Radijs

 

Als je van de pittige smaak van radijsjes houdt, dan is de teelt van radijsjes zeer de moeite waard; radijsjes groeien het best in koele omstandigheden (dus voor- en najaar), en ze kiemen en groeien snel.

Radijsjes uit de winkel smaken een beetje pittig, maar dat is niet te vergelijken met eigen teelt radijsjes; die zijn net zo lekker knapperig, maar veel pittiger van smaak. En daarmee zijn ze lekker in salades, bij de boterham, of zo uit het vuistje.

Het jonge blad van radijsjes is trouwens ook eetbaar, wacht niet te lang met het eten ervan want als het groter wordt is het wat ‘licht en zacht gestekeld (al is dat niet het juiste woord, maar licht behaard is ook niet het juiste woord, het zit er een beetje tussenin). Jonge blaadjes zijn lekker in salades, of maak er een lekkere pittige ‘pesto’ van.

 

Plant

De radijs is een klein en eenjarig plantje, het blad wordt niet hoger dan ongeveer 15 tot 20 centimeter. Het radijsje zelf is een knolletje. Radijsjes kiemen snel (afhankelijk van de temperatuur binnen enkele dagen tot 2 weken) en groeien snel, binnen 6 tot 8 weken na het zaaien kun je radijsjes al oogsten.

Aan de zaailingen van radijs kun je zien dat ze familie is van kool

 

TEELTWIJZEN EN OPKWEEK

De teelt van radijs in de zomer levert hier nog wel eens wat problemen op; de radijsjes worden dan vaak aangevreten, of de radijsjes zijn niet lekker (‘voos’, wat bitter en niet knapperig). Wij kiezen vooral voor de teelt in het voorjaar en het najaar. En daarnaast zaaien we ook graag nog radijsjes in de herfst en in het vroege voorjaar onder glas, voor oogst in de winter en in het voorjaar.

Radijsjes kun je niet voorzaaien; je zaait radijsjes ter plaatse, in niet te dikke rijtjes (als je te dik zaait kunnen de radijsjes zich niet goed ontwikkelen en blijven klein). Maak met een stok of je handen een gleufje in de grond, zaai daar de zaden in, elke 1 tot 2 centimeter een zaadje). En bedek de zaden tot slot met een dun laagje zand of grond (zand heeft onze voorkeur om de eenvoudige reden dat dat gelijk de rij markeert). Geef regelmatig water met een broes. Afhankelijk van de periode/temperatuur kiemen radijsjes binnen 5 tot 14 dagen.

 

RASSEN

Er zijn 2 belangrijk type radijsjes: voor buitenteelt en voor kasteelt. Voor de teelt onder glas kun je rassen met kort loof gebruiken, die zijn voornamelijk geschikt voor kasteelt. Deze rassen hebben de term ‘broei’ achter hun naam, of er staat in de beschrijving specifiek bij dat ze voor kasteelt is.

Zelf heb ik eens in het voorjaar het ‘buitenras’ Green Luobo in de kas gezaaid; het loof werd ruim 50 centimeter hoog, maar het radijsje bleef slechts een klein worteltje zonder verdikking. Ik heb ook eens het buitenras Cherry Belle in de kas gezaaid en dat ging beter, we hebben er ook wat radijsje van kunnen oogsten. Maar na 3 warme dagen in april schoten de jonge planten al door waardoor we ruim 3/4e van de planten hebben moeten rooien voor we er van konden oogsten (laten staan is geen optie, zodra de plant door gaat schieten en wil gaan bloeien groeit het radijsje zelf niet meer en worden eventuele al wat grotere radijsjes stokkig en bitter).

De kans op succes is dus rasafhankelijk; mocht je een kas hebben (of een platte bak), kies dan vooral een ras dat  geschikt is voor onder glas.

 

In de winkel zie je alleen rode ronde radijsjes maar er zijn best veel leuke kleurtjes/rassen, en daar wordt door veredelaars ook nog flink mee geëxperimenteerd. Leuke en lekkere rassen zijn:

  • Ronde Rode Broei (dus de geschikte soort voor kasteelt, rood van buiten, wit van binnen)
  • French Breakfast (halflang, rood met witte punt)
  • IJskegel (langwerpig wit)
  • Helios (rond geel radijsje)
  • Amethyst (lilaroze, rond)
  • Green Luobo (langwerpig, lichtgroen met middelgroen)
  • Red Meat (groen-wit van buiten, rozerood van binnen)
  • Diana (ovaal, paars met witte onderkant)
  • Bravo F1 (van buiten en van binnen lilapaars)
  • etc. Er zijn veel leuke ronde, halflange of lange soortjes in verschillende kleuren, allemaal wat meer of wat minder knapperig en/of pittig van smaak. Op de foto zie je mijn zelf geoogste mengsel van kleurtjes en vormpjes:

