Munt

De Latijnse naam van munt is Mentha, ze behoort tot de lipbloemenfamilie (Lamiaceae) waar heel veel sierplanten maar ook eetbare soorten toe behoren (denk aan tijm, salie, bonenkruid, citroenmelisse, oregano en lavendel).

Er bestaan meer dan 20 soorten munt (zoals watermunt, pepermunt, akkermunt, etc.) en vooral heel veel rassen (zie bij die alinea).

Munt is altijd lekker, in thee, in desserts, in siroop, maar ook in hartige gerechten (denk bijvoorbeeld aan erwtjes met munt of aan een marinade voor lamsvlees). De meeste mensen hebben een haat-liefde verhouding met munt: liefde voor de smaak, het mooie frisgroene blad en de bloemen die in de zomer veel bijen en hommels aantrekken. Haat vanwege de woekerende groei. En dat woekeren moet je niet onderschatten, ze kan zich makkelijk een meter of meer per jaar uitbreiden. Ik heb bij een tuinbuurman eens de gevolgen van munt in een hoekje in de volle grond gezien: ze rukte binnen enkele jaren op, tot ze onder tegelpaden door gekropen aan de andere kant van het pad vrolijk verder groeide. Ze kroop letterlijk via een kiertje in de fundering de kas in waar ze nog sneller groeide. Tot ze uiteindelijk in misschien 3 of 4 jaar tijd bij elkaar minstens 8 vierkante meter in beslag nam. De tuinbuurman heeft vrijwel de gehele plant er prima uit kunnen halen maar is nog wel enkele jaren bezig geweest om kleine achtergebleven stukjes, bijvoorbeeld tussen tegels in, weg te peuteren omdat ze van daaruit gewoon weer verder groeide. Toen bedacht: dat nooit 🙂 ! En dus houd ik munt altijd in pot, en dat gaat best goed. Overigens is munt nu ook weer niet zo vervelend als sommige wortelonkruiden hoor; ze wortelt niet heel diep en kan vrij gemakkelijk uitgegraven en verwijderd worden (maar pas dus op voor die kleine achtergebleven stukjes).

Maar toch: ze kan soms wel sneller groeien dan dat wij tijd hebben om haar in toom te houden. Ik heb wel veel soorten en rassen munt gehad. Ik vond deze oude foto nog, van de rand van de oude tuin waar ik onder de leiappel Gloster verschillende soorten munt had staan: van citroenmunt en gembermunt tot chocolademunt en Zwitserse munt:

Het was best een leuke plek: niet in de volle zon, makkelijk water geven omdat ze allemaal naast elkaar stonden, etc. Op een gegeven moment heb ik de meeste planten weggegeven, simpelweg omdat ik de ene munt toch lekkerder vond dan de andere, en omdat ik graag munt uit de tuin gebruik en muntthee drink, maar 7 muntplanten was nou eigenlijk best wel wat veel van het goede :-).

PLANT

Munt is een winterharde vaste plant. Ze wortelt niet heel diep maar maakt vooral dicht onder de grond uitlopers, en ze doet dat zo enthousiast dat je munt een woekerplant kunt noemen. Munt heeft voldoende vocht nodig, ze kan zowel in de zon als in de lichte schaduw groeien (van munt die in de zon staat is de smaak en geur wat sterker).

Als je eenmaal munt in de tuin hebt zit je nooit meer zonder: je kunt haar heel gemakkelijk vermeerderen (door met mesje een stukje met blad en wortel af te snijden of door de plant te delen. Munt is een groeikrachtige en sterke plant die, als de grond maar niet kurkdroog is, vrijwel overal kan overleven.

Munt is in principe niet wintergroen. Zelf zet ik in de pot in de herfst wel eens in de koude kas: niet omdat de plant in pot niet goed winterhard is maar omdat het blad dan wat langer aan de plant blijft (en ik dus in het najaar iets langer kan blijven oogsten). En in het voorjaar is daar hetzelfde voordeel: de planten lopen in een koude maar zonnige periode wat sneller uit en dus kan ik er dan al iets eerder van oogsten dan van planten die buiten staan.

