Asperge

Eerst even dit, mocht je internationale informatie zoeken of bijvoorbeeld zaden van asperges in een niet-Nederlandstalige webwinkel:

  • Latijnse naam:     Asparagus officinalis
  • Engelse naam:     Asparagus, Sparrow grass
  • Duitse naam:       Gemüse-spargel
  • Franse naam:       Asperge

 

De asperge is al heel lang bekend, ze schijnt zelfs al door de Romeinen te zijn geteeld. De aspergeplant is een winterharde vaste plant. Witte Nederlandse asperges zijn de beste asperges (ze worden niet voor niets ‘het witte goud’ genoemd) en relatief duur, maar erg lekker. Ze zijn alleen in april, mei en juni vers te koop, simpelweg omdat dan de oogst valt. In andere maanden te koop aangeboden witte asperges zijn bijna altijd in het buitenland geteeld (tenzij ze uit de vriezer komen).

Eerst dit dan maar even: ik ben heel verdrietig dat de teelt van witte asperges hier op onze vette klei niet lukt (ik vind ze echt heel erg lekker 🙂 ). Ik heb me lang geleden aan de teelt van witte asperges gewaagd, maar ondanks het verluchtigen van onze vette kleigrond met behoorlijk wat zand deden de planten het hier niet goed; na een aantal jaren (want ik zaaide ze zelf) hadden we uiteindelijk een vakje vol aspergeplanten maar die groeiden slecht, kregen last van aspergevlieg, werden ziek en toen hebben we ze gerooid. Dat waren (tuintechnisch gezien) drie weggegooide jaren voor een tuinvak.

Het is sowieso niet erg gemakkelijk om asperges te kweken, maar de teelt van groene asperges is wel veel gemakkelijker dan de teelt van witte asperges (en in ieder geval minder arbeidsintensief omdat je groene asperges niet af hoeft te dekken.

En dan, na jaren asperges in de winkel te hebben gekocht ga ik ze in 2020 weer eens zelf telen! Kleinschalig hoor, voor het leuk, voor de ervaring, en natuurlijk omdat we ze lekker vinden. Met meer tuinervaring, kennis, nieuwe rassen, etc. hebben we in maart 2020 aspergeklauwen gekocht (wij kochten biologische ‘klauwen’ van het ras Vegalim bij Zaadhandel van der Wal maar er zijn meer rassen en aanbieders op internet, en soms worden klauwen of stekken in het voorjaar ook nog wel in tuincentra verkocht.

Een gekochte aspergeplant, die wordt aspergeklauw genoemd omdat de kale wortels zeer vertakt zijn en de nog kale plant zo misschien wel iets op een ‘klauw’ lijkt

 

PLANT

De aspergeplant is dus winterhard en een vaste plant, maar niet wintergroen, elk jaar trekt ze zich in de herfst terug in de grond. In de lente (vanaf ongeveer half tot eind april) loopt ze weer uit (zoals elke vaste plant dat doet): en die jonge uitlopers zijn dus de eetbare asperges, het zijn jonge, net boven de grond uitkomende scheuten.

Eigenlijk is het heel gemakkelijk: zolang de stengels nog onder de grond zitten zijn ze wit (zoals witlof ook alleen wit is in het donker en groen wordt in het licht). En als de stengels boven de grond komen worden ze dus groen. Ondertussen zijn er rassen gekweekt die beter als witte asperge geteeld kunnen worden en rassen die juist beter als groene asperge geteelde kunnen worden. En daarnaast zijn er nog een aantal rassen die geschikt zijn voor de teelt van beide (dus onder de grond wit, boven de grond groen. Zie daarover meer bij ‘Rassen’.

Als je de jonge net uit de grond komende asperges niet zou oogsten, wordt ze een stengel waaraan vertakkingen komen en heel fijn helder- tot donkergroen blad (je kunt dat in boeketten gebruiken).

 

Er zijn mannelijke en vrouwelijke planten: van allebei de planten kun je asperges oogsten, maar mannelijke planten zouden iets meer asperges geven, de vrouwelijke planten bewaren wat energie voor de vorming van bessen na de bloei (die overigens niet eetbaar zijn). Als je zaden of aspergeklauwen koopt zie je bij de omschrijving soms al de term ‘100% mannelijke hybride’ en die geven dus de grootste opbrengst.

