Meloen

 

De meloen komt oorspronkelijk uit landen als Afrika en AziĆ«, daar kun je al uit afleiden dat ze een warmteminnende plant is. Iedereen weet dat een meloen erg lekker kan zijn; ze wordt rauw gegeten en smaakt fris, zachtzoet en is zeer aromatisch. Misschien vind ik haar nog wel lekkerder ruiken dan smaken šŸ™‚ .

 

PLANT

De planten van meloenen hebben kleine hechtrankjes waarmee ze ook kunnen klimmen. Dat is erg handig voor de teelt want zo neemt ze bijvoorbeeld in een kas veel minder ruimte in dan wanneer je haar zou laten kruipen.

De mannelijke en vrouwelijke bloemen zijn goed van elkaar te onderscheiden: de vrouwelijke bloempjes hebben achter hun bloem al een klein vruchtje van ongeveer 1 centimeter groot:

 

Een mannelijke bloem heeft alleen een steeltje en dus geen vruchtbeginsel:

 

In tegenstelling tot bijvoorbeeld komkommers (waarbij moderne rassen geen bestuiving meer nodig hebben om komkommers te vormen) hebben meloenen juist een goede bestuiving nodig om meloenen te maken. Meloenen worden bestoven door insecten (en je kunt eventueel helpen door met de hand te bestuiven, zie hieronder bij de alinea ‘Verzorging’.

 

TEELTWIJZEN

Meloenen houden van warmte. Er zijn zeker ook wel vroege rassen verkrijgbaar die ook buiten lekkere meloentjes geven, maar de teelt in de kas is wel een stuk zekerder.

Ik vind de teelt van meloenen zelf zeker niet altijd even gemakkelijk, het ene jaar gaat het beter dan het andere, onder invloed van het ras, het weer, etc. Ze maakt heel veel blad en stengels, is gevoelig voor meeldauw, kan slecht tegen teveel vocht (en daar hebben we hier aan de kust op vette klei nog wel eens last van). En de opbrengst is niet altijd zo groot als we zouden hopen. Daarentegen is er niets zo lekker als een zelfgeteelde meloen, zowel qua geur, aroma, smaak en sappigheid.

 

ZAAIEN / PLANTEN

Zaai meloenen bij voorkeur tussen eind maart en eind april voor, bij kamertemperatuur. Ik zaai het liefst gelijk 1 zaadje in 1 potje van 9 centimeter zodat ik niet hoef te verspenen, en de zaailing kan in haar potje na het kiemen gelijk uitgroeien tot een mooie gezonde en forse zaailing. Ik gebruik er potgrond voor die ik wat luchtiger (en water doorlaatbaar) maak door en wat brekerzand en/of vermiculiet door te mengen. Geef de gezaaide meloenenzaadjes voorzichtig water, de grond moet uiteraard vochtig zijn, maar zeker niet kletsnat (de zaden rotten gemakkelijk in te natte grond). Bij kamertemperatuur kiemen de zaden binnen 7 tot 10 dagen.

Plant de zaailingen niet te vroeg uit; te kleine wortels, te koude grond of te nat en koel weer zorgen voor iele stilstaande planten die lastig weer verder groeien. Onze ervaring in de kas is ook dat pissebedden jonge meloenzaailingen wel erg lekker vinden. Ik laat ze dus in een zonnig raamkozijn groeien tot eind april, dan mogen de potjes met zaailingen mee naar de kas.

Als de zaailingen groot genoeg zijn (als er worteltjes onderuit de afwateringsgaten groeien en de zaailingen naast de eerste kiemblaadjes minimaal 3 nieuwe blaadjes heeft) planten we ze uit. In de kas of platte bak kan dat (goed naar de weerberichten kijkend) vanaf eind april/begin mei. Voor de buitenteelt wachten we tot 12 mei (ijsheiligen).

In een platte bak hou je een afstand van 1 plant per raam aan, in de kas is het handig om de meloen te laten klimmen zodat ze minder ruimte inneemt. Buiten zoek je het warmste en meest beschutte plekje dat je kunt vinden. Je kunt ook op ‘broeimest’ telen: graaf wat grond uit, vul dat met stalmest waar wat stro in zit tot je een heuveltje hebt en dek dat dan weer af met grond. Plant de zaailingen op het heuveltje in grond (niet in de mest). De mest geeft voeding af maar het belangrijkste: de stalmest gaat verteren/composteren en daarbij komt warmte vrij in de buurt van de wortels van de meloenplant.

