rassen en ‘rijs-‘ voor hoge rassen dus rijserwt, stamdoperwt, rijspeul, etc..

De laatste 10 jaar zie ik dat er steeds minder hoge rassen zijn en de termen ‘stam’ en ‘rijs’ ook amper nog worden gebruikt. De steeds lagere rassen worden in de beschrijving nu gewoon in centimeters beschreven. Let bij de teelt dus vooral gewoon goed op de beschrijving van het ras en pas je steunmateriaal daar op aan. Want uiteindelijk heeft bijna elk ras van peul, doperwt en sugarsnap wel min of meer steun nodig om te zorgen dat de planten niet omvallen tijdens de groei, zelfs planten van maar 60 centimeter hoog. De hoogte van de verschillende rassen kan variëren van 40 centimeter tot 200 centimeter, dus het is wel heel belangrijk om dat bij je keuze voor een ras (of steunmateriaal) in gedachten te houden.

Stokken zijn over het algemeen minder geschikt als steunmateriaal; de planten wikkelen zich er niet omheen (zoals stokbonen dat wel kunnen), erwten en peulen houden zich vast met korte ranken: en zij houden zich dus bij voorkeur vast aan een niet al te grofmazig gaas.

Op de foto: tweeledige oplossing: een vrij laag rek van zo’n 100 centimeter hoog waar de doperwten Tristar met een hoogte van 60-70 centimeter aan zijn uitgeplant. Eromheen staan wat stokken waarover een blauw vogelnet is gedrapeerd en onderaan vastgezet met balkjes en stenen. Aan het rek kunnen de planten zich prima vasthouden als ze groeien, en het net eromheen beschermt de planten tegen vogelvraat. Als de planten zo’n 40 centimeter hoog zijn mag het net eraf, de stokken blijven staan. En als er na de bloei vervolgens peulen worden gevormd gaat het net er weer overheen (want vogels, in ons geval duiven, lusten erg graag net gekiemde erwtenzaden plus blad, houden niet van de grotere planten maar vinden de jonge peulen dan weer wel heel lekker).

De laagste rassen hebben officieel geen steun nodig. Maar de planten zijn vaak wel slungelachtig en kunnen omvallen/hangen. Dat is op zich niet zo’n probleem, zolang de bloemen maar bestoven kunnen worden en de peulen niet in de modder liggen. Het hoeft niets ingewikkelds te zijn maar zelf toch ook bij de laagste rassen vaak een amateuristisch in elkaar geflanst rekje met kippengaas of iets dergelijks om de planten in ieder geval een beetje overeind te houden omdat anders de opbrengst toch duidelijk minder is.

Peul Golden Sweet

Net als bij de bonen hebben de wat hogere rassen toch vaak een lichte voorkeur voor ons:

  • de totale opbrengst is wat hoger
  • je wint er ruimte mee
  • makkelijker plukken
  • sneller opdrogen na een regenbui

De lage rassen vragen daarentegen wel wat minder werk en de opbrengst valt wat eerder. En de tendens is, zoals al eerder genoemd, dat er steeds meer lagere rassen verschijnen en die flink worden doorontwikkeld. En in die doorontwikkeling betekent dan bijvoorbeeld een nog betere/zoetere smaak, meer doperwten per peul, of peulen die in trosjes groeien en dus op die manier ook een steeds betere opbrengst per plant geven. Verdiep je bij de aankoop even in de beschikbare rassen en welke positieve eigenschappen daarbij horen want er is dus tegenwoordig veel te kiezen.

VERSCHILLENDE DOPERWTEN

Op de foto het doperwtenras Canoe (extra zoete fijne doperwtjes), je ziet door het licht al dat ze in de dop aan het groeien zijn.

Let bij de aankoop van zaden vooral ook op de smaakkwaliteit van de rassen: er zijn suikerzoete rassen maar ook minder zoete,  zetmeelrijke rassen:

Rondzadige soorten; hebben vrij grote doperwten, niet zo zoet, snel melig, zeer geschikt als droogerwt (voor bijvoorbeeld erwtensoep), kun je vaak extra vroeg zaaien, kan zeer goed tegen kou en vorst.