Een kuip met munt die in de koude kas overwintert, ik maakte deze foto op 3 februari en ik zou er dus alweer wat blaadjes van kunnen oogsten!

Als je munt in pot wilt houden gebruik dan wel een flinke potmaat, anders krijgt de plant al snel de neiging over de pot heen te groeien. En gebruik bij voorkeur een plastic pot; daaruit kun je elke 3 of 4 jaar de wortelkluit wat makkelijker uithalen. Snijd dan een stuk van de wortelkluit af en pot die opnieuw op, zo houd je altijd een plant die niet te krap in de pot staat, weer mooi uit kan lopen, en dus ook een goede oogst aan lekkere blaadjes geeft. Een plant die te krap in de pot staat heeft de neiging om in het hart van de plant weinig stengels en bladeren te maken maar vooral langs de randen veel wortels, stengels en blad te maken (want ze wil er dus uit, op zoek naar ruimte in letterlijk de breedste zin van het woord :-)).

Zwitserse munt loopt in het voorjaar vooral langs de randen van de pot weer uit

RASSEN

Zoals gezegd zijn er een flink aantal soorten munt. De munt die wij in de keuken gebruiken is vooral pepermunt. Voor wie het heel specifiek wil weten: Pepermunt (Mentha x piperita) is een kruising tussen watermunt (Mentha aquatica) en Groene munt (Mentha spicata). De muntrassen die je tegenwoordig heel vaak in tuincentra ziet zijn allemaal kruisingen tussen verschillende soorten en rassen. Er zijn flink wat verschillen (je ziet dat ook al op de foto waarbij de muntsoorten in potten onder de appelboom staan): bijvoorbeeld in de grootte van het blad, de vorm en zelfs de kleur. Maar ook in smaak: er is zoete zachte munt, munt met een vleug citroen in geur en smaak, sterke bijna ’tandpasta-achtige’ munt, etc. Voorbeelden van soorten en rassen die redelijk makkelijk verkrijgbaar zijn:

  • Mentha x piperita f. citrata Lemon (citroenmunt)
  • Mentha arvensis Strawberry (aardbeimunt)
  • Mentha gracilis Ginger (gembermunt)
  • Mentha arvensis Banana (banaanmunt)
  • Mentha x piperita Swiss (Zwitserse munt)
  • Mentha x piperita f. citrata Chocolate (chocolademunt, met groen met donkerpaarsbruin blad)
  • Mentha pulegium (Poleimunt)
  • Mentha requenii (kruipmunt, wordt slechts 5 centimeter hoog, voor niet te natte grond)
  • Mentha spicata Maroccan (Marokkaanse munt)
  • Mentha rotundifolia Variegata (Bonte munt, met groen/witbont blad)
  • Mentha suaveolens Ananas (ananasmunt)
  • Mentha suaveolens Appel (appelmunt)
  • Mentha spicata Lemon (citroenmunt)
  • Mentha x piperita f. citrata Basil (basilicummunt)
  • Mentha x piperita f. citrata Grapefruit (grapefruitmunt)

En zo zou ik nog even door kunnen gaan :-). Over het algemeen kun je stellen dat je soorten (dus spicata, arvensis, etc.) kunt zaaien, rassen zaai je niet (sommige zijn steriel en geven geen zaden, andere geven wel zaden maar komen niet soortecht terug). Er zijn ongetwijfeld in beide categorieën uitzonderingen, maar als je een specifieke munt wilt kun je het best een plantje kopen (of een stekje vragen aan de persoon die de munt heeft die je wilt: ze groeit en wortelt zo snel dat niemand dat een probleem zal vinden :-)). En het voordeel daarvan is dat je eerst even kunt ruiken en proeven: ik vind zeker niet elke munt lekker en zo heeft iedereen een eigen voorkeur: ik vind zelf aardbeimunt ronduit vies (bijna als eau de cologne en ik ruik er zeker geen aardbei is, al zijn er mensen die dat helemaal niet met me eens zijn). Zelf vind ik citroenmunt erg lekker, Zwitserse munt is mijn favoriet door het bijna knisperend sterke muntaroma, Grapefruitmunt vind ik ook erg lekker, Chocolademunt (maar die vind ik dan weer wat lastiger om in de keuken te gebruiken, vind ik vooral een ‘dessertmunt’), en bananenmunt vind ik dan weer helemaal niks (weeïg). Er zijn grote verschillen en voor iedereen is er weer een ander soort of ras lekker. Als je een bosje heel lekkere en heel verse munt op de markt koopt is de kans zelfs aanwezig dat die nog wortelt als je het direct in water zet.