Ik heb ook wel eens gezien dat mensen een week of 3 voor het planten van meloenen een stuk zwart plastic spannen over de grond; zo warmt de grond ook wat meer op voor je gaat planten. En uiteraard is de grond in een verhoogde bak ook altijd wat warmer (en ook handig: minder nat).

Meloen Far North, de rasnaam geeft al aan dat ze geschikt is voor koelere klimaten en dus de buitenteelt. Kleine meloentjes met vroege groei en rijping en een prima smaak.

 

ZAAITABEL EN PLANTAFSTAND:

Diana meloen

 

RASSEN

Er zijn meloenen in heel veel maten en kleuren. Soms is hetĀ  verwarrend want meloenen worden wel ingedeeld in soorten en kleuren (zowel de kleur van de schil als de kleur van het vruchtvlees). Denk daarbij aan termen als canteloup, ananasmeloen, suikermeloen, netmeloen, ogenmeloen, etc.. Sommige meloenen zijn gladschillig, soms iets geribd, soms met vlekken. Het vruchtvlees kan zachtoranje, oranje, witgroen of wat meer mintgroen zijn.Ā Kijk vooral in catalogi/webwinkels wat wat is, soms wordt erbij vermeld hoe hoog het suikergehalte is.

Het gewicht is belangrijk: grote meloenen hebben bijna altijd meer warmte en tijd nodig om te rijpen dan kleine meloentjes. En let dus ook in de beschrijving op informatie over de opbrengst en oogsttijd (en dus geschiktheid voor kas of buiten). Er bestaan ook F1-hybriden; deze zijn vaak wat uniformer van vorm en kleur en grootte, ze kunnen wat beter van opbrengst zijn (maar zeker niet altijd). Ze zijn vooral gekweekt om minder vatbaar te zijn tegen bijvoorbeeld meeldauw.

Meloen Minnesota Midget

 

Mijn persoonlijke favorieten zijn Minnesota Midget (foto), een kleine groene meloen met zachtoranje vruchtvlees, zoet, lekker en een meer dan prima opbrengst.

Heel bijzonder zijn Golden Sweet, Golden Crispy en Silver Star: dit zijn meloenen die niet zo zoet zijn, en opvallend stevig, bijna knapperig vruchtvlees hebben. Ze lijken bijna op een kruising tussen een meloen en een komkommer; de smaak en knapperigheid van een komkommer maar dan iets zoeter en vooral veel sappiger zoals een meloen. Je kunt deze ‘meloenkomkommer’ zelfs met schil eten, ze behoort tot een groep meloenen die in Amerika ‘Asian Melons’ worden genoemd.

De doorsnede van een Golden Crispy meloen: sappig, knapperig, heel lichtgroen, fris en zachtzoet

 

BODEM / BEMESTING

Meloenen houden houden van een vochtvasthoudende grond die echter niet kletsnat blijft. Een goede hoeveelheid rijpe compost onderspitten helpt de grond te verluchtigen. Een bekend gezegde onder moestuinders is: “een komkommer giet je groot, een meloen giet je dood”. Oftewel: een komkommerplant wil graag heel veel water, en meloenen hebben ook water nodig om te groeien maar minder dan de komkommer en het overtollige water moet weg kunnen lopen.

Zelf geven we geen buitensporige bemesting; bij teveel stikstof maakt de plant veel blad en stengels maar dat gaat ten koste van de vruchtvorming (en het zorgt ook voor een grotere kans op meeldauw). Wij geven zelf een kleine hoeveelheid Culterra (maar elke samengestelde organische moestuinvoeding is prima). Wat extra kali zorgt voor een goede vruchtzetting, lekkere smaak en een goede houdbaarheid.

 

STANDPLAATS

Houd rekening met een vruchtwisseling van 1 op 4 jaar, in het vak van de vruchtgewassen. Zo voorkom je aantasting door bodemschimmels. Vermijd een te vochtige plaats want meeldauw houdt van een hoge luchtvochtigheid. En dat is lastig in de kas maar plant haar dan in ieder geval in de buurt van een raam of vrij dichtbij de deur. In een platte bak kun je het raam op een kier zetten. Uiteraard staat ze buiten zo zonnig en beschut mogelijk, in niet te natte en vaste grond.

 

SNOEIEN

Ik geef eerlijk toe; ik ben er niet zo goed in. In het begin lukt het nog wel om er systeem in te houden, maar hoe meer de plant groeit, en hoe drukker het in de tuin in de zomer wordt, des te rommeliger wordt de plant. Er is dan gelukkig toch iets positiefs; ook als je dan niet goed of veel meer snoeit maakt de plant toch voldoende meloenen (uiteraard ook afhankelijk van het ras en mits er voldoende insecten bij de planten kunnen komen).