Gekreuktzadige soorten; minder zetmeel, maar over het algemeen veel zoeter, zeer geschikt voor verse zoete doperwten, iets later zaaien maar verdraagt ook koude en vorst.

Onze voorkeur ligt duidelijk bij die laatste groep, maar er zijn mensen die toch ook de karakteristieke erwtensmaak van de bovenste soort in bepaalde gerechten lekker vinden. Het is in ieder geval leuk en makkelijk wanneer je gaat zaaien: aan de zaden zie je wat je kunt verwachten in de smaak: hoe gekreukter de zaden, des te zoeter de smaak. Hoe ronder de zaden, des te meer zetmeel en minder suikers ze zullen bevatten. En, even off-topic, dat geldt ook voor bijvoorbeeld maïs, kies voor de zoetste maïs de meest gekreukte zaden.

En ook nog even: de kapucijner is in principe ook een erwt (beiden dragen dan ook dezelfde Latijnse naam Pisum sativum), en zou dus ook in dit hoofdstuk genoemd kunnen worden. Maar omdat we de kapucijner op een heel andere manier ook heel erg lekker vinden en ze toch ook wat andere teeltzorgen, rassen, etc. heeft, heb ik ervoor gekozen om haar een eigen pagina te geven: Kapucijner

TEELTWIJZEN EN RASSEN

De erwt/peul is een echte voorjaarsplant, ze groeit beter in het frisse voorjaar dan in de warme zomer. Ik heb haar zelfs wel eens te laat gezaaid (ik meen in juni of zo), ze maakte toen wel een plant maar bloeide niet, het werd een volle bos groen zonder bloem en dus ook zonder peul.

Er bestaan veel erwten en peulenrassen, bedenk wat je wensen zijn qua smaak (zoet of juist zetmeel, peul of erwt, etc.), qua hoogte, opbrengst, etc..

Onze favorieten:

  • Tristar (voor ons één van de beste doperwten, 70 cm hoog, prima opbrengst, planten 70 cm hoog)
  • Kelvedon Wonder (zoete lekkere doperwt, 70 cm hoog)
  • Oregon Sugar Pod (lekker peultje, kan ook blijven hangen voor doperwt, 80 cm hoog)
  • Carouby de Mausanne (peul, oud ras, zeer grote peul, planten 160 cm hoog, sterke smaak, bijzonder, zie foto onder dit rijtje favorieten)
  • Golden Sweet (geel peultje, lekker, planten 160 cm hoog)
  • Sugar Snap (erg lekker, knapperig, sappig, 180 cm hoog)
  • Canoe (lekkere doperwten, zoet, goede opbrengst
Peul Carouby de Maussane, reuzenpeulen, het peultje rechts is een normaal formaat peultje, om het verschil te laten zien

BODEM EN BEMESTING

Erwten en peulen houden niet van teveel warmte, eigenlijk in alles het liefst gemiddeld: niet te nat, niet te droog, niet te koud, niet te warm, etc. Hier doet ze het, al zou je het niet zo snel verwachten, prima op zware grond. Die grond verbeteren we in de winter elk jaar weer met compost om te zorgen voor luchtigheid, humus, en het toevoegen van allerlei nuttige bodemorganismen.

We kiezen wel vaak voor de hogere rassen zodat de wind wat kan helpen met opdrogen na regen. We spitten in de winter alleen wat rijpe compost onder. In het vroege voorjaar krijgt de hele tuin een algemene moestuinmest volgens de aanwijzingen op de verpakking, zo ook het veldje waar de tuinbonen, kapucijners, peultjes en doperwten komen. Meer voeding, zoals je extra kali geeft aan aardappelen en extra stikstof aan prei, hoeft bij de teelt van peulgewassen niet.