 

TEELTWIJZEN

Van de witte asperge oogst je de jonge witte malse stengels nog voor ze boven de grond komen. Daarom moet je dus bij de teelt van witte asperges een bergje op de grond maken, van zeer zanderige grond, zodat de stengels gemakkelijk en ook recht door die zanderige berg naar het oppervlakte kunnen groeien. Je snijdt de asperges voor de oogst diep in het bergje zanderige grond af op het moment dat het kopje van de asperge uit de grond wil komen (je ziet dan wat barstjes in de grond komen). Vandaar dat de teelt van groene asperges gemakkelijker is: je hoeft geen verhoging van zanderige grond te maken, de asperges oogst je op een gewoon aspergebed, op het moment dat ze ver genoeg boven de grond is gekomen.

Witte asperges zaaien:

Je kunt niet in 1 jaar asperges oogsten, het vergt een vrij lange voorbereiding. Het jaar voor je echt met de teelt wilt starten moeten de zaden worden gezaaid (tenzij je dus aspergeklauwen koopt, erg handig omdat je daarmee 2 jaar voorsprong hebt. Als je liever zelf asperges zaait: zaai de zaden in maart/april, bij voorkeur ter plaatse, op een afstand van ongeveer 15 centimeter van elkaar. Zaai ze op een andere plaats dan waar je het uiteindelijk aspergebed wilt gaan maken. Het duurt ongeveer 3 tot 4 weken voor de zaden kiemen (afhankelijk van de grondtemperatuur).

Deze planten groeien in de zomer en sterven in de winter af. Laat deze planten 2 jaar staan, zo kunnen de wortels zich voldoende ontwikkelen. Aan het einde van dit tweede jaar ga je het bed in orde maken waar de asperges dan uiteindelijk mogen komen: de planten mogen daar straks jarenlang blijven staan. Spit de grond goed om, verluchtig met zand en compost, maar geef niet te veel mest (asperges hebben niet veel stikstof nodig). Maak in het midden van het plantbed een heuveltje van grond zodat je de klauwen er overheen uit kunt spreiden (dat doe je bij voorkeur in het vroege voorjaar bij niet vriezend weer) en dek met voldoende grond af. Vervolgens ga je dan van een zeer zanderig grondmengsel de berg maken op het bed, zo’n 30 tot 40 centimeter hoog.

Plat deze verhoging aan de bovenkant af. En dan zie je dus rond eind april aan het barsten van de grond dat de eerste stengels boven willen gaan komen. Je kunt nu (in het derde jaar dus) de eerste asperges oogsten. Doe dit niet langer dan een maand, daarna moet het zanderige bed weer worden weggehaald zodat de nog jonge planten tijd krijgen om van de oogst te herstellen en loof te maken (waarmee ze voeding op kan nemen voor herstel en het volgende jaar).

Het jaar daarna, het vierde jaar dus, komt de eerste echte oogst; in het vroege voorjaar maak je weer de 40 centimeter hoge zanderige verhogingen, en de oogst begint weer vanaf eind april. Maar nu mag je asperges steken tot 24 juni, reken op zo’n 50 dagen oogst.

Na 24 juni (geen idee waar die precieze datum zo vandaan komt maar elk boek houdt die datum aan, het is dan Sint Jan) steek je dus geen asperges meer, de zanderige verhoging haal je weer weg en de planten mogen weer doorgroeien om zo weer voldoende voedingsstoffen op te nemen.

Knip elk najaar blad en stengels af en gooi weg om overwintering en aantasting later van de aspergekever en aspergevlieg te voorkomen. Na ongeveer 10 tot 12 jaar zijn de planten ‘op’ en zul je ondertussen aan een nieuw aspergebed moeten zijn begonnen te werken (3 jaar daarvoor weer zaaien, 2 jaar planten laten ontwikkelen, etc.).

Dit hele verhaal, samen met het feit dat asperges oogsten = steken = handwerk is maakt begrijpelijk waarom asperges zo duur zijn.