 

BODEM / BEMESTING

Radijsjes houden van een wat lichtere grondsoort, op onze vette klei willen ze, zeker in de zomerteelt, nog wel eens voos worden, of een wat vezelige harige onderkant krijgen. Sinds we radijsjes in een verhoogde bak kunnen telen gaat het beter, maar de lekkerste radijsjes vinden we nog steeds de lenteradijsjes en herfstradijsjes.

Geef regelmatig en voldoende water zodat de radijsjes gestaag door kunnen groeien. Veel voeding hebben ze niet nodig; pas op met stikstof want dat geeft veel loof maar weinig radijs. We geven zelf (na uiteraard de gebruikelijke basisbewerking van het onderwerken van wat compost/oude stalmest), een klein handje samengestelde organische meststof met daarin wat kali voor de ontwikkeling van de knolletjes.

Jonge radijsplanten in een rijtje

 

STANDPLAATS

Er is altijd wel een plekje in de tuin om een rijtje radijsjes te zaaien. Ze hoort eigenlijk qua vruchtwisseling thuis in het vak van de koolgewassen, want daar is ze familie van. Maar als dat niet lukt kun je haar ook ergens anders zaaien; houd wel in gedachten dat het jaar erop er bij voorkeur geen koolgewassen worden geplant. En zaai radijsjes in het voorjaar en in de herfst het liefst op een zonnige standplaats, dat geeft niet te veel loof en mooie volle radijsjes. Als je radijsjes midden in de zomer wilt zaaien, kun je juist beter een plekje in de halfschaduw zoeken, want radijsjes houden niet van de combinatie warmte + droogte.

 

ZAAITABEL

Klik op de tabel om die in groot formaat in een nieuw tabblad te zien:

Radijs tabel

 

TEELTZORGEN

Naast het algemene wieden is het enige waar je op moet letten dat radijsjes regelmatig water krijgen. Droogte kan aardvlooien aantrekken, maar bijvoorbeeld ook voosheid veroorzaken. En de knolletjes kunnen openbarsten wanneer ze na droogte weer vocht krijgen.

 

OOGST / BEWAREN

Oogst de grootste radijsjes uit het rijtje, de rest (de kleinere) radijsjes krijgen daarna dan gelijk weer meer ruimte om nog te groeien. Geef het rijtje radijsjes dat achterblijft gelijk na de oogst van de grotere radijsjes wat water want soms beschadig je wel wat worteltjes, met wat water zorg je dat de achtergebleven radijsjes weer verder kunnen groeien.

Trek de radijsjes onderaan het loof uit de grond. Wij nemen ze mee zoals je op de foto kunt zien: touwtje om het blad, even door de waterton slingeren om de kleigrond er een beetje af te spoelen. Thuis verwijderen we vervolgens wel gelijk het loof zodat de radijsjes hard blijven (minder verdamping). Geen idee waarom dat met radijsjes in de winkel niet hoeft maar zelf geoogste radijs wordt al binnen 1 tot 2 uur zacht als je het loof eraan laat zitten!

Je kunt radijsjes uit eigen tuin ook niet lang bewaren. Maar als je het blad eraf draait fris je de radijsjes op door ze in een bakje met koud water te leggen.

 

ZAADTEELT

Oogst de radijsjes wanneer ze groot genoeg zijn, knip de helft van het blad af en plant ze weer uit. Zet een stok bij de bloeiende planten en oogst de zaden als ze rijp zijn (dan is het ondertussen wel september), laat ze nadrogen. Volgens Suzanne Ashworth (in haar boek Seed tot Seed) kan ze alleen kruisen met andere rassen. Het bijzondere is dat een radijs zichzelf niet kan bevruchten – je hebt er meerdere planten voor nodig (zodat het stuifmeel van plant 1 naar de stamper van plant 2 gebracht kan worden – ze wordt bestoven door insecten).

Een radijs in bloei is een flinke plant, ze bloeit met bloempjes in wit, lila of paars (afhankelijk van het ras). De bloempjes zijn trouwens ook eetbaar. en hebben een koolachtige zachte radijssmaak.