STANDPLAATS

Erwten en peulen houden van een zonnige standplaats in niet te natte grond. Om die reden telen we haar zelf in onze tuin met vette, natte klei de laatste jaren ook wel eens in een verhoogde bak. Dat gaat prima, er moet alleen wel wat rekening worden gehouden met water geven als we eens een droog voorjaar treffen.

In de vruchtwisseling zou je 1 op de 4 tot 6 jaar peulgewassen telen aan kunnen houden.

Na erwten en peulen kun je vaak nog wat anders telen want de oogst is natuurlijk relatief vroeg. Late koolsoorten volgen graag peulen/erwten op (laat dan vooral de wortels in de grond zitten zodat de kool kan profiteren van de stikstof die ze bevat en mest wel nog wat bij want koolgewassen zijn nogal slokoppen als het om voeding gaat). Ook bijvoorbeeld sla en andijvie of late worteltjes, bietjes, etc. gaat prima.

ZAAITABEL EN PLANTAFSTAND

Erwt tabel

OPKWEKEN

Erwten en peulen kiemen en groeien bij lage temperaturen. We zaaien ze zelf graag voor in februari, in de onverwarmde kas. Je kunt ze ook ter plaatse zaaien maar bescherm de zaden dan wel met een net of vliesdoek tegen vogelvraat en muizen. Je kunt erwten en peulen ook nog binnenshuis zaaien als je dat prettiger vindt, maar bedenk dat ze dus echt niet van warmte houden. Daarnaast zijn de dagen in februari nog kort en in huis is minder licht en meer warmte; de kans op het lang en dun en zwak opgroeien van de zaailingen is groot. Wil je erwten- en peulenzaden binnen zaaien, zoek dan het koelste en tegelijkertijd lichtste plekje in huis. Zelf hebben we ze eens thuis gezaaid en toen kiemden de zaden hier op zolder (amper 10 graden) in het raamkozijn binnen 2 weken.

De plugjes van voorgezaaide doperwten, ze kunnen zo makkelijk uitgeplant worden

Ook bij voorzaaien in de kas moeten we de zaden nog beschermen; muizen hebben maar een paar centimeter ruimte nodig om je kas binnen te komen en ze ruiken verse erwtenzaden op afstand 🙂

Zelf zaaien we in trays, in potgrond waar wat grof brekerzand doorheen is gemengd. De tray zetten we dan in een bak, en die bakken dekken we af met een plaatje glas of perspex. Hierdoor zijn de gezaaide zaden beschermd tegen muizen en je creëert zo een soort kas in een kas, de warmte blijft er lekker onder hangen en dat bevordert de kieming en groei wel wat.

De kiemduur bedraagt, afhankelijk van de zaaitemperatuur zo’n anderhalf (in huis) tot 3 weken (buiten ter plaatse).

Ook bij het uitplanten zul je de de jonge zaailingen de eerste weken nog moeten beschermen tegen vraat; met een net of vliesdoek. Als de zaailingen zo’n 30 centimeter hoog zijn en willen gaan klimmen, kun je het beschermmateriaal weghalen want dan zijn de planten niet interessant meer voor vogels. Maar bedenk dat op het moment dat de oogst van de peulen en doperwten dichterbij komt, ze juist wee erg in trek zijn bij vogels.

Ik heb hier wel gezien dat duiven gewoon op het hekwerk zaten en zo makkelijk de peulen konden opeten. Maar het allerliefst eten ze de jonge toppen van de planten eten. Op onderstaand kort filmpje zie je een rek met doperwten in onze tuin in juni. Je kunt zo een klein beetje inschatten wat de oogst per plant of per rij is (wij planten doperwten aan beide kanten van het rek, de zaailingen ongeveer 5 centimeter van elkaar. En je ziet er ook gelijk dat de bovenkant van de planten plukkerig en kaal zijn, opgevreten door de duiven, van de erwten zelf bleven ze gelukkig af.

TEELTZORGEN

Uiteraard is één van de belangrijkste teeltzorgen het bouwen van een rek met gaas waar de planten zich aan vast kunnen houden.