Groene asperges

Het hele verhaal zoals beschreven bij witte asperges geldt ook voor groene asperges. Het enige verschil is dat je bij groene asperges dus geen verhoogde zanderige bedden hoeft te maken (en dus ook niet weer af hoeft te breken in het najaar). Dat maakt het uiteraard een stuk gemakkelijker en minder arbeidsintensief. Deze asperges plant je wel vrij diep; graaf een geul van ongeveer 20 tot 25 centimeter diep en maak ook nu weer een heuveltje in het midden, zoals op deze foto:

 

Je kunt de wortels vervolgens over het heuveltjes uitspreiden, ongeveer 35 centimeter uit elkaar, doe dat vooral met de ‘neuzen’ (de uitlopers = aanstaande stengels) dezelfde richting. Daarmee voorkom je later dat de asperges alle richtingen uit groeien en dezelfde kant op groeien. Voor witte asperges wordt er een rijafstand van 120 centimeter aangehouden (die is nodig om de heuvels te kunnen maken waaruit de witte asperges gestoken kunnen worden). Voor groene asperges hebben we zelf wat minder ruimte tussen 2 rijen aangehouden (omdat die zonder heuvels gewoon uit de grond groeien), de rijafstand is hier ongeveer 75 centimeter en ik hoop in de loop van 2020 aan te geven en te laten zien of dat voldoende is en hoe de asperges groeien.

 

RASSEN

In principe kunnen alle rassen voor zowel de teelt van groene als van witte asperges gebruikt worden. Maar zoals al eerder gezegd; kwekers hebben in de afgelopen decennia rassen gekweekt die beter geschikt zijn voor de teelt van groene of juist van witte asperges. Bekende rassen zijn:

Zaaien:

  • Rapsody F1 (wit)
  • Argenteuil (wit en groen)
  • Mary Washington (groen)
  • Crimson Pacific (paars!)
  • Millennium (groen)
  • Purple Passion (paars)

Planten/Klauwen:

  • Vegalim (groen)
  • Gynlim F1 (wit)
  • Grolim F1 (wit)
  • Vitalim (wit)
  • Cumulus F1 (wit en groen)

 

BODEM

Witte asperges:

Deze hebben een luchtige humusrijke zandgrond nodig; onze vette klei is te zwaar, te nat, te lang koud in het voorjaar en te “rijk” qua bemesting; allemaal eigenschappen waarop asperges niet willen groeien, en waardoor ziekten gemakkelijk kunnen toeslaan.

Groene asperges:

Groene asperges zijn dus iets gemakkelijker maar ook die hebben het hier niet gered. Het is eerlijk gezegd wel een jaar 10 geleden dat ik die poging waagde, ik zou het nu misschien anders aanpakken en in de afgelopen 10 jaren hebben we natuurlijk ook niet zitten niksen; de grond is verbeterd door het elk jaar onderspitten van stalmest, toevoegen van compost, af en toe eens groenbemester, etc.. En we hebben nu ook een aantal verhoogde bakken, die ik kan vullen met welk grondmengsel dan ook, etc..  Wellicht waag ik nog eens een keer een poging….. 🙂

Groene asperges zouden het dus wat beter op wat zwaardere gronden moeten kunnen doen, maar zorg wel voor een luchtig aspergebed, te nat in de winter zorgt voor wortelrot en gevoelige ziekelijk planten. Sommige rassen zijn beter geschikt voor zwaardere gronden (dat staat dan altijd in de beschrijving van een ras aangegeven).

Zelf hebben we onze groene asperges in een verhoogde bak geplant, in die bak is de grond luchtiger (door de compost die er in de afgelopen jaren telkens door is gemengd. Daarnaast warmt een verhoogde bak ook wat makkelijker en sneller op dan onze koude vette kleigrond. En tot slot is het in een verhoogde bak ook minder nat. Dat betekent tegelijkertijd wel dat een verhoogde bak in een droge zomer wel extra aandacht heeft m.b.t. water geven.

 

BEMESTING

Asperges hebben niet veel stikstof nodig, maar wel graag wat kali: een basisbemesting van een kleine gift samengestelde organische meststof is voldoende. Je kunt in plaats daarvan ook bijvoorbeeld koemestkorrels geven, vul dat in dat geval aan met een gift kali (in een samengestelde meststof zit in principe al voldoende kali, maar controleer dat vooral ook nog even op de verpakking). Ik lees in boeken en op internet dat het ook handig is om in de zomer nogmaals wat voeding te geven, om de planten te laten herstellen van het steken van asperges, en dat ik dit jaar zelf ook doen.

Asperges  houden niet van te zure grond, op zure gronden is kalk geven dus belangrijk. Onze vette klei is in principe niet zuur maar verzuurt wel heel langzaam (door het intensief moestuinieren waarbij we ook compost en paardenmest gebruiken). Om die reden geven wij eens per 3 jaar wat kalk (als een soort onderhouds-bekalking).