Grapefruitmunt, met wat groter blad en een lekkere frisse muntsmaak waar je inderdaad ook echt wat grapefruit in kunt ontdekken

OPKWEKEN

Als je munt zelf wilt zaaien, doe dat dan vooral rond maart. Gebruik er potgrond voor die je iets luchtiger maakt door er een handje grof zand door te mengen. Zaai de zaden in een tray of in potjes en dek ze af met maximaal 3 millimeter vermiculiet of zand. Bij kamertemperatuur kiemen de zaden binnen 10 tot 20 dagen (hoewel sommige soorten erom bekend staan dat ze wat onregelmatig kunnen kiemen, geef dus niet te snel op als het wat langer dan die 20 dagen duurt). De zaailingen kun je na het kiemen wat koeler zetten (bijvoorbeeld op een onverwarmde slaapkamer in een licht raamkozijn), tot ze groot genoeg zijn om in de koude kas of buiten af te harden (wat vorst deert de jonge planten niet) en ze een paar weken later uitgeplant kunnen worden.

Makkelijker en sneller (en zeker soortecht) is het om munt te stekken. Je doet dat bij voorkeur in de late lente of vroege zomer (wanneer de planten groeikrachtig zijn en nog niet bloeien). Je kunt wat stengels van ongeveer 15 tot 20 centimeter lang onder een knop afknippen, de onderste en grotere bladeren verwijderen en de stekken in een laagje van zo’n 5 centimeter in water zetten. Ververs het water om de dag. Bij kamertemperatuur (niet in de zon) verschijnen na ongeveer 2 weken de eerste kleine worteltjes. Als er voldoende worteltjes zijn (die ook groot en sterk genoeg zijn) kun je de stekjes oppotten in 9-centimeterpotjes met potgrond (waar je ook weer een handje grof brekerzand door hebt gemengd). Daarin kunnen de stekken nog groeien tot ze groot en sterk genoeg zijn om uitgeplant te worden.

De derde manier is om gewoon een stukje plant af te steken. Aan de buitenrand van de plant zoek je één of meerdere gezonde en groeikrachtige uitlopers. Steek met een scherp mes door de worteltjes in de grond en snijd zo een stukje van de moederplant af. Munt wortelt niet erg diep maar vooral breeduit, het afsnijden van een stukje plant gaat daardoor heel makkelijk. Je kunt dat oppotten zoals hierboven bij het stekken in water beschreven, en ook weer uitplanten wanneer de planten groot en sterk genoeg zijn.

Nogmaals: munt kan flink woekeren. De wortels van munt kunnen over randen en zelfs over en onder tegelpaden kruipen om aan de andere kant van de tegel weer verder te groeien. Als je haar in de volle grond wilt planten is het dus belangrijk om een goede plek te zoeken, waar ze haar gang kan gaan en geen problemen veroorzaakt, bijvoorbeeld langs de sloot, onder fruitbomen, etc. Daar heeft ze ook heel veel nut (je kunt bijvoorbeeld een aftreksel maken van het blad of het blad regelmatig knippen en als mulchlaag gebruiken, het houdt onkruid tegen, de bloemen lokken veel bestuivers, etc.).

En je kunt dus ook voor de teelt in pot kiezen. Gebruik daarvoor een mengsel van tuingrond, compost en potgrond. Je kunt er eventueel wat vermiculiet door mengen, omdat dat teveel vocht vast kan houden en in droogte weer af kan staan. De grond in de pot mag niet uitdrogen (of in ieder geval niet te vaak). Alleen daarom is een plekje in de halfschaduw ideaal (het scheelt wat water geven).