De planten kunnen zich wel redelijk goed vasthouden aan het gaas maar hebben soms toch nog een touwtje nodig om niet van het gaas af te vallen (zeker als er vrij veel planten naast elkaar staan en wanneer er veel wind staat).

Vergeet niet water te geven bij droogte, maar heel veel water hebben peultjes en erwten niet nodig.

En pluk; in de oogstperiode kun je vaak wel om de dag een klein maaltje of een flinke hand plukken. Hoe meer je plukt, des te meer zal ze bloeien en weer nieuwe peulen geven.

Peultjes bloeien trouwens bijna altijd met fris witte bloemen (foto boven). Maar soms bloeien (zeker peultjes) ook wel in lila tot paarsrood. Voorbeelden daarvan zijn de Shiraz, Carouby de Maussane, en de gele peul Golden Sweet. En natuurlijk bloeit de kapucijner, wat uiteindelijk ook een soort erwt is, ook in die mooie kleur.

De bloem van de peul Carouby de Maussane

OOGST EN BEWAREN

De stengels van deze planten breken gemakkelijk, terwijl de peulen zelf behoorlijk vast zitten. Pluk dus altijd met 2 handen (met 1 hand houd je de plant vast, met de andere pluk je de peul) – anders beschadig je de plant gemakkelijk of trek je zelfs de hele plant uit de grond – met de peul er nog steeds aan vast 🙂 .

Pluk regelmatig, zodat er weer nieuwe peultjes gevormd worden, maar ook omdat jonge peultjes het lekkerst zijn.

Jonge doperwten zijn ook zoeter en smakelijker dan te groot en melig geworden. Het is altijd in het begin even gokken wanneer je ze het beste plukt: wanneer ze nog te jong zijn is het zonde omdat de doperwten nog niet volgroeid zijn, als je te lang wacht kan de zoete smaak al minder worden en het gehalte zetmeel toenemen. Je plukt doperwten in principe wanneer de peul al mooi rond is maar nog wel veerkrachtig en groen. En proef vooral; pluk een peul en maak die open en proef de rauwe doperwt; dan proef je het beste wanneer die het lekkerst is en kun je inschatten hoe dik je de andere peulen oogst (het kan nog wel iets verschillen tussen de verschillende rassen).

Op deze foto zie je dat niet alle doperwten in één keer geoogst kunnen worden. De drie erwtpeulen in het midden lijken mooi volgroeid en dik genoeg voor de oogst, de bovenste exemplaren zijn echter nog dun en mogen nog blijven hangen.

Eet peultjes vooral dezelfde dag, dan zijn ze nog lekker knapperig, maar je kunt ze ook nog wel 2 of 3 dagen in de koelkast bewaren (zodat je oogst elke dag iets groter wordt en je na 3 dagen een heel maaltje bij elkaar hebt). Zelf vries ik peultjes nog wel eens in; het knapperige gaat er dan wel vanaf maar bevroren in een gloeiend hete pan is ze nog best lekker.

Ook doperwten zijn vers geplukt natuurlijk het allerlekkerst. Mocht je genoeg doperwten kunnen oogsten om ook nog flink wat over te houden; je kunt ze prima invriezen. Bovendien gaat de al eerder genoemde omzetting van suikers naar zetmeel in de doperwt gewoon door wanneer de doperwt eenmaal is geplukt. Oogst en eet of verwerk de doperwten dus dezelfde dag, als je de oogst 2 dagen laat liggen zul je merken dat ook dan de doperwten al minder zoet zijn en melig worden.

Ik vries doperwten rauw in. als ik ze dan wil gebruiken in de keuken kook ik water, gooi de nog bevroren doperwten in het kokende water, en dan zijn ze (afhankelijk van het ras en deus de maat van de doperwt) na zo’n 5 tot 8 minuten goed.