 

STANDPLAATS

Volgens de boeken mogen, zowel op het bed waar de zaailingen 2 jaar ter ontwikkeling komen als het definitieve bed waar de oogst gaat plaatsvinden, nooit eerder asperges hebben gestaan (in verband met een ziekte die waarschijnlijk door de schimmel Fusarium wordt veroorzaakt). En na het planten van de asperges kun je in in principe 8 tot 12 jaar oogsten, daarna raken de planten uitgeput en moesten worden vervangen, maar dus altijd op een nieuwe plek. Asperges staan graag op een zonnige of half beschaduwde plaats, in een luchtige en niet te natte grond.

 

ZAAITABEL EN PLANTAFSTAND

Asperge tabel

 

PLANTEN

Aspergewortels worden, zoals al eerder gezegd, ook wel aspergeklauwen genoemd (ik neem aan omdat de vorm een beetje lijkt op een gespreide hand). Bij het planten van de aspergewortels op hun definitieve plaats plant je ze dus zo’n 20 centimeter diep en 35 tot 40 centimeter van elkaar. Spreid de wortels bij het planten breed uit over een rijtje opgehoopte grond: de groeipunt moet ongeveer 5 tot 8 centimeter onder de grond komen.

Houd tussen 2 rijen witte asperges een rijafstand van 120 centimeter aan. Voor groene asperges moet een rijafstand van 75 centimeter voldoende zijn.

Je ziet op de foto hieronder een aspergeklauw met groeipunten (de witte ‘knopjes’ die al langzaam tot leven komen. Ik bestelde deze aspergeklauwen in de laatste week van februari en heb ze dezelfde week ook geplant (het vroor toen uiteraard niet).

 

VERZORGING

In de eerste twee jaar op het zaaibed is alleen de algemene verzorging van de grond nodig: wieden, water geven bij droogte, en uiteraard het afsnijden van het loof in de herfst, het liefst tot zelfs iets onder de grond (om de aspergevlieg en aspergekever op afstand te houden).

Na het planten van de aspergeklauwen is, naast die algemene verzorging, de belangrijkste zorg het maken en later weer afbreken van de zanderige verhogingen (bij de teelt van witte asperges).

Let bij het water geven van witte asperges in droge periodes goed op; de zanderige verhogingen lijken natuurlijk altijd heel droog, maar dat wil niet zeggen dat de grond waarin de wortels zitten (en daar het om) ook droog is. Asperges houden in ieder geval zeker niet van te natte grond.

 

OOGSTEN

Het oogsten van witte asperges is een specialistisch werkje, er bestaan zelfs speciale aspergestekers voor. Bij witte asperges herken je de komst van een oogstbare stengel aan de barstjes in de grond.

Maak dan een gaatje, steek de asperge diep af met een mes of de speciale aspergesteker en maak daarna het gat weer dicht en glad. Je moet in de oogsttijd elke dag het bed controleren en asperges steken.

Het oogsten van groene asperges is duidelijk gemakkelijker. Snijd de stengels, tegen de grond af als ze zo’n 25 centimeter lang zijn. Dunne stengels en stengels met losse koppen zien er minder mooi uit maar smaken er niet minder om.

 

BEWAREN

Zowel witte als groene asperges eet je natuurlijk het liefst dezelfde dag. Je kunt ze ook nog wel 1 of 2 dagen bewaren, in de groentelade in de koelkast; gewikkeld in een vochtige doek. Voor gebruik een uurtje in koud water leggen frist ze weer op. Je kunt ze eventueel ook invriezen (rauw), vroeger dacht ik dat dat niet lekker was. Maar sinds een paar jaar koop ik in de aspergetijd witte asperges die ik invries en die toch ook lekker zijn (niet zo lekker als vers natuurlijk, maar lekker genoeg om elk jaar een aantal porties in te vriezen). Voor het invriezen maak ik de witte asperges schoon zoals normaal; kontje eraf en goed schillen. Wassen en uitlekken. En dan gaan ze horizontaal een diepvrieszakje in, en dat diepvrieszakje sluit ik zo hermetisch mogelijk af, desnoods met plakband, zodat er zo min mogelijk lucht in de zakjes blijft. De laatste jaren gaan ze hier in een zakje dat ik in een vacumeerapparaat vacuüm trek, dat gaat nog beter. Als we dan asperges willen eten breng ik water aan de kook en daar gaan de nog bevroren asperges in, ik breng het water zo snel mogelijk weer aan de kook en kook de asperges dan nog 12 minuten, zet het vuur ui en laat ze vervolgens nog 12 minuten in het hete water na garen.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.