Een jonge net uitgeplante muntplant

VERZORGING

In pot is het belangrijk om voldoende vocht te geven, in de volle grond hoef je alleen water te geven in zeer droge periodes in een warme zomer. In de volle grond volstaat het om, wanneer de planten in het voorjaar uitlopen, wat samengestelde organische mest te geven. Munt in pot heeft wat meer voeding nodig, omdat de wortels van de planten niet zelf op zoek kunnen gaan voldoende voeding. En omdat de plant vooral stengels en bladeren maakt heeft ze ook een gemiddelde hoeveelheid voeding nodig. In potgrond zit voldoende voeding voor 8 weken, daarna kun je bijvoorbeeld een samengestelde organische mest gaan geven. Zelf geef ik meestal een handje groene Culterra per pot als de planten uitlopen. En ik herhaal dat nog een keer als de planten in de zomer wat minder groeien en gaan bloeien.

Munt heeft 1 heel belangrijke belager in de moestuin en dat is de muntkever (die dus inderdaad zelfs naar haar lievelingseten genoemd is). Het is een klein kevertje met een opvallende en prachtige metallic groenblauwe kleur. Maar ze kan veel schade veroorzaken. In de zomer kunnen de kevertje in 1 of 2 weken je muntplant vrijwel volledig opvreten. Als er maar een paar kevertjes zijn kan ik ze nog wel elke dag even vangen, maar als het er heel veel worden (en de aantasting dus heel erg wordt) is dat niet voldoende meer. Ik knip dan de planten tot op enkele centimeter van de grond terug. De stengels met bladeren en muntkevers gooi ik op de composthoop zodat ze daar lekker verder kunnen eten. En de afgeknipte planten in pot geef ik wat nieuwe/extra voeding en ik geef gelijk water. Binnen enkele weken is er dan weer gezond, vers en frisgroen blad dat ik kan oogsten. Mijn ervaring is dat de muntkever dan niet meer terugkomt (ik weet het niet zeker maar ik denk dat dat ook te maken heeft met tijd: de hoogzomer is dan voorbij en er worden dan wellicht geen nieuwe muntkeverbaby’s meer geboren).

Muntkever

In de zomer kan munt bloeien (afhankelijk van soort en ras). De kleine bloempjes in aartjes zijn mooi (meestal in de kleuren wit, witroze, roze of lila), ze lokken veel bijen en hommels en soms ook vlinders. De bloempjes zijn trouwens ook eetbaar en leuk als eetbare garnering in een salade of een dessert of gebak met fruit of chocolade.

Knip de bloeistengels na de bloei terug tot in de plant. Want ze zal geen zaden maken (of wel maar die komen dan niet soortecht terug). Door de uitgebloeide bloemen te verwijderen stimuleer je de plant om weer nieuwe stengels en bladeren te maken.

Bloeiende munt

OOGST

Je oogst de stengels en/of de blaadjes wanneer je wilt, mits de planten groot genoeg zijn en er altijd wat stengels en blaadjes over blijven om voor nieuwe groei te zorgen.

Zoals eerder gezegd; als je een muntplant in een pot hebt kun je de pot in de herfst bijvoorbeeld in een koude kas of platte bak zetten, of anders in een garage of in de zon tegen het huis. Wellicht kun je er bij verwachte koude nachten een cloche (een doorzichtige kap van glad of kunststof) over zetten, en de winters zijn de laatste jaren zo onvoorspelbaar dat je er sowieso soms tot in de winter van kunt oogsten.