ZAADTEELT

Erwten en peulen zijn in principe zelfbestuivend, maar insecten kunnen wel kruisbestuiven, dus zorg wel voor voldoende afstand tussen 2 rassen voor zaadteelt. En bedenk dat erwten, peulen, sugarsnaps en kapucijners dus onderling ook kunnen kruisen.

Om zaad te winnen teel je de peulen/erwten op de gewone manier maar je oogst ze pas als de peulen helemaal geel en hard zijn geworden. Knip dan de planten net boven de grond af en laat de peulen aan de planten nadrogen. Na 2 tot 3 weken kun je de erwten uit de peulen oogsten.

Persoonlijk vind ik het prettig om ook de erwten voor zaadteelt 2 dagen in de vriezer te leggen, zodat er zeker geen ziekten/aantasting door larven komt (zie meer daarover bij de zaadteelt in het hoofdstuk Bonen). Laat na het invriezen de erwten een paar dagen drogen, daarna donker, droog en koel bewaren, de zaden blijven dan minimaal 3 jaar kiemkrachtig.

Tot slot: kijk vooral nog even op de Receptenpagina voor recepten met erwtjes, peultjes of sugar snaps (of andere groenten, fruit of kruiden)

Voorjaarsmaaltijd: tuinboontjes met kapucijners en doperwtjes, met gebakken ham- en spekblokjes, gebakken uien en mosterd

28 reacties op Peul en erwt

Bob Jacobs 9 juli 2019 om 11:16

Hier hebben wij iets aan !Als 70 ++ zakjes zaad gekocht en met wat werk en veel nieuwsgierigheid kunnen we nu starten met de oogst.,bedankt voor jullie uitvoerige info
over doppertjes uit eigen tuintje.

Ruud & Diana 10 juli 2019 om 20:56

Hallo Bob,
Dankjewel, en veel plezier met de oogst!!
Diana

Barry 26 februari 2020 om 13:33

Sugarsnaps zijn hier ook zwaar favoriet, we gaan er dit jaar ook weer voor.
Wat me wel opviel vorig jaar is dat het na een goede oogst het wel een beetje klaar is met de plant. Geeft hij bij jullie daarna nog wel sugarsnaps, of is het dan gewoon een kwestie van opnieuw planten?

Ruud & Diana 26 februari 2020 om 23:52

Hallo Barry,
Dat klopt, sugar snaps (en ook peultjes en doperwten en kapucijners) hebben maar een korte teelt- en oogstperiode. Na het groeien volgt de bloei en daarna de vorming van de peulen (= de zaden).
En als die onrijpe zaden zijn gemaakt gaan de planten dood, er komt geen tweede oogst. En opnieuw zaaien is geen goed plan want de planten hebben een koele lente met korte dagen nodig en doen het slecht in een warme zomer, wanneer de dagen lang zijn. Als je deze soorten in de zomer/herfst wilt telen zul je daar speciale rassen voor moeten zoeken (die zijn er ondertussen wel, zoals het ras Vitara, maar dat zijn nog heel jonge ontwikkelingen, het worden ook wel daglengte-ongevoelige rassen genoemd).
groetjes,
Diana

Clasine 8 maart 2020 om 15:51

Rustig aan met de rauwe peultjes en erwtjes… Die bevatten namelijk een giftige stof; lectine, die alleen door verhitting wordt afgebroken.