Het begin is het altijd nog overzichtelijk en handig (je hebt dan in ieder geval een beetje structuur):

In de platte bak plant je 1 zaailing onder 1 ruit, ongeveer in het midden. Top de plant na 4 of 5 bladeren. Dit bevordert de vorming van zijscheuten. Houd 4 zijscheuten aan en leid die naar de 4 hoeken in de bak (je krijgt dan de plant in het midden met een soort kruis naar de hoeken). De overige zijscheuten haal je weg zodat er echt maar 4 hoofdscheuten zijn. Aan die 4 hoofdranken (top ze als ze aan het eind van de bak zijn gekomen) komen dan ook weer zijscheuten. Vaak raak ik daar de draad kwijt door tijdgebrek en wellicht ook wel eens door slordigheid šŸ™‚ .

Mocht je het goed willen doen dan top je die zijscheuten allemaal op 2 bladeren na een vrouwelijke bloem (te herkennen aan het minivruchtje achter de bloem). Wel belangrijk is dat als er een stuk of 5 tot 7 meloentjes per plant zich ontwikkelen je de overige zijscheuten weg gaat nemen.

Voor mensen met even weinig tijd en inzicht als ik: ik knip meestal gewoon weg waar geen meloenen aan zit en dat werkt best goed. Het gaat erom dat je de energie van de plant ten goede wilt laten komen aan de vorming, groei, rijping en smaak van de meloenen (en niet aan de groei van meer blad en stengels).

In de kas neemt een meloen behoorlijk veel ruimte in als ze ligt. Wij maken zelf van bamboestokken een hekwerk waardoor je de plant kunt laten klimmen (ze neemt dan minder ruimte in, en ze heeft dan wat minder last van de hoge luchtvochtigheid).

We planten 1 zaailing op ongeveer 50 centimeter uit. Meloenen klimmen uit zichzelf niet heel erg goed, het is handig haar af en toe te helpen door hoofdscheuten met een touwtje aan de stokken vast te binden, zeker ook in de buurt waar een meloen hangt. Het snoeien is nu nog lastiger omdat je geen kruis kunt maken. Probeer echter wel om ook hier 4 hoofdscheuten per plant aan te houden en die alle 4 recht omhoog te laten groeien (tot een hoogte van zo’n 150 centimeter. Dan top je haar en gaat ze zijscheuten met bloemen maken. Als ze vruchten gaat vormen kun je ook hier weer na de vorming van een vrucht de stengel op 2 bladeren toppen. Ook hier houd je maximaal zo’n 5 tot 7 meloenen per plant aan, verdere stengels haal je weg. Dat lukt hier nooit; ik doen mijn best in mei en juni en dan ‘laat ik haar gaan’. Als ik in de kas tomaten dief kijk ik gelijk naar de meloenen; ik knip te grote bladeren weg als die voor een meloentje hangt, ik verwijder stengels waar geen meloenen aan zitten of die te dicht op andere stengels groeien of over de grond kruipen.

 

VERZORGING

Een meloen heeft, zoals eerder aangegeven, niet veel water nodig, maar voor een goede groei is er wel voldoende vocht nodig: geef water bij droogte maar zorg dat de grond niet kletsnat blijft, en giet water op de grond bij de wortels, en niet op het blad. Als de grond nog koud is kan het handig zijn om het water eerst iets te op te laten warmen (uiteraard niet warm!). Wij hebben in het voorjaar en vroege zomer standaard volle gieters water in de kas staan zodat dat water op kan warmen door de zon, en dat water geven we als de planten nog jong zijn.

Meloenplanten, en zeker als ze jong zijn, kunnen slecht tegen de brandende zon; buiten is dat geen probleem maar in de kas of platte bak is het belangrijk om te luchten (mede om schimmelziekten te voorkomen). Daarnaast kun je, afhankelijk van de standplaats onder glas, de ruiten wit kalken (of met behulp van vitrage of iets dergelijks zorgen voor bescherming tegen al te felle zon. De ramen open zetten in kas en platte bak is noodzakelijk om bestuiving door insecten mogelijk te maken. Eventueel kun je proberen met de hand te bestuiven.