Chocolademunt in een grote pot in de halfschaduw in de voortuin

Tot slot: bedenk dat je munt ook heel goed bij het inmaken kunt gebruiken; het is bijvoorbeeld heel lekker om een takje munt bij het maken van aardbeienjam mee te laten koken (en voor het in potten gieten weer te verwijderen). Maar je kunt ook denken aan deze Muntsiroop

8 reacties op Munt

Anne 8 april 2021 om 14:17

Beste Diana,

Hartelijk dank voor dit uitgebreid artikel! Zo fijn om lezen!
Gisterenavond heb ik net een zoektocht gedaan waarom pepermunt en chocolademunt, het hier niet doen in tegenstelling tot alle andere munten. Ik had een hele grote plant die verdwenen is.
Ook in een pot krijg ik pepermunt niet aan de praat in tegenstelling tot alle andere munten. Wij wonen 12 km van de zee en de bodem is hier goed vochtig en zon hebben we ook…
Het is hier in de streek gekend dat pepermunt hier niet groeit maar niemand blijkt er een verklaring voor te hebben. Zie jij een mogelijke verklaring of andere lezers?

Anne

Ruud & Diana 9 april 2021 om 09:17

Hallo Anne,
Dankjewel nog voor de tip van de typefout per mail!
Ik vrees dat ik geen antwoord op je vraag heb, beide deden het hier prima in pot (wij wonen 18 kilometer van zee, al is het hier natuurlijk wel koeler dan in Frankrijk). En de bodem zal ook anders zijn, wij tuinieren op vette klei, Frankrijk heeft toch meer profijt van prehistorische vulkanische activiteiten (meen ik mij te herinneren van een wijncursus). Maar dat zou toch geen verschil voor de teelt in pot moeten maken.
Ik hoop dat iemand anders wellicht een antwoord voor je heeft.
groetjes,
Diana

Suzy 10 april 2021 om 11:05

Hallo Anne. Ook bij mij deed de pepermunt het niet goed (staat in de volle grond). Ik heb
hem gewoon een keer of drie uitgehaald en op een ander plaats herplant. De derde keer was raak. Hij staat nu in de volle zon en en groeit dat het een lieve lust is

Anne 13 april 2021 om 18:05

Dag Suzy,

Heel erg bedankt voor deze tip. Ik ga dat gewoon eens doen!

Een fijne avond,
Anne

Maaike 17 april 2021 om 09:37

Ik ben echt een grote fan van thee van chocolademunt. Dat is echt de lekkerste!

Verder hebben wij die kevertjes ook maar nog nooit zoveel dat de plant helemaal werd opgegeten. We hebben wel veel last van luis. En we vergeten vaak even de blaadjes af te spoelen voor gebruik in de thee. Achja, gratis eiwitten zullen we maar zeggen.

Ruud & Diana 17 april 2021 om 09:53

Hallo Maaike,
Grappig hè, dat het zo kan verschillen in 2 tuinen: hier hebben we juist nog nooit (ik klop het even af) last van luis gehad. Maar er zijn hier jaren dat de muntkevers zoveel eten dat er alleen nog maar nerfjes overblijven.
Mijn favoriet voor thee is de Zwitserse munt, alleen daarvoor al heb ik die munt in een grote kuip van 60 centimeter staan 🙂
groetjes,
Diana

Maaike 17 april 2021 om 11:22

Grappig ja, ik dacht altijd dat die mooi uitziende beestjes geen kwaad konden. En ik wist niet dat luizen al eind maart actief waren.

Jammer dat ik niet bij je in de buurt woon, anders kwam ik graag een keer stekje / stukje Zwitserse munt bij je halen (in ruil voor iets anders ofzo?). Ik zou het graag willen proberen als jij er zo lovend over bent!

Ruud & Diana 18 april 2021 om 09:32

Hallo Maaike,
Ik heb mijn eerste Zwitserse munt misschien wel 10 jaar geleden gewoon als plantje bij Intratuin gekocht. Ik zag dat ze het nog steeds verkopen, ik keek net even en zag dat de biologische Zwitserse munt daar nu in de reclame is voor € 2,79. Dat is, denk ik, de makkelijkste en goedkoopste manier om aan een plant te komen, want als ik je een stukje plant zou willen sturen kost het meer aan verzendkosten dan een plantje in een tuincentrum kost. Zwitserse munt is de sterkste/koelste/pittigste van de muntsoorten die ik ken, en je moet er wel van houden (zoals de spearmint onder de tandpasta’s :-))
groetjes,
Diana


Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Of abonneer jezelf op deze discussie zonder te reageren.

Meld je aan voor de nieuwsbrief