Ruud & Diana 9 maart 2020 om 08:23

Hallo Clasine,
Dankjewel voor de tip! We eten er nou ook weer geen kilo’s van hoor 🙂
En hoe hoog het gehalte Lectine in doperwtjes is durf ik niet te zeggen, ik lees daar weinig over, ik lees ook nergens dat het heel slecht voor je is. Het gehalte in sojabonen is vrij hoog, las ik, en dat is wel iets om rekening mee te houden. Maar Lectine zit bijvoorbeeld ook in allerlei melkproducten, in aardappelen, vlierbessen, tarwe, aubergines, linzen, maar ook in Ricinus. Er blijken dus verschillende soorten Lectine te bestaan, van redelijk veilig tot zeer giftig, soms ook nuttig (want helpt bij botaanmaak). Onze snoepconsumptie van een paar verse rauwe doperwtjes als we ze toch plukken lijkt me niet heel schadelijk. Er zijn wel meer stoffen in groenten die in grotere hoeveelheden slecht zijn voor mensen (denk aan nitriet in bladgewassen, tomatine in niet volledig rijpe tomaten, oxaalzuur in rabarber, etc., etc. Ik las trouwens ook dat Lectine niet volledig wordt afgebroken na koken, het gehalte vermindert.
Voor wie er interesse in heeft, meer informatie kun je hier vinden: https://en.wikipedia.org/wiki/Lectin
groetjes,
Diana

Dymph 21 juni 2020 om 09:49

dag Diana, altijd zó nuttig om literair in jouw moestuin te snuffelen. Ik heb er al zoveel van opgestoken… en het houdt niet op 🙂
Ivm sugar snaps: ik wist niet dat je deze ook rauw kan eten; heb ik gedaan (met enkele) en zo zijn ze idd. ook erg lekker! In onze contreien noemt men ze schelperwten. Heb moeten googlen naar de betekenis, want kende dit woord niet.
Nog een vraagje ivm doperwten: Af en toe worden er al wel eens erwtenscheutjes bij een slaatje geserveerd. Weet jij of hiervoor een specifieke doperwt wordt gebruikt? of kan elke variëteit? Groetjes, Dymph

Ruud & Diana 22 juni 2020 om 08:28

Hallo Dymph,
Met het eten van rauwe doperwten, peulen, sugar snaps en erwtenscheutjes moet eigenlijk wel rekening worden gehouden met het feit dat ze de giftige stof Lectine bevat. Die stof zit in nog veel meer planten, bijvoorbeeld ook in aardappelen. Het schijnt na 15 minuten koken te worden afgebroken (maar verse doperwten koken we nooit langer dan 4 minuten en sugar snaps roerbakken we normaal gesproken slechts 2 minuten). Maar ik meld het voor alle volledigheid maar even, het zal wel zoals voor zoveel soorten gelden: met mate en met afwisseling. Wij zijn er in ieder geval nog nooit ziek van geworden. Je kunt hier meer informatie over Lectine vinden: Wikipedia
Over je vraag: ik durf het niet te zeggen maar ik kan me voorstellen dat de dubbelzoete doperwtenrassen wat meer suikers dan zetmelen bevatten en wellicht dat ook voor de scheutjes geldt, maar ik weet fat dus niet zeker. Ik heb even gegoogeld en vind wel dat je zaden kunt kopen voor de teelt van erwtenscheuten. Ik za daar verder niets anders staan dan Pisum sativum (en dat is de Latijnse naam voor doperwt): Tuinadvies – zaden voor erwtenscheuten
groetjes,
Diana

Cobby 21 maart 2020 om 15:08

Kunnen peulen/doperwten tegen nachtvorst

Ruud & Diana 21 maart 2020 om 21:46

Hallo Coby,
Ja, doperwten en peulen kunnen heel goed tegen kou en vorst. Bedenk wel dat ze, als je ze in huis hebt gezaaid, ze wel eerst moeten afharden, de overgang van 16 graden in huis en -3 graden buiten is dan te groot. Zelf hebben we de doperwten en sugar snaps dit jaar in februari in de kas gezaaid en vorige week buiten uitgeplant, en dat gaat prima. Mocht de temperatuur onder de -6 of -7 graden zakken kun je overwegen om een vliesdoek over de jonge planten te draperen om te beschermen tegen strenge vorst (ook dat overleven ze hoor maar dan kunnen ze wel wat schade oplopen door bijvoorbeeld een schrale oostenwind).
groetjes,
Diana

Jose van den Elzen 23 maart 2020 om 22:08

Halo Diana. Als verse volkstuinhuurder (sinds vrijdag) ben ik heel blij met je site.
Wat de peulen betreft kon ik niet vinden hoever deze uit elkaar geplant moeten worden als je buiten zaait?