Zelf planten wij, om alle genoemde redenen, meloenplanten altijd in de buurt van de deur (minder hoge luchtvochtigheid, warm genoeg, meer kans op bijen en hommels). En ik bestuif de planten zelf ook. Ik doe dat met een kwastje; elke dag dat ik in de kas kom wrijf ik met het kwastje eerst over zoveel mogelijk mannelijke bloemen en vervolgens over de vrouwelijke stampers. Ik probeer dat 2 keer per dag te doen (als ik er ben). Het is niet ideaal, niets of niemand kan zo goed bestuiven als een insect (zoals gieters water ook nooit op wegen tegen een goede bui regen), maar alle beetjes helpen. En laat dus ook vooral zo vaak mogelijk overdag en in de avond de deur van de kas een stukje open staan zodat insecten naar binnen kunnen vliegen. Als je een platte bak gebruikt kun je het raam een stukje open laten staan door een stuk hout of steen tussen raam en de bak te zetten.

Meloen met de hand (kwastje) bestuiven

 

Het is handig om de meloenen die op de grond liggen en daar groeien en rijpen op een plankje of tegel te leggen: zo blijft ze droog en rotten ze niet (buiten kan dat in een natte zomer wel gebeuren, in de platte bak en kas heb je daar wat minder last van omdat je gericht water geeft bij alleen de stengel, en in de kas hangen de meloenen de meeste meloenen in principe boven de grond).

 

OOGST / BEWAREN

Op de foto hieronder zie je een rijpe, geel geworden meloen van het ras Golden Crispy. Ze heeft aan de linkerkant zelfs al een scheurtje. Als ze op dit moment niet zou worden geoogst zou de meloen verder scheuren en zou door de warmte en hoge luchtvochtigheid in de kas al snel gaan schimmelen of rotten.

 

Bijna alle meloenen verkleuren min of meer bij het rijpen (soms van grijs naar grijsgroen, soms echt opvallend – van een bonte kleur naar helderoranje). Daarnaast herken je een rijpe meloen aan de scheurtjes rond de vruchtsteel. En natuurlijk de geur van het meloenaroma, soms zo sterk dat het bij het openen van de kas de geur je al tegemoet komt. De meloenen die je als klimmer in de kas hebt staan kunnen bij volledige rijping soms spontaan van de plant vallen.

Oogst meloenen als ze rijp zijn, of halfrijp: dan kunnen de meloenen nog narijpen op de fruitschaal. Onrijpe meloenen plukken heeft weinig zin; die rijpen meestal niet meer, en als ze wel alsnog rijpen zijn ze niet erg lekker (minder zoet en sappig ). Snijd de meloen met een mesje met een stukje steel van de plant (heel rijpe meloenen laten vaak vanzelf van de plant los als je ze oppakt). Rijp geoogste meloenen blijven nog ongeveer 3 dagen eetbaar.

 

ZAADTEELT

Meloenen zijn kruisbestuivers en kruisen heel gemakkelijk met andere rassen (en ook over grotere afstanden). Gekruiste zaden leveren planten met meloenen die vaak wel heerlijk geuren maar meestal melig flauw van smaak zijn.

Als je het toch eens wilt proberen, is het raadzaam om in ieder geval met de hand te bestuiven. Laat de uitgekozen meloen helemaal aan de plant rijpen. Haal dan de zaden uit de meloen, was de zaden en laat ze een aantal dagen goed drogen. Meloenzaden blijven minimaal 4 jaar kiemkrachtig.


RECEPTEN MET MELOEN

 

2 gedachten over “Meloen”

  1. Dag Diana en tuinliefhebbers,
    Dit jaar heb ik voor het eerst verschillende soorten meloenen geplant, galia, charentais en nog 2 andere variĆ«teiten waarvan de naam mij even ontglipt. Alles ging goed, maar ik ben een beetje ontgoocheld over het zoete van de meloenen. Een aantal waren zelfs smaakloos en anderen waren licht zoet. Ik vraag me af hoe dit beĆÆnvloed kan worden. Heb al opgezocht in boeken en op internet, maar vind hier helaas niets over. Tekort aan zon kan het hier zeker niet zijn. Iemand die hierover een hint kan geven?
    Bedankt en groeten carine

    1. Hallo Carine,
      Ik heb dit jaar de meloen Kajari en ook die is hier zachtzoet maar zeker niet zo zoet als meloenen die in de winkel te koop zijn.
      Het heeft ongetwijfeld deels met het ras te maken. En deels met een uitgekiende verzorging en combinatie van vocht, voeding en warmte (meloenen houden van wat extra kali).
      Ook hier valt de smaak dus weer wat tegen. Ik denk dat ik volgend jaar dan toch maar weer eens een F1-hybride zaai, en ik ben benieuwd wat dat dan oplevert.
      groetjes,
      Diana

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.