Ria 24 maart 2020 om 07:56

Jose, meestal staat het op de verpakking vermeld. Ikzelf houd altijd een afstand aan van ongeveer 5 cm.

Veel succes.
Ria

Jose 24 maart 2020 om 22:14

Dank je, ik had losse zaden gekocht. Zonder info op het zakje

Sussn 22 april 2020 om 09:53

Hoi Diana
Heb je er wel eens over nagedacht om een boek uit te brengen? Ik gebruik je site al een aantal seizoenen en heb er heel veel aan. Je schrijft niet alleen duidelijk, maar het is ook super leuk geschreven.

Dank je wel voor alle duidelijke uitleg.

Ruud & Diana 22 april 2020 om 16:57

Hallo Susan,
Dankjewel voor je compliment!
Ik heb al een zaaiagenda gemaakt, samen met Laura, dat vond ik al een hels karwei 🙂
Maar wie weet, vooralsnog zie ik mijn website als mijn ‘boek’, maar ik zeg nooit nooit.
groetjes,
Diana

Regina Snell 24 april 2020 om 23:22

Onze peultjes worden behalve door de muizen en de vogels ook door kleine bruine torretjes opgegeten. Wat kan ik tegen deze laatste doen?

Ruud & Diana 25 april 2020 om 09:14

Hallo Regina,
Ik heb geen verstand van ziekten en plagen. En er bestaand honderden ´bruine kevertjes´, en er bestaan duizenden insecten die verschillende groenten kunnen belagen.
Ik kan je adviseren om in het Engels te googelen op de groente, symptomen en eventuele overige informatie. Dat heb ik nu voor je gedaan en dan kom ik bijvoorbeeld op deze pagina: Insects on sweet peas
Ik hoop dat je daar verder mee kunt, want je kunt dan bijvoorbeeld per naam apart op afbeeldingen of informatie opzoeken, de Latijnse naam van het insect opzoeken en eventueel dan ook in het Nederlands zoeken, etc.
groetjes, Diana

Baukje 26 april 2020 om 17:21

hoi Diana, dankje wel voor al je ongelofelijke met zorg gevulde informatie. Je site is een geweldigde ondersteuning voor mij! Dat als eerste en nu komt mijn vraag. Ik blijf maar worstelen met wat is een geschikte afstand als het gaat om slechte buren; hoeveel ruimte moet je dan tussen de slechte buren houden? Maar ook het voorkomen van kruisbestuiving bij bonen. Met 40 meter afstand hoe los je dat op als je meerdere bonensoorten hebt en of wilt uitproberen? Zo ook wat is een gepaste afstand tussen erwten en peulen? Vriendelijke groet Baukje

Ruud & Diana 27 april 2020 om 09:02

Hallo Baukje,
Dankjewel voor je aardige woorden!
Je vraag kwam me zo bekend voor, ik had het idee dat ik die al had beantwoord. Ik heb even gezocht en zag dat je ongeveer dezelfde vraag al op de pagina van de boontjes hebt gesteld, en ik heb daar dus ook antwoord gegeven.
Zie bij je eigen reactie hier, plus mijn antwoord: Boontjes
Datzelfde antwoord geldt ook voor erwten en peulen. En over de plantafstand tussen slechte buren: dat is heel moeilijk te zeggen want het ligt aan de reden waarom het slechte buren zijn (bijvoorbeeld luizen of meeldauw, etc.). Maar je kunt over het algemeen (maar dat is dus heel algemeen) stellen dat het voldoende is als er van een ander soort (geen slechte buur) een aantal planten tussen staan.
groetjes,
Diana

Baukje 27 april 2020 om 14:47

Hoi Diana, dankje voor je goede/ slechte buren antwoord. Dan kan ik weer wat gaan planten………..blijft puzzelen. Zal er tijdens de wintermaanden zoals je zei nog meer over na gaan denken. Het is mijn echte tweede tuinjaar en in een geheel nieuwe omgeving en grond. Galica……..heel wat anders dan de Fryske Walden. Groetjes Baukje

Hanna 6 mei 2020 om 09:20

Super dankjewel,
Zoveel bijgeleerd!!!
Het is echt super hoeveel jij weet over erwten!
Dikke pluim!!!

Linda 5 juni 2020 om 11:25

Hoi ook ik heb veel gelezen en opgestoken hier. Dank je wel ik ben pas begonnen met moestuinnieren in potten op het balkon. En moet nog veel leren en uitdokteren.Maar nu geven de peulen veel groen maar geen bloem/dus geen peul‍♀️
Gr linda

Lieselot 16 juni 2020 om 22:39

Bedankt voor de heldere uitleg!
Als kersverse tuinierster sta ik open voor veel informatie en dat is op jouw site zeker te vinden! Volgens mij heb ik de groeiende peulen over het hoofd gezien, want ze waren er gewoon ineens! Hopelijk zijn ze nog lekker!

ellen 30 juni 2020 om 16:59

De moestuin heeft me al aardig wat peultjes en erwtjes gegeven. Is het mogelijk om een tweede keer (nu bijna half juli) nog een keer erwtjes in de grond te stoppen?

Ruud & Diana 1 juli 2020 om 08:52

Hallo Ellen,
Op deze pagina kun je lezen dat peulen en erwten alleen in het voorjaar kunnen worden gezaaid, nu nog zaaien levert wel planten op die echter slecht zullen bloeien en weinig of geen opbrengst zullen geven, lees even het stukje bij Teeltwijzen en rassen, en bij Bodem en bemesting. Er zijn tegenwoordig een heel klein aantal rassen die minder daglengtegevoelig is. Kijk daarvoor bijvoorbeeld even hier: Vreeken – Doperwt Vitara
groetjes,
Diana

Bianca 3 juli 2020 om 13:39

Ik teel al een paar jaar kapucijners. Zo fijn, kun je in januari al zaaien en voelt alsof het moestuinseizoen in februari, als ik ze uitplant, van start gaat. En dit jaar voor het eerst peultjes (Carouby de Maussane). Beide zijn dit jaar enorme succesnummers. De kapucijners gaan voor het eerst een 2e oogst geven, dat heb ik nog niet eerder meegemaakt.

En van de peulen blijf ik maar oogsten. Ben eind mei begonnen en heb ook deze week weer volop kunnen oogsten. En ga volgende week vrolijk door. Ze worden hier ook met veel smaak gegeten, ik kan ze elke week op het menu zetten. Die gaan we er in houden!

Koen 4 juli 2020 om 13:05

Dag Diana

Weet jij misschien wat wintererwt is? En kunnen alle erwten op deze manier gezaaid worden?

Groetjes,
Koen

Ruud & Diana 4 juli 2020 om 16:54

Hallo Koen,
Ik heb geen idee wat een wintererwt is dus ik moest even googelen, en dan blijkt elke link naar de website van de makkelijke moestuin te leiden. Het blijkt een erwt te zijn die extra goed tegen kou kan en daarom al in januari/februari gezaaid kan worden, ik zie het ras Feltham First staan. klinkt als een vroeg ras. Maar ik heb in de afgelopen 30 jaar misschien wel 15 verschillende rassen doperwten en peulen geteeld, altijd in januari/februari gezaaid en in februari uitgeplant, ze konden allemaal prima tegen kou en vorst, ik heb ze hier zelfs in de sneeuw zien staan :-). En als ik wil kan ik ze ook in oktober of november al zaaien voor verse scheuten, ongeacht het ras. Misschien heeft iemand een andere mening of ervaring met wintererwten maar anders zou ik denken dat het vooral een leuke manier is om zaden te verkopen die heel speciaal lijken maar in principe gewoon doperwten zijn (rondzadig of gekreuktzadig zie ik niet vermeld staan).
groetjes,
Diana


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Do NOT follow this link or you will be banned